2012-11-07 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
87a0fbf33e
commit
ea73cc1111
1 changed files with 92 additions and 37 deletions
|
|
@ -6642,88 +6642,143 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Sierra Leone geldt geen besluit in de zin van a
|
|||
|
||||
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Sudan. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
|
||||
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa over de situatie in Sudan (zie de website van het Ministerie van BuZa).
|
||||
|
||||
#### 2. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Sudan. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1/1 tot en met C5/23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
|
||||
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 7 juni 2006 over de situatie in Sudan.
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Sudan geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
|
||||
|
||||
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
|
||||
##### 3.1. Politieke of religieuze opposanten
|
||||
##### 3.1. Personen die verdacht worden van betrokkenheid bij rebellengroeperingen
|
||||
|
||||
Personen die zich sterk profileren op politiek of religieus gebied, kunnen rekenen op negatieve bejegening door de veiligheidsdiensten. Dit geldt ook wanneer zij vanuit het buitenland terugkeren naar Sudan. Voorbeelden van sterke politieke of religieuze profilering zijn het deelnemen aan demonstraties en oppositionele bijeenkomsten of het zich kritisch (in woord en geschrift) uitlaten over regeringsbeleid. De negatieve bejegening door de veiligheidsdiensten kan variëren van intimidatie, het beperken van de bewegingsvrijheid tot arrestatie en (meerdere) detenties, waarbij marteling en mishandeling voorkomt. Het kan hierbij onder meer gaan om (prominente) intellectuelen, studentenleiders, journalisten, advocaten, mensenrechtenactivisten, activisten van oppositionele of niet-geregistreerde partijen, activisten van vakbonden, activisten van verzetsbewegingen, politieke tegenstanders uit het buitenland en niet-moslims.
|
||||
Uit het ambtsbericht volgt dat personen die verdacht worden van betrokkenheid bij rebellengroeperingen een verhoogd risico lopen op vervolging van de zijde van de Sudanese autoriteiten. Het geweld tegen individuen was met name gericht tegen niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur en leden van de Nuba en vermeende aanhangers van SPLM/Noord uit Zuid-Kordofan (inclusief Abyei) en Blue Nile.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur
|
||||
###### 3.1.1. Niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur
|
||||
|
||||
In Darfur wordt door de autoriteiten hard opgetreden tegen personen verdacht van banden met de rebellen. Met name niet-Arabische bevolkingsgroepen kunnen hiermee te maken krijgen. Het is mogelijk dat zij slachtoffer worden van willekeurige arrestaties, detenties, martelingen en mishandelingen. Bij terugkeer vanuit het buitenland naar Sudan lopen met name zij een verhoogd risico op onderzoek door de veiligheidsdienst. Zij worden als snel als vermeend aanhanger van de Darfurese rebellenbeweging gezien.
|
||||
In Darfur wordt door de autoriteiten hard opgetreden tegen personen verdacht van banden met de rebellen. Met name niet-Arabische bevolkingsgroepen kunnen hiermee te maken krijgen. Het is mogelijk dat zij slachtoffer worden van willekeurige arrestaties, detenties, martelingen en mishandelingen. Bij terugkeer vanuit het buitenland naar Sudan lopen met name zij een verhoogd risico op onderzoek door de veiligheidsdienst. Zij worden al snel als vermeend aanhanger van de Darfurese rebellenbeweging gezien.
|
||||
|
||||
Gelet op het vorenstaande komt een persoon die behoort tot een niet-Arabische bevolkingsgroep uit Darfur al snel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
|
||||
De positie van de niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur (Noord-, Zuid-, en West-Darfur) is zodanig dat deze bevolkingsgroep moet worden gezien als een risicogroep in de zin van C14/3.6. In het kader van de toetsing aan artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden aan personen behorende tot een risicogroep minder hoge eisen gesteld met betrekking tot het aannemelijk maken van de zwaarwegendheid van de ondervonden gebeurtenissen. Dit houdt in dat wanneer deze personen zich beroepen op problemen op basis van hun niet-Arabische afkomst èn herkomst uit Darfur, en er sprake is van een geloofwaardig en individualiseerbaar asielrelaas, reeds met geringe indicaties aannemelijk kan worden gemaakt dat deze problemen leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Indien hiervan sprake is, kan betrokkene op grond van artikel 29, eerste lid onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat betrokkene zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
De niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
De niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Darfur (Noord-, Zuid-, en West-Darfur) worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C14/3.6.
|
||||
|
||||
Indien geen vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, b of c, Vw, wordt verleend, is een beleid van categoriale bescherming van toepassing, zie hieronder.
|
||||
Dit houdt in dat de vreemdeling die behoort tot deze groep met op zichzelf beperkte individuele indicaties reeds aannemelijk kan maken dat bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM dreigt. Hierbij wordt niet verlangd dat betrokkene zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
Tot Darfur worden gerekend de deelstaten Noord-, West- en Zuid-Darfur.
|
||||
Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij aannemelijk maakt dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
|
||||
|
||||
##### 3.3. Niet-moslims
|
||||
###### 3.1.2. Nuba
|
||||
|
||||
Er zijn geen aanwijzingen dat het enkel individueel belijden van andere religies dan de islam tot ernstige problemen leidt met de Sudanese autoriteiten. Dit is dan ook onvoldoende reden om tot statusverlening over te gaan.
|
||||
De positie van de Nuba in Sudan is zodanig dat deze bevolkingsgroep moet worden gezien als een risicogroep in de zin van C14/3.6. Voor een verdere uitleg over de toepassing van dit beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1, waarbij er sprake moet zijn van problemen op basis van hun etnische afkomst.
|
||||
|
||||
##### 3.4. Vrouwen
|
||||
Van betrokkene wordt niet verlangd dat hij/zij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/3.3 is van toepassing.
|
||||
De Nuba in Sudan worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C14/3.6. Voor een verdere uitleg over de toepassing van dit beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1.
|
||||
|
||||
Genitale verminking komt in het noorden nog steeds op grote schaal voor. Ook in het oosten en westen vindt genitale verminking plaats. In het zuiden wordt over het algemeen geen genitale verminking gepraktiseerd, alhoewel het voorkomt dat in het noorden woonachtige Zuid-Sudanezen alsmede Afrikaanse gemeenschappen uit de Southern Blue Nile en Nuba zich aan de tradities in het noorden aanpassen. Genitale verminking vindt plaats in de kindertijd, meestal in de leeftijd tussen vier en tien jaar. De Sudanese regering is tegen vrouwenbesnijdenis en uit dat ook vaker in het openbaar. Echter, de overheid biedt geen mogelijkheid tot het zich onttrekken aan genitale verminking.
|
||||
###### 3.1.3. (Vermeende) aanhangers van SPLM/Noord
|
||||
|
||||
Blijkens het ambtsbericht wordt in Sudan het gebruik van geweld tegen vrouwen, bijvoorbeeld slaan, niet gezien als een misdaad. Dit geldt zowel in Zuid- als in Noord-Sudan. Tegen deze vorm van geweld treedt de overheid niet op. Vrouwen kunnen zich hieraan in de praktijk niet onttrekken door zich elders in het land te vestigen.
|
||||
De positie van (vermeende) aanhangers van SPLM/Noord in Sudan is zodanig dat deze groep moet worden gezien als een risicogroep in de zin van C14/3.6. Voor een verdere uitleg over de toepassing van dit beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1, waarbij er sprake moet zijn van problemen op basis van (toegedichte) banden met SPLM/Noord.
|
||||
|
||||
In Sudan is er voorts nauwelijks of geen bescherming tegen seksueel geweld. Aangifte bij de politie is mogelijk maar vrouwen durven dit vaak niet en bovendien wordt het ze moeilijk gemaakt. Ingeval de vrouw wel aangifte doet bij de politie loopt zij het risico gearresteerd te worden op grond van valse beschuldigingen en/of overspel.
|
||||
Van betrokkene wordt niet verlangd dat hij/zij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
##### 3.5. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
##### 3.2. Vrouwen
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/3.2 en C14/3.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
Genitale verminking van vrouwen wordt in Sudan op grote schaal uitgevoerd. Hoewel de Sudanese autoriteiten zich tegen vrouwenbesnijdenis heeft gekeerd, wordt hier in de praktijk nauwelijks uitvoering aan gegeven.
|
||||
|
||||
In het geval van een reëel risico op genitale verminking kan er in de regel geen vlucht- of vestigingsalternatief worden tegengeworpen in andere delen van Sudan. Indien echter op grond van de individuele verklaringen van betrokkene blijkt dat zij zich elders staande heeft kunnen houden onder naar plaatselijke maatstaven gemeten normale omstandigheden, kan van betrokkene worden verlangd dat zij hier naar toe terugkeert. Hierbij wordt tevens in aanmerking genomen dat een toenemend aantal stedelijke, geschoolde families hun dochters niet laat besnijden. Volgens het ambtsbericht ondervinden deze families hierbij doorgaans geen problemen.
|
||||
|
||||
Indien een Sudanees meisje nog niet is besneden en dit in Sudan niet kan ontlopen, kan bij terugkeer naar Sudan sprake zijn van een reëel risico als bedoeld in artikel 3 EVRM. Dit kan ook gelden voor in Nederland geboren meisjes, die bij terugkeer naar Sudan bedreigd worden met genitale verminking. In dergelijke gevallen kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd worden verleend. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten heeft gewend, of zal moeten wenden, voor bescherming.
|
||||
|
||||
De ouder die genitale verminking van zijn dochter vreest, kan eveneens op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, zie verder C2/3.2.2.
|
||||
|
||||
Blijkens het ambtsbericht wordt in Sudan het gebruik van geweld tegen vrouwen, bijvoorbeeld slaan, niet gezien als een misdaad. Tegen deze vorm van geweld treedt de overheid niet op. Vrouwen kunnen zich hieraan in de praktijk niet onttrekken door zich elders in het land te vestigen.
|
||||
|
||||
In Sudan is er voorts nauwelijks of geen bescherming tegen seksueel geweld.
|
||||
|
||||
Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor geweldpleging in Sudan, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
##### 3.3. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 4. Traumatabeleid
|
||||
In Sudan wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds onttrekking aan de dienstplicht en anderzijds desertie.
|
||||
|
||||
Onttrekking aan de dienstplicht kan met een geldboete en/of met een gevangenisstraf van twee tot drie jaar worden bestraft. Deze bestraffing is niet als onevenredig zwaar aan te merken. Daarnaast is het niet aannemelijk dat er sprake is van discriminatoire bestraffing. Voor gewetensbezwaarden bestaat geen mogelijkheid om ter vervanging van de dienstplicht een niet-militaire dienstplicht te vervullen.
|
||||
|
||||
Gelet op het vorenstaande is een beroep op onttrekking aan de dienstplicht in beginsel niet voldoende om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw, tenzij de betrokkene wegens ernstige en onoverkomelijke gewetensbezwaren tot zijn onttrekking komt. Het is aan de betrokkene om dit aannemelijk te maken.
|
||||
|
||||
Desertie kan in het uiterste geval met de doodstraf worden bestraft. Niet kan worden uitgesloten dat deserteurs discriminatoir worden bestraft, worden mishandeld en/of worden geëxecuteerd. Het is aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat er sprake is van een discriminatoire bestraffing. In het geval mishandeling, executie of de doodstraf niet kan worden uitgesloten, dient de bestraffing wegens desertie als onevenredig zwaar te worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
Gelet op het vorenstaande kan een persoon die een beroep doet op desertie in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw.
|
||||
|
||||
#### 4. Algehele veiligheidssituatie
|
||||
|
||||
Uit het algemeen ambtsbericht van Sudan blijkt dat de veiligheidssituatie in Noord-Darfur en Zuid-Darfur onverminderd slecht is. De situatie in delen van West-Darfur is enigszins verbeterd. De veiligheidssituatie in de gebieden Zuid-Kordofan (inclusief Abyei) en Blue Nile is verder verslechterd.
|
||||
|
||||
##### 4.1. Situatie Darfur
|
||||
|
||||
In januari 2012 zijn twee nieuwe Darfurese deelstaten (Centraal-Darfur en Oost-Darfur) ingesteld. Zowel in het ambtsbericht als ten behoeve van de beleidsbepaling wordt bij de beschrijving van Darfur uitgegaan van de (oude) indeling van Darfur in West-, Noord- en Zuid-Darfur.
|
||||
|
||||
Nu uit het ambtsbericht volgt dat de veiligheidssituatie in Noord- en Zuid-Darfur onverminderd slecht is en de gehele bevolking een reëel risico loopt slachtoffer te worden van het geweld, wordt geconcludeerd dat Noord- en Zuid-Darfur aangemerkt kunnen worden als een gebied waar sprake is van een situatie van uitzonderlijk willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG. Hierbij geldt dat personen afkomstig uit Noord- of Zuid-Darfur een veilig heenkomen kunnen zoeken elders in Sudan, indien de dreiging waaraan betrokkene in Noord- of Zuid-Darfur wordt blootgesteld enkel een gevolg is van een extreme situatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG, zie C4/2.3.2.
|
||||
|
||||
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het ambtsbericht melding maakt van een enigszins verbeterde situatie in delen van West-Darfur. Voor deze regio wordt dan ook geen situatie van uitzonderlijk willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG aangenomen.
|
||||
|
||||
Gelet op de bijzondere positie waarin de niet-Arabische bevolkingsgroepen uit Noord- en Zuid-Darfur verkeren, wordt ten aanzien van een vreemdeling behorend tot deze groep in de regel aangenomen dat er geen sprake kan zijn van een vestigingsalternatief in de overige delen van Sudan, tenzij uit de individuele zaak blijkt dat zij zes maanden of langer zonder problemen in veilige gebieden elders in Sudan hebben verbleven.
|
||||
|
||||
##### 4.2. Situatie Drie Gebieden (Zuid-Kordofan (inclusief Abyei) en Blue Nile)
|
||||
|
||||
In het ambtsbericht wordt aan Zuid-Kordofan, Abyei en Blue Nile gerefereerd als ‘de Drie Gebieden’, waarbij Abyei, dat ligt in de provincie Zuid-Kordofan, als betwist gebied op de grens van Sudan en Zuid-Sudan zelfstandig wordt benoemd.
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht volgt dat de veiligheidssituatie in de gebieden Zuid-Kordofan (inclusief Abyei) en Blue Nile verder verslechterd is. Om die reden wordt voor deze gebieden aangenomen dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG. Hierbij geldt dat sprake is van een vestigingsalternatief in de andere delen van Sudan, nu de dreiging waaraan betrokkene in de Drie Gebieden wordt blootgesteld enkel een gevolg is van een extreme situatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG, zie C4/2.3.2.
|
||||
|
||||
Gelet op de bijzondere positie waarin personen die in verband worden gebracht met steun aan rebellengroeperingen verkeren, wordt ten aanzien van een vreemdeling behorend tot deze groep in de regel aangenomen dat er geen sprake kan zijn van een vestigingsalternatief in de overige delen van Sudan, tenzij uit de individuele zaak blijkt dat zij zes maanden of langer zonder problemen in veilige gebieden elders in Sudan hebben verbleven. Personen die in verband worden gebracht met steun aan rebellengroeperingen zijn met name de Nuba en (vermeend) aanhangers van SPLM/Noord.
|
||||
|
||||
##### 4.3. Situatie overige delen van Sudan
|
||||
|
||||
Voor de overige delen van Sudan geeft de veiligheidssituatie geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG. Er kan voor Sudan, met uitzondering van Noord- en Zuid-Darfur, Zuid-Kordofan (inclusief Abyei) en Blue Nile, niet gesproken worden over een situatie die zodanig is dat een burger die terugkeert naar Sudan, enkel vanwege zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.
|
||||
|
||||
#### 5. Traumabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Sudan geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 5. Categoriale bescherming
|
||||
#### 6. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Asielzoekers uit Sudan komen behoudens contra-indicaties op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5) indien de betrokkene behoort tot de niet-Arabische bevolkingsgroepen uit de deelstaten Noord-, West- en Zuid-Darfur, tenzij de betrokkene direct voorafgaande aan zijn vertrek uit Sudan gedurende langere tijd probleemloos in het noorden van Sudan heeft verbleven.
|
||||
Met onderhavig besluit is het categoriaal beschermingsbeleid voor de regio Darfur in Sudan beëindigd. Asielzoekers uit Sudan komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
|
||||
|
||||
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
|
||||
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Sudan wordt geen binnenlands vlucht- en/of vestigingsalternatief tegengeworpen. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat dit niet geldt voor het verblijfsalternatief, dat conform de hierboven beschreven wijze kan worden tegengeworpen.
|
||||
Ten aanzien van Sudan wordt geen binnenlands vluchtalternatief tegengeworpen.
|
||||
|
||||
##### 6.2. Veilig land van herkomst
|
||||
In de gevallen waarbij op individuele gronden is aangenomen dat betrokkene een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM wordt geen vestigingsalternatief aangenomen.
|
||||
|
||||
Voor het beleidsstandpunt inzake een vestigingsalternatief ten gevolge van de algemene veiligheidssituatie (artikel 15, onder c, van de richtlijn 2004/83/EG) in de gebieden Noord- of Zuid-Darfur, Zuid-Kordofan (inclusief Abyei) of Blue Nile wordt verwezen naar respectievelijk paragraaf 4.1 en 4.2.
|
||||
|
||||
##### 7.2. Veilig land van herkomst
|
||||
|
||||
Sudan wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
|
||||
|
||||
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
|
||||
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
|
||||
|
||||
Sudan wordt niet beschouwd als veilig derde land.
|
||||
|
||||
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Ten aanzien van de volgende groepen zou sprake kunnen zijn van artikel 1F-gedragingen: hoge (deelstaat)regeringsfunctionarissen, leden van veiligheidsdiensten, politiefunctionarissen, (para)militairen, leden van Arabische milities, leden van verzetsbewegingen (bijvoorbeeld strijders van Sudan People’s Liberation Movement/Army) en kindsoldaten.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
|
||||
|
||||
200722114-11-200705-11-20072007/34200722114-11-200705-11-20072007/3416-11-2007
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
##### 6.5. Legale uitreis
|
||||
Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
|
||||
|
||||
##### 7.5. Legale uitreis
|
||||
|
||||
In beginsel kunnen personen uit Sudan vrij het land in- en uitreizen. Het komt evenwel voor dat de Sudanese regering de uitreis weigert aan politieke tegenstanders.
|
||||
|
||||
#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s
|
||||
#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Amv’s uit Sudan kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
|
||||
#### 8. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 9. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Sudan geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue