diff --git a/amvb/uitkeringsregeling-1966/BWBR0002537/README.md b/amvb/uitkeringsregeling-1966/BWBR0002537/README.md index f51089ade8f..36b1f47b8ba 100644 --- a/amvb/uitkeringsregeling-1966/BWBR0002537/README.md +++ b/amvb/uitkeringsregeling-1966/BWBR0002537/README.md @@ -18,9 +18,9 @@ a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; c. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP; d. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement; -e. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement; -f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -g. WAO-uitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +e. arbeidsongeschiktheidspensioen: invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement zoals dat luidde op 31 december 2006 dan wel ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen krachtens het pensioenreglement; +f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in de zin van artikel 5 van laatstgenoemde wet. +g. arbeidsongeschiktheidsuitkering: uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen respectievelijk werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van laatstgenoemde wet; h. suppletie: een suppletie krachtens de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk; i. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen. @@ -35,9 +35,9 @@ b. als ambtenaar in tijdelijke dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aans **2.** Tenzij het tegendeel blijkt wordt onder betrokkene gewezen betrokkene begrepen. -**3.** Onder betrokkene wordt mede begrepen de ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag is verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid. Een en ander uitsluitend indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49*d* of 49*e* van het Algemeen Rijksambtenarenreglement danwel als bedoeld in de artikelen 84*d* of 84*e* van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen. +**3.** Onder betrokkene wordt mede begrepen de ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag is verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid. Een en ander uitsluitend indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49d of 49e van het Algemeen Rijksambtenarenreglement danwel als bedoeld in de artikelen 84d of 84e van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen. -**4.** Geen betrokkene in de zin van dit besluit is degene die uit hoofde van zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. +**4.** Geen betrokkene in de zin van dit besluit is degene die uit hoofde van zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. ### Artikel 3 @@ -75,15 +75,13 @@ e. in een aangehouden betrekking. **2.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde gelden de toelagen, bedoeld in de artikelen 14 en 18, eerste lid, van voornoemd besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging. -**3.** Als bezoldiging gelden mede de aanspraken die de betrokkene op de dag voorafgaande aan zijn ontslag ontleende aan de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, indien en voor zover de betrokkene die aanspraken eveneens zou hebben ontleend aan het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 indien dat besluit, zoals dat laatstelijk luidde, op dat tijdstip nog zou hebben gegolden. +**3.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen overeenkomt met het eerste en tweede lid. -**4.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt als bezoldiging hetgeen met het in het eerste tot en met het derde lid daaromtrent bepaalde overeenkomt. +**4.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraken daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het tweede en derde lid, het gemiddelde van die inkomsten. -**5.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraken daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het in het tweede, derde en vierde lid bepaalde, het gemiddelde van die inkomsten. +**5.** De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met vierde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantie-uitkering en van de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt. -**6.** De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met vijfde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantie-uitkering en van de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt. - -**7.** Voor betrekkingen die geleidelijk worden opgeheven, alsmede in bijzondere gevallen, kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken. +**6.** Voor betrekkingen die geleidelijk worden opgeheven, alsmede in bijzondere gevallen, kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken. ### Artikel 5 @@ -104,9 +102,9 @@ Voor de toepassing van dit besluit wordt onder ontslag mede verstaan: beƫindigi Met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat, bestaat recht op een uitkering waarvan de duur wordt vastgesteld: a. voor de betrokkene die in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag in ten minste 26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet werkzaam is geweest, ingevolge artikel 8; -b. voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, ingevolge artikel 8, dan wel - wanneer het bepaalde in artikel 8*a*, eerste lid, daartoe aanleiding geeft - ingevolge artikel 8*a*, tweede lid, en, indien van toepassing, artikel 8*a*, vierde lid. +b. voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, ingevolge artikel 8, dan wel - wanneer het bepaalde in artikel 8*a*, eerste lid, daartoe aanleiding geeft - ingevolge artikel 8a, tweede lid, en, indien van toepassing, artikel 8a, vierde lid. -**2.** Indien het ontslag ingaat binnen 12 maanden na afloop van perioden waarin de betrokkene ten gevolge van arbeidsongeschiktheid verhinderd was werkzaamheden te verrichten, of werkzaamheden heeft verricht als bedoeld in artikel 8 van de Werkloosheidswet en hij de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen, wordt de in het eerste lid, onder *a*, bedoelde periode van 12 maanden verlengd met de duur van de perioden van de bedoelde verhindering. +**2.** Indien het ontslag ingaat binnen 12 maanden na afloop van perioden waarin de betrokkene ten gevolge van arbeidsongeschiktheid verhinderd was werkzaamheden te verrichten, of werkzaamheden heeft verricht als bedoeld in artikel 8 van de Werkloosheidswet en hij de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen, wordt de in het eerste lid, onder a, bedoelde periode van 12 maanden verlengd met de duur van de perioden van de bedoelde verhindering. **3.** De in een week verrichte werkzaamheden worden slechts in aanmerking genomen, voor zover zij betrekking hebben op de dienstbetrekking waaruit de betrokkene is ontslagen en op een of meer dienstbetrekkingen waarvoor eerstgenoemde dienstbetrekking in de plaats is gekomen, en voor zover deze niet reeds eerder in aanmerking zijn genomen voor een recht op uitkering. @@ -120,7 +118,7 @@ b. voor de betrokkene die een diensttijd heeft van ten minste drie jaar onmiddel Geen recht op uitkering bestaat: -a. indien de betrokkene ter zake van het ontslag recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; +a. indien de betrokkene ter zake van het ontslag recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; b. indien de betrokkene op grond van het ontslag recht heeft op een suppletie; c. indien de betrokkene op de dag van het ontslag de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; d. indien het ontslag aan eigen schuld of toedoen is te wijten; @@ -129,10 +127,10 @@ f. voor de betrokkene, die de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt, aan w **8.** -De betrokkene, bedoeld in het zevende lid, onderdeel *a*, heeft recht op uitkering met ingang van de dag waarop de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80%. De hoogte van deze uitkering wordt vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Ter bepaling van de duur van de uitkering wordt: +De betrokkene, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, heeft recht op uitkering met ingang van de dag waarop de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80%. De hoogte van deze uitkering wordt vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Ter bepaling van de duur van de uitkering wordt: -a. voor de toepassing van artikel 8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking wordt genomen; -b. voor de toepassing van artikel 8*a* als uitgangsdatum uitgegaan van de datum op grond waarvan het recht op WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, is ontstaan. +a. voor de toepassing van artikel 8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de toepassing van het vierde lid tevens een arbeidsongeschiktheidsuitkering eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking wordt genomen; +b. voor de toepassing van artikel 8a als uitgangsdatum uitgegaan van de datum op grond waarvan het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, is ontstaan. **9.** Onze Minister beslist over de toekenning van uitkering op schriftelijke aanvraag door de betrokkene. De stukken die Onze Minister nodig acht voor de behandeling van de aanvraag dienen door of vanwege de betrokkene te worden overgelegd. @@ -167,11 +165,11 @@ b. de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de betrokkene en de dag, gele Perioden, waarin een betrokkene: -a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%; -b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder *a*, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; +a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%; +b. ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door het Rijk arbeidsongeschiktheidspensioen was verzekerd, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van het dagloon in de zin van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector rijk, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; c. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; d. na beƫindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet; -e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder *a* of d; +e. een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of d; worden, indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in aanmerking genomen voor de periode van drie jaar bedoeld in het tweede lid, en voor de perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag bedoeld in het derde lid. @@ -353,7 +351,7 @@ Vervallen **1.** -Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een WAO-uitkering, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van +Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van de uitkering met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van | 65% tot 80%: | 80%; | | --- | --- | @@ -363,7 +361,7 @@ Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op e | 25% tot 35%: | 30%; | | 15% tot 25%: | 20%; | -**2.** De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het invaliditeitspensioen, en de verminderde uitkering bedraagt voorts niet meer dan de onverminderde uitkering dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoelde onverminderde uitkering wordt het overschrijdende bedrag op de verminderde uitkering in mindering gebracht. +**2.** De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het arbeidsongeschiktheidspensioen, en de verminderde uitkering bedraagt voorts niet meer dan de onverminderde uitkering dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoelde onverminderde uitkering wordt het overschrijdende bedrag op de verminderde uitkering in mindering gebracht. ### Artikel 23 @@ -432,7 +430,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden; c. indien het recht op uitkering geheel wordt afgekocht; e. op aanvraag van betrokkene. -**2.** Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene recht verkrijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 7, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van deze uitkering de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van artikel 8*a*, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag. +**2.** Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene recht verkrijgt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Artikel 7, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat van deze uitkering de duur, voor zover deze wordt bepaald aan de hand van artikel 8a, en de hoogte worden vastgesteld te rekenen van de datum van ontslag. **3.** Het eerste lid is, voor zover nodig, van overeenkomstige toepassing op een uitkering bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid. @@ -444,7 +442,7 @@ De uitkering wordt niet uitbetaald voor de duur dat de betrokkene: a. de hem opgelegde verplichtingen niet of niet volledig nakomt; b. metterwoon verblijf gaat houden in het buitenland tenzij Onze Minister, op een door betrokkene daartoe gedaan verzoek, anders beslist; -c. geen WAO-uitkering aanvraagt dan wel weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een WAO-uitkering. +c. geen arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvraagt dan wel weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. d. niet als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dan wel de buitenlandse instantie van arbeidsbemiddeling staat ingeschreven, tenzij hij aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om te voldoen aan de in artikel 6, eerste en tweede lid, gestelde verplichting. ### Artikel 27