2005-07-01 | BWBR0033012 | Richtsnoeren Amicus Curiae
This commit is contained in:
parent
b37fb61bf0
commit
eca7913a22
1 changed files with 28 additions and 28 deletions
|
|
@ -24,73 +24,73 @@ citeertitel: Richtsnoeren Amicus Curiae
|
|||
|
||||
6. In het Angelsaksische rechtsstelsel is de interventie van een Amicus Curiae een bekende figuur. Het Nederlandse procesrecht kent een dergelijk figuur niet. Enigszins vergelijkbaar is evenwel de positie van het Openbaar Ministerie in civiele procedures. Artikel 44 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in deelname van het Openbaar Ministerie aan civiele procedures. De wetgever heeft bij de implementatie van de Amicus Curiae bevoegdheid daarbij aangehaakt. De wetgever heeft bijgevolg de bevoegdheid gecreëerd tot een Amicus Curiae interventie in de civiele en bestuursrechtelijke procedure. De (praktische) invulling van de in Verordening 1/2003 gecreëerde bevoegdheid van een Amicus Curiae interventie, is overgelaten aan de rechtspraktijk.
|
||||
|
||||
7. Gezien het voorgaande acht de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: d-g NMa) het nuttig om duidelijkheid te creëren over de wijze waarop de NMa de bevoegdheid om in rechterlijke procedures op te treden in de hoedanigheid van Amicus Curiae zal uitoefenen.
|
||||
7. Gezien het voorgaande acht de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: raad van bestuur NMa) het nuttig om duidelijkheid te creëren over de wijze waarop de NMa de bevoegdheid om in rechterlijke procedures op te treden in de hoedanigheid van Amicus Curiae zal uitoefenen.
|
||||
|
||||
8. Als uitgangspunt geldt dat een Amicus Curiae interventie door de d-g NMa zal worden ingegeven door het algemene belang dat de nationale mededingingsautoriteit mede verantwoordelijk houdt voor een eenduidige toepassing van de artikelen 81 en 82 EG-Verdrag binnen de Europese Gemeenschap.
|
||||
8. Als uitgangspunt geldt dat een Amicus Curiae interventie door de raad van bestuur NMa zal worden ingegeven door het algemene belang dat de nationale mededingingsautoriteit mede verantwoordelijk houdt voor een eenduidige toepassing van de artikelen 81 en 82 EG-Verdrag binnen de Europese Gemeenschap.
|
||||
|
||||
9. Voorts geldt als uitgangspunt dat de rechterlijke instantie de procedurele gang van zaken in een zaak waarin de NMa intervenieert, bepaalt en bewaakt dat de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht daarbij in acht worden genomen.3In dit verband wordt verwezen naar de Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de rechterlijke instanties van de EU-lidstaten bij de toepassing van de artikel 81 en 82 van het Verdrag, Pb EG 2004, C101/54, randnummers 10 juncto 35 waarin deze algemene beginselen kort worden beschreven.
|
||||
|
||||
## 2. Toepassingsgebied van deze Richtsnoeren
|
||||
|
||||
10. De bevoegdheid tot het uitoefenen van de bevoegdheid van Amicus Curiae door de d-g NMa heeft in principe alleen betrekking op het maken van opmerkingen betreffende onderwerpen in verband met de toepassing van de artikelen 81 of 82 van het EG-Verdrag, en derhalve niet in verband met de toepassing van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet. De d-g NMa merkt evenwel op dat het deels onvermijdelijk is dat, gezien de parallellie in de normstelling van de artikelen 6 en 24 Mw en de artikelen 81 en 82 EG, de opmerkingen van de d-g NMa eveneens (indirect) gevolgen kunnen hebben voor de toepassing van de artikelen 6 en 24 Mw.
|
||||
10. De bevoegdheid tot het uitoefenen van de bevoegdheid van Amicus Curiae door de raad van bestuur NMa heeft in principe alleen betrekking op het maken van opmerkingen betreffende onderwerpen in verband met de toepassing van de artikelen 81 of 82 van het EG-Verdrag, en derhalve niet in verband met de toepassing van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet. De raad van bestuur NMa merkt evenwel op dat het deels onvermijdelijk is dat, gezien de parallellie in de normstelling van de artikelen 6 en 24 Mw en de artikelen 81 en 82 EG, de opmerkingen van de raad van bestuur NMa eveneens (indirect) gevolgen kunnen hebben voor de toepassing van de artikelen 6 en 24 Mw.
|
||||
|
||||
11. De bevoegdheid tot het verrichten van een Amicus Curiae interventie strekt zich uit tot procedures die aanhangig zijn bij de bestuursrechter of de civiele rechter waarin de d-g NMa zelf geen procespartij is.
|
||||
11. De bevoegdheid tot het verrichten van een Amicus Curiae interventie strekt zich uit tot procedures die aanhangig zijn bij de bestuursrechter of de civiele rechter waarin de raad van bestuur NMa zelf geen procespartij is.
|
||||
|
||||
12. De uitvoering van artikel 15 van Verordening 1/2003 is vormgegeven in de Mededingingswet voor de bestuursrechter en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor de civiele rechter. Inhoudelijk komen beide regelingen overeen.
|
||||
|
||||
13. De opmerkingen van de d-g NMa zijn gericht tot de rechter in de desbetreffende zaak en binden deze rechter niet.
|
||||
13. De opmerkingen van de raad van bestuur NMa zijn gericht tot de rechter in de desbetreffende zaak en binden deze rechter niet.
|
||||
|
||||
## 3. Nederlandse Mededingingsautoriteit: gebruik Amicus Curiae-bevoegdheid
|
||||
|
||||
### 3.1
|
||||
|
||||
14. De d-g NMa is op grond van respectievelijk artikel 89h Mw en artikel 44a Rv bevoegd om in een procedure bij respectievelijk de bestuursrechtelijke rechter en de civiele rechter waarin hij geen procespartij is, schriftelijke opmerkingen te maken, indien hij de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Voorts is de d-g NMa met toestemming van de rechter bevoegd ter zitting ook mondelinge opmerkingen te maken.
|
||||
14. De raad van bestuur NMa is op grond van respectievelijk artikel 89h Mw en artikel 44a Rv bevoegd om in een procedure bij respectievelijk de bestuursrechtelijke rechter en de civiele rechter waarin hij geen procespartij is, schriftelijke opmerkingen te maken, indien hij de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Voorts is de raad van bestuur NMa met toestemming van de rechter bevoegd ter zitting ook mondelinge opmerkingen te maken.
|
||||
|
||||
### 3.2
|
||||
|
||||
15. De d-g NMa stelt voorop dat hij terughoudend gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om in rechterlijke procedures te interveniëren als Amicus Curiae. De d-g NMa beoogt samenloop met zijn reguliere toezichthoudende taken op grond van het mededingingsrecht zo veel mogelijk te voorkomen. Het ligt in de lijn van verwachtingen dat de d-g NMa vooral in civiele procedures als Amicus Curiae zal interveniëren.
|
||||
15. De raad van bestuur NMa stelt voorop dat hij terughoudend gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om in rechterlijke procedures te interveniëren als Amicus Curiae. De raad van bestuur NMa beoogt samenloop met zijn reguliere toezichthoudende taken op grond van het mededingingsrecht zo veel mogelijk te voorkomen. Het ligt in de lijn van verwachtingen dat de raad van bestuur NMa vooral in civiele procedures als Amicus Curiae zal interveniëren.
|
||||
|
||||
16. Gezien het hiervoor geformuleerde uitgangspunt ligt het in de rede dat de d-g NMa in beginsel slechts zal interveniëren, indien een zaak zich in de fase van hoger beroep bevindt.
|
||||
16. Gezien het hiervoor geformuleerde uitgangspunt ligt het in de rede dat de raad van bestuur NMa in beginsel slechts zal interveniëren, indien een zaak zich in de fase van hoger beroep bevindt.
|
||||
|
||||
17. De d-g NMa overweegt ambtshalve of hij gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid tot het doen van een interventie in de hoedanigheid van Amicus Curiae in een rechterlijke procedure. In het geval de d-g NMa overgaat tot het doen van een interventie, maakt hij dit schriftelijk kenbaar aan de desbetreffende rechterlijke instantie.
|
||||
17. De raad van bestuur NMa overweegt ambtshalve of hij gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid tot het doen van een interventie in de hoedanigheid van Amicus Curiae in een rechterlijke procedure. In het geval de raad van bestuur NMa overgaat tot het doen van een interventie, maakt hij dit schriftelijk kenbaar aan de desbetreffende rechterlijke instantie.
|
||||
|
||||
18. Van de bevoegdheid om in rechterlijke procedures te interveniëren als Amicus Curiae wordt door de d-g NMa slechts gebruik gemaakt in zaken waarin:
|
||||
18. Van de bevoegdheid om in rechterlijke procedures te interveniëren als Amicus Curiae wordt door de raad van bestuur NMa slechts gebruik gemaakt in zaken waarin:
|
||||
|
||||
i) de d-g NMa zelf geen partij is; en
|
||||
i) de raad van bestuur NMa zelf geen partij is; en
|
||||
|
||||
ii) een rechtsvraag aan de orde is gesteld met betrekking tot de interpretatie van artikel 81 en/of artikel 82 van het EG-Verdrag.
|
||||
|
||||
19. De mogelijkheid bestaat dat één dan wel alle bij een rechterlijke procedure betrokken partijen dan wel de rechter in contact treedt respectievelijk treden met de NMa met het verzoek om een Amicus Curiae-interventie te verrichten. Het staat partijen en de rechter vrij bij de d-g NMa te melden dat een procedure loopt en welke rechtsvragen met betrekking tot artikel 81 en/of 82 EG-Verdrag aan de orde zijn (gesteld). Een mogelijke Amicus Curiae interventie door de d-g NMa zal evenwel niet worden ingegeven door particuliere belangen, maar door het algemene belang dat de nationale mededingingsautoriteit mede verantwoordelijk houdt voor een eenduidige toepassing van de artikelen 81 en 82 EG-Verdrag binnen de Europese Gemeenschap. Vanuit dat perspectief bezien zal de d-g NMa per geval beoordelen of hij een Amicus Curiae interventie nodig oordeelt.
|
||||
19. De mogelijkheid bestaat dat één dan wel alle bij een rechterlijke procedure betrokken partijen dan wel de rechter in contact treedt respectievelijk treden met de NMa met het verzoek om een Amicus Curiae-interventie te verrichten. Het staat partijen en de rechter vrij bij de raad van bestuur NMa te melden dat een procedure loopt en welke rechtsvragen met betrekking tot artikel 81 en/of 82 EG-Verdrag aan de orde zijn (gesteld). Een mogelijke Amicus Curiae interventie door de raad van bestuur NMa zal evenwel niet worden ingegeven door particuliere belangen, maar door het algemene belang dat de nationale mededingingsautoriteit mede verantwoordelijk houdt voor een eenduidige toepassing van de artikelen 81 en 82 EG-Verdrag binnen de Europese Gemeenschap. Vanuit dat perspectief bezien zal de raad van bestuur NMa per geval beoordelen of hij een Amicus Curiae interventie nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
20. De d-g NMa neemt bij zijn overweging om al dan niet een interventie in te dienen, naast de criteria genoemd in randnummer 18, tevens in overweging de hiervoor in te zetten middelen. Een Amicus Curiae-interventie betreft een bevoegdheid en geen verplichting; het interveniëren in rechtszaken mag niet ten koste gaan van de kerntaken van de NMa.
|
||||
20. De raad van bestuur NMa neemt bij zijn overweging om al dan niet een interventie in te dienen, naast de criteria genoemd in randnummer 18, tevens in overweging de hiervoor in te zetten middelen. Een Amicus Curiae-interventie betreft een bevoegdheid en geen verplichting; het interveniëren in rechtszaken mag niet ten koste gaan van de kerntaken van de NMa.
|
||||
|
||||
21. In het geval de rechter de wens te kennen geeft dat hij de d-g NMa een rol in de aanhangige procedure wil laten spelen, bijvoorbeeld als gerechtelijk deskundige, overweegt de d-g NMa of hij hierin aanleiding ziet om alsnog gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot een Amicus Curiae interventie. In zijn overweging betrekt de d-g NMa hetgeen in deze paragraaf is uiteengezet. Indien de d-g NMa geen aanleiding ziet voor een interventie als Amicus Curiae, zal de d-g NMa het verzoek van de rechter tot benoeming van de d-g NMa als gerechtelijk deskundige niet aanvaarden.
|
||||
21. In het geval de rechter de wens te kennen geeft dat hij de raad van bestuur NMa een rol in de aanhangige procedure wil laten spelen, bijvoorbeeld als gerechtelijk deskundige, overweegt de raad van bestuur NMa of hij hierin aanleiding ziet om alsnog gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot een Amicus Curiae interventie. In zijn overweging betrekt de raad van bestuur NMa hetgeen in deze paragraaf is uiteengezet. Indien de raad van bestuur NMa geen aanleiding ziet voor een interventie als Amicus Curiae, zal de raad van bestuur NMa het verzoek van de rechter tot benoeming van de raad van bestuur NMa als gerechtelijk deskundige niet aanvaarden.
|
||||
|
||||
22. Indien de d-g NMa gebruik maakt van zijn bevoegdheid om te interveniëren, zal hij dit in beginsel doen door het opstellen van schriftelijke opmerkingen.
|
||||
22. Indien de raad van bestuur NMa gebruik maakt van zijn bevoegdheid om te interveniëren, zal hij dit in beginsel doen door het opstellen van schriftelijke opmerkingen.
|
||||
|
||||
23. Wanneer de door de d-g NMa opgestelde schriftelijke opmerkingen aanleiding geven tot vervolgvragen, zal de d-g NMa – indachtig de hiervoor geformuleerde uitgangspunten – de noodzaak van het beantwoorden hiervan per vervolgvraag afwegen.
|
||||
23. Wanneer de door de raad van bestuur NMa opgestelde schriftelijke opmerkingen aanleiding geven tot vervolgvragen, zal de raad van bestuur NMa – indachtig de hiervoor geformuleerde uitgangspunten – de noodzaak van het beantwoorden hiervan per vervolgvraag afwegen.
|
||||
|
||||
24. Wanneer de partijen in een procedure besluiten om met elkaar in onderhandeling te treden, opdat zij tot een vergelijk kunnen komen, schort de d-g NMa zijn interventie op. De d-g NMa hervat zijn interventie, op het moment dat hij van de desbetreffende rechterlijke instantie verneemt dat de betrokken partijen niet tot een vergelijk zijn gekomen.
|
||||
24. Wanneer de partijen in een procedure besluiten om met elkaar in onderhandeling te treden, opdat zij tot een vergelijk kunnen komen, schort de raad van bestuur NMa zijn interventie op. De raad van bestuur NMa hervat zijn interventie, op het moment dat hij van de desbetreffende rechterlijke instantie verneemt dat de betrokken partijen niet tot een vergelijk zijn gekomen.
|
||||
|
||||
25. De d-g NMa beëindigt zijn interventie in een rechterlijke procedure, vanaf het moment dat de rechterlijke instantie de d-g NMa ervan op de hoogte stelt dat de partijen in de desbetreffende procedure tot een vergelijk dan wel minnelijke schikking zijn gekomen.
|
||||
25. De raad van bestuur NMa beëindigt zijn interventie in een rechterlijke procedure, vanaf het moment dat de rechterlijke instantie de raad van bestuur NMa ervan op de hoogte stelt dat de partijen in de desbetreffende procedure tot een vergelijk dan wel minnelijke schikking zijn gekomen.
|
||||
|
||||
### 3.3
|
||||
|
||||
26. Om de d-g NMa in staat te stellen zijn opmerkingen te formuleren, zal de rechter alle voor de beoordeling van de zaak noodzakelijke stukken aan de d-g NMa toezenden en hem daarbij een termijn (van vier weken) te stellen voor het uitbrengen van zijn schriftelijke interventie.
|
||||
26. Om de raad van bestuur NMa in staat te stellen zijn opmerkingen te formuleren, zal de rechter alle voor de beoordeling van de zaak noodzakelijke stukken aan de raad van bestuur NMa toezenden en hem daarbij een termijn (van vier weken) te stellen voor het uitbrengen van zijn schriftelijke interventie.
|
||||
|
||||
27. Onder voor de beoordeling van de zaak noodzakelijke stukken vallen naar het oordeel van de d-g NMa in beginsel alle processtukken.4Hierbij wordt in beginsel gedacht aan de appeldagvaarding, de memorie van grieven, de memorie van antwoord, tussenvonnissen, nadere uitlatingen respectievelijk het (aanvullend) beroepschrift en het verweerschrift en niet aan stukken die betrekking hebben op incidenten die in de desbetreffende procedure hebben plaatsgevonden, zoals wraking, de exceptie van onbevoegdheid, de exceptie van beraad, de zekerheidstelling voor proceskosten.
|
||||
27. Onder voor de beoordeling van de zaak noodzakelijke stukken vallen naar het oordeel van de raad van bestuur NMa in beginsel alle processtukken.4Hierbij wordt in beginsel gedacht aan de appeldagvaarding, de memorie van grieven, de memorie van antwoord, tussenvonnissen, nadere uitlatingen respectievelijk het (aanvullend) beroepschrift en het verweerschrift en niet aan stukken die betrekking hebben op incidenten die in de desbetreffende procedure hebben plaatsgevonden, zoals wraking, de exceptie van onbevoegdheid, de exceptie van beraad, de zekerheidstelling voor proceskosten.
|
||||
|
||||
28. Het aldus door de rechter samengestelde dossier zal door de d-g NMa als vertrouwelijk worden behandeld. Dit dossier wordt na afloop van de procedure door de NMa aan de rechterlijke instantie geretourneerd. De d-g NMa zal ingevolge de Archiefwet een afschrift van zijn schriftelijke opmerkingen en een afschrift van eventuele stukken waarop zijn advies is gebaseerd, archiveren.
|
||||
28. Het aldus door de rechter samengestelde dossier zal door de raad van bestuur NMa als vertrouwelijk worden behandeld. Dit dossier wordt na afloop van de procedure door de NMa aan de rechterlijke instantie geretourneerd. De raad van bestuur NMa zal ingevolge de Archiefwet een afschrift van zijn schriftelijke opmerkingen en een afschrift van eventuele stukken waarop zijn advies is gebaseerd, archiveren.
|
||||
|
||||
29. De stukken die in het kader van de Amicus Curiae interventie aan de NMa zijn overgelegd, zijn alleen bedoeld voor het formuleren van de (schriftelijke) opmerkingen.
|
||||
|
||||
### 3.4
|
||||
|
||||
30. In het bijzonder bij kort gedingen kan er bij de voorzieningenrechter behoefte bestaan aan inbreng van informatie en/of de expertise van de d-g NMa. Vandaar dat de d-g NMa voorlopig enigszins afwijkende criteria hanteert bij de afweging of tot een interventie in kort geding wordt overgegaan.
|
||||
30. In het bijzonder bij kort gedingen kan er bij de voorzieningenrechter behoefte bestaan aan inbreng van informatie en/of de expertise van de raad van bestuur NMa. Vandaar dat de raad van bestuur NMa voorlopig enigszins afwijkende criteria hanteert bij de afweging of tot een interventie in kort geding wordt overgegaan.
|
||||
|
||||
31. Voorop blijft staan dat het interveniëren in rechtszaken niet ten koste mag gaan van de kerntaken van de NMa. De afweging of al dan niet tot een interventie wordt overgaan, blijft dan ook bij de d-g NMa. Dit laat onverlet dat wanneer een voorzieningenrechter aangeeft behoefte te hebben aan een interventie, dit een factor van betekenis is in deze afweging. Ook hier geldt dat een mogelijke Amicus Curiae interventie door de d-g NMa niet zal worden ingegeven door particuliere belangen, maar door het algemeen belang op grond waarvan de nationale mededingingsautoriteit mede verantwoordelijk is voor een eenduidige toepassing van de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag. De d-g NMa zal derhalve per geval beoordelen of hij een Amicus Curiae interventie noodzakelijk oordeelt.
|
||||
31. Voorop blijft staan dat het interveniëren in rechtszaken niet ten koste mag gaan van de kerntaken van de NMa. De afweging of al dan niet tot een interventie wordt overgaan, blijft dan ook bij de raad van bestuur NMa. Dit laat onverlet dat wanneer een voorzieningenrechter aangeeft behoefte te hebben aan een interventie, dit een factor van betekenis is in deze afweging. Ook hier geldt dat een mogelijke Amicus Curiae interventie door de raad van bestuur NMa niet zal worden ingegeven door particuliere belangen, maar door het algemeen belang op grond waarvan de nationale mededingingsautoriteit mede verantwoordelijk is voor een eenduidige toepassing van de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag. De raad van bestuur NMa zal derhalve per geval beoordelen of hij een Amicus Curiae interventie noodzakelijk oordeelt.
|
||||
|
||||
32. De aard van de vragen die de d-g NMa beantwoordt, kan in dit geval ruimer zijn, dan zoals gesteld in randnummer 15 en verder. Vereist is wel dat de rechter zorgdraagt voor voldoende informatie, waardoor het voor de d-g NMa mogelijk is de door de rechter aan hem voorgelegde vragen te beantwoorden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de d-g NMa dat hij zijn onderzoeksbevoegdheden gaat aanwenden om bepaalde informatie te achterhalen. De d-g NMa laat het primair aan de voorzieningenrechter om te beoordelen of hij een Amicus Curiae in de fase van een kort geding met het oog op een coherente toepassing van artikel 81 en 82 EG-verdrag wenselijk dan wel noodzakelijk acht.
|
||||
32. De aard van de vragen die de raad van bestuur NMa beantwoordt, kan in dit geval ruimer zijn, dan zoals gesteld in randnummer 15 en verder. Vereist is wel dat de rechter zorgdraagt voor voldoende informatie, waardoor het voor de raad van bestuur NMa mogelijk is de door de rechter aan hem voorgelegde vragen te beantwoorden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de raad van bestuur NMa dat hij zijn onderzoeksbevoegdheden gaat aanwenden om bepaalde informatie te achterhalen. De raad van bestuur NMa laat het primair aan de voorzieningenrechter om te beoordelen of hij een Amicus Curiae in de fase van een kort geding met het oog op een coherente toepassing van artikel 81 en 82 EG-verdrag wenselijk dan wel noodzakelijk acht.
|
||||
|
||||
### 3.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -98,17 +98,17 @@ ii) een rechtsvraag aan de orde is gesteld met betrekking tot de interpretatie v
|
|||
|
||||
34. De manier waarop de Commissie met deze bevoegdheid omgaat, is uitgewerkt in de Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de rechterlijke instanties van de EU-lidstaten bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.5Pb. 2004, C 101/54 e.v.
|
||||
|
||||
35. De d-g NMa acht het niet wenselijk dat binnen één procedure zowel de Europese Commissie als de NMa gebruik maken van hun bevoegdheid tot interventie als Amicus Curiae. Indien de Europese Commissie te kennen geeft in een bepaalde procedure te willen interveniëren als Amicus Curiae, zal de d-g NMa zich onthouden van een interventie.
|
||||
35. De raad van bestuur NMa acht het niet wenselijk dat binnen één procedure zowel de Europese Commissie als de NMa gebruik maken van hun bevoegdheid tot interventie als Amicus Curiae. Indien de Europese Commissie te kennen geeft in een bepaalde procedure te willen interveniëren als Amicus Curiae, zal de raad van bestuur NMa zich onthouden van een interventie.
|
||||
|
||||
### 3.6
|
||||
|
||||
36. Een Amicus Curiae interventie is een niet-bindend advies aan de rechter.
|
||||
|
||||
37. Bij het formuleren van de opmerkingen gaat de d-g NMa voor zover mogelijk uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechter in de desbetreffende procedure. De d-g NMa zal zelf geen onderzoek doen naar de feiten. In het geval van een eigen onderzoek door de NMa staat het de d-g NMa, niettegenstaande een verrichte Amicus Curiae interventie, vrij anders te oordelen. Daarenboven zijn andere instanties, zoals de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, niet aan de door de d-g NMa verrichte Amicus Curiae interventie gebonden.
|
||||
37. Bij het formuleren van de opmerkingen gaat de raad van bestuur NMa voor zover mogelijk uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechter in de desbetreffende procedure. De raad van bestuur NMa zal zelf geen onderzoek doen naar de feiten. In het geval van een eigen onderzoek door de NMa staat het de raad van bestuur NMa, niettegenstaande een verrichte Amicus Curiae interventie, vrij anders te oordelen. Daarenboven zijn andere instanties, zoals de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, niet aan de door de raad van bestuur NMa verrichte Amicus Curiae interventie gebonden.
|
||||
|
||||
### 3.7
|
||||
|
||||
38. Een interventie door de d-g NMa in een rechterlijke procedure is in beginsel gericht op de beantwoording van een rechtsvraag. De inhoud van deze interventies is daarom niet slechts van belang voor de in de rechterlijke procedure betrokken partijen (ondernemingen), doch ook voor andere ondernemingen. Om deze reden zullen de interventies, met inachtneming van de uitgangspunten van vertrouwelijkheid en nádat het vonnis c.q. uitspraak bekend is gemaakt, openbaar worden gemaakt op de website van de NMa, alsmede op het intranet van het European Competition Network.
|
||||
38. Een interventie door de raad van bestuur NMa in een rechterlijke procedure is in beginsel gericht op de beantwoording van een rechtsvraag. De inhoud van deze interventies is daarom niet slechts van belang voor de in de rechterlijke procedure betrokken partijen (ondernemingen), doch ook voor andere ondernemingen. Om deze reden zullen de interventies, met inachtneming van de uitgangspunten van vertrouwelijkheid en nádat het vonnis c.q. uitspraak bekend is gemaakt, openbaar worden gemaakt op de website van de NMa, alsmede op het intranet van het European Competition Network.
|
||||
|
||||
39. Het aantal door de NMa in een bepaald jaar verrichte interventies en het onderwerp van deze interventies wordt voorts vermeld in het jaarverslag van de NMa over dat jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,4 +120,4 @@ ii) een rechtsvraag aan de orde is gesteld met betrekking tot de interpretatie v
|
|||
|
||||
## 5. Aanpassing en herziening
|
||||
|
||||
42. Deze Richtsnoeren bevatten de uitgangspunten die de d-g NMa zal hanteren inzake het gebruik van de bevoegdheid te interveniëren als Amicus Curiae in rechterlijke procedures. De d-g NMa behoudt zich de mogelijkheid voor daarin wijzigingen aan te brengen. Na toepassing van de Richtsnoeren in een voldoende aantal zaken zullen de ervaringen daarmee worden geëvalueerd. Zonodig zal aanpassing of herziening van de Richtsnoeren plaatsvinden.
|
||||
42. Deze Richtsnoeren bevatten de uitgangspunten die de raad van bestuur NMa zal hanteren inzake het gebruik van de bevoegdheid te interveniëren als Amicus Curiae in rechterlijke procedures. De raad van bestuur NMa behoudt zich de mogelijkheid voor daarin wijzigingen aan te brengen. Na toepassing van de Richtsnoeren in een voldoende aantal zaken zullen de ervaringen daarmee worden geëvalueerd. Zonodig zal aanpassing of herziening van de Richtsnoeren plaatsvinden.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue