diff --git a/wet/huisvestingswet-2014/BWBR0035303/README.md b/wet/huisvestingswet-2014/BWBR0035303/README.md index 37711c63671..f22e4e2cd55 100644 --- a/wet/huisvestingswet-2014/BWBR0035303/README.md +++ b/wet/huisvestingswet-2014/BWBR0035303/README.md @@ -469,66 +469,123 @@ d. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23 ### Paragraaf 3. Toezicht door het Rijk -## Hoofdstuk 7. Wijziging van enkele wetten +## Hoofdstuk 7. Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming + +### Paragraaf 1. Begripsbepalingen ### Artikel 39 -Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7. +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +- *akte:* akte als bedoeld in artikel 89 lid 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; +- *openbare registers:* openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. + +### Paragraaf 2. Toepassing bevoegdheid ### Artikel 40 -Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2014/458 per 29-11-2014. +**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 maakt de gemeenteraad van zijn bevoegdheden op grond van dit hoofdstuk slechts gebruik indien zij dat noodzakelijk en geschikt acht voor het bestrijden van schaarste aan goedkope en middeldure koopwoningen of voor het behoud van de leefbaarheid van de woonomgeving. -Wijzigt de Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob. +**2.** Aanvullend op het bepaalde in artikel 4 kan de gemeenteraad op grond van dit hoofdstuk in de huisvestingsverordening regels stellen omtrent het in gebruik geven van in die verordening aangewezen goedkope en middeldure koopwoningen. + +### Paragraaf 3. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte ### Artikel 41 -Wijzigt de Leegstandwet. +**1.** Het is verboden om een woonruimte behorend tot een met het oog op de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie van woonruimten, die gelegen is in een in die verordening aangewezen gebied zonder vergunning van burgemeester en wethouders, in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar. + +**2.** + +De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening slechts categorieën van woonruimten als bedoeld in het eerste lid, aanwijzen voor zover: + +a. dit goedkope en middeldure koopwoningen zijn; +b. de woonruimte op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar: + +1°. vrij van huur en gebruik was; +2°. in verhuurde staat was voor een periode van minder dan 6 maanden, of +3°. werd verhuurd met een vergunning als bedoeld in het eerste lid. +c. de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar ligt na het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** + +De gemeenteraad bepaalt in de huisvestingverordening voor welke vormen van het in gebruik geven van een in die verordening aangewezen woonruimte een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval verleend indien: + +a. de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; +b. de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste 12 maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt, of +c. de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte. + +**4.** De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid geven om ontheffing van dat verbod te verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. + +**5.** De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening regels over de wijze van aanvragen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van die vergunning. + +### Paragraaf 4. Aanvraag van de vergunning ### Artikel 42 -Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. +**1.** De vergunning, bedoeld in artikel 41, eerste lid, kan slechts worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte. + +**2.** In afwijking van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, stellen burgemeester en wethouders de elektronische weg open voor de aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid. + +### Paragraaf 5. Weigering van de vergunning ### Artikel 43 -Wijzigt de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. +**1.** De vergunning, bedoeld in artikel 41, eerste lid, kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. + +**2.** Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. + +**3.** Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. + +**4.** Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het derde lid, eenmaal verlengen met ten hoogste zes weken. Zij maken hun besluit daartoe bekend binnen de termijn, bedoeld in het vierde lid. + +**5.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. + +### Paragraaf 6. Intrekking van de vergunning ### Artikel 44 -Wijzigt de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. +**1.** De vergunning, bedoeld in artikel 41, eerste lid, kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. + +**2.** Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. + +### Paragraaf 7. Bestuurlijke boete ### Artikel 45 -Wijzigt de Wet geluidhinder. +**1.** De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 41, eerste lid. + +**2.** + +De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: + +a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 41, eerste lid, en +b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van een verbod als bedoeld in artikel 41, eerste lid, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod. + +**3.** De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening het bedrag vast van de bestuurlijke boete die voor de overtreding kan worden opgelegd. ### Artikel 45a -Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. +Vervallen ### Artikel 46 -Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001. +Vervallen ### Artikel 47 -Wijzigt de Wet op de huurtoeslag. +Vervallen ### Artikel 48 -Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. +Vervallen ### Artikel 49 -Wijzigt de Wet op het overleg huurders verhuurder. +Vervallen ### Artikel 50 -De volgende wetten worden ingetrokken: - -a. de wet van 30 maart 1995 tot wijziging van de Huisvestingswet (voorziening in de huisvesting van bepaalde categorieën verblijfsgerechtigden) (Stb. 159); -b. de wet van 14 december 1995 tot wijziging van de Huisvestingswet (provinciale toets toewijzingscriteria voor woonruimte veilig stellen) (Stb. 620); -c. de wet van 1 juli 1998 tot wijziging van de Huisvestingswet, de Woningwet en enige andere wetten in verband met de integratie van de woonwagen- en woonschepenregelgeving (Stb. 459), en -d. de wet van 2 maart 2005, houdende wijziging van de Huisvestingwet (wijziging bepalingen met betrekking tot de huisvesting van verblijfsgerechtigden) (Stb. 136). +Vervallen ## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen @@ -547,6 +604,14 @@ b. kan de gemeenteraad bepalen dat een vergunning voor toeristische verhuur verl **4.** Een vergunning als bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, en 33, van de Huisvestingswet, die is verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een huisvestingsverordening, wordt gelijkgesteld met een vergunning die is verleend met toepassing van artikel 21 onderscheidenlijk 22. +**5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 7 en vervolgens iedere vijf jaar een verslag over de noodzaak en de relevantie in de economische situatie van dat moment in de praktijk van de maatregelen in hoofdstuk 7 aan beide Kamers der Staten-Generaal. + +**6.** Indien uit het verslag, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat de noodzaak of de relevantie in de economische situatie van dat moment van de maatregelen onvoldoende kan worden aangetoond, vervalt hoofdstuk 7 op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. + +**7.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan twee maanden nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd. + +**8.** Indien toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid, vervalt de regeling in een huisvestingsverordening op basis van hoofdstuk 7, twee jaar na het tijdstip bedoeld in het zesde lid. + ### Artikel 52 **1.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.