2006-03-08 | BWBR0004471 | Monumentenwet 1988

This commit is contained in:
Coornhert 2006-03-08 12:00:00 +00:00
parent 8f407f3bd3
commit ea41920e2a

View file

@ -43,19 +43,19 @@ i. de Raad: de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specif
**1.** Onze minister kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, onroerende monumenten aanwijzen als beschermd monument.
**2.** Voordat Onze minister ter zake een beschikking geeft, vraagt hij advies aan de raad van de gemeente waarin het monument is gelegen en, indien de monumenten zijn gelegen buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tevens aan gedeputeerde staten.
**2.** Voordat Onze minister ter zake een beschikking geeft, vraagt hij advies aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het monument is gelegen en, indien de monumenten zijn gelegen buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tevens aan gedeputeerde staten.
**3.** Onze minister doet mededeling van de adviesaanvraag, bedoeld in het tweede lid, aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.
**4.** Burgemeester en wethouders stellen de in het derde lid genoemde belanghebbenden in de gelegenheid zich te doen horen en plegen het overleg, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
**5.** De gemeenteraad brengt zijn advies uit binnen vijf maanden na de verzending van de in het tweede lid bedoelde adviesaanvraag, gedeputeerde staten binnen vier maanden.
**5.** Burgemeester en wethouders brengen hun advies uit binnen vijf maanden na de verzending van de in het tweede lid bedoelde adviesaanvraag, gedeputeerde staten binnen vier maanden.
**6.** Onze minister beslist, de Raad gehoord, binnen tien maanden na de datum van de verzending van de adviesaanvraag aan de gemeenteraad, dan wel indien om aanwijzing is verzocht, binnen tien maanden na ontvangst van dat verzoek.
**6.** Onze minister beslist, de Raad gehoord, binnen tien maanden na de datum van de verzending van de adviesaanvraag aan burgemeester en wethouders, dan wel indien om aanwijzing is verzocht, binnen tien maanden na ontvangst van dat verzoek.
### Artikel 4
Onze minister doet mededeling van zijn beschikking aan de gemeenteraad en aan gedeputeerde staten. Ingeval van aanwijzing leggen burgemeester en wethouders de beschikking op de secretarie ter inzage. De burgemeester maakt die terinzagelegging op de gebruikelijke wijze bekend.
Onze minister doet mededeling van zijn beschikking aan burgemeester en wethouders en aan gedeputeerde staten. Ingeval van aanwijzing leggen burgemeester en wethouders de beschikking op de secretarie ter inzage. De burgemeester maakt die terinzagelegging op de gebruikelijke wijze bekend.
### Artikel 5
@ -219,7 +219,7 @@ c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gew
**1.** Voorzover blijkt dat de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 11 ten gevolge van de weigering daarvan of ten gevolge van de aan de vergunning verbonden voorschriften schade lijdt, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent, behoudens het bepaalde in het tweede lid, Onze minister, de schadebeoordelingscommissie gehoord, hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
**2.** Ingeval de beslissing over de vergunningaanvraag is genomen door burgemeester en wethouders in afwijking van het advies van Onze minister, besluit de gemeenteraad, de schadebeoordelingscommissie gehoord, omtrent de schadevergoeding, bedoeld in het eerste lid, ten laste van de gemeente. De artikelen 23 tot en met 29, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gemeenteraad in de plaats treedt van Onze minister.
**2.** Ingeval de beslissing over de vergunningsaanvraag is genomen door burgemeester en wethouders in afwijking van het advies van Onze minister, besluiten zij, de schadebeoordelingscommissie gehoord, omtrent de schadevergoeding, bedoeld in het eerste lid, ten laste van de gemeente. De artikelen 23 tot en met 29, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders in de plaats treden van Onze minister.
### Artikel 23