2002-03-01 | BWBR0002668 | Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen

This commit is contained in:
Coornhert 2002-03-01 12:00:00 +00:00
parent 41f751a242
commit ecc8c829cc

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
bwb_id: BWBR0002668
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2025-01-01'
datum_inwerkingtreding: '1970-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002668
citeertitel: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
---
@ -18,165 +18,39 @@ citeertitel: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *Belgiëvaarder:* Een schip dat, tenzij nautische omstandigheden daartoe noodzaken, zonder een haven, overlaadplaats, ankerplaats of wachtplaats in Nederland aan te doen, zonder dat er laad-, los- of bunkerhandelingen worden verricht en zonder dat er sprake is van het schoonmaken, gasvrijmaken of spoelen van tanks, vaart:
a. wet: Kernenergiewet;
b. VSG: Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
c. VLG: Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen;
d. VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;
e. richtlijn 94/55/EG: richtlijn nr. 94/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 21 november 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L 319);
f. richtlijn 96/49/EG: richtlijn nr. 96/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juli 1996, betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (PbEG L 235);
g. douanekantoor: douanekantoor voorzien in de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Douanewet, waar de formaliteiten, bedoeld in de artikelen 40 en 43 van Verordening nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302), dienen te worden vervuld.
1°. van zee, over de Westerschelde, naar België; of
2°. van België, over de Westerschelde, naar zee;
- *collo*: verpakking met radioactieve inhoud, gereed voor verzending;
- *geneesmiddel:* een substantie of een samenstel van substanties als bedoeld in artikel 1 van de Geneesmiddelenwet waaraan opzettelijk radioactieve stoffen zijn toegevoegd;
- *handeling*: vervoeren, binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen, of voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer van een:
**2.** Artikel 2 van het Definitiebesluit Kernenergiewet is van toepassing.
1º. splijtstof,
2º. erts,
3º. kunstmatige bron of
4º. natuurlijke bron,
uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie;
- *jaarkennisgeving:* kennisgeving van de te verrichten zendingen binnen een tijdvak van twaalf maanden, welke wordt gedaan voorafgaand aan het eerste vervoer binnen dat tijdvak;
- *lid van de bevolking:* een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een radiologische verrichting ondergaat;
- *locatie*: inrichting, als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht of plaats, waar een handeling wordt verricht;
- *ondernemer*: degene onder wiens verantwoordelijkheid een handeling wordt verricht;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- *de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land:* richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEG L 260);
- VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;
- ** vervoerder:* houder van een vergunning voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van categorie I-, II- of III- materiaal als bedoeld in artikel 22, zevende of achtste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen;
- VLG: Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen;
- VSG: Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
- wet: Kernenergiewet.
**2.** Een wijziging van de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
**3.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «activiteit», «besmetting», «blootstelling», «consumentenproducten», «effectieve dosis», «equivalente dosis», «gezondheidsschade», «radiologische verrichting» en «schade» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
**4.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bron», «hoogactieve bron», «kunstmatige bron», «open bron» en «natuurlijke bron» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 in samenhang met bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, voorzover dat betrekking heeft op radioactieve stoffen.
**5.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «gehalte», «natuurlijk uranium», «verrijkingsgraad» en «verrijkt uranium» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.
**3.** Een wijziging van richtlijn 94/55/EG of richtlijn 96/49/EG gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 1a
Dit besluit is niet van toepassing op handelingen met:
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen die een integraal onderdeel vormen van het vervoermiddel;
b. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen die binnen een inrichting of een locatie of tussen twee locaties binnen een inrichting van de ondernemer worden vervoerd, indien het vervoer onderworpen is aan regelgeving die op de inrichting van toepassing is en het vervoer niet via de openbare weg plaatsvindt;
c. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen, die in het menselijk lichaam of in levende dieren aanwezig zijn;
d. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen in bij regeling van Onze Minister aangewezen producten bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen;
e. natuurlijke bronnen waarvan de activiteitsconcentratie lager is dan of gelijk is aan tien keer de waarden, vermeld in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG.
d. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen in bij ministeriële regeling aangewezen producten bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen;
e. natuurlijke bronnen waarvan de activiteitsconcentratie lager is dan of gelijk is aan tien keer de waarden, vermeld in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de VSG.
### Artikel 1b
**1.** Het bepaalde bij of krachtens de in het tweede lid genoemde hoofdstukken, paragrafen en artikelen van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming is, met uitzondering van hetgeen daarin is bepaald over toestellen, van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het derde lid.
Het bij of krachtens de artikelen 1, derde lid, 3, 4, eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid, 5, 7, tweede en vierde tot en met zevende lid, 8, 9, tweede en vierde lid, 10, eerste en derde lid, 11, eerste, tweede en derde lid, 14 tot en met 17, 20, eerste en tweede lid, 48 tot en met 51, 76 tot en met 80, 83 tot en met 101, 112 tot en met 114, 116 tot en met 119, 122, eerste lid en 124 van het Besluit stralingsbescherming bepaalde, met uitzondering van hetgeen daarin is bepaald over toestellen, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
**2.**
Hoofdstukken, paragrafen en artikelen als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. hoofdstuk 1, met uitzondering van artikel 1.1, derde lid;
b. hoofdstuk 2;
c. afdeling 3.1 en artikel 3.6, derde lid, aanhef, en vierde lid;
d. de artikelen 4.44.13, derde lid, en 4.29;
e. de artikelen 5.4, 5.5, 5.6 en 5.7;
f. de artikelen 6.2, 6.7 en 6.8 tot en met 6.14;
g. hoofdstuk 7, met uitzondering van de artikelen 7.5 en 7.38;
h. de artikelen 9.1 tot en met 9.7 en 9.9;
i. artikel 11.6, eerste lid;
j. artikel 14.1.
**3.**
Bij de van overeenkomstige toepassing, bedoeld in het tweede lid:
a. van de paragrafen 3.3.1 en 3.3.2, wordt in plaats van de tabellen, bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, en 3.20, eerste lid, gelezen: tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG;
b. van artikel 3.6, derde lid, aanhef, wordt in plaats van «aanvraag» gelezen «aanvraag of kennisgeving» en wordt voor «de te verstrekken gegevens» gelezen «de te verstrekken gegevens, bedoeld in de artikelen 3, 4d, eerste, tweede en vierde lid, 6, 13, tweede en vierde lid, 15, tweede en vierde lid, 24, 28 of 32a van dit besluit»;
c. van artikel 3.6, vierde lid, wordt in plaats van «een beveiligingsplan als bedoeld in artikel 4.7» gelezen «een beveiligingsplan als bedoeld in artikel 1e van dit besluit»;
d. van artikel 4.4, heeft het tweede lid van dat artikel geen betrekking op bronnen;
e. zijn de artikelen 6.13 en 6.14 alleen van overeenkomstige toepassing voor het geval een categorie B-ongeval wordt opgeschaald tot een categorie A-ongeval;
f. van artikel 14.1, wordt in plaats van «die van dit besluit afwijken» gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen afwijken.
### Artikel 1c
Geen vergunning krachtens dit besluit wordt verleend indien:
a. niet is voldaan aan de krachtens artikel 1b in samenhang met de bij en krachtens de hierna genoemde artikelen van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, gestelde voorwaarden betreffende:
1°. rechtvaardiging: de artikelen 2.1 tot en met 2.5;
2°. optimalisatie: de artikelen 2.1, 2.6, 2.7 en 7.33;
3°. dosislimieten: de artikelen 2.1, 2.9, 7.3, 7.4, 7.34, 7.35, 7.36, 9.1, 9.2, 9.3, 9.4 en 9.5;
4°. deskundigheid: de artikelen 5.4 tot en met 5.8, 7.1, 7.2 of 9.6;
b. voor een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, als gevolg van de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd en ten gevolge van andere handelingen binnen en buiten deze locatie, een van de volgende doses wordt overschreden:
1º. een effectieve dosis van 1 mSv in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan:
2º. een equivalente dosis van 50 mSv in een kalenderjaar voor de huid gemiddeld over enig huidoppervlak van 1 cm^2;
c. de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd, behoort tot een categorie die overeenkomstig artikel 1b in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling is gerechtvaardigd, maar het specifieke karakter van deze handeling op grond van artikel 3.7, onderdeel d, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming niet gerechtvaardigd is.
## Hoofdstuk Ia. De beveiliging van het vervoer, de opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van de in
### Paragraaf 1. Beveiliging van het vervoer van splijtstoffen (categorie I-, II- of III-materiaal)
### Artikel 1d
**1.** De vervoerder treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om categorie I-, II- of III-materiaal als bedoeld in artikel 22, zevende of achtste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen te beveiligen tegen diefstal en sabotage.
**2.**
De beveiligingsmaatregelen hebben ten minste betrekking op:
a. het collo met categorie I-, II-, of III-materiaal of radioactieve stoffen en sloten en zegels;
b. de beperking van de duur van het vervoer en van de eventuele opslag in verband met het vervoer of onvoorzien oponthoud;
c. de beperking van het aantal malen dat het categorie I-, II-, of III-materiaal moet worden overgeslagen; als er sprake is van overslag of opslag in verband met vervoer, de beperking van de duur ervan;
d. de keuze van het vervoermiddel, de keuze van de vervoersroute, de geplande stopplaats of stopplaatsen, de planning van het tijdschema van het vervoer en de locatie van de eventuele opslag in verband met het vervoer;
e. de taken, de vakbekwaamheid, de betrouwbaarheid en instructies van betrokkenen bij het vervoer;
f. de communicatiemiddelen en overige voorzieningen van het vervoermiddel;
g. de bescherming van specifieke gegevens over de beveiligingsmaatregelen in verband met het vervoer;
h. het tegengaan van incidenten en andere ongewenste beïnvloeding.
**3.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het eerste of tweede lid, waaronder de getroffen of te treffen beveiligingsmaatregelen.
### Artikel 1e
**1.** De vervoerder beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop het categorie I-, II- of III-materiaal wordt beveiligd. Dit betreft ten minste een omschrijving van de beveiligingsmaatregelen die worden getroffen door de vervoerder om te voldoen aan artikel 1d en een verwijzing naar de krachtens dit besluit verleende vergunning of vergunningen.
**2.** Voorafgaand aan het vervoer stelt de vervoerder een nucleair draaiboek op met de voor dit vervoer specifieke uitwerking van de in artikel 1d bedoelde maatregelen.
**3.** Voorafgaand aan het vervoer vergewist de vervoerder zich ervan dat alle beveiligingsmaatregelen conform het beveiligingsplan en het nucleaire draaiboek getroffen zijn. De vervoerder vergewist zich eveneens voorafgaand aan het vervoer ervan dat geen ongewenste veranderingen zijn aangebracht aan het collo en aan het vervoermiddel.
**4.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beveiligingsplan, het nucleaire draaiboek of andere verplichtingen van de vervoerder.
**5.** Het beveiligingsplan, bedoeld in het eerste lid, en wijzigingen daarvan die negatieve effecten hebben of kunnen hebben op het beveiligingsniveau van het transport, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit.
**6.** De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.
**7.** De Autoriteit kan de goedkeuring of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen.
### Artikel 1f
**1.** De vervoerder wijzigt het beveiligingsplan, bedoeld in artikel 1e, eerste lid, wanneer de Autoriteit dit nodig acht en dit schriftelijk heeft kenbaar gemaakt aan de vervoerder, waarbij de kennisgeving is voorzien van de aard van de aan te brengen wijzigingen.
**2.** De vervoerder dient binnen een jaar nadat de Autoriteit kenbaar heeft gemaakt wijziging van het beveiligingsplan nodig te achten een aanvraag om goedkeuring van het in overeenstemming met de kennisgeving van de Autoriteit gewijzigde beveiligingsplan in.
**3.**
De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de Autoriteit worden gewijzigd indien:
a. de door de Autoriteit nodig geachte wijzigingen van het beveiligingsplan deze gewijzigde termijn rechtvaardigen, en
b. de wijzigingen binnen de door de Autoriteit gestelde termijn voor de vervoerder redelijkerwijs mogelijk zijn.
**4.** De vervoerder beoordeelt het beveiligingsplan jaarlijks op doeltreffendheid. De vervoerder meldt binnen een maand na die beoordeling de resultaten ervan aan de Autoriteit.
**5.** De vervoerder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de resultaten van de in het vierde lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven. Hij biedt de wijziging binnen een jaar na het ontstaan van de aanleiding tot wijziging ter goedkeuring aan de Autoriteit aan.
**6.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 1g
**1.** De vervoerder handelt overeenkomstig het laatst goedgekeurde beveiligingsplan, bedoeld in artikel 1e, eerste lid.
**2.** Het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet is van toepassing op het beveiligingsplan, bedoeld in artikel 1e, eerste lid, op het nucleaire draaiboek, bedoeld in artikel 1e, tweede lid, en de overige op de beveiliging van het vervoer betrekking hebbende documenten en gegevens.
### Paragraaf 2. Beveiliging van het vervoer van radioactieve stoffen
### Artikel 1h
De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het vervoer, de opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van de in artikel 4.7 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedoelde radioactieve stoffen.
a. in artikel 3, zesde lid, in plaats van «bijlage 1, tabel 1 en tabel 2», wordt gelezen: tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de VSG;
b. met uitzondering van de artikelen 7 en 9, tweede lid, in plaats van« deskundige» telkens wordt gelezen: veiligheidsadviseur als bedoeld in de Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen;
c. de overeenkomstige toepassing van artikel 10, eerste lid, onder d, en 11, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geen betrekking heeft op bronnen;
d. dat bij de overeenkomstige toepassing van artikel 113, eerste lid, onderdeel e als volgt wordt gelezen:
e. het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
e. de artikelen 114 en 119 alleen van overeenkomstige toepassing zijn voor het geval een categorie B ongeval wordt opgeschaald tot een categorie A ongeval;
f. bij de overeenkomstige toepassing van artikel 124 in plaats van «die van dit besluit afwijken» wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen van het Besluit stralingsbescherming afwijken.
## Hoofdstuk II. Het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer
@ -188,137 +62,104 @@ De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging
**1.**
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen of ertsen, indien:
Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren en voor het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
a. van stoffen in vrijgestelde verpakkingen als bedoeld in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG;
b. van stoffen in industriële colli of colli van het type A of het type B(U) als bedoeld in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG, tenzij deze stoffen tevens vallen onder de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG, en niet zijn opgeslagen op de in onderdeel d van dit lid voorgeschreven wijze;
c. van stoffen in colli van het type B(M) als bedoeld in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG, indien het model van het collo voldoet aan de eisen met betrekking tot type B(M) zonder voortdurende druknivellering, gesteld in 6.4.9.1 en 6.4.7.5, van bijlage 1 bij de VSG, en de activiteit van de stoffen niet meer bedraagt dan bedoeld in 5.1.5.2.2 van bijlage 1 bij de VSG;
d. van stoffen die vallen onder de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 van de VSG en zich bevinden in een collo als bedoeld in 6.4.11.2 van die bijlage, tenzij de som van de kritikaliteits-veiligheidsindexen van de colli meer dan 50 bedraagt.
**2.** Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt voorts niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen die gebruikt worden als afschermingsmateriaal in een collo, mits er een kennisgeving is gedaan als bedoeld in artikel 4c, in geval van vervoer in Nederland, of artikel 32, in geval van het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen, en wordt voldaan aan de bij en krachtens de wet gestelde regels en voorschriften.
**2.** Het in het eerste lid bedoeld verbod geldt voorts niet, voor zover het vervoeren of voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer geschiedt in een collo als bedoeld in 5.1.5.2.2 van bijlage 1 bij de VSG, met betrekking waartoe Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in het overeenkomstig dat randnummer afgegeven certificaat van goedkeuring of erkenning van het model van het collo zulks hebben bepaald.
**3.** Voor de toepassing van het eerste of tweede lid worden bestraalde splijtstoffen beoordeeld naar onbestraalde toestand. Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde en zesde lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het eerste of tweede lid.
**3.**
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste of tweede lid niet van toepassing is in daarbij aangewezen categorieën van gevallen, waarin sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers of leden van de bevolking.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, voor zover het betreft:
a. onbestraald plutonium in hoeveelheden van meer dan 15 gram, tenzij het meer dan 80% plutonium-238 bevat;
b. onbestraald uranium, verrijkt tot 20% uranium-235 of meer, in hoeveelheden van meer dan 15 gram;
c. onbestraald uranium, verrijkt tot 10% uranium-235, maar tot minder dan 20%, in hoeveelheden van meer dan 1 kilogram;
d. onbestraald uranium, verrijkt tot boven het natuurlijk gehalte, maar tot minder dan 10% uranium-235, in hoeveelheden van meer dan 10 kilogram;
e. onbestraald uranium-233 in hoeveelheden van meer dan 15 gram;
f. bestraalde splijtstoffen.
### Artikel 3
**1.**
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat.
De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen, of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen of ertsen in verband met het vervoer bevat de volgende gegevens:
**2.**
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
a. naam en adres van de aanvrager;
b. naam en adres van de afzender;
c. naam en adres van degene, voor wie de splijtstoffen of ertsen bestemd zijn;
c. naam en adres van degene, voor wie de splijtstoffen bestemd zijn en, indien deze gevestigd is in België of Luxemburg, een door deze ondertekende verklaring, dat hij volgens de nationale wetgeving gerechtigd is de splijtstoffen voorhanden te hebben;
d. het traject of de trajecten, waarlangs het vervoer zal plaatsvinden;
e. de uiteindelijke bestemming in geval van overladen, of het doel waarvoor de stoffen of ertsen worden aangewend op de plaats van bestemming;
f. een omschrijving van het vervoermiddel of de vervoermiddelen, waarmede het vervoer zal worden verricht;
g. de vermoedelijke datum van het vervoer of de duur, waarvoor vergunning wordt gevraagd;
h. de hoeveelheid te vervoeren splijtstoffen of ertsen;
i. in gevallen van colli met het type B(M) of indien de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG van toepassing zijn:
e. een omschrijving van het vervoermiddel of de vervoermiddelen, waarmede het vervoer zal worden verricht;
f. de vermoedelijke datum van het vervoer of de duur, waarvoor vergunning wordt gevraagd;
g. de hoeveelheid te vervoeren splijtstoffen;
h. in gevallen van colli met het type B(M) of indien de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG van toepassing zijn:
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.2.1 van bijlage 1 bij de VSG,
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met toepassing van het derde lid aangewezen land,
2°. de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG;
j. in het geval dat splijtstoffen of ertsen op grond van een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 van bijlage 1 bij de VSG worden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG;
k. in geval van splijtstoffen of ertsen die als besmetting aan het oppervlak van grote voorwerpen als bedoeld in 2.2.7.2.3.2 (c) van bijlage 1 bij de VSG worden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2.2 van bijlage 1 bij de VSG;
l. in gevallen, waarin een ander land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.2.1 van bijlage 1 bij de VSG;
m. naam en adres van degene, die de verzekering of andere financiële zekerheid, bedoeld in artikel 4, zal verstrekken alsmede naam en adres van degene die deze verzekering of andere financiële zekerheid zal afsluiten;
n. in voorkomend geval een nauwkeurige aanduiding van de plaats of de plaatsen, waar opslag van de betrokken splijtstoffen of ertsen in verband met het vervoer zal plaatsvinden;
o. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling is gerechtvaardigd, een verwijzing naar die rechtvaardiging.
i. in het geval dat radioactieve stoffen op grond van een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 worden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG;
j. in gevallen, waarin een met toepassing van het derde lid aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG;
k. naam en adres van degene, die de verzekering of andere financiële zekerheid, bedoeld in artikel 4, zal verstrekken;
l. in voorkomend geval een nauwkeurige aanduiding van de plaats of de plaatsen, waar opslag van de betrokken splijtstoffen in verband met het vervoer zal plaatsvinden.
**2.** Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling, omvat de aanvraag om een vergunning tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
**3.**
Een aanwijzing van landen als bedoeld in het tweede lid, onder *h* en *j*, geschiedt bij een door plaatsing in de *Staatscourant* bekend te maken besluit van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, genomen in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
Uitsluitend aangewezen kunnen worden landen die naar het oordeel van Onze voornoemde Ministers toepassing geven aan de ter zake door de Internationale Atoomorganisatie gedane aanbevelingen.
### Artikel 4
**1.** Aan een vergunning voor het vervoeren van plutonium of verrijkt uranium bevattende splijtstoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer wordt met het oog op het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomende voor schade, hun toegebracht, het voorschrift verbonden, dat het vervoer over, of het voorhanden hebben binnen Nederlands grondgebied slechts mag geschieden, indien degene, die voor schade als bedoeld in een bijzondere wettelijke regeling van de aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, veroorzaakt tijdens het vervoer of de opslag van de splijtstoffen, aansprakelijk kan zijn, ter dekking van die aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiële zekerheid als in die wettelijke regeling bedoeld of over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid.
**1.** Aan een vergunning voor het vervoeren van plutonium of verrijkt uranium bevattende splijtstoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer wordt met het oog op het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomende voor schade of letsel, hun toegebracht, het voorschrift verbonden, dat het vervoer over, of het voorhanden hebben binnen Nederlands grondgebied slechts mag geschieden, indien degene, die voor schade als bedoeld in een bijzondere wettelijke regeling van de aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, veroorzaakt tijdens het vervoer of de opslag van de splijtstoffen, aansprakelijk kan zijn, ter dekking van die aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiële zekerheid als in die wettelijke regeling bedoeld of over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid, welke niet meer behoeft te bedragen dan € 195 125 492,92.
**2.** Het vervoeren van plutonium of verrijkt uranium bevattende splijtstoffen over, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer binnen Nederlands grondgebied, waarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, mogen slechts geschieden, indien degene, die voor schade als bedoeld in een bijzondere wettelijke regeling van de aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, veroorzaakt tijdens het vervoer of de opslag van de splijtstoffen, aansprakelijk kan zijn, ter dekking van die aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiële zekerheid als in die bijzondere wettelijke regeling bedoeld of over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid.
**2.** Het vervoeren van plutonium of verrijkt uranium bevattende splijtstoffen over, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer binnen Nederlands grondgebied, waarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, mogen slechts geschieden, indien degene, die voor schade als bedoeld in een bijzondere wettelijke regeling van de aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, veroorzaakt tijdens het vervoer of de opslag van de splijtstoffen, aansprakelijk kan zijn, ter dekking van die aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiële zekerheid als in die bijzondere wettelijke regeling bedoeld of over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid, welke niet meer behoeft te bedragen dan € 195 125 492,92.
**3.** Het eerste en tweede lid gelden niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben van de daargenoemde stoffen van een verrijkingsgraad of in hoeveelheden, waarop de daarbedoelde wettelijke regeling niet van toepassing is.
### Artikel 4a
Vervallen
Aan een vergunning voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen als bedoeld in artikel 2, derde lid, worden voorschriften verbonden als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag inzake fysieke beveiliging van kernmateriaal (*Trb.* 1981, 7).
### Artikel 4b
Vervallen
Met betrekking tot het vervoer van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg, over land, anders dan over de spoorweg, of over de binnenwateren en de met dit vervoer samenhangende laad- en loswerkzaamheden is de Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Radioactieve stoffen
### Artikel 4c
**1.** De ondernemer die een radioactieve stof vervoert, doet kennisgeving van dit vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer ten minste drie weken tevoren aan de Autoriteit.
**2.**
In afwijking van de in het eerste lid bedoelde verplichting tot kennisgeving geldt voor het vervoeren of het voorhanden hebben in verband met dat vervoer van radioactieve stoffen een verplichting tot het doen van een jaarkennisgeving indien de vervoerder ten genoegen van de Autoriteit kan aantonen:
a. dat hij gelet op de aard van de te vervoeren stoffen, de specifieke toepassing van de te vervoeren stoffen of de bedrijfsvoering redelijkerwijs alleen een kennisgeving in de vorm van een jaarkennisgeving kan doen;
b. een administratie bijhoudt waarin de gegevens, bedoeld in artikel 4d zijn opgenomen.
De Autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de aanhef en onder a en de eerste volzin.
**3.** De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet indien er sprake is van aansluitend vervoer in het kader van het binnen Nederlands grondgebied (doen) brengen of het voorafgaand vervoer in het kader van het buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen als bedoeld in artikel 27.
**4.**
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het vervoeren of het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer van een kunstmatige bron, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending,
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of
c. artikel 5 van toepassing is.
**5.**
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het vervoeren of het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer van een natuurlijke bron, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending,
b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of
c. artikel 5 van toepassing is.
**6.** Het bij of krachtens artikel 3.17, derde, vierde en negende lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
**7.** De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen, die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben.
### Artikel 4d
### Artikel 5
**1.**
Een kennisgeving, als bedoeld in artikel 4c, eerste lid, bevat in ieder geval:
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning radioactieve stoffen te vervoeren of voorhanden te hebben geldt voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van stoffen in colli van het type B(M) als bedoeld in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG, tenzij het model van het collo voldoet aan de eisen met betrekking tot type B(M) zonder voortdurende druknivellering, gesteld in 6.4.9.1 en 6.4.7.5 van bijlage 1 bij de VSG, en
a. de naam en het adres van degene die de kennisgeving doet, alsmede van de afzender en de ontvanger van de betrokken radioactieve stof;
b. de wijze van vervoer en opslag in verband met dat vervoer, waarop de kennisgeving betrekking heeft;
c. de hoeveelheid radioactieve stoffen waarop de kennisgeving betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken radionucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden;
d. de vermoedelijke data waarop het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer plaatsvinden;
e. indien een kennisgeving wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, dat overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling is gerechtvaardigd, een verwijzing naar die rechtvaardiging.
a. de activiteit van de radioactieve stoffen niet meer bedraagt dan aangegeven in 5.1.5.2.2 van bijlage 1 bij de VSG, dan wel
b. zulks in een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, afgegeven certificaat van goedkeuring of erkenning van het model van het te vervoeren collo is bepaald.
**2.** Indien een kennisgeving wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer dat niet overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling is gerechtvaardigd, omvat de kennisgeving tevens een verzoek om rechtvaardiging van dat vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer. De kennisgeving bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van het betrokken vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer.
**3.** De ondernemer doet een kennisgeving van wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste twee dagen voordat het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, waarop zij betrekking hebben, plaatsvindt aan de Autoriteit.
**4.** De ondernemer verstrekt de Autoriteit op zijn verzoek nadere gegevens.
### Artikel 5
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod om zonder vergunning radioactieve stoffen te vervoeren of voorhanden te hebben geldt voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer:
a. van radioactieve stoffen in colli van het type B(M) die niet voldoen aan 6.4.7.5 van bijlage 1 bij de VSG of die speciaal zijn ontworpen voor de mogelijkheid van intermitterende druknivellering;
b. van radioactieve stoffen in colli van het type B(M) als de activiteit van de radioactieve stoffen meer bedraagt dan is aangegeven in 5.1.5.1.2 van bijlage 1 bij de VSG;
c. van hoogactieve bronnen;
d. indien daarop een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 van bijlage 1 bij de VSG van toepassing is;
e. van grote voorwerpen met besmetting aan het oppervlak als bedoeld in 2.2.7.2.3.2 (c) van bijlage 1 van de VSG.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt eveneens voor radioactieve stoffen die op grond van een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 worden vervoerd.
### Artikel 6
De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen en voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer bevat de volgende gegevens:
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen en voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Verkeer en Waterstaat.
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met i, m en n, en tweede lid, met dien verstande dat telkens in plaats van «splijtstoffen of ertsen» wordt gelezen: «radioactieve stoffen»;
b. in een geval als bedoeld in artikel 5, onderdeel a: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG;
c. in een geval als bedoeld in artikel 5, onderdeel d: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG;
d. in een geval als bedoeld in artikel 5, onderdeel e: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2.2 van bijlage 1 bij de VSG.
**2.**
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a tot en met g en *l*, met dien verstande, dat telkens in plaats van "splijtstoffen" wordt gelezen: radioactieve stoffen;
b. in een geval als bedoeld in artikel 5, eerste lid:
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, aangewezen land,
2°. de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG;
c. in een geval als bedoeld in artikel 5, tweede lid: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG;
d. in gevallen, waarin een met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteiten van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van de verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG.
### Artikel 6a
Vervallen
Met betrekking tot het vervoer van radioactieve stoffen over de spoorweg, over land, anders dan over de spoorweg, of over de binnenwateren en de met dit vervoer samenhangende laad- en loswerkzaamheden is de Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Vervoer over de spoorweg
@ -328,11 +169,11 @@ Vervallen
**1.**
Aan een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade zodanige voorschriften verbonden, dat:
Aan een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen zodanige voorschriften verbonden, dat:
a. blootstelling en besmetting, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen;
b. in gevallen, waarin blootstelling of besmetting onvermijdelijk is, deze zo veel als redelijkerwijs mogelijk is wordt beperkt;
c. in gevallen, waarin blootstelling of besmetting onvermijdelijk is, het aantal aan ioniserende straling blootgestelde personen, met vermijding van een ontoelaatbaar te achten blootstelling of besmetting per persoon, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is wordt beperkt.
a. bestraling of besmetting van mensen, dieren, planten en goederen zo veel mogelijk wordt voorkomen;
b. in gevallen, waarin bestraling of besmetting onvermijdelijk is, deze zo veel mogelijk wordt beperkt;
c. in gevallen, waarin bestraling of besmetting onvermijdelijk is, het aantal aan ioniserende stralen blootgestelde personen, met vermijding van een ontoelaatbaar te achten bestraling of besmetting per persoon, zo veel mogelijk wordt beperkt.
**2.**
@ -340,33 +181,32 @@ Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren:
a. het voorschrift, dat het vervoer dient te geschieden onder daarbij aan te wijzen geleide, dan wel de opslag onder daarbij aan te wijzen toezicht;
b. het voorschrift, dat het vervoer dient plaats te vinden langs een daarbij aan te geven route;
c. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden op grond van andere voorschriften, zodanige maatregelen dienen te worden genomen, dat schade zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen;
d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaan aan door de Autoriteit gestelde nadere eisen;
e. het voorschrift dat van de transportroute mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is.
c. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden op grond van andere voorschriften, zodanige maatregelen dienen te worden genomen, dat bestraling en besmetting van mensen, dieren, planten en goederen zo veel mogelijk worden voorkomen;
d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaan aan nadere eisen, gesteld door de inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu, binnen wiens ambtsgebied de opslag plaatsvindt.
### Artikel 8
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt, kan de Autoriteit aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat.
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt, kunnen Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover artikel 5, eerste lid, van richtlijn 96/49/EG dat toelaat.
**2.** Bij het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.
**2.** Bij het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat bestraling en besmetting van mensen, dieren, planten en goederen zo veel mogelijk worden voorkomen.
**3.** De Autoriteit kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**4.** De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan alleen worden uitgeoefend in de gevallen en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, tweede, derde en vijfde lid, van de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land.
**4.** De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan alleen worden uitgeoefend in de gevallen en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, negende tot en met twaalfde, en veertiende lid, van richtlijn 96/49/EG.
#### Paragraaf 2. Radioactieve stoffen
### Artikel 9
**1.** Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**1.** Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**2.** Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren voorschriften als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a en b.
### Artikel 10
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod geldt, kan de Autoriteit aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat.
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod geldt, kunnen Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover artikel 5, eerste lid, van richtlijn 96/49/EG dat toelaat.
**2.** Bij het voorhanden hebben van radioactieve stoffen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Daarbij moet worden voldaan aan door de Autoriteit gestelde nadere eisen.
**2.** Bij het voorhanden hebben van radioactieve stoffen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat bestraling en besmetting van mensen, dieren, planten en goederen zo veel mogelijk worden voorkomen. Daarbij moet worden voldaan aan nadere eisen, gesteld door de inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu, binnen wiens ambtsgebied de opslag plaatsvindt.
**3.** Ten aanzien van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen is artikel 8, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
@ -376,15 +216,15 @@ e. het voorschrift dat van de transportroute mag worden afgeweken, indien door e
### Artikel 11
Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over land, anders dan over de spoorweg, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de artikelen 7 en 8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «VSG» telkens wordt gelezen: VLG.
Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over land, anders dan over de spoorweg, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de artikelen 7 en 8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in plaats van «VSG» telkens wordt gelezen «VLG», in plaats van «artikel 5, eerste lid, van richtlijn 96/49/EG» wordt gelezen «artikel 5, eerste of derde lid, onder a, van richtlijn 94/55/EG» en in plaats van «artikel 6, negende tot en met twaalfde, en veertiende lid, van richtlijn 96/49/EG» wordt gelezen: «artikel 6, negende tot en met elfde lid, van richtlijn 94/55/EG».
#### Paragraaf 2. Radioactieve stoffen
### Artikel 12
**1.** Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen over land, anders dan over de spoorweg, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de artikelen 9 en 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «VSG» wordt gelezen: VLG.
**1.** Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen over land, anders dan over de spoorweg, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de artikelen 9 en 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in artikel 10, eerste lid, in plaats van «artikel 5, eerste lid, van richtlijn 96/49/EG» wordt gelezen «artikel 5, eerste of derde lid, onder a, van richtlijn 94/55/EG» en in plaats van «VSG» wordt gelezen: VLG.
**2.** Ten aanzien van de krachtens het eerste lid van toepassing zijnde bepalingen is artikel 8, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**2.** Ten aanzien van de krachtens het eerste lid van toepassing zijnde bepalingen is artikel 8, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «artikel 6, negende tot en met twaalfde, en veertiende lid, van richtlijn 96/49/EG» wordt gelezen: artikel 6, negende tot en met elfde lid, van richtlijn 94/55/EG.
### Afdeling 4. Vervoer te water
@ -392,25 +232,7 @@ Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over land, anders dan
### Artikel 13
**1.**
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen:
a. over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren;
b. door Belgiëvaarders indien voor het vervoer een vergunning of een andere autorisatie is afgegeven door de bevoegde Belgische autoriteiten en een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid is gedaan.
**2.**
Een Belgiëvaarder geeft ten minste zeven dagen voordat het vervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, plaatsvindt kennis van dat vervoer aan de Autoriteit waarbij de Belgiëvaarder de volgende informatie verschaft:
a. de naam en het adres van degene die de kennisgeving doet, alsmede van de afzender en de ontvanger van de betrokken splijtstoffen en ertsen;
b. de hoeveelheid splijtstoffen en ertsen waarop de kennisgeving betrekking heeft;
c. de data waarop het vervoer zal plaatsvinden;
d. het nummer en de geldigheidsdatum van de vergunning of de andere autorisatie, bedoeld in het eerste lid, onder b.
**3.** Een Belgiëvaarder neemt de eisen van een vergunning of andere autorisatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in acht.
**4.** Een Belgiëvaarder geeft tenminste twee dagen voordat het vervoer naar verwachting zal plaatsvinden kennis aan de Autoriteit van wijzigingen van gegevens als bedoeld in het tweede lid met betrekking tot dat vervoer.
Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren van splijtstoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren.
### Artikel 14
@ -418,13 +240,13 @@ d. het nummer en de geldigheidsdatum van de vergunning of de andere autorisatie,
Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen naar en van zee of over zee zijn de artikelen 7 en 8, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen;
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt;
a. telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code (*Trb.* 1961, 84), dan wel het bepaalde bij of krachtens het Schepenbesluit 1965 (*Stb.* 367);
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend:
1°. hetzij door de Autoriteit,
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
d. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
1°. hetzij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat,
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
d. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder Nederlandse vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
e. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
**2.** Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de binnenwateren, anders dan van en naar zee, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de artikelen 7 en 8, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: VBG.
@ -433,7 +255,7 @@ e. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder vreemde vlag het b
### Artikel 15
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren.
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren.
### Artikel 16
@ -441,13 +263,13 @@ Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van
Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen naar en van zee of over zee zijn de artikelen 8, derde lid, 9 en 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. in artikel 10, eerste lid, in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 158) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen;
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt;
a. in artikel 10, eerste lid, in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, dan wel het bepaalde bij of krachtens het Schepenbesluit 1965 ( *Stb.* 367);
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend:
1°. hetzij door de Autoriteit,
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
d. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
1°. hetzij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat,
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
d. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder Nederlandse vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
e. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
**2.** Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen over de binnenwateren, anders dan van en naar zee, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de artikelen 8, derde lid, 9 en 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in artikel 10, eerste lid, in plaats van "VSG" wordt gelezen: VBG.
@ -458,26 +280,26 @@ e. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder vreemde vlag het b
### Artikel 17
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt.
Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het vervoeren van splijtstoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt.
### Artikel 18
**1.** Aan een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**1.** Aan een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen in een luchtvaartuig of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**2.**
Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren:
a. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt;
a. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. voorschriften als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c en d.
### Artikel 19
**1.**
Bij het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat:
Bij het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat:
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt;
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. voor het vervoer als bedoeld in artikel 17 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
@ -487,11 +309,11 @@ c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig h
### Artikel 20
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt.
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt.
### Artikel 21
Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
### Artikel 22
@ -499,7 +321,7 @@ Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaart
Bij het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat:
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt;
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
c. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
@ -513,173 +335,117 @@ c. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een niet-Nederlands luchtvaartuig h
**1.**
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen indien:
Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending;
b. de activiteitsconcentratie van die stoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of
c. het vervoer, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, betreft.
a. het buiten Nederlands grondgebied brengen en doen brengen van splijtstoffen en ertsen en
b. het binnen Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen en ertsen.
**2.** Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt voorts niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen die gebruikt worden als afschermingsmateriaal in een collo, mits er een kennisgeving is gedaan als bedoeld in artikel 4c, in geval van vervoer in Nederland, of artikel 32, in geval van het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen, en wordt voldaan aan de bij en krachtens de wet gestelde regels en voorschriften.
**2.**
**4.** Het bij of krachtens artikel 3.17, derde, vierde en negende lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming en wordt aan het slot toegevoegd: ten aanzien van de toepassing van het eerste of tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de toepassing van het eerste of tweede lid.
Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt voorts niet voor het binnen Nederlands grondgebied brengen, anders dan ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst, en doen brengen van:
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste of tweede lid niet van toepassing is in daarbij aangewezen categorieën van gevallen, waarin sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers of leden van de bevolking.
a. onbestraalde splijtstoffen, indien deze uitsluitend natuurlijk of verarmd uranium of natuurlijk thorium en geen plutonium bevatten en de hoeveelheid, welke gelijktijdig binnen Nederlands grondgebied wordt gebracht, niet meer dan 100 gram uranium en 100 gram thorium bevat;
b. splijtstoffen, die krachtens een door de nationale wet van België of Luxemburg vereiste vergunning in een dezer landen zijn voorhanden gehouden of zijn of mogen worden ingevoerd, dan wel door een dezer landen zijn of mogen worden doorgevoerd, mits de aan zodanige vergunning verbonden voorschriften of voorwaarden in acht worden genomen;
c. splijtstoffen, niet bestemd voor België of Luxemburg, die door Nederland worden doorgevoerd, mits de stoffen op Nederlands grondgebied niet uit het vervoermiddel worden geladen;
d. ertsen.
**3.** Het eerste lid, onder *a*, en het tweede lid, onder *b* en *c*, zijn niet van toepassing ten aanzien van splijtstoffen als bedoeld in artikel 2, derde lid.
### Artikel 24
**1.**
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het binnen Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat.
De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen bevat de volgende gegevens:
**2.**
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
a. naam en adres van de aanvrager;
b. de soort handeling, waarop de aanvraag betrekking heeft;
c. naam en adres van degene, voor wie de splijtstoffen of ertsen bestemd zijn;
d. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen of ertsen;
e. het land van herkomst van de splijtstoffen of ertsen;
f. het land van bestemming van de splijtstoffen of ertsen;
g. de vermoedelijke datum, waarop de splijtstoffen of ertsen binnen Nederlands grondgebied zullen worden gebracht, of de duur, waarvoor vergunning wordt gevraagd;
h. de plaats, waar de splijtstoffen of ertsen binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied zullen worden gebracht;
i. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling is gerechtvaardigd, een verwijzing naar die rechtvaardiging.
**2.** Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling, omvat de aanvraag tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
c. een opgave en verklaring als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder *c*;
d. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen;
e. het land van herkomst van de splijtstoffen;
f. de vermoedelijke datum, waarop de splijtstoffen binnen Nederlands grondgebied zullen worden gebracht, of de duur, waarvoor vergunning wordt gevraagd;
g. het douanekantoor, waarlangs de splijtstoffen binnen Nederlands grondgebied zullen worden gebracht.
### Artikel 25
**1.**
Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen ter voorkoming van schade de volgende voorschriften worden verbonden:
Aan een vergunning voor het binnen Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen kunnen met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift, dat de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mogen worden gebracht op de plaats die in het voorschrift is vermeld;
b. het voorschrift, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan desverlangd aan een op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar ter inzage moet worden gegeven.
a. het voorschrift, dat de splijtstoffen uitsluitend binnen Nederlands grondgebied mogen worden gebracht, indien zij bestemd zijn voor een persoon, die krachtens de Nederlandse, Belgische of Luxemburgse wet bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een persoon in een ander land dan Nederland, België of Luxemburg;
b. het voorschrift, dat de splijtstoffen uitsluitend binnen Nederlands grondgebied mogen worden gebracht over de grens tussen Nederland en België, dan wel langs een douanekantoor, dat in het voorschrift is vermeld;
c. het voorschrift, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan bij het douanekantoor desverlangd aan een op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar ter inzage moet worden gegeven.
**2.**
Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
Aan een vergunning voor het binnen Nederlands grondgebied doen brengen van splijtstoffen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mag doen brengen op een plaats die in het voorschrift is vermeld;
b. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter beschikking moet stellen aan degene, die de splijtstoffen of ertsen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt;
c. het voorschrift, dat de houder van de vergunning er voor dient zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan;
d. het voorschrift dat van de plaats waar de splijtstoffen of ertsen binnen respectievelijk buiten Nederlands grondgebied worden gebracht mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is.
a. het voorschrift, dat de houder van de vergunning uitsluitend splijtstoffen binnen Nederlands grondgebied mag doen brengen, indien zij bestemd zijn voor een persoon, die krachtens de Nederlandse, Belgische of Luxemburgse wet bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een persoon in een ander land dan Nederland, België of Luxemburg;
b. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de splijtstoffen uitsluitend binnen Nederlands grondgebied mag doen brengen over de grens tussen Nederland en België, dan wel langs een douanekantoor, dat in het voorschrift is vermeld;
c. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter beschikking moet stellen aan degene, die de splijtstoffen binnen Nederlands grondgebied brengt;
d. het voorschrift, dat de houder van de vergunning er voor dient zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan.
**3.** Aan een vergunning voor het binnen Nederlands grondgebied brengen en doen brengen dan wel voor het buiten Nederlands grondgebied brengen en doen brengen van splijtstoffen als bedoeld in artikel 2, derde lid, worden voorschriften verbonden als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag inzake fysieke beveiliging van kernmateriaal (*Trb.* 1981, 7).
### Artikel 26
Degene, die splijtstoffen of ertsen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt of doet brengen:
**1.** Het binnen Nederlands grondgebied brengen, anders dan ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst, en doen brengen van splijtstoffen of ertsen mag, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, uitsluitend geschieden, indien die stoffen bestemd zijn voor een persoon, die krachtens de Nederlandse, Belgische of Luxemburgse wet bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een persoon in een ander land dan Nederland, België of Luxemburg.
a. vergewist zich ervan dat die stoffen bestemd zijn voor een ontvanger, die bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een ontvanger in een ander land dan Nederland, die bevoegd is de stoffen te ontvangen;
b. draagt er zorg voor dat een afschrift van de vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen, dan wel de kennisgeving hiervoor, tijdens het vervoer bij de splijtstoffen of ertsen aanwezig is;
c. draagt er zorg voor dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan.
**2.** Het binnen Nederlands grondgebied brengen en doen brengen van splijtstoffen anders dan over de grens tussen Nederland en België mag, indien daarvoor ingevolge artikel 23, tweede lid, onder *b* of *c*, het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, uitsluitend geschieden langs de douanekantoren, welke door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, zijn aangewezen.
**3.** Degene, die splijtstoffen binnen Nederlands grondgebied brengt ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst, dient, indien voor het binnen Nederlands grondgebied doen brengen van die splijtstoffen een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de wet is vereist, er voor zorg te dragen, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan bij het douanekantoor desverlangd aan een op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar ter inzage wordt gegeven.
**4.** Degene, die in een geval, waarin ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, splijtstoffen of ertsen binnen Nederlands grondgebied doet brengen, is verplicht er voor zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan.
**5.** Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen van de voorgaande leden ontheffing verlenen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
### Paragraaf 2. Radioactieve stoffen
### Artikel 27
**1.**
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor:
a. geneesmiddelen en
b. consumentenproducten, met uitzondering van producten en stoffen als bedoeld in het tweede lid.
**2.** Het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van levensmiddelen, speelgoed, sieraden, cosmetische producten en diervoeder waaraan bij de productie of vervaardiging opzettelijk radioactieve stoffen zijn toegevoegd, is verboden.
**3.**
Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
**4.** Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het derde lid.
**5.** Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen en handelingen met natuurlijke bronnen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben.
**6.** De verplichting, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, geldt niet ingeval er sprake is van een vergunning voor het binnen of buiten het Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van geneesmiddelen of consumentenproducten als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 27a
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod om zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen geldt voorts voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van een hoogactieve bron.
### Artikel 28
De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, of van een hoogactieve bron bevat de volgende gegevens:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, b en e tot en met i, en tweede lid, met dien verstande dat in plaats van «splijtstoffen of ertsen» telkens wordt gelezen: «radioactieve stoffen»;
b. een opgave als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, met dien verstande, dat in plaats van "splijtstoffen of ertsen", telkens wordt gelezen: "radioactieve stoffen";
c. de hoeveelheid radioactieve stoffen, waarop de aanvraag betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken nucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden;
d. een omschrijving van de geneesmiddelen of consumentenproducten, waarin de radioactieve stoffen zich bevinden.
### Artikel 29
Vervallen
### Artikel 30
Vervallen
### Artikel 31
Degene, die radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt of doet brengen:
a. vergewist zich er voorafgaand aan het afleveren van dat die stoffen bestemd zijn voor een ontvanger, die bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een ontvanger in een ander land dan Nederland die bevoegd is de stoffen te ontvangen;
b. draagt er zorg voor dat een afschrift van de vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen, dan wel de kennisgeving hiervoor, tijdens het vervoer bij de radioactieve stoffen aanwezig is; en
c. draagt er zorg voor dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaars-etiketten wordt voldaan.
### Artikel 32
**1.** De ondernemer onder wiens verantwoordelijkheid een radioactieve stof binnen of buiten Nederlands grondgebied wordt gebracht, doet hiervan ten minste drie weken voordat dit brengen plaatsvindt een kennisgeving aan de Autoriteit.
**1.** Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport radioactieve stoffen binnen Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor het binnen Nederlands grondgebied brengen, anders dan ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst, en doen brengen van radioactieve stoffen in de gevallen, waarin de in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde activiteitsconcentratie of activiteit wordt overschreden.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het brengen van de aldaar bedoelde stoffen voor zover de ondernemer kan aantonen dat hij:
Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het binnen Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van:
a. van dat vervoer reeds heeft kennisgegeven in de jaarkennisgeving, en
b. een administratie bijhoudt waarin de gegevens genoemd in artikel 4d zijn opgenomen.
a. radioactieve stoffen, die krachtens een door de nationale wet van België of Luxemburg vereiste vergunning in een dezer landen zijn voorhanden gehouden of zijn of mogen worden ingevoerd, dan wel door een dezer landen zijn of mogen worden doorgevoerd, mits de aan zodanige vergunning verbonden voorschriften of voorwaarden in acht worden genomen;
b. radioactieve stoffen, niet bestemd voor België of Luxemburg, die door Nederland worden doorgevoerd, mits de stoffen op Nederlands grondgebied niet uit het vervoermiddel worden geladen.
**3.**
### Artikel 28
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kunstmatige bron, indien:
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het binnen Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen wordt gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
**2.**
**4.**
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een natuurlijke bron, indien:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onder *a, b* en *e-g*, met dien verstande, dat in plaats van "splijtstoffen" telkens wordt gelezen: "radioactieve stoffen";
b. een opgave en verklaring als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder *c*, met dien verstande, dat in plaats van "splijtstoffen", telkens wordt gelezen: "radioactieve stoffen";
c. de hoeveelheid radioactieve stoffen, waarop de aanvraag betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken nucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden.
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; of
b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde genoemde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
### Artikel 29
**5.** Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
**1.** Aan een vergunning voor het binnen Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen kan met het oog op de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen het voorschrift worden verbonden, dat de houder van de vergunning deze stoffen slechts binnen Nederlands grondgebied mag brengen of doen brengen over de grens tussen Nederland en België, dan wel langs een douanekantoor, dat in het voorschrift is vermeld.
**6.**
**2.** Het binnen Nederlands grondgebied brengen en doen brengen van radioactieve stoffen anders dan over de grens tussen Nederland en België mag, indien daarvoor ingevolge artikel 27, tweede lid, het in artikel 29 van de wet vervatte verbod niet geldt, uitsluitend geschieden langs de douanekantoren, welke door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, zijn aangewezen.
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet:
### Artikel 30
a. voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben, of
b. indien artikel 27, eerste lid, van toepassing is.
**1.** Indien voor het binnen Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen een vergunning als bedoeld in artikel 29 van de wet is vereist, dient degene, die bedoelde stoffen binnen Nederlands grondgebied brengt, er voor zorg te dragen, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan bij het douanekantoor desverlangd aan een op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar ter inzage wordt gegeven.
### Artikel 32a
**2.** Indien voor het binnen Nederlands grondgebied doen brengen van radioactieve stoffen een vergunning als bedoeld in artikel 29 van de wet is vereist, dient de houder van een zodanige vergunning aan degene, die bedoelde stoffen binnen Nederlands grondgebied brengt, de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter beschikking te stellen.
**1.**
### Artikel 31
De kennisgeving, bedoeld in artikel 32, eerste lid, bevat in ieder geval:
**1.** Het binnen Nederlands grondgebied brengen, anders dan ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst, en doen brengen van radioactieve stoffen mag uitsluitend geschieden, indien die stoffen bestemd zijn voor een persoon, die krachtens de Nederlandse, Belgische of Luxemburgse wet bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een persoon in een ander land dan Nederland, België of Luxemburg.
a. de naam en het adres van degene die de kennisgeving doet, van de afzender van de radioactieve stof en van de ontvanger daarvan;
b. de soort handelingen waarop de kennisgeving betrekking heeft;
c. het land van herkomst van de radioactieve stoffen;
d. de hoeveelheid radioactieve stoffen, waarop de kennisgeving betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken radionucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden;
e. de vermoedelijke data waarop de handelingen plaatsvinden;
f. Indien een kennisgeving wordt gedaan voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling, omvat de kennisgeving tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling.
**2.** Degene, die radioactieve stoffen binnen Nederlands grondgebied doet brengen, is verplicht er voor zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan.
**2.** Indien een kennisgeving wordt gedaan voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig artikel 1b, in samenhang met de krachtens artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde regeling, omvat de kennisgeving tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De kennisgeving bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
### Artikel 32
**3.** Degene die de kennisgeving heeft gedaan, meldt wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste drie werkdagen voordat de handelingen plaatsvinden, waarop ze betrekking hebben, aan de Autoriteit.
### Paragraaf 3. Uitvoering Verordening (Euratom) nr. 1493/93
### Artikel 32b
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5 en 6 van Verordening (Euratom) nr. 1493/93 van de Raad van 8 juni 1993 betreffende de overbrenging van radioactieve stoffen tussen Lid-Staten van de Europese Gemeenschap (PbEG 1993 L148).
Ten aanzien van de artikelen 29, tweede lid, 30 en 31 is artikel 26, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk IV. Inrichtingen, waarin splijtstoffen worden opgeslagen in verband met het vervoer