diff --git a/wet/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens/BWBR0030733/README.md b/wet/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens/BWBR0030733/README.md index 07b9e6d2087..9b1ecf63f3f 100644 --- a/wet/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens/BWBR0030733/README.md +++ b/wet/wet-college-voor-de-rechten-van-de-mens/BWBR0030733/README.md @@ -156,10 +156,10 @@ c. sinds het in artikel 10 bedoelde onderscheid een zodanige termijn is verstrek **1.** -De artikelen 46c, 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46h, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46m, 46n, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing op de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat: +De artikelen 46c, 46ca, 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46h, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46m, 46n, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing op de leden en plaatsvervangende leden van het College, met dien verstande dat: -a. de disciplinaire maatregel, bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de voorzitter van het College door de president van het gerechtshof Den Haag en ten aanzien van de overige leden en plaatsvervangende leden door de voorzitter van het College wordt opgelegd; -b. het in artikel 46c, eerste lid, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of haar advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen niet op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van toepassing is; +a. de disciplinaire maatregel, bedoeld in artikel 46ca, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van de voorzitter van het College door de president van het gerechtshof Den Haag en ten aanzien van de overige leden en plaatsvervangende leden door de voorzitter van het College wordt opgelegd; +b. het in artikel 46c, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of haar advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen niet op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van toepassing is; c. in de artikelen 46j en 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: de voorzitter van het College. **2.** De benoeming van de leden en van de plaatsvervangende leden geschiedt voor een tijdvak van ten hoogste zes jaar. Herbenoeming is terstond mogelijk.