From ec902f1cb334f85ceb328350a48cbe59f12263c4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Oct 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-10-01 | BWBR0001860 | Faillissementswet --- wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md | 5 +++-- 1 file changed, 3 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md index 9b161164094..3a7e64ed2ce 100644 --- a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md +++ b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md @@ -278,7 +278,8 @@ Niettemin blijven buiten het faillissement: 3°. de gelden, die aan de gefailleerde verstrekt worden ter voldoening aan een wettelijke onderhoudsplicht; 4°. een door de rechter-commissaris te bepalen bedrag uit de opbrengst van het in artikel 253l, eerste en tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde vruchtgenot, ter bestrijding van de in artikel 253l, derde lid van Boek 1 van dat wetboek vermelde lasten en van de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. 5°. het ingevolge artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de kas der gerechtelijke consignaties gestorte bedrag; -6°. de goederen bedoeld in artikel 60a, derde lid. +6°. de goederen bedoeld in artikel 60a, derde lid; +7°. een aanspraak op het tegoed van een lijfrentespaarrekening of op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor zover de ter zake ingelegde bedragen voor de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking konden worden genomen voor de bepaling van het belastbare inkomen uit werk en woning. ### Artikel 22 @@ -3490,7 +3491,7 @@ Buiten de boedel vallen voorts: a. de goederen die de schuldenaar, anders dan om niet, verkrijgt krachtens een tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot stand gekomen overeenkomst indien de met die verkrijging samenhangende prestatie van de schuldenaar niet ten laste van de boedel komt; b. de inboedel, voorzover niet bovenmatig, bedoeld in artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; -c. hetgeen is vermeld in artikel 21, onder 1°, 3°, 5° en 6°; +c. hetgeen is vermeld in artikel 21, onder 1°, 3°, 5°, 6° en 7°; d. het door de rechter of door de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 21, onder 4°, vastgestelde bedrag. **5.** Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. Artikel 22a is van overeenkomstige toepassing.