2008-10-22 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra
This commit is contained in:
parent
3da170eb9f
commit
e99e9a0b82
1 changed files with 14 additions and 12 deletions
|
|
@ -148,7 +148,7 @@ d. cluster 4: onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamel
|
|||
|
||||
Speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs mag, onverminderd het derde en vierde lid, slechts worden gegeven door degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
|
||||
b. in het bezit is van:
|
||||
|
||||
1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van dat onderwijs of ten aanzien van een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderdelen daarvan of vakken als bedoeld in de artikelen 13, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, en 14, eerste tot en met derde en vijfde lid, is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, of krachtens artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
|
||||
|
|
@ -177,7 +177,7 @@ b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift d
|
|||
|
||||
Onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in artikel 32a, derde lid, mogen slechts worden verricht door degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
|
||||
b. in het bezit is van een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de Wet educatie en beroepsonderwijs, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in artikel 32a, derde lid, bedoelde bekwaamheidseisen of
|
||||
c. in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, of
|
||||
d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
|
||||
|
|
@ -345,7 +345,7 @@ e. geestelijke stromingen.
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen omvat, waar mogelijk in samenhang;
|
||||
Speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen voor wie het zeer moeilijk lerend zijn een van de handicaps is omvat, waar mogelijk in samenhang;
|
||||
|
||||
a. zintuiglijke oefening;
|
||||
b. lichamelijke oefening;
|
||||
|
|
@ -387,7 +387,7 @@ b. de combinatie van vakken waarin onderwijs wordt gegeven.
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Onze minister bepaalt op voorstel van het bevoegd gezag per school, welke onderdelen genoemd in de artikelen 13, eerste tot en met vierde lid, en 14, het speciaal onderwijs, onderscheidenlijk het voortgezet speciaal onderwijs aan meervoudig gehandicapte kinderen omvat.
|
||||
Onze minister bepaalt op voorstel van het bevoegd gezag per school, welke onderdelen genoemd in de artikelen 13, eerste tot en met vijfde lid, en 14, het speciaal onderwijs, onderscheidenlijk het voortgezet speciaal onderwijs aan meervoudig gehandicapte kinderen omvat.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,7 +731,7 @@ Tot directeur of adjunct-directeur kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld z
|
|||
|
||||
a. in het bezit is van:
|
||||
|
||||
1°. een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
|
||||
1°. een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
|
||||
2°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, en
|
||||
b. voor zover tot de functie werkzaamheden behoren waarvoor op grond van artikel 32a, tweede lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, in het bezit is van:
|
||||
|
||||
|
|
@ -761,7 +761,7 @@ b. te voldoen aan de overige vereisten voor de te vervullen functie.
|
|||
|
||||
**10.** Indien betrokkene in het bezit is van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 162e vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin. Het bevoegd gezag dat betrokkene voor de eerste maal na afgifte van de geschiktheidsverklaring benoemt of tewerkstelt zonder benoeming, tekent het feit en de datum van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming aan op die verklaring.
|
||||
|
||||
**11.** Directeuren en adjunct-directeuren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming voordat de Wet op de beroepen in het onderwijs in werking is getreden en bij hun benoeming niet beschikten over een getuigschrift als bedoeld in het tweede lid, onder a.2°, zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van die wet benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming als directeur respectievelijk adjunct-directeur indien zij in elk geval voldoen aan de vereisten van het tweede lid, onder a.1° en c. Het derde lid is niet van toepassing op deze directeuren en adjunct-directeuren.
|
||||
**11.** Directeuren en adjunct-directeuren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming voordat de Wet op de beroepen in het onderwijs in werking is getreden en bij hun benoeming of tewerkstelling zonder benoeming niet beschikten over een getuigschrift als bedoeld in het tweede lid, onder a.2°, zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van die wet benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming als directeur respectievelijk adjunct-directeur indien zij in elk geval voldoen aan de vereisten van het tweede lid, onder a.1° en c. Het derde lid is niet van toepassing op deze directeuren en adjunct-directeuren.
|
||||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1252,7 +1252,7 @@ i. voor personeelsleden die bij de uitoefening van hun functie kennis nemen van
|
|||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag draagt zorg dat afschriften van de bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, de geschiktheidsverklaringen, van de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede van de akten van benoeming van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid, aanhef en onder i, en het vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.
|
||||
**5.** Het tweede lid, aanhef en onder i, en het vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
|
|
@ -2375,7 +2375,7 @@ c. de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zesde, zevende, negende
|
|||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Indien op 16 januari van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt dat door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door de school wordt verzorgd, aanspraak bestond op verhoging van de formatie ingevolge artikel 9 van het Formatiebesluit WEC, zijn grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 111:
|
||||
Indien op 16 januari van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt, aanspraak bestond op verhoging van de bekostiging bij aanzienlijke tussentijdse toename van het aantal leerlingen per die datum, zijn grondslag voor de bekostiging ten behoeve van de uitgaven voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 111:
|
||||
|
||||
a. de schoolgrootte die normatief wordt bepaald op basis van het op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 70, normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen naar de maatstaf van het aantal leerlingen op 16 januari van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt dat door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door de school wordt verzorgd,
|
||||
b. het aantal leerlingen op 16 januari van het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt dat door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door de school wordt verzorgd, en
|
||||
|
|
@ -2497,7 +2497,7 @@ b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het
|
|||
|
||||
### Artikel 134a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gemeenteraad ten aanzien van een of meer door de gemeente in stand gehouden openbare scholen besluit dat deze met ingang van een datum die is gelegen in de periode die aanvangt met een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt met ingang van het zevende kalenderjaar daaropvolgend, in stand zullen worden gehouden door een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente, kan de regeling, bedoeld in artikel 134, eerste lid, dan wel de regeling, bedoeld in artikel 135, eerste lid, bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen en in afwijking van artikel 134, tweede lid, dan wel een regeling op grond van dit artikel bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen, erin voorzien dat door een gemeente aan een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente die die scholen in stand houden, een vergoeding voor administratie, beheer en bestuur wordt toegekend als aangegeven in het tweede lid.
|
||||
**1.** Indien de gemeenteraad ten aanzien van een of meer door de gemeente in stand gehouden openbare scholen besluit dat deze met ingang van een datum die is gelegen in de periode die aanvangt met een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt met ingang van het negende kalenderjaar daaropvolgend, in stand zullen worden gehouden door een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente, kan de regeling, bedoeld in artikel 134, eerste lid, dan wel de regeling, bedoeld in artikel 135, eerste lid, bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen en in afwijking van artikel 134, tweede lid, dan wel een regeling op grond van dit artikel bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen, erin voorzien dat door een gemeente aan een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente die die scholen in stand houden, een vergoeding voor administratie, beheer en bestuur wordt toegekend als aangegeven in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De vergoeding, die op grond van het eerste lid kan worden toegekend, bedraagt gedurende het eerste en het tweede kalenderjaar volgend op het tijdstip waarop de scholen, bedoeld in het eerste lid, niet langer door de gemeente in stand worden gehouden, maximaal 4 maal het bedrag voor administratie, beheer en bestuur, op grond van artikel 112, eerste lid, onderdeel e, en gedurende het derde, vierde en vijfde kalenderjaar maximaal 3 maal dat bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2604,11 +2604,11 @@ Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 139,
|
|||
|
||||
### Artikel 143
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het totaal van de in de artikelen 124, 128 en 131 bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en de personeelskosten aanwenden voor kosten voor materiële instandhouding, personeelskosten van de school, personeelskosten in verband met benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van personeel, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, dan wel mede voor die kosten van een van de andere scholen van dat bevoegd gezag.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag wendt het totaal van de in de artikelen 124, 128 en 131 bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en de personeelskosten uitsluitend aan voor kosten voor materiële instandhouding, personeelskosten van de school, personeelskosten in verband met benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van personeel, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, dan wel mede voor die kosten van een van de andere scholen van dat bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan de in de artikelen 124, 128 en 131 bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en voor de personeelskosten mede aanwenden voor de in het eerste lid bedoelde kosten van:
|
||||
Het bevoegd gezag kan de in de artikelen 124, 128, 131 en 166a bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en voor de personeelskosten mede aanwenden voor de in het eerste lid bedoelde kosten van:
|
||||
|
||||
a. een regionaal expertisecentrum, een centrale dienst of een andere school;
|
||||
b. een centrale dienst of een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of een centrale dienst dan wel een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
|
@ -2908,10 +2908,12 @@ b. leraren in het desbetreffende vak of vakgebied, niet zijnde personeelsleden v
|
|||
|
||||
### Artikel 162h
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister kan op aanvraag van het bestuur een instelling erkennen als bevoegd tot het uitvoeren of onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren van het geschiktheidsonderzoek. Erkenning vindt uitsluitend plaats indien de instelling voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid en betrouwbaarheid. Een erkende instelling heeft tevens de bevoegdheid tot het verstrekken van geschiktheidsverklaringen op grond van het geschiktheidsonderzoek en tot het doen van voorstellen over de noodzakelijke scholing en begeleiding, met inachtneming van artikel 162f, tweede lid, onder c.
|
||||
**1.** Onze minister kan op aanvraag van het bestuur een instelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, erkennen als bevoegd tot het uitvoeren of onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren van het geschiktheidsonderzoek. Erkenning vindt plaats indien het bestuur in zijn aanvraag ten genoegen van Onze Minister aantoont dat de instelling het geschiktheidsonderzoek onafhankelijk, deskundig en betrouwbaar zal uitvoeren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin, waaronder regels over de behandeling en beoordeling van de aanvraag. Een erkende instelling heeft tevens de bevoegdheid tot het verstrekken van geschiktheidsverklaringen op grond van het geschiktheidsonderzoek en tot het doen van voorstellen over de noodzakelijke scholing en begeleiding, met inachtneming van artikel 162f, tweede lid, onder c.
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de behandeling van aanvragen om erkenning kan Onze minister een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verlangen van het bestuur van de instelling.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de erkenning intrekken indien de instelling, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister het geschiktheidsonderzoek niet langer onafhankelijk, deskundig of betrouwbaar uitvoert.
|
||||
|
||||
### Artikel 162i
|
||||
|
||||
Het bekwaamheidsonderzoek strekt ertoe, vast te stellen of de leraar voldoet aan de in artikel 32a, eerste lid, bedoelde bekwaamheidseisen voor het onderwijs waarvoor die eisen zijn vastgesteld.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue