2011-04-28 | BWBR0004147 | Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A

This commit is contained in:
Coornhert 2011-04-28 12:00:00 +00:00
parent f7e116a22e
commit e96eb471d2

View file

@ -79,7 +79,8 @@ dd. biomassa: producten die uitsluitend bestaan uit plantaardig landbouw- of bos
4°. afvalstoffen bestaande uit hout dat niet als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten;
5°. afvalstoffen bestaande uit kurk;
ee. ketelinstallatie: stookinstallatie, ontworpen om in hoofdzaak water of stoom te verhitten;
ff. gasturbine: krachtwerktuig waarin een continu toegevoerd gecomprimeerd gasvormig mengsel van brandstof en lucht tot ontbranding wordt gebracht waarna dit axiaal expandeert langs een rotor.
ff. gasturbine: krachtwerktuig waarin een continu toegevoerd gecomprimeerd gasvormig mengsel van brandstof en lucht tot ontbranding wordt gebracht waarna dit axiaal expandeert langs een rotor;
gg. accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218).
### Artikel 2
@ -484,7 +485,7 @@ e. 35 milligram per normaal kubieke meter, voor overige gasvormige brandstoffen,
**5.**
Een bestaande stookinstallatie voor gasvormige brandstoffen wordt zodanig gebruikt dat de uitworp van stof met het rookgas niet meer bedraagt dan:
Een bestaande stookinstallatie voor gasvormige brandstoffen met een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer wordt zodanig gebruikt dat de uitworp van stof met het rookgas niet meer bedraagt dan:
a. 5 milligram per normaal kubieke meter als regel;
b. 10 milligram per normaal kubieke meter, voor hoogovengas;
@ -685,11 +686,11 @@ b. voor een stookinstallatie anders dan bedoeld onder a:
**3.** Een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid omvat mede de afstelling voor de verbranding, het systeem voor de toevoer van brandstof en verbrandingslucht en de afvoer van verbrandingsgassen.
**4.** Een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verricht door een persoon die beschikt over een geldig certificaat dat is afgegeven door een instelling die door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd teneinde uitvoering te kunnen geven aan de «Beoordelingrichtlijn voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties aan stookinstallaties» van de Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties. Degene die de inrichting drijft vraagt van degene die een keuring verricht een door hem opgesteld en ondertekend verslag van die keuring, waaruit ten minste blijkt wanneer en door wie de keuring is verricht en de resultaten van de keuring.
**4.** Een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verricht door een persoon die beschikt over een geldig certificaat dat is afgegeven door een instantie die door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd teneinde uitvoering te kunnen geven aan de «Beoordelingrichtlijn voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties aan stookinstallaties» van de Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties. Degene die de inrichting drijft vraagt van degene die een keuring verricht een door hem opgesteld en ondertekend verslag van die keuring, waaruit ten minste blijkt wanneer en door wie de keuring is verricht en de resultaten van de keuring.
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven betreffende de in het vierde lid bedoelde beoordelingrichtlijn.
**6.** Met een certificaat of accreditatie als bedoeld in het vierde lid, wordt gelijkgesteld een certificaat of een accreditatie afgegeven door een daartoe bevoegd verklaarde certificeringinstelling, onderscheidenlijk accreditatie-instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, welk certificaat of welke accreditatie is afgegeven op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen of normdocumenten wordt gewaarborgd.
**6.** Met een certificaat als bedoeld in het vierde lid wordt gelijkgesteld een certificaat afgegeven door een daartoe bevoegd verklaarde certificeringinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, welk certificaat is afgegeven op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen of normdocumenten wordt gewaarborgd.
**7.** Indien uit een keuring als bedoeld in het vierde lid blijkt dat de stookinstallatie onderhoud behoeft vindt dat onderhoud binnen twee weken na de keuring plaats. Degene die de inrichting drijft vraagt aan degene die onderhoud verricht aan de stookinstallatie, een door hem ondertekend bewijs waaruit blijkt wanneer, door wie en welk onderhoud is verricht.
@ -848,9 +849,9 @@ b. continue meting van de parameters van de voor een stookinstallatie vastgestel
**4.** Jaarlijks wordt een verificatietest uitgevoerd op de ter controle van een emissie-eis geïnstalleerde apparatuur en op de toegepaste uitworpkarakteristieken door middel van parallelle metingen. Om de drie jaar worden de geïnstalleerde apparatuur en de toegepaste uitworpkarakteristieken door middel van referentiemetingen gekalibreerd.
**5.** Het uitvoeren van afzonderlijke metingen, parallelmetingen en referentiemetingen geschiedt door een bedrijf dat met het oog op het verrichten van die metingen is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Met een accreditatie als bedoeld in de vorige volzin, wordt gelijkgesteld een accreditatie afgegeven door een daartoe bevoegd verklaarde accreditatie-instelling, in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, welke accreditatie is afgegeven op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen of normdocumenten wordt gewaarborgd.
**5.** Het uitvoeren van afzonderlijke metingen, parallelmetingen en referentiemetingen geschiedt door een instantie die voor deze verrichtingen geaccrediteerd is door een accreditatie-instantie.
**6.** Een in het tweede en vijfde lid, onder b, bedoelde norm heeft betrekking op de laatst uitgegeven norm met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven norm, aanvulling of correctieblad wordt eerst van toepassing één jaar na de datum van uitgifte.
**6.** Een in het tweede bedoelde norm heeft betrekking op de laatst uitgegeven norm met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven norm, aanvulling of correctieblad wordt eerst van toepassing één jaar na de datum van uitgifte.
### Artikel 30c
@ -949,13 +950,13 @@ b. indien het een stookinstallatie betreft met een thermisch vermogen van minder
De emissie aan zwaveldioxide van een stookinstallatie die onderdeel uitmaakt van een raffinaderij wordt bepaald door:
a. continue meting indien de stookinstallatie een vermogen heeft van 100 MW of meer;
b. afzonderlijke meting indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van 50 megawatt of meer, maar minder dan 100 megawatt, tenzij continue meting plaatsvindt.
b. afzonderlijke meting indien de stookinstallatie een thermisch vermogen heeft van minder dan 100 megawatt, tenzij continue meting plaatsvindt.
**2.**
In afwijking van het eerste lid kan, indien de emissie aan zwaveldioxide van een stookinstallatie die onderdeel uitmaakt van een raffinaderij uitsluitend wordt bepaald door het zwavelgehalte van de ingezette brandstoffen, in de volgende gevallen worden volstaan met registratie in een register van de aard en de gebruikte hoeveelheden van de ingezette brandstoffen, het zwavelgehalte daarvan en alle andere gegevens die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of aan de emissie-eisen voor zwaveldioxide is voldaan:
a. de stookinstallatie heeft een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer, maar minder dan 100 megawatt;
a. de stookinstallatie heeft een thermisch vermogen van minder dan 100 megawatt;
b. de stookinstallatie zal na uiterlijk 10.000 bedrijfsuren, te rekenen vanaf 27 november 2002, definitief buiten bedrijf worden gesteld;
c. de stookinstallatie is een ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-installatie die, of een procesfornuis dat met aardgas wordt gestookt;
d. de stookinstallatie wordt met olie gestookt, het zwavelgehalte van deze olie is bekend en de stookinstallatie heeft geen rookgasontzwavelingsinstallatie;
@ -985,7 +986,7 @@ b. 95% van alle uurgemiddelden niet hoger is dan 200% van de waarde van de emiss
**2.**
De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer, maar minder dan 100 megawatt, niet zijnde een gasturbine of een gasturbine-installatie, een zuigermotor of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, wordt bepaald door:
De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 100 megawatt, niet zijnde een gasturbine of een gasturbine-installatie, een zuigermotor of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, wordt bepaald door:
a. continue meting indien het een stookinstallatie betreft waarop artikel 13, tweede lid, onder c, of vierde lid, onder c, onder 1°, of artikel 24, vierde of vijfde lid, van toepassing is, tenzij op een andere wijze ten genoegen van het bevoegd gezag wordt aangetoond dat de voor de stookinstallatie geldende emissie-eis niet zal worden overschreden;
b. afzonderlijke meting indien geen continue meting plaatsvindt.
@ -1025,7 +1026,7 @@ in welke gevallen de artikelen 35 en 36 van overeenkomstige toepassing zijn.
Het eerste lid is van toepassing op een stookinstallatie voor aardgas:
a. met een thermisch vermogen 1 megawatt of meer, maar minder dan 7,5 megawatt die uitsluitend wordt gebruikt voor het verhitten van water of stoom bij een druk niet hoger dan 1 MPa zonder dat daarbij luchtvoorverwarming wordt toegepast en
a. met een thermisch vermogen van minder dan 7,5 megawatt die uitsluitend wordt gebruikt voor het verhitten van water of stoom bij een druk niet hoger dan 1 MPa zonder dat daarbij luchtvoorverwarming wordt toegepast en
b. waarop artikel 13, vierde lid, onder c of d, of 17, eerste lid, onder b, van toepassing is.
### Artikel 39
@ -1034,7 +1035,7 @@ b. waarop artikel 13, vierde lid, onder c of d, of 17, eerste lid, onder b, van
**2.**
De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een gasturbine, een gasturbine-installatie of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, met een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer, maar minder dan 100 MW, bepaald door:
De concentratie aan stikstofoxiden in rookgas wordt bij een gasturbine, een gasturbine-installatie of een combinatie van installaties als bedoeld in artikel 22, met een thermisch vermogen van minder dan 100 MW, bepaald door:
a. continue meting indien ter bestrijding van de emissie van stikstofoxiden met het rookgas injectie van water, stoom of een ander inert materiaal wordt toegepast, tenzij op een andere wijze ten genoegen van het bevoegd gezag wordt aangetoond dat de voor de stookinstallatie geldende emissie-eis niet zal worden overschreden;
b. afzonderlijke meting indien geen continue meting plaatsvindt.
@ -1100,7 +1101,7 @@ b. de stookinstallatie is een ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-install
**3.**
De concentratie aan stof in rookgas wordt bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen van 50 megawatt of meer, maar minder dan 100 MW bepaald door middel van een afzonderlijke meting, tenzij:
De concentratie aan stof in rookgas wordt bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 100 MW bepaald door middel van een afzonderlijke meting, tenzij:
a. continue meting plaatsvindt of
b. de stookinstallatie een ketelinstallatie, gasturbine of gasturbine-installatie is die, of een procesfornuis is dat wordt gestookt met een gasvormige brandstof die gezien de herkomst geen dusdanige hoeveelheid stofdeeltjes kan bevatten dat daardoor 10% van de betreffende emissie-eis kan worden overschreden.
@ -1147,7 +1148,7 @@ Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de concentr
**1.** Ingeval met betrekking tot zware stookolie een besluit krachtens artikel 5 of 6 van de Distributiewet 1939 is vastgesteld en toepassing is gegeven aan artikel 5a van het Besluit zwavelgehalte brandstoffen, kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, voor stookinstallaties voor zware stookolie waarop artikel 12, eerste en tweede of achtste lid, of artikel 16, eerste en tweede of zesde lid, van het onderhavige besluit van toepassing is, waarden voor de toegestane uitworp van zwaveldioxide vaststellen, die voor een periode van ten hoogste zes maanden in de plaats komen van de waarden vermeld in die leden. Onze Minister neemt hierbij de voorschriften van richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PbEG L 309) in acht.
**2.** Het eerste lid geldt voor een andere dan een bestaande stookinstallatie slechts indien het thermisch vermogen van de stookinstallatie 50 megawatt of meer maar minder dan 50 megawatt is.
**2.** Het eerste lid geldt voor een andere dan een bestaande stookinstallatie slechts indien het thermisch vermogen van de stookinstallatie 50 megawatt of meer maar minder dan 300 megawatt is.
**3.** Een waarde als bedoeld in het eerste lid is voor stookinstallaties waarvoor een emissie-eis van 1700 mg/m^3 geldt, niet hoger dan de waarde voor de uitworp van zwaveldioxide met het rookgas, die zou optreden wanneer zware stookolie wordt verbruikt met een zwavelgehalte, gelijk aan een gehalte dat is vastgesteld met toepassing van artikel 5*a* van het Besluit zwavelgehalte brandstoffen.