2005-09-01 | BWBR0004149 | Mediawet
This commit is contained in:
parent
cfe4c83cdb
commit
ea52650eb3
1 changed files with 160 additions and 147 deletions
|
|
@ -43,9 +43,9 @@ x. commerciële omroep: omroep door commerciële omroepinstellingen;
|
|||
y. Programmastichting: de Nederlandse Programma Stichting, genoemd in artikel 15;
|
||||
z. Stichting: de Nederlandse Omroep Stichting, genoemd in artikel 16;
|
||||
aa. raad van bestuur: de raad van bestuur van de Stichting;
|
||||
bb. netbestuur: het netbestuur voor een televisieprogrammanet, bedoeld in artikel 40a, eerste lid;
|
||||
cc. netcoördinator: de coördinator voor een televisie- of radioprogrammanet, bedoeld in artikel 40b, eerste lid;
|
||||
dd. commerciële omroepinstelling: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een programma verzorgt, met uitzondering van de instellingen die zendtijd hebben verkregen en overheidsinstellingen, en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt;
|
||||
bb. raad van toezicht: de raad van toezicht van de Stichting;
|
||||
cc. college van omroepen: het college van omroepen van de Stichting;
|
||||
dd. commerciële omroepinstelling: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een programma verzorgt, met uitzondering van de instellingen die zendtijd hebben verkregen, de Wereldomroep en overheidsinstellingen, en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt;
|
||||
ee. Wereldomroep: de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, genoemd in artikel 76;
|
||||
ff. Bedrijf: de naamloze vennootschap Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V., genoemd in artikel 83;
|
||||
gg. toetsbeeld: een stilstaand beeld dat dient om de ontvangst van televisieprogramma's te testen en dat wordt uitgezonden gedurende de tijd dat geen televisieprogramma wordt uitgezonden;
|
||||
|
|
@ -69,7 +69,8 @@ xx. telewinkelboodschap: boodschap in een televisieprogramma die bestaat uit een
|
|||
yy. een open net: een televisieprogrammanet, waarop televisieprogramma's voor algemene omroep worden uitgezonden, met een bereik van ten minste 75% van alle huishoudens in Nederland, waarvoor geen andere kosten verschuldigd zijn dan:
|
||||
|
||||
– het tarief dat een aanbieder van een omroepnetwerk aan de aangeslotenen op het omroepnetwerk in rekening brengt voor de ontvangst van een door de aanbieder met inachtneming van artikel 82i vast te stellen aantal programma's; of
|
||||
– de kosten van aankoop of gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst van televisieprogramma's mogelijk maken.
|
||||
– de kosten van aankoop of gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst van televisieprogramma's mogelijk maken;
|
||||
zz. netredactie: de netredactie van een televisie- of radioprogrammanet, bedoeld in artikel 40d.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -260,14 +261,24 @@ g. het ter beschikking stellen van programma’s aan het buitenland;
|
|||
h. het behartigen van aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
i. het indelen van de zendtijd van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
j. het opstellen van een begroting als bedoeld in artikel 99;
|
||||
k. het in samenwerking met de Wereldomroep binnen de grenzen van de de“de de” moet zijn “de” begroting waarmee Onze Minister heeft ingestemd sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
|
||||
k. het in samenwerking met de Wereldomroep binnen de grenzen van de de begroting waarmee Onze Minister heeft ingestemd sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
|
||||
l. het in samenwerking met de Wereldomroep vaststellen van normen voor de honorering van losse medewerkers, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
|
||||
m. de bekostiging van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, waaronder het bevorderen van een doelmatige inzet van de door Onze Minister beschikbaar gestelde bedragen, bedoeld in artikel 101, eerste lid;
|
||||
n. het inrichten, instandhouden, beheren en het regelen van het gebruik van organen, diensten en hulpmiddelen, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de onder a tot en met m genoemde taken, voor zover dit niet behoort tot de in artikel 83 bedoelde taak van het Bedrijf.
|
||||
|
||||
**3.** De verslagen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, worden gezonden aan het Commissariaat voor de Media.
|
||||
|
||||
**4.** De Stichting is bevoegd om binnen het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, in naam van de gezamenlijke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, overeenkomsten met derden aan te gaan, indien dit geschiedt door of met instemming van de raad van toezicht.
|
||||
**4.** De Stichting is bevoegd om binnen het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, in naam van de gezamenlijke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, overeenkomsten met derden aan te gaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, draagt de Stichting zorg voor de totstandkoming van een gedragscode ter bevordering van goed bestuur en integriteit ten behoeve van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep. Een gedragscode als bedoeld in de eerste volzin heeft in elk geval betrekking op:
|
||||
|
||||
a. aanbevelingen terzake van bestuurlijke organisatie, waaronder beloningen en toezicht;
|
||||
b. gedragsregels terzake van integer handelen;
|
||||
c. gedragsregels terzake van publieke en transparante verantwoording en verslaglegging;
|
||||
d. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden; en
|
||||
e. toezicht en naleving van de gedragscodes.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -277,59 +288,93 @@ De Stichting verzorgt het teletekstprogramma voor landelijke omroep.
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De Stichting heeft twee organen: een raad van toezicht en een raad van bestuur.
|
||||
|
||||
**2.** Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van bestuur en het netbestuur.
|
||||
De Stichting heeft drie organen: een raad van toezicht, een raad van bestuur en een college van omroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.** De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en een aantal andere leden.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter van de raad van toezicht wordt bij koninklijk besluit benoemd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister benoemt een aantal leden gelijk aan het aantal omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen, verminderd met drie. Ten aanzien van een van deze leden kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de Stichting, de Programmastichting en de omroepverenigingen A, B en C die zendtijd hebben verkregen, personen voor benoeming tot lid van de raad van toezicht aanbevelen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De overige leden van de raad van toezicht worden als volgt benoemd:
|
||||
|
||||
a. de omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen en de Programmastichting benoemen elk een lid;
|
||||
b. de educatieve omroepinstelling die een erkenning heeft verkregen, benoemt één lid;
|
||||
c. de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag die zendtijd hebben verkregen, benoemen gezamenlijk één lid.
|
||||
|
||||
**5.** De leden van de raad van toezicht worden telkens voor een termijn van vijf jaren benoemd. De leden die in de loop van de vijfjarige termijn zijn benoemd, treden tegelijk met de andere leden af. Herbenoeming voor een aansluitende periode is tweemaal mogelijk.
|
||||
|
||||
**6.** De omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, kunnen elk één waarnemer in de raad van toezicht aanwijzen.
|
||||
|
||||
**7.** De voorzitter kan vertegenwoordigers van het Commissariaat voor de Media uitnodigen de vergaderingen van de raad van toezicht bij te wonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18b
|
||||
|
||||
**1.** De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de raad van de bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het gemeenschappelijk belang van de landelijke publieke omroep.
|
||||
**1.** De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en zes andere leden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De raad van toezicht is belast met:
|
||||
De voorzitter en de andere leden worden benoemd bij koninklijk besluit.
|
||||
|
||||
a. het vaststellen van algemene uitgangspunten voor landelijke televisie- en radio-omroep door instellingen die zendtijd hebben verkregen, op voorstel van de raad van bestuur;
|
||||
b. het vaststellen van de jaarrekening van de Stichting;
|
||||
c. het wijzigen van de statuten van de Stichting, op voorstel van de raad van bestuur;
|
||||
d. het vaststellen van algemene uitgangspunten voor het programma van de Stichting.
|
||||
Ten aanzien van één van de andere leden kunnen de ondernemingsraden van de Stichting, de Programmastichting en de omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen gezamenlijk personen voor benoeming aanbevelen.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van 5 jaar. Herbenoeming voor een aansluitende periode is éénmaal mogelijk.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met:
|
||||
|
||||
a. het lidmaatschap van het college van omroepen;
|
||||
b. het lidmaatschap van de raad van bestuur;
|
||||
c. het lidmaatschap van een netredactie;
|
||||
d. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een instelling die zendtijd heeft verkregen;
|
||||
e. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële omroepinstelling;
|
||||
f. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;
|
||||
g. het werkzaam zijn bij een ministerie of bij een instelling, een dienst of een bedrijf, ressorterende onder de verantwoordelijkheid van een minister;
|
||||
h. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De raad van toezicht kan leden van het Commissariaat voor de Media uitnodigen vergaderingen van de raad van toezicht bij te wonen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de raad van bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting.
|
||||
|
||||
De raad van toezicht staat de raad van bestuur met advies terzijde. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke omroep.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De raad van toezicht is voorts belast met:
|
||||
|
||||
a. het vaststellen van de jaarrekening;
|
||||
b. het wijzigen van de statuten van de Stichting, op voorstel van de raad van bestuur.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De volgende besluiten en beslissingen van de raad van bestuur behoeven de instemming van de raad van toezicht:
|
||||
De volgende besluiten van de raad van bestuur behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht:
|
||||
|
||||
a. het vaststellen van het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 30b, eerste lid;
|
||||
b. het vaststellen van het tussentijds concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 30b, derde lid;
|
||||
c. het vaststellen van de netprofielen voor de landelijke televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanetten, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e;
|
||||
d. het vaststellen van het coördinatiereglement, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f;
|
||||
e. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 99;
|
||||
f. het vaststellen van het jaarverslag, bedoeld in artikel 23*a*;
|
||||
g. investeringen die een in de statuten vastgesteld bedrag te boven gaan;
|
||||
h. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de Stichting met een andere rechtspersoon of vennootschap, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of voor andere instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
i. collectief ontslag van een aanmerkelijk aantal werknemers;
|
||||
j. ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers.
|
||||
a. het vaststellen van het concessiebeleidsplan en het tussentijds concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 30b, eerste en derde lid;
|
||||
b. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 30b, zevende lid;
|
||||
c. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 99;
|
||||
d. het vaststellen van het jaarverslag, bedoeld in artikel 23a;
|
||||
e. investeringen die een in de statuten vastgesteld bedrag te boven gaan;
|
||||
f. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de Stichting met een andere rechtspersoon of vennootschap, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of voor andere instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
g. collectief ontslag van een aanmerkelijk aantal werknemers;
|
||||
h. ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers.
|
||||
|
||||
**4.** De raad van bestuur en de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep verstrekken aan de raad van toezicht desgevraagd en tijdig alle voor de uitvoering van diens taak benodigde inlichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18c
|
||||
|
||||
**1.** Het college van omroepen bestaat uit een voorzitter en een aantal andere leden.
|
||||
|
||||
**2.** Het college van omroepen heeft tot taak de raad van toezicht en de raad van bestuur, daaronder begrepen de netcoördinatoren, desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen over het programmabeleid van de landelijke publieke omroep.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het college van omroepen is als volgt samengesteld:
|
||||
|
||||
a. omroepverenigingen en de educatieve omroepinstelling die een erkenning hebben verkregen, alsmede de Programmastichting benoemen elk één lid;
|
||||
b. de kerkgenootschappen en de genootschappen op geestelijke grondslag die zendtijd hebben verkregen, benoemen gezamenlijk één lid;
|
||||
c. de programmadirecteur van de Stichting, genoemd in artikel 19a, vierde lid, is lid met raadgevende stem.
|
||||
|
||||
**4.** De omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen kunnen elk één waarnemer in het college van omroepen aanwijzen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het lidmaatschap van het college van omroepen is onverenigbaar met:
|
||||
|
||||
a. het lidmaatschap van de raad van bestuur; en
|
||||
b. het lidmaatschap van een netredactie.
|
||||
|
||||
**6.** Het college van omroepen wijst uit zijn midden de voorzitter aan.
|
||||
|
||||
**7.** Het college van omroepen regelt zijn eigen werkwijze.
|
||||
|
||||
**8.** Het vijfde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op de programmadirecteur van de Stichting, genoemd in artikel 19a, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -341,7 +386,12 @@ j. ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal
|
|||
|
||||
**4.** De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden van de leden van de raad van bestuur vast.
|
||||
|
||||
**5.** Met het lidmaatschap van de raad van bestuur zijn onverenigbaar het lidmaatschap van een orgaan van, en een dienstbetrekking bij, een instelling die zendtijd heeft verkregen, met uitzondering van de Stichting Etherreclame.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het lidmaatschap van de raad van bestuur is onverenigbaar met:
|
||||
|
||||
a. het lidmaatschap van een orgaan van, en een dienstbetrekking bij, een instelling die zendtijd heeft verkregen, met uitzondering van de Stichting Etherreclame;
|
||||
b. het lidmaatschap van een netredactie.
|
||||
|
||||
**6.** De raad van bestuur regelt zijn eigen werkwijze.
|
||||
|
||||
|
|
@ -354,10 +404,10 @@ j. ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal
|
|||
Naast de andere taken en bevoegdheden die de raad van bestuur heeft op grond van deze wet, is hij belast met:
|
||||
|
||||
a. de dagelijkse leiding over de werkzaamheden van de Stichting, waaronder de verzorging van haar programma;
|
||||
b. het na overleg met de netbesturen doen van voorstellen ten behoeve van de vaststelling van algemene uitgangspunten, bedoeld in artikel 18*b*, tweede lid, onderdeel *a*;
|
||||
b. het sluiten van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 30b, zevende lid;
|
||||
c. het vaststellen van het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 30b, eerste lid;
|
||||
d. het vaststellen van het tussentijds concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 30b, derde lid;
|
||||
e. het vaststellen van de netprofielen van de landelijke televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanetten, inhoudende de programmatische uitgangspunten van een herkenbare programmering op de onderscheiden televisie- en radioprogrammanetten als bedoeld in artikel 40, tweede en vierde lid, rekening houdend met de algemene uitgangspunten, bedoeld in artikel 18b, tweede lid, onderdeel a, en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisie- en radioprogrammanetten;
|
||||
e. het vaststellen van de netprofielen van de landelijke televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanetten, inhoudende de programmatische uitgangspunten van een herkenbare programmering op de onderscheiden televisie- en radioprogrammanetten als bedoeld in artikel 40, tweede en vierde lid, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisie- en radioprogrammanetten;
|
||||
f. het vaststellen van een reglement voor de coördinatie van de programma-onderdelen voor televisie, onderscheidenlijk voor radio, op en tussen de verschillende programmanetten;
|
||||
g. de coördinatie, op en tussen de verschillende programmanetten, van de programma-onderdelen van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
h. het vaststellen van nadere regelingen ter uitvoering van de wettelijke taken van de Stichting, met uitzondering van de taken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdelen c en f.
|
||||
|
|
@ -368,17 +418,26 @@ h. het vaststellen van nadere regelingen ter uitvoering van de wettelijke taken
|
|||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de verzorging van het programma van de Stichting benoemt de raad van bestuur een programmadirecteur. De programmadirecteur is in dienst van de Stichting. De functie van programmadirecteur is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van toezicht en van de raad van bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 19b
|
||||
|
||||
**1.** De raad van bestuur gaat geen overeenkomsten als bedoeld in artikel 16, vierde lid, aan en neemt de besluiten, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen b tot en met e, niet dan nadat het college van omroepen in de gelegenheid is gesteld daarover binnen een daartoe door de raad van bestuur te stellen redelijke termijn zijn zienswijze te geven.
|
||||
|
||||
**2.** Het uitblijven van een zienswijze na het verstrijken van de termijn staat aan het aangaan van de desbetreffende overeenkomst of het nemen van het desbetreffende besluit door de raad van bestuur niet in de weg.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit de zienswijze van het college van omroepen blijkt dat hij niet instemt met (belangrijke onderdelen van) een voorgenomen overeenkomst of een voorgenomen besluit en de raad van bestuur zijn voornemen ongewijzigd wenst te handhaven, legt de raad van bestuur de voorgenomen overeenkomst dan wel het door de raad van bestuur vastgestelde besluit tezamen met de zienswijze van het college van omroepen ter instemming voor aan de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Het coördinatiereglement, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een regeling inzake de voorbereiding van de zendtijdindeling door de raad van bestuur;
|
||||
b. een nadere regeling inzake de coördinatie van programma-onderdelen op en tussen de verschillende programmanetten, gericht op een evenwichtig programma-aanbod voor publieksgroepen van verschillende omvang en samenstelling, gespreid over de verschillende programmanetten;
|
||||
b. een nadere regeling inzake de coördinatie van programma-onderdelen op en tussen de verschillende programmanetten, gericht op een evenwichtig programma-aanbod voor publieksgroepen van verschillende omvang en samenstelling, gespreid over de verschillende programmanetten, rekening houdend met de netprofielen van de onderscheiden programmanetten;
|
||||
c. een regeling die beoogt tegen te gaan dat op hetzelfde tijdstip op verschillende programmanetten gelijksoortige programma-onderdelen worden uitgezonden;
|
||||
d. een regeling die beoogt te bevorderen dat op hetzelfde tijdstip op verschillende programmanetten nieuwe programma-onderdelen beginnen;
|
||||
e. een regeling inzake het verwijzen naar programma-onderdelen op andere programmanetten;
|
||||
f. een nadere regeling inzake de uitoefening van de bevoegdheid van de raad van bestuur om in het kader van de coördinatie, bedoeld in onderdeel *b*, de beoogde uitzenddag of het beoogde uitzendtijdstip van een programma-onderdeel te wijzigen;
|
||||
g. de vaststelling van het in artikel 40d, eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van de zendtijd tussen 16.00 uur en 24.00 uur.
|
||||
f. een nadere regeling inzake de uitoefening van de bevoegdheid van de raad van bestuur om in het kader van de coördinatie, bedoeld in onderdeel b, de beoogde uitzenddag of het beoogde uitzendtijdstip van een programma-onderdeel te wijzigen of een programmaonderdeel niet op te nemen in het uitzendschema;
|
||||
g. de vaststelling van het in artikel 40d, eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van de zendtijd tussen 16.00 uur en 24.00 uur;
|
||||
h. een nadere regeling inzake de wijze waarop het totstandkomen van afspraken als bedoeld in artikel 40, zesde lid, wordt bevorderd.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -394,13 +453,13 @@ c. de besluiten omtrent vaststelling van het coördinatiereglement, bedoeld in a
|
|||
d. de besluiten omtrent de coördinatie, op en tussen de verschillende programmanetten, van de programma-onderdelen van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
|
||||
e. de besluiten omtrent vaststelling van een nadere regeling als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel h;
|
||||
f. de besluiten omtrent de toepassing van artikel 22;
|
||||
g. de besluiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 40, vijfde lid, 50, negende lid, 51, tweede lid, 54, zevende lid, en 54a, vierde lid, voor zover niet reeds vallend onder de besluiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met e.
|
||||
g. de besluiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 40, vijfde en zevende lid, 50, negende lid, 51, tweede lid, 54, zevende lid, en 54a, vierde lid, voor zover niet reeds vallend onder de besluiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van bestuur ziet erop toe dat de besluiten, bedoeld in het eerste lid, worden nageleefd.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
De raad van bestuur en de door hem daartoe aangewezen medewerkers van de Stichting zijn bevoegd inlichtingen te verlangen van instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak, de taak van de netcoördinatoren daaronder begrepen, redelijkerwijs nodig is.
|
||||
De raad van bestuur en de door hem daartoe aangewezen medewerkers van de Stichting zijn bevoegd inlichtingen te verlangen van instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -508,18 +567,7 @@ c. zij heeft op grond van de statuten een orgaan dat het programmabeleid bepaalt
|
|||
|
||||
**2.** De concessie wordt op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit telkens verleend voor een periode van 10 jaar en treedt in werking met ingang van een in het koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Aan de concessie kunnen voorschriften en algemene aanwijzingen worden verbonden. Deze voorschriften en aanwijzingen hebben betrekking op:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop het publiek betrokken kan worden bij het programmabeleid en de programmering;
|
||||
b. de wijze waarop aan het publiek rekenschap wordt afgelegd over het programmabeleid ter uitvoering van de publieke omroeptaak;
|
||||
c. de samenwerking met de Wereldomroep;
|
||||
d. de samenwerking met regionale en lokale omroepinstellingen.
|
||||
|
||||
**4.** De in het derde lid bedoelde voorschriften en aanwijzingen hebben geen betrekking op de inhoud van programma's of programma-onderdelen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor het geval de Stichting zijn uit de wet of de concessie voortvloeiende verplichtingen niet nakomt kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorzieningen worden getroffen.
|
||||
**3.** Indien de Stichting zijn uit de wet voortvloeiende taak ernstig verwaarloost, kunnen, gehoord de Stichting, bij algemene maatregel van bestuur voorzieningen worden getroffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 30b
|
||||
|
||||
|
|
@ -529,11 +577,11 @@ d. de samenwerking met regionale en lokale omroepinstellingen.
|
|||
|
||||
In het concessiebeleidsplan is in elk geval opgenomen:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop gedurende de concessieperiode door de erkende instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, de Stichting en de Programmastichting, gezamenlijk en individueel invulling wordt gegeven aan de taakopdracht van de landelijke omroep, in het bijzonder de wijze waarop op de televisie- en radioprogrammanetten invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering en de onderlinge samenwerking, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
|
||||
a. de wijze waarop met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet gedurende de concessieperiode door de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep gezamenlijk en individueel invulling wordt gegeven aan de taakopdracht van de landelijke omroep, tevens uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen die betrekking hebben op het programma-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke omroep;
|
||||
b. een overzicht van de daartoe naar verwachting benodigde organisatorische, personele, materiële en financiële middelen; en
|
||||
c. de wijze van samenwerking met de Wereldomroep.
|
||||
|
||||
**3.** Gedurende de concessieperiode doet de Stichting voor het verstrijken van een periode van vijf jaren een tussentijds concessiebeleidsplan voor de komende vijf jaren toekomen aan het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat zendt het tussentijds concessiebeleidsplan met zijn opmerkingen binnen vier weken aan Onze Minister.
|
||||
**3.** Gedurende de concessieperiode doet de Stichting voor het verstrijken van een periode van vijf jaren een tussentijds concessiebeleidsplan voor de komende vijf jaren toekomen aan het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat zendt het tussentijds concessiebeleidsplan met zijn opmerkingen binnen acht weken aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Het concessiebeleidsplan en het tussentijds concessiebeleidsplan worden door de raad van bestuur opgesteld na overleg met de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep en voorzover het de samenwerking met de Wereldomroep betreft, de Wereldomroep.
|
||||
|
||||
|
|
@ -541,6 +589,12 @@ c. de wijze van samenwerking met de Wereldomroep.
|
|||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tijdstip waarop het concessiebeleidsplan en het tussentijds concessiebeleidsplan moeten worden ingediend.
|
||||
|
||||
**7.** Mede op basis van het concessiebeleidsplan en het tussentijds concessiebeleidsplan worden de doelstellingen met betrekking tot het programma-aanbod en het publieksbereik van de landelijke omroep vastgelegd in een prestatieovereenkomst tussen Onze Minister en de Stichting. De duur van de prestatieovereenkomst is gelijk aan de periode waarvoor de erkenningen en voorlopige erkenningen, bedoeld in de artikelen 31 en 37, zijn verleend.
|
||||
|
||||
**8.** De prestatieovereenkomst regelt voorts de maatregelen bij niet naleving van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen en bevat een procedure die voorziet in tussentijdse wijziging indien veranderde inzichten of omstandigheden dat gewenst maken.
|
||||
|
||||
**9.** De in het zevende lid bedoelde prestatieovereenkomst heeft geen betrekking op de inhoud van programma's of programmaonderdelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 30c
|
||||
|
||||
**1.** Gedurende de concessieperiode draagt de Stichting zorg voor een regelmatige beoordeling van de wijze waarop door de Stichting en de overige instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep uitvoering wordt gegeven aan de taakopdracht van de landelijke omroep. Een beoordeling als bedoeld in de vorige volzin vindt in elk geval plaats telkens voor afloop van een periode van vijf jaar.
|
||||
|
|
@ -814,79 +868,33 @@ d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer.
|
|||
|
||||
**5.** De raad van bestuur draagt, met inachtneming van het coördinatiereglement, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, er zorg voor dat de op de televisie- en radioprogrammanetten uit te zenden programma-onderdelen passen binnen het kader dat bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 13c, 18b, tweede lid, onderdeel a, 19a, eerste lid, onderdeel e, 30a, 30b, en dit artikel voor het desbetreffende programmanet wordt aangegeven.
|
||||
|
||||
**6.** Ten behoeve van de in het vijfde lid bedoelde taak bevordert de raad van bestuur dat voor de onderscheiden televisie- en radioprogrammanetten afspraken tussen de Stichting en de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep tot stand komen over de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen die betrekking hebben op het programma-aanbod en het publieksbereik op de onderscheiden programmanetten, alsmede de wederzijdse inspanningen en bijdragen ten behoeve van de programmering op de programmanetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Elk televisieprogrammanet heeft een netbestuur dat als volgt is samengesteld:
|
||||
|
||||
a. de omroepverenigingen en de Programmastichting, wier zendtijd voor televisie krachtens artikel 41b, eerste lid, onderdelen a en b, tussen 16.00 uur en 24.00 uur, dan wel krachtens artikel 41b, tweede lid, voor een bij het coördinatiereglement, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, te bepalen belangrijk deel van de zendtijd tussen 16.00 uur en 24.00 uur, is ingedeeld op het desbetreffende programmanet, benoemen elk een lid;
|
||||
b. de educatieve omroepinstelling, wiens zendtijd op het desbetreffende net is ingedeeld, benoemt één lid;
|
||||
c. de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, wier zendtijd voor televisie is ingedeeld op het desbetreffende programmanet, benoemen gezamenlijk één lid.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van bestuur wijst een waarnemer aan die het recht heeft de vergaderingen van het netbestuur bij te wonen, indien het programma van de Stichting aan de orde is.
|
||||
|
||||
**3.** Het netbestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan. Het richt zijn werkzaamheden naar eigen inzicht in.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het netbestuur is belast met:
|
||||
|
||||
a. het adviseren van de netcoördinator ten behoeve van het opstellen van het netprofiel van het televisieprogrammanet, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, rekening houdend met de algemene uitgangspunten, bedoeld in artikel 18b, tweede lid, onderdeel a, en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens is bepaald bij of krachtens deze wet ten aanzien van de programma's en de programmering op het televisieprogrammanet;
|
||||
b. het adviseren van de netcoördinator ten behoeve van het opstellen van de ontwerpbegroting voor het televisieprogrammanet, bedoeld in artikel 98a.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de coördinatie op de televisie- en radioprogrammanetten benoemt de raad van bestuur voor ieder televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet een netcoördinator. De netcoördinator is in dienst van de Stichting.
|
||||
|
||||
**2.** Benoeming en ontslag van de netcoördinator voor een televisieprogrammanet geschiedt op voordracht van het netbestuur.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De netcoördinator is belast met:
|
||||
|
||||
a. de onderlinge afstemming van de programma's en programma-onderdelen op het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet;
|
||||
b. het opstellen van het netprofiel van het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e;
|
||||
c. het opstellen van de ontwerpbegroting voor het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, bedoeld in artikel 98a;
|
||||
d. de uitvoering van de in de artikelen 40, vijfde lid, 51, tweede lid, en 54, zevende lid, bedoelde taak van de raad van bestuur ten aanzien van het desbetreffende televisie- of radioprogrammanet;
|
||||
e. het doen van voorstellen aan de raad van bestuur voor zendtijdindeling op het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet;
|
||||
f. het ontwikkelen van gezamenlijke projecten.
|
||||
|
||||
**4.** Het opstellen van het netprofiel van, en het doen van voorstellen voor de zendtijdindeling op het televisie-, respectievelijk radioprogrammanet, geschiedt door de netcoördinator tezamen met de netredactie, bedoeld in artikel 40d, en na overleg met de netcoördinatoren van de andere televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanetten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40c
|
||||
|
||||
**1.** De netcoördinator neemt besluiten ter uitvoering van zijn taak, bedoeld in artikel 40b, derde lid, onderdelen a en d, in naam van de raad van bestuur.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de raad van bestuur aangemerkt als mandaatgever. In afwijking van artikel 10:8 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de raad van bestuur het mandaat niet intrekken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De netcoördinator van een televisieprogrammanet wordt bijgestaan door een netredactie die als volgt is samengesteld:
|
||||
Ten behoeve van de coördinatie op een televisieprogrammanet wordt de raad van bestuur bijgestaan door een netredactie die als volgt is samengesteld:
|
||||
|
||||
a. de instellingen, wier zendtijd voor televisie krachtens artikel 41b, eerste lid, onderdelen a en b, is ingedeeld op het desbetreffende programmanet benoemen elk één lid;
|
||||
b. de instellingen, met uitzondering van de Stichting Etherreclame, de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, de politieke partijen en de overheid, van wie een bij het coördinatiereglement, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, te bepalen belangrijk deel van de zendtijd tussen 16.00 uur en 24.00 uur is ingedeeld op het desbetreffende programmanet benoemen elk één lid;
|
||||
c. de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, wier zendtijd is ingedeeld op het desbetreffende programmanet, benoemen gezamenlijk één lid.
|
||||
|
||||
**2.** De netcoördinator van een radioprogrammanet wordt bijgestaan door een netredactie die bestaat uit een aantal leden dat gelijk is aan het aantal instellingen wier zendtijd op het desbetreffende programmanet is ingedeeld, met uitzondering van de Stichting Etherreclame, de politieke partijen en de overheid. Iedere instelling benoemt één lid, met uitzondering van de instellingen, genoemd in de vorige volzin.
|
||||
**2.** Ten behoeve van de coördinatie op een radioprogrammanet wordt de raad van bestuur bijgestaan door een netredactie die bestaat uit een aantal leden dat gelijk is aan het aantal instellingen wier zendtijd op het desbetreffende programmanet is ingedeeld, met uitzondering van de Stichting Etherreclame, de politieke partijen en de overheid. Iedere instelling benoemt één lid, met uitzondering van de instellingen, genoemd in de vorige volzin.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Met het lidmaatschap van een netredactie is onverenigbaar:
|
||||
|
||||
a. het lidmaatschap van het netbestuur;
|
||||
b. het lidmaatschap van het bestuur van een omroepvereniging, de educatieve omroepinstelling of de Programmastichting;
|
||||
c. het lidmaatschap van de raad van bestuur of de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De netredactie stelt tezamen met de netcoördinator een netstatuut vast. Het netstatuut behoeft de instemming van het netbestuur. Het netstatuut bevat, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet, in elk geval nadere invulling van:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de netredactie en de netcoördinator samenwerken op het programmanet;
|
||||
b. de wijze waarop de netcoördinator gebruik maakt van zijn bevoegdheden bij de vervulling van zijn taken;
|
||||
c. de verdere werkwijze van de netredactie.
|
||||
**3.** Het lidmaatschap van een netredactie is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van een omroepvereniging, de educatieve omroepinstelling of de Programmastichting.
|
||||
|
||||
### Artikel 40e
|
||||
|
||||
|
|
@ -912,7 +920,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** De raad van bestuur deelt jaarlijks, gehoord de netcoördinatoren, de zendtijd voor landelijke omroep in.
|
||||
**1.** De raad van bestuur deelt jaarlijks, de zendtijd voor landelijke omroep in.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -962,9 +970,9 @@ d. de programmaonderdelen van de andere instellingen die zendtijd hebben verkreg
|
|||
|
||||
Met inachtneming van artikel 41a wordt de zendtijd voor landelijke televisie-omroep zodanig ingedeeld, dat:
|
||||
|
||||
a. het televisieprogramma van de Programmastichting tussen 16.00 uur en 24.00 uur steeds op hetzelfde televisieprogrammanet wordt uitgezonden;
|
||||
b. het televisieprogramma van een omroepvereniging die zendtijd heeft verkregen, tussen 16.00 uur en 24.00 uur steeds op hetzelfde televisieprogrammanet wordt uitgezonden; en
|
||||
c. op ieder televisieprogrammanet in ieder geval dagelijks tussen 16.00 uur en 24.00 uur programma’s van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden uitgezonden.
|
||||
a. de programmaonderdelen van de Programmastichting tussen 16.00 uur en 24.00 uur steeds op hetzelfde televisieprogrammanet wordt uitgezonden;
|
||||
b. de programmaonderdelen van een omroepvereniging die zendtijd heeft verkregen, tussen 16.00 uur en 24.00 uur steeds op hetzelfde televisieprogrammanet worden uitgezonden; en
|
||||
c. op ieder televisieprogrammanet in ieder geval dagelijks tussen 16.00 uur en 24.00 uur programmaonderdelen van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden uitgezonden.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van bestuur kan in het kader van de coördinatie op en tussen de verschillende programmanetten tot ten hoogste 325 uren per jaar per instelling afwijken van het eerste lid, onderdelen a en b. De raad van bestuur kan hiertoe slechts besluiten na overleg met het netbestuur van het programmanet waarop de zendtijd in afwijking van het eerste lid, onderdeel a of b, zal worden ingedeeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -976,9 +984,9 @@ c. op ieder televisieprogrammanet in ieder geval dagelijks tussen 16.00 uur en 2
|
|||
|
||||
Met inachtneming van de artikelen 40, vierde lid, en 41a wordt de zendtijd voor landelijke radio-omroep zodanig ingedeeld, dat:
|
||||
|
||||
a. de programma’s van de omroepverenigingen welke niet de wens te kennen hebben gegeven dat hun programma’s op alle radioprogrammanetten worden uitgezonden, op ten minste een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen aantal radioprogrammanetten worden uitgezonden;
|
||||
b. op ten minste twee radioprogrammanetten 24 uur per dag programma’s van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden uitgezonden; en
|
||||
c. op de overige radioprogrammanetten in ieder geval dagelijks tussen 07.00 uur en 24.00 uur programma’s van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden uitgezonden.
|
||||
a. de programmaonderdelen van de omroepverenigingen welke niet de wens te kennen hebben gegeven dat hun programmaonderdelen op alle radioprogrammanetten worden uitgezonden, op ten minste een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen aantal radioprogrammanetten worden uitgezonden;
|
||||
b. op ten minste twee radioprogrammanetten 24 uur per dag programmaonderdelen van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden uitgezonden; en
|
||||
c. op de overige radioprogrammanetten in ieder geval dagelijks tussen 07.00 uur en 24.00 uur programmaonderdelen van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, worden uitgezonden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald hoeveel uren zendtijd voor radio van een omroepvereniging jaarlijks ten minste op de radioprogrammanetten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, zullen worden ingedeeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1383,7 +1391,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 57c
|
||||
|
||||
**1.** Alle inkomsten van een instelling die zendtijd heeft verkregen, waaronder de inkomsten uit nevenactiviteiten en vermogen, worden aangewend voor de verzorging van het programma waarvoor zij zendtijd heeft verkregen.
|
||||
**1.** Alle inkomsten van een instelling die zendtijd heeft verkregen, waaronder de inkomsten uit nevenactiviteiten en vermogen, worden, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, aangewend voor de verzorging van het programma waarvoor zij zendtijd heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, kunnen inkomsten uit programmabladen van omroepverenigingen tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag worden besteed aan verenigingsactiviteiten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2119,20 +2127,20 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 98a
|
||||
|
||||
**1.** Iedere netcoördinator doet de voor zijn net opgestelde ontwerpbegroting jaarlijks voor 1 augustus toekomen aan de raad van bestuur.
|
||||
**1.** De raad van bestuur stelt jaarlijks vóór 1 augustus voor elk televisie- en radioprogrammanet een netbegroting op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De ontwerpbegrotingen bevatten in ieder geval:
|
||||
De netbegrotingen bevatten in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop op het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering, rekening houdend met de algemene uitgangspunten, bedoeld in artikel 18b, tweede lid, onderdeel a, en het netprofiel van het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisie- en radioprogrammanetten;
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop op het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering, rekening houdend met het netprofiel van het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisie- en radioprogrammanetten;
|
||||
b. een beschrijving van de voornemens van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep en wier zendtijd op het net is ingedeeld met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid;
|
||||
c. de hoogte van de bedragen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de programmering op het televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, en de activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, te verwezenlijken, alsmede een financieel overzicht, inhoudende een raming van de voorziene benodigde middelen voor de daarop volgende vier jaren;
|
||||
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten.
|
||||
|
||||
**3.** De ontwerpbegrotingen hebben geen betrekking op het programma en de activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van de Stichting.
|
||||
**3.** De netbegrotingen hebben geen betrekking op het programma en de activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van de Stichting.
|
||||
|
||||
**4.** De wettelijke bepalingen omtrent de inhoud en inrichting van de begroting, bedoeld in artikel 99, zijn van overeenkomstige toepassing op de ontwerpbegrotingen.
|
||||
**4.** De wettelijke bepalingen omtrent de inhoud en inrichting van de begroting, bedoeld in artikel 99, zijn van overeenkomstige toepassing op de netbegrotingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 98b
|
||||
|
||||
|
|
@ -2142,7 +2150,7 @@ d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten.
|
|||
|
||||
De begroting, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering van de Stichting, rekening houdend met de algemene uitgangspunten, bedoeld in artikel 18b, tweede lid, onderdelen a en d, en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisie- en radioprogrammanetten;
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering van de Stichting, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisie- en radioprogrammanetten;
|
||||
b. een beschrijving van de voornemens van de Stichting met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid;
|
||||
c. de hoogte van de bedragen die voor het volgende kalenderjaar naar het oordeel van de raad van bestuur nodig zullen zijn ter bestrijding van de kosten van de verzorging van het televisieprogramma, onderscheidenlijk radioprogramma, en de activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van de Stichting, alsmede een financieel overzicht, inhoudende een raming van de voorziene benodigde middelen voor de daarop volgende vier jaren;
|
||||
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten;
|
||||
|
|
@ -2156,13 +2164,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
**1.** De Stichting doet jaarlijks voor 1 oktober een begroting voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, toekomen aan Onze Minister en het Commissariaat voor de Media. De begroting wordt, rekening houdende met de ontwerpbegrotingen, bedoeld in artikel 98a, door de raad van bestuur vastgesteld.
|
||||
**1.** De Stichting doet jaarlijks voor 1 oktober een begroting voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, toekomen aan Onze Minister en het Commissariaat voor de Media. De begroting wordt, rekening houdende met de netbegrotingen, bedoeld in artikel 98a, door de raad van bestuur vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De begroting bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop door de instellingen die zendtijd hebben verkregen op de televisie- en radioprogrammanetten invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering, rekening houdend met de algemene uitgangspunten, bedoeld in artikel 18b, tweede lid, onderdelen a en d, en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisieen radioprogrammanetten;
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop door de instellingen die zendtijd hebben verkregen op de televisie- en radioprogrammanetten invulling wordt gegeven aan de voorgenomen programmering, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 13c en hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de programma's en de programmering op de televisieen radioprogrammanetten;
|
||||
b. een beschrijving van de voornemens van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid;
|
||||
c. de hoogte van de bedragen die voor het volgende kalenderjaar nodig zullen zijn om de voornemens van de landelijke omroep en van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, te verwezenlijken, alsmede een financieel overzicht, inhoudende een raming van de voorziene benodigde middelen voor de daarop volgende vier jaren;
|
||||
d. een beschrijving van de wijze waarop de raad van bestuur voornemens is het bedrag dat beschikbaar is voor versterking van de programmering, de gelden, bedoeld in artikel 106a, alsmede de uitkeringen, bedoeld in artikel 170c, tweede lid, te besteden;
|
||||
|
|
@ -2197,7 +2205,14 @@ b. die de omroepverenigingen voornemens zijn te besteden aan programma-onderdele
|
|||
c. die de Programmastichting voornemens is te besteden aan programma-onderdelen van culturele aard en programma-onderdelen gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen, waaronder in elk geval jeugd en minderheden;
|
||||
d. de bedragen die de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijk omroep voornemens zijn te besteden aan programma-onderdelen als bedoel in artikel 54, tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** In de begroting wordt tevens een beschrijving gegeven van de wijze waarop door de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep in het afgelopen jaar invulling is gegeven aan de programmering, alsmede een overzicht van de feitelijke bestedingen van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, ingedeeld volgens de onderverdeling die in het tweede tot en met vierde lid is opgenomen. Het overzicht van de feitelijke bestedingen heeft in ieder geval betrekking op de twee voorafgaande kalenderjaren.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De begroting bevat tevens:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop door de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep in het afgelopen jaar invulling is gegeven aan de programmering;
|
||||
b. een beschrijving van de mate waarin in het afgelopen jaar de in de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 30b, zevende lid, vastgelegde doelstellingen met betrekking tot het programma-aanbod en het publieksbereik van de landelijke omroep zijn bereikt;
|
||||
c. een overzicht van de feitelijke bestedingen van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, ingedeeld volgens de onderverdeling die in het tweede tot en met vierde lid is opgenomen, welk overzicht in ieder geval betrekking heeft op de twee voorafgaande kalenderjaren;
|
||||
d. een verslag over de naleving van de gedragscode, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, in het afgelopen jaar.
|
||||
|
||||
**6.** Ten behoeve van het opstellen van het overzicht van de feitelijke bestedingen doet elke instelling die zendtijd heeft verkregen voor landelijke omroep, jaarlijks voor 1 juni aan de Stichting toekomen een individuele opgave van haar feitelijke bestedingen in het voorafgaande kalenderjaar, ingedeeld volgens de onderverdeling die in het tweede tot en met vierde lid is opgenomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2230,16 +2245,14 @@ h. de versterking van de programmering.
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het bedrag dat beschikbaar is voor versterking van de programmering, bedraagt ten hoogste vijfentwintig procent van het totaal van de bedragen die beschikbaar zijn voor de verzorging van de programma’s van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep. Onder versterking van de programmering wordt verstaan:
|
||||
Het bedrag dat beschikbaar is voor versterking van de programmering, bedraagt vijfentwintig procent van het totaal van de bedragen die beschikbaar zijn voor de verzorging van de programma’s van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag. Onder versterking van de programmering wordt verstaan:
|
||||
|
||||
a. versterking van het onderscheidend karakter van de programmering van de publieke omroep;
|
||||
b. bevordering van een herkenbare programmering op de onderscheiden televisie- en radioprogrammanetten, waaronder tevens wordt verstaan bevordering van samenwerkingsprojecten op en tussen de programmanetten;
|
||||
c. bevordering van de programmering van programma-onderdelen gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen, waaronder in elk geval jeugd en minderheden;
|
||||
d. bevordering van de programmering van programma-onderdelen van culturele aard en programma-onderdelen die betrekking hebben op kunst, waaronder in elk geval toneel, documentaires, film, hoorspelen, klassieke muziek en opera.
|
||||
|
||||
De raad van bestuur stelt jaarlijks de criteria vast volgens welke hij voornemens is het bedrag dat beschikbaar is voor versterking van de programmering te besteden.
|
||||
|
||||
**4.** Het bedrag dat beschikbaar is voor versterking van de programmering, komt geheel ten goede aan de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep.
|
||||
**4.** Het bedrag dat beschikbaar is voor versterking van de programmering, komt geheel ten goede aan de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
|
|
@ -2714,7 +2727,7 @@ Vervallen
|
|||
Het Commissariaat voor de Media kan de Stichting, de verzorger van een programma dat door middel van een omroepzender of een omroepnetwerk wordt uitgezonden, de aanbieder van een omroepzender of een omroepnetwerk en de Wereldomroep een bestuurlijke boete opleggen:
|
||||
|
||||
a. van ten hoogste € 225 000,– per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 71t, 72, 73, 82i, 82j, 82f, 82k, tweede lid, 173 en 174;
|
||||
b. van ten hoogste € 135 000,– per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13c, 39b, 41a, 43b, 43c, 48 tot en met 52, 53, zesde lid, 53a tot en met 58, 61a tot en met 68, 71a, 71e tot en met 71s, 76, vierde lid, 82a tot en met 82e, 82h, 161, 166, 167c en 168;
|
||||
b. van ten hoogste € 135 000,– per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13c, 39b, 41a, 43b, 43c, 48 tot en met 52d, 53, zesde lid, 53a tot en met 58, 61a tot en met 68, 71a, 71e tot en met 71s, 76, vierde lid, 82a tot en met 82e, 82h, 161, 166, 167c en 168;
|
||||
c. van ten hoogste € 35 000,–, per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens enig ander bij of krachtens deze wet gesteld voorschrift of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Het Commissariaat draagt de opbrengst van de bestuurlijke boeten af aan Onze Minister. De afgedragen opbrengst dient ter aanwending voor door Onze Minister te bepalen mediadoeleinden in brede zin.
|
||||
|
|
@ -2967,7 +2980,7 @@ Onze Minister stelt regels ter uitvoering van de artikelen 12, 15 en 16 van de E
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister richt de Stichting stimuleringsfonds Nederlandse culturele omroepprodukties op.
|
||||
|
||||
**2.** De stichting heeft tot taak het verstrekken van financiële bijdragen aan omroepverenigingen, de Stichting, de Programmastichting, de educatieve omroepinstelling, dan wel kerkgenootschappen of genootschappen op geestelijke grondslag die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor regionale omroep, alsmede de Wereldomroep, voor de ontwikkeling envervaardiging van programmaonderdelen en programmamateriaal ten behoeve van activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van bijzondere Nederlandse culturele aard.
|
||||
**2.** De stichting heeft tot taak het verstrekken van financiële bijdragen voor de ontwikkeling en vervaardiging van programmaonderdelen en programmamateriaal voor activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van bijzondere Nederlandse culturele aard, ten behoeve van omroepverenigingen, de Stichting, de Programmastichting, de educatieve omroepinstelling, dan wel kerkgenootschappen of genootschappen op geestelijke grondslag die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor regionale omroep, alsmede de Wereldomroep.
|
||||
|
||||
**3.** De stichting heeft een bestuur dat bestaat uit een voorzitter en zes andere leden. De leden van het bestuur worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. Twee leden worden benoemd uit de kring van de omroep en twee leden uit de kring van de film- en podiumkunsten. Van de andere leden wordt één tot voorzitter benoemd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue