From ed375fd03c5416972960f3c6b3a569595294c20a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 8 Feb 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-02-08 | BWBR0002393 | Vorderingswet 1962 --- wet/vorderingswet-1962/BWBR0002393/README.md | 12 ++++++------ 1 file changed, 6 insertions(+), 6 deletions(-) diff --git a/wet/vorderingswet-1962/BWBR0002393/README.md b/wet/vorderingswet-1962/BWBR0002393/README.md index 5afbdc19c2b..101a3ace1ae 100644 --- a/wet/vorderingswet-1962/BWBR0002393/README.md +++ b/wet/vorderingswet-1962/BWBR0002393/README.md @@ -51,9 +51,9 @@ De bekendmaking van een beschikking waarbij een Onzer Ministers machtiging verle ### Artikel 5 -**1.** Onze Ministers gaan niet tot vordering over dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. +**1.** Onze Ministers gaan niet tot vordering over dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. -**2.** Alvorens een beslissing omtrent vorderingen te nemen pleegt Onze Minister van Economische Zaken overleg met Onze Ministers, tot wier zorg belangen, die door de vorderingen kunnen worden geraakt, behoren, tenzij de vereiste spoed dit niet toelaat. +**2.** Alvorens een beslissing omtrent vorderingen te nemen pleegt Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie overleg met Onze Ministers, tot wier zorg belangen, die door de vorderingen kunnen worden geraakt, behoren, tenzij de vereiste spoed dit niet toelaat. ### Artikel 6 @@ -88,7 +88,7 @@ b. aan de burgemeester der gemeente, waar de zaak wordt aangetroffen. **3.** Ingeval van vordering van het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van tot een zelfde groep behorende zaken, die bij verscheidene personen aanwezig zijn, kunnen de bekendmaking en de mededeling overeenkomstig het eerste en tweede lid worden vervangen door een algemene bekendmaking de beschikking. De beschikking wordt dan tevens zo spoedig mogelijk in de *Staatscourant* geplaatst. -**4.** Van vorderingsbeschikkingen, die niet door Onze Minister van Economische Zaken zijn vastgesteld, wordt aan deze afschrift gezonden. +**4.** Van vorderingsbeschikkingen, die niet door Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn vastgesteld, wordt aan deze afschrift gezonden. ### Artikel 10 @@ -112,7 +112,7 @@ Ingeval een recht tot gebruik van een zaak is gevorderd, ontstaat dit recht voor **2.** Het bewijsstuk verwijst naar de vorderingsbeschikking en bevat zo nodig de gegevens vereist met betrekking tot de inschrijving van stukken in de betrokken openbare registers, voor zover deze niet in de beschikking staan. Indien de feitelijke mogelijkheid tot uitoefening van het gevorderde recht is verschaft met toepassing van artikel 10, wordt hiervan in het bewijsstuk melding gemaakt. -**3.** Een exemplaar van het bewijsstuk, mede ondertekend door degene, te wiens behoeve de vordering is geschied, wordt, zo mogelijk, verstrekt aan ieder dergenen, aan wie een exemplaar van de vorderingsbeschikking is verstrekt. Van bewijsstukken, die niet door Onze Minister van Economische Zaken zijn opgemaakt, wordt aan deze afschrift gezonden. +**3.** Een exemplaar van het bewijsstuk, mede ondertekend door degene, te wiens behoeve de vordering is geschied, wordt, zo mogelijk, verstrekt aan ieder dergenen, aan wie een exemplaar van de vorderingsbeschikking is verstrekt. Van bewijsstukken, die niet door Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn opgemaakt, wordt aan deze afschrift gezonden. ### Artikel 14 @@ -195,7 +195,7 @@ Een als gevolg van een vordering ontstaan recht tot gebruik van een zaak, dat no **3.** Wij nemen Ons besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, de Raad van State gehoord. -**4.** De voordracht tot vaststelling van een besluit krachtens het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Defensie, tezamen met Onze Minister van Economische Zaken, en de voordracht tot vaststelling van een besluit krachtens het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken, tezamen met Onze Minister van Economische Zaken. Onze Minister van Economische Zaken pleegt, alvorens de voordracht mede te ondertekenen, overleg met Onze Ministers, tot wier zorg belangen, die door de vordering kunnen worden geraakt, behoren. +**4.** De voordracht tot vaststelling van een besluit krachtens het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Defensie, tezamen met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en de voordracht tot vaststelling van een besluit krachtens het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken, tezamen met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie pleegt, alvorens de voordracht mede te ondertekenen, overleg met Onze Ministers, tot wier zorg belangen, die door de vordering kunnen worden geraakt, behoren. **5.** De voordracht wordt niet gedaan dan nadat gebleken is, dat de nodige beschikking over de onroerende zaak niet of niet tijdig bij minnelijke overeenkomst verkregen kan worden. @@ -259,7 +259,7 @@ Dit artikel is niet gepubliceerd. ### Artikel 33 -**1.** Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, daartoe aangewezen ambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. +**1.** Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, daartoe aangewezen ambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. **2.** De artikelen 5:13, 5:15 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.