2021-07-01 | BWBR0038662 | Besluit natuurbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2021-07-01 12:00:00 +00:00
parent 488768bc58
commit ebca3c1dce

View file

@ -18,6 +18,9 @@ citeertitel: Besluit natuurbescherming
In dit besluit wordt verstaan onder:
*bouwactiviteit:* activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk;
*bouwen:* plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten;
*bouwwerk:* constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;
*depositieruimte:* ruimte, uitgedrukt in mol stikstof per hectare per jaar, die in het kader van het programma, bedoeld in artikel 2.1, beschikbaar is voor stikstofdepositie op een in het programma opgenomen Natura 2000-gebied die het gevolg is van wijziging of uitbreiding van bestaande activiteiten of het gevolg is van de realisatie van nieuwe projecten of verrichting van nieuwe andere handelingen;
*jachtexamen:* jachtexamen als bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
*korpschef:* korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
@ -26,6 +29,8 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61);
*CITES-uitvoeringsverordening:*
verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 6 mei 2006, houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU 2006, L 166);
*sloopactiviteit:* activiteit inhoudende het slopen van een bouwwerk;
*slopen:* geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen;
*Verordening invasieve uitheemse soorten:* verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU L 317);
*voor stikstof gevoelige habitats:* voor stikstof gevoelige leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt;
*wet:*
@ -154,172 +159,73 @@ b. 3.12, zevende, achtste en negende lid, 3.14, tweede lid, 3.18, eerste, tweede
## Hoofdstuk 2. Natura 2000-gebieden
### Titel 2.1. Programmatische aanpak stikstof
#### Paragraaf 2.1.1. Doelstelling, tijdvak en betrokken bestuursorganen
### Titel 2.1. Stikstofreductie en natuurverbetering
### Artikel 2.1
**1.** Er wordt een programma aanpak stikstof vastgesteld dat tot doel heeft, mede met het oog op een evenwichtige, duurzame economische ontwikkeling, de belasting door stikstofdepositie van de voor stikstof gevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden die in het programma zijn opgenomen te verminderen en de instandhoudingsdoelstellingen voor deze habitats binnen afzienbare termijn te realiseren.
Het in artikel 1.12b van de wet bedoelde programma stikstofreductie en natuurverbetering bevat voor de periode waarvoor het geldt voor de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden een beschrijving van:
**2.** Het programma beoogt een ambitieuze en realistische vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen.
a. de omvang van de stikstofdepositie aan het begin van die periode, onderscheiden naar de bijdrage aan de depositie door de belangrijkste sectoren en onderscheiden naar depositie afkomstig uit buitenlandse en binnenlandse bronnen;
b. de mate waarin aan het begin van die periode de instandhoudingsdoelstellingen zijn bereikt voor in ieder geval de voor stikstof gevoelige habitats;
c. de verwachte autonome ontwikkeling van de stikstofemissie door bronnen binnen en buiten de betrokken Natura 2000-gebieden en de gevolgen daarvan voor de omvang van de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats;
d. de getroffen of te treffen maatregelen die bijdragen aan:
**3.** Het programma wordt vastgesteld door Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
**4.** De vaststelling van het programma geschiedt in overeenstemming met de bestuursorganen die voor de daarin opgenomen Natura 2000-gebieden het beheerplan, bedoeld in artikel 2.3 van de wet, vaststellen en de ingevolge artikel 2.10, eerste en vierde lid, van de wet mede betrokken bestuursorganen.
**5.** Na de vaststelling van het programma kunnen Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu daarin een Natura 2000-gebied opnemen in overeenstemming met de bestuursorganen die voor dat gebied het beheerplan, bedoeld in artikel 2.3 van de wet, vaststellen en de ingevolge artikel 2.10, eerste en vierde lid, van de wet mede betrokken bestuursorganen. Op andere wijzigingen zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing.
**6.** Het programma wordt ten minste eenmaal in de zes jaar vastgesteld en geldt voor een tijdvak van zes jaar.
**7.** Een wijziging van het programma doet geen afbreuk aan de doelstellingen, genoemd in het eerste en tweede lid.
**8.** Onverminderd artikel 3:42, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maakt Onze Minister de tekst van het programma of van een wijziging van het programma op elektronische wijze toegankelijk.
#### Paragraaf 2.1.2. Inhoud programma
1°. vermindering van de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats;
2°. het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor in ieder geval de voor stikstof gevoelige habitats;
e. de verwachte sociaal-economische effecten en de weging van de haalbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen, bedoeld in onderdeel d;
f. de verwachte gevolgen van de maatregelen, bedoeld in onderdeel d, voor de omvang van de stikstofdepositie, respectievelijk het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor in ieder geval de voor stikstof gevoelige habitats;
g. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de in artikel 2.3 gestelde eisen aan het verzamelen en verstrekken van gegevens.
### Artikel 2.2
**1.**
**1.** Monitoring voor de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 1.12a van de wet, en van de tussentijdse doelstellingen, bedoeld in artikel 1.12b, tweede lid, van de wet vindt plaats door metingen, berekeningen of het op andere wijze verzamelen van gegevens.
In het programma, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, worden ten aanzien van de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden in elk geval beschreven of genoemd:
a. de omvang van de stikstofdepositie aan het begin van het tijdvak van het programma, onderscheiden naar:
1°. depositie, veroorzaakt door factoren in de gebieden, en
2°. depositie, veroorzaakt door factoren buiten de gebieden;
b. de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in de gebieden;
c. de doelstellingen ten aanzien van de omvang van de stikstofdepositie, al dan niet met tussendoelstellingen, en de indicatoren waaruit kan worden afgeleid of een doelstelling al dan niet is behaald welke noodzakelijk zijn met het oog op het verwezenlijken van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstof gevoelige typen natuurlijke habitats en habitats van soorten in de gebieden;
d. de verwachte autonome ontwikkelingen ten aanzien van de stikstofemissie door de factoren, bedoeld in onderdeel a, en de effecten daarvan op de omvang van stikstofdepositie in de gebieden;
e. de getroffen of te treffen maatregelen:
1°. die bijdragen aan een vermindering van de stikstofdepositie in de gebieden, veroorzaakt door de factoren, bedoeld in onderdeel a, en
2°. ter verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstof gevoelige habitats in de gebieden;
f. de sociaal-economische evaluatie en weging van haalbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen, bedoeld in onderdeel e;
g. de verwachte effecten van de maatregelen, bedoeld in onderdeel e, op de omvang van de stikstofdepositie, onderscheidenlijk het verwezenlijken van de instandhoudingsdoelstellingen in de gebieden;
h. de uitgangspunten voor de bepaling van de ontwikkelingsruimte, voor de toedeling aan projecten en andere handelingen en voor de reservering daarvoor, en de ontwikkelingsruimte die beschikbaar is op het moment van vaststellen van het programma;
i. de resultaten van de ecologische beoordeling van het programma, en
j. de wijze en de momenten waarop de werking van het programma tussentijds wordt beoordeeld.
**2.** In het programma kan onderscheid worden gemaakt tussen de depositie van ammoniak en de depositie van andere stikstofverbindingen.
**3.** Bij een wijziging van het programma worden het eerste en tweede lid in acht genomen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van de monitoring.
### Artikel 2.3
Tot de maatregelen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel e, behoren in elk geval:
**1.** De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, verzamelen gegevens over de voortgang en de gevolgen van die maatregelen en verstrekken die gegevens elke twee jaar aan Onze Minister.
a. maatregelen voorzien in bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
b. maatregelen van bestuursorganen van het Rijk ter vermindering van de stikstofdepositie, en
c. gebiedsgerichte of effectgerichte maatregelen van bestuursorganen van het Rijk, provincies, gemeenten, of waterschappen.
**2.** De bestuursorganen die ingevolge de artikelen 2.3 en 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van het in artikel 2.3 van de wet bedoelde beheerplan, verzamelen gegevens over de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden en verstrekken die gegevens elke zes jaar aan Onze Minister.
### Artikel 2.4
**1.** Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, wordt in het programma mede aangegeven welk deel van de ontwikkelingsruimte in de eerste helft en welk deel in de tweede helft van het tijdvak van het programma wordt toegedeeld en gereserveerd. Deze verdeling is zodanig dat een evenwichtige toedeling en reservering van de ontwikkelingsruimte gedurende het tijdvak van het programma is verzekerd.
Onze Minister informeert de beide Kamers der Staten-Generaal:
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld over de toepassing van het eerste lid.
a. elk jaar over de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 1.12f, derde lid, van de wet, of wordt voldaan aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 1.12a van de wet, en aan de tussentijdse doelstellingen om tijdig aan die omgevingswaarden te voldoen;
b. elke twee jaar over de voortgang en de gevolgen van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering;
c. elke zes jaar over de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden.
### Artikel 2.5
De resultaten van de ecologische beoordeling van het programma, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel i, omvatten in elk geval de resultaten van een beoordeling voor elk Natura 2000-gebied dat in het programma is opgenomen in hoeverre de maatregelen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel e, rekening houdend met de verwachte algemene ontwikkeling van de stikstofdepositie, met de toedeling overeenkomstig het programma van ontwikkelingsruimte aan projecten en andere handelingen en met de stikstofdepositie ten aanzien waarvan artikel 2.12, eerste lid, of artikel 2.13 van toepassing is:
Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen:
a. bijdragen aan de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstof gevoelige habitats in het gebied;
b. voorkomen dat verslechtering optreedt van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het gebied;
c. voorkomen dat storende factoren optreden voor de soorten waarvoor het gebied is aangewezen voor zover die factoren, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied, een significant effect kunnen hebben, en
d. zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen;
b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.
### Artikel 2.6
**1.** De beoordeling, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel j, geschiedt in elk geval in het derde en het zesde jaar van het tijdvak van het programma.
**2.**
De beoordeling betreft in elk geval:
a. de voortgang en uitvoering van de getroffen of te treffen, in het programma beschreven of genoemde maatregelen en de effecten daarvan op de stikstofdepositie;
b. de mate waarin gebruik is gemaakt van de depositieruimte, en,
c. in het zesde jaar van het tijdvak, de omvang en kwaliteit van de voor stikstof gevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden die in het programma zijn opgenomen in relatie tot de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.
**3.** Voor de beoordeling van de effecten op de stikstofdepositie wordt gebruik gemaakt van de beste beschikbare gegevens over de ontwikkeling van de stikstofemissies en stikstofdepositie en de factoren die aan deze ontwikkeling hebben bijgedragen.
**4.**
In vervolg op de beoordeling in het derde jaar van het tijdvak van het programma maken Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, na overleg met de bestuursorganen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, de ontwikkelingsruimte inzichtelijk die:
a. de tweede helft van het tijdvak van het programma beschikbaar zal zijn;
b. naar verwachting in het daarop volgende programma beschikbaar zal zijn, in het bijzonder in de eerste helft van het tijdvak van dat programma.
#### Paragraaf 2.1.3. Toedeling en reservering ontwikkelingsruimte
Vervallen
### Artikel 2.7
**1.**
De ontwikkelingsruimte voor een in het programma opgenomen Natura 2000-gebied, kan, met uitzondering van de ruimte die in het programma is toegedeeld aan in het programma beschreven projecten als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van de wet, overeenkomstig de uitgangspunten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel h, door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van het desbetreffende besluit, worden toegedeeld in:
a. een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3 van de wet voor zover in dat beheerplan een project of andere handeling als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van de wet is beschreven;
b. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet;
c. een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet en dat voldoet aan artikel 5.6 van de wet;
d. een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.2aa, onderdeel a, van het Besluit omgevingsrecht;
e. een tracébesluit waarop artikel 13, zevende lid, van de Tracéwet van toepassing is;
f. een wegaanpassingsbesluit waarop artikel 9, vierde lid, van de Spoedwet wegverbreding van toepassing is, of
g. een ander besluit dat bij ministeriële regeling is aangewezen.
**2.** Bij het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt het bevoegd gezag de reserveringen in acht, die krachtens artikel 2.8, eerste lid, zijn gedaan. Daarbij draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat in de eerste helft van het tijdvak van het programma voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar blijft om, met inachtneming van de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, en met inachtneming van artikel 2.8, derde lid, te worden toegedeeld in besluiten waarvoor krachtens artikel 2.8, eerste lid, ontwikkelingsruimte is gereserveerd.
**3.** Bij ministeriële regeling worden, met inachtneming van de uitgangspunten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel h, nadere regels gesteld over de wijze van bepaling van de omvang van de op enig moment voor toedeling beschikbare ontwikkelingsruimte en de omvang van de bij een besluit als bedoeld in het eerste lid toe te delen ontwikkelingsruimte.
**4.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid waarin ontwikkelingsruime is toegedeeld kan dit besluit intrekken of wijzigen, indien het project waarop dit besluit betrekking heeft, nadat het besluit onherroepelijk is geworden, niet is gerealiseerd.
Vervallen
### Artikel 2.8
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen projecten en andere handelingen, of categorieën van projecten worden aangewezen waarvoor gedurende het tijdvak van het programma ontwikkelingsruimte wordt gereserveerd voor de toedeling daarvan in besluiten als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, waarbij een voorkeursvolgorde voor de toedeling kan worden aangegeven.
**2.**
Als projecten als bedoeld in het eerste lid kunnen worden genoemd of beschreven projecten die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:
a. het project of is aantoonbaar van nationaal of provinciaal maatschappelijk belang;
b. het is aannemelijk dat voor het project of in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.1, zesde lid, ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld in een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid.
**3.** De omvang van de ontwikkelingsruimte die voor projecten als bedoeld in het eerste lid wordt gereserveerd, is zodanig dat er niet onnodig inbreuk wordt gemaakt op de omvang van de ontwikkelingsruimte die resteert voor toedeling aan andere projecten dan die bedoeld in het eerste lid.
**4.** Een reservering vervalt geheel of voor een bepaald gedeelte, nadat het bevoegd gezag voor een besluit als bedoeld in het eerste lid aan Onze Minister heeft verklaard dat het de gereserveerde ontwikkelingsruimte, onderscheidenlijk dat gedeelte van de ontwikkelingsruimte gedurende het tijdvak van het programma niet zal toedelen. Nadat de eerste helft van het tijdvak van het programma is verstreken, gaan de bevoegde gezagen na of er reserveringen zijn ten aanzien waarvan de eerste volzin wordt toegepast.
Vervallen
### Artikel 2.9
**1.** Een bestuursorgaan dat ontwikkelingsruimte toedeelt in een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e, f of g, draagt tijdig zorg voor een nauwkeurige en volledige registratie van de afschrijving van de toegedeelde ontwikkelingsruimte van de totale ontwikkelingsruimte.
**2.** In zoverre in afwijking van het eerste lid, draagt, ingeval ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld in een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel d, en dit besluit wordt genomen door burgemeester en wethouders, het bestuursorgaan dat op grond van artikel 6.10a, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht bevoegd is te verklaren geen bedenkingen tegen de verlening van dat besluit te hebben zorg voor de in het eerste lid bedoelde registratie.
**3.** Het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste of tweede lid, draagt tevens tijdig zorg voor een nauwkeurige en volledige registratie van de bijschrijving van ontwikkelingsruimte die na het wijzigen of intrekken van een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, beschikbaar komt voor projecten en andere handelingen die stikstofdepositie veroorzaken in de Natura 2000-gebieden waarop het besluit betrekking had.
**4.** Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een reservering van ontwikkelingsruimte op grond van artikel 2.8, eerste lid, met dien verstande dat Onze Minister zorg draagt voor de registratie van een reservering.
**5.** Indien in een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld die is gereserveerd krachtens artikel 2.8, eerste lid, vervalt de reservering en draagt het met de registratie van afschrijvingen belaste bestuursorgaan, bedoeld in het eerste of tweede lid, tevens zorg voor de registratie van het vervallen van de reservering. Indien een reservering geheel of gedeeltelijk vervalt op grond van een verklaring als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid, draagt Onze Minister zorg voor registratie van het vervallen van de reservering of van het desbetreffende gedeelte daarvan.
**6.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de registratie van afschrijvingen, bijschrijvingen of reserveringen van ontwikkelingsruimte en ten aanzien van het vervallen van reserveringen van ontwikkelingsruimte.
#### Paragraaf 2.1.4. Vereenvoudigde procedure wijziging maatregelen; betrokkenheid andere bestuursorganen bij ministeriële regeling
Vervallen
### Artikel 2.10
**1.** Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen in het programma maatregelen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel e, wijzigen of door andere maatregelen vervangen, dan wel maatregelen toevoegen. Zij stellen voor de Natura 2000-gebieden waarop de maatregelen betrekking hebben in het programma vast wat daarvan de gevolgen zijn voor de ontwikkelingsruimte en voor de beoordeling, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel i, in samenhang met artikel 2.5. Ingeval het wijzigen, vervangen of toevoegen van maatregelen leidt tot minder ontwikkelingsruimte met betrekking tot een Natura 2000-gebied, geschiedt dit in overeenstemming met de bestuursorganen die het beheerplan, bedoeld in artikel 2.3 van de wet, voor dat gebied vaststellen.
**2.**
Het programma biedt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, Onze Minister van Defensie of bestuursorganen van provincies, gemeenten of waterschappen de mogelijkheid om in het programma opgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, voor de uitvoering waarvan zij zorg dragen, gewijzigd uit te voeren of te vervangen door andere maatregelen, indien:
a. de bestuursorganen die voor het desbetreffende gebied het beheerplan, bedoeld in artikel 2.3 van de wet, vaststellen, daarmee instemmen, en
b. de gewijzigde uitvoering of vervangende maatregelen in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden ten minste even doeltreffend zijn als de oorspronkelijk voorziene wijze van uitvoering of de oorspronkelijk voorziene maatregelen en niet leiden tot minder ontwikkelingsruimte met betrekking tot enig Natura 2000-gebied.
Vervallen
### Artikel 2.11
**1.** Een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, 2.7, derde lid, 2.8, eerste lid, en 2.9, zesde lid, wordt vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, 2.7, derde lid, en 2.9, zesde lid, wordt vastgesteld na overleg met de bestuursorganen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid.
**3.** Een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, wordt vastgesteld in overeenstemming met de bestuursorganen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid.
Vervallen
### Titel 2.2. Externe saldering
@ -355,6 +261,23 @@ b. ingeval het Natura 2000-gebied is opgenomen in het programma, bedoeld in arti
**6.** De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dragen zorg voor een actueel overzicht van de gevolgen van de projecten ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in het eerste lid is genomen voor de stikstofdepositie. Deze gegevens worden betrokken bij de toepassing van artikel 2.2, eerste lid, onderdeel j.
### Titel 2.3. Programma legalisering projecten natuur
### Artikel 2.15
Het in artikel 1.13a, tweede lid, van de wet bedoelde programma voor het legaliseren van activiteiten met een geringe stikstofdepositie die voldeden aan de voorwaarden van artikel 19kh, zevende lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 zoals dat luidde tot 1 januari 2017 of artikel 2.12 zoals dat luidde op 28 mei 2019, bevat een beschrijving van:
a. de totale stikstofdepositie door die activiteiten op elke hectare van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden;
b. de getroffen of te treffen maatregelen om de gevolgen van de onder a bedoelde stikstofdepositie te mitigeren of te compenseren;
c. de gevolgen van de onder b bedoelde maatregelen voor de omvang van de stikstofdepositie op elke hectare van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden;
d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de eisen die in artikel 2.16 worden gesteld aan het verzamelen en verstrekken van gegevens.
### Artikel 2.16
**1.** De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van het programma verzamelen gegevens over de voortgang en de gevolgen van dat programma en verstrekken die gegevens elk jaar aan Onze Minister.
**2.** Onze Minister informeert op basis van die gegevens de beide Kamers der Staten-Generaal elk jaar over de voortgang en de gevolgen van het programma.
## Hoofdstuk 3. Soorten
### Titel 3.1. Soorten die in het gehele land schade veroorzaken