From ebc0ae4394437f99120e8e976479a6c2e1e7a509 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 28 Apr 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-04-28 | BWBR0011545 | Besluit studiefinanciering 2000 --- .../BWBR0011545/README.md | 16 ++++++++-------- 1 file changed, 8 insertions(+), 8 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md b/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md index 947441a38e2..db4bc44ee92 100644 --- a/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md +++ b/amvb/besluit-studiefinanciering-2000/BWBR0011545/README.md @@ -135,7 +135,7 @@ b. een periode waarover geen aanvullende beurs is aangevraagd. **1.** Van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, is sprake, indien de ouder om ernstige redenen structureel weigert de veronderstelde ouderlijke bijdrage te verstrekken. -**2.** De IB-Groep stelt bij de ouder vast dat er sprake is van weigering. Indien die ouder geen medewerking voor die vaststelling verleent, kan de verklaring van een onafhankelijke derde voor de betreffende ouderverklaring in de plaats treden. +**2.** Onze Minister stelt bij de ouder vast dat er sprake is van weigering. Indien die ouder geen medewerking voor die vaststelling verleent, kan de verklaring van een onafhankelijke derde voor de betreffende ouderverklaring in de plaats treden. **3.** De ernst van het conflict wordt aangetoond aan de hand van een verklaring afgegeven door een ter zake deskundige. @@ -153,7 +153,7 @@ Van voor de studerende niet inbare alimentatie als bedoeld in artikel 6, eerste ### Artikel 11 -Indien de studerende de verblijfplaats van de ouder niet kent, onderzoekt de IB-Groep in een geval als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, de verblijfplaats van die ouder gedurende ten hoogste 3 maanden onderscheidenlijk ten hoogste 6 maanden in geval van onderzoek in het buitenland. Indien de verblijfplaats van die ouder niet wordt achterhaald, wordt geen rekening gehouden met de veronderstelde ouderlijke bijdrage. +Indien de studerende de verblijfplaats van de ouder niet kent, onderzoekt Onze Minister in een geval als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, de verblijfplaats van die ouder gedurende ten hoogste 3 maanden onderscheidenlijk ten hoogste 6 maanden in geval van onderzoek in het buitenland. Indien de verblijfplaats van die ouder niet wordt achterhaald, wordt geen rekening gehouden met de veronderstelde ouderlijke bijdrage. ### Artikel 12 @@ -189,11 +189,11 @@ Gehele kwijtschelding van de aanvullende beurs kan plaatsvinden indien het toets ### Artikel 12f -**1.** De IB-Groep neemt een aanvraag die wordt ingediend voor 1 november van het vierde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak, niet eerder dan op die datum in behandeling, waarbij 1 november geldt als datum van indiening. +**1.** Onze Minister neemt een aanvraag die wordt ingediend voor 1 november van het vierde jaar volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak, niet eerder dan op die datum in behandeling, waarbij 1 november geldt als datum van indiening. -**2.** De IB-Groep besluit binnen 8 weken na de indiening van een aanvraag van een debiteur om kwijtschelding van de aanvullende beurs. +**2.** Onze Minister besluit binnen 8 weken na de indiening van een aanvraag van een debiteur om kwijtschelding van de aanvullende beurs. -**3.** De IB-Groep neemt slechts een aanvraag in behandeling die wordt ingediend binnen de diplomatermijn, genoemd in de artikelen 4.9 en 5.5 van de wet, of, indien dit daarna is, binnen 5 jaren volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak. +**3.** Onze Minister neemt slechts een aanvraag in behandeling die wordt ingediend binnen de diplomatermijn, genoemd in de artikelen 4.9 en 5.5 van de wet, of, indien dit daarna is, binnen 5 jaren volgend op het kalenderjaar van het laatste studiefinancieringstijdvak. **4.** Het kwijt te schelden bedrag wordt aan de aanvrager uitbetaald indien verrekening niet mogelijk is. @@ -217,7 +217,7 @@ Vervallen ### Artikel 16 -Het verstrekken van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van de wet, door organen met een publiekrechtelijke taak geschiedt binnen 8 weken na de dag van verzending van de aanvraag om inlichtingen, indien door het college van burgemeester en wethouders te verschaffen inlichtingen onderzoek buiten de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noodzakelijk maken. In alle overige gevallen geschiedt het verstrekken van inlichtingen binnen 4 weken na de dag van verzending van de aanvraag om inlichtingen. De IB-Groep kan bij de aanvraag om inlichtingen aangeven hoe de overdracht van informatie moet plaatsvinden. +Het verstrekken van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van de wet, door organen met een publiekrechtelijke taak geschiedt binnen 8 weken na de dag van verzending van de aanvraag om inlichtingen, indien door het college van burgemeester en wethouders te verschaffen inlichtingen onderzoek buiten de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noodzakelijk maken. In alle overige gevallen geschiedt het verstrekken van inlichtingen binnen 4 weken na de dag van verzending van de aanvraag om inlichtingen. Onze Minister kan bij de aanvraag om inlichtingen aangeven hoe de overdracht van informatie moet plaatsvinden. ## Hoofdstuk 6. Aanpassing van bedragen @@ -235,7 +235,7 @@ Het verstrekken van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van de wet, door o **1.** -Indien over een studiejaar de tempobeurs van een student op grond van artikel 10.7, derde lid, eerste volzin, van de wet is omgezet in lening, en die student over dat studiejaar op de voet van artikel 10.6, tweede lid, van de wet, ten minste 14 studiepunten heeft behaald, zet de IB-Groep op aanvraag van de student het desbetreffende bedrag aan lening alsnog om in gift indien de student aan de volgende voorwaarden voldoet: +Indien over een studiejaar de tempobeurs van een student op grond van artikel 10.7, derde lid, eerste volzin, van de wet is omgezet in lening, en die student over dat studiejaar op de voet van artikel 10.6, tweede lid, van de wet, ten minste 14 studiepunten heeft behaald, zet Onze Minister op aanvraag van de student het desbetreffende bedrag aan lening alsnog om in gift indien de student aan de volgende voorwaarden voldoet: a. hij heeft aan opleidingen waarop artikel 10.6 van de wet van toepassing is, een aantal studiepunten behaald dat ten minste gelijk is aan de voor de laatst gevolgde opleiding geldende studielast, en b. dit aantal studiepunten is behaald binnen het aantal maanden, gemeten vanaf het tijdstip waarop de student voor het eerst studiefinanciering ontving voor het volgen van hoger onderwijs, dat de uitkomst is van de formule (studielast x 12 : 60) + 12. @@ -254,7 +254,7 @@ b. dit aantal studiepunten is behaald binnen het aantal maanden, gemeten vanaf h **8.** De omzetting kan jegens een student slechts eenmaal plaatsvinden, doch niet met betrekking tot een studiejaar waarover de student te eniger tijd aanspraak heeft gehad op een financiƫle voorziening als bedoeld in artikel 7.51, tweede lid, van de WHW. Indien er ten behoeve van meer dan een studiejaar omzetting mogelijk is, geeft de student aan ten behoeve van welk studiejaar de omzetting dient plaats te vinden. -**9.** De student zendt de aanvraag uiterlijk 3 maanden na het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, verhoogd met het aantal maanden, bedoeld in het derde lid, aan de IB-Groep. De aanvraag gaat vergezeld van gewaarmerkte verklaringen van de instelling dan wel de instellingen, waaruit de studievoortgang blijkt. +**9.** De student zendt de aanvraag uiterlijk 3 maanden na het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, verhoogd met het aantal maanden, bedoeld in het derde lid, aan Onze Minister. De aanvraag gaat vergezeld van gewaarmerkte verklaringen van de instelling dan wel de instellingen, waaruit de studievoortgang blijkt. ## Hoofdstuk 8