2012-02-08 | BWBR0009640 | Flora- en faunawet

This commit is contained in:
Coornhert 2012-02-08 12:00:00 +00:00
parent 545078d638
commit e8fdbec3e5

View file

@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Flora- en faunawet
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Faunafonds: fonds, bedoeld in artikel 83;
@ -511,7 +511,7 @@ j. de aanvrager in de twee jaren, voorafgaande aan het verzoek tot het verkrijge
### Artikel 40
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de eisen vastgesteld, waaraan het in artikel 39, eerste lid, onderdeel c, bedoelde examen moet voldoen om te worden erkend. Deze eisen worden verschillend vastgesteld naar gelang het betreft de jacht met het geweer, met jachtvogels of met de eendenkooi.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning van een jachtexamen alsmede de eisen, waaraan het in artikel 39, eerste lid, onderdeel c, bedoelde examen moet voldoen om te worden erkend. Deze eisen worden verschillend vastgesteld naar gelang het betreft de jacht met het geweer, met jachtvogels of met de eendenkooi.
**2.** In afwijking van het bepaalde in artikel 39, eerste lid, aanhef en onderdeel c, is het afleggen van een jachtexamen niet vereist indien de aanvrager met gunstig gevolg een door de bevoegde autoriteit van een andere staat erkend jachtexamen heeft afgelegd en dat examen door Onze Minister als gelijkwaardig aan het in het eerste lid bedoelde jachtexamen is erkend.
@ -543,9 +543,9 @@ c. er grond is om aan te nemen dat de houder van zijn bevoegdheden in het kader
**2.** De bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen tot intrekking van jachtakten berust bij de korpschef die de akte heeft verleend.
**3.** De in het tweede lid bedoeld bevoegdheid komt tevens toe aan Onze Minister van Justitie in gevallen als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel c.
**3.** De in het tweede lid bedoeld bevoegdheid komt tevens toe aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie in gevallen als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel c.
**4.** Tegen beschikkingen van de korpschef als bedoeld in het eerste en tweede lid staat administratief beroep open bij Onze Minister van Justitie indien de jachtakte is geweigerd of ingetrokken of mede is geweigerd of ingetrokken om redenen als bedoeld in artikel 39, eerste lid, aanhef en onderdeel e, onderscheidenlijk artikel 41, eerste lid, aanhef en onderdeel c.
**4.** Tegen beschikkingen van de korpschef als bedoeld in het eerste en tweede lid staat administratief beroep open bij Onze Minister van Veiligheid en Justitie indien de jachtakte is geweigerd of ingetrokken of mede is geweigerd of ingetrokken om redenen als bedoeld in artikel 39, eerste lid, aanhef en onderdeel e, onderscheidenlijk artikel 41, eerste lid, aanhef en onderdeel c.
### Artikel 43
@ -971,7 +971,7 @@ c. met het oog op andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, bela
### Artikel 75a
**1.** Indien daartoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is verzocht, geschiedt de behandeling van de aanvraag om de in artikel 75, derde lid, bedoelde ontheffing, tezamen met de voorbereiding en vaststelling van het tracébesluit, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet.
**1.** Indien daartoe door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is verzocht, geschiedt de behandeling van de aanvraag om de in artikel 75, derde lid, bedoelde ontheffing, tezamen met de voorbereiding en vaststelling van het tracébesluit, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet.
**2.** In de in het eerste lid bedoelde gevallen is op de voorbereiding van de beschikking afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
@ -1239,7 +1239,7 @@ Een krachtens de artikelen 15, 30, tweede lid, 37, derde lid, 48, 49, 50, tweede
### Artikel 104
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, de bij besluit van gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren, alsmede de door Onze Minister van Justitie op grond van artikel 17 van de Wet op de economische delicten met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten belaste ambtenaren.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren, de bij besluit van gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren, alsmede de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 17 van de Wet op de economische delicten met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten belaste ambtenaren.
**2.** Van een besluit van Onze Minister, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.