2006-12-06 | BWBR0020589 | Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning en vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3

This commit is contained in:
Coornhert 2006-12-06 12:00:00 +00:00
parent de573f04aa
commit ea01b6f3a3

View file

@ -18,7 +18,23 @@ Het besluit van 5 december 2005, nr. CPP2005/2727M, wordt opnieuw uitgebracht o
## 1. Inleiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In dit besluit zijn in de eerste plaats alle thans geldende beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van de kapitaalverzekering eigen woning.
In de tweede plaats zijn in dit besluit alle thans geldende beleidsstandpunten opgenomen betreffende vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die met toepassing van de Invoeringswet Wet IB 2001 zijn of worden omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning.
Ten slotte zijn opgenomen de voor de toepassing van de Invoeringswet ingenomen beleidsstandpunten ter zake van reeds vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning. In vrijwel alle gevallen gaat het om kapitaalverzekeringen die behoren tot box 3. Opgemerkt zij dat voor dergelijke kapitaalverzekeringen gedurende de gehele looptijd mede de Wet IB 1964 van toepassing blijft. De voor dergelijke verzekeringen nog geldende beleiddstandpunten die louter betrekking hebben op de Wet IB 1964, zijn niet in dit overzichtsbesluit opgenomen aangezien die standpunten bij de invoering van de Wet IB 2001 niet opnieuw zijn gepubliceerd.
De geactualiseerde standpunten zijn thematisch gerangschikt en zoveel mogelijk samengevoegd naar de situaties die met betrekking tot een kapitaalverzekering aan de orde kunnen zijn. Daarbij worden ook de relevante wetsartikelen vermeld.
In dit overzichtsbesluit zijn de besluiten opgenomen die ten behoeve van het regime van de kapitaalverzekering eigen woning en van kapitaalverzekeringen in box 3 zijn gepubliceerd tot 1 november 2006.
Wet inkomstenbelasting 2001: Wet IB 2001
Wet op de inkomstenbelasting 1964: Wet IB 1964
Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001: Invoeringswet
Kapitaalverzekering eigen woning: KEW
## 2. Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning (
@ -180,7 +196,9 @@ Voor de toepassing van de in artikel 3.116, zevende lid, van de Wet IB 2001 opge
#### 3.3.3. Meeverzekerd recht op vrijstelling premiebetaling bij invaliditeit
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Een vraagpunt is hoe de meetelregel van artikel 3.116, zevende lid, van de Wet IB 2001 moet worden toegepast indien bij de kapitaalverzekering eigen woning ook premievrijstelling bij invaliditeit is meeverzekerd.
In de parlementaire stukken inzake artikel 26a van de Wet IB 1964, waaraan artikel 3.116, zevende lid, van de Wet IB 2001 rechtstreeks is ontleend, is tot uitdrukking gebracht dat vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit niet leidt tot een feitelijke uitkering. Deze verzekeringscomponent speelt derhalve geen rol bij de beoordeling of de meeverzekerde kapitalen niet meer bedragen dan driemaal het verzekerde kapitaal bij leven of ten gevolge van overlijden. Het premie-element dat is betaald voor de vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit telt derhalve zonder meer mee als premie voor de toepassing van de saldomethode en voor de bandbreedte-eis van artikel 3.116, tweede lid, onderdeel b en artikel 3.118, eerste lid, van de Wet IB 2001.
#### 3.3.4. Wijze van toepassen bij ongelijke grootheden
@ -196,7 +214,7 @@ De betekenis is van het begrip jaar en van de zinsnede jaarlijks premie
#### 3.4.2. De begrippen jaar en jaarlijks
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Evenals onder de Wet IB 1964 dient voor het begrip jaar te worden uitgegaan van het verzekeringsjaar en niet van het kalenderjaar. Het verzekeringsjaar van een KEW begint op het tijdstip van het aangaan van de verzekeringsovereenkomst. De term jaarlijks houdt in dat onafgebroken dat wil zeggen in elk verzekeringsjaar gedurende 15 onderscheidenlijk 20 jaren premies dienen te worden voldaan teneinde voor de desbetreffende vrijstellingen KEW in aanmerking te kunnen komen. Daarbij kan het uiteraard ook gaan om maandelijks of driemaandelijks verschuldigde premies. Voor de bandbreedte-eis worden de in totaal in het verzekeringsjaar betaalde premies in aanmerking genomen.
#### 3.4.3. Premiebetaling gedurende 15 of 20 jaren; één of meer afsluitende maandpremies; gevolgen bandbreedte
@ -224,11 +242,11 @@ Indien in één kalenderjaar twee of meer uitkeringen uit een KEW worden genoten
### 4.3. Vrijstellingen bij vervreemding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In artikel 3.116, derde lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 is onder meer bepaald dat de KEW bij vervreemding geacht wordt geheel tot uitkering te zijn gekomen. De vrijstellingen van artikel 3.118 van de Wet IB 2001 kunnen ook daarop van toepassing zijn. Anders dan onder de Wet IB 1964 het geval was, wordt onder de Wet IB 2001 bij een vervreemding van een KEW immers de verzekering geacht ook en geheel tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer (artikel 3.116, derde lid, aanhef, van de Wet IB 2001).
### 4.4. Kapitaalsuitkering uit kapitaalverzekering eigen woning voordat wordt voldaan aan eis van 15 jaren premiebetaling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Een van de voorwaarden voor de vrijstelling voor een KEW is dat ten minste 15 jaren jaarlijks premies worden voldaan. Indien ter zake van een kapitaalverzekering eigen woning een gedeeltelijke kapitaalsuitkering door de verzekeraar wordt gedaan terwijl nog geen 15 jaren jaarlijks premies zijn voldaan kan anders dan onder de Wet IB 1964 onder de Wet IB 2001 niet meer worden bewerkstelligd dat op de verzekering in de toekomst nog de vrijstelling van artikel 3.118 van de Wet IB 2001 van toepassing is. Als gevolg van de gedeeltelijke uitkering wordt de gehele verzekering namelijk geacht volledig tot uitkering te zijn gekomen (artikel 3.116, derde lid, van de Wet IB 2001). Op de (fictieve) uitkering is geen vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning van toepassing omdat nog geen 15 jaren premies zijn voldaan. De verzekering gaat vanaf het moment van de uitkering behoren tot box 3.
### 4.5. Geldgever is eerste begunstigde; genieter van de kapitaalsuitkering
@ -297,11 +315,15 @@ De deelnemers gaan niet meer betalen, hun maandelijkse inleg blijft gelijk. Er i
#### 7.1.2. Fiscale gevolgen van de schikking
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Aan mij is de vraag voorgelegd of de schikking in verband met een eventuele verhoging van het verzekerde kapitaal tot gevolg heeft dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Tevens is mij verzocht de regeling te beoordelen in het licht van het overgangsrecht betreffende kapitaalverzekeringen in de Invoeringswet.
De schikking is tot stand gekomen in verband met het herstel van een fout in de oorspronkelijke overeenkomsten. Hieruit maak ik op dat de in verband met de schikking gewijzigde aanspraak op een uitkering bij leven in beginsel vanaf het sluiten van de spaarkasovereenkomst in het contract besloten heeft gelegen. Op grond hiervan is er naar mijn mening geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. Ik kom derhalve tot de conclusie dat bij uitvoering van de schikking zoals hiervoor omschreven geen sprake is van een zodanige verhoging van het verzekerde kapitaal dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Ook voor de toepassing van onderdeel AN van hoofdstuk 2, artikel I van de Invoeringswet is geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal.
### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Op grond van onderdeel AN, tweede lid, onderdeel a, van de Invoeringswet, geldt een vrijstelling van in totaal € 123.428 van het eerste lid voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen. De vrijstelling geldt uitsluitend indien het verzekerde kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd. Hierbij is de vraag op welke wijze deze bepaling moet worden toegepast als verhogingen hebben plaatsgevonden op grond van een indexclausule of optieclausule die reeds vóór 14 september 1999 deel uitmaakte van de verzekeringsovereenkomst.
Naar mijn oordeel dient de bepaling inzake de verhoging van het verzekerde kapitaal zoveel mogelijk te worden toegepast overeenkomstig artikel 76 Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of normale en gebruikelijke optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3 als bedoeld in artikel AN van de Invoeringswet, mits die clausules reeds vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst.
### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling
@ -317,7 +339,11 @@ In 2001 is goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leidt to
#### 7.5.1. Inleiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Voor de omzetting van een kapitaalverzekering die gesloten is vóór de invoering van de Wet IB 2001 in een andere kapitaalverzekering bestaan twee wettelijke regelingen met eerbiedigende werking (art. 76 IB 64 en Onderdeel AN van de Invoeringswet). Over de toepassing van deze regelingen zijn eerder standpunten gepubliceerd. Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten bij verzekeraars en tussenpersonen heb ik aanleiding gevonden een goedkeurend standpunt in te nemen voor omzettingen van euroverzekeringen naar unit-linkedverzekeringen en omgekeerd.
Onder euroverzekeringen worden hierna verstaan kapitaalverzekeringen met een verzekerd kapitaal in euros of andere valuta. Onder unit-linkedverzekeringen worden hierna verstaan kapitaalverzekeringen zonder verzekerd kapitaal in euros of andere valuta. Hiertoe behoren ook zogenoemde universal life kapitaalverzekeringen.
Na een weergave van de bestaande systematiek (paragraaf 2) kom ik tot een goedkeurend standpunt als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (paragraaf 3). Voor gevallen waarin niet aan die voorwaarden wordt voldaan, vermeld ik een al eerder ingenomen standpunt dat ook na de goedkeuring nog betekenis kan hebben (paragraaf 4).
#### 7.5.2. Afzonderlijke toets uitkeringen bij leven en overlijden
@ -371,11 +397,19 @@ Ter voorkoming van misverstand merk ik op dat de bijzondere waardevrijstelling v
#### 7.7.6. Afronding verzekerd kapitaal naar boven door invoering euro; geen verlies bijzondere waardevrijstelling in box 3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In verband met de omzetting naar Eurobedragen hebben sommige verzekeringsmaatschappijen na toepassing van de wettelijke omrekenregels het verzekerd kapitaal van kapitaalverzekeringen in het voordeel van de belanghebbende naar boven afgerond op een hele euro.
Naar mijn oordeel leidt deze geringe afronding niet tot verlies van de bijzondere waardevrijstelling van onderdeel AN van de Invoeringswet (of tot verlies van de eerbiedigende werking van artikel 76 Wet IB 1964).
Uitgangspunt hierbij is wel dat voor het overige de juiste omrekenregels zijn toegepast. Voor zover verzekeringsmaatschappijen niet de juiste regels hebben toegepast bij voorbeeld te globale omrekenverhoudingen hebben toegepast is de bijzondere waardevrijstelling behouden gebleven indien uiterlijk in het jaar 2001 herstel heeft plaatsgevonden.
### 7.7. Wijziging wetgeving; premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid; eerbiedigende werking bij gelijkblijvende premiebetaling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Vanaf 1 januari 2004 geldt ingevolge de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 voor werkgevers een loondoorbetalingsverplichting van twee jaar. Voorheen gold een termijn van één jaar. Als de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van een kapitaalverzekering is gekoppeld aan de criteria van de WAO, leidt deze wetswijziging tot een verlaging van de premies voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Indien in deze situatie de contractueel verschuldigde totale premie niet wordt aangepast, heeft dit automatisch tot gevolg dat het verzekerde kapitaal van de kapitaalverzekering wordt verhoogd.
De vraag is of deze verhoging leidt tot het niet meer van toepassing zijn van de bijzondere waardevrijstelling in box 3 voor bestaande kapitaalverzekeringen onderdeel AN Invoeringswet en van de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 64 voor de belastingheffing over kapitaalsuitkeringen.
Gelet op het feit dat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik het volgende goed. De verhoging van het kapitaal bij leven die het gevolg is van de bedoelde wijziging van de WAO, leidt niet tot verlies van de bijzondere waardevrijstelling in box 3 en van de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 64.
## 8. Ingetrokken regeling(en)