2006-01-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 546941fa7f
commit ec1b325cb8

View file

@ -55,7 +55,7 @@ b. een bijzondere school: het schoolbestuur;
«personeel»:
a. de benoemde rector, directeur, conrector, adjunct-directeur of leraar, en overig personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs;
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 38a tot en met 39a, 40, 40a, 43a, eerste en tweede lid, 51, eerste tot en met derde lid, 52, 52a, 53, 53b, 96o en 96q.1, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 38a tot en met 39a, 40, 40a, 43a, eerste en tweede lid, 51, eerste tot en met derde lid, 52, 52a, 53, 53b en 96o, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
«nascholing»: een vorm van scholing, gegeven aan leden van het personeel om hun kennis, inzicht, vaardigheden en beroepshoudingen direct verband houdend met de uitoefening van hun beroep, voortbouwend op de in de initiële opleiding verworven aanvangsbekwaamheid te verdiepen en uit te breiden;
@ -274,9 +274,8 @@ b. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onder
Bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld:
a. de afdelingsvakken en intrasectoraal te kiezen programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a,
b. voorschriften met betrekking tot intrasectoraal te kiezen programma-onderdelen, met inbegrip van voorschriften waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder kan worden afgeweken van het eerste lid,
c. voorschriften omtrent de mogelijkheid vrijstelling te verlenen van onderdelen van dit artikel ten behoeve van leerlingen met bijzondere kenmerken, en
d. voorwaarden waaronder vakken en programma-onderdelen, bedoeld in het zesde en zevende lid, kunnen worden verzorgd ten behoeve van leerlingen door een andere school voor voorbereidend beroepsonderwijs dan die waar die leerlingen zijn ingeschreven.
b. voorschriften met betrekking tot intrasectoraal te kiezen programma-onderdelen, met inbegrip van voorschriften waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder kan worden afgeweken van het eerste lid, en
c. voorschriften omtrent de mogelijkheid vrijstelling te verlenen van onderdelen van dit artikel ten behoeve van leerlingen met bijzondere kenmerken.
Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
@ -446,9 +445,8 @@ d. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onder
Bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld:
a. de afdelingsvakken en intrasectoraal te kiezen programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b,
b. voorschriften met betrekking tot intrasectoraal te kiezen programma-onderdelen,
c. voorschriften omtrent de mogelijkheid vrijstelling te verlenen van onderdelen van dit artikel ten behoeve van leerlingen met bijzondere kenmerken, en
d. voorwaarden waaronder vakken en programma-onderdelen, bedoeld in het zesde en zevende lid, kunnen worden verzorgd ten behoeve van leerlingen door een andere school voor voorbereidend beroepsonderwijs dan die waar die leerlingen zijn ingeschreven.
b. voorschriften met betrekking tot intrasectoraal te kiezen programma-onderdelen, en
c. voorschriften omtrent de mogelijkheid vrijstelling te verlenen van onderdelen van dit artikel ten behoeve van leerlingen met bijzondere kenmerken.
Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
@ -961,6 +959,44 @@ De programma's dan wel beschrijvingen van de contractactiviteiten worden ter ken
Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school kan Onze minister toestaan dat van de artikelen 7 tot en met 11f, 12 tot en met 15, en van de voorschriften, bedoeld in artikel 22, wordt afgeweken. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
### Artikel 25a
**1.**
Het bevoegd gezag kan leerlingen in de gelegenheid stellen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven:
a. ook onderwijs te ontvangen dat een school van een ander bevoegd gezag of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs verzorgt, of
b. deel te nemen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en die opleiding met een examen af te sluiten.
**2.**
Het eerste lid vindt uitsluitend toepassing met het doel:
a. leerlingen met bijzondere kenmerken beter in staat te stellen een diploma als bedoeld in deze wet te behalen,
b. leerlingen meer kansen te geven om vervolgonderwijs met gunstig resultaat te volgen, of
c. onderwijsvoorzieningen doelmatiger te gebruiken.
**3.**
Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van de in het eerste lid bedoelde andere school of instelling. De samenwerkingsovereenkomst omvat in elk geval:
a. het doel van de samenwerking,
b. de doelgroep,
c. de wijze waarop wordt nagegaan of het doel wordt bereikt,
d. het onderwijsprogramma dat volgens de samenwerking wordt vormgegeven,
e. in geval van overdracht van een deel van de bekostiging met toepassing van artikel 99, achtste lid, de omvang en de bestemming van de over te dragen middelen, en
f. een regeling voor de beslechting van geschillen tussen partijen over de uitvoering van de overeenkomst.
**4.**
Bij algemene maatregel van bestuur:
a. wordt nader geregeld voor welke leerlingen en onder welke voorwaarden het eerste lid toepassing kan vinden,
b. kan bij toepassing van het eerste lid voor doelen als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, worden geregeld van welke bij of krachtens de artikelen 10, 10b, 10d, 13 tot en met 15, 22, 29, 33 tot en met 36 en 60 vastgestelde voorschriften kan worden afgeweken, alsmede welke voorschriften in plaats daarvan zullen gelden, en
c. kan worden bepaald dat een in het eerste lid bedoelde leerling voor de toepassing van daarbij aan te wijzen wettelijke voorschriften wordt aangemerkt of mede wordt aangemerkt als deelnemer in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
**5.** Indien het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, ook onderwijs wil kunnen laten volgen dat een andere school voor voortgezet onderwijs van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, zijn het eerste, tweede en vierde lid van overeenkomstige toepassing en regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen van het derde lid, onder a tot en met e.
### Artikel 26
**1.** Het bevoegd gezag van een school waar een visueel gehandicapte leerling is ingeschreven of een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, stelt in overeenstemming met de ouders voor elk schooljaar een handelingsplan op. Indien de inschrijving van de in de eerste volzin bedoelde leerling plaatsvindt op of na 1 augustus wordt het handelingsplan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk een maand na die inschrijving opgesteld.
@ -2644,11 +2680,11 @@ Vervallen
### Artikel 96o
**1.** Op het bedrag, bedoeld in artikel 96m, eerste lid, worden in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat is benoemd met voorbijgaan van personeel dat een gelijksoortige functie uitoefent of heeft uitgeoefend aan een school van het bevoegd gezag, voor zover laatstbedoeld personeel in het genot is van wachtgeld of een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt, indien het betreft openbaar onderwijs, onder «school van het bevoegd gezag» verstaan elke binnen de desbetreffende gemeente gelegen school, met uitzondering van de binnen die gemeente gelegen nevenvestigingen waarvan de hoofdvestiging in een andere gemeente is gelegen.
**1.** Vervallen.
**2.**
Op het in het eerste lid bedoelde bedrag worden eveneens in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat
Op het bedrag, bedoeld in artikel 96m, eerste lid, worden in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat
a. langer dan twee jaar anders dan wegens vervanging of in geval van leraren indien de benoeming is geschied met toepassing van artikel 33, derde lid juncto vijfde lid, onafgebroken, met een onderbreking van een week of minder dan wel met een of meer onderbrekingen gedurende een schoolvakantie, in een gelijksoortige functie in tijdelijke dienst verbonden is geweest aan een school van het bevoegd gezag, of
b. langer dan drie jaar direct of indirect in verband met het verrichten van contractactiviteiten in tijdelijke dienst is benoemd.
@ -2657,13 +2693,13 @@ De in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar kan in geval van een of meer zi
**3.** Op het in het eerste lid bedoelde bedrag worden eveneens in mindering gebracht de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is niet van toepassing, indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b, op een daartoe strekkend verzoek van het bevoegd gezag, voorafgaand aan het ontslag heeft ingestemd met het ten laste van die rechtspersoon brengen van de kosten van uitkeringen of suppleties als bedoeld in de eerste volzin.
**4.** Het eerste lid is eveneens van toepassing, indien de benoeming heeft plaatsgevonden in aansluiting op een benoeming in tijdelijke dienst in dezelfde functie.
**4.** Vervallen.
**5.** Met gewezen personeel dat in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld personeel aan wie op grond van het leerlingenverloop op of na 1 februari ontslag is of zal worden aangezegd, op grond van welk ontslag recht op wachtgeld of een andere ontslaguitkering zou kunnen ontstaan. In afwijking van de eerste volzin kan voor een periode tot uiterlijk de datum van ingang van het recht op wachtgeld of op een andere ontslaguitkering in een vacature worden voorzien zonder dat de vermindering, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt.
**5.** Vervallen.
**6.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen geen vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid plaatsvindt.
**6.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen geen vermindering als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt.
**7.** Onze minister kan in andere gevallen dan voorzien in de ministeriële regeling, bedoeld in het zesde lid, wegens gewichtige redenen op verzoek van het bevoegd gezag besluiten dat de vermindering van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, niet zal plaatsvinden. Onze Minister besluit binnen vier maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Uitsluitend op grond van door het bevoegd gezag aangevoerde bijzondere omstandigheden kan Onze minister bepalen dat de beslissing, bedoeld in de eerste volzin, betrekking heeft of mede betrekking heeft op een periode voorafgaand aan de datum waarop het bevoegd gezag het in de eerste volzin bedoelde verzoek heeft ingediend.
**7.** Vervallen.
**8.** Onze minister kan projecten aanwijzen waarvoor het tweede lid onderdeel a niet van toepassing is.
@ -2681,16 +2717,7 @@ Vervallen
### Artikel 96q.1
**1.** Het bij of krachtens artikel 96o bepaalde is van overeenkomstige toepassing indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 53b, personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel als bedoeld in artikel 96o van de rechtspersoon of van een bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, dan wel niet handelt overeenkomstig het bepaalde in laatstgenoemde artikelleden. Van het gewezen personeel, bedoeld in de eerste volzin, is uitgezonderd het personeel van het bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, waarvan de dienstbetrekking is beëindigd op een tijdstip dat meer dan twee jaar ligt voor de aanvang van de dienstverlening.
**2.** In geval van toepassing van het eerste lid wordt het in mindering te brengen bedrag in gelijke mate verdeeld over de scholen waarvoor diensten worden verricht.
**3.**
Het bij of krachtens artikel 96o bepaalde is eveneens van overeenkomstige toepassing
a. indien een bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 53b, en
b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het tijdvak van vijf jaar na beëindiging van de dienstverlening personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel als bedoeld in onderdeel a.
Vervallen
### Artikel 96r
@ -2698,6 +2725,10 @@ b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden tevens voorschriften gegeven voor de verrekening van de betaalde voorschotten met het bedrag van de vastgestelde bekostiging of onderdelen daarvan.
### Artikel 96s
Indien een leerling in de loop van het schooljaar de school verlaat zonder de opleiding te hebben voltooid, en aansluitend wordt ingeschreven als leerling aan een andere school voor voortgezet onderwijs of als deelnemer aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, kan het bevoegd gezag van de school met het bevoegd gezag van die andere school of die instelling overeenkomen een deel van de bekostiging over te dragen aan dat andere bevoegd gezag vanwege deze tussentijdse overstap.
#### Hoofdstuk IV. Overige bepalingen
### Artikel 97
@ -2712,29 +2743,11 @@ Vervallen
### Artikel 98a
**1.** Het bevoegd gezag van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen scholen is aangesloten bij een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van vervanging bij afwezigheid van personeel. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is belast met het geven van leerwegondersteunend onderwijs dan wel het uitoefenen van taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 53b, eerste lid, tweede volzin. De in de eerste volzin bedoelde rechtspersoon wordt door Onze minister aangewezen.
**2.** Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de in het eerste lid bedoelde scholen onderscheidenlijk centrale diensten is voorts verplicht aan de in dat lid bedoelde rechtspersoon jaarlijks een door die rechtspersoon vast te stellen bijdrage te voldoen in verband met de kosten van vervanging.
**3.** Van de in het eerste juncto tweede lid bedoelde verplichting kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze minister verleent de ontheffing slechts, indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de gevolgen van vervanging bij afwezigheid van personeel. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
**4.** De rechtspersoon kan regels vaststellen ter uitvoering van het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 98a1
**1.**
De rechtspersoon, bedoeld in artikel 98a, kan het sociaal-fiscaal nummer van het personeelslid dat bij afwezigheid wordt vervangen, en van degene die het personeelslid tijdelijk vervangt, uitsluitend in het kader van het doel, bedoeld in artikel 98a, eerste lid, gebruiken in het verkeer met:
a. het personeelslid onderscheidenlijk degene die het personeelslid tijdelijk vervangt,
b. het bevoegd gezag van de school dan wel het bestuur van de centrale dienst waar de in onderdeel a bedoelde personen werkzaam zijn,
c. Onze Minister,
d. de instantie, bedoeld in artikel 98b, vijfde lid, of
e. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
**2.** Het sociaal-fiscaal nummer wordt op een daartoe strekkend verzoek van de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon aan die rechtspersoon verstrekt door het bevoegd gezag van de school dan wel het bestuur van de centrale dienst waar het personeelslid dat bij afwezigheid wordt vervangen, werkzaam is.
**3.** Indien dat ten behoeve van het verslag, bedoeld in artikel 123a, tweede lid, noodzakelijk is, worden gegevens daarin slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon kunnen worden ontleend, tenzij het betreft de controle op de juistheid van de gegevens in het kader van de controle op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van door de rechtspersoon gedane uitgaven. Daarbij kunnen de sociaal-fiscale nummers worden vergeleken met de sociaal-fiscale nummers die door andere daartoe bij of krachtens de wet bevoegde instanties zijn verstrekt.
Vervallen
### Artikel 98b
@ -2787,6 +2800,8 @@ c. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de
**7.** De op grond van artikel 77a, artikel 96g of artikel 96h verstrekte bekostiging wordt besteed aan het doel waarvoor zij zijn verleend.
**8.** Het bevoegd gezag kan met het bevoegd gezag waarmee het een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 25a, derde lid, overeenkomen om vanwege de samenwerking een deel van de bekostiging over te dragen aan het andere bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid van dat artikel.
### Artikel 99a
Vervallen
@ -3237,40 +3252,7 @@ Vervallen
### Artikel 123a
**1.**
Onze minister is ten aanzien van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98a, bevoegd tot:
a. instemming met de statuten van de rechtspersoon, alsmede van wijziging van de statuten,
b. instemming met de bijdrage, bedoeld in artikel 98a, tweede lid,
c. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon in verband met de minimaal door de rechtspersoon te geven waarborgen, bedoeld in artikel 98a, eerste lid, zulks in verband met de goede voortgang van het onderwijs,
d. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon met het oog op de afstemming van activiteiten van de rechtspersoon op het algemene beleid inzake preventie van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid,
e. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon om de nakoming te verzekeren van verplichtingen die bij dit deel aan de rechtspersoon zijn opgedragen,
f. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon om de door Onze minister gewenste inlichtingen te verkrijgen,
g. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon in gevallen dat het algemeen belang dit in belangrijke mate vereist,
h. intrekking van de aanwijzing van de rechtspersoon.
**2.** De rechtspersoon brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze minister over het afgelopen jaar verslag uit over zijn werkzaamheden, voortvloeiend uit artikel 98a.
**3.** Onze minister zendt het verslag, bedoeld in het tweede lid, vergezeld van zijn advies daarover, voor 1 mei volgend op de datum, bedoeld in het tweede lid, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden en omtrent de gevolgen van intrekking van de aanwijzing van de rechtspersoon.
**5.**
Krachtens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften kan Onze Minister subsidie verlenen aan de rechtspersoon ten behoeve van:
a. bedragen die, gedurende een vooraf vastgestelde periode en tot een vooraf vastgestelde maximale hoogte, strekken ter vervanging van de vergoeding in verband met de kosten van vervanging, bedoeld in artikel 84b, eerste lid, en de bijdrage, bedoeld in het tweede lid,
b. een bijdrage aan de kosten van de bedrijfsvoering van de rechtspersoon, en
c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader van de bedrijfsgezondheidszorg.
**6.** Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vijfde lid, kan ten behoeve van een in dat lid bedoelde subsidie een subsidieplafond worden vastgesteld.
**7.** De rechtspersoon kan ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader van de bedrijfsgezondheidszorg subsidie aan derden verstrekken.
**8.** Het toezicht op de rechtspersoon is opgedragen aan Onze minister. Met het toezicht zijn belast de bij besluit van Onze minister aangewezen ambtenaren. Een besluit als bedoeld in de tweede volzin wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
**9.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
Vervallen
### Artikel 123b