2017-01-01 | BWBR0003954 | Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
This commit is contained in:
parent
ce0d9a61f7
commit
ed287c7d03
1 changed files with 109 additions and 163 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastinge
|
|||
bwb_id: BWBR0003954
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2016-12-21'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003954
|
||||
citeertitel: Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -39,9 +39,9 @@ a. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk;
|
|||
b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
|
||||
c. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;
|
||||
d. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
|
||||
e. bevoegde functionaris: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
|
||||
e. vervallen;
|
||||
f. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;
|
||||
g. Richtlijn 2003/48/EG: Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (PbEU 2003, L 157);
|
||||
g. vervallen;
|
||||
h. Richtlijn 2011/16/EU: Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PbEU 2011, L 64);
|
||||
i. centraal verbindingsbureau: een door de bevoegde autoriteit van een lidstaat aangewezen bureau dat is belast met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;
|
||||
j. administratief onderzoek: alle door de staten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
|
||||
|
|
@ -57,7 +57,7 @@ n. persoon:
|
|||
o. langs elektronische weg: door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking – met inbegrip van digitale compressie – en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of elektromagnetische middelen;
|
||||
p. CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (common communication network – CCN) gebaseerde gemeenschappelijk platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.
|
||||
|
||||
**2.** Wijzigingen van Richtlijn 2003/48/EG en Richtlijn 2011/16/EU gaan voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
**2.** Wijzigingen van Richtlijn 2011/16/EU gaan voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,6 +128,54 @@ z. *het land Nederland:* Nederland en de BES eilanden, bedoeld in artikel 2, de
|
|||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van de artikelen 6c, 10a, 10b, 10d en 10e en de daarop berustende bepalingen wordt onder een fiscaal identificatienummer mede begrepen het functionele equivalent daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 6d wordt verstaan onder een voorafgaande grensoverschrijdende ruling: een uitlating door of namens de inspecteur, dan wel Onze Minister, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt, die:
|
||||
|
||||
a. is gedaan ten aanzien van een persoon of groep van personen die zich daarop kan, onderscheidenlijk kunnen, beroepen;
|
||||
b. de interpretatie of toepassing betreft van een wettelijke bepaling ter uitvoering of handhaving van de nationale belastingwetgeving;
|
||||
c. betrekking heeft op een grensoverschrijdende transactie of op de mogelijke aanwezigheid van een vaste inrichting in Nederland of in een ander rechtsgebied; en
|
||||
d. eerder tot stand is gekomen dan:
|
||||
|
||||
1°. de grensoverschrijdende transactie;
|
||||
2°. de activiteiten in Nederland of in een ander rechtsgebied op grond waarvan mogelijkerwijs sprake is van een vaste inrichting; of
|
||||
3°. de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de grensoverschrijdende transactie of de activiteiten in Nederland of in een ander rechtsgebied hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder een grensoverschrijdende transactie:
|
||||
|
||||
a. een transactie of reeks van transacties waarbij niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hun fiscale woonplaats hebben in Nederland;
|
||||
b. een transactie of reeks van transacties waarbij een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties hun fiscale woonplaats tegelijkertijd in Nederland en in een ander rechtsgebied hebben;
|
||||
c. een transactie of reeks van transacties waarbij een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties met een fiscale woonplaats in Nederland haar bedrijf uitoefent via een vaste inrichting in een ander rechtsgebied dan Nederland en de transactie of reeks van transacties alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uitmaakt, onderscheidenlijk uitmaken, waaronder tevens begrepen de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een ander rechtsgebied via een vaste inrichting uitoefent;
|
||||
d. een transactie of reeks van transacties die een grensoverschrijdend effect heeft, onderscheidenlijk hebben.
|
||||
|
||||
**3.** Onder inspecteur als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 6d wordt verstaan onder een voorafgaande verrekenprijsafspraak: een uitlating door of namens de inspecteur, dan wel Onze Minister, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt, die:
|
||||
|
||||
a. is gedaan ten aanzien van een persoon of groep van personen die zich daarop kan, onderscheidenlijk kunnen, beroepen;
|
||||
b. voordat grensoverschrijdende transacties tussen gelieerde lichamen hebben plaatsgevonden, een passende reeks criteria vaststelt voor de bepaling van de verrekenprijzen voor die transacties of voor de toerekening van winsten aan een vaste inrichting.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder een grensoverschrijdende transactie:
|
||||
|
||||
a. een transactie of reeks van transacties tussen gelieerde lichamen die niet allemaal hun fiscale woonplaats in Nederland hebben; of
|
||||
b. een transactie of reeks van transacties die een grensoverschrijdend effect heeft, onderscheidenlijk hebben.
|
||||
|
||||
**3.** Lichamen zijn voor de toepassing van dit artikel gelieerde lichamen indien een lichaam, onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een ander lichaam of indien eenzelfde persoon onmiddellijk of middellijk, deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van het ene en het andere lichaam.
|
||||
|
||||
**4.** Verrekenprijzen als bedoeld in het eerste lid zijn de prijzen die een lichaam aan gelieerde lichamen in rekening brengt voor de overdracht van materiële en immateriële goederen of voor het verlenen van diensten.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 2b, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Onze Minister wordt voor Nederland aangewezen als bevoegde autoriteit en centraal verbindingsbureau. Onze Minister is tevens verantwoordelijk voor de contacten met de Europese Commissie.
|
||||
|
|
@ -146,208 +194,71 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. rentebetaling: rente, uitbetaald of bijgeschreven op een rekening, die is terug te voeren op enigerlei schuldvordering, al dan niet gedekt door hypotheek of voorzien van een winstdelingsclausule, en met name de opbrengsten van overheidspapier en obligatieleningen, inclusief daaraan gehechte premies en prijzen; boete voor te late betaling wordt niet als rentebetaling aangemerkt;
|
||||
b. uiteindelijk gerechtigde: elke natuurlijke persoon die een rentebetaling ontvangt, of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd;
|
||||
c. marktdeelnemer: ieder lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dat rentebetalingen verricht of iedere natuurlijke persoon die in het kader van de uitoefening van zijn onderneming of beroep rentebetalingen verricht;
|
||||
d. uitbetalende instantie: de marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt ten onmiddellijke gunste van de uiteindelijk gerechtigde, ongeacht of deze marktdeelnemer de debiteur is van de rentedragende schuldvordering dan wel de marktdeelnemer die door de debiteur of de uiteindelijk gerechtigde is belast met het uitbetalen van de rente of het bewerkstelligen van de rentebetaling;
|
||||
e. icbe: een instelling voor collectieve belegging in effecten waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig de algemene vereisten van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEU 2009, L 302).
|
||||
|
||||
**2.** Waar een uiteindelijke gerechtigde woont, of waar een marktdeelnemer of een uitbetalende instantie woont of is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van deze afdeling of bepalingen daarvan kunnen bij ministeriële regeling Mogendheden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de Richtlijn 2003/48/EG, en afhankelijke en geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van die richtlijn, worden gelijkgesteld met een lidstaat.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder rentebetaling mede verstaan:
|
||||
|
||||
a. de rente die is aangegroeid of gekapitaliseerd op het moment van de verkoop, de terugbetaling of de aflossing van de schuldvordering;
|
||||
b. inkomsten uit rentebetalingen indien deze rechtstreeks of via een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4d, worden uitgekeerd door een collectieve beleggingsinstelling;
|
||||
c. inkomsten die zijn gerealiseerd bij de verkoop, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in een collectieve beleggingsinstelling, indien een dergelijke instelling rechtstreeks of via een andere dergelijke instelling meer dan 25% van zijn vermogen belegt in schuldvorderingen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder collectieve beleggingsinstelling verstaan:
|
||||
|
||||
a. een icbe, of een daarmee vergelijkbare instelling voor collectieve belegging gevestigd in een van de Mogendheden of afhankelijke of geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, waarbij voor de Zwitserse Bondsstaat als vergelijkbare instelling voor collectieve belegging uitsluitend wordt aangemerkt een Zwitsers beleggingsfonds als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, onder (iv), en onderdeel d, onder (iv), van de overeenkomst van 26 oktober 2004 tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (Pb EU 2004, L 385) waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG;
|
||||
b. een entiteit die gebruik maakt van de keuzemogelijkheid van artikel 4e, of een overeenkomstige keuzemogelijkheid in de lidstaat van vestiging;
|
||||
c. een instelling voor collectieve belegging die niet is gevestigd in een van de lidstaten, dan wel in een van de Mogendheden of afhankelijke of geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG.
|
||||
|
||||
**3.** De inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden slechts als rentebetaling aangemerkt voorzover deze rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, en dit artikel, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een uitbetalende instantie met het oog op de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, geen informatie heeft over het deel van de inkomsten dat voortkomt uit rentebetalingen, bedoeld in die onderdelen, wordt het volledige bedrag aan inkomsten als rentebetaling aangemerkt.
|
||||
|
||||
**5.** De inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden, indien deze afkomstig zijn van een in Nederland gevestigde collectieve beleggingsinstelling niet als rentebetaling aangemerkt indien blijkt dat de beleggingen in schuldvorderingen rechtstreeks of via een andere dergelijke instelling of entiteit niet meer dan 15% van het vermogen van de desbetreffende instelling of entiteit uitmaken.
|
||||
|
||||
**6.** De percentages, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c en het vijfde lid, worden bepaald aan de hand van de beleggingspolitiek zoals die in het fondsreglement of de statuten van de betrokken collectieve beleggings-instelling is neergelegd, en bij het ontbreken daarvan op basis van de feitelijke samenstelling van de beleggingsportefeuille van de instelling.
|
||||
|
||||
**7.** Indien een uitbetalende instantie met het oog op de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, geen informatie heeft over het percentage van het vermogen dat is belegd in schuldvorderingen, wordt dat percentage geacht meer dan 25% te bedragen.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een uitbetalende instantie met het oog op de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, het bedrag van de door de uiteindelijk gerechtigde gerealiseerde inkomsten niet kan bepalen, worden die inkomsten geacht de opbrengst van de verkoop, aflossing of terugbetaling van de aandelen of bewijzen van deelneming te zijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze afdeling worden niet als schuldvorderingen aangemerkt binnenlandse en internationale obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten:
|
||||
|
||||
a. die voor het eerst zijn uitgegeven vóór 1 maart 2001 of waarvan het oorspronkelijke emissieprospectus vóór die datum is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten in de zin van Richtlijn 80/390/EEG van de Raad van 17 maart 1980 tot coördinatie van de eisen gesteld aan de opstelling van, het toezicht op en de verspreiding van het prospectus dat gepubliceerd moet worden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs (PbEG 1980, L 100) of door de verantwoordelijke autoriteiten in landen buiten de Europese Unie;
|
||||
b. die clausules bevatten inzake gross-up en vroegtijdige aflossing, en
|
||||
c. waarvoor geldt dat de uitbetalende instantie van de emittent:
|
||||
|
||||
1°. gevestigd is in een lidstaat die bronbelasting inhoudt, en
|
||||
2°. de rente rechtstreeks betaalt aan een uiteindelijke gerechtigde die zijn woonplaats in een andere lidstaat heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien op of na 1 maart 2002 een aanvullende emissie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden van de daar bedoelde verhandelbare schuldinstrumenten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een overheid of een gelijkgestelde entiteit die als overheidsinstantie optreedt of waarvan de rol is erkend bij een internationaal verdrag als bedoeld in de bijlage bij de Richtlijn 2003/48/EG, wordt de gehele emissie van dit schuldinstrument, bestaande uit de oorspronkelijke emissie en vervolgemissies, aangemerkt als een schuldvordering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een emittent die niet valt onder het bepaalde in het derde lid, wordt deze nieuwe emissie aangemerkt als een schuldvordering.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4d
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt een in een lidstaat gevestigde entiteit waaraan rente wordt uitbetaald of ten aanzien van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd ten gunste van de uiteindelijk gerechtigde op het moment van het verrichten of het bewerkstelligen van die rentebetaling eveneens als uitbetalende instantie aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing indien de marktdeelnemer op basis van een door de in het eerste lid bedoelde entiteit overgelegd officieel bewijskrachtig document redenen heeft om aan te nemen dat deze entiteit:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon is, niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, lid 5, van de Richtlijn 2003/48/EG, of
|
||||
b. een entiteit is waarvan de winst wordt belast volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen, of
|
||||
c. een icbe is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4e
|
||||
|
||||
**1.** De entiteit die op grond van artikel 4d als uitbetalende instantie wordt aangemerkt, wordt, indien deze daarvoor kiest, voor de toepassing van deze afdeling mede als icbe aangemerkt. Een in Nederland gevestigde entiteit maakt de keuze, bedoeld in de eerste volzin, kenbaar aan de bevoegde functionaris. De bevoegde functionaris bevestigt bij beschikking indien is voldaan aan de voorwaarden voor de keuze.
|
||||
|
||||
**2.** Omtrent de keuzemogelijkheid in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De entiteit die de in het eerste lid bedoelde keuze heeft gemaakt, overhandigt aan de marktdeelnemer een afschrift van de door de bevoegde functionaris afgegeven beschikking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een natuurlijk persoon wordt niet aangemerkt als uiteindelijk gerechtigde indien hij aantoont dat de rentebetaling niet te zijner gunste is ontvangen of is bewerkstelligd, maar dat hij:
|
||||
|
||||
a. handelt als een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel d, of
|
||||
b. handelt namens een rechtspersoon, of
|
||||
c. handelt namens een entiteit waarvan de winst wordt belast volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen, of
|
||||
d. handelt namens een icbe, of
|
||||
e. handelt namens een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4d en hij aan de marktdeelnemer die de rentebetaling verricht de naam en het adres van deze uitbetalende instantie bekendmaakt, of
|
||||
f. handelt namens een andere natuurlijke persoon die de uiteindelijk gerechtigde is, en hij aan de uitbetalende instantie met inachtneming van artikel 4g de identiteit van die uiteindelijk gerechtigde bekendmaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel e, is slechts van toepassing indien blijkt dat de daar bedoelde marktdeelnemer de hem bekendgemaakte informatie op zijn beurt doorgeeft aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij woont of is gevestigd.
|
||||
|
||||
**3.** De uitbetalende instantie is gehouden redelijke maatregelen te nemen om met inachtneming van artikel 4g de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen indien zij beschikt over gegevens die doen vermoeden dat de natuurlijke persoon die een rentebetaling ontvangt of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd, niet de uiteindelijk gerechtigde is, en die persoon niet valt onder het eerste lid, onderdelen a, b, c, d of e.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4g
|
||||
|
||||
**1.** Voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan vóór 1 januari 2004, stelt de in Nederland wonende of gevestigde uitbetalende instantie de identiteit vast van de in een andere lidstaat wonende uiteindelijk gerechtigde, bestaande uit diens naam en adres, aan de hand van de informatie waarover zij beschikt, met name ter uitvoering van de in Nederland geldende wettelijke voorschriften waaronder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
|
||||
|
||||
**2.** Voor contractuele betrekkingen die zijn of worden aangegaan op of na 1 januari 2004 of voor transacties die bij het ontbreken van contractuele betrekkingen zijn of worden verricht op of na die datum, bepaalt de in Nederland wonende of gevestigde uitbetalende instantie met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid de identiteit van de in een andere lidstaat wonende uiteindelijk gerechtigde, bestaande uit diens naam, adres, en, indien dat bestaat, diens door de fiscale woonstaat toegekend fiscaal identificatienummer.
|
||||
|
||||
**3.** De identiteit, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op basis van het paspoort of de officiële identiteitskaart van de uiteindelijk gerechtigde. Indien het adres niet is vermeld in het paspoort of in de officiële identiteitskaart, wordt het adres bepaald op basis van enig ander bewijskrachtig document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd. Indien het fiscaal identificatienummer niet is vermeld in het paspoort, in de officiële identiteitskaart of in enig ander bewijskrachtig document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd, wordt diens naam en adres aangevuld met de vermelding van diens geboorteplaats en geboortedatum zoals vermeld in het paspoort of de officiële identiteitskaart.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4h
|
||||
|
||||
**1.** Voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan vóór 1 januari 2004, stelt de in Nederland wonende of gevestigde uitbetalende instantie de woonplaats van de in een andere lidstaat wonende uiteindelijk gerechtigde vast aan de hand van de informatie waarover zij beschikt, met name ter uitvoering van de in Nederland geldende wettelijke voorschriften waaronder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
|
||||
|
||||
**2.** Voor contractuele betrekkingen die zijn of worden aangegaan op of na 1 januari 2004 of voor transacties die bij het ontbreken van contractuele betrekkingen zijn of worden verricht op of na die datum, stelt de in Nederland wonende of gevestigde uitbetalende instantie de woonplaats van de in een andere lidstaat wonende uiteindelijk gerechtigde vast op basis van het adres dat vermeld staat in het paspoort of op de officiële identiteitskaart of, zo nodig, op basis van enig ander door de uiteindelijk gerechtigde overgelegd bewijskrachtig document, volgens de procedure, bedoeld in het volgende lid.
|
||||
|
||||
**3.** Van de natuurlijke persoon die een door een lidstaat uitgereikt paspoort of officiële identiteitskaart overlegt en die verklaart ingezetene te zijn van een niet-lidstaat, wordt de woonplaats vastgesteld op basis van een fiscale woonplaatsverklaring die is afgegeven door de bevoegde autoriteit van de niet-lidstaat waarvan de natuurlijke persoon verklaart ingezetene te zijn. Wordt een verklaring niet overgelegd, dan wordt de natuurlijke persoon geacht zijn woonplaats te hebben in de lidstaat die het paspoort of enig ander officieel identiteitskaart heeft uitgereikt.
|
||||
|
||||
**4.** Behoudens het bepaalde in de vorige leden wordt als woonplaats aangemerkt de plaats waar de uiteindelijk gerechtigde zijn vaste adres heeft.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het derde lid wordt onder bevoegde autoriteit verstaan: de bevoegde autoriteit voor de toepassing van bilaterale of multilaterale belastingverdragen of, bij ontstentenis daarvan, een autoriteit die bevoegd is om een fiscale woonplaatsverklaring af te geven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Renseignering
|
||||
|
||||
### Artikel 4i
|
||||
|
||||
Deze afdeling is van toepassing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen die zijn verricht door:
|
||||
|
||||
a. een in Nederland wonende of gevestigde uitbetalende instantie aan een uiteindelijk gerechtigde die woont in een andere lidstaat;
|
||||
b. een in Nederland wonende of gevestigde marktdeelnemer aan een uitbetalende instantie als bedoeld in artikel 4d die in een andere lidstaat woont of is gevestigd;
|
||||
c. een marktdeelnemer aan een in Nederland gevestigde entiteit die op grond van artikel 4d als uitbetalende instantie wordt aangemerkt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De uitbetalende instantie, bedoeld in artikel 4i, onderdeel a, verstrekt de bevoegde functionaris uiterlijk binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de rentebetaling heeft plaatsgevonden de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde zoals die overeenkomstig de artikelen 4f en 4g zijn vastgesteld;
|
||||
b. de naam en het adres van de uitbetalende instantie;
|
||||
c. het rekeningnummer van de uiteindelijk gerechtigde of, bij het ontbreken daarvan, een eenduidige omschrijving van de rentedragende schuldvordering;
|
||||
d. gegevens over de rentebetaling overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De gegevens die de uitbetalende instantie in ieder geval gehouden is te verstrekken, betreffen, gespecificeerd naar de volgende categorieën rentebetalingen:
|
||||
|
||||
a. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 4a, eerste lid, onderdeel a: het bedrag van de uitbetaalde of bijgeschreven rente;
|
||||
b. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 4b, eerste lid, onderdelen a of c: het bedrag van de rente of de inkomsten als bedoeld in die onderdelen of het totaalbedrag van de opbrengst van de verkoop, terugbetaling of aflossing;
|
||||
c. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 4b, eerste lid, onderdeel b: het bedrag van de inkomsten als bedoeld in dat onderdeel of het totaalbedrag van de uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid worden per uiteindelijk gerechtigde alle daar bedoelde rentebetalingen per categorie binnen één kalenderjaar als één rentebetaling beschouwd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de uitbetalende instantie een entiteit is als bedoeld in artikel 4d, moet deze voorts gegevens verstrekken betreffende:
|
||||
|
||||
a. de in één kalenderjaar aan deze entiteit uitbetaalde rente of bewerkstelligde rentebetaling, bedoeld in artikel 4d, en
|
||||
b. de gedeelten van de uitbetaalde rente of bewerkstelligde rentebetaling die toevallen aan elke participant in deze entiteit, voorzover de participant met inachtneming van artikel 4i, onderdeel a, als uiteindelijk gerechtigde wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de wijze van verstrekking van de in het eerste of vierde lid bedoelde gegevens.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4k
|
||||
|
||||
De marktdeelnemer, bedoeld in artikel 4i, onderdeel b, verstrekt de bevoegde functionaris uiterlijk binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de rentebetaling heeft plaatsgevonden de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de uitbetalende instantie, bedoeld in artikel 4i, onderdeel b, en
|
||||
b. het totale bedrag van de rente dat aan de uitbetalende instantie is uitbetaald of ten gunste van haar is bewerkstelligd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Formele bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4l
|
||||
|
||||
De bevoegde functionaris verstrekt op verzoek van de uiteindelijke gerechtigde aan deze binnen twee maanden bij beschikking een verklaring met daarin de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. naam, adres en burgerservicenummer van de uiteindelijke gerechtigde;
|
||||
b. naam en adres van de uitbetalende instantie;
|
||||
c. rekeningnummer van de uiteindelijke gerechtigde of, bij ontstentenis daarvan, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4m
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de in paragraaf 2 bedoelde renseignering zijn de bepalingen van hoofdstuk VIII, afdeling 2, met uitzondering van artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die ingevolge paragraaf 2 verplicht is tot het verstrekken van gegevens wordt, voor zoveel nodig, aangemerkt als administratieplichtige als bedoeld in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4n
|
||||
|
||||
Op het bezwaar, beroep en beroep in cassatie inzake de op de voet van deze afdeling genomen beschikkingen is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4o
|
||||
|
||||
**1.** Indien degene die ingevolge paragraaf 2 verplicht is tot het verstrekken van gegevens, deze niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekt, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de bevoegde functionaris hem een boete van ten hoogste € 5.278 kan opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar, bedoeld in de artikelen 4j en 4k.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het opleggen van een boete zijn de artikelen 67g, 67pa en 67pb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegde functionaris is belast met het invorderen van een boete, waarbij de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Op het in het eerste lid genoemde bedrag is artikel 67cb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4p
|
||||
|
||||
HOOFDSTUK IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan een verplichting ingevolge deze afdeling, met uitzondering van artikel 4o, vierde lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand
|
||||
|
||||
|
|
@ -379,9 +290,7 @@ Onze Minister kan in overleg met een bevoegde autoriteit gevallen of groepen van
|
|||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegde functionaris verstrekt de in artikel 4j, eerste lid, bedoelde inlichtingen zonder voorafgaand verzoek aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uiteindelijk gerechtigde woont.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegde functionaris verstrekt de in artikel 4k bedoelde inlichtingen zonder voorafgaand verzoek aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitbetalende instantie woont of is gevestigd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6b
|
||||
|
||||
|
|
@ -407,6 +316,41 @@ e. eigendom van en inkomsten uit onroerende zaken.
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen jaarlijks binnen negen maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 6d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt op grond van Richtlijn 2011/16/EU de bevoegde autoriteit van elke lidstaat en de Europese Commissie automatisch de volgende inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken:
|
||||
|
||||
a. de identificatiegegevens van de relevante persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, en in voorkomend geval van de groep personen waartoe deze behoort;
|
||||
b. een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, waaronder een algemene omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, met dien verstande dat die samenvatting niet mag leiden tot de openbaarmaking van:
|
||||
|
||||
1°. een commercieel, industrieel of beroepsgeheim;
|
||||
2°. inlichtingen indien de openbare orde van de Nederlandse staat zich daartegen verzet;
|
||||
c. de datum waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak is afgegeven, gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
|
||||
d. de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, indien vermeld;
|
||||
e. de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, indien vermeld;
|
||||
f. het type grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak;
|
||||
g. het bedrag van de transactie of reeks van transacties waar de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak op ziet, indien dit bedrag in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak is vermeld;
|
||||
h. in het geval van een voorafgaande verrekenprijsafspraak: de beschrijving van de criteria die zijn gebruikt voor de verrekenprijsvaststelling of de verrekenprijs zelf;
|
||||
i. in het geval van een voorafgaande verrekenprijsafspraak: de methode die wordt gebruikt voor de verrekenprijsvaststelling of de verrekenprijs zelf;
|
||||
j. de namen van andere lidstaten, indien van toepassing, waarvoor de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
|
||||
k. de personen, niet zijnde natuurlijke personen, in andere lidstaten, indien van toepassing, voor wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak naar alle waarschijnlijkheid van belang zal zijn en de vermelding met welke lidstaten de betrokken personen in dat geval verbonden zijn;
|
||||
l. de vermelding of de verstrekte inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak zelf, dan wel op het verzoek, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid worden de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, h en k, niet aan de Europese Commissie verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op een voorafgaande grensoverschrijdende ruling ingeval deze uitsluitend betrekking heeft op belastingzaken van een of meer natuurlijke personen.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraken met derde landen indien het verdrag uit hoofde waarvan over de voorafgaande verrekenprijsafspraken is onderhandeld, niet toestaat dat deze verrekenprijsafspraken aan derden worden vrijgegeven. Ingeval de eerste volzin toepassing vindt, worden de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op basis van het verzoek dat tot de bilaterale of multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraak heeft geleid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. ingeval de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak in het eerste halfjaar van een kalenderjaar is afgegeven, gemaakt, gewijzigd of hernieuwd: binnen drie maanden na afloop van dat eerste halfjaar;
|
||||
b. ingeval de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak in het tweede halfjaar van een kalenderjaar is afgegeven, gemaakt, gewijzigd of hernieuwd: binnen drie maanden na afloop van dat kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
|
@ -588,7 +532,7 @@ b. de inlichtingen betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
|
|||
|
||||
**4.** Onze Minister deelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende staat mee op welke gronden hij het verzoek om inlichtingen afwijst.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in de artikelen 6a, 6b en 6c.
|
||||
**5.** Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in de artikelen 6b, 6c en 6d.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -628,7 +572,7 @@ Indien Onze Minister een wederzijdse samenwerking aangaat met de bevoegde autori
|
|||
|
||||
**2.** De verstrekking van inlichtingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, de beantwoording van het verzoek tot betekening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en het verzoek om terugmelding, bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden door middel van een standaardformulier, dat voldoet aan de in of krachtens Richtlijn 2011/16/EU gestelde voorwaarden, en voor zover mogelijk langs elektronische weg gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** De automatische inlichtingenuitwisseling, bedoeld in de artikelen 6b en 6c, wordt door middel van een standaardformulier, dat voldoet aan de in of krachtens Richtlijn 2011/16/EU gestelde voorwaarden, en voor zover mogelijk langs elektronische weg gedaan.
|
||||
**3.** De automatische inlichtingenuitwisseling, bedoeld in de artikelen 6b, 6c en 6d, wordt door middel van een standaardformulier, dat voldoet aan de in of krachtens Richtlijn 2011/16/EU gestelde voorwaarden, en voor zover mogelijk langs elektronische weg gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het standaardformulier, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden, of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -678,7 +622,9 @@ Ingeval een richtlijn of een andere regeling van internationaal of interregionaa
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
De ontvangst van spontaan verkregen inlichtingen wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd.
|
||||
**1.** De ontvangst van spontaan verkregen inlichtingen wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd.
|
||||
|
||||
**2.** De ontvangst van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken als bedoeld in Richtlijn 2011/16/EU wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd indien deze bevoegde autoriteit heeft aangegeven dat deze inlichtingen naar alle waarschijnlijkheid van belang zullen zijn voor Nederland.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue