2025-08-06 | BWBR0048542 | Subsidieregeling patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024–2028

This commit is contained in:
Coornhert 2025-08-06 12:00:00 +00:00
parent e2ae45e9e3
commit ec3ff524b7

View file

@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Subsidieregeling patiënten- en gehandicaptenorganisaties 202420
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *aandoening:* een ziekte, beperking, handicap of psychische kwetsbaarheid zoals beschreven in de ICD dan wel in de DSM;
- *aandoeningsoverstijgend:* betrekking hebbend op aspecten van het leven met een aandoening, die voor meerdere aandoeningen tegelijkertijd van toepassing kunnen zijn;
- *aandoeningsoverstijgend thema:* een thema, niet zijnde een product of dienst, dat speelt bij verschillende aandoeningen waarbij de nadruk ligt op maatschappelijke, sociale of levensfase gerelateerde aspecten, in plaats van op de aandoeningen;
- *backoffice taken:* taken die worden verricht ter ondersteuning van de primaire activiteiten van pg-organisaties of federatieve samenwerkingsverbanden;
- *belangenbehartiging:* activiteiten van en voor leden van pg-organisaties inzake het behartigen van de belangen van de leden van pg-organisaties;
- *collectieve ervaringsdeskundigheid:* een bundeling van inzichten van individuele ervaringskennis van een doelgroep die boven het individuele niveau uitstijgt en wordt verbonden met kennis van de werking van het zorgstelsel of andere domeinen;
@ -33,7 +33,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *minister:* de Minister voor Langdurige Zorg en Sport;
- *nieuwe toetreder:* een pg-organisatie of federatief samenwerkingsverband waaraan de minister geen instellingssubsidie heeft verstrekt in het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd;
- *PFN:* Vereniging Patiëntenfederatie Nederland;
- *pg-organisatie:* een stichting of vereniging, niet zijnde een federatief samenwerkingsverband, met volledige rechtsbevoegdheid, die zich primair richt op de belangen van mensen met één of meerdere aandoeningen of daaraan gerelateerde aandoeningsoverstijgende themas of op de belangen van hun naasten of wettelijke vertegenwoordigers;
- *pg-organisatie:* een stichting of vereniging, niet zijnde een federatief samenwerkingsverband, met volledige rechtsbevoegdheid, die zich primair richt op de belangen van mensen met één of meerdere aandoeningen en zich secundair richt op de belangen van hun naasten of wettelijk vertegenwoordigers en eventueel aanvullend op een aandoeningsoverstijgend thema;
- *reeds gesubsidieerd federatief samenwerkingsverband:* een federatief samenwerkingsverband dat in het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor een instellingssubsidie wordt aangevraagd reeds een instellingssubsidie heeft ontvangen op grond van deze subsidieregeling;
- *reeds gesubsidieerde pg-organisatie:* een pg-organisatie die in het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor een instellingssubsidie wordt aangevraagd reeds een instellingssubsidie heeft ontvangen op grond van deze subsidieregeling of op grond van het Besluit vaststelling beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 20192023;
- *uitbesteden van backoffice taken:* het door één of meerdere bij de Kamer van Koophandel geregistreerde externe partijen laten uitvoeren van backoffice taken.
@ -53,7 +53,10 @@ d. een instellingssubsidie aan MIND, PFN en Ieder(in).
### Artikel 1.4
Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten in het kader van het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar aandoeningen, behandelingen of medische hulpmiddelen.
Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten in het kader van:
a. juridische procedures van, of namens, de doelgroep; of
b. het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar aandoeningen, behandelingen of medische hulpmiddelen.
### Artikel 1.5
@ -65,6 +68,8 @@ Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten in het kader van het verrichten
### Artikel 2.1
**1.**
De minister kan jaarlijks op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken aan een pg-organisatie voor de volgende activiteiten:
a. belangenbehartiging, waaronder het vergaren en inzetten van collectieve ervaringsdeskundigheid;
@ -72,16 +77,19 @@ b. informatievoorziening voor doelgroepen;
c. de organisatie van lotgenotencontact; of
d. het verrichten of uitbesteden van backoffice taken.
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, hebben landelijk bereik.
### Artikel 2.2
**1.**
De instellingssubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een pg-organisatie die:
a. zich blijkens de statuten richt op mensen met één of meerdere aandoeningen, hun naasten of wettelijk vertegenwoordigers of op een aandoeningsoverstijgend thema;
a. zich blijkens de statuten richt op mensen met één of meerdere aandoeningen, hun naasten of wettelijk vertegenwoordigers en eventueel aanvullend op een aandoeningsoverstijgend thema;
b. een landelijk bereik heeft;
c. een leden- of donateursadministratie heeft die, op 1 september voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, ten minste honderd natuurlijke personen bevat, welke per kalenderjaar elk ten minste € 25, bijdragen;
d. een gedragscode met interne regels voor omgangsvormen heeft.
d. een gedragscode met interne regels voor omgangsvormen heeft; en
e. informatie verstrekt voor doelgroepen die in lijn is met de stand van de wetenschap, medische praktijk of collectieve ervaringsdeskundigheid van de doelgroep en niet eenzijdig is.
**2.** In afwijking van het eerste lid, kan de minister ook een instellingssubsidie verstrekken aan een pg-organisatie die zich richt op mensen met een ziekte, beperking, handicap of psychische kwetsbaarheid die niet is omschreven in de ICD of in de DSM, indien deze als voldoende eigenstandig onderscheiden kan worden en op weg is naar internationale erkenning.
@ -91,11 +99,12 @@ d. een gedragscode met interne regels voor omgangsvormen heeft.
Een instellingssubsidie aan een nieuwe toetreder wordt uitsluitend verstrekt indien:
a. deze gedurende minstens 12 maanden voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, onder a tot en met c, heeft ontplooid zonder subsidie op grond van deze subsidieregeling of op grond van het Besluit vaststelling beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 20192023; en
a. deze gedurende minstens 12 maanden voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, onder a tot en met c, heeft ontplooid zonder subsidie op grond van deze subsidieregeling of op grond van het Besluit vaststelling beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 20192023;
b. er geen reeds gesubsidieerde pg-organisatie is die zich richt op:
1° één of meer dezelfde, verwante of vergelijkbare aandoeningen; of
2° eenzelfde thema of onderwerp voor dezelfde doelgroep.
2° eenzelfde aandoeningsoverstijgend thema voor dezelfde doelgroep; en
c. ten minste de helft van de bestuursleden bestaat uit personen die geen zorgverlener zijn binnen de sector van de doelgroep.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder b, kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan een nieuwe toetreder indien deze, op 1 september voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, over 50% meer betalende leden of over 50% meer donateurs beschikt dan de reeds gesubsidieerde pg-organisatie.
@ -107,34 +116,40 @@ b. er geen reeds gesubsidieerde pg-organisatie is die zich richt op:
### Artikel 2.5
**1.** De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 2, bedraagt ten hoogste € 78.150 per aanvrager.
**1.** De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 2, bedraagt ten hoogste € 80.985 per aanvrager.
**2.**
In afwijking van het eerste lid bedraagt de instellingssubsidie voor
a. een reeds gesubsidieerde pg-organisatie die is ontstaan uit een fusie ten hoogste € 62.520 per bij de fusie betrokken pg-organisatie; of
b. een pg-organisatie ontstaan uit een fusie van twee of meer reeds gesubsidieerde pg-organisaties ten hoogste € 62.520 per bij de fusie betrokken reeds gesubsidieerde pg-organisatie.
a. een reeds gesubsidieerde pg-organisatie die is ontstaan uit een fusie ten hoogste € 64.790 per bij de fusie betrokken pg-organisatie; of
b. een pg-organisatie ontstaan uit een fusie van twee of meer reeds gesubsidieerde pg-organisaties ten hoogste € 64.790 per bij de fusie betrokken reeds gesubsidieerde pg-organisatie.
### Artikel 2.6
**1.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 17.500.000.
**2.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 19.700.000.
**2.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 18.060.000.
**3.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag over de reeds gesubsidieerde pg-organisaties en de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, tweede lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**3.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 19.700.000.
**4.** Indien na toepassing van het tweede lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**4.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag over de reeds gesubsidieerde pg-organisaties en de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, tweede lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**5.** Indien na toepassing van het vierde lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**6.** Indien het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 in het betreffende kalenderjaar niet wordt bereikt, kan de minister het resterende bedrag van het subsidieplafond in hetzelfde kalenderjaar beschikbaar stellen ten behoeve van het subsidieplafond voor hoofdstuk 3, genoemd in artikel 3.3.
### Artikel 2.7
**1.** De aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie kan jaarlijks worden ingediend in de periode van de tweede maandag van september om 9:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd tot en met de eerste maandag van oktober om 17:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd.
**2.** Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
**2.** De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Op verzoek van de minister gaat de aanvraag in aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vergezeld van een geanonimiseerde leden- of donateursadministratie.
**3.** Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
**4.**
**4.** Op verzoek van de minister gaat de aanvraag in aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vergezeld van een geanonimiseerde leden- of donateursadministratie.
**5.**
Indien de instellingssubsidie zal worden aangewend voor het uitbesteden van backoffice taken gaat de aanvraag in aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vergezeld van:
@ -143,11 +158,11 @@ b. een verklaring dat geen sprake is van belangenverstrengeling;
c. een verklaring dat sprake is van marktconformiteit; en
d. indien de pg-organisatie lid is van een federatief samenwerkingswerkingsverband, een verklaring dat er geen sprake is van dubbelfinanciering voor het verrichten of uitbesteden van backoffice taken.
**5.** In aanvulling op artikelen 3.3 en 8.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag van een nieuwe toetreder, die een pg-organisatie is als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, vergezeld van wetenschappelijke documentatie van een medische beroepsgroep waaruit blijkt dat de ziekte, beperking, handicap of psychische kwetsbaarheid die niet is omschreven in de ICD of in de DSM, als voldoende eigenstandig onderscheiden kan worden en op weg is naar internationale erkenning.
**6.** In aanvulling op artikelen 3.3 en 8.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag van een nieuwe toetreder, die een pg-organisatie is als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, vergezeld van wetenschappelijke documentatie van een medische beroepsgroep waaruit blijkt dat de ziekte, beperking, handicap of psychische kwetsbaarheid die niet is omschreven in de ICD of in de DSM, als voldoende eigenstandig onderscheiden kan worden en op weg is naar internationale erkenning.
**6.** De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.
**7.** De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.
**7.** Indien de subsidie voor het verrichten of uitbesteden van backoffice taken meer dan 20% van het door de pg-organisatie totaal aangevraagde subsidiebedrag bedraagt, dan gaat de aanvraag vergezeld van een de-minimisverklaring.
**8.** Indien de subsidie voor het verrichten of uitbesteden van backoffice taken meer dan 20% van het door de pg-organisatie totaal aangevraagde subsidiebedrag bedraagt, dan gaat de aanvraag vergezeld van een de-minimisverklaring.
### Artikel 2.8
@ -157,10 +172,8 @@ d. indien de pg-organisatie lid is van een federatief samenwerkingswerkingsverba
De informatievoorziening voor doelgroepen:
a. wordt op toegankelijke wijze en kosteloos beschikbaar gesteld voor het algemeen publiek;
b. is in lijn met de stand van de wetenschap, medische praktijk of collectieve ervaringsdeskundigheid van de doelgroep;
c. wordt in ieder geval aangeboden in de Nederlandse taal; en
d. is niet eenzijdig.
a. wordt op toegankelijke wijze en kosteloos beschikbaar gesteld voor het algemeen publiek; en
b. wordt in ieder geval aangeboden in de Nederlandse taal.
## Hoofdstuk 3. Subsidiestroom 2: Projectsubsidie ter verbetering van impact en bereik van pg-organisaties
@ -188,9 +201,11 @@ De projectsubsidie, bedoeld in hoofdstuk 3, bedraagt ten hoogste € 124.999 p
**1.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 3.000.000.
**2.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 1.500.000.
**2.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 3.140.000.
**3.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**3.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 1.500.000.
**4.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
### Artikel 3.4
@ -210,9 +225,9 @@ De projectsubsidie, bedoeld in hoofdstuk 3, bedraagt ten hoogste € 124.999 p
De minister kan jaarlijks aan een federatief samenwerkingsverband op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor ten minste drie van de volgende activiteiten die betrekking hebben op:
a. aandoeningsoverstijgende belangenbehartiging gericht op de groep aandoeningen die wordt vertegenwoordigd, waaronder het vergaren en inzetten van collectieve ervaringsdeskundigheid;
b. aandoeningsoverstijgend lotgenotencontact;
c. aandoeningsoverstijgende informatievoorziening; of
a. collectieve belangenbehartiging gericht op de groep aandoeningen die wordt vertegenwoordigd, waaronder het vergaren en inzetten van collectieve ervaringsdeskundigheid;
b. collectief lotgenotencontact;
c. collectieve informatievoorziening; of
d. het faciliteren en ondersteunen van de als lid aangesloten pg-organisaties, het bevorderen van inhoudelijke samenwerking of het uitbesteden van backoffice taken ten behoeve van deze pg-organisaties.
### Artikel 4.2
@ -228,7 +243,8 @@ c. per kalenderjaar ten minste:
d. gedurende ten minste 12 maanden voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, zelfstandig heeft gefunctioneerd zonder subsidie op grond van deze subsidieregeling of het Besluit vaststelling beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 20192023;
e. geen leden met een winstoogmerk heeft;
f. een overzicht van aangesloten organisaties heeft;
g. een gedragscode met interne regels voor omgangsvormen heeft.
g. een gedragscode met interne regels voor omgangsvormen heeft; en
h. informatie verstrekt voor doelgroepen die in lijn is met de stand van de wetenschap, medische praktijk of collectieve ervaringsdeskundigheid van de doelgroep en niet eenzijdig is.
### Artikel 4.2a
@ -237,7 +253,7 @@ g. een gedragscode met interne regels voor omgangsvormen heeft.
Een instellingssubsidie aan een nieuwe toetreder wordt uitsluitend verstrekt indien:
a. deze gedurende ministens 12 maanden voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, activiteiten als bedoeld in artikel 4.1 heeft ontplooid zonder subsidie op grond van deze regeling; en
b. er geen reeds gesubsidieerd federatief samenwerkingsverband is dat zich richt op eenzelfde thema of onderwerp voor dezelfde doelgroep.
b. er geen reeds gesubsidieerd federatief samenwerkingsverband is dat zich richt op eenzelfde onderwerp voor dezelfde doelgroep.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder b, kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan een nieuwe toetreder indien deze op 1 september voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft over 50% meer reeds gesubsidieerde pg-organisaties beschikt dan het reeds gesubsidieerde federatieve samenwerkingsverband.
@ -249,7 +265,7 @@ b. er geen reeds gesubsidieerd federatief samenwerkingsverband is dat zich richt
### Artikel 4.3
De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 4, bedraagt € 20.840 per aangesloten en reeds gesubsidieerde pg-organisatie, tot een maximum van € 312.600 per federatief samenwerkingsverband.
De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 4, bedraagt € 21.760 per aangesloten en reeds gesubsidieerde pg-organisatie, tot een maximum van € 326.400 per federatief samenwerkingsverband.
### Artikel 4.4
@ -257,19 +273,23 @@ De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 4, bedraagt € 20.840 per aanges
**2.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 4 bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 2.100.000.
**3.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor het boekjaar 2024 over de nieuwe toetreders op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**3.** Het subsidieplafond voor hoofdstuk 4 bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 2.100.000.
**4.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag vanaf het boekjaar 2025 over de reeds gesubsidieerde federatieve samenwerkingsverbanden op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**4.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor het boekjaar 2024 over de nieuwe toetreders op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**5.** Indien na toepassing van het derde lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**5.** De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag vanaf het boekjaar 2025 over de reeds gesubsidieerde federatieve samenwerkingsverbanden op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
**6.** Indien na toepassing van het derde lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
### Artikel 4.5
**1.** De aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie kan jaarlijks worden ingediend in de periode van de tweede maandag van september om 9:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd tot en met de eerste maandag van oktober om 17:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd.
**2.** Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
**2.** De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen voor de termijn, bedoeld in het eerste lid.
**3.**
**3.** Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
**4.**
Indien de instellingssubsidie zal worden aangewend voor het uitbesteden van backoffice taken gaat de aanvraag in aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vergezeld van:
@ -277,16 +297,14 @@ a. het nummer van de Kamer van de Koophandel van de partij of partijen die de ba
b. een verklaring dat geen sprake is van belangenverstrengeling; en
c. een verklaring dat sprake is van marktconformiteit.
**4.** De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.
**5.** De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.
### Artikel 4.6
De informatievoorziening voor doelgroepen:
a. wordt op toegankelijke wijze en kosteloos beschikbaar gesteld voor het algemeen publiek;
b. is in lijn met de stand van de wetenschap, medische praktijk of collectieve ervaringsdeskundigheid;
c. wordt in ieder geval aangeboden in de Nederlandse taal; en
d. is niet eenzijdig.
a. wordt op toegankelijke wijze en kosteloos beschikbaar gesteld voor het algemeen publiek; en
b. wordt in ieder geval aangeboden in de Nederlandse taal.
## Hoofdstuk 5. Subsidiestroom 4: Instellingssubsidie voor de drie landelijke pg-koepels
@ -294,8 +312,8 @@ d. is niet eenzijdig.
De minister kan jaarlijks aan de landelijke pg-koepels op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor activiteiten die betrekking hebben op:
a. collectieve aandoeningsoverstijgende belangenbehartiging;
b. aandoeningsoverstijgende informatievoorziening;
a. collectieve belangenbehartiging;
b. informatievoorziening;
c. bevorderen van de ontwikkeling en inzet van collectieve ervaringsdeskundigheid alsmede het realiseren van een infrastructuur ter ontsluiting daarvan; en
d. faciliteren van goede samenwerking tussen de landelijke pg-koepels, federatieve samenwerkingsverbanden en pg-organisaties of andere stakeholders, op landelijk en regionaal niveau.
@ -303,17 +321,19 @@ d. faciliteren van goede samenwerking tussen de landelijke pg-koepels, federatie
De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 5, bedraagt jaarlijks voor:
a. MIND maximaal € 1.969.180,68;
b. Patiëntenfederatie Nederland maximaal € 2.600.044,62; en
c. Ieder(in) maximaal € 3.881.484,06.
a. MIND maximaal € 2.061.585;
b. Patiëntenfederatie Nederland maximaal € 2.724.284,43; en
c. Ieder(in) maximaal € 4.067.524,05.
### Artikel 5.3
**1.** De aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie kan jaarlijks worden ingediend in de periode van de tweede maandag van september om 9:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd tot en met de eerste maandag van oktober om 17:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd.
**2.** Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
**2.** De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen voor de termijn, bedoeld in het eerste lid.
**3.** De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.
**3.** Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
**4.** De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.
### Artikel 5.4