2004-05-31 | BWBR0006951 | Kentekenreglement
This commit is contained in:
parent
6561921665
commit
ea24339b9f
1 changed files with 251 additions and 102 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Kentekenreglement
|
|||
bwb_id: BWBR0006951
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1995-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-05-03'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006951
|
||||
citeertitel: Kentekenreglement
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -17,20 +17,20 @@ citeertitel: Kentekenreglement
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. wet : Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
b. voertuig : motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen *c* en *d*, van de wet;
|
||||
b. voertuig : motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c en d , van de wet;
|
||||
c. bijzonder kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 38 van de wet;
|
||||
d. erkend bedrijf : natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 62 van de wet is verleend;
|
||||
e. bedrijfsvoorraad : te verhandelen, bewaren of te bewerken voertuigen waarvan een erkend bedrijf de eigendom heeft verkregen;
|
||||
f. bedrijfsvoorraad deel II: deel II van een kentekenbewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, afgegeven aan een erkend bedrijf, ten behoeve van de voertuigen die in bedrijfsvoorraad zijn opgenomen;
|
||||
f. bedrijfsvoorraad deel I B: deel I B van een kentekenbewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, afgegeven aan een erkend bedrijf, ten behoeve van de voertuigen die in bedrijfsvoorraad zijn opgenomen;
|
||||
g. bedrijfsvoorraadpas: pas als bedoeld in artikel 48, eerste lid;
|
||||
h. handelaarskenteken: kenteken als bedoeld in artikel 3;
|
||||
i. vrijwaringsbewijs : bewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, blijkens welk aan de verplichtingen van artikel 26, tweede lid, 27, derde lid, 27, achtste lid, onderdeel *a*, 28, tweede lid, 28a, vierde lid, of 29, eerste lid, is voldaan.
|
||||
i. vrijwaringsbewijs : bewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, blijkens welk aan de verplichtingen van artikel 26, tweede lid, 27, derde lid, 27, achtste lid, onderdeel a, 28, tweede lid, 28a, vierde lid, of 29, eerste lid, is voldaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Kentekens
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** De opgave van een kenteken geschiedt door afgifte van een kentekenbewijs dan wel door afgifte van een deel II of een bedrijfsvoorraad deel II van een kentekenbewijs.
|
||||
**1.** De opgave van een kenteken geschiedt door afgifte van een kentekenbewijs dan wel door afgifte van een deel I B of een bedrijfsvoorraad deel I B van een kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Het kenteken bestaat uit een combinatie van letters en cijfers dan wel een combinatie van één letter en cijfers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,25 +176,32 @@ b. op hem betrekking hebbende gegevens door belanghebbenden als bedoeld in artik
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Een driedelig kentekenbewijs bestaat uit een deel I, een deel II en een overschrijvingsbewijs.
|
||||
**1.** Een tweedelig kentekenbewijs bestaat uit een deel I A, een deel I B en een deel II.
|
||||
|
||||
**2.** Een driedelig kentekenbewijs, voor een voertuig in bedrijfsvoorraad afgegeven aan een erkend bedrijf, bestaat uit een deel I, een bedrijfsvoorraad deel II en een overschrijvingsbewijs.
|
||||
**2.** Een tweedelig kentekenbewijs, voor een voertuig in bedrijfsvoorraad afgegeven aan een erkend bedrijf, bestaat uit een deel I A, een bedrijfsvoorraad deel I B en een deel II.
|
||||
|
||||
**3.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep AA, CD, CDJ dan wel de lettergroep FH, HA, HF of OA en twee groepen van twee cijfers bestaat uit een deel I.
|
||||
**3.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep AA, CD, CDJ dan wel de lettergroep BN, GN, GV of BO en twee groepen van twee cijfers, bestaat uit een deel I A en B.
|
||||
|
||||
**4.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep HH, BO of GV en twee groepen van twee cijfers dan wel de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W, X of Z en twee groepen van twee cijfers alsmede een kentekenbewijs, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, zesde lid, bestaat uit een deel I.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers, bestaat uit een deel I.
|
||||
Een kentekenbewijs, bevattende
|
||||
|
||||
**6.** Een kentekenbewijs dat wordt afgegeven indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en afgifte naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is, bestaat uit een deel I.
|
||||
– de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W, X of Z en twee groepen van twee cijfers of
|
||||
– een kenteken als bedoeld in artikel 4, zesde lid,
|
||||
|
||||
**7.** Aan deel I van een kentekenbewijs kan bij de afgifte daarvan een bijlage worden toegevoegd, bevattende gegevens met betrekking tot het voertuig; deze bijlage maakt deel uit van het deel I.
|
||||
bestaat uit een deel I.
|
||||
|
||||
**5.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep FH, HA, HF, OA of HH en twee groepen van twee cijfers, bestaat uit een deel I.
|
||||
|
||||
**6.** Een kentekenbewijs dat wordt afgegeven indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en afgifte naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is, bestaat uit een deel I A.
|
||||
|
||||
**7.** Aan deel I A van een kentekenbewijs kan bij de afgifte daarvan een bijlage worden toegevoegd, bevattende gegevens met betrekking tot het voertuig; deze bijlage maakt deel uit van het deel I A.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Het ingevolge artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement afgegeven ontvangstbewijs treedt voor het deel I van het kentekenbewijs in de plaats zolang geen nieuw deel I is afgegeven.
|
||||
**1.** Het ingevolge artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement afgegeven ontvangstbewijs treedt voor het deel I A van het kentekenbewijs in de plaats zolang geen nieuw deel I A is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Het ingevolge artikel 34, vierde lid, 38, tweede lid, of 39, derde lid, afgegeven ontvangstbewijs treedt voor de toepassing van de artikelen 26, 27 en 31 tot en met 33 in de plaats van het deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
**2.** Het ingevolge artikel 34, vierde lid, 38, tweede lid, of 39, derde lid, afgegeven ontvangstbewijs treedt voor de toepassing van de artikelen 26, 27 en 31 tot en met 33 in de plaats van het deel I A van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -237,7 +244,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet heeft betrekking op alle delen van het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs, met uitzondering van het overschrijvingsbewijs.
|
||||
**1.** De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op deel I van het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.7.3, eerste lid, van het Voertuigreglement is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
|
||||
|
|
@ -260,21 +267,21 @@ Een voertuig mag op de weg staan, wanneer het voor dat voertuig afgegeven kentek
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een driedelig kentekenbewijs wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en vraagt bij deze dienst onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een kentekenbewijs aan.
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en vraagt bij deze dienst onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een kentekenbewijs aan.
|
||||
|
||||
**2.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een driedelig kentekenbewijs wordt gevraagd en waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven krachtens artikel 46, tweede lid, onderdeel b, vraagt dit driedelig kentekenbewijs aan bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I, het overschrijvingsbewijs en het in het eerste lid bedoelde legitimatiebewijs.
|
||||
**2.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd en waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven krachtens artikel 46, tweede lid, onderdeel b, vraagt dit tweedelig kentekenbewijs aan bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I A, het deel II en het in het eerste lid bedoelde legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen in het eerste of tweede lid heeft voldaan, een kentekenbewijs, respectievelijk een deel II af.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen in het eerste of tweede lid heeft voldaan, een kentekenbewijs, respectievelijk een deel I B af.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, geeft de Dienst Wegverkeer in plaats van een deel II een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
**4.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, geeft de Dienst Wegverkeer in plaats van een deel I B een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
|
||||
**5.** Ingeval een formulier als bedoeld in het vierde lid is afgegeven, is het erkende bedrijf verplicht een bedrijfsvoorraad deel II met de op dat formulier vermelde gegevens in te vullen.
|
||||
**5.** Ingeval een formulier als bedoeld in het vierde lid is afgegeven, is het erkende bedrijf verplicht een bedrijfsvoorraad deel I B met de op dat formulier vermelde gegevens in te vullen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het eerste en het derde tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een driedelig kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een voertuig waarvoor door de Dienst Wegverkeer reeds eerder een driedelig kentekenbewijs is afgegeven en blijkens het kentekenregister:
|
||||
Het eerste en het derde tot en met zesde lid van artikel 25 zijn van overeenkomstige toepassing indien een tweedelig kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een voertuig waarvoor door de Dienst Wegverkeer reeds eerder een tweedelig of driedelig kentekenbewijs is afgegeven en blijkens het kentekenregister:
|
||||
|
||||
a. dat voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld,
|
||||
b. dat voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht,
|
||||
|
|
@ -301,45 +308,55 @@ c. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
|||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op deel I en het overschrijvingsbewijs, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum, vermeld op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op deel I A en het deel II, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum, vermeld op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met vierde lid is voldaan, een deel II af. Het erkende bedrijf verstrekt het deel II tezamen met het deel I en het overschrijvingsbewijs zo spoedig mogelijk aan de aanvrager.
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met vierde lid is voldaan, een deel I B af. Het erkende bedrijf verstrekt het deel I B tezamen met het deel I A en het deel II zo spoedig mogelijk aan de aanvrager.
|
||||
|
||||
**6.** De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op de aanvraag aan, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
### Artikel 25b
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een tweedelig kentekenbewijs wordt gevraagd en waarvoor reeds eerder een kentekenbewijs is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, overlegt het deel I van dat kentekenbewijs en, voor zover dit is afgegeven, tevens het deel II.
|
||||
|
||||
**2.** Afgifte als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien het deel II van het kentekenbewijs, voorzover dat deel is afgegeven, ontbreekt.
|
||||
|
||||
**3.** In uitzonderlijke gevallen kan door de Dienst Wegverkeer in afwijking van het tweede lid een kentekenbewijs worden afgegeven, op voorwaarde dat van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig voordien was ingeschreven langs schriftelijke of elektronische weg de bevestiging is verkregen dat de aanvrager het recht heeft om het voertuig in een andere lidstaat in te schrijven.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer bewaart de ingenomen kentekenbewijzen dan wel de ingenomen delen daarvan, gedurende zes maanden en stelt de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven binnen twee maanden na de datum van inname daarvan op de hoogte. Op verzoek stuurt de Dienst Wegverkeer de ingenomen kentekenbewijzen terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
|
||||
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
|
||||
|
||||
a. het deel II en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft ontvangen.
|
||||
a. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een nieuw deel II te verzoeken onder overlegging van het deel II, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een nieuw deel I B te verzoeken onder overlegging van het deel I B, het deel II en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II af.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel I B af.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, te zamen met het oude deel II, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, onder zich heeft gehouden.
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, te zamen met het oude deel I B, te doen toekomen aan degene die het deel I A, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft verkregen.
|
||||
**5.** Degene die het deel I A, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op het verzoek, bedoeld in het tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**7.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
|
||||
**7.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 26, het tweede tot en met negende lid van toepassing.
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 26, het tweede tot en met negende lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
|
||||
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond het deel II van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft ontvangen.
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond het deel I B van het kentekenbewijs en het deel II over te dragen;
|
||||
b. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf is verplicht binnen een week, nadat hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II, het overschrijvingsbewijs en de bedrijfsvoorraadpas.
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf is verplicht binnen een week, nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel I B, het deel II en de bedrijfsvoorraadpas.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan, een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
|
||||
|
|
@ -347,11 +364,11 @@ b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het
|
|||
|
||||
Het erkende bedrijf is verplicht:
|
||||
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs en een bedrijfsvoorraad deel II met de in het vierde lid bedoelde gegevens in te vullen;
|
||||
b. aan degene van wie hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs alsmede het oude deel II terstond ter hand te stellen;
|
||||
c. het bedrijfsvoorraad deel II onder zich te houden.
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs en een bedrijfsvoorraad deel I B met de in het vierde lid bedoelde gegevens in te vullen;
|
||||
b. aan degene van wie hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs alsmede het oude deel I B terstond ter hand te stellen;
|
||||
c. het bedrijfsvoorraad deel I B onder zich te houden.
|
||||
|
||||
**6.** Degene die het deel I, bedoeld in het tweede lid, onderdeel *b*, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan het erkende bedrijf van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft verkregen.
|
||||
**6.** Degene die het deel I A, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan het erkende bedrijf van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**7.** De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -360,29 +377,29 @@ c. het bedrijfsvoorraad deel II onder zich te houden.
|
|||
In afwijking van het derde en vijfde lid, is een erkend bedrijf, indien dit gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, verplicht:
|
||||
|
||||
a. de overdracht van het voertuig ten behoeve van diens bedrijfsvoorraad terstond na de overdracht te melden aan de Dienst Wegverkeer;
|
||||
b. het vrijwaringsbewijs en het bedrijfsvoorraad deel II met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad in te vullen;
|
||||
c. aan degene van wie hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs en het oude deel II terstond ter hand te stellen;
|
||||
d. het bedrijfsvoorraad deel II onder zich te houden.
|
||||
b. het vrijwaringsbewijs en het bedrijfsvoorraad deel I B met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad in te vullen;
|
||||
c. aan degene van wie hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B terstond ter hand te stellen;
|
||||
d. het bedrijfsvoorraad deel I B onder zich te houden.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bij de in het achtste lid, onderdeel *a*, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
Het tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen dan wel bladzijden van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bij de in het achtste lid, onderdeel a, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of teniet gegane delen van het kentekenbewijs overdraagt,
|
||||
b. verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of teniet gegane delen dan wel bladzijden van het kentekenbewijs overdraagt,
|
||||
b. verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen dan wel bladzijden van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
|
||||
c. bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Indien een voertuig waarvoor een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II in de plaats treedt van het gewone deel II.
|
||||
**1.** Indien een voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het gewone deel I B.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, vraagt het bedrijf binnen een week een nieuw deel II aan bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel II, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, vraagt het bedrijf binnen een week een nieuw deel I B aan bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel I B, het deel II en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel II af.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel I B af.
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel f, kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag van een nieuw deel II, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 28 is dit artikel van toepassing.
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel f, kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag van een nieuw deel I B, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 28 is dit artikel van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijke persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf een rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, van de wet, gestelde voorschriften. Een rijbewijs als bedoeld in artikel in 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, wordt overgelegd tezamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -400,44 +417,44 @@ c. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
|||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, op het bedrijfsvoorraad deel II, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid,onderdeel h van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op het deel II, op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, op het bedrijfsvoorraad deel I B, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid,onderdeel h van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuw deel II en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt dit aan het erkende bedrijf. Het erkende bedrijf stelt het nieuwe deel II tezamen met het deel I en het overschrijvingsbewijs terstond in handen van de aanvrager, of doet deze, in geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid, zo spoedig mogelijk aan de aanvrager toekomen.
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuw deel I B en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt dit aan het erkende bedrijf. Het erkende bedrijf stelt het nieuwe deel I B tezamen met het deel I A en het deel II terstond in handen van de aanvrager, of doet deze, in geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid, zo spoedig mogelijk aan de aanvrager toekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een nieuw deel II te verzoeken onder overlegging van het deel II of het bedrijfsvoorraad deel II, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een nieuw deel I B te verzoeken onder overlegging van het deel I B of het bedrijfsvoorraad deel I B, het deel II en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel II af.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel I B af.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan voor een voertuig een driedelig kentekenbewijs afgeven zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag voor het kentekenbewijs wordt ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan voor een voertuig een tweedelig kentekenbewijs afgeven zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag voor het kentekenbewijs wordt ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van het kentekenbewijs het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van het kentekenbewijs het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen of bladzijden van het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
|
||||
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
|
||||
|
||||
a. het deel II en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.
|
||||
a. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel II en het overschrijvingsbewijs, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I onder zich heeft gehouden.
|
||||
**4.** Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel I onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.
|
||||
**5.** Degene die het deel I A onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een driedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II in de plaats treedt van het deel II.
|
||||
**6.** In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 31, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel *c*, het tweede en derde lid van toepassing.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 31, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, het tweede en derde lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht terstond bij het erkende bedrijf een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -447,45 +464,45 @@ Het erkende bedrijf is verplicht overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde
|
|||
|
||||
a. het legitimatiebewijs te controleren;
|
||||
b. de overdracht van het voertuig aan de in het buitenland woonachtige persoon of de in het buitenland gevestigde rechtspersoon terstond te melden aan de Dienst Wegverkeer;
|
||||
c. op het kentekenbewijs een aantekening te plaatsen alsmede de verklaring in drievoud in te vullen;
|
||||
d. aan degene aan wie het voertuig wordt overgedragen het deel I en het bedrijfsvoorraad deel II van het kentekenbewijs te zamen met de verklaring in tweevoud ter stond ter hand te stellen;
|
||||
e. het overschrijvingsbewijs en het daartoe bestemde deel van de verklaring onder zich te houden.
|
||||
c. op het deel I A en het deel II een aantekening te plaatsen alsmede de verklaring in drievoud in te vullen;
|
||||
d. aan degene aan wie het voertuig wordt overgedragen het deel I A, het bedrijfsvoorraad deel I B en het deel II te zamen met de verklaring in tweevoud terstond ter hand te stellen;
|
||||
e. het daartoe bestemde deel van de verklaring onder zich te houden.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het overschrijvingsbewijs bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
|
||||
**1.** Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht het deel I B, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het deel II bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B en op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel I B, de verklaring in tweevoud, het legitimatiebewijs alsmede het deel II terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een erkend bedrijf een tot zijn bedrijfsvoorraad behorend voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II in de plaats treedt van het deel II.
|
||||
**3.** Ingeval een erkend bedrijf een tot zijn bedrijfsvoorraad behorend voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel *c*, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde lid, van de wet bepaalde.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde lid, van de wet bepaalde.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Indien het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, vraagt degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, onverwijld bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I een nieuw deel I aan.
|
||||
**1.** Indien het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I A, vraagt degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, onverwijld bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I A een nieuw deel I A aan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het kentekenbewijs is ingevorderd ingevolge artikel 60 van de wet, geeft de Dienst Wegverkeer op verzoek een nieuw deel I af. Degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, dient hiertoe bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het bij de invordering afgegeven ontvangstbewijs een aanvraag in. De Dienst Wegverkeer geeft niet eerder een nieuw deel I af dan nadat het voertuig is goedgekeurd overeenkomstig artikel 105 van de wet.
|
||||
**2.** Indien het kentekenbewijs is ingevorderd ingevolge artikel 60 van de wet, geeft de Dienst Wegverkeer op verzoek een nieuw deel I A af. Degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, dient hiertoe bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het bij de invordering afgegeven ontvangstbewijs een aanvraag in. De Dienst Wegverkeer geeft niet eerder een nieuw deel I A af dan nadat het voertuig is goedgekeurd overeenkomstig artikel 105 van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuw deel I af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet. Deze dienst kan daarbij verlangen dat het in artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement bedoelde ontvangstbewijs wordt overgelegd.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuw deel I A af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet. Deze dienst kan daarbij verlangen dat het in artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement bedoelde ontvangstbewijs wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft voor een deel I dat wordt ingeleverd bij een door Onze Minister aangewezen instantie in verband met een wijziging aan het voertuig die niet behoeft te worden goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet, een ontvangstbewijs af.
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft voor een deel I A dat wordt ingeleverd bij een door Onze Minister aangewezen instantie in verband met een wijziging aan het voertuig die niet behoeft te worden goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet, een ontvangstbewijs af.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Als deel van een kentekenbewijs waarvan het tarief mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag ter dekking van de in artikel 4*q*, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten omvat, wordt aangewezen het deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
**1.** Als deel van een kentekenbewijs waarvan het tarief mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag ter dekking van de in artikel 4q, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten omvat, wordt aangewezen het deel I A van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Als deel van een kentekenbewijs waarvan het tarief mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag ter dekking van de in artikel V, tweede lid, van de wet van 29 maart 1996 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (*Stb.* 257), bedoelde kosten omvat, wordt aangewezen het deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
**2.** Als deel van een kentekenbewijs waarvan het tarief mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag ter dekking van de in artikel V, tweede lid, van de wet van 29 maart 1996 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (Stb. 257), bedoelde kosten omvat, wordt aangewezen het deel I A van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen kentekenbewijzen worden aangewezen waarvoor het eerste en tweede lid niet gelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag van een vervangend kentekenbewijs of deel daarvan geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene aan wie het kentekenbewijs waarvoor een vervangend kentekenbewijs of deel daarvan wordt aangevraagd, is afgegeven.
|
||||
**1.** De aanvraag van een vervangend kentekenbewijs dan wel deel of bladzijde daarvan geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene aan wie het kentekenbewijs, deel of bladzijde waarvoor een vervangend document wordt aangevraagd, is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een of meer vervangende delen van een kentekenbewijs, een of meer van de overige delen van het kentekenbewijs worden ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een of meer vervangende delen, of bladzijden daarvan, van een kentekenbewijs, een of meer van de overige delen, of bladzijden daarvan, van het kentekenbewijs worden ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een kentekenbewijs is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangend kentekenbewijs of deel daarvan aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van het vervangend kentekenbewijs of deel daarvan toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat het vervangende kentekenbewijs of deel daarvan naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.
|
||||
**3.** Indien een kentekenbewijs is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangend kentekenbewijs dan wel deel of bladzijde daarvan aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van het vervangend kentekenbewijs dan wel deel of bladzijde daarvan, toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat het vervangende kentekenbewijs dan wel deel of bladzijde daarvan naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -517,9 +534,9 @@ i. degene aan wie dat bewijs is afgegeven, niet langer in Nederland woonachtig o
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan een kentekenbewijs ongeldig verklaren voor het rijden over de weg indien naar het oordeel van deze dienst niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 52, tweede lid, van de wet in het kentekenbewijs vermelde voorschriften dan wel indien het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven, niet voldoet aan een of meer van de in artikel 58, tweede lid, onderdeel *b*, *c* of *d* van de wet, bedoelde eisen.
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan een kentekenbewijs ongeldig verklaren voor het rijden over de weg indien naar het oordeel van deze dienst niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 52, tweede lid, van de wet in het kentekenbewijs vermelde voorschriften dan wel indien het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven, niet voldoet aan een of meer van de in artikel 58, tweede lid, onderdeel b, c of d van de wet, bedoelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval het deel I van een voor het rijden over de weg ongeldig verklaard kentekenbewijs op grond van het bepaalde krachtens artikel 57, derde lid, van de wet is ingeleverd, doet de Dienst Wegverkeer na ontvangst van dat deel I een ontvangstbewijs toekomen aan degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
|
||||
**2.** Ingeval het deel I A van een voor het rijden over de weg ongeldig verklaard kentekenbewijs op grond van het bepaalde krachtens artikel 57, derde lid, van de wet is ingeleverd, doet de Dienst Wegverkeer na ontvangst van dat deel I A een ontvangstbewijs toekomen aan degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -527,15 +544,15 @@ i. degene aan wie dat bewijs is afgegeven, niet langer in Nederland woonachtig o
|
|||
|
||||
Tot de invordering van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 60 van de wet zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel *b* of *c* of tweede lid, van de wet, van toepassing is;
|
||||
b. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel niet is voldaan aan artikel 36, vijfde lid, van de wet, dan wel naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel *a*, van de wet, van toepassing is;
|
||||
a. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel b of c of tweede lid, van de wet, van toepassing is;
|
||||
b. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel niet is voldaan aan artikel 36, vijfde lid, van de wet, dan wel naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a , van de wet, van toepassing is;
|
||||
c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel artikel 60, tweede lid, van de wet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op alle delen van het kentekenbewijs, met uitzondering van het overschrijvingsbewijs.
|
||||
**2.** De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven het deel II van het kentekenbewijs, indien dit was afgegeven, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd en reiken voor deel I onverwijld een ontvangstbewijs uit. Zij doen dit deel met vermelding van de reden van invordering zo spoedig mogelijk toekomen aan de Dienst Wegverkeer.
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven het deel I B van het kentekenbewijs, indien dit was afgegeven, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd en reiken voor deel I A onverwijld een ontvangstbewijs uit. Zij doen dit deel met vermelding van de reden van invordering zo spoedig mogelijk toekomen aan de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de invordering heeft plaatsgevonden op grond van artikel 60, eerste lid, onderdeel *b*, van de wet, mogen de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaren het deel I van het kentekenbewijs gedurende ten hoogste vier weken onder zich houden. Zij geven dit deel tegen teruggave van het ontvangstbewijs aan de houder daarvan terug, indien binnen deze termijn naar hun oordeel is aangetoond dat het voertuig in overeenstemming is gebracht met de bij of krachtens de wet vastgestelde eisen. Van het onder zich houden, respectievelijk het teruggeven, stellen zij de Dienst Wegverkeer in kennis.
|
||||
**4.** Indien de invordering heeft plaatsgevonden op grond van artikel 60, eerste lid, onderdeel b , van de wet, mogen de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaren het deel I A van het kentekenbewijs gedurende ten hoogste vier weken onder zich houden. Zij geven dit deel tegen teruggave van het ontvangstbewijs aan de houder daarvan terug, indien binnen deze termijn naar hun oordeel is aangetoond dat het voertuig in overeenstemming is gebracht met de bij of krachtens de wet vastgestelde eisen. Van het onder zich houden, respectievelijk het teruggeven, stellen zij de Dienst Wegverkeer in kennis.
|
||||
|
||||
**5.** Indien dit bij de vordering van de houder van een kentekenbewijs wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarvoor het bewijs is afgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -547,13 +564,13 @@ c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, ind
|
|||
|
||||
De tenaamstelling in het register vervalt zodra:
|
||||
|
||||
a. krachtens artikel 26, derde lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II zijn afgegeven;
|
||||
a. krachtens artikel 26, derde lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel I B zijn afgegeven;
|
||||
b. krachtens artikel 27, vierde lid, een formulier is afgegeven;
|
||||
c. de gegevens als bedoeld in artikel 27, achtste lid, onderdeel b, aan het erkende bedrijf ter beschikking zijn gesteld;
|
||||
d. krachtens artikel 28, derde lid, of artikel 28a, vijfde lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II zijn afgegeven;
|
||||
e. krachtens artikel 29, tweede lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II zijn afgegeven;
|
||||
d. krachtens artikel 28, derde lid, of artikel 28a, vijfde lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel I B zijn afgegeven;
|
||||
e. krachtens artikel 29, tweede lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel I B zijn afgegeven;
|
||||
f. krachtens artikel 30 een kentekenbewijs is afgegeven;
|
||||
g. krachtens de artikelen 31, derde lid, 32, derde lid, onderdeel *c*, of 33, tweede en vierde lid, op het kentekenbewijs een aantekening is geplaatst;
|
||||
g. krachtens de artikelen 31, derde lid, 32, derde lid, onderdeel c, of 33, tweede en vierde lid, op het kentekenbewijs een aantekening is geplaatst;
|
||||
h. de Dienst Wegverkeer het kentekenbewijs ongeldig heeft verklaard ingevolge artikel 37, eerste, tweede of derde lid;
|
||||
i. de Dienst Wegverkeer het handelaarskentekenbewijs ongeldig heeft verklaard ingevolge artikel 45, eerste lid;
|
||||
j. een erkend bedrijf een melding als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c of d, heeft gedaan;
|
||||
|
|
@ -634,7 +651,7 @@ b. de bevoegdheid tot het aanvragen van nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen
|
|||
c. de bevoegdheid tot het versneld melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten Nederland worden gebracht, alsmede het verstrekken van kentekenbewijzen die een kenteken bevatten als bedoeld in artikel 4, zesde lid,
|
||||
d. de bevoegdheid tot het melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten gebruik worden gesteld, alsmede het verstrekken van een certificaat van vernietiging, als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), met dien verstande dat de melding alleen wordt gedaan nadat het certificaat van vernietiging is verstrekt, en
|
||||
e. de bevoegdheid om in geval van overdracht van een voertuig uit de bedrijfsvoorraad van het betrokken bedrijf namens de aanvrager van een kentekenbewijs de aanvraag in te dienen, overeenkomstig artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
|
||||
f. de bevoegdheid om in geval van verkoop van een voertuig uit eigen bedrijfsvoorraad namens de aanvrager middels een voor datacommunicatie geschikte voorziening bij de Dienst Wegverkeer, overeenkomstig artikel 50, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet een aanvraag voor een kentekenbewijs of een deel II in te dienen en dit aan de aanvrager uit te reiken.
|
||||
f. de bevoegdheid om in geval van verkoop van een voertuig uit eigen bedrijfsvoorraad namens de aanvrager middels een voor datacommunicatie geschikte voorziening bij de Dienst Wegverkeer, overeenkomstig artikel 50, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet een aanvraag voor een kentekenbewijs of een deel I B in te dienen en dit aan de aanvrager uit te reiken.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
|
|
@ -652,7 +669,7 @@ c. bij ministeriële regeling aan te wijzen personen of instanties die voertuige
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Bij het verlenen van de erkenning verstrekt de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf een of meer bedrijfsvoorraadpassen van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, waarmee de registratie van voertuigen in bedrijfsvoorraad kan plaatsvinden alsmede formulieren die bestemd zijn om te dienen als vrijwaringsbewijs en als bedrijfsvoorraad deel II.
|
||||
**1.** Bij het verlenen van de erkenning verstrekt de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf een of meer bedrijfsvoorraadpassen van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, waarmee de registratie van voertuigen in bedrijfsvoorraad kan plaatsvinden alsmede formulieren die bestemd zijn om te dienen als vrijwaringsbewijs en als bedrijfsvoorraad deel I B.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag verstrekt de Dienst Wegverkeer aan een erkend bedrijf meerdere bedrijfsvoorraadpassen en formulieren als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,13 +687,15 @@ c. bij ministeriële regeling aan te wijzen personen of instanties die voertuige
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager van een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet legt ten behoeve van deze aanvraag bij de Dienst Wegverkeer het deel II van het kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
|
||||
**1.** De aanvrager van een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet legt ten behoeve van deze aanvraag bij de Dienst Wegverkeer het deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel II een bij ministeriële regeling vastgestelde aantekening.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B een bij ministeriële regeling vastgestelde aantekening.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Indien de schorsing eindigt ingevolge artikel 68 van de wet, wordt bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van deel II van het kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een nieuw deel II aangevraagd.
|
||||
**1.** Indien de schorsing eindigt ingevolge artikel 68 van de wet, wordt bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een nieuw deel I B aangevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het einde van de schorsing als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een driedelig kentekenbewijs dan wel een kentekenbewijs dat bestaat uit een voor 31 mei 2004 afgegeven deel I, een deel I B en een overschrijvingsbewijs, wordt, in afwijking van het eerste lid, bij de Dienst Wegverkeer een nieuw deel I B aangevraagd onder overlegging van het deel II of deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
|
|
@ -693,15 +712,15 @@ Overtreding van de artikelen
|
|||
|
||||
- 5, eerste en derde tot en met vijfde lid,
|
||||
- 26, eerste, tweede, vierde en vijfde lid,
|
||||
- 26, eerste lid, onderdeel *b*, vierde of vijfde lid jo artikel 18,
|
||||
- 26, eerste lid, onderdeel b , vierde of vijfde lid jo artikel 18,
|
||||
- 27, tweede en zesde lid,
|
||||
- 27, tweede lid, onderdeel *b*, of zesde lid jo artikel 18,
|
||||
- 27, tweede lid, onderdeel b , of zesde lid jo artikel 18,
|
||||
- 28, eerste lid jo artikel 26, eerste, tweede, vierde of vijfde lid,
|
||||
- 28, eerste lid jo artikel 27, tweede of zesde lid,
|
||||
- 28, tweede lid,
|
||||
- 29, eerste lid,
|
||||
- 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid en zesde jo eerste of tweede lid,
|
||||
- 31, eerste lid, onderdeel *b*, vierde of vijfde lid jo artikel 18,
|
||||
- 31, eerste lid, onderdeel b , vierde of vijfde lid jo artikel 18,
|
||||
- 31, zesde lid jo eerste of tweede lid jo artikel 18,
|
||||
- 32, tweede lid,
|
||||
- 33, eerste lid en derde jo eerste lid,
|
||||
|
|
@ -709,8 +728,17 @@ Overtreding van de artikelen
|
|||
- 39, vijfde lid,
|
||||
- 44,
|
||||
- 45, tweede lid,
|
||||
- 49, eerste lid, en
|
||||
- 54, tweede lid is een strafbaar feit.
|
||||
- 49, eerste lid,
|
||||
- 54, tweede lid,
|
||||
- 58b, eerste, tweede, vierde en vijfde lid,
|
||||
- 58b, eerste lid, onderdeel b, vierde of vijfde lid j° artikel 18,
|
||||
- 58c, tweede en zesde lid,
|
||||
- 58c, tweede lid, onderdeel b, of zesde lid j° artikel 18,
|
||||
- 58d, eerste lid j° artikel 26, eerste, tweede, vierde of vijfde lid,
|
||||
- 58d, eerste lid j° artikel 27, tweede of zesde lid,
|
||||
- 58d, tweede lid,
|
||||
- 58f, eerste lid, en
|
||||
- 58h, eerste lid is een strafbaar feit.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -740,6 +768,127 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van dit besluit wordt een op basis van het Reglement kentekenregistratie afgegeven kopie deel III gelijkgesteld met een overschrijvingsbewijs tot het tijdstip dat het kopie deel III is vervangen door een zodanig bewijs.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9A. Overgangsbepalingen in verband met de implementatie van
|
||||
|
||||
### Artikel 58a
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 26 tot en met 30 en 34 zijn op driedelige kentekenbewijzen alsmede op kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I dat is afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs, de artikelen 58b tot en met 58h van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 58b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
|
||||
|
||||
a. het deel II of het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een deel I B of een nieuw deel I B te verzoeken onder overlegging van het deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs en een deel I B of nieuw deel I B af.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, te zamen met het oude deel II of I B, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 58c
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 58b, het tweede tot en met achtste lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond het deel II of I B van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf is verplicht binnen een week, nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en de bedrijfsvoorraadpas.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan, een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het erkende bedrijf is verplicht:
|
||||
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs en een bedrijfsvoorraad deel I B met de in het vierde lid bedoelde gegevens in te vullen;
|
||||
b. aan degene van wie hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs alsmede het oude deel II of I B terstond ter hand te stellen;
|
||||
c. het bedrijfsvoorraad deel I B onder zich te houden.
|
||||
|
||||
**6.** Degene die het deel I, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan het erkende bedrijf van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het derde en vijfde lid, is een erkend bedrijf, indien dit gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, verplicht:
|
||||
|
||||
a. de overdracht van het voertuig ten behoeve van diens bedrijfsvoorraad terstond na de overdracht te melden aan de Dienst Wegverkeer;
|
||||
b. het vrijwaringsbewijs en het bedrijfsvoorraad deel I B met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad in te vullen;
|
||||
c. aan degene van wie hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B terstond ter hand te stellen;
|
||||
d. het bedrijfsvoorraad deel I B onder zich te houden.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Het tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bij de in het achtste lid, onderdeel a, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of teniet gegane delen van het kentekenbewijs overdraagt,
|
||||
b. verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
|
||||
c. bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 58d
|
||||
|
||||
**1.** Indien een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf, is artikel 58b of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 58c van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II of I B in de plaats treedt van het gewone deel II of I B.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, vraagt het bedrijf binnen een week een nieuw deel I B aan bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel I B af.
|
||||
|
||||
### Artikel 58e
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel f, kan, in afwijking van artikel 58d, een aanvraag van een nieuw deel I B, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 58d is dit artikel van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijke persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf een rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, van de wet, gestelde voorschriften. Een rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, wordt overgelegd te zamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag wordt ingediend door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die dient te zijn ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register, machtigt deze het erkende bedrijf de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het register bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
|
||||
a. een kopie van diens rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, te zamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen;
|
||||
b. een gewaarmerkt uittreksel uit het in de aanhef bedoelde register;
|
||||
c. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager,
|
||||
2°. het inschrijfnummer van het Handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996,
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt,
|
||||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, op het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens, vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuw deel I B en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt dit aan het erkende bedrijf. Het erkende bedrijf stelt het nieuwe deel I B te zamen met het deel I en het overschrijvingsbewijs terstond in handen van de aanvrager, of doet deze, in geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid, zo spoedig mogelijk aan de aanvrager toekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 58f
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 58b, tweede lid, en 58c, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een deel I B of een nieuw deel I B te verzoeken onder overlegging van het deel II, het deel I B of het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een deel I B of een nieuw deel I B af.
|
||||
|
||||
### Artikel 58g
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan voor een voertuig een tweedelig kentekenbewijs afgeven zonder dat aan de in de artikelen 58b tot en met 58f bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag voor het kentekenbewijs wordt ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van het kentekenbewijs het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
|
||||
### Artikel 58h
|
||||
|
||||
**1.** Indien het voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, vraagt degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, onverwijld bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het kentekenbewijs een nieuw kentekenbewijs aan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het kentekenbewijs is ingevorderd ingevolge artikel 60 van de wet, geeft de Dienst Wegverkeer op verzoek een nieuw kentekenbewijs af. Degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, dient hiertoe bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het bij de invordering afgegeven ontvangstbewijs een aanvraag in. De Dienst Wegverkeer geeft niet eerder een nieuw kentekenbewijs af dan nadat het voertuig is goedgekeurd overeenkomstig artikel 105 van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuw kentekenbewijs af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet. Deze dienst kan daarbij verlangen dat het in artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement bedoelde ontvangstbewijs wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft voor een kentekenbewijs dat wordt ingeleverd bij een door Onze Minister aangewezen instantie in verband met een wijziging aan het voertuig die niet behoeft te worden goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet, een ontvangstbewijs af.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue