2018-01-01 | BWBR0024796 | Kaderbesluit EZ-subsidies

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 8e340e342f
commit eafe590971

View file

@ -19,7 +19,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*bank:* binnen het grondgebied van de Europese Unie gevestigde bank die is toegelaten het bedrijf van bank uit te oefenen;
*de-minimisverordening:* verordening van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, die bij ministeriële regeling als toepasselijke de-minimisverordening is aangewezen;
*Europees steunkader:* een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld, en die bij ministeriële regeling als toepasselijk Europees steunkader is aangewezen;
*financier:* een bank of een participatiemaatschappij of een andere, door Onze Minister aangewezen instelling;
*financier:* bank, participatiemaatschappij, instelling die valt onder een bij ministeriële regeling aangewezen categorie instellingen of andere, krachtens ministeriële regeling door Onze Minister aangewezen instelling;
*groep:* een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
@ -32,42 +32,29 @@ b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
a. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
b. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;
*kleine onderneming:* kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
*kostendrager:* een product of een in economisch opzicht homogene groep van producten, die als voorwerp van calculatie wordt gekozen;
*landbouwonderneming:* onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;
*landbouwproducten:* producten als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van visserijproducten;
*middelgrote onderneming:* een middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
*MKB-ondernemer:* een ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in stand houdt;
*ondernemer:* een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een vennootschap, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld;
*onderneming:* iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
*onderzoeksorganisatie:* organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
*penvoerder:* de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie;
*participatiemaatschappij:* een vennootschap in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die blijkens haar statuten of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan ondernemers teneinde winst te behalen;
*penvoerder:* de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband;
*participatiemaatschappij:* kapitaalvennootschap, vennootschap met een afgescheiden vermogen, of rechtspersoon met een afgescheiden vermogen niet zijnde een vennootschap, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die blijkens zijn statuten of blijkens de overeenkomst waarbij hij is ingesteld tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan ondernemers teneinde winst te behalen;
*samenwerkingsverband:* een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
*specifieke uitkering:* een subsidie aan een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen die tevens een specifieke uitkering is als bedoeld in de Financiële-verhoudingswet;
*subsidie aan een financier:* een subsidie, verstrekt aan een financier, met als doel om kapitaal te doen verstrekken aan ondernemingen;
*visserijproducten:* producten, genoemd in hoofdstuk 3 van bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
*voucher:* een op grond van dit besluit door Onze Minister afgegeven waardedocument voor een deel van de kosten die met het doel waarvoor de voucher wordt gegeven, gepaard gaan.
### Artikel 1a
Dit besluit is niet van toepassing op:
**1.** Indien de op grond van dit besluit bij ministeriële regeling gestelde regels bepalen dat een subsidie kan worden verstrekt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, is dit besluit voor die subsidie aldaar van toepassing.
a. subsidies die worden verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie;
b. subsidies die worden verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de Europese Unie goedgekeurd programma;
c. specifieke uitkeringen die worden verstrekt op grond van een regeling die uitsluitend voorziet in het verstrekken van specifieke uitkeringen;
d. subsidies die worden verstrekt krachtens het Besluit stimulering duurzame energieproductie, of
e. subsidies waarop afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is verklaard.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, wordt in artikel 3, eerste lid, onder «de Nederlandse economie of andere Nederlandse belangen» verstaan de economie en andere belangen van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en wordt in de artikelen 31, onderdeel b, en 39a onder «Nederland» verstaan Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
## Hoofdstuk 2. Verstrekken van subsidie
### Artikel 2
**1.** Subsidies die worden verstrekt krachtens een ministeriële regeling op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, en die niet zijn uitgesloten op grond van artikel 1a, worden verstrekt volgens de regels van dit besluit.
**1.** Onze Minister kan op aanvraag voor de activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, subsidie verstrekken volgens bij ministeriële regeling bepaalde regels.
**2.** Onze Minister kan op aanvraag voor de activiteiten op de gebieden, genoemd in het eerste lid, subsidie verstrekken volgens bij ministeriële regeling bepaalde regels.
**3.** Onze Minister stelt regels als bedoeld in het tweede lid uitsluitend over activiteiten die tevens een positieve bijdrage leveren aan de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
**2.** Onze Minister stelt regels als bedoeld in het eerste lid uitsluitend over activiteiten die tevens een positieve bijdrage leveren aan de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
### Artikel 3
@ -99,6 +86,8 @@ i. de wijze van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend
**2.** Bij ministeriële regeling kan een minimum en maximum subsidiebedrag worden bepaald.
**3.** De subsidie bedraagt niet meer dan is aangevraagd.
### Paragraaf 2. Cumulatie verschillende subsidies
### Artikel 6
@ -206,7 +195,7 @@ Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de subsidiabele kosten, bedo
### Artikel 16
Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verstrekken van subsidies op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen op grond van dit besluit. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van aanvragers, ondernemingen of activiteiten of voor bepaalde themas of voor bepaalde vormen van subsidie.
Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verstrekken van subsidies op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen op grond van dit besluit, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd met het achterwege laten daarvan. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van aanvragers, ondernemingen of activiteiten of voor bepaalde themas of voor bepaalde vormen van subsidie.
### Artikel 17
@ -335,13 +324,13 @@ d. de financiële draagkracht en stabiliteit van de financier onvoldoende gewaar
### Artikel 25
Bij ministeriële regeling kunnen andere afwijzingsgronden dan de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 tot en met 24, worden opgenomen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 22 tot en met 24, en andere afwijzingsgronden worden opgenomen.
## Hoofdstuk 9. Beslissing op de aanvraag
### Artikel 26
**1.** Onze Minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen de in onderstaande tabel aangegeven termijn.
**1.** Onze Minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen de in onderstaande tabel aangegeven termijn of, indien geen subsidieplafond is vastgesteld, een bij ministeriële regeling bepaalde termijn.
**2.**
@ -366,7 +355,7 @@ Indien een beschikking niet binnen de in de tabel aangegeven termijn kan worden
**2.** Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.
**3.** Indien Onze Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
**3.** Indien Onze Minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
### Artikel 28
@ -376,7 +365,7 @@ Indien een beschikking niet binnen de in de tabel aangegeven termijn kan worden
### Artikel 28a
Indien bij ministeriële regeling is gekozen voor verdeling van het subsidieplafond door loting, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking zoals door loting is bepaald.
Indien bij ministeriële regeling is gekozen voor verdeling van het subsidieplafond door loting, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde zoals door loting is bepaald.
### Artikel 29
@ -516,7 +505,7 @@ Een onderneming die op het tijdstip van de verlening van de subsidie geen vaste
### Artikel 41
Vervallen
De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
### Paragraaf 2. Verplichtingen van de subsidieontvanger bij subsidie met terugbetalingsverplichting
@ -531,13 +520,11 @@ Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de subsidie die wordt terugbet
a. rente, te rekenen vanaf het moment van betaling, of
b. een opslag.
**3.** Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders kan Onze Minister ontheffing verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen.
**3.** Voor zover dit is toegestaan op grond van de toepasselijke Europese steunkaders en indien eerder een ontheffing is verleend voor het vertragen of essentieel wijzigen van de activiteiten in verband met onoverkomelijke problemen of het verloren gaan van het marktperspectief kan Onze Minister op verzoek van de subsidieontvanger voorafgaand aan de vaststelling van de subsidie ontheffing verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat ontheffing ook na het tijdstip van vaststelling van de subsidie kan worden verleend.
**4.** De ontheffing, bedoeld in het derde lid, kan worden verleend indien eerder een ontheffing is verleend voor het vertragen, essentieel wijzigen of stopzetten van de activiteiten in verband met onoverkomelijke problemen of het verloren gaan van het marktperspectief.
**4.** De subsidieontvanger kan Onze Minister nadat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde schema.
**5.** De subsidieontvanger kan Onze Minister nadat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting subsidie, inclusief eventuele rente of opslag, terug te betalen volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde schema.
**6.** Aan de ontheffingen, bedoeld in het derde en vijfde lid, kunnen voorschriften worden verbonden.
**5.** Aan de ontheffingen, bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen voorschriften worden verbonden.
### Paragraaf 3. Nadere uitwerking verplichtingen
@ -612,7 +599,12 @@ De hoogte en het moment van verstrekking van de voorschotten worden bepaald door
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voor publiekrechtelijke rechtspersonen en andere, bij ministeriële regeling aangewezen instellingen of organisaties, van de artikelen 45 tot en met 47 afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen van artikelen 45 tot en met 47 afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen indien bij de verstrekking van een subsidie nauw wordt aangesloten bij subsidies als bedoeld in artikel 1a, onderdelen a en b.
**3.**
Bij ministeriële regeling kunnen van artikelen 45 tot en met 47 afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen indien bij de verstrekking van een subsidie nauw wordt aangesloten bij:
a. subsidies die worden verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie, of
b. subsidies die worden verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de Europese Unie goedgekeurd programma.
**4.** Bij ministeriële regeling kan in afwijking van artikel 45, tweede lid, voor subsidies waarvan het maximaal voor subsidie in aanmerking komende bedrag meer bedraagt dan € 25.000 maar niet meer dan € 125.000 en waarvan de duur van de subsidie meer dan één jaar kan bedragen, worden bepaald dat voor de bevoorschotting de regels gelden van artikel 46, eerste, derde, achtste en negende lid.