2005-06-11 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
9bb4ba16c2
commit
eb0b7fe138
1 changed files with 58 additions and 45 deletions
|
|
@ -1128,33 +1128,28 @@ De verlening van de verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, ond
|
|||
##### 4.6.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
Een verblijfsvergunning asiel kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vreemdelingenwet worden verleend aan de echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind van de vreemdeling die een verblijfstitel heeft verkregen op basis van een van de gronden a t/m d van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
Onderdeel f van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat de verblijfsvergunning asiel voorts kan worden verleend aan de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van een houder van de verblijfsvergunning asiel, verleend op grond van een van de onderdelen a t/m d, dat hij om die reden behoort tot het gezin van deze vreemdeling.
|
||||
|
||||
|
||||
Vereiste in beide gevallen is derhalve, dat de hier bedoelde ‘gezinsleden’ dezelfde nationaliteit hebben als de houder van de verblijfsvergunning asiel, dat zij feitelijk behoren tot zijn gezin en dat zij gelijktijdig met hem zijn ingereisd dan wel binnen drie maanden nadat de bedoelde vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft verkregen, zijn nagereisd.
|
||||
De driemaandentermijn gaat in op het moment dat de oorspronkelijke verblijfsvergunning wordt verleend. Indien de gezinsleden in het buitenland een machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen binnen die drie maanden, wordt dit gezien als een tijdig ingediende aanvraag.
|
||||
|
||||
|
||||
Het moet hier dus gaan om een huwelijk of partnerschap dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie kan slechts één vrouw en de uit haar geboren kinderen voor verblijf in aanmerking komen. Van een polygame situatie is sprake, indien de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, met een andere persoon (of meerdere andere personen) tegelijkertijd een huwelijk en/of een relatie is aangegaan (inclusief geregistreerd partnerschap).
|
||||
Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote alsmede eventuele gezinsleden niet voor toelating in aanmerking.
|
||||
|
||||
|
||||
Onder minder- of meerderjarige kinderen dienen tevens te worden begrepen kinderen van een van de beide echtgenoten of partners uit een eerder huwelijk of relatie, of adoptie- of pleegkinderen die feitelijk tot het gezin behoorden.
|
||||
|
||||
|
||||
De minder- of meerderjarigheid wordt beoordeeld naar Nederlands recht.
|
||||
Minderjarig zijn kinderen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd of in Nederland geregistreerd zijn en ook nimmer gehuwd of geregistreerd zijn geweest (artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek).
|
||||
|
||||
|
||||
Ten behoeve van kinderen die in Nederland zijn geboren, terwijl één van de ouders nog de asielprocedure doorloopt, wordt zo snel mogelijk na de inschrijving van het desbetreffende kind in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA), bij de vreemdelingendienst waar de ouder woonachtig is, een aanvraag model M35-K ondertekend. Hiermee wordt de aanvraag van de ouder om een verblijfsvergunning asiel tevens geldig verklaard voor het in Nederland geboren kind.
|
||||
Op het moment dat de ouder in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a t/m c, Vreemdelingenwet, komt het in Nederland geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vreemdelingenwet. Op het moment dat de ouder in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet, komt het in Nederland geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op dezelfde grond als de ouder, namelijk op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet. Deze regeling heeft voorts tot gevolg dat, op het moment dat de ouder uitgeprocedeerd is, ook het in Nederland geboren kind uitgeprocedeerd is.
|
||||
Voor kinderen, die in Nederland worden geboren nadat de ouder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van één van de gronden a t/m d van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet, dient nog immer een verblijfsvergunning regulier te worden aangevraagd. In deze en alle andere gevallen dan hierboven genoemd is het reguliere vreemdelingenbeleid van toepassing (zie B2 en artikel 3.23 Vreemdelingenbesluit). De ingangsdatum van een eventueel verleende vergunning is gelijk aan die aan de ingangsdatum van de ouder. De einddatum van de vergunning van het kind is gelijk aan de einddatum van de vergunning van de ouder.
|
||||
|
||||
200224113-12-200225-11-2002HKUIT02-4099200224113-12-200225-11-2002HKUIT02-409915-12-2002
|
||||
|
||||
Onderdeel f van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat de verblijfsvergunning asiel voorts kan worden verleend aan de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van een houder van de verblijfsvergunning asiel, verleend op grond van een van de onderdelen a t/m d, dat hij om die reden behoort tot het gezin van deze vreemdeling.
|
||||
|
||||
Vereiste in beide gevallen is derhalve, dat de hier bedoelde ‘gezinsleden’ dezelfde nationaliteit hebben als de houder van de verblijfsvergunning asiel, dat zij feitelijk behoren tot zijn gezin en dat zij gelijktijdig met hem zijn ingereisd dan wel binnen drie maanden nadat de bedoelde vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft verkregen, zijn nagereisd. Daarnaast geldt dat een eerdere inreisdatum van een familielid dan de inreisdatum van de hoofdpersoon ook wordt beschouwd als een tijdige nareis.
|
||||
|
||||
De driemaandentermijn gaat in op het moment dat de oorspronkelijke verblijfsvergunning wordt verleend. Indien de houder van de verblijfsvergunning asiel in Nederland bij de Visadienst een verzoek om advies heeft ingediend binnen die drie maanden dan wel indien de gezinsleden in het buitenland een machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen binnen die drie maanden, wordt dit gezien als een tijdig ingediende aanvraag.
|
||||
|
||||
Het moet hier dus gaan om een huwelijk of partnerschap dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven.
|
||||
|
||||
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie kan slechts één vrouw en de uit haar geboren kinderen voor verblijf in aanmerking komen. Van een polygame situatie is sprake, indien de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, met een andere persoon (of meerdere andere personen) tegelijkertijd een huwelijk en/of een relatie is aangegaan (inclusief geregistreerd partnerschap).
|
||||
|
||||
Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgenote alsmede eventuele gezinsleden niet voor toelating in aanmerking.
|
||||
|
||||
Onder minder- of meerderjarige kinderen dienen tevens te worden begrepen kinderen van een van de beide echtgenoten of partners uit een eerder huwelijk of relatie, of adoptie- of pleegkinderen die feitelijk tot het gezin behoorden.
|
||||
|
||||
De minder- of meerderjarigheid wordt beoordeeld naar Nederlands recht.
|
||||
|
||||
Minderjarig zijn kinderen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd of in Nederland geregistreerd zijn en ook nimmer gehuwd of geregistreerd zijn geweest (artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek).
|
||||
|
||||
Ten behoeve van kinderen die in Nederland zijn geboren, terwijl één van de ouders nog de asielprocedure doorloopt, wordt zo snel mogelijk na de inschrijving van het desbetreffende kind in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA), bij de vreemdelingenpolitie van de regio in welke de ouder woonachtig is een aanvraag model M35-K ondertekend. Hiermee wordt de aanvraag van de ouder om een verblijfsvergunning asiel tevens geldig verklaard voor het in Nederland geboren kind. Het model M35-K kan alleen worden ingevuld indien de asielprocedure van de ouder(s) nog openstaat.
|
||||
|
||||
Op het moment dat de ouder in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a t/m c, Vreemdelingenwet, komt het in Nederland geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, Vreemdelingenwet. De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van het in Nederland geboren kind is de datum van de ondertekening van het model M35-K. Op het moment dat de ouder in het bezit word gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet, komt het in Nederland geboren kind in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op dezelfde grond als de ouder, namelijk op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet. Voor kinderen, die in Nederland worden geboren nadat de ouder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van één van de gronden a t/m d van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet, dient nog immer een verblijfsvergunning regulier te worden aangevraagd. In deze en alle andere gevallen dan hierboven genoemd is het reguliere vreemdelingenbeleid van toepassing (zie B2 en artikel 3.23 Vreemdelingenbesluit).
|
||||
|
||||
###### 4.6.1.1. Procedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -4838,15 +4833,9 @@ Artikel
|
|||
|
||||
##### 23.2.1. De gezinsleden bevinden zich nog in het buitenland
|
||||
|
||||
Indien de gezinsleden zich nog in het buitenland bevinden, wordt hen geadviseerd in het buitenland een machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen. Die aanvraag wordt aangemerkt als het begin van nareizen in de zin van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vreemdelingenwet. De machtiging tot voorlopig verblijf wordt aangevraagd bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (zie B1/1). De hoofdpersoon kan in Nederland geen machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen voor de gezinsleden. Wel kan hij bij de Visadienst een positief advies vragen. Tegen een negatief advies staan geen rechtsmiddelen open. Indien vreemdeling in rechte wenst op te komen tegen een negatief advies kan hij een aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf indienen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf. Tegen deze aanvraag staan wel rechtsmiddelen open.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de zaken waarin naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 januari 2004 een tegen een negatief advies ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard, wordt hierbij verwezen naar paragraaf B1/1.1.4.1. Daarin is een beperkte overgangsregel neergelegd voor deze categorie zaken.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf wordt door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorgeleid naar de Visadienst.
|
||||
|
||||
200410911-06-200426-05-2004200410911-06-200426-05-200413-06-2004
|
||||
Indien de gezinsleden zich nog in het buitenland bevinden, wordt hen geadviseerd in het buitenland een machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen. Die aanvraag wordt aangemerkt als het begin van nareizen in de zin van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vreemdelingenwet. De machtiging tot voorlopig verblijf wordt aangevraagd bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (zie B1/1). De hoofdpersoon kan in Nederland geen machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen voor de gezinsleden. Wel kan hij bij de Visadienst een positief advies vragen. Dit verzoek om advies wordt eveneens aangemerkt als het begin van nareizen in de zin van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vreemdelingenwet. Tegen een negatief advies staan geen rechtsmiddelen open. Indien de vreemdeling in rechte wenst op te komen tegen een negatief advies kan hij een aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf indienen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf. Tegen deze aanvraag staan wel rechtsmiddelen open.
|
||||
|
||||
De aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf wordt door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorgeleid naar de Visadienst.
|
||||
|
||||
##### 23.2.2. De gezinsleden melden zich in Nederland bij het aanmeldcentrum
|
||||
|
||||
|
|
@ -4854,16 +4843,14 @@ Artikel
|
|||
3.109
|
||||
Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
Van de vreemdeling die te kennen geeft de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, in te willen dienen, worden door Onze Minister identificatiefoto’s vervaardigd en wordt een dactyloscopisch signalement opgemaakt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking.
|
||||
Van de vreemdeling die te kennen geeft de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, in te willen dienen, worden door Onze Minister identificatiefoto's vervaardigd en wordt een dactyloscopisch signalement opgemaakt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Wanneer de gezinsleden Nederland zijn ingereisd, met een machtiging tot voorlopig verblijf, dienen zij zich binnen 3 dagen te melden bij het aanmeldcentrum, waarnaar wordt verwezen in de brieven bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf. Op het aanmeldcentrum wordt dezelfde procedure gevolgd als voor andere asielaanvragers. Voor de verdere procedure op het aanmeldcentrum wordt verwezen naar C3/12.2. De gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, Vreemdelingenwet, die zijn ingereisd met een machtiging tot voorlopig verblijf, kunnen na aanmelding bij het desbetreffende aanmeldcentrum er desgewenst en indien mogelijk voor kiezen te verblijven bij hun echtgeno(o)t(e) of ouder(s) in plaats van gebruik te maken van de Tijdelijke Noodvoorziening. Na indiening van de asielaanvraag kan desgewenst gebruik gemaakt worden van de centrale opvang van het COA.
|
||||
|
||||
|
||||
Wanneer de gezinsleden Nederland zijn ingereisd, met een machtiging tot voorlopig verblijf, dienen zij zich binnen 3 dagen te melden bij het aanmeldcentrum, waarnaar wordt verwezen in de brieven bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf. Voor de procedure ten aanzien van een vervoersbewijs wordt verwezen naar C3/11.1. Op het aanmeldcentrum wordt dezelfde procedure gevolgd als voor andere asielaanvragers. Voor de verdere procedure op het aanmeldcentrum wordt verwezen naar C3/12.2. De gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, Vreemdelingenwet, die zijn ingereisd met een machtiging tot voorlopig verblijf, kunnen na aanmelding bij het desbetreffende aanmeldcentrum er desgewenst en indien mogelijk voor kiezen te verblijven bij hun echtgeno(o)t(e) of ouder(s) in plaats van gebruik te maken van de Tijdelijke Noodvoorziening. Na indiening van de asielaanvraag kan desgewenst gebruik gemaakt worden van de centrale opvang van het COA.
|
||||
Ook gezinsleden die Nederland zijn ingereisd zonder een machtiging tot voorlopig verblijf, dienen zich voor het indienen van een asielaanvraag te melden bij het aanmeldcentrum conform de verdeling in C3/11.1.
|
||||
|
||||
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
|
||||
200510909-06-200531-05-20052005/27200510909-06-200531-05-20052005/2711-06-2005
|
||||
|
||||
#### 23.3. Het horen van de gezinsleden
|
||||
|
||||
|
|
@ -4914,14 +4901,40 @@ Artikel
|
|||
|
||||
#### 23.4. Het aannemelijk maken van de gezinsband
|
||||
|
||||
In het geval een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf is ingediend, of indien een asielaanvraag is ingediend zonder dat een machtiging tot voorlopig verblijf is aangevraagd, geldt het volgende.
|
||||
|
||||
De gezinsband dient in beginsel met documenten te worden aangetoond (zie C1/4.6.3). Indien de betrokken vreemdeling of het gezinslid dit niet kan, dient de vreemdeling of het gezinslid aannemelijk te maken dat het ontbreken van documenten niet aan hem is toe te rekenen (zie C1/4.6.3). Is het ontbreken van documenten niet toe te rekenen, dan dienen de identiteit en de familierelatie op andere wijze aannemelijk te worden gemaakt.
|
||||
|
||||
Indien er evenwel sprake is van bewijsnood voor betrokken vreemdelingen omdat documenten ontbreken en zulks betrokkenen niet is aan te rekenen, dan wel de overgelegde documenten geen uitsluitsel bieden of indien nader documentenonderzoek heeft plaatsgevonden maar geen zekerheid is verkregen over het bestaan van een familierelatie, wordt betrokkene gewezen op de mogelijkheid van DNA-onderzoek.
|
||||
|
||||
DNA-onderzoek geschiedt op vrijwillige basis. Indien niet wordt ingestemd met het gebruik van DNA-onderzoek, zal op grond van de beschikbare gegevens een beslissing worden genomen over de aanvraag.
|
||||
|
||||
Als de hoofdpersoon instemt met een DNA-test ten behoeve van de door hem aangegeven gezinsleden en met het gebruik van de uitslag van DNA-onderzoek in de procedure in kwestie, dient hij een bijdrage ter uitvoering van DNA-onderzoek te storten op rekening van het desbetreffende laboratorium. De bijdrage wordt gekoppeld aan het aantal te onderzoek kinderen:
|
||||
|
||||
| aantal te onderzoeken kinderen | hoogte bijdrage |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| één kind | € 199,66 (ƒ 440) |
|
||||
| twee kinderen | € 263,19 (ƒ 580) |
|
||||
| drie kinderen | € 326,72 (ƒ 720) |
|
||||
| vier kinderen | € 390,25 (ƒ 860) |
|
||||
| één kind | € 199,66 |
|
||||
| twee kinderen | € 263,19 |
|
||||
| drie kinderen | € 326,72 |
|
||||
| vier kinderen | € 390,25 |
|
||||
| etc. | etc. |
|
||||
|
||||
Indien de gezinsleden nog in het buitenland zijn, dient de hoofdpersoon de gezinsleden in het buitenland te informeren dat zij zich dienen te melden bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. De in het buitenland verblijvende echtgeno(o)t(e) of partner van de referent die om DNA-onderzoek heeft verzocht, wordt door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in kennis gesteld van de door de referent in het aanvraagformulier voor DNA-onderzoek verstrekte gegevens over de relatie tussen de ouders en de kinderen voor wie overkomst naar Nederland wordt gevraagd. De echtgeno(o)t(e) of partner legt ter zake van de juistheid van de door de referent verstrekte gegevens een verklaring af, die door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging schriftelijk wordt vastgelegd en door betrokkene wordt ondertekend.
|
||||
|
||||
De gezinsleden en de hoofdpersoon tekenen een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal wordt afgenomen door een medisch gekwalificeerd persoon in aanwezigheid van een medewerker van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging en wordt door de diplomatieke vertegenwoordiging verzonden naar het laboratorium waar het DNA-onderzoek zal worden verricht.
|
||||
|
||||
Het DNA-materiaal van de hoofdpersoon in Nederland wordt in één van de in de ‘Circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen’ genoemde geaccrediteerde laboratoria in Nederland afgenomen, dan wel op een door het laboratorium aangewezen plaats, door een medische gekwalificeerde in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het laboratorium.
|
||||
|
||||
De uitslag van het DNA-onderzoek biedt voldoende zekerheid met betrekking tot het bestaan van een biologische afstammingsrelatie. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) informeert de hoofdpersoon over de uitslag van het DNA-onderzoek.
|
||||
|
||||
Indien de uitslag voor de vreemdeling positief is, wordt de bijdrage door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan betrokkene terugbetaald. Indien de uitslag negatief is, vindt er geen restitutie plaats.
|
||||
|
||||
Op basis van de uitslag en van anderszins beschikbare gegevens wordt een beslissing genomen op de asielaanvraag dan wel op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
|
||||
Het DNA-materiaal wordt door het laboratorium vernietigd nadat de beslissing in de procedure in het kader waarvan het DNA-materiaal is afgenomen, onherroepelijk is geworden. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geeft daartoe een schriftelijke aanwijzing aan het laboratorium. Een afschrift van deze aanwijzing wordt aan de vreemdeling gezonden.
|
||||
|
||||
In het geval dat er geen (originele) documenten zijn overgelegd en de houder van de verblijfsvergunning asiel (hoofdpersoon) eerder desgevraagd de familierelatie met de echtgeno(o)t(e) of partner heeft gemeld of de relatie heeft bevestigd, is de familierechtelijke relatie tussen de hoofdpersoon en de echtgeno(o)t(e) of partner in beginsel aannemelijk gemaakt.
|
||||
|
||||
#### 23.5. Vervolg van de procedure
|
||||
|
||||
Het voornemen en de beslissing op de aanvraag worden genomen door de Minister.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue