2014-01-01 | BWBR0017779 | Besluit handel in emissierechten
This commit is contained in:
parent
e268ade63c
commit
eac16f6898
1 changed files with 16 additions and 128 deletions
|
|
@ -14,8 +14,6 @@ citeertitel: Besluit handel in emissierechten
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en marktoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218);
|
||||
|
|
@ -28,18 +26,10 @@ CO_2: kooldioxide;
|
|||
|
||||
N_2O: distikstofoxide (lachgas);
|
||||
|
||||
NO_x-procesinstallatie: NO_x-installatie die wordt gebruikt voor de vervaardiging van een product, waarbij een emissie van ten minste 1.000 kilogram stikstofoxiden per kalenderjaar in de lucht wordt veroorzaakt;
|
||||
|
||||
NO_x-verbrandingsinstallatie: NO_x-installatie, niet zijnde een NO_x-procesinstallatie, met een vermogen van één megawatt thermisch of meer, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt als gevolg van het verstoken van brandstof, met inbegrip van de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van het rookgas;
|
||||
|
||||
verbrandingseenheid: vaste technische eenheid waarin activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder t, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten plaatsvinden;
|
||||
|
||||
wet: Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van paragraaf 2.1 en de daarop berustende bepalingen wordt onder vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet mede verstaan: vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van hoofdstuk 3 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder product: ijzer, staal, elektrostaal, zink, anode, caprolactam, carbon black, siliciumcarbide, aluminium, vlakglas, verpakkingsglas, speciaal glas, steenwol, emailleerfritten, glasfritten, fosfor, fosforzuur, natriumtripolyphosphaat, cement, salpeterzuur, nitriet, actieve kool of magnesiumoxide.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Broeikasgasemissies
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.1. Inrichtingen
|
||||
|
|
@ -85,7 +75,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, en de aanvraag krachtens artikel 16.20a, eerste lid, van de wet moeten geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Bij de aanvraag om een vergunning wordt een monitoringsplan ingediend.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, en de aanvraag krachtens artikel 16.20a, eerste lid, van de wet moeten geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Bij de aanvraag om een vergunning wordt een monitoringsplan ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -160,153 +150,51 @@ Op het afgeven van een verklaring, als bedoeld in de artikelen 16.39f, tweede li
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als categorieën van NO_x-installaties als bedoeld in artikel 16.1, derde lid, van de wet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. NO_x-verbrandingsinstallaties, voorzover het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de betrokken inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties 20 of meer bedraagt;
|
||||
b. NO_x-procesinstallaties;
|
||||
c. indien zich in de betrokken inrichting NO_x-procesinstallaties bevinden: NO_x-verbrandingsinstallaties.
|
||||
|
||||
**2.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en c, heeft geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties voor de vervaardiging van keramiek.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, heeft tot en met 31 december 2008 geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties die zich bevinden in een inrichting:
|
||||
|
||||
a. waarin het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van die installaties minder dan 30 bedraagt,
|
||||
b. waarin zich geen NO_x-procesinstallaties bevinden, en
|
||||
c. ten aanzien waarvan het bestuur van de emissieautoriteit een verzoek als bedoeld in artikel 14, eerste lid, om tijdelijk buiten bedoelde aanwijzing te blijven, op grond van artikel 14, tweede lid, heeft toegewezen.
|
||||
|
||||
**4.** De toepassing van het derde lid vervalt zodra de betrokken inrichting niet langer voldoet aan een van beide of beide in het derde lid, aanhef en onder a en b, bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**5.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is op NO_x-procesinstallaties die betrekking hebben op de productie van vlakglas, speciaal glas of verpakkingsglas eerst van toepassing vijftien weken na de datum waarop de betrokken oven na een grote ovenrevisie wordt opgestart. Als datum waarop een oven na een ovenrevisie wordt opgestart, wordt aangemerkt de datum die degene die de betrokken inrichting drijft, ter zake overeenkomstig artikel 15, eerste lid, heeft gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op NO_x-procesinstallaties waarbij na 1 januari 1994 in het kader van een grote ovenrevisie maatregelen zijn genomen om overeenkomstig de stand der techniek de emissie van NO_x voor de betrokken installatie te verminderen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid heeft de aanwijzing geen betrekking op NO_x-installaties die:
|
||||
|
||||
a. zich bevinden in een inrichting, bestemd voor onderzoek, ontwikkeling of beproeving van nieuwe processen of producten, of
|
||||
b. zijn opgesteld om onderzocht, beproefd of gedemonstreerd te worden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, heeft van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties die zich bevinden in een inrichting:
|
||||
|
||||
a. waarin het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van die installaties minder dan 50 bedraagt,
|
||||
b. waarin die installaties gemiddeld per gigajoule brandstof een emissie van NO_x van 37 gram of minder veroorzaken,
|
||||
c. waarin zich geen NO_x-procesinstallaties bevinden, en
|
||||
d. ten aanzien waarvan het bestuur van de emissieautoriteit een verzoek als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, heeft toegewezen.
|
||||
|
||||
**2.** De toepassing van het eerste lid vervalt zodra de betrokken inrichting niet langer voldoet aan een van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, heeft tot en met 31 december 2010 geen betrekking op NO_x-installaties die zich bevinden in een inrichting:
|
||||
|
||||
a. die zich bevindt binnen de Nederlandse exclusieve economische zone,
|
||||
b. waarop vanaf 1 januari 2011 artikel 16.49, eerste lid, van de wet niet langer van toepassing is, en
|
||||
c. ten aanzien waarvan het bestuur van de emissieautoriteit een verzoek als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, heeft toegewezen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-verbrandingsinstallaties bevinden, kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om tot en met 31 december 2008 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, te blijven.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit wijst het verzoek toe indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b, is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** In het verzoek vermeldt de verzoeker de naam en het adres van de inrichting waarvoor het verzoek wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De verzoeker verstrekt bij zijn verzoek voor de inrichting waarop het verzoek betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. een afschrift van het gedeelte van de vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet waaruit blijkt dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b, wordt voldaan, of
|
||||
b. een ondertekende verklaring van het bevoegd gezag krachtens artikel 8.1 van de wet waarin het bevoegd gezag verklaart dat de inrichting voldoet aan de onder a bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de verzoeker niet kan voldoen aan het vierde lid, verstrekt hij andere gegevens waaruit ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit blijkt dat de inrichting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het bestuur van de emissieautoriteit op grond van het tweede lid heeft besloten dat een inrichting tot en met 31 december 2007 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, blijft, geldt dit besluit van rechtswege tot en met 31 december 2008.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-verbrandingsinstallaties bevinden, kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, te blijven.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit wijst het verzoek toe indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13a, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** In het verzoek vermeldt de verzoeker de naam en het adres van de inrichting waarvoor het verzoek wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** De verzoeker verstrekt gegevens waaruit ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit blijkt dat de inrichting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13a, eerste lid, onder a, b en c.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, drijft, kan het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om tot en met 31 december 2010 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, te blijven.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit wijst het verzoek toe indien aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 13b, aanhef en onder b, is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** In het verzoek vermeldt de verzoeker de naam en het adres van de inrichting waarvoor het verzoek wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** De verzoeker verstrekt gegevens waaruit ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit blijkt dat de inrichting voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 13b, aanhef en onder b.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-procesinstallaties bevinden die betrekking hebben op de productie van vlakglas, speciaal glas of verpakkingsglas, meldt het voornemen tot het uitvoeren van een grote ovenrevisie als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit. Bij de melding wordt tevens aangegeven op welke datum de oven naar verwachting na de ovenrevisie wordt opgestart.
|
||||
|
||||
**2.** De melding geschiedt uiterlijk vier weken voor de datum van de voorgenomen ovenrevisie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet zijn de artikelen 5, 6 en 12 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 5, 6 en 12, met uitzondering van artikel 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De concentratie van stikstofoxiden in de afgassen van:
|
||||
|
||||
a. NO_x-verbrandingsinstallaties met een vermogen van 100 megawatt thermisch of meer,
|
||||
b. NO_x-procesinstallaties, waarbij een emissie van 150 ton stikstofoxiden of meer per kalenderjaar in de lucht wordt veroorzaakt, of
|
||||
c. afvalverbrandingsinstallaties of meeverbrandingsinstallaties als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer,
|
||||
|
||||
wordt bepaald door continue meting.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien sprake is van een afvalverbrandingsinstallatie of een meeverbrandingsinstallatie als bedoeld in het eerste lid, onder c, voldoet de continue meting, bedoeld in dat lid, aan de daaraan in het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen, met dien verstande dat
|
||||
|
||||
in afwijking van het bepaalde onder 2.9 in de bij dat besluit behorende bijlage, voorzover dat onderdeel betrekking heeft op stikstofoxiden, het vierde lid geldt.
|
||||
|
||||
**3.** In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid voldoet de continue meting, bedoeld in het eerste lid, aan de daaraan bij of krachtens paragraaf 5.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen, met dien verstande dat voor stikstofoxiden het vierde lid geldt.
|
||||
|
||||
**4.** De waarde van de 95%-betrouwbaarheidsintervallen van individuele waarnemingen op grond waarvan het halfuursgemiddelde of het uurgemiddelde van de concentratie van stikstofoxiden wordt bepaald, is kleiner dan 20% van de jaargemiddelde concentratie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt als bedoeld in artikel 16.50 van de wet, komt overeen met:
|
||||
|
||||
a. voor NO_x-verbrandingsinstallaties: het in de bij dit besluit behorende bijlage II voor het betrokken kalenderjaar aangegeven getal, vermenigvuldigd met de in dat kalenderjaar verbruikte gigajoule brandstof;
|
||||
b. voor NO_x-procesinstallaties, met uitzondering van de NO_x-procesinstallaties, bedoeld onder c: het in de bij dit besluit behorende bijlage III voor het betrokken product voor het betrokken kalenderjaar per ton product aangegeven getal, vermenigvuldigd met het aantal in dat kalenderjaar vervaardigde tonnen van dat product;
|
||||
c. voor NO_x-procesinstallaties als bedoeld in artikel 13, vijfde lid: het in de bij dit besluit behorende bijlage IV voor het betrokken product voor het betrokken kalenderjaar per ton product aangegeven getal, vermenigvuldigd met het aantal in dat kalenderjaar vervaardigde tonnen van dat product.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het verkoopplafond voor een inrichting wordt bepaald door bij elkaar op te tellen:
|
||||
|
||||
a. het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, vermenigvuldigd met 8.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal, vermenigvuldigd met 3.6 x 10^–3;
|
||||
b. de gezamenlijke productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallaties, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 voor dat product in de bij dit besluit behorende bijlage III opgenomen getal, gedeeld door 1.000.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt het verkoopplafond voor een inrichting die niet meer dan 3.000 uren per kalenderjaar in bedrijf is, bepaald door het gezamenlijke vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, vermenigvuldigd met 3.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal, vermenigvuldigd met 3.6 x 10^–3.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Het percentage, bedoeld in artikel 16.53, tweede lid, van de wet, van het voor een inrichting geldende verkoopplafond is vijf.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -326,12 +214,12 @@ Voor het bepalen of het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van verbrandin
|
|||
|
||||
## Bijlage II. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder a, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NO_x-verbrandingsinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per gigajoule verbruikte brandstof
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage III. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder b, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NO_x-procesinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per ton vervaardigd product
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage IV. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder c, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NO_x-procesinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per ton vervaardigd product
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue