2010-01-01 | BWBR0002227 | Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956
This commit is contained in:
parent
1d27739333
commit
ec8a95abd5
1 changed files with 32 additions and 7 deletions
|
|
@ -26,7 +26,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Periodieke uitkeringen en vruchtgebruik
|
||||
## Hoofdstuk 1. Periodieke uitkeringen, vruchtgebruik, leegwaarderatio van verhuurde woningen en waarde van erfpachtcanon
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,17 +70,42 @@ De waarde van een periodieke uitkering, niet vallende onder een van de vorige ar
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Het percentage, bedoeld in artikel 21, achtste lid, van de Successiewet 1956, wordt gesteld op 6.
|
||||
Het percentage, bedoeld in artikel 21, dertiende lid, van de Successiewet 1956, wordt gesteld op 6.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De waarde, bedoeld in artikel 21, achtste lid, van de Successiewet 1956, wordt gesteld op de op grond van artikel 21, vijfde en zesde lid, van de Successiewet 1956 in aanmerking te nemen waarde (WOZ-waarde) vermenigvuldigd met de leegwaarderatio.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij een voor het enkele gebruik van een woning verschuldigde jaarlijkse huur als percentage van de WOZ-waarde van:
|
||||
|
||||
| meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de leegwaarderatio |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| 0% | 1,0% | 60% |
|
||||
| 1,0% | 1,5% | 64% |
|
||||
| 1,5% | 2,0% | 68% |
|
||||
| 2,0% | 2,5% | 72% |
|
||||
| 2,5% | 3,0% | 75% |
|
||||
| 3,0% | 3,5% | 79% |
|
||||
| 3,5% | 4,0% | 82% |
|
||||
| 4,0% | – | 85% |
|
||||
|
||||
**3.** De jaarlijkse huur, bedoeld in het tweede lid, wordt gesteld op twaalf maal de maandelijkse huur, zoals die geldt aan het begin van de verhuurperiode in het kalenderjaar. Indien de huurprijs zoals die tussen gelieerde partijen is overeengekomen zodanig is dat deze tussen willekeurige derden niet overeengekomen zou zijn, wordt de huurprijs voor de toepassing van het tweede lid gesteld op 3,5% van de WOZ-waarde.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de woning een gedeelte van een gebouwd eigendom is als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken, en niet als een afzonderlijke zaak vervreemd kan worden, bedraagt de leegwaarderatio 60%.
|
||||
|
||||
**5.** Indien van een woning een gedeelte verhuurd is, wordt slechts de WOZ-waarde van dat deel vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. Indien de WOZ-waarde van dat deel niet is vastgesteld, wordt deze bepaald door de totale WOZ-waarde van de woning te vermenigvuldigen met de verhuurde vierkante meters en te delen door de totale oppervlakte van de woning.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
De waarde van een erfpachtcanon als bedoeld in artikel 21, negende lid, van de Successiewet 1956 wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Kwijtschelding van Successierecht
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Voor het verkrijgen van kwijtschelding van successierecht als bedoeld in artikel 67, derde lid, van de Successiewet 1956, wordt door alle verkrijgers van het voorwerp gezamenlijk, door tussenkomst van de inspecteur, een verzoek gedaan bij Onze Minister.
|
||||
**1.** Voor het verkrijgen van kwijtschelding van erfbelasting als bedoeld in artikel 67, derde lid, van de Successiewet 1956, wordt door alle verkrijgers van het voorwerp gezamenlijk, door tussenkomst van de inspecteur, een verzoek gedaan bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Het verzoek kan worden gedaan tot uiterlijk acht weken na de dag waarop de belastingaanslagen van de in het eerste lid bedoelde verkrijgers onherroepelijk zijn komen vast te staan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -92,7 +117,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst het verzoek af indien het voorwerp niet voldoet aan de in artikel 15 opgenomen voorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister besluit ter zake van de overdracht van het voorwerp aan de Staat kwijtschelding van successierecht te verlenen, vermeldt het besluit tevens de waarde in het economische verkeer die voor de berekening van de kwijtschelding aan het voorwerp zal worden toegekend.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister besluit ter zake van de overdracht van het voorwerp aan de Staat kwijtschelding van erfbelasting te verlenen, vermeldt het besluit tevens de waarde in het economische verkeer die voor de berekening van de kwijtschelding aan het voorwerp zal worden toegekend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister een besluit heeft genomen als bedoeld in het derde lid, stelt hij binnen vier weken na de dagtekening van die beschikking, of, indien dat later is, binnen vier weken nadat voor alle verzoekers de belastingaanslag onherroepelijk is komen vast te staan, het bedrag van de kwijtschelding en de termijn waarbinnen het voorwerp in eigendom moet worden overgedragen aan de Staat vast.
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,7 +145,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Kwijtschelding van successierecht kan slechts worden verleend ter zake van de overdracht van roerende voorwerpen of verzamelingen van roerende voorwerpen aan de Staat die:
|
||||
Kwijtschelding van erfbelasting kan slechts worden verleend ter zake van de overdracht van roerende voorwerpen of verzamelingen van roerende voorwerpen aan de Staat die:
|
||||
|
||||
a. voorkomen op de Lijst van beschermde voorwerpen behorende bij de Wet tot behoud van cultuurbezit,
|
||||
b. niet voorkomen op de lijst bedoeld in onderdeel a, maar wel als onvervangbaar en onmisbaar kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 2 van de Wet tot behoud van cultuurbezit, of,
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue