2008-05-01 | BWBR0013890 | Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken

This commit is contained in:
Coornhert 2008-05-01 12:00:00 +00:00
parent 68fb5a9bb9
commit eaae2eb9fb

View file

@ -22,7 +22,7 @@ achtererf: gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen
antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
daknok: hoogste punt van een schuin dak;
@ -149,36 +149,24 @@ b) op een plat dakvlak:
1) afstand tot dakranden ten minste gelijk aan hoogte paneel, en
2) hellingshoek ten hoogste 35°, en
2°. indien het paneel niet een geheel vormt met de installatie voor het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie in dat bouwwerk is geplaatst;
e. het bouwen van een antenne-installatie ten behoeve van mobiele telecommunicatie, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:
e. het bouwen van een antenne-installatie ten behoeve van mobiele telecommunicatie, met inbegrip van een hekwerk ter beveiliging van een zodanige antenne-installatie op of aan een bouwwerk als bedoeld onder 2°, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:
1°. bij bouwen op of aan een bouwwerk:
a) de hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, minder is dan 0,5 m, en de techniekkast:
1) inpandig of ondergronds is geplaatst,
2) op de grond is geplaatst en kleiner is dan 0,2 m^3, of
3) op een plat dak is geplaatst, kleiner is dan 0,2 m^3 en meer dan 1 m achter de dakrand is geplaatst, of
a) de hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, minder is dan 0,5 m,
b) de hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of indien bevestigd aan een gevel van een gebouw, gemeten vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, minder is dan 5 m, en:
1) de antenne, met antennedrager, geplaatst is op een hoogte van meer dan 9 m, gemeten vanaf het bij het bouwwerk aansluitende terrein,
2) de techniekkast:
inpandig of ondergronds is geplaatst, of
op een plat dak is geplaatst, kleiner is dan 2 m^3 en meer dan 1 m achter de dakrand is geplaatst,
3) de bedrading in of direct langs de antennedrager of inpandig is aangebracht, dan wel in een kabelgoot, mits deze kabelgoot meer dan 1 m achter de voorgevel is geplaatst, en
4) de antennedrager bij plaatsing op het dak van een gebouw:
2) de bedrading in of direct langs de antennedrager of inpandig is aangebracht, dan wel in een kabelgoot, mits deze kabelgoot meer dan 1 m achter de voorgevel is geplaatst, en
3) de antennedrager bij plaatsing op het dak van een gebouw:
aan of bij een op het dak aanwezig object is geplaatst,
in het midden van het dak is geplaatst, of
elders op het dak is geplaatst, mits de afstand in m tot de voorgevel van het bouwwerk ten minste gelijk is aan: 18 gedeeld door de hoogte waarop de antenne, met antennedrager, is geplaatst, gemeten vanaf het bij het gebouw aansluitende terrein tot aan de voet van de antenne, met antennedrager, of
2°. bij bouwen op of aan een hoogspanningsmast, wegportaal, reclamezuil, lichtmast, windmolen, sirenemast, een niet van een bouwwerk deel uitmakende schoorsteen, of op een bouwvergunningplichtige antenne-installatie:
2°. bij bouwen op of aan een hoogspanningsmast, wegportaal, reclamezuil, lichtmast, windmolen, sirenemast, een niet van een bouwwerk deel uitmakende schoorsteen, of op een bouwvergunningplichtige antenne-installatie dan wel een antenne-installatie ten behoeve van de C2000-infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleningsdiensten:
a) de hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet minder is dan 5 m,
b) de antenne is geplaatst op een hoogte van meer dan 3 m, gemeten vanaf het bij het bouwwerk aansluitende terrein, en
c) de techniekkast:
1) inpandig of ondergronds is geplaatst, of
2) op de grond is geplaatst en kleiner is dan 2 m^3;
a) de hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet minder is dan 5 m, en
b) de antenne is geplaatst op een hoogte van meer dan 3 m, gemeten vanaf het bij het bouwwerk aansluitende terrein;
f. het bouwen van een andere antenne-installatie dan bedoeld in onderdeel e van dit lid en in onderdeel c van het derde lid van dit artikel, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:
1°. de antenne-installatie achter het voorerf is geplaatst,
@ -191,7 +179,7 @@ g. het bouwen van een container voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoff
1°. de hoogte van de container, gemeten vanaf het aansluitend terrein, minder is dan 2 m, en
2°. indien de container bovengronds wordt geplaatst: de bruto-oppervlakte minder is dan 4 m^2;
h. het bouwen van een gebouw ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:
h. het bouwen van een gebouw ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:
1°. de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, minder is dan 3 m, en
2°. de bruto-oppervlakte minder is dan 15 m^2;
@ -222,7 +210,7 @@ Behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt als bouwen van
a. a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, op, over, onder of bij een weg of railweg, dan wel in, onder of bij een water, voor zover het betreft:
1º. bouwwerken ten behoeve van verkeersregeling, verkeersgeleiding, wegaanduiding, verlichting of tolheffing,
1º. bouwwerken ten behoeve van het weren van voorwerpen die de verkeersveiligheid in gevaar kunnen brengen, verkeersregeling, verkeersgeleiding, wegaanduiding, verlichting of tolheffing,
2º. bovenleidingen met de bijbehorende draagconstructies of seinpalen,
3º. elektriciteitskastjes of centrale-antenne-inrichtingskastjes,
4º. ondergrondse buis- en leidingstelsels ten behoeve van perceelsaansluitingen,
@ -283,14 +271,10 @@ c. van het bouwwerk, bedoeld in de aanhef van onderdeel h:
Een lichte bouwvergunning is voorts vereist voor het bouwen:
a. bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, indien dat plaatsvindt:
1°. in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, of
2°. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988;
b. van een balkon, mits de bruto-oppervlakte minder is dan 2 m^2;
c. van een vloerafscheiding op een balkon of dakterras;
d. van een zonwering bij andere gebouwen dan woningen en woongebouwen;
e. van een op de grond staande reclamezuil.
a. van een balkon, mits de bruto-oppervlakte minder is dan 2 m^2;
b. van een vloerafscheiding op een balkon of dakterras;
c. van een zonwering bij andere gebouwen dan woningen en woongebouwen;
d. van een op de grond staande reclamezuil.
## Hoofdstuk IIIA
@ -316,7 +300,7 @@ Artikel 40, eerste lid, van de wet blijft buiten toepassing ten aanzien van het
### Artikel 10
Wijzigt het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985.
Vervallen
### Artikel 11