2021-10-12 | BWBR0039826 | Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017
This commit is contained in:
parent
5da9a32269
commit
e910426cb4
1 changed files with 32 additions and 43 deletions
|
|
@ -21,21 +21,23 @@ In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
|||
a. *DNB:* De Nederlandsche Bank N.V.;
|
||||
b. *Wft:*
|
||||
Wet op het financieel toezicht;
|
||||
c. *Bbpm:*
|
||||
c. *Bpr:*
|
||||
Besluit prudentiële regels Wft;
|
||||
d. *Bbpm:*
|
||||
Besluit Bijzondere prudentiële maatregelen beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;
|
||||
d. *Depositogarantiestelsel:* als bedoeld in artikel 3:259, tweede lid van de Wft;
|
||||
e. *Bank:* een onderneming waarvan de aangehouden deposito’s worden gegarandeerd door het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 29.01 van het Bbpm;
|
||||
f. *In aanmerking komend deposito:* een deposito dat valt onder de werking van het depositogarantiestelsel;
|
||||
g. *In aanmerking komende depositohouder:* een depositohouder die niet op grond van artikel 29.01, tweede lid, sub a van het Bbpm is uitgesloten;
|
||||
h. *Gegarandeerd deposito:* als bedoeld in artikel 7k, eerste lid van het Bbpm
|
||||
i. *Depositohouder:* de houder, of in het geval van een gezamenlijke rekening als bedoeld in artikel 29.02, tweede lid van het Bbpm, elk van de houders van een deposito, waaronder ook een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid van het Bbpm wordt begrepen;
|
||||
j. *Vertegenwoordiger:* een persoon die bevoegd is om namens de depositohouder de handeling te verrichten bedoeld in artikel 29.07, eerste lid van het Bbpm;
|
||||
k. *Individueel klantbeeld:* een overzicht van alle deposito’s van een depositohouder bij een bank waarin alle gegevens conform het datamodel als bedoeld in artikel 2 zijn opgenomen;
|
||||
l. *IKB:* individueel klantbeeld;
|
||||
m. *IKB-bestand:* een gegevensverzameling die voldoet aan de in artikel 2 beschreven opbouw, teneinde een overzicht te bieden van alle individuele klantbeelden van een bank;
|
||||
n. *IKB-systeem:* het geheel van procedures en maatregelen waarmee een bank het IKB-bestand kan samenstellen, in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen kan berekenen en eventuele handelingen kan verrichten ten behoeve van de afwikkelingstaak, op een door DNB bepaalde wijze en binnen een door DNB gestelde termijn;
|
||||
o. *Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen:* als bedoeld in artikel 212g, eerste lid, onderdeel n, van de Faillissementswet;
|
||||
p. *ISAE 3402:* international standard on assurance engagements 3402, assurance reports on controls at a service organization.
|
||||
e. *Depositogarantiestelsel:* als bedoeld in artikel 3:259, tweede lid van de Wft;
|
||||
f. *Bank:* een onderneming waarvan de aangehouden deposito’s worden gegarandeerd door het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 29.01 van het Bbpm;
|
||||
g. *In aanmerking komend deposito:* een deposito dat valt onder de werking van het depositogarantiestelsel;
|
||||
h. *In aanmerking komende depositohouder:* een depositohouder die niet op grond van artikel 29.01, tweede lid, sub a van het Bbpm is uitgesloten;
|
||||
i. *Gegarandeerd deposito:* als bedoeld in artikel 7k, eerste lid van het Bbpm
|
||||
j. *Depositohouder:* de houder, of in het geval van een gezamenlijke rekening als bedoeld in artikel 29.02, tweede lid van het Bbpm, elk van de houders van een deposito, waaronder ook een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid van het Bbpm wordt begrepen;
|
||||
k. *Vertegenwoordiger:* een persoon die bevoegd is om namens de depositohouder de handeling te verrichten bedoeld in artikel 29.07, eerste lid van het Bbpm;
|
||||
l. *Individueel klantbeeld:* een overzicht van alle deposito’s van een depositohouder bij een bank waarin alle gegevens conform het datamodel als bedoeld in artikel 2 zijn opgenomen;
|
||||
m. *IKB:* individueel klantbeeld;
|
||||
n. *IKB-bestand:* een gegevensverzameling die voldoet aan de in artikel 2 beschreven opbouw, teneinde een overzicht te bieden van alle individuele klantbeelden van een bank;
|
||||
o. *IKB-systeem:* het geheel van procedures en maatregelen waarmee een bank het IKB-bestand kan samenstellen, in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen kan berekenen en eventuele handelingen kan verrichten ten behoeve van de afwikkelingstaak, op een door DNB bepaalde wijze en binnen een door DNB gestelde termijn;
|
||||
p. *Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen:* als bedoeld in artikel 212g, eerste lid, onderdeel n, van de Faillissementswet;
|
||||
q. *ISAE 3402:* international standard on assurance engagements 3402, assurance reports on controls at a service organization.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Inrichting individueel klantbeeld
|
||||
|
||||
|
|
@ -103,10 +105,11 @@ o. Indien dat het geval is, het feit dat het deposito vanuit een andere lidstaat
|
|||
|
||||
Bij het samenstellen van het IKB-bestand, als vastgelegd in artikel 2, neemt een bank het volgende in acht:
|
||||
|
||||
1. Een bank waarborgt dat de gerapporteerde saldi van alle deposito’s geen uitgaande betalingen bevatten die op het moment van het genereren van het individueel klantbeeld reeds zijn gedebiteerd van een depositotegoed, ongeacht de daadwerkelijke verwerking van de betaling door de bank zelf.
|
||||
2. Een bank waarborgt dat binnen de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, de gerapporteerde saldi van alle deposito’s zo veel mogelijk de inkomende betalingen bevatten die voortvloeien uit artikel 212b van de Faillissementswet en samenhangen met de deelname van een bank aan een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b van de Faillissementswet.
|
||||
3. Een bank brengt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen markering aan van de aanvullende garantie tot een bedrag van EUR 500.000 per depositohouder gedurende drie maanden na storting van een deposito voor zover dat deposito direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning, in de zin van artikel 29.02 van het Bbpm.
|
||||
4. Een bank houdt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen rekening met deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is als volgt uit artikel 29.01, eerste lid, sub a van het Bbpm.
|
||||
1. Een bank waarborgt dat de gerapporteerde saldi van alle deposito’s geen uitgaande betalingen bevatten die op het moment van het genereren van het individueel klantbeeld reeds zijn gedebiteerd van een depositotegoed, ongeacht de daadwerkelijke verwerking van de betaling door de bank zelf;
|
||||
2. Een bank waarborgt dat binnen de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, de gerapporteerde saldi van alle deposito’s zo veel mogelijk de inkomende betalingen bevatten die voortvloeien uit artikel 212b van de Faillissementswet en samenhangen met de deelname van een bank aan een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b van de Faillissementswet;
|
||||
3. Een bank brengt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen markering aan van de aanvullende garantie tot een bedrag van EUR 500.000 per depositohouder gedurende drie maanden na storting van een deposito voor zover dat deposito direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning, in de zin van artikel 29.02 van het Bbpm;
|
||||
4. Een bank houdt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen rekening met deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is als volgt uit artikel 29.01, eerste lid, sub a van het Bbpm;
|
||||
5. Voor deposito’s aangehouden bij bijkantoren in lidstaten waar bronbelasting wordt geheven, houdt een bank, bij het bepalen van het te rapporteren aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag, rekening met de in te houden bronbelasting en rapporteert deze niet.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2.2. Berekening in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen
|
||||
|
||||
|
|
@ -136,8 +139,16 @@ ii) Het aantal derden als bedoeld in artikel 5, derde lid, vermenigvuldigd met h
|
|||
iii) De som van het gegarandeerde bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm, waarbij niet wordt vereist dat rekening wordt gehouden met andere rekeningen die de derden bij de bank aanhouden.
|
||||
iv) Het verwerken van het in aanmerking komende bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gegarandeerde deposito’s, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm.
|
||||
f. Een bank is in staat per derdenrekening aan te tonen welke methode zoals bedoeld in onderdeel e is gehanteerd bij de berekening van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid.
|
||||
g. Deposito’s als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel l, worden beschouwd als niet in aanmerking komende deposito’s.
|
||||
|
||||
**4.** Een bank kan bij de berekening van de in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen, als bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij het vaststellen van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm, maakt DNB gebruik van één van de volgende berekeningswijzen:
|
||||
|
||||
a. In beginsel gebruikt DNB de depositobasis die volgt uit de aggregatie van de gegarandeerde bedragen per depositohouder, zoals blijkend uit het individueel klantbeeld conform de berekeningswijze zoals vastgelegd in het derde lid en zoals door de bank gerapporteerd conform artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr.
|
||||
b. Indien de beoordeling van de kwaliteit van de aangeleverde IKB-bestanden en/of de beheersing van het IKB-systeem, zoals opgenomen in artikel 15, hiertoe aanleiding geeft, gebruikt DNB, in afwijking van onderdeel a, de depositobasis die volgt uit de schatting van de totale omvang van de gegarandeerde deposito’s op basis van aantallen deposito’s en saldi zoals door de bank gerapporteerd conform artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr, zonder rekening te houden met depositohouders die meer dan één rekening hebben.
|
||||
|
||||
**5.** Een bank kan bij de berekening van de in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen, als bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2.3. Identificatie deposito’s en depositohouders
|
||||
|
||||
|
|
@ -161,7 +172,7 @@ c. Deposito’s die onderwerp zijn van een rechtsgeschil als bedoeld in artikel
|
|||
d. Deposito’s die onderwerp zijn van beperkende maatregelen die zijn opgelegd door nationale regeringen of internationale organen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel b van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
e. Deposito’s die zijn verpand aan een derde partij en waarbij uitsluitend de pandhouder inningsbevoegd is;
|
||||
f. Deposito’s waar beslag op is gelegd;
|
||||
g. Deposito’s die worden geblokkeerd op grond van de regelgeving van het land waar het deposito wordt aangehouden, voor zover deze blokkade relevant is voor een uitkering van het depositogarantiestelsel;
|
||||
g. Deposito’s die worden geblokkeerd op grond van de regelgeving van het land w¡aar het deposito wordt aangehouden, niet zijnde Nederland, voor zover deze blokkade relevant is voor een uitkering van het depositogarantiestelsel;
|
||||
h. Bankspaardeposito’s eigen woning als bedoeld in artikel 29.01, tweede lid, sub e van het Bbpm.
|
||||
|
||||
**2.** Een bank markeert depositohouders waarvan de identiteit niet met een hoge mate van betrouwbaarheid kan worden vastgesteld als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
|
|
@ -294,30 +305,8 @@ d. De opdracht voor de toetsing over het eerste verslagjaar, gebaseerd op ISAE 3
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van deze beleidsregel geldt een overgangstermijn vanaf de datum van inwerkingtreding tot 1 januari 2019.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een bank bepaalt in overleg met DNB en na akkoord van DNB welke van onderstaande methoden zij hanteert bij het aanleveren van depositogegevens en gegevens over depositohouders gedurende de overgangstermijn:
|
||||
|
||||
a. De methode waarbij een bank de gegevens per rekening aanlevert en DNB het IKB opbouwt conform het daartoe door DNB voorgeschreven datamodel;
|
||||
b. De methode zoals vastgelegd in hoofdstuk 1 tot en met 4 van deze beleidsregel, waarbij een bank het IKB opbouwt en aanlevert conform het daartoe door DNB voorgeschreven datamodel.
|
||||
|
||||
**3.** Tot 1 januari 2019 is een bank in staat om de depositogegevens aan te leveren conform de methode als bedoeld in lid 2, onderdeel a, ongeacht of een bank in staat is om de depositogegevens aan te leveren conform de methode als bedoeld in lid 2, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**4.** Binnen vier maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregel voorziet een bank DNB van een transitieplan, waarin een bank de aanpak en tijdlijnen beschrijft van de overgang op de methode als bedoeld in lid 2, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Een bank verstrekt aan DNB:
|
||||
|
||||
a. Over het verslagjaar 2018 een rapport van de externe accountant als bedoeld in artikel 12, gebaseerd op ISAE 3402 type 1;
|
||||
b. Vanaf verslagjaar 2019 een rapport van de externe accountant als bedoeld in artikel 12, gebaseerd op ISAE 3402 type 2.
|
||||
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue