2004-05-28 | BWBR0006589 | Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar

This commit is contained in:
Coornhert 2004-05-28 12:00:00 +00:00
parent c1c1e19865
commit ec11a2e384

View file

@ -4,7 +4,7 @@ titel: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buiten
bwb_id: BWBR0006589
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1994-04-01'
datum_inwerkingtreding: '2004-05-07'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006589
citeertitel: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon
opsporingsambtenaar
@ -42,13 +42,17 @@ b. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op
c. aanwenden van geweld: het gebruiken van geweld en het dreigen met geweld, waaronder wordt begrepen het ter hand nemen van een vuurwapen;
d. geweldmiddel:
1o. de krachtens de artikelen 45, eerste lid, en 49, eerste lid, van de Politiewet 1993 toegelaten uitrusting en bewapening waarmee geweld kan worden uitgeoefend, en
1o. de krachtens artikel 49, eerste lid, van de Politiewet 1993 toegelaten uitrusting en bewapening waarmee geweld kan worden uitgeoefend, en
2o. de door Onze Minister van Defensie ter beschikking gestelde uitrusting en bewapening waarmee geweld kan worden uitgeoefend in de uitvoering van de politietaken, bedoeld in de artikelen 6, 58, 59 en 60 van de Politiewet 1993;
e. vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven: vuurwapen waarmee met één druk op het afvuurmechanisme meer schoten kunnen worden gelost dan wel een vuurwapen waarmee naar keus hetzij één schot, hetzij meer schoten kunnen worden gelost;
f. mobiele eenheid: een eenheid van ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen en de eenheden van de Koninklijke marechaussee die met dezelfde taken als bedoeld in genoemd besluit zijn belast;
g. de arts: de dienstdoend adviserend arts;
h. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
i. het gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.
e. hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting:
1º. de krachtens artikel 49, eerste lid, van de Politiewet 1993, aan de ambtenaar van politie, bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, ter beschikking gestelde uitrusting ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen, en
2º. de door Onze Minister van Defensie, in overeenstemming met Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, aan de ambtenaar van de Koninklijke marechaussee, bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, ter beschikking gestelde uitrusting ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen;
f. vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven: vuurwapen waarmee met één druk op het afvuurmechanisme meer schoten kunnen worden gelost dan wel een vuurwapen waarmee naar keus hetzij één schot, hetzij meer schoten kunnen worden gelost;
g. mobiele eenheid: een eenheid van ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen en de eenheden van de Koninklijke marechaussee die met dezelfde taken als bedoeld in genoemd besluit zijn belast;
h. de arts: de dienstdoend adviserend arts;
i. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
j. het gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.
**4.** In dit besluit wordt onder ingeslotene verstaan degene die rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Onder ingeslotene wordt mede verstaan degene die ten behoeve van de hulpverlening aan hem op het politie- of brigadebureau is ondergebracht.
@ -275,6 +279,29 @@ b. de aard van het strafbare feit op grond waarvan de vrijheidsbeneming heeft pl
De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van handboeien als bedoeld in artikel 22, eerste lid, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de meerdere, onder vermelding van de redenen die tot het gebruik van handboeien hebben geleid.
## Hoofdstuk 4a. Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
### Artikel 23a
**1.** De ambtenaar, bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, kan een vreemdeling bij diens uitzetting per luchtvaartuig met hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting in zijn bewegingsvrijheid beperken, ten behoeve van een goed verloop van de uitzetting.
**2.**
De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden getroffen indien:
a. de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de vreemdeling, van de ambtenaar of van derden, dan wel met het oog op gevaar voor een ernstige verstoring van de openbare orde, en
b. de toepassing van het hulpmiddel redelijkerwijs geen gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de vreemdeling.
**3.** Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, zal hij geen gebruik maken van hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk hulpmiddel gebruik wordt gemaakt.
**4.** Het gebruik van een hulpmiddel ten behoeve van uitzetting is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar die in het gebruik van dat hulpmiddel is geoefend.
### Artikel 23b
**1.** De ambtenaar die ten aanzien van een vreemdeling die wordt uitgezet gebruik heeft gemaakt van een hulpmiddel ten behoeve van uitzetting als bedoeld in artikel 23a, eerste lid, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de meerdere, onder vermelding van de aard van het hulpmiddel, de redenen die tot het gebruik hebben geleid en de daaruit voortvloeiende gevolgen.
**2.** De meerdere draagt zorg voor registratie van de melding, bedoeld in het eerste lid.
## Hoofdstuk 5. Hulpverlening
### Artikel 24