From eb555fc5cf2f5d311685f4469ad08d372388855e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 16 Dec 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-12-16 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 146 +++++++++++------- 1 file changed, 92 insertions(+), 54 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index ee6c2f9aff6..165509ed3c4 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -960,23 +960,25 @@ Bij de beoordeling of een vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder ##### 2.3.2. Betekenis en voorwaarden -Aangenomen wordt, dat wanneer de vervolging of de dreiging van een behandeling in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw uitgaat van de centrale overheid of van aan de overheid gelieerde organisaties, van een binnenlands vlucht- dan wel vestigingsalternatief in beginsel geen sprake kan zijn. Een uitzondering is mogelijk in de situatie waarin de overheid nog maar in een beperkt gebied feitelijk de macht uitoefent. Voorts kan sprake zijn van een vlucht- of vestigingsalternatief, indien de vervolging uitgaat van de lokale overheden en de centrale autoriteiten elders wel bescherming bieden, of in de situatie dat bescherming niet wordt geboden door de overheid maar door derden. +Aangenomen wordt, dat wanneer de vervolging of de dreiging van een behandeling in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw uitgaat van de centrale overheid of van aan de overheid gelieerde organisaties, van een binnenlands vlucht- dan wel vestigingsalternatief in beginsel geen sprake kan zijn. Een uitzondering is mogelijk in de situatie waarin de overheid nog maar in een beperkt gebied feitelijk de macht uitoefent. Voorts kan sprake zijn van een vlucht- of vestigingsalternatief, indien de vervolging uitgaat van de lokale overheden en de centrale autoriteiten elders wel bescherming bieden, of in de situatie dat bescherming niet wordt geboden door de overheid maar door derden. -Bij de beoordeling of een deel van het land van herkomst voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief, wordt op grond van artikel 3.37d, tweede lid, VV rekening gehouden met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling op het tijdstip waarop een beslissing inzake de aanvraag wordt genomen. In de volgende gevallen kan in redelijkheid van de vreemdeling worden verwacht dat hij zich naar elders in het land van herkomst begeeft: +Bij de beoordeling of een deel van het land van herkomst voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief, wordt op grond van artikel 3.37d, tweede lid, VV rekening gehouden met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling op het tijdstip waarop een beslissing inzake de aanvraag wordt genomen. In de volgende gevallen kan in redelijkheid van de vreemdeling worden verwacht dat hij zich naar elders in het land van herkomst begeeft: -a. het gaat om een gebied waar de vreemdeling geen gevaar loopt en waar de veiligheid bestendig is; +a. het gaat om een gebied waar voor de vreemdeling geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen bestaat; b. de vreemdeling kan op veilige wijze toegang tot dat gebied verkrijgen; en -c. de vreemdeling kan zich in het gebied vestigen en een leven leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. +c. de vreemdeling kan zich in het gebied vestigen en van de vreemdeling kan redelijkerwijs worden verwacht dat hij in dat deel van het land verblijft. -Naast het vereiste dat de eerdere dreiging in het gebied niet meer bestaat, is tevens van belang dat de vreemdeling in het gebied geen nieuwe dreiging zal kennen en zich daardoor genoodzaakt ziet terug te keren naar de plaats waar de eerdere dreiging bestond (indirect refoulement). Tevens dient het een gebied te betreffen waar de veiligheid bestendig is. In een situatie waarin de veiligheidssituatie in het betreffende gebied erg fluïde is, kan dat gebied niet als vlucht- of vestigingsalternatief worden tegengeworpen. Dit wordt steeds op basis van de openbare bronnen beoordeeld. +Naast het vereiste dat de eerdere dreiging in het gebied niet meer bestaat, is tevens van belang dat de vreemdeling in het gebied geen nieuwe dreiging zal kennen en zich daardoor genoodzaakt ziet terug te keren naar de plaats waar de eerdere dreiging bestond (indirect refoulement). + +Indien de dreiging een gevolg is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2004/83/EG in een bepaald gebied en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde 15c gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven, ook in een dergelijke situatie, onverkort van toepassing. Voor de vraag of het gebied toegankelijk is, wordt gekeken naar de situatie zoals deze bestaat op het moment van de beoordeling. Dit betekent dat het gebied vanuit Nederland daadwerkelijk en reëel bereikbaar moet zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt. -Een naar verwachting kortdurende technische belemmering vormt op grond van artikel 3.37d, derde lid, VV onvoldoende grond om geen vlucht- of vestigingsalternatief aan te nemen. +Een naar verwachting kortdurende technische belemmering vormt op grond van artikel 3.37d, derde lid, VV onvoldoende grond om geen vlucht- of vestigingsalternatief aan te nemen. Gedacht kan worden aan de situatie dat er nog reisdocumenten voor de vreemdeling moeten worden geregeld of dat het vliegveld in het land van herkomst tijdelijk gesloten is vanwege een overstroming. -Niet is vereist dat de bescherming die de vreemdeling in het gebied dat geldt als vlucht- of vestigingsalternatief verkrijgt, dezelfde is als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben verkregen. Wel is van essentieel belang dat er niet een situatie van indirect refoulement ontstaat, doordat de vreemdeling zich vanwege de slechte levensomstandigheden genoodzaakt ziet terug te keren naar het gebied waar de dreiging bestaat. +Niet is vereist dat de bescherming die de vreemdeling in het gebied dat geldt als vlucht- of vestigingsalternatief verkrijgt, dezelfde is als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben verkregen. De vreemdeling dient zich in het gebied te kunnen vestigen en een leven te kunnen leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. De vreemdeling dient in het betreffende gebied niet achtergesteld te worden in de uitoefening van essentiële rechten ten opzichte van de overige bevolking. Daarnaast dienen de levensomstandigheden in het betreffende gebied in zijn algemeenheid niet zodanig te zijn dat dit op zichzelf al kan leiden tot een humanitaire noodsituatie. @@ -6755,7 +6757,7 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Sudan geldt geen besluit in de zin van artikel Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Somalië. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling, behoudens de hieronder opgenomen regeling ten aanzien van het niet tegenwerpen van het vervallen van de verleningsgrond. De algemene wet- en regelgeving blijft voor het overige steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 4 maart 2009 over de situatie in Somalië (zie de website van het Ministerie van BuZa). +De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 20 september 2010 over de situatie in Somalië (zie de website van het Ministerie van BuZa). #### 2. Besluitmoratorium @@ -6771,19 +6773,17 @@ Het ambtsbericht van de Minister van BuZa meldt dat de positie van minderheden i Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege zijn etnische afkomst te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -De vreemdeling dient hierbij aannemelijk te maken dat de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden. Voor Centraal- en Zuid-Somalië geldt dat de lokale autoriteiten in beginsel niet in staat zijn om bescherming aan de bevolking te bieden. Van asielzoekers uit deze gebieden wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming. - -Het enkel behoren tot een specifieke clanfamilie of minderheid vormt op zichzelf geen aanleiding tot verlening van een verblijfsvergunning asiel. +Het enkel behoren tot een specifieke clanfamilie of minderheid, anders dan de Reer Hamar (zie 3.1.2), vormt op zichzelf geen aanleiding tot verlening van een verblijfsvergunning asiel. ###### 3.1.2. Reer Hamar/Benadiri -In brede zin wordt de term Reer Hamar gebruikt als synoniem voor Benadiri. Naast de Reer Hamar zelf (in enge zin), kunnen hier ook Reer Brava, Reer Merka en Ashraf onder vallen. Ashraf uit het binnenland worden ook onder de Reer Hamar (Benadiri) in brede zin geplaatst. Andere minderheden uit het zuiden van Somalië, zoals Bantu, Bajuni en Midgan, vallen niet onder de Reer Hamar (Benadiri) in brede zin. +In brede zin wordt de term Reer Hamar gebruikt als synoniem voor Benadiri. Naast de Reer Hamar zelf (in enge zin), kunnen hier ook Reer Brava, Reer Merka en de Ashraf die onder de Benadiri leven en als Benadiri zouden kunnen worden gezien, onder vallen. Ashraf in Bay en Bakool worden niet onder de Reer Hamar (Benadiri) in brede zin geplaatst. Andere minderheden uit het zuiden van Somalië, zoals Bantu, Bajuni en Midgan, vallen niet onder de Reer Hamar (Benadiri) in brede zin. -Bij de beoordeling van asielaanvragen van Reer Hamar (in brede zin) is het volgende van belang. De positie van de Reer Hamar is zodanig dat deze bevolkingsgroep moet worden gezien als een risicogroep in de zin van C14/4.5. Dit houdt in dat een individueel lid van deze bevolkingsgroep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder a, Vw, indien slechts in geringe mate blijkt van op de persoon gerichte daden van vervolging welke in verband gebracht kunnen worden met de etnische afkomst. Daarbij ziet de term “in geringe mate” op aantal en ernst van de gestelde gebeurtenissen, niet op de aard daarvan. De asielzoeker zal de aard van de vervolgingsgronden op de gebruikelijke wijze aannemelijk moeten maken. Hierbij staat het criterium centraal dat de gebeurtenissen die betrokkene heeft ondervonden of vreest verband houden met zijn persoon én met zijn etnische afkomst. +Bij de beoordeling van asielaanvragen van Reer Hamar (in brede zin) is het volgende van belang. De positie van de Reer Hamar is zodanig dat deze bevolkingsgroep moet worden gezien als een risicogroep in de zin van C14/4.5. Dit houdt in dat een individueel lid van deze bevolkingsgroep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder a, Vw, indien slechts in geringe mate blijkt van op de persoon gerichte daden van vervolging welke in verband gebracht kunnen worden met de etnische afkomst. Daarbij ziet de term ‘in geringe mate’ op aantal en ernst van de gestelde gebeurtenissen, niet op de aard daarvan. De asielzoeker zal de aard van de vervolgingsgronden op de gebruikelijke wijze aannemelijk moeten maken. Hierbij staat het criterium centraal dat de gebeurtenissen die betrokkene heeft ondervonden of vreest verband houden met zijn persoon én met zijn etnische afkomst. -De Reer Hamar (in brede zin) worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3. +De Reer Hamar (in brede zin) kunnen worden aangemerkt als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. -Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de Reer Hamar een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep. +Ten aanzien van een vreemdeling afkomstig uit Somalië die zich beroept op het behoren tot deze groep zal het individualiseringsvereiste zich ertoe beperken dat de vreemdeling aannemelijk dient te maken dat hij tot deze groep behoort. Nadere hem persoonlijk betreffende feiten en omstandigheden behoeven vervolgens niet te worden aangetoond om te komen tot het oordeel dat hij bij terugkeer zal worden blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. ##### 3.2. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander @@ -6819,47 +6819,77 @@ Mishandeling en verkrachting van vrouwen komen geregeld voor in Somalië. Uit he Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging in Somalië, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming. Er geldt voor vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van (seksueel) geweld geen vestigingsalternatief binnen Somalië. -#### 4. Traumatabeleid +###### 3.4.4. Alleenstaande vrouwen + +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat de positie van alleenstaande vrouwen slechter is dan die van vrouwen in het algemeen omdat zij bescherming van een man ontberen. + Indien een alleenstaande vrouw aannemelijk heeft gemaakt een gegronde vrees voor een onmenselijke behandeling te hebben bij terugkeer naar haar land, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning worden verleend. Het enkele feit dat de vreemdeling een alleenstaande vrouw is, is onvoldoende voor de conclusie dat er gegronde vrees is voor onmenselijke behandeling. + Ten aanzien van alleenstaande vrouwen wordt in de regel aangenomen dat, indien sprake is van een gegronde vrees, in de regel niet een vestigingsalternatief in Centraal- en Zuid-Somalië kan worden tegengeworpen (zie verder 7.2.2). + + + Een vrouw wordt aangemerkt als alleenstaand indien de huwelijksband met de echtgenoot als verbroken kan worden beschouwd dan wel zij ongehuwd is en de band met het gezin waartoe ze behoorde, al ten tijde van haar vertrek uit Somalië als verbroken kan worden beschouwd. + + + Onder gezin wordt enkel het ouderlijk gezin, de vader en moeder verstaan. De gezinsband met de vader is hierbij relevant. Dat betekent dat banden met andere mannelijke familieleden, bijvoorbeeld meerderjarige zoons, broers of ooms, hierbij niet worden meegewogen. + + + Om aan te tonen dat een vrouw alleenstaand is op grond van een verbroken gezinsband, dient in beginsel – indicatief – bewijs te worden overgelegd. Indien dit niet mogelijk is, dienen hierover aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen te worden afgelegd. + +20102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1920102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1916-12-2010 + +#### 4. Algehele veiligheidssituatie + +Uit het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de algehele veiligheidssituatie in heel Somalië onverminderd slecht is. Met name in de regio’s Centraal- en Zuid-Somalië en de stedelijke gebieden in die regio’s komt willekeurig geweld veelvuldig voor. + De algemene situatie in Somalië is zorgwekkend, echter in de gebieden buiten Mogadishu is de situatie niet van dusdanige aard dat sprake is van een uitzonderlijke situatie, zoals bedoeld in artikel 15c van de richtlijn 2004/83/EG. + + + Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b Vw dient de Somalische asielzoeker afkomstig uit gebieden anders dan Mogadishu aannemelijk te maken dat bij terugkeer een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. In het kader van de beoordeling hiervan dient, conform de jurisprudentie van het EHRM, betekenis te worden gegeven aan de algemene mensenrechtensituatie in Somalië en dient de toets op individuele gronden van aanvragen van Somalische asielzoekers aan de algehele situatie te worden gerelateerd. + Door de omstandigheid dat de veiligheidssituatie in Centraal- en Zuid-Somalië onverminderd slecht is zal bij de beoordeling van asielaanvragen van asielzoekers uit Centraal- en Zuid-Somalië eerder kunnen worden geconcludeerd dat betrokkene in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. + +20102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1920102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1916-12-2010 + +##### 4.1. Situatie Mogadishu + +Voorts blijkt uit het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa dat de veiligheidssituatie in de stad Mogadishu apart kan worden beoordeeld en dat op basis van de voorhanden zijnde informatie geconcludeerd moet worden dat de veiligheidssituatie aldaar zodanig slecht is dat er in de stad Mogadishu sprake is van een uitzonderlijke situatie, zoals bedoeld in artikel 15c van de richtlijn 2004/83/EG. + Dit betekent dat voor vreemdelingen die kunnen aantonen dat zij afkomstig zijn uit Mogadishu en hebben aangetoond aldaar normaal te hebben gewoond en verbleven direct voorafgaand aan het vertrek uit Somalië, geldt dat zij afkomstig zijn uit een gebied waarin de mate van willekeurig geweld in het gewapende conflict dermate hoog is dat een burger die terugkeert louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt op ernstige schade. + + + Indien niet is gebleken dat betrokkene zich elders in Somalië kan vestigen (zie 7.2) en evenmin contra-indicaties het verlenen van een vergunning in de weg staan, komt een asielzoeker afkomstig uit de stad Mogadishu in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b Vw. + +20102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1920102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1916-12-2010 + +#### 5. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Somalië geen bijzonderheden. -#### 5. Categoriale bescherming - -Uit het in maart 2009 verschenen algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa over de situatie in Somalië blijkt dat de situatie in het land nog immer zorgwekkend is. Bij dit ambtsbericht heeft de Minister van BuZa ook een brief uitgebracht omtrent het beleid van andere Europese landen voor asielzoekers uit Somalië. Hieruit is gebleken dat enkel België een beperkte vorm van groepsgewijze bescherming voor asielzoekers uit Somalië kent. - -Tevens is geconstateerd dat er wegens fraude en misbruik een situatie is ontstaan waarbij in een te groot deel van de Somalische asielaanvragen niet toetsbaar is of een ander (Europees) land verantwoordelijk is voor de aanvraag dan wel de aanvrager afkomstig is uit een niet beschermingswaardig land of deel van Somalië. - -In het Nederlandse asielbeleid geldt als uitgangspunt dat categoriale bescherming een complementaire rol vervult. Door de effecten van het beleid van andere Europese landen en van de geconstateerde fraude en het misbruik op de instroom van Somalische asielzoekers in Nederland, is het categoriaal beschermingsbeleid ongeschikt geworden om te bewerkstelligen dat aan de juiste personen bescherming wordt geboden in Nederland. Mede gezien het feit dat het categoriaal beschermingsbeleid niet langer uitvoerbaar is vanwege deze fraude en dit misbruik, dat recentelijk is toegenomen, wordt doorslaggevend gewicht toegekend aan de derde indicator van artikel 3.106 Vb, het beleid in andere landen van de Europese Unie. - -Op 19 mei 2009 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de voorgestelde beëindiging van het categoriale beschermingsbeleid voor Centraal- en Zuid-Somalië. Het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Somalië wordt daarom met ingang van 19 mei 2009 beëindigd. - -Op grond van het bovenstaande komen asielzoekers uit Somalië die een asielaanvraag hebben ingediend op of na 19 mei 2009 niet langer in aanmerking voor een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw. +#### 6. Categoriale bescherming De hoofdregel is dat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt herbeoordeeld, dan wel een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt geweigerd, indien de grond voor verlening is komen te vervallen. Ten aanzien van Somalië wordt vanwege bijzondere omstandigheden van deze hoofdregel afgeweken. Deze bijzondere omstandigheden zijn gelegen in de hierboven genoemde redenen om het categoriaal beschermingsbeleid te heroverwegen en te beëindigen. Bezien in samenhang met de nog immer zorgwekkende situatie in het land van herkomst, vormt vorenstaande een rechtvaardiging voor afwijking van de hoofdregel en aanleiding tot de volgende uitgangspunten. -In afwijking van het beleid zoals opgenomen in hoofdstuk C5/4.5 Vc, worden vergunningen voor bepaalde tijd, die reeds aan Somaliërs zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, niet herbeoordeeld op grond van artikel 32, eerste lid onder c, Vw, om de enkele reden dat de grond voor verlening is komen te vervallen. Evenmin wordt deze grond tegengeworpen bij het beoordelen van aanvragen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. +In afwijking van het beleid zoals opgenomen in C5/4.6, worden vergunningen voor bepaalde tijd, die reeds aan Somaliërs zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, niet herbeoordeeld op grond van artikel 32, eerste lid onder c, Vw, om de enkele reden dat de grond voor verlening is komen te vervallen. Noch staat de enkele reden dat de grond voor verlening is komen te vervallen verlenging van vergunningen voor bepaalde tijd, die reeds aan Somaliërs zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in de weg. -Gezien de bovenbeschreven omstandigheden geldt als beleidsregel dat herbeoordeling van de vergunningen voor bepaalde tijd, die reeds aan Somaliërs zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, dan wel afwijzen van aanvragen voor vergunningen voor onbepaalde tijd, wordt beperkt tot de gevallen waarin: +Evenmin wordt deze grond tegengeworpen bij het beoordelen van aanvragen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. + +Gezien de bovenbeschreven omstandigheden geldt als beleidsregel dat herbeoordeling van de vergunningen voor bepaalde tijd, die reeds aan Somaliërs zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, dan wel afwijzen van aanvragen voor vergunningen voor onbepaalde tijd, is gerechtvaardigd in de gevallen waarbij: a. sprake is van een andere intrekkingsgrond als bedoeld in artikel 32 Vw; of -b. blijkt dat sprake was van fraude en misbruik op grond waarvan een vergunning is verleend, zoals vingermutilatie; of -c. blijkt dat iemand misbruik maakt van het beleid om pleegkinderen te laten overkomen. +b. blijkt dat sprake was van fraude en misbruik in het kader van de toelatingsprocedure, zoals vingermutilatie; of +c. blijkt dat de hoofdpersoon misbruik maakt van het beleid om (gestelde) gezinsleden te laten overkomen. -Ad b: Het enkele feit dat sprake is van fraude of misbruik is voldoende om de vergunning in te trekken, dus ook indien er alsnog geen sprake is van eerder verblijf in een ander land. +#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -Ad c: De betreffende pleegkinderen zullen niet worden toegelaten. Voor minderjarige kinderen die reeds in Nederland zijn is het gestelde in hoofdstukken C2/6.1 Vc en B14/2 van toepassing. +##### 7.1. Bescherming autoriteiten -In alle Somalische zaken is het gebruikelijke openbare ordebeleid zoals neergelegd in hoofdstuk B1/4.4 Vc van toepassing. +Voor Centraal- en Zuid-Somalië geldt dat de (lokale) autoriteiten in beginsel niet in staat zijn om bescherming aan de bevolking te bieden. Van asielzoekers uit deze gebieden wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming. -#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +##### 7.2. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +###### 7.2.1. Algemeen -Het algemene beleid, zoals weergegeven in hoofdstuk C4/2.3 Vc is van toepassing. +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.3 is van toepassing. -Ten aanzien van Somalië wordt aangenomen dat er in beginsel geen sprake is van een binnenlands vlucht- en/of vestigingsalternatief, tenzij de individuele vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden tenminste zes maanden heeft verbleven in: +Ten aanzien van Somalië wordt aangenomen dat indien er sprake is van een gegronde individuele, persoonlijke vrees er in beginsel geen sprake is van een binnenlands vlucht- en/of vestigingsalternatief, tenzij indien de individuele vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden tenminste zes maanden heeft verbleven in: • Puntland (met uitzondering van Noord-Galkayo), in de periode vanaf 1991; • Somaliland, in de periode vanaf 1997; @@ -6870,33 +6900,41 @@ Hierbij geldt als verdere voorwaarde dat de vreemdeling in het desbetreffende ge Een verblijf in een ontheemdennederzetting wordt niet aangemerkt als verblijf onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden. -##### 6.2. Veilig land van herkomst +###### 7.2.2. Indien sprake is van een uitzonderlijke situatie + +De uitzonderlijke situatie van artikel 15c van de richtlijn 2004/83 EG geldt voor de burgers verblijvend in een bepaald gebied (in casu Mogadishu) en is niet gerelateerd aan individuele, persoonlijke vrees. Gelet hierop kan er, in aanvulling op hetgeen staat beschreven in 7.2.1, sprake zijn van een vestigingsalternatief voor de vreemdeling afkomstig uit Mogadishu in een ander deel van Somalië (inclusief Centraal- en Zuid-Somalië) indien de dreiging waaraan betrokkene in Mogadishu wordt blootgesteld niet op de persoon gericht is maar enkel een gevolg is van een extreme situatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15c. + + + Gelet op de bijzondere positie waarin niet-Somali minderheden (uit genoemd ambtsbericht (par.3.4.3) blijkt dat hier de volgende groepen onder vallen: Bantus, Reer Hamar, Ashraf, Bajuni, en de beroepskaste Gaboye (Midgan, Tumal en Yibir)), alleenstaande vrouwen en alleenstaande minderjarigen in Centraal- en Zuid-Somalië verkeren, wordt ten aanzien van een vreemdeling behorend tot één van deze groepen in de regel aangenomen dat er geen sprake kan zijn van een vestigingsalternatief in Centraal- en Zuid-Somalië. Gezien de positie van de niet-Somali minderheden, alleenstaande vrouwen en alleenstaande minderjarigen kan immers niet worden aangenomen dat zij elders in Zuid- en Centraal Somalië in voldoende mate binnen de daar aanwezige gemeenschappen kunnen participeren. + + + Dit laat onverlet dat voor personen behorend tot bovengenoemde groepen het vestigingsalternatief zoals bedoeld in 7.2.1 van toepassing kan zijn. + + + Ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Mogadishu, niet-behorend tot bovengenoemde groepen, wordt er in beginsel van uitgegaan dat een vestigingsalternatief in Centraal- Zuid-Somalië aanwezig is als de gevreesde dreiging voor een onmenselijke behandeling enkel een gevolg is van de uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van de richtlijn in Mogadishu. + + + De toets of er in dat geval sprake is van een vestigingsalternatief zal, met inachtneming van het beleid inzake het vestigingsalternatief (C4/2.3), op individuele basis plaatsvinden. Dit betekent dat indien de asielzoeker aannemelijk maakt dat het reizen naar en/of het toegang verkrijgen tot een gebied buiten Mogadishu niet tot de mogelijkheden behoort, of van hem/haar redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij/zij verblijft in een gebied buiten Mogadishu, de asielzoeker in aanmerking kan komen voor een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. + +20102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1920102032215-12-201009-12-2010WBV2010/1916-12-2010 + +##### 7.3. Veilig land van herkomst Somalië wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 7.4. Veilig derde land / land van eerder verblijf Somalië wordt niet beschouwd als een veilig derde land. -##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 7.5. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C4/3.11.3 Vc is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar hoofdstuk C11/3.1 Vc. +Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -##### 6.5 - -Uit het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de algehele veiligheidssituatie in heel Somalië onverminderd slecht is. Met name in de regio’s Centraal- en Zuid-Somalië en de stedelijke gebieden in die regio’s komt willekeurig geweld veelvuldig voor. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat volgens de criteria van de Raad van State in Centraal- en Zuid-Somalië sprake is van een binnenlands gewapend conflict. In Noord-Somalië (Somaliland, Puntland, Sool en Sanaag) is geen sprake van een binnenlands gewapend conflict volgens de criteria van de Raad van State. - -De algemene situatie in Somalië is zorgwekkend, echter niet van dusdanige aard dat ten aanzien van elke Somalische asielzoeker zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat hij of zij bij terugkeer naar Somalië enkel door zijn of haar aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt het slachtoffer te worden van een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. - -Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b Vw dient de asielzoeker aannemelijk te maken dat bij terugkeer een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. In het kader van de beoordeling hiervan dient, conform de jurisprudentie van het EHRM, betekenis te worden gegeven aan de algemene mensenrechtensituatie in Somalië en dient de toets op individuele gronden van aanvragen van Somalische asielzoekers aan de algehele situatie te worden gerelateerd. - -Door de omstandigheid dat de veiligheidssituatie in Centraal- en Zuid-Somalië onverminderd slecht is zal bij de beoordeling van asielaanvragen van asielzoekers uit Centraal- en Zuid-Somalië eerder kunnen worden geconcludeerd dat betrokkene in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. - -#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s Ten aanzien van Amv’s uit Somalië kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. -#### 8. Vertrekmoratorium +#### 9. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Somalië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.