2011-03-05 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer
This commit is contained in:
parent
bfabf00e79
commit
ebab9e9da2
1 changed files with 130 additions and 117 deletions
|
|
@ -22,9 +22,17 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
adviseurs: bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift in de gelegenheid moeten worden gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
|
||||
|
||||
afvalbeheersplan: het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3;
|
||||
afvalbeheerplan: afvalbeheerplan, bedoeld in artikel 10.3;
|
||||
|
||||
afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
|
||||
afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
|
||||
|
||||
afvalstoffenhandelaar: natuurlijke of rechtspersoon die als verantwoordelijke optreedt bij het bedrijfsmatig aankopen en vervolgens verkopen van afvalstoffen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
|
||||
|
||||
afvalstoffenhouder: afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft;
|
||||
|
||||
afvalstoffenmakelaar: natuurlijke of rechtspersoon die ten behoeve van anderen bedrijfsmatig de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van de natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
|
||||
|
||||
afvalstoffenproducent: natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen of die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen;
|
||||
|
||||
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in artikel 10.23;
|
||||
|
||||
|
|
@ -38,7 +46,7 @@ bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of g
|
|||
|
||||
bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is;
|
||||
|
||||
beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen;
|
||||
beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars;
|
||||
|
||||
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in artikel 13.1, eerste lid, bedoelde beschikkingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,7 +64,7 @@ Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld i
|
|||
|
||||
Commissie voor de milieueffectrapportage: de Commissie voor de milieueffectrapportage, bedoeld in artikel 2.17;
|
||||
|
||||
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid;
|
||||
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5;
|
||||
|
||||
EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling: richtlijn nr. 85/337/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/11/EG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 3 maart 1997 (PbEG L 73) tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +96,11 @@ gecertificeerde emissiereductie: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 12 v
|
|||
|
||||
gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.16;
|
||||
|
||||
gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
|
||||
gescheiden inzameling: inzameling waarbij een afvalstoffenstroom gescheiden gehouden wordt naar soort en aard van de afvalstoffen om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;
|
||||
|
||||
gevaarlijke afvalstof: afvalstof die een of meer van de in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit;
|
||||
|
||||
hergebruik: elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld;
|
||||
|
||||
huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;
|
||||
|
||||
|
|
@ -100,13 +112,17 @@ inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
|||
|
||||
inwonerequivalent: biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
|
||||
|
||||
inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie;
|
||||
|
||||
kaderrichtlijn afvalstoffen: richtlijn nr. 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312);
|
||||
|
||||
de kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld;
|
||||
|
||||
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.3;
|
||||
|
||||
NO_x-emissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één kilogram stikstofoxiden in de lucht te veroorzaken;
|
||||
|
||||
nuttige toepassing: de als zodanig in artikel 1 van de richtlijn nr. 2006/12/EG van 5 april 2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen, aangeduide activiteit;
|
||||
nuttige toepassing: elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, tot welke handelingen in ieder geval behoren de handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de kaderrichtlijn afvalstoffen;
|
||||
|
||||
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,6 +138,12 @@ openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van ste
|
|||
|
||||
preparaten: mengsels of oplossingen van twee of meer stoffen;
|
||||
|
||||
preventie: maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van:
|
||||
|
||||
a. de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten;
|
||||
b. de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid, of
|
||||
c. het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten;
|
||||
|
||||
Protocol van Kyoto: op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110);
|
||||
|
||||
provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.9;
|
||||
|
|
@ -132,6 +154,8 @@ provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in artikel 1.2;
|
|||
|
||||
Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering: op 9 mei 1992 te New York totstandgekomen Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1992, 189);
|
||||
|
||||
recycling: nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;
|
||||
|
||||
richtlijn beheer winningsafval: richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn nr. 2004/35/EG (PbEU L 102);
|
||||
|
||||
stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater;
|
||||
|
|
@ -142,10 +166,14 @@ stoffen: chemische elementen en de verbindingen ervan, zoals deze voorkomen in n
|
|||
|
||||
storten: op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten;
|
||||
|
||||
verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen;
|
||||
verwerking: nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;
|
||||
|
||||
verwijdering: elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen, tot welke handelingen in ieder geval behoren de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de kaderrichtlijn afvalstoffen;
|
||||
|
||||
vliegtuigexploitant: vliegtuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onder o, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
|
||||
|
||||
voorbereiding voor hergebruik: nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is;
|
||||
|
||||
winningsafvalstoffen: afvalstoffen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de prospectie, winning, behandeling en opslag van mineralen en de exploitatie van groeven, met uitzondering van afvalstoffen afkomstig van offshore-prospectie, -winning en -behandeling;
|
||||
|
||||
RIVM: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, genoemd in de Wet op het RIVM.
|
||||
|
|
@ -170,18 +198,19 @@ a. onder het zich ontdoen van afvalstoffen mede verstaan het nuttig toepassen of
|
|||
b. onder het zich door afgifte ontdoen van afvalstoffen mede verstaan:
|
||||
|
||||
1°. het voor nuttige toepassing of verwijdering brengen van afvalstoffen vanuit een inrichting naar een elders gelegen inrichting die aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behoort;
|
||||
2°. het tijdelijk voor nuttige toepassing afgeven van afvalstoffen.
|
||||
2°. het tijdelijk voor nuttige toepassing afgeven van afvalstoffen;
|
||||
3°. het voor verwerking afgeven van afvalstoffen aan een afvalstoffenhandelaar.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling wordt aangegeven welke stoffen, preparaten of producten in ieder geval worden aangemerkt als afvalstoffen, indien de houder zich daarvan ontdoet, voornemens is zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moet ontdoen.
|
||||
**6.** Indien afvalstoffen die een behandeling voor nuttige toepassing hebben ondergaan, voldoen aan de ingevolge artikel 6, eerste en tweede lid, van de kaderrichtlijn afvalstoffen vastgestelde criteria en tevens behoren tot het soort afvalstoffen waarop die criteria van toepassing zijn, worden zij niet langer als afvalstoffen aangemerkt. Onze Minister kan inzake een afvalstof die een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan, besluiten dat deze niet langer als afvalstof wordt aangemerkt, voor zover voor deze afvalstof geen criteria van toepassing zijn als bedoeld in de eerste volzin en ook overigens wordt voldaan aan artikel 6, vierde lid, eerste volzin, van de kaderrichtlijn afvalstoffen. Bij ministeriële regeling wordt aangegeven welke stoffen, preparaten of voorwerpen in ieder geval, onverminderd het bepaalde in de eerste en tweede volzin, worden aangemerkt als afvalstoffen, indien de houder zich daarvan ontdoet, voornemens is zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moet ontdoen. Als afvalstoffen worden in elk geval niet aangemerkt stoffen, preparaten of voorwerpen die bijproducten zijn in de zin van artikel 5 van de kaderrichtlijn afvalstoffen, indien deze bijproducten voldoen aan de in dat artikel gestelde voorwaarden en aan de in een krachtens dat artikel vastgestelde uitvoeringsmaatregel daartoe aangegeven criteria.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing worden bepaald dat geen sprake is van het zich ontdoen van afvalstoffen, indien bij die maatregel aangewezen stoffen, preparaten of producten:
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing worden bepaald dat geen sprake is van het zich ontdoen van afvalstoffen, indien bij die maatregel aangewezen stoffen, preparaten of voorwerpen:
|
||||
|
||||
a. door de houder rechtstreeks worden afgegeven aan een persoon die deze stoffen, preparaten of produkten geheel toepast op een bij die maatregel aangegeven wijze;
|
||||
a. door de houder rechtstreeks worden afgegeven aan een persoon die deze stoffen, preparaten of voorwerpen geheel toepast op een bij die maatregel aangegeven wijze;
|
||||
b. voldoen aan bij die maatregel te stellen eisen.
|
||||
|
||||
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van stoffen, preparaten of produkten, de wijze van toepassing en de eisen, bedoeld in dit lid.
|
||||
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van stoffen, preparaten of voorwerpen, de wijze van toepassing en de eisen, bedoeld in dit lid.
|
||||
|
||||
**8.** Een afvalstof wordt in ieder geval aangemerkt als huishoudelijke afvalstof onderscheidenlijk bedrijfsafvalstof, indien die afvalstof bij algemene maatregel van bestuur als zodanig is aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -191,16 +220,14 @@ Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van stoffen, prepa
|
|||
|
||||
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in het eerste lid. Tevens kan Onze Minister of een door hem aan te wijzen instantie vaststellen dat een afvalstof, zoals die door de houder ter beoordeling wordt aangeboden:
|
||||
|
||||
a. niet de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt;
|
||||
a. niet de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt, uitgezonderd de gevallen waarin dat het gevolg is van verdunning of vermenging, bedoeld om de concentratie van gevaarlijke stoffen onder de drempelwaarde voor gevaarlijke stoffen te brengen;
|
||||
b. hoewel deze niet als gevaarlijke afvalstof is aangewezen, toch de eigenschappen bezit op grond waarvan deze ingevolge de in onderdeel a genoemde bijlage als gevaarlijke afvalstof dient te worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**11.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder «genetisch gemodificeerde organismen».
|
||||
|
||||
**12.** Een wijziging van de bijlagen bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijvingen van «afvalstoffen», «beheer van afvalstoffen», «nuttige toepassing» en «verwijdering» gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
**12.** Een wijziging van de bijlagen onderscheidenlijk een wijziging van een ingevolge artikel 5 of 6 van de kaderrichtlijn afvalstoffen vastgestelde maatregel gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijvingen van «nuttige toepassing» en «verwijdering» en voor de toepassing van het tiende lid, onderscheidenlijk het eerste en zesde lid, gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**13.** Een wijziging van bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen gaat voor de toepassing van het tiende lid gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**14.** Een wijziging uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de kaderrichtlijn water gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant of op andere geschikte wijze wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
**13.** Een wijziging uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de kaderrichtlijn water gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant of op andere geschikte wijze wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -767,7 +794,7 @@ b. krachtens een provinciale bevoegdheid die aan een orgaan van een ander openba
|
|||
|
||||
**1.** Onze Ministers kunnen, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, gedeputeerde staten gehoord, aan provinciale staten aanwijzingen geven omtrent de inhoud van het provinciale milieubeleidsplan. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld, binnen welke het plan in overeenstemming met de aanwijzing moet zijn gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan en het geldende afvalbeheersplan.
|
||||
**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan en het geldende afvalbeheerplan.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en door plaatsing ervan in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2493,16 +2520,6 @@ Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m
|
|||
|
||||
**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.6a
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij het op de markt brengen van brandstoffen ten behoeve van vervoer in bij de maatregel aangewezen gevallen wordt voldaan aan bij of krachtens de maatregel gestelde eisen van duurzaamheid, waaronder begrepen de uitstoot van broeikasgassen.
|
||||
|
||||
**2.** De eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in elk geval betrekking hebben op de voor brandstoffen gebruikte grondstoffen en de omstandigheden waaronder die grondstoffen worden vervaardigd, omgezet en, al dan niet omgezet, worden overgebracht voor eindgebruik in Nederland.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens de maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de overlegging van gegevens waaruit blijkt dat de brandstoffen voldoen aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen van duurzaamheid, alsmede van gegevens, waaruit blijkt in hoeverre de brandstoffen aan andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen duurzaamheidscriteria voldoen.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 9.2.2.6 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2.7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het krachtens artikel 9.2.1.4, 9.2.2.1 of 9.2.2.6 bepaalde op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet.
|
||||
|
|
@ -2718,9 +2735,25 @@ Deze titel is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of g
|
|||
|
||||
**5.** De verboden, bedoeld in het tweede en derde lid, gelden niet voor zover deze handelingen betreffen, die degene die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet of een in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wet of de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 10.1a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende stoffen, preparaten en voorwerpen:
|
||||
|
||||
a. gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten, alsmede kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 140), dan wel op grond van artikel 2, tweede lid, van die richtlijn buiten de werkingssfeer van die richtlijn valt;
|
||||
b. bodem met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
|
||||
c. niet-verontreinigde grond en ander van nature voorkomend materiaal, afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat zal worden gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie waar het werd afgegraven;
|
||||
d. radioactieve afvalstoffen;
|
||||
e. afgedankte explosieven;
|
||||
f. uitwerpselen, voor zover niet vallend onder onderdeel h, onder 1°, stro en ander natuurlijk, niet-gevaarlijk materiaal rechtstreeks afkomstig uit de land- of bosbouw dat wordt gebruikt in de landbouw, de bosbouw of voor de productie van energie uit die biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en die de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen;
|
||||
g. sediment dat binnen oppervlaktewater wordt verplaatst met het oog op het beheer van water en waterwegen of om overstromingen te voorkomen of de gevolgen van overstromingen en droogte te verminderen, of met het oog op landwinning, indien is aangetoond dat het sediment ongevaarlijk is;
|
||||
h. 1°. dierlijke bijproducten, met inbegrip van verwerkte producten, in de zin van verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002, behalve die welke bestemd zijn om te worden verbrand of gestort of voor gebruik in een biogas- of composteerinstallatie;
|
||||
2°. kadavers van niet door slachting gestorven dieren, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien en overeenkomstig de onder 1° genoemde verordening worden verwijderd;
|
||||
|
||||
voor zover daarover bij of krachtens communautaire regelgeving regels zijn gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Op de in het eerste lid bedoelde stoffen, preparaten en voorwerpen is, voor zover het afvalstoffen betreft, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 15.33, 15.35 en 15.36, alsmede de artikelen 2.4, 2.22, derde lid, en 2.23, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, evenmin van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.1b
|
||||
|
||||
|
|
@ -2734,30 +2767,32 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Titel 10.2. Het afvalbeheersplan
|
||||
### Titel 10.2. Het afvalbeheerplan
|
||||
|
||||
### Artikel 10.3
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een afvalbeheersplan vast.
|
||||
Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de zes jaar een afvalbeheerplan vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.4
|
||||
|
||||
Bij de vaststelling van het afvalbeheersplan houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. het ontstaan van afvalstoffen wordt voorkomen of beperkt;
|
||||
b. bij het vervaardigen van stoffen, preparaten of producten gebruik wordt gemaakt van stoffen en materialen die na gebruik van het product geen of zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken;
|
||||
c. stoffen, preparaten of producten na gebruik als zodanig opnieuw worden gebruikt;
|
||||
d. stoffen en materialen waaruit een product bestaat, na gebruik van het product opnieuw worden gebruikt;
|
||||
e. afvalstoffen worden toegepast met een hoofdgebruik als brandstof of voor een andere wijze van energieopwekking;
|
||||
f. afvalstoffen worden verwijderd door deze te verbranden op land;
|
||||
g. afvalstoffen worden gestort.
|
||||
Bij de vaststelling van het afvalbeheerplan en bij het nemen van andere maatregelen voor de preventie en het beheer van afvalstoffen hanteert Onze Minister als prioriteitsvolgorde de volgende afvalhiërarchie:
|
||||
|
||||
a. preventie;
|
||||
b. voorbereiding voor hergebruik;
|
||||
c. recycling;
|
||||
d. andere nuttige toepassing, waaronder energieterugwinning;
|
||||
e. veilige verwijdering.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het nemen van maatregelen als bedoeld in dat lid door gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.5
|
||||
|
||||
Bij de vaststelling van het afvalbeheersplan houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen vereist dat:
|
||||
Bij de vaststelling van het afvalbeheerplan en bij het nemen van andere maatregelen voor de preventie en het beheer van afvalstoffen:
|
||||
|
||||
a. het beheer van afvalstoffen op effectieve en efficiënte wijze geschiedt;
|
||||
b. effectief toezicht dan wel douanecontrole op het beheer van afvalstoffen mogelijk is.
|
||||
a. kan zonodig voor bepaalde specifieke afvalstromen van de afvalhiërarchie, bedoeld in artikel 10.4, worden afgeweken, indien dit, de gehele levenscyclus in beschouwing nemende, met betrekking tot de algemene effecten van het produceren en beheren van dergelijke afvalstoffen gerechtvaardigd is;
|
||||
b. houdt Onze Minister er rekening mee dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen vereist dat het beheer op effectieve en efficiënte wijze geschiedt en effectief toezicht dan wel douanecontrole op het beheer mogelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.5a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2765,52 +2800,52 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 10.6
|
||||
|
||||
Bij de vaststelling van het afvalbeheersplan houdt Onze Minister rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan.
|
||||
Bij de vaststelling van het afvalbeheerplan houdt Onze Minister rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.7
|
||||
|
||||
**1.** Het afvalbeheersplan bevat de onderwerpen die ingevolge voor Nederland bindende besluiten van de instellingen van de Europese Unie moeten worden opgenomen in een zodanig plan.
|
||||
**1.** Het afvalbeheerplan bevat de onderwerpen die ingevolge voor Nederland bindende besluiten van de instellingen van de Europese Unie moeten worden opgenomen in een zodanig plan. Het afvalbeheerplan voldoet aan het bij of krachtens de kaderrichtlijn afvalstoffen daaromtrent bepaalde, met inbegrip van hetgeen bij of krachtens die richtlijn is bepaald met betrekking tot afvalpreventieprogramma’s.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het afvalbeheersplan bevat voorts in ieder geval:
|
||||
Het afvalbeheerplan bevat voorts in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de hoofdlijnen van het beleid ter uitvoering van deze wet met betrekking tot het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen en het beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daarop volgende zes jaar;
|
||||
a. de hoofdlijnen van het beleid ter uitvoering van deze wet met betrekking tot het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen en het beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van zes jaar en, voor zover mogelijk, in de daarop volgende zes jaar;
|
||||
b. een uitwerking van deze hoofdlijnen met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van afvalstoffen of wijzen van beheer van afvalstoffen;
|
||||
c. de capaciteit die benodigd is voor de daarbij aangewezen wijzen van beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar;
|
||||
d. een beschrijving van het beleid ter uitvoering van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen in de betrokken periode van vier jaar.
|
||||
c. de capaciteit die benodigd is voor de daarbij aangewezen wijzen van beheer van afvalstoffen in de betrokken periode van zes jaar en, voor zover mogelijk, in de daaropvolgende zes jaar;
|
||||
d. een beschrijving van het beleid ter uitvoering van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen in de betrokken periode van zes jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.8
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder a, op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt het onderdeel van het afvalbeheerplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder a, op na overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt de onderdelen van het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder b en c, op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
|
||||
**2.** Onze Minister stelt de onderdelen van het afvalbeheerplan, bedoeld in artikel 10.7, tweede lid, onder b en c, op in gezamenlijk overleg met een instantie die representatief kan worden geacht voor de provinciebesturen en met een instantie die representatief kan worden geacht voor de gemeentebesturen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister betrekt voorts bij de voorbereiding van het afvalbeheersplan de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende andere bestuursorganen, instellingen en organisaties.
|
||||
**3.** Onze Minister betrekt voorts bij de voorbereiding van het afvalbeheerplan de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende andere bestuursorganen, instellingen en organisaties.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.9
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot de voorbereiding van het afvalbeheersplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
**1.** Met betrekking tot de voorbereiding van het afvalbeheerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Het ontwerp van het afvalbeheersplan wordt, gelijktijdig met de terinzagelegging ervan, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
**2.** Het ontwerp van het afvalbeheerplan wordt, gelijktijdig met de terinzagelegging ervan, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.10
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het opstellen van het afvalbeheersplan verschaffen de bestuursorganen aan Onze Minister op zijn verzoek alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor dat opstellen redelijkerwijs noodzakelijk zijn.
|
||||
Ten behoeve van het opstellen van het afvalbeheerplan verschaffen de bestuursorganen aan Onze Minister op zijn verzoek alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken, voor zover die voor dat opstellen redelijkerwijs noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.11
|
||||
|
||||
**1.** Zodra het afvalbeheersplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheersplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.
|
||||
**1.** Zodra het afvalbeheerplan is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door overlegging van het afvalbeheerplan aan de beide kamers der Staten-Generaal en door toezending ervan aan gedeputeerde staten van de provincies en burgemeester en wethouders van de gemeenten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt het afvalbeheersplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig artikel 10.8, derde lid, waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
|
||||
**2.** Onze Minister zendt het afvalbeheerplan tevens toe aan de bestuursorganen, instellingen en organisaties, die overeenkomstig artikel 10.8, derde lid, waren betrokken bij de voorbereiding ervan.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.12
|
||||
|
||||
**1.** Het afvalbeheersplan geldt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken na de dag waarop de vaststelling van het afvalbeheersplan is bekendgemaakt in de Staatscourant. Onze Minister kan bepalen dat het afvalbeheersplan, of onderdelen daarvan, eerst op een later tijdstip gaan gelden.
|
||||
**1.** Het afvalbeheerplan geldt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken na de dag waarop de vaststelling van het afvalbeheerplan is bekendgemaakt in de Staatscourant. Onze Minister kan bepalen dat het afvalbeheerplan, of onderdelen daarvan, eerst op een later tijdstip gaan gelden.
|
||||
|
||||
**2.** Het afvalbeheersplan geldt, behoudens indien eerder een nieuw afvalbeheersplan is vastgesteld, voor een tijdvak van vier jaar. Onze Minister kan de geldingsduur van het afvalbeheersplan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen.
|
||||
**2.** Het afvalbeheerplan geldt, behoudens indien eerder een nieuw afvalbeheerplan is vastgesteld, voor een tijdvak van zes jaar. Onze Minister kan de geldingsduur van het afvalbeheerplan eenmaal met ten hoogste twee jaar verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.12a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2822,27 +2857,27 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 10.13
|
||||
|
||||
**1.** Het afvalbeheersplan kan worden gewijzigd.
|
||||
**1.** Het afvalbeheerplan kan worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheersplan zijn de artikelen 10.4 tot en met 10.11 en 10.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Met betrekking tot een wijziging van het afvalbeheerplan zijn de artikelen 10.4 tot en met 10.11 en 10.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.14
|
||||
|
||||
**1.** Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheersplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
|
||||
**1.** Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheerplan bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover het afvalbeheersplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.
|
||||
**2.** Voor zover het afvalbeheerplan niet voorziet in het onderwerp met betrekking waartoe de bevoegdheid wordt uitgeoefend, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
### Titel 10.3. Preventie en nuttige toepassing
|
||||
### Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
|
||||
|
||||
### Artikel 10.15
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen, regels worden gesteld ten aanzien van het vervaardigen, invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of in ontvangst nemen van bij die maatregel aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of producten.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld ten aanzien van het ontwikkelen, vervaardigen, behandelen, toepassen, verwerken, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, in ontvangst nemen of invoeren van bij die maatregel aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen door de producenten ervan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of producten:
|
||||
Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende een verbod met betrekking tot zodanige stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen:
|
||||
|
||||
a. een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten;
|
||||
b. zodanige handelingen te verrichten:
|
||||
|
|
@ -2850,10 +2885,10 @@ b. zodanige handelingen te verrichten:
|
|||
1°. op een bij de maatregel aangegeven wijze,
|
||||
2°. onder daarbij aangegeven omstandigheden, of
|
||||
3°. voor daarbij aangewezen doeleinden;
|
||||
c. zodanige handelingen te verrichten, indien met betrekking tot de stoffen, preparaten of producten niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan;
|
||||
c. zodanige handelingen te verrichten, indien met betrekking tot de stoffen, preparaten of producten of afvalstoffen niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt voldaan;
|
||||
d. deze te vervaardigen of aan een ander ter beschikking te stellen, indien bij de vervaardiging niet aan bij de maatregel gestelde eisen wordt of is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot inrichtingen worden regels als bedoeld in het eerste lid alleen gesteld, indien dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving bijzonder aangewezen is.
|
||||
**3.** Met betrekking tot inrichtingen worden regels als bedoeld in het eerste lid alleen gesteld, indien dit uit een oogpunt van doelmatige regelgeving passend is.
|
||||
|
||||
**4.** In een algemene maatregel van bestuur krachtens het eerste lid wordt een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan de bij die maatregel gestelde regels ten aanzien van stoffen, preparaten of producten, die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en hier te lande aanwezig waren, gaan gelden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2885,23 +2920,24 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 10.17
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het innemen, nuttig toepassen of verwijderen van daarbij aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of producten.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot het innemen, nuttig toepassen of verwijderen van daarbij aangewezen categorieën van stoffen, preparaten of producten, of afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels, inhoudende de verplichting voor degene die stoffen, preparaten of producten op de markt brengt:
|
||||
|
||||
a. die producten, na gebruik, in te nemen;
|
||||
a. die producten en de van die producten overgebleven afvalstoffen, na gebruik, in te nemen en te beheren, alsmede de financiële verantwoordelijkheid daarvoor of de verantwoordelijkheid voor het regelen van het afvalbeheer te dragen;
|
||||
b. zorg te dragen voor het treffen van voorzieningen die erop gericht zijn om die producten na inname op een bij die maatregel aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;
|
||||
c. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die producten aan een persoon, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie.
|
||||
c. zorg te dragen voor het, na inname, afgeven van die producten aan een persoon, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie;
|
||||
d. openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin de producten geschikt zijn voor hergebruik en recycleerbaar zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.18
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het bevorderen van nuttige toepassing of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu, personen, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, worden verplicht bij die maatregel aangewezen categorieën van afvalstoffen of andere stoffen, preparaten of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij die maatregel aangegeven wijze toe te passen.
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter stimulering van hergebruik, preventie, recycling en andere nuttige toepassing van afvalstoffen of anderszins in het belang van de bescherming van het milieu, personen, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, worden verplicht bij die maatregel aangewezen categorieën van afvalstoffen of andere stoffen, preparaten of producten in ontvangst te nemen en vervolgens op een bij die maatregel aangegeven wijze toe te passen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.19
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of producten achter te laten die zijn ingenomen krachtens artikel 10.17.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders er zorg voor dragen dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om daarbij aangewezen stoffen, preparaten of voorwerpen achter te laten die zijn ingenomen krachtens artikel 10.17.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2999,7 +3035,7 @@ In gevallen als bedoeld in artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, dragen de ge
|
|||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover het betreft gevallen waarin een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen van meer dan gemeentelijk belang is, regels worden gesteld omtrent de inzameling van die afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.** Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen voor de inzameling van die afvalstoffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden.
|
||||
**2.** Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen voor de inzameling van die afvalstoffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden. Indien zulks uitvoerbaar is op technisch, milieu- en economisch gebied, wordt bij de algemene maatregel van bestuur teneinde nuttige toepassing van afvalstoffen te faciliteren of te verbeteren de verplichting opgenomen daarbij aan te geven huishoudelijke afvalstoffen gescheiden en niet gemengd met afvalstoffen of materialen die niet dezelfde eigenschappen bezitten, in te zamelen.
|
||||
|
||||
### Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
|
||||
|
||||
|
|
@ -3109,7 +3145,8 @@ b. die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijder
|
|||
c. die krachtens artikel 10.50 is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48;
|
||||
d. die op grond van een krachtens de Waterwet verleende vergunning bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen;
|
||||
e. die krachtens de Waterwet bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren;
|
||||
f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 die afvalstoffen naar dat land brengt.
|
||||
f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 die afvalstoffen naar dat land brengt;
|
||||
g. die krachtens artikel 10.55 bevoegd is de betrokken afvalstoffen te vervoeren of te verhandelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.38
|
||||
|
||||
|
|
@ -3124,7 +3161,7 @@ d. de plaats waar en de wijze waarop de afvalstoffen worden afgegeven;
|
|||
e. de voorgenomen wijze van beheer van de afvalstoffen;
|
||||
f. ingeval de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht heeft de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze zijn bestemd: diens naam en adres en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt.
|
||||
|
||||
**2.** De geregistreerde gegevens worden tenminste vijf jaar bewaard en gedurende die periode ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving van de wet.
|
||||
**2.** De geregistreerde gegevens worden ten minste vijf jaar bewaard en gedurende die periode door de afvalstoffenhouder ter beschikking gehouden van degenen die zijn belast met het toezicht of de douanecontrole op de naleving van de wet en van voorgaande afvalstoffenhouders.
|
||||
|
||||
**3.** Een persoon als bedoeld in artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, die zich van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen ontdoet door deze af te geven aan een andere zodanige persoon, meldt met betrekking tot een zodanige afgifte de in het eerste lid bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3259,7 +3296,9 @@ Hiertoe kunnen in ieder geval behoren regels die inhouden dat:
|
|||
a. burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten voor de inzameling van die afvalstoffen maatregelen treffen of daartoe voorzieningen tot stand brengen en in stand houden;
|
||||
b. daarbij aangewezen categorieën van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen die gescheiden worden afgegeven, afzonderlijk worden ingezameld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de maatregel wordt aangegeven binnen welke termijn de regels door de daarbij aangewezen bestuursorganen moeten worden uitgevoerd.
|
||||
**3.** Indien zulks uitvoerbaar is op technisch, milieu- en economisch gebied, wordt bij de algemene maatregel van bestuur teneinde nuttige toepassing van afvalstoffen te faciliteren of te verbeteren de verplichting opgenomen daarbij aangegeven bedrijfsafvalstoffen gescheiden en niet gemengd met afvalstoffen of materialen die niet dezelfde eigenschappen bezitten, in te zamelen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de maatregel wordt aangegeven binnen welke termijn de regels door de daarbij aangewezen bestuursorganen moeten worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.48
|
||||
|
||||
|
|
@ -3287,7 +3326,7 @@ e. de verplichting afvalstoffen af te geven aan daarbij aangewezen personen.
|
|||
|
||||
### Artikel 10.50
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, preparaten of producten een verplichting deze in te nemen als bedoeld in artikel 10.17 of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48 niet gelden.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, indien voor het beheer van de betrokken stoffen, preparaten of voorwerpen een verplichting deze in te nemen als bedoeld in artikel 10.17 of een daaraan gelijkwaardige vrijwillige inname bestaat, bij ministeriële regeling categorieën van gevallen aangeven waarin de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48 niet gelden.
|
||||
|
||||
**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid omvat de verplichting tot het registreren van daarbij aan te geven gegevens op een daarbij aan te geven wijze.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3318,10 +3357,18 @@ Het voor activiteiten met betrekking tot inrichtingen bij of krachtens de artike
|
|||
|
||||
**1.** Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen buiten een inrichting nuttig toe te passen of te verwijderen.
|
||||
|
||||
**2.** Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens de artikelen 10.47 of 10.48.
|
||||
**2.** Het verbod geldt niet voor handelingen die aan degene die gevaarlijke afvalstoffen inzamelt, uitdrukkelijk zijn toegestaan krachtens artikel 10.47, 10.48 of 10.54a, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 10.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.54a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden gevaarlijke afvalstoffen te mengen, daaronder mede begrepen verdunnen, met andere categorieën gevaarlijke afvalstoffen of met andere afvalstoffen, stoffen of materialen.
|
||||
|
||||
**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover het mengen van gevaarlijke afvalstoffen is toegestaan krachtens een omgevingsvergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling in welke gevallen gevaarlijke afvalstoffen die in strijd met het eerste lid zijn gemengd, gescheiden dienen te worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.55
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -3802,42 +3849,6 @@ f. de informatie die mag worden gebruikt om vast te stellen of een inrichting ra
|
|||
|
||||
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5 van de EG-verordening PRTR.
|
||||
|
||||
### Titel 12.4
|
||||
|
||||
### Artikel 12.31
|
||||
|
||||
**1.** Er is een register dat de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur genoemde gegevens bevat over in Nederland te gebruiken brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer, die behoren tot een bij die maatregel aangewezen categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Het register bevat in elk geval door ondernemingen die brandstoffen ten behoeve van vervoer aan een ander ter beschikking stellen en behoren tot een bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, aangewezen categorie, te openen rekeningen. Bij die maatregel kunnen regels worden gesteld omtrent op vrijwillige basis door andere ondernemingen openen van rekeningen.
|
||||
|
||||
**3.** Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
|
||||
|
||||
**4.** De ondernemingen, bedoeld in het tweede lid, leveren de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en beheren de rekeningen, bedoeld in het tweede lid, volgens bij ministeriële regeling gegeven regels.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register, en
|
||||
b. het openen, bijhouden en opheffen van rekeningen als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.32
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor het openen, bijhouden en opheffen van rekeningen als bedoeld in artikel 12.31, tweede lid, vergoedingen verschuldigd zijn overeenkomstig bij die regeling te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van de werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd, en
|
||||
b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.33
|
||||
|
||||
**1.** De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin voor bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van ondernemingen als bedoeld in artikel 12.31, tweede lid, per onderneming de aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van de door die onderneming ten behoeve van vervoer aan een ander ter beschikking gestelde, in Nederland te gebruiken, brandstoffen uit hernieuwbare bronnen zijn opgenomen. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het overzicht, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
|
||||
|
||||
### Afdeling 13.1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -4537,6 +4548,8 @@ c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 176,
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
|
||||
|
||||
### Titel 16.1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -6358,7 +6371,7 @@ Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit:
|
|||
|
||||
a. inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de artikelen 4.3, 4.6, 4.9, 4.12, 4.15a, 4.16 of 4.19;
|
||||
b. inzake een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, of een instemming als bedoeld in artikel 5.12, dertiende lid;
|
||||
c. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens artikel 10.3;
|
||||
c. inzake een afvalbeheerplan, genomen krachtens artikel 10.3;
|
||||
d. inzake een nationaal toewijzingsplan, genomen krachtens artikel 16.23, eerste lid;
|
||||
e. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens artikel 16.29, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke inrichting;
|
||||
f. houdende een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit.
|
||||
|
|
@ -6637,7 +6650,7 @@ Wet bodembescherming
|
|||
|
||||
Meststoffenwet
|
||||
|
||||
Wet energiebesparing toestellen
|
||||
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
|
||||
|
||||
Natuurbeschermingswet 1998
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue