2005-01-01 | BWBR0018822 | Besluit locatiegebonden subsidies 2005
This commit is contained in:
parent
8b6e7b6ca4
commit
ea11c6b97b
1 changed files with 55 additions and 46 deletions
|
|
@ -25,14 +25,14 @@ d. convenant woningbouwafspraken: convenant waarin afspraken zijn opgenomen tuss
|
|||
e. toevoeging aan de woningvoorraad: elke door nieuwbouw en door toevoeging anderszins gerealiseerde en gereedgemelde woning;
|
||||
f. eigenbouw: hetgeen het Centraal bureau voor de statistiek in de door dat bureau opgestelde woningstatistieken verstaat onder: andere particuliere opdrachtgevers;
|
||||
g. drempelpercentage: percentage van de toevoegingen aan de woningvoorraad in enig kalenderjaar, dat wordt gebruikt voor de berekening van het drempelaantal;
|
||||
h. drempelaantal: gedeelte van het aantal door eigenbouw nieuw gebouwde woningen, berekend met behulp van een van de in kolom 4 van bijlage 2 bij dit besluit opgenomen drempelpercentages;
|
||||
h. drempelaantal: het gedeelte van het aantal door eigenbouw aan de woningvoorraad toegevoegde woningen waarvoor geen subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 15, eerste lid, wordt verleend;
|
||||
i. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaalde periode ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens dit besluit;
|
||||
j. centrumgemeente: als zodanig in bijlage 1 bij dit besluit aangemerkte gemeente;
|
||||
k. ontvanger: rechtstreekse regio of provincie waaraan subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verleend;
|
||||
l. woningtekort: het in procenten uitgedrukte tekort aan woningen;
|
||||
m. PRIMOS 2003: Prognose-, Informatie- en Monitoringsysteem 2003, ABF Research, Delft, november 2003.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens omtrent de gerealiseerde aantallen eigenbouw en de gerealiseerde toevoegingen aan de woningvoorraad worden ontleend aan de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken, als voor de eerste maal volledig bekendgemaakt in het kalenderjaar dat direct volgt op het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben.
|
||||
**2.** De gegevens omtrent de gerealiseerde aantallen eigenbouw en de gerealiseerde toevoegingen aan de woningvoorraad worden ontleend aan de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -47,7 +47,7 @@ b. het realiseren van eigenbouw.
|
|||
|
||||
**3.** Een regio besteedt de haar ingevolge het eerste of tweede lid verleende subsidie uitsluitend aan het verlenen van subsidie aan de in bijlage 1 bij dit besluit onder die regio genoemde gemeenten, en verleent die subsidie slechts ten behoeve van de doeleinden, genoemd in het eerste lid, onder a en b.
|
||||
|
||||
**4.** De bijlagen 1 en 2 bij dit besluit kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
|
||||
**4.** De bijlagen 1 en 2 bij dit besluit, alsmede het in bijlage 4, onder 3, tweede volzin, bij dit besluit, genoemde percentage, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister berekent, uitgaande van de bestuurlijke indeling per 1 januari 2004, op basis van PRIMOS 2003, per rechtstreekse regio en provincie, alsmede voor de rechtstreekse regio’s en provincies gezamenlijk, het aantal in het tijdvak aan de woningvoorraad toe te voegen woningen dat nodig is om het op voet van PRIMOS 2003 berekende woningtekort per 1 januari 2010 te verminderen tot een woningtekort dat ligt op een door Onze Minister per rechtstreekse regio en provincie, alsmede voor de rechtstreekse regio’s en provincies gezamenlijk, te bepalen niveau.
|
||||
|
||||
|
|
@ -89,9 +89,9 @@ c. Onze Minister.
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het plafond voor de subsidies ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende de jaren 2005 tot en met 2010 bedraagt € 607 miljoen.
|
||||
**1.** Het plafond voor de subsidies ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende de jaren 2005 tot en met 2010 bedraagt € 607 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** Het plafond voor de subsidies ten behoeve van het realiseren van eigenbouw gedurende de jaren 2005 tot en met 2010 bedraagt € 34,5 miljoen.
|
||||
**2.** Het plafond voor de subsidies ten behoeve van het realiseren van eigenbouw gedurende de jaren 2005 tot en met 2010 bedraagt € 42,5 miljoen.
|
||||
|
||||
**3.** Het plafond voor de subsidies ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad per rechtstreekse regio gedurende het tijdvak, is het bedrag, genoemd in bijlage 2, tabel A, kolom 2, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -101,21 +101,17 @@ c. Onze Minister.
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Na afloop van elk kalenderjaar van het tijdvak waarin het aantal door eigenbouw nieuw gebouwde woningen dat op het grondgebied van een ontvanger is toegevoegd aan de woningvoorraad hoger is dan het op het grondgebied van die ontvanger betrekking hebbende drempelaantal, verleent Onze Minister een subsidie van € 1.600,– vermenigvuldigd met het aantal door eigenbouw aan de woningvoorraad toegevoegde nieuw gebouwde woningen dat uitstijgt boven dat drempelaantal, zolang en voorzover de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, dat toelaten.
|
||||
**1.** Na afloop van elk kalenderjaar van het tijdvak waarin het aantal woningen dat op het grondgebied van een ontvanger door eigenbouw is toegevoegd aan de woningvoorraad hoger is dan het drempelaantal, verleent Onze Minister een subsidie van € 1.600,– vermenigvuldigd met het aantal door eigenbouw aan de woningvoorraad toegevoegde woningen dat uitstijgt boven het drempelaantal, zolang en voorzover de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, dat toelaten.
|
||||
|
||||
**2.** Na afloop van elk kalenderjaar van het tijdvak, voor het eerst na afloop van het jaar 2007, waarin het aantal door eigenbouw nieuw gebouwde woningen dat op het grondgebied van een in bijlage 1 bij dit besluit genoemde gemeente is toegevoegd aan de woningvoorraad hoger is dan het voor die gemeente met behulp van het betreffende regionale drempelpercentage berekende gemeentelijke drempelaantal, verleent Onze Minister een subsidie van € 1.600,– vermenigvuldigd met het aantal door eigenbouw aan de woningvoorraad toegevoegde nieuw gebouwde woningen dat uitstijgt boven dat drempelaantal, alsmede een subsidie van € 800,– vermenigvuldigd met dat drempelaantal, zolang en voorzover na toepassing van het eerste lid de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, dat toelaten.
|
||||
**2.** De subsidies, bedoeld in het eerste lid, worden verleend in volgorde van de datum van gereedmelding van het betreffende kalenderjaar, welke datum wordt ontleend aan de door het Centraal bureau voor de statistiek terzake opgestelde woningstatistieken.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidies, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verleend in volgorde van de datum van gereedmelding in het betreffende kalenderjaar, welke datum wordt ontleend aan de door het Centraal bureau voor de statistiek terzake opgestelde woningstatistieken.
|
||||
**3.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend en als voorschot betaald binnen twee maanden na de datum waarop de woningstatistieken, bedoeld in het tweede lid, zijn bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidies, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verleend en als voorschot verleend binnen twee maanden na de datum waarop de woningstatistieken, bedoeld in het tweede lid, zijn bekendgemaakt. Het voorschot wordt betaald binnen de termijn, genoemd in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**5.** De ingevolge het tweede lid verleende subsidie wordt door de ontvanger binnen vier weken na ontvangst daarvan doorbetaald aan de betreffende gemeente.
|
||||
|
||||
**6.** Van de termijn, genoemd in het vierde lid, kan worden afgeweken indien rijksbudgettaire omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
**4.** Van de termijn, genoemd in het derde lid, kan worden afgeweken indien rijksbudgettaire omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw over het tijdvak wordt vastgesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het jaar 2009.
|
||||
**1.** De subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw over het tijdvak wordt vastgesteld binnen zes maanden na ontvangst van het eindrapport, bedoeld in artikel 16, eerste lid, en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de subsidie over het tijdvak wordt vastgesteld op het bedrag van de som van de per kalenderjaar verleende subsidies met betrekking tot het tijdvak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -129,11 +125,15 @@ c. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichting
|
|||
d. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
|
||||
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**4.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verleent bij wijze van voorschot in elk kalenderjaar van het tijdvak binnen twee maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het voorgaande kalenderjaar, aan de rechtstreekse regio’s en de provincies subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad. Het voorschot wordt betaald binnen de termijn, genoemd in de eerste volzin.
|
||||
**1.** Onze Minister verleent en betaalt bij wijze van voorschot in elk kalenderjaar van het tijdvak binnen twee maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het voorgaande kalenderjaar, aan de rechtstreekse regio’s en de provincies subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad. Onze Minister kan in 2005 afwijken van de termijn, genoemd in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie en het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het bedrag per woning, vermenigvuldigd met 65% van het aantal voor dat kalenderjaar in het betreffende convenant woningbouwafspraken genoemde aantal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen exclusief de woningen, bedoeld in artikel 3, onder e.
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,7 +149,7 @@ e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoo
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verleent bij wijze van voorschot na afloop van elk kalenderjaar van het tijdvak binnen twee maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over dat kalenderjaar, subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad, indien blijkens die woningstatistieken door een ontvanger in dat kalenderjaar meer woningen aan de woningvoorraad zijn toegevoegd dan 65% van het voor dat kalenderjaar in het convenant woningbouwafspraken genoemde aantal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen exclusief de woningen, bedoeld in artikel 3, onder e. Het voorschot wordt betaald binnen de termijn, genoemd in de eerste volzin.
|
||||
**1.** Onze Minister verleent en betaalt bij wijze van voorschot na afloop van elk kalenderjaar van het tijdvak binnen twee maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over dat kalenderjaar, subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad, indien blijkens die woningstatistieken door een ontvanger in dat kalenderjaar meer woningen aan de woningvoorraad zijn toegevoegd dan 65% van het voor dat kalenderjaar in het convenant woningbouwafspraken genoemde aantal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen exclusief de woningen, bedoeld in artikel 3, onder e.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie en het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het bedrag per woning, berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het aantal woningen boven het aantal van 65% van het voor dat voorafgaande kalenderjaar in het convenant woningbouwafspraken genoemde aantal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen exclusief de woningen, bedoeld in artikel 3, onder e.
|
||||
|
||||
|
|
@ -163,15 +163,15 @@ Onze Minister kan afwijken van de termijnen met betrekking tot de betaling van d
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Indien een regio in enig jaar van het tijdvak niet het in het convenant woningbouwafspraken overeengekomen aantal woningen aan de voorraad toevoegt, blijft de als gevolg daarvan niet verleende subsidie tot en met 2011 beschikbaar voor de subsidiëring, overeenkomstig artikel 14, van die toevoegingen op een later tijdstip, mits dat tijdstip is gelegen vóór 1 januari 2011.
|
||||
**1.** Indien een regio in enig jaar van het tijdvak niet het in het convenant woningbouwafspraken overeengekomen aantal woningen aan de voorraad toevoegt, blijft de als gevolg daarvan niet verleende subsidie tot en met 2011 beschikbaar voor de subsidiëring van die toevoegingen op een later tijdstip, mits dat tijdstip is gelegen vóór 1 januari 2011.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister, na overleg met de betrokken regio, besluiten de subsidiegelden, bedoeld in dat lid, ten behoeve van toevoegingen aan de voorraad in een andere regio in te zetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad over het tijdvak wordt vastgesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het jaar 2009.
|
||||
**1.** De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad over het tijdvak wordt vastgesteld binnen zes maanden na ontvangst van het eindrapport, bedoeld in artikel 16, eerste lid, en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de subsidie over het tijdvak wordt vastgesteld op het bedrag per woning berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het blijkens de in het eerste lid bedoelde woningstatistieken in het tijdvak gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad.
|
||||
**2.** Het bedrag van de subsidie over het tijdvak wordt vastgesteld op het bedrag per woning berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het blijkens het eindrapport in het tijdvak gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -183,11 +183,15 @@ c. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichting
|
|||
d. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
|
||||
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**4.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 en de subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw in 2010
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het jaar 2009, stelt Onze Minister met betrekking tot elke rechtstreekse regio of provincie vast in hoeverre het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad in het tijdvak is achtergebleven bij de aantallen die voor die regio of provincie zijn opgenomen in bijlage 2, tabel A, kolom 3, respectievelijk tabel B, kolom 4 van die bijlage.
|
||||
**1.** Na ontvangst van het eindrapport, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van een rechtstreekse regio of provincie, stelt Onze Minister met betrekking tot die regio of provincie vast in hoeverre het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad in het tijdvak is achtergebleven bij de aantallen die voor die regio of provincie zijn opgenomen in bijlage 2, tabel A, kolom 3, respectievelijk tabel B, kolom 4 van die bijlage.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -205,11 +209,11 @@ b. de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, dat toelaten.
|
|||
|
||||
**4.** Indien in een rechtstreekse of niet-rechtstreekse regio sprake is van een zodanig aantal toevoegingen aan de woningvoorraad in het tijdvak dat het op voet van PRIMOS 2003 voor die regio berekende woningtekort per 1 januari 2010, gecorrigeerd voor de toevoegingen in het tijdvak in die regio, een heel procentpunt of meer hoger is dan het woningtekort, bedoeld in artikel 3, onder h, wordt geen subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 verleend.
|
||||
|
||||
**5.** Op verleende subsidies ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 worden geen voorschotten verleend, anders dan reeds verleende voorschotten op subsidies voor toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak die niet zijn gerealiseerd en die op basis van artikel 18 voor terugvordering in aanmerking komen.
|
||||
**5.** Op verleende subsidies ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 vindt geen bevoorschotting plaats, anders dan reeds verleende voorschotten op subsidies voor toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak die niet zijn gerealiseerd en die op basis van artikel 18 voor terugvordering in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
**6.** De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 wordt vastgesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het jaar 2010.
|
||||
**6.** De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 wordt vastgesteld binnen zes maanden na ontvangst van het aanvullend eindrapport, bedoeld in artikel 16, tweede lid, en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld op het bedrag per woning, berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het blijkens de woningstatistieken, bedoeld in het zesde lid, in 2010 gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad,tot ten hoogste het bedrag van de verleende subsidie.
|
||||
**7.** Het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld op het bedrag per woning, berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, vermenigvuldigd met het blijkens het aanvullend eindrapport, bedoeld in artikel 16, tweede lid, in 2010 gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad,tot ten hoogste het bedrag van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -218,50 +222,61 @@ In afwijking van het zevende lid kan de subsidie lager worden vastgesteld indien
|
|||
a. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
|
||||
b. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**9.** De vaststelling van de subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
|
||||
|
||||
**10.** De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald, onder verrekening van eventueel betaalde voorschotten als bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Indien op voet van artikel 14, tweede of derde lid, door Onze Minister ruimte is gegeven voor toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010, verleent Onze Minister voor die toevoegingen subsidie voor het realiseren van eigenbouw in 2010, voorzover de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, dat toelaten.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 6, eerste, tweede en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt € 1.600,– vermenigvuldigd met het aantal door eigenbouw aan de woningvoorraad toegevoegde woningen dat uitstijgt boven het drempelaantal.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend in volgorde van de datum van gereedmelding in 2010. Die datum wordt ontleend aan de door het Centraal bureau voor de statistiek terzake opgestelde woningstatistieken.
|
||||
**3.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend in volgorde van de datum van gereedmelding in 2010.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidie wordt verleend en vastgesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over het jaar 2010.
|
||||
**4.** De datum van gereedmelding, bedoeld in het derde lid, wordt ontleend aan de door het Centraal bureau voor de statistiek terzake opgestelde woningstatistieken.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**5.** De subsidie over het tijdvak wordt verleend en vastgesteld binnen zes maanden na ontvangst van het aanvullend eindrapport, bedoeld in artikel 16, tweede lid, en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 6, eerste en tweede lid, kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het tweede lid kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:
|
||||
|
||||
a. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
|
||||
b. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Aanvullende informatie en terugvordering
|
||||
**7.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
|
||||
|
||||
**8.** De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Het eindrapport en het aanvullend eindrapport
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Indien in een convenant woningbouwafspraken zodanige afspraken zijn opgenomen, dat de door het Centraal bureau voor de statistiek opgestelde woningstatistieken over enig jaar naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende inzicht geven in het gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad waarvoor op voet van dit besluit subsidie kan worden verstrekt, kan hij de ontvanger verzoeken om hem binnen een door hem te bepalen termijn aanvullende informatie over die toevoegingen te verstrekken.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Informatie als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een verklaring over de getrouwheid daarvan, opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
Een ontvanger dient uiterlijk voor 15 juli 2010 een eindrapport in over:
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
a. het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad op zijn grondgebied gedurende het tijdvak, alsmede over de besteding van de aan hem daarvoor verleende subsidie, en
|
||||
b. de in het tijdvak gerealiseerde aantallen eigenbouw.
|
||||
|
||||
In geval van toepassing van het eerste lid:
|
||||
**2.** Met betrekking tot de toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010, bedoeld in artikel 14, en het realiseren van eigenbouw in 2010, bedoeld in artikel 15, dient de ontvanger voor 15 juli 2011 een aanvullend eindrapport in.
|
||||
|
||||
a. wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, 13, eerste lid, 14, zesde lid, of 15, vierde lid, de betrokken subsidie op voet van dit besluit vastgesteld binnen zes maanden na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid van dit artikel;
|
||||
b. geeft Onze Minister, in afwijking van artikel 14, eerste lid, na ontvangst van die informatie toepassing aan dat lid, en
|
||||
c. wordt de subsidie, in afwijking van artikel 13, tweede lid, of 14, zevende lid, mede berekend aan de hand van het gerealiseerde aantal toevoegingen aan de woningvoorraad blijkens die informatie.
|
||||
**3.** Het eindrapport en het aanvullend eindrapport worden ingericht overeenkomstig bijlage 3 bij dit besluit en gaan vergezeld van een accountantsverklaring die is opgesteld met inachtneming van het in bijlage 4 bij dit besluit opgenomen accountantsprotocol.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Indien de in artikel 16, eerste lid, bedoelde termijn voor indiening van de aanvullende informatie is verstreken zonder dat de aanvullende informatie door de ontvanger is verstrekt, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 7, tweede lid, de verlening van de subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw intrekken of die subsidie lager vaststellen dan het bedrag bedoeld in dat artikellid.
|
||||
**1.** Indien de in artikel 16, eerste lid, bedoelde termijn voor indiening van het eindrapport is verstreken zonder dat een eindrapport overeenkomstig bijlage 3 bij dit besluit en een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 16, derde lid, is ingediend, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 7, tweede lid, de verlening van de subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw intrekken of die subsidie lager vaststellen dan het bedrag bedoeld in dat artikellid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in artikel 16, eerste lid, bedoelde termijn voor indiening van de aanvullende informatie is verstreken zonder dat de aanvullende informatie door de ontvanger is verstrekt, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 13, tweede lid, en artikel 14, zevende lid, de verlening van de subsidie ten behoeve van de toevoegingen aan de woningvoorraad intrekken of die subsidie ambtshalve vaststellen.
|
||||
**2.** Indien de in artikel 16, eerste lid, bedoelde termijn voor indiening van het eindrapport is verstreken zonder dat een eindrapport overeenkomstig bijlage 3 bij dit besluit en een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 16, derde lid, is ingediend, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 13, tweede lid, de verlening van de subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad intrekken of die subsidie ambtshalve vaststellen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister gaat niet over tot intrekking, lagere vaststelling of ambtshalve vaststelling van een subsidie op voet van dit besluit, dan nadat de ontvanger in de gelegenheid is gesteld de aanvullende informatie alsnog te verstrekken binnen een door Onze Minister te bepalen termijn.
|
||||
**3.** Indien de in artikel 16, tweede lid, bedoelde termijn voor indiening van het aanvullend eindrapport is verstreken zonder dat een aanvullend eindrapport overeenkomstig bijlage 3 bij dit besluit en een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 16, derde lid, is ingediend, kan Onze Minister, in afwijking van artikel 14, zevende lid, de verlening van de subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 intrekken of die subsidie ambtshalve vaststellen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister gaat niet over tot intrekking, lagere vaststelling of ambtshalve vaststelling van een subsidie op voet van dit besluit, dan nadat de ontvanger in de gelegenheid is gesteld het eindrapport, dan wel het aanvullend eindrapport, in te dienen binnen een door Onze Minister te bepalen termijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Ten onrechte betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voorzover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken. Bij de terugvordering kan worden bepaald dat over de ten onrechte betaalde bedragen een rentevergoeding verschuldigd is.
|
||||
Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voorzover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken. Bij de terugvordering kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen een rentevergoeding verschuldigd is.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,12 +306,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit locatiegebonden subsidies 2005.
|
|||
|
||||
## Bijlage 3. bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 5. bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue