From e96a76990a7e7c15fc9e5be4436dc8c67f8abd43 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 2 Jun 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-06-02 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 36 +++++++++++++------ 1 file changed, 26 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index cac87d794d7..5b67e9da70c 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -2000,6 +2000,8 @@ Tot en met 31 juli 2008 zal de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een Ingevolge artikel 3.103a Vb doet de Minister, indien een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw (niet) wordt verleend aan of verlengd dan wel wordt ingetrokken, van een vreemdeling die houder is van een door een andere EU-lidstaat, afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, mededeling aan de autoriteiten van die staat (zie B17/6). +##### 9.4.1. Verlenging verblijfsvergunning regulier (on)bepaalde tijd + #### 9.5. De aanvraag vervanging of vernieuwing verblijfsdocument De houder van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd waarvan de geldigheidsduur van het verblijfsdocument afloopt, wordt analoog aan de procedure zoals omschreven in B1/9.4.1 door de IND gewezen op de mogelijkheid om dit document te vernieuwen door middel van het indienen van het aanvraagformulier. In welke gevallen tot vervanging van het document wordt overgegaan is opgenomen in artikel 4.22 Vb. @@ -2679,31 +2681,45 @@ Als de Nederlandse hoofdpersoon gebruik maakt of heeft gemaakt van het vrij verk #### 1.2 -Artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw geeft regels met betrekking tot gezinshereniging (niet: gezinsvorming) met een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw kan aan de daar genoemde gezinsleden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel worden verleend. Verwezen wordt naar C1/4.6 en C5/23. In de overige gevallen zijn de regels over de verlening van de verblijfsvergunning regulier van toepassing op gezinshereniging en gezinsvorming met een houder van een verblijfsvergunning asiel. +Artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw geeft regels met betrekking tot gezinshereniging (niet: gezinsvorming) met een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw kan aan de daar genoemde gezinsleden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel worden verleend. Verwezen wordt naar C2/6 en C12/6. In de overige gevallen zijn de regels over de verlening van de verblijfsvergunning regulier van toepassing op gezinshereniging en gezinsvorming met een houder van een verblijfsvergunning asiel. Ingevolge artikel 29, eerste lid, onder e, Vw komen de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen van vreemdelingen die in het bezit zijn van een asielvergunning voor bepaalde tijd eveneens in aanmerking voor een zodanige vergunning indien zij gelijktijdig met deze vreemdeling Nederland zijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden na verlening van de verblijfsvergunning aan de hoofdpersoon. Tot 1 april 2001 bestond een dergelijke mogelijkheid van gezinshereniging bij vreemdelingen die hier te lande waren toegelaten als vluchteling eveneens. Deze mogelijkheid was als beleidsregel neergelegd in de Vc (oud). In de beleidsregel werd een zogenoemde redelijke termijn voor nareis gehanteerd die in de praktijk is ingevuld met zes maanden. -Het materiële recht van de Vw heeft als regel onmiddellijke werking. Zie in dit verband ook A7. Ten aanzien van de aanscherping van het nareiscriterium (van zes naar drie maanden) is geen overgangsregeling in de Vw opgenomen. +Het materiële recht van de Vw heeft als regel onmiddellijke werking. Zie in dit verband ook A7. Ten aanzien van de aanscherping van de nareistermijn (van zes naar drie maanden) is geen overgangsregeling in de Vw opgenomen. Voor vreemdelingen die zich met deze aanscherping geconfronteerd zien, is besloten alsnog een voorziening te treffen, gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. In het kader van de hieronder uitgewerkte regeling kan een vreemdeling in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, indien: -– het betreft de echtgeno(o)t(e) en/of de minderjarige kinderen; -– de hoofdpersoon vóór 1 april 2001 in het bezit is gesteld van een A-status (die inmiddels is omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd); -– de aanvraag om gezinshereniging (aanvraag mvv of aanvraag verblijfsvergunning dan wel de asielaanvraag) is ingediend tussen de drie en zes maanden nadat de hoofdpersoon in het bezit is gesteld van een A-status en uiterlijk vóór 1 juli 2001. +• het betreft de echtgeno(o)t(e) en/of de minderjarige kinderen; +• de hoofdpersoon vóór 1 april 2001 in het bezit is gesteld van een A-status (die inmiddels is omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd); +• de aanvraag om gezinshereniging (aanvraag mvv of aanvraag verblijfsvergunning dan wel de asielaanvraag) is ingediend tussen de drie en zes maanden nadat de hoofdpersoon in het bezit is gesteld van een A-status en uiterlijk vóór 1 juli 2001. Vreemdelingen die in aanmerking komen voor verblijf op basis van de onderhavige regeling worden derhalve niet in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw. -Aanvragen van vreemdelingen die onder deze regeling vallen, worden getoetst aan de voorwaarden zoals omschreven in C1/4.6 en C5/23, afgezien van de nareistermijn van drie maanden. +Aanvragen van vreemdelingen die onder deze regeling vallen, worden getoetst aan de voorwaarden zoals omschreven in C2/6 en C12/6, afgezien van de nareistermijn van drie maanden. -Bij inwilliging van de aanvraag om afgifte van een mvv dient de vreemdeling erop te worden gewezen dat hij zich binnen drie dagen na aankomst in Nederland in het kader van het vreemdelingentoezicht dient aan te melden bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij zijn woon- of verblijfplaats heeft (zie artikel 4.47 Vb). Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdende met gezinshereniging dient de vreemdeling zich vervolgens te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft of beoogt. +Bij inwilliging van de aanvraag om afgifte van een mvv dient de vreemdeling erop te worden gewezen dat hij zich binnen drie dagen na aankomst in Nederland in het kader van het vreemdelingentoezicht dient aan te melden bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij zijn woon- of verblijfplaats heeft (zie artikel 4.47 Vb). Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdende met gezinshereniging dient de vreemdeling zich vervolgens te vervoegen bij de IND. Tevens geldt voor deze categorie vreemdelingen dat de aanvraag tot het verlenen van deze verblijfsvergunning niet wordt afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv, voorzover nodig, met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb. Ook in die gevallen geldt het legesvereiste onverkort. -Nadat in dit kader een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend is het gestelde in B1 en B2 onverkort van toepassing. +Nadat in dit kader een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend, is het gestelde in B1 en B2 onverkort van toepassing. + +Sinds 1 oktober 2006 worden vreemdelingen bij de verlening van een verblijfsvergunning asiel, structureel van de mogelijkheid tot gezinshereniging en de nareistermijn van drie maanden als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw, op de hoogte gebracht middels een bij de beschikking omtrent verlening van de verblijfsvergunning asiel meegezonden folder waarin hun rechten en plichten zijn opgenomen. Voor de categorie vreemdelingen aan wie na inwerkingtreding van de Vw doch uiterlijk op 1 oktober 2006 een verblijfsvergunning asiel is verleend, en die niet op deze wijze structureel van de mogelijkheid tot gezinshereniging en de nareistermijn op de hoogte is gebracht, geldt voor de niet binnen de nareistermijn ingediende aanvraag om gezinshereniging de hierna volgende tijdelijke overgangsregeling. + +Mits voor 30 mei 2008 schriftelijk de wens te kennen is gegeven met het achtergebleven gezinslid te worden herenigd, kan op aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb verblijf worden toegestaan aan de gezinsleden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e en f, Vw, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: + +• betrokkene heeft dezelfde nationaliteit als degene bij wie verblijf wordt beoogd; +• betrokkene behoorde tot aan het vertrek van de hoofdpersoon feitelijk tot het gezin van degene bij wie verblijf wordt beoogd (zie C2/6). Voor wat betreft de vereisten ten aanzien van (gelegaliseerde) bescheiden waarmee de gezinsband kan worden aangetoond, wordt aangesloten bij C12/6; +• degene bij wie verblijf wordt beoogd is na 1 april 2001 doch uiterlijk op 1 oktober 2006 toegelaten op grond van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met d, Vw; +• degene bij wie verblijf wordt beoogd, beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie B1/4.3). Het middelenvereiste wordt niet tegengeworpen, indien aannemelijk gemaakt wordt dat degene bij wie verblijf wordt beoogd sedert de verlening van de verblijfstitel als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a tot en met d, Vw voldoende inspanningen heeft verricht om aan het middelenvereiste te kunnen gaan voldoen; +• aan alle overige algemene voorwaarden van artikel 16 Vw wordt voldaan (zie B1/4). Hierbij is van belang dat ten aanzien van het vast stellen van de identiteit en de gezinsband, aangesloten wordt bij de bepalingen van C12/6 . + +De gezinsleden zijn vrijgesteld van het legesvereiste (zie artikel 3.34b, eerste lid, onder i, VV). Voor de behandeling van aanvragen om een mvv wordt verwezen naar B1/1. + +Nadat in dit kader een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend, is het gestelde in B1 en B2 onverkort van toepassing. #### 1.3. Bijzondere categorieën gezinsleden @@ -7084,11 +7100,11 @@ Indien het noodzakelijk is, kan de politie het slachtoffer of de getuige-aangeve De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor een periode van één jaar verleend. De verblijfsvergunning is geldig zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan of waaraan op andere wijze medewerking is verleend. -Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, komt de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in B9 te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de contactpersoon mensenhandel van de IND, alsmede aan het slachtoffer van mensenhandel. +Zodra de strafzaak door het OM wordt geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld dan wel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan en hiertegen geen beroep in cassatie is ingesteld, komt de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in B9 te ontvallen. Het OM doet hiervan melding aan de contactpersoon mensenhandel van de IND, alsmede aan het slachtoffer van mensenhandel. De verblijfsvergunning wordt dan ingetrokken. Betrokkene dient Nederland uit eigen beweging te verlaten. De rechtsplicht om Nederland te verlaten blijft achterwege, indien betrokkene een aanvraag indient om een verblijfsvergunning voor een ander doel en aan de daaraan gestelde voorwaarden is voldaan. -Het beroep in cassatie mag niet in Nederland worden afgewacht, aangezien de Hoge Raad enkel oordeelt over de juiste toepassing van het recht en niet over de feiten. +Het beroep in cassatie mag in Nederland worden afgewacht, aangezien de Hoge Raad de zaak nog terug kan wijzen naar het Hof. Cassatie in het belang der wet mag niet in Nederland worden afgewacht, aangezien cassatie in het belang der wet geen verandering in de rechten en positie van partijen te weeg kan brengen en derhalve geen rechtsgevolgen voor de betrokken partijen heeft. #### 8.2. Getuige-aangever