From e8e2ab011f787f2a550fb87d964de4cbc9882499 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-07-01 | BWBR0003764 | Brandweerwet 1985 --- wet/brandweerwet-1985/BWBR0003764/README.md | 144 +++++++++++--------- 1 file changed, 83 insertions(+), 61 deletions(-) diff --git a/wet/brandweerwet-1985/BWBR0003764/README.md b/wet/brandweerwet-1985/BWBR0003764/README.md index 903700375fc..334a2f3bfaa 100644 --- a/wet/brandweerwet-1985/BWBR0003764/README.md +++ b/wet/brandweerwet-1985/BWBR0003764/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Brandweerwet 1985 bwb_id: BWBR0003764 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1985-03-01' +datum_inwerkingtreding: '2004-04-13' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003764 citeertitel: Brandweerwet 1985 --- @@ -35,13 +35,19 @@ Besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van de in artikel 1, tweede ### Artikel 3 -**1.** Gedeputeerde staten wijzen de gemeenten aan waarvan de besturen een gemeenschappelijke regeling moeten treffen teneinde een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering te bewerkstelligen van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 1, zesde lid, en overigens een goede hulpverlening bij een ongeval of ramp te bevorderen. +**1.** Op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, wordt bij algemene maatregel van bestuur een verdeling van gemeenten in regio's vastgesteld. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot één regio treffen een gemeenschappelijke regeling teneinde een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 1, zesde lid, te bewerkstelligen en overigens een goede hulpverlening bij een ongeval of ramp te bevorderen. -**2.** +**2.** De verdeling van gemeenten in regio's, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de verdeling in de bijlage behorend bij de Politiewet 1993, met dien verstande dat daarvan kan worden afgeweken, indien dat noodzakelijk is voor een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van de werkzaamheden ter voorbereiding en uitvoering van de rampenbestrijding. -Bij de regeling wordt een openbaar lichaam (regionale brandweer) ingesteld. Het openbaar lichaam is rechtspersoon. Daaraan worden in elk geval de volgende taken opgedragen: +**3.** De voordracht van een algemene maatregel van bestuur, waarbij een van de bijlage bij de Politiewet 1993 afwijkende verdeling van gemeenten in regio's wordt voorgesteld, vindt niet plaats dan nadat gedeputeerde staten van de provincie op wiens grondgebied de betrokken regio's zijn gelegen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedurende een periode van ten minste acht weken in de gelegenheid zijn gesteld daaromtrent een advies uit te brengen. Gedeputeerde staten betrekken in hun advies de zienswijzen terzake van alle bij het advies betrokken openbare lichamen. -1°. zorg te dragen voor +### Artikel 4 + +**1.** + +Bij de regeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt een openbaar lichaam met de aanduiding regionale brandweer ingesteld. Het openbaar lichaam is rechtspersoon. Bij deze regeling worden door de deelnemende gemeenten aan het bestuur van de regionale brandweer in elk geval de volgende taken opgedragen: + +1°. Het zorgdragen voor: a. het instellen en in stand houden van een regionale brandweeralarmcentrale; b. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; @@ -50,20 +56,41 @@ d. het beschikbaar stellen van personeel en materieel in de gevallen, bedoeld in e. het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; f. het voorbereiden van de organisatie voor het optreden van de brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; g. het verzamelen en evalueren van gegevens ten behoeve van de waarschuwing en alarmering van de bevolking in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan; -h. het waarschuwen van de bevolking door middel van het sirenenet, het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting. -2°. a. het adviseren van de gemeentebesturen op het gebied van de brandpreventie, -b. het adviseren van de gemeentebesturen ter zake van voorbereidende maatregelen op het gebied van de brandbestrijding en -beperking in bepaalde objecten, -c. het adviseren van de gemeentebesturen over het aanschaffen van materieel, +h. het waarschuwen van de bevolking door middel van het sirenenet, het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; +2°. het vaststellen van: -een en ander overeenkomstig de in de regeling neergelegde regels. -3°. a. het verzorgen van oefeningen met het oog op het optreden in groter verband; -b. het verzorgen van opleidingen. +a. een beheersplan als bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen; +b. een organisatieplan als bedoeld in artikel 4a. +3°. het adviseren van de gemeentebesturen: -**3.** De regeling bevat bepalingen omtrent onderlinge bijstand bij het beperken en bestrijden van brand en bij de hulpverlening bij ongevallen en rampen, alsmede omtrent de feitelijke leiding over de brandweer bij het optreden in groter verband. +a. op het gebied van de brandpreventie, +b. ter zake van voorbereidende maatregelen op het gebied van de brandbestrijding en -beperking in bepaalde objecten, +c. over het aanschaffen van materieel, een en ander overeenkomstig de in de regeling neergelegde regels. +4°. het verzorgen van: -### Artikel +a. oefeningen met het oog op het optreden in groter verband; +b. opleidingen. -Vervallen +**2.** De regeling bevat bepalingen omtrent onderlinge bijstand bij het beperken en bestrijden van brand en bij de hulpverlening bij ongevallen en rampen, alsmede omtrent de feitelijke leiding over de brandweer bij het optreden in groter verband. + +### Artikel 4a + +**1.** Het bestuur van de regionale brandweer stelt ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel 2, onder b, ten minste één maal in de vier jaren een organisatieplan vast. Het organisatieplan bevat de operationele prestaties van de regionale brandweer die nodig zijn om uitvoering te geven aan het beheersplan, bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen. + +**2.** Het organisatieplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. + +**3.** + +Het plan bevat in ieder geval: + +a. de taken van de brandweer en de maatregelen gericht op de realisering daarvan; +b. de werkwijzen van de brandweer en de maatregelen gericht op de realisering daarvan; +c. de personeel- en materieelsterkte van de brandweer en de maatregelen gericht op de realisering daarvan; +d. het opleidingsniveau en de geoefendheid van het brandweerpersoneel en de maatregelen gericht op de realisering daarvan. + +**4.** Het organisatieplan en de wijzigingen daarop worden toegezonden aan de besturen van het regionale college, bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993, en van het samenwerkingsverband inzake de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in artikel 3 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en aan de commissaris van de Koning. + +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld ten aanzien van de inhoud van het organisatieplan. ### Artikel 5 @@ -73,14 +100,7 @@ Vervallen ### Artikel 6 -**1.** - -De voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer stelt met het oog op het verlenen van bijstand een organisatie-overzicht op waarin worden aangegeven: - -a. de organisatie van de brandweer voor het optreden in groter verband; -b. de werkelijke sterkte in personeel en materieel opzicht van de brandweren van de deelnemende gemeenten en van de regionale brandweer. - -**2.** Het organisatie-overzicht wordt voor 1 april van ieder jaar ter kennisneming toegezonden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze commissaris in de provincie en aan de besturen der deelnemende gemeenten. Het geeft de stand van zaken weer per 1 januari van dat jaar. +Vervallen ### Artikel 7 @@ -92,17 +112,17 @@ b. de werkelijke sterkte in personeel en materieel opzicht van de brandweren van **1.** De voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer stelt op verzoek van Onze commissaris in de provincie waarin de plaats van vestiging is gelegen personeel en materieel ter beschikking ten behoeve van bijstand binnen de provincie. De gemeentebesturen verlenen de voorzitter de hiervoor nodige medewerking. -**2.** Onze commissaris in de provincie doet Onze Minister van Binnenlandse Zaken mededeling van het doen van een verzoek, als bedoeld in het eerste lid. +**2.** Onze commissaris in de provincie doet Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mededeling van het doen van een verzoek, als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 9 -**1.** Indien de bijstand, verleend ingevolge artikel 8, niet toereikend is, verzoekt Onze commissaris in de provincie Onze Minister van Binnenlandse Zaken de nodige voorzieningen te treffen. Deze wendt zich tot Onze commissarissen van andere provincies. +**1.** Indien de bijstand, verleend ingevolge artikel 8, niet toereikend is, verzoekt Onze commissaris in de provincie Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nodige voorzieningen te treffen. Deze wendt zich tot Onze commissarissen van andere provincies. **2.** De voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer stelt op verzoek van Onze commissaris in de provincie waarin de plaats van vestiging is gelegen personeel en materieel ter beschikking ten behoeve van bijstand buiten de provincie. De gemeentebesturen verlenen de voorzitter de hiervoor nodige medewerking. ### Artikel 10 -Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze commissaris in de provincie treffen de nodige voorbereidende maatregelen met het oog op de uitoefening van hun bevoegdheden bedoeld in de artikelen 8 en 9. Voorzover deze maatregelen van rechtstreeks belang zijn voor een regionale brandweer, treffen Onze Minister van Binnenlandse Zaken, onderscheidenlijk Onze commissaris in de provincie deze niet dan na overleg met Onze commissaris in de provincie, onderscheidenlijk de voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer. +Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze commissaris in de provincie treffen de nodige voorbereidende maatregelen met het oog op de uitoefening van hun bevoegdheden bedoeld in de artikelen 8 en 9. Voorzover deze maatregelen van rechtstreeks belang zijn voor een regionale brandweer, treffen Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onderscheidenlijk Onze commissaris in de provincie deze niet dan na overleg met Onze commissaris in de provincie, onderscheidenlijk de voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer. ### Artikel 11 @@ -118,13 +138,13 @@ De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast omtrent het voorkomen, beperke **1.** Burgemeester en wethouders kunnen een inrichting die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting is verplicht er voor te zorgen, dat in die inrichting kan worden beschikt over een bedrijfsbrandweer, die voldoet aan de bij de aanwijzing gestelde eisen inzake personeel en materieel. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, horen burgemeester en wethouders het hoofd of de bestuurder van de inrichting. -**2.** In afwijking van het eerste lid vindt de aanwijzing door Onze Minister van Binnenlandse Zaken plaats indien het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, hoort Onze Minister van Binnenlandse Zaken het hoofd of de bestuurder van de inrichting. +**2.** In afwijking van het eerste lid vindt de aanwijzing door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties plaats indien het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, hoort Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het hoofd of de bestuurder van de inrichting. **3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke inrichtingen kunnen worden aangewezen, welke eisen inzake personeel en materieel kunnen worden gesteld en worden nadere regels gegeven betreffende de wijze van totstandkoming van een aanwijzing. -**4.** Het hoofd of de bestuurder van een inrichting als bedoeld in het derde lid is verplicht burgemeester en wethouders en Onze Minister van Binnenlandse Zaken de nodige inlichtingen te verstrekken ten behoeve van de uitoefening van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot aanwijzing. +**4.** Het hoofd of de bestuurder van een inrichting als bedoeld in het derde lid is verplicht burgemeester en wethouders en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nodige inlichtingen te verstrekken ten behoeve van de uitoefening van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot aanwijzing. -**5.** Voor 1 februari van ieder jaar zendt het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting aan het gemeentebestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken een overzicht van de werkelijke sterkte van de bedrijfsbrandweer op 1 januari van dat jaar. +**5.** Voor 1 februari van ieder jaar zendt het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting aan het gemeentebestuur en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een overzicht van de werkelijke sterkte van de bedrijfsbrandweer op 1 januari van dat jaar. **6.** Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er zorg voor dat de bedrijfsbrandweer ter zake van het optreden, dat noodzakelijk is ter bestrijding van brand of van gevaar anderszins binnen de inrichting, de aanwijzingen opvolgt van degene die op grond van een wettelijk voorschrift met de feitelijke leiding van die bestrijding is belast. @@ -143,7 +163,7 @@ d. de kleding en de uitrusting. ### Artikel 15 -Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke opleidingen worden afgesloten met een rijksexamen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt het examenreglement vast en geeft het diploma af. +Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke opleidingen worden afgesloten met een rijksexamen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt het examenreglement vast en geeft het diploma af. ### Artikel 15a @@ -172,7 +192,7 @@ Vervallen Het instituut heeft de volgende taken: a. het verzorgen van de officiersopleidingen voor de brandweer die met een rijksexamen als bedoeld in artikel 15 worden afgesloten, -b. het verzorgen van de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen andere opleidingen die met een rijksexamen als bedoeld in artikel 15 worden afgesloten, +b. het verzorgen van de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen andere opleidingen die met een rijksexamen als bedoeld in artikel 15 worden afgesloten, c. het werven en selecteren van kandidaten voor opleidingen, bedoeld onder *a* en *b*, en d. het ontwikkelen van leerstof en instructiemethoden en -middelen voor de opleidingen, bedoeld onder *a* en *b*. @@ -215,11 +235,11 @@ c. andere baten. **3.** Het bestuur stelt bij reglement regels over de inrichting en werkwijze van het instituut en nadere regels over de taken en bevoegdheden van de directeur vast. -**4.** Het bestuur stelt jaarlijks een begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, een meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven voor de daarop volgende vier kalenderjaren en de rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast. Deze behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken. +**4.** Het bestuur stelt jaarlijks een begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, een meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven voor de daarop volgende vier kalenderjaren en de rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast. Deze behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. -**5.** Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. +**5.** Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. -**6.** Het bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. +**6.** Het bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. **7.** Het bestuur stelt bij reglement een Raad voor het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding in, waarin vertegenwoordigers zitting hebben uit de kring van openbare lichamen en organisaties die een taak vervullen op het terrein van de brandweerzorg en rampenbestrijding. Het bestuur voert overleg met de Raad over aangelegenheden die betrekking hebben op het instituut in het algemeen en de opleidingen in het bijzonder. In het reglement, bedoeld in het derde lid, worden regels gegeven over de samenstelling, taak en werkwijze van de Raad alsmede over de wijze van benoeming van de leden van de Raad. @@ -233,9 +253,9 @@ c. andere baten. ### Artikel 18e -**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken verstrekt het instituut jaarlijks uit ’s Rijks kas een bijdrage met het oog op de kosten van de uitvoering van de in artikel 18*a*, tweede lid, bedoelde taken. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan het instituut een tijdelijke bijdrage voor een bijzonder doel verstrekken. +**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt het instituut jaarlijks uit ’s Rijks kas een bijdrage met het oog op de kosten van de uitvoering van de in artikel 18*a*, tweede lid, bedoelde taken. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan het instituut een tijdelijke bijdrage voor een bijzonder doel verstrekken. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan beleidsregels vaststellen over de uitvoering van de aan het instituut toegekende taken. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan beleidsregels vaststellen over de uitvoering van de aan het instituut toegekende taken. ### Artikel 18f @@ -259,7 +279,7 @@ Het bureau heeft tot taak: a. te zorgen voor de ontwikkeling, de uitvoering, de organisatie en de afneming van een rijksexamen als bedoeld in artikel 15; b. het afgeven van vrijstellingen en certificaten; -c. het vaststellen van de uitslag van een examen en het adviseren aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken over het afgeven van een diploma. +c. het vaststellen van de uitslag van een examen en het adviseren aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het afgeven van een diploma. **3.** @@ -272,46 +292,52 @@ b. het ontwikkelen, het in stand houden en het beschikbaar stellen van expertise **5.** Het bureau heeft een bestuur dat bestaat uit zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. -**6.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken benoemt, schorst en ontslaat de leden van het bestuur. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan een vertegenwoordiger benoemen die deelneemt aan de beraadslagingen van het bestuur. +**6.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt, schorst en ontslaat de leden van het bestuur. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een vertegenwoordiger benoemen die deelneemt aan de beraadslagingen van het bestuur. **7.** Het bestuur stelt bij reglement regels met betrekking tot de uitvoering, de organisatie en de afneming van een rijksexamen als bedoeld in artikel 15. -**8.** Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. +**8.** Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. -**9.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan beleidsregels vaststellen over de uitvoering van de aan het bureau toegekende taken. +**9.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan beleidsregels vaststellen over de uitvoering van de aan het bureau toegekende taken. -**10.** Het personeel van het bureau is ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, behoudens degenen met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht. Het bestuur stelt bij reglement regels met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet. Indien het bestuur, ondanks daartoe strekkende uitnodiging, nalatig blijft hieraan uitvoering te geven, stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken bedoeld reglement vast. +**10.** Het personeel van het bureau is ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, behoudens degenen met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht. Het bestuur stelt bij reglement regels met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet. Indien het bestuur, ondanks daartoe strekkende uitnodiging, nalatig blijft hieraan uitvoering te geven, stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bedoeld reglement vast. **11.** De inkomsten van het bureau bestaan uit de kosten die het bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede lid, en de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, bij derden in rekening brengt en andere baten. -**12.** De begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, de meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven en het jaarverslag van het voorafgaande kalenderjaar behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken. +**12.** De begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, de meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven en het jaarverslag van het voorafgaande kalenderjaar behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. **13.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van het bureau, de taak, de samenstelling en de openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur en de controle op het financieel beheer. -**14.** Het bureau stelt jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. +**14.** Het bureau stelt jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. ### Artikel 19 **1.** -Onze Minister van Binnenlandse Zaken heeft, voor zover dit uit een oogpunt van algemene brandweerzorg en rampenbestrijding noodzakelijk is, tot taak: +Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft tot taak: -a. het toetsen van de wijze waarop een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente, een lichaam dat bij gemeenschappelijke regeling is ingesteld dan wel een ander openbaar lichaam hun taken uitvoeren met betrekking tot het voorkomen van, het voorbereiden op en het bestrijden van een brand, ongeval of ramp; +a. het toetsen van de wijze waarop een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente, een lichaam dat bij gemeenschappelijke regeling is ingesteld dan wel een ander openbaar lichaam uitvoering geeft aan de taken met betrekking tot het voorkomen van, het voorbereiden op en het bestrijden van een brand, ongeval of ramp; b. het verrichten van onderzoek naar aanleiding van een brand, ongeval of ramp. -**2.** Een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente, een lichaam dat bij gemeenschappelijke regeling is ingesteld of een ander openbaar lichaam is desgevraagd verplicht de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren de inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met de uitvoering van een toets als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*. +**2.** Een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente, een lichaam dat bij gemeenschappelijke regeling is ingesteld of een ander openbaar lichaam is desgevraagd verplicht de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren de inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met de uitvoering van een toets als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*. -**3.** Een bestuursorgaan van één van de openbare lichamen, bedoeld in het tweede lid, of van het Rijk dan wel een ieder die werkzaam is bij een organisatie, een instelling, een inrichting die of een bedrijf dat betrokken is bij een brand, ongeval of ramp is desgevraagd verplicht de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren de inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met het verrichten van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*. +**3.** Een bestuursorgaan van één van de openbare lichamen, bedoeld in het tweede lid, of van het Rijk dan wel een ieder die werkzaam is bij een organisatie, een instelling, een inrichting die of een bedrijf dat betrokken is bij een brand, ongeval of ramp is desgevraagd verplicht de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren de inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met het verrichten van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*. + +### Artikel 19a + +**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toetst, in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, periodiek de voorbereiding op de rampenbestrijding door de bestuursorganen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, en brengt in een multidisciplinaire rapportage aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal verslag uit van zijn bevindingen. + +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties informeert de Tweede Kamer van de Staten-Generaal jaarlijks over de wijze waarop in het daarop volgende jaar uitvoering zal worden gegeven aan het eerste lid door toezending van een werkprogramma. ### Artikel 20 -**1.** De burgemeester, de commandant van de gemeentelijke brandweer, de commandant van de regionale brandweer en het door hen aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, alsmede de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, hebben vrije toegang tot alle plaatsen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. Zij kunnen zich bij het binnentreden doen vergezellen van door hen aangewezen personen. +**1.** De burgemeester, de commandant van de gemeentelijke brandweer, de commandant van de regionale brandweer en het door hen aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, alsmede de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, hebben vrije toegang tot alle plaatsen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. Zij kunnen zich bij het binnentreden doen vergezellen van door hen aangewezen personen. -**2.** De burgemeester, de commandant van de gemeentelijke brandweer, de commandant van de regionale brandweer en het door hen aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, alsmede de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, zijn bevoegd alle benodigde uitrustingsstukken en hulpmiddelen op de plaatsen, bedoeld in het eerste lid, mee te nemen en daarvan op zodanige wijze gebruik te maken als zij voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk achten. +**2.** De burgemeester, de commandant van de gemeentelijke brandweer, de commandant van de regionale brandweer en het door hen aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, alsmede de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, zijn bevoegd alle benodigde uitrustingsstukken en hulpmiddelen op de plaatsen, bedoeld in het eerste lid, mee te nemen en daarvan op zodanige wijze gebruik te maken als zij voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk achten. ### Artikel 21 -**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13 en 17 zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen ambtenaren. Zij kunnen tevens worden belast met het toezicht op de veiligheid en deugdelijkheid van brandweer- en reddingsmaterieel. Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*. +**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13 en 17 zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren. Zij kunnen tevens worden belast met het toezicht op de veiligheid en deugdelijkheid van brandweer- en reddingsmaterieel. Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*. **2.** Met het toezicht op de naleving van de brandbeveiligingsverordening, bedoeld in artikel 12, zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. @@ -325,9 +351,9 @@ Vervallen ### Artikel 23 -**1.** Op overtreding van de regels van de brandbeveiligingsverordening en in het bij of krachtens artikel 17, eerste lid, bepaalde kan als straf gesteld worden hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. +**1.** Op overtreding van de regels van de brandbeveiligingsverordening en het bij of krachtens artikel 17, eerste lid, bepaalde kan als straf gesteld worden hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. -**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 13, eerste, vierde en vijfde lid bepaalde, en artikel 22, eerste en tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. +**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 13, eerste, vierde en vijfde lid bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. **3.** In geval van overtreding van artikel 13, eerste lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar. @@ -335,13 +361,11 @@ Vervallen ### Artikel 24 -**1.** Met de opsporing van de bij artikel 23 strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken. +**1.** Met de opsporing van de bij artikel 23 strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. -**2.** Onverminderd de eisen, gesteld krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 142, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan slechts als opsporingsambtenaar worden aangewezen degene die voldoet aan de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels over de eisen van bekwaamheid. +**2.** Onverminderd de eisen, gesteld krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 142, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan slechts als opsporingsambtenaar worden aangewezen degene die voldoet aan de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels over de eisen van bekwaamheid. -**3.** Artikel 21, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**4.** De opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. +**3.** De opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. ### Artikel 25 @@ -349,9 +373,7 @@ Vervallen ### Artikel 26 -**1.** Binnen twee jaren na de datum van inwerkingtreding van deze wet worden door de gemeenteraad, voor zover nodig, een verordening als bedoeld in artikel 1, tweede lid, welke voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet, alsmede een brandbeveiligingsverordening vastgesteld. - -**2.** Regels vastgesteld op grond van artikel 1, eerste lid, van de Brandweerwet (wet van 23 juni 1952, *Stb.* 362), voorschriften vastgesteld op grond van artikel 174*bis* van de gemeentewet, voorschriften vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 168 van de gemeentewet, welke voorzien in onderwerpen vermeld in artikel 1 of artikel 12 van deze wet, blijven, voor zover zij niet in strijd zijn met het bij of krachtens deze wet bepaalde, van kracht. Gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten inzake de brandweer die dezelfde gemeenten betreffen als de krachtens artikel 3, eerste lid, artikel 4, derde lid of artikel 4, vierde lid, aangewezen gemeenten vervallen twee jaren na de datum van inwerkingtreding van deze wet, tenzij zij eerder aan deze wet zijn aangepast. +Vervallen ### Artikel 27 @@ -359,7 +381,7 @@ Vervallen ### Artikel 28 -De Brandweerwet (wet van 23 juni 1952, *Stb.* 362) wordt ingetrokken. +Vervallen ### Artikel 29