2009-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag
This commit is contained in:
parent
475a1d563f
commit
e98d33d595
1 changed files with 91 additions and 73 deletions
|
|
@ -101,15 +101,15 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van onttrekking.
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Het tarief bedraagt per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,1883.
|
||||
**1.** Het tarief bedraagt per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,1915.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief nihil voor onttrekkingen door middel van een inrichting waarbij grondwater wordt onttrokken en vervolgens in een gesloten systeem weer volledig wordt teruggevoerd in hetzelfde watervoerende pakket als waaraan het is onttrokken, in overeenstemming met de voorwaarden welke daartoe zijn gesteld in de vergunning die voor het onttrekken en terugvoeren van water is verleend ingevolge de Grondwaterwet.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor onttrekkingen met behulp van een OEDI per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,0609 voor zover de in een jaar onttrokken hoeveelheid grondwater de in dat jaar geïnfiltreerde hoeveelheid water niet overschrijdt, met dien verstande dat in dat geval de onttrekking door middel van een oevergrondwaterwinning en de infiltratie niet in aanmerking worden genomen.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor onttrekkingen met behulp van een OEDI per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,0619 voor zover de in een jaar onttrokken hoeveelheid grondwater de in dat jaar geïnfiltreerde hoeveelheid water niet overschrijdt, met dien verstande dat in dat geval de onttrekking door middel van een oevergrondwaterwinning en de infiltratie niet in aanmerking worden genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1577.
|
||||
De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1604.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -211,7 +211,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt.
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,151 per kubieke meter leidingwater.
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,154 per kubieke meter leidingwater.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -316,12 +316,12 @@ b. de afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze stoffen zijn ontstaan, worde
|
|||
|
||||
Het tarief bedraagt in geval van:
|
||||
|
||||
a. het storten van afvalstoffen: € 88,21 per 1000 kilogram;
|
||||
a. het storten van afvalstoffen: € 89,71 per 1000 kilogram;
|
||||
b. het verbranden van afvalstoffen: nihil.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief € 14,56 per 1000 kilogram voor:
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief € 14,81 per 1000 kilogram voor:
|
||||
|
||||
a. afvalstoffen die uitsluitend bestaan uit de categorie van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder 21, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen;
|
||||
b. gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
|
|
@ -509,7 +509,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 12,95.
|
||||
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 13,17.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,13 +731,13 @@ Indien in een verbruiksperiode ten aanzien van degene van wie op grond van artik
|
|||
|
||||
Het tarief bedraagt voor:
|
||||
|
||||
a. halfzware olie, per 1000 L € 166,20;
|
||||
b. gasolie, per 1000 L € 167,58;
|
||||
c. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1000 kilogram € 198,41.
|
||||
a. halfzware olie, per 1000 L € 169,03;
|
||||
b. gasolie, per 1000 L € 170,43;
|
||||
c. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1000 kilogram € 201,78.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief nihil voor halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen dan wel voor de voortstuwing van luchtvaartuigen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I onderscheidenlijk € 17,8432, € 17,9759 en € 21,4424, indien geen aansluiting aanwezig is voor aardgas.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I onderscheidenlijk € 18,1465, € 18,2815 en € 21,8069, indien geen aansluiting aanwezig is voor aardgas.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,22 +749,22 @@ Het tarief bedraagt voor:
|
|||
|
||||
a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1554;
|
||||
– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1362;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0378;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0120;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0112 voor niet-zakelijk verbruik en per kubieke meter € 0,0079 voor zakelijk verbruik;
|
||||
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,0305 per kubieke meter;
|
||||
– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1580;
|
||||
– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1385;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0384;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0122;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0114 voor niet-zakelijk verbruik en per kubieke meter € 0,0080 voor zakelijk verbruik;
|
||||
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,0310 per kubieke meter;
|
||||
c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,0752;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0375;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0104;
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,1085;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0398;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0106;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0010 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik.
|
||||
|
||||
**2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1554 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1580 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -780,11 +780,11 @@ c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksper
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01433;
|
||||
– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02279;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01908;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0120;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0079.
|
||||
– niet hoger is dan 5000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01457
|
||||
– hoger is dan 5000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02318;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01940;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0122;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0080.
|
||||
|
||||
**2.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -804,7 +804,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast. De vermindering bedraagt € 199 per verbruiksperiode van twaalf maanden per elektriciteitsaansluiting. Indien het bedrag van de over deze verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald.
|
||||
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast. De vermindering bedraagt € 318,62 per verbruiksperiode van twaalf maanden per elektriciteitsaansluiting. Indien het bedrag van de over deze verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen, wordt bij de berekening van het voorschotbedrag naar evenredigheid rekening gehouden met de belastingvermindering, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -939,7 +939,7 @@ a. luchthaven: terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en het
|
|||
b. vliegtuig: gemotoriseerd vliegtuig met een maximaal toegelaten startgewicht van 8 616 kilogram of meer;
|
||||
c. luchtvaartmaatschappij: rechtspersoon of natuurlijk persoon, die als eigenaar of exploitant van een vliegtuig met dat vliegtuig een of meer passagiers vervoert;
|
||||
d. passagier: natuurlijk persoon van 2 jaar of ouder die anders dan als boordpersoneel wordt vervoerd met een vliegtuig;
|
||||
e. boordpersoneel: ieder die aan boord van een vliegtuig tijdens de vlucht hetzij werkzaamheden verricht welke van direct belang zijn voor de bediening van het vliegtuig hetzij werkzaamheden verricht of heeft te verrichten ten behoeve van de inzittenden of de lading;
|
||||
e. boordpersoneel: ieder die aan boord van een vliegtuig tijdens de vlucht hetzij werkzaamheden verricht welke van direct belang zijn voor de bediening van het vliegtuig hetzij werkzaamheden verricht of heeft te verrichten ten behoeve van de inzittenden of de lading, alsmede ieder die uitsluitend wordt vervoerd in het kader van het tijdens de vlucht door hem verrichten van dergelijke werkzaamheden aan boord van een ander vliegtuig;
|
||||
f. bestemming: luchthaven gelegen op de grootste afstand van de luchthaven van vertrek, waar naartoe een passagier ingevolge de vervoersovereenkomst met de luchtvaartmaatschappij wordt vervoerd.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht
|
||||
|
|
@ -968,10 +968,19 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een vlie
|
|||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het tarief per passagier bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 11,25 indien de bestemming is gelegen in een lidstaat van de Europese Unie waarop het EG-Verdrag krachtens artikel 299 van dat verdrag van toepassing is, met uitzondering van de gebieden, bedoeld in artikel 299, tweede lid, van dat verdrag, dan wel op een vliegafstand van ten hoogste 2500 kilometer van de luchthaven van vertrek;
|
||||
b. € 45 in alle andere gevallen.
|
||||
a. € 11,25 indien de bestemming is gelegen op een vliegafstand van ten hoogste 2500 kilometer van de luchthaven van vertrek;
|
||||
b. € 45 in andere gevallen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, bedraagt het tarief € 11,25 indien de bestemming is gelegen op een vliegafstand van ten hoogste 3500 kilometer van de luchthaven van vertrek, en die bestemming is gelegen:
|
||||
|
||||
a. in een lidstaat van de Europese Unie; of
|
||||
b. in een land waarin ook ten minste één luchthaven is gelegen op een vliegafstand van ten hoogste 2500 kilometer van de luchthaven van vertrek.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Teruggaaf
|
||||
|
||||
|
|
@ -1004,22 +1013,28 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt ve
|
|||
a. verpakkingen: alle producten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van andere producten, van grondstoffen tot afgewerkte producten, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument, wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt daaronder begrepen, waarbij verpakkingen uitsluitend omvatten verkoop- of primaire verpakkingen, verzamel- of secundaire verpakkingen en verzend- of tertiaire verpakkingen en:
|
||||
|
||||
1°. waarbij producten als verpakking worden beschouwd indien zij aan het vorenstaande voldoen, ongeacht andere functies die de verpakking ook kan vervullen, tenzij het product integraal deel uitmaakt van een ander product en het nodig is om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren en alle elementen bedoeld zijn om samen gebruikt, verbruikt of verwijderd te worden;
|
||||
2°. waarbij producten die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld alsmede wegwerpartikelen die in gevulde toestand worden verkocht of die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, slechts als verpakking worden beschouwd indien zij een verpakkingsfunctie hebben; en
|
||||
3°. waarbij de componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen worden beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn en waarbij de bijbehorende elementen die aan een verpakt product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, als verpakking worden beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden;
|
||||
2°. waarbij producten die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld alsmede wegwerpartikelen die in gevulde toestand worden verkocht of die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, slechts als verpakking worden beschouwd indien zij een verpakkingsfunctie hebben;
|
||||
3°. waarbij de componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen worden beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn en waarbij de bijbehorende elementen die aan een verpakt product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, als verpakking worden beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden; en
|
||||
4°. met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen logistieke hulpmiddelen en producten die wel voldoen aan de definitie van verpakking, maar die naar hun aard hoofdzakelijk een andere functie dan een verpakkingsfunctie hebben, en mitsdien niet als verpakking worden beschouwd. De aanwijzing kan zowel individuele producten als groepen van producten betreffen. Ter zake kunnen eisen worden gesteld aan afmetingen dan wel inhoud;
|
||||
b. verkoop- of primaire verpakking: verpakking die zo is ontworpen dat zij voor de eindgebruiker of consument op het verkooppunt een verkoopeenheid vormt;
|
||||
c. verzamel- of secundaire verpakking: verpakking die zo is ontworpen dat zij op het verkooppunt een verzameling van een aantal verkoopeenheden vormt, ongeacht of deze als dusdanig aan de eindgebruiker of consument wordt verkocht, dan wel alleen dient om de rekken op het verkooppunt bij te vullen en die van het product kan worden verwijderd zonder dat dit de kenmerken ervan beïnvloedt;
|
||||
d. verzend- of tertiaire verpakking: verpakking die zo is ontworpen dat het verladen en het vervoer van verkoopeenheden of verzamelverpakkingen wordt vergemakkelijkt om fysieke schade door verlading of transport te voorkomen, weg-, spoor-, scheeps- of vliegcontainers niet daaronder begrepen;
|
||||
e. producent: de ondernemer die in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep:
|
||||
|
||||
1°. producten in een verpakking aan een ander ter beschikking stelt; of
|
||||
2°. verpakkingen aan een ander ter beschikking stelt die zijn ontworpen en bedoeld om op het verkooppunt te worden gevuld;
|
||||
f. importeur: de ondernemer die in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep producten in een verpakking vanuit een ander land in Nederland brengt;
|
||||
g. concern:
|
||||
2°. producten tezamen met verpakkingen aan een ander ter beschikking stelt;
|
||||
f. importeur: de ondernemer voor wie bestemd zijn de verpakte producten:
|
||||
|
||||
1°. de fiscale eenheid, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968; of
|
||||
2°. de op continuïteit gerichte samenwerkingsvorm waarbij de ene ondernemer andere ondernemers, op basis van schriftelijk vastgelegde afspraken, tegen betaling gebruik laat maken van een door eerstbedoelde ondernemer aangeboden formule, bestaande uit een samenstel van diensten en producten en een gelijk imago;
|
||||
1°. die worden ingevoerd in de zin van artikel 18 van de Wet op de omzetbelasting 1968;
|
||||
2°. die vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie in Nederland worden gebracht,
|
||||
|
||||
en die over deze verpakte producten in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf of beroep de beschikking verkrijgt;
|
||||
g. concern: de fiscale eenheid, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968;
|
||||
h. ondernemer: ondernemer in de zin van artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 die in Nederland is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft;
|
||||
i. biokunststof: kunststof die is gecertificeerd volgens de Europese norm EN 13 432 voor terugwinbaarheid door compostering en biodegradatie.
|
||||
i. biokunststof: kunststof die is gecertificeerd volgens de Europese norm EN 13 432 voor terugwinbaarheid door compostering en biodegradatie;
|
||||
j. logistieke hulpmiddelen: verpakkingen waarvan de transportfunctie de voornaamste functie is en die overigens veelal een zelfstandige functie hebben;
|
||||
k. loonverpakker: de ondernemer die in opdracht van een ander bedrijf producten herpakt, verpakt of ontpakt, die hij niet zelf heeft vervaardigd en waarvan hij niet de eigendom verkrijgt;
|
||||
l. drank: vloeistof bestemd voor menselijke consumptie en primair bedoeld om te worden gedronken.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -1033,9 +1048,9 @@ Onder de naam verpakkingenbelasting wordt een belasting geheven op verpakkingen.
|
|||
|
||||
De belasting wordt geheven ter zake van:
|
||||
|
||||
a. de verpakking van ter beschikking gestelde producten, voorzover die verpakking voor het eerst door een producent in Nederland ter beschikking wordt gesteld aan een ander;
|
||||
a. de verpakking van ter beschikking gestelde producten, voor zover die verpakte producten voor het eerst door een producent in Nederland ter beschikking worden gesteld aan een ander;
|
||||
b. de verpakking van producten, ingeval de importeur van de verpakte producten zich van die verpakking ontdoet;
|
||||
c. verpakkingen die zijn ontworpen en bedoeld om op het verkooppunt te worden gevuld, ingeval die verpakkingen voor het eerst door een producent in Nederland ter beschikking worden gesteld aan een ander.
|
||||
c. de verpakking die tezamen met een product dan wel producten ter beschikking wordt gesteld, voor zover deze voor het eerst door een producent in Nederland ter beschikking worden gesteld aan een ander.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1054,13 +1069,17 @@ a. indien artikel 82, eerste lid, onderdeel a of c, toepassing vindt: van de pro
|
|||
b. indien artikel 82, eerste lid, onderdeel b, toepassing vindt: van de importeur; of
|
||||
c. indien zowel onderdeel a als onderdeel b toepassing vindt: van de producent/importeur.
|
||||
|
||||
**2.** In geval een in het eerste lid, onderdeel a, b of c, bedoelde producent, importeur onderscheidenlijk producent/importeur, deel uitmaakt van een concern, wordt de belasting, in afwijking van het eerste lid, geheven van het concern.
|
||||
**2.** Ingeval een in het eerste lid, onderdeel a, b of c, bedoelde producent, importeur onderscheidenlijk producent/importeur, deel uitmaakt van een concern, wordt de belasting, in afwijking van het eerste lid, geheven van het concern.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een producent als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een loonverpakker is, wordt de belasting geheven van degene in wiens opdracht hij de producten herpakt, verpakt of ontpakt, tenzij de opdrachtgever in het buitenland is gevestigd. In dat laatste geval wordt de belasting geheven van de afnemer van de opdrachtgever die wel in Nederland is gevestigd.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Maatstaf van heffing en verschuldigdheid
|
||||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
De belasting wordt berekend over het gewicht van de verpakking, gemeten in kilogrammen.
|
||||
**1.** De belasting wordt berekend over het gewicht van de in de verpakking verwerkte materiaalsoorten, gemeten in kilogrammen.
|
||||
|
||||
**2.** De componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen, bedoeld in artikel 80, onderdeel a, onder 3°, hoeven niet afzonderlijk in de heffing te worden betrokken, maar mogen worden meegewogen met de materiaalsoort van de verpakking waarin ze zijn verwerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 84a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1092,29 +1111,25 @@ c. indien artikel 82, eerste lid, onderdeel c, toepassing vindt: op het tijdstip
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het tarief per kilogram bedraagt voor een primaire verpakking die is vervaardigd van:
|
||||
Het tarief per kilogram bedraagt voor in een verpakking verwerkte materiaalsoorten van:
|
||||
|
||||
a. glas: € 0,0456;
|
||||
b. aluminium en legeringen van aluminium: € 0,5731;
|
||||
c. overige metalen: € 0,1126;
|
||||
d. kunststof: € 0,3554;
|
||||
e. biokunststof: € 0,1777;
|
||||
f. papier en karton: € 0,0641;
|
||||
g. hout: € 0,0228;
|
||||
h. een andere materiaalsoort: € 0,1017.
|
||||
| a. aluminium en legeringen van aluminium: | € 0,8766 |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| b. kunststof: | € 0,4339 |
|
||||
| c. overige metalen: | € 0,1461 |
|
||||
| d. biokunststof: | € 0,0733 |
|
||||
| e. papier en karton: | € 0,0733 |
|
||||
| f. glas: | € 0,0662 |
|
||||
| g. hout: | € 0,0194 |
|
||||
| h. een andere materiaalsoort: | € 0,1619 |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Indien een verpakking een fles voor drank betreft waarvoor op grond van een publiekrechtelijk voorschrift een op de consument gerichte statiegeldregeling geldt, bedraagt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, voor een dergelijke verpakking het tarief per kilogram, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het tarief, genoemd in het eerste lid.
|
||||
|
||||
Het tarief per kilogram bedraagt voor een secundaire of tertiaire verpakking die is vervaardigd van:
|
||||
**3.** Indien een uitsplitsing naar materiaalsoorten niet anders dan met buitengewoon bezwaar mogelijk is, bedraagt het tarief per kilogram verpakking: € 0,50 (algemeen tarief).
|
||||
|
||||
a. glas: € 0,0160;
|
||||
b. aluminium en legeringen van aluminium: € 0,2011;
|
||||
c. overige metalen: € 0,0395;
|
||||
d. kunststof: € 0,1247;
|
||||
e. biokunststof: € 0,0624;
|
||||
f. papier en karton: € 0,0225;
|
||||
g. hout: € 0,0080;
|
||||
h. een andere materiaalsoort: € 0,0357.
|
||||
**4.** Indien het algemeen tarief van toepassing is, en de belastingplichtige, de materiaalsoorten op volgorde van tariefhoogte, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking nemend, aannemelijk maakt dat de materiaalsoort «aluminium en legeringen van aluminium» en eventuele volgende materiaalsoorten niet in de verpakkingen zijn verwerkt, geldt het tarief, genoemd in het eerste lid, dat hoort bij de eerstvolgende materiaalsoort dat wel in de verpakkingen is verwerkt.
|
||||
|
||||
**5.** De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor toepassing van het algemeen tarief, al dan niet verlaagd op grond van het vierde lid, dient hiertoe een verzoek in bij de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Belastingvermindering
|
||||
|
||||
|
|
@ -1122,11 +1137,16 @@ h. een andere materiaalsoort: € 0,0357.
|
|||
|
||||
**1.** Op het bedrag van de belasting die in een tijdvak verschuldigd is geworden door een belastingplichtige als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel tweede lid, wordt een vermindering toegepast tot ten hoogste het bedrag van die verschuldigde belasting.
|
||||
|
||||
**2.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op één materiaalsoort als bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering: 15 000 vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede of derde lid.
|
||||
**2.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op één materiaalsoort als bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering: 15 000 vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op twee of meer van de materiaalsoorten, bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering de optelsom van de verminderingen per materiaalsoort, waarbij de vermindering per materiaalsoort bedraagt: 15 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van die materiaalsoort in het totaalgewicht van al die materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor de betreffende materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede of derde lid.
|
||||
**3.** In geval de verschuldigde belasting betrekking heeft op twee of meer van de materiaalsoorten, bedoeld in artikel 86, is het bedrag van de vermindering de optelsom van de verminderingen per materiaalsoort, waarbij de vermindering per materiaalsoort bedraagt: 15 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van die materiaalsoort in het totaalgewicht van al die materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor de betreffende materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede, derde of vierde lid.
|
||||
|
||||
**4.** In geval een materiaalsoort als bedoeld in artikel 86 zowel betrekking heeft op primaire verpakkingen als op secundaire of tertiaire verpakkingen, is het bedrag van de vermindering voor die materiaalsoort de optelsom van de verminderingen per verpakkingssoort, waarbij de vermindering per verpakkingssoort bedraagt: 15 000 vermenigvuldigd met het gewichtsaandeel van de verpakkingssoort in het totaalgewicht van alle materiaalsoorten samen, vermenigvuldigd met het voor die materiaalsoort geldende tarief, bedoeld in artikel 86, eerste, tweede of derde lid.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel:
|
||||
|
||||
a. worden de materiaalsoorten waarvoor in artikel 86, eerste en tweede lid, een tarief is bepaald als afzonderlijke materiaalsoorten aangemerkt;
|
||||
b. worden, indien artikel 86, derde of vierde lid, is toegepast, de ongesplitste materiaalsoorten als één materiaalsoort aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5a. Exportvermindering
|
||||
|
||||
|
|
@ -1172,12 +1192,6 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wi
|
|||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de heffing van de verpakkingenbelasting. Hierbij kunnen regels worden gesteld inzake het verleggen van de belastingplicht, het al dan niet van toepassing zijn van de vermindering bij indirecte export, bedoeld in afdeling 5a, en het bij de belastingplicht direct verdisconteren van deze exportvermindering, resulterende in een lager aantal aan te geven kilogrammen verpakking.
|
||||
|
||||
### Artikel 88b
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 82, 83, 87 en 87a kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de heffing van de belasting van een vertegenwoordiger van een groep belastingplichtigen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het voorgaande lid kan worden afgeweken van artikel 82, tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Wijze van heffing
|
||||
|
|
@ -1192,7 +1206,11 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t
|
|||
|
||||
**4.** Bij toepassing van hoofdstuk VIII dient in afwijking in zoverre van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de belasting binnen één kwartaal na het einde van het tijdvak op aangifte te worden voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de berekening van de verschuldigde belasting leidt tot een negatief bedrag verleent de inspecteur op verzoek van de belastingplichtige teruggaaf van dit bedrag.
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid dient bij toepassing van artikel 84a de belasting op aangifte te worden voldaan binnen één kwartaal volgend op het kwartaal waarbinnen de dagtekening ligt van de beschikking waarbij het forfait wordt vastgesteld, tenzij deze beschikking is gegeven in een kalenderjaar voorafgaande aan of in een kalenderjaar waarop het forfait mede betrekking heeft. In dat laatste geval geldt het vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Bij toepassing van artikel 84a zijn de artikelen 20, 67c en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van overeenkomstige toepassing, indien de belastingplichtige niet heeft voldaan aan de meldingsplicht, bedoeld in artikel 84a, vijfde lid, of onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt bij de vaststelling van het forfait.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de berekening van de verschuldigde belasting leidt tot een negatief bedrag verleent de inspecteur op verzoek van de belastingplichtige teruggaaf van dit bedrag.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Aanvullende regelingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1202,9 +1220,9 @@ De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkom
|
|||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in artikel 20, eerste lid, 27, tweede lid, 30, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, 54, derde lid, 66, eerste lid, 67, eerste lid, 68, eerste en tweede lid, 69, eerste tot en met derde lid, 70, eerste tot en met derde lid, 89, derde lid, en 92, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
**1.** De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, 27, tweede lid, 30, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, 54, derde lid, 66, eerste lid, 67, eerste lid, 68, eerste en tweede lid, 69, eerste tot en met derde lid, 70, eerste tot en met derde lid, 78, eerste lid, 84a, eerste en vierde lid, 86, vijfde lid, 87b, eerste lid, 89, derde lid, en 92, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
|
||||
**2.** Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving. In afwijking van de eerste volzin bedraagt de beslistermijn voor het verzoek, bedoeld in artikel 84a, eerste en vierde lid, een jaar na ontvangst van het verzoek. In geval tevens een verzoek als bedoeld in artikel 86, vijfde lid, wordt gedaan, wordt de beslissing op dit laatste verzoek, in afwijking van de eerste volzin, tegelijk genomen met de beslissing op het verzoek, bedoeld in de tweede volzin.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de inspecteur de beschikking niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan geven, stelt hij de belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de beschikking wel zal worden gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue