2018-07-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2018-07-01 12:00:00 +00:00
parent 10639a5c99
commit ed4f14a8b7

View file

@ -19,20 +19,20 @@ citeertitel: Besluit algemene rechtspositie politie
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012;
c. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gelijk wordt gesteld aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012;
d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012;
e. ambtenaar van de rijksrecherche: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012;
f. vakantiewerker: degene die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;
g. AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;
h. vervallen;
i. ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker;
b. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding;
c. *ambtenaar in opleiding:* degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding;
d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gelijk wordt gesteld aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012;
e. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012;
f. ambtenaar van de rijksrecherche: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012;
g. vakantiewerker: degene die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;
h. AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;
i. ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker;
j. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat;
k. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week omvat;
l. bevoegd gezag:
1. Onze Minister voor zover het betreft de korpschef, de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger;
2. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een onderdeel als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;
2. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een onderdeel als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;
3. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche;
m. salaris: hetgeen daaronder in het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan;
n. bezoldiging: hetgeen daaronder in het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan;
@ -61,15 +61,15 @@ bb. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in arti
cc. vervallen;
dd. vervallen;
ee. vervallen;
ff. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan de Politieacademie in het kader van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 onderwijs volgt;
gg. beroepspraktijkvorming: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012;
ff. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant of de ambtenaar in opleiding aan de Politieacademie in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid, aangewezen politieopleiding onderwijs volgt;
gg. beroepspraktijkvorming: de periode of perioden waarin de aspirant of de ambtenaar in opleiding de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid, aangewezen politieopleiding;
hh. functie: het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP;
ii. LFNP: Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie: het door Onze Minister vastgestelde geheel van functiebeschrijvingen, onderverdeeld naar vakgebieden, inclusief de waardering, en de aan het gebouw verbonden en omschreven werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten;
ii. LFNP: Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie: het door Onze Minister vastgestelde geheel van functiebeschrijvingen, onderverdeeld naar de domeinen leiding, uitvoering en ondersteuning, alsmede naar vakgebieden, inclusief de waardering, en de aan het gebouw verbonden en omschreven werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten;
jj. vakgebied: een clustering van in essentie gelijkgerichte activiteiten, resultaten en beoogde effecten op basis van voor dat vakgebied geldende processen;
kk. werkterrein: een verbijzondering van het vakgebied, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld;
ll. aandachtsgebied: een verbijzondering van een werkterrein, dat wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan onderwerpen, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld;
mm. specifieke functionaliteit: een verbijzondering van een vakgebied door direct in operationeel verband toe te passen vereiste expliciete specialistische inzet en inbreng door gebruikmaking van specifieke (hulp)middelen of geweldsmiddelen waarbij uitgesproken specialistische vaardigheden en deskundigheid aan de orde is;
nn. korpschef: korpschef, bedoeld in artikel 27, Politiewet 2012;
nn. vervallen;
oo. OVW punten: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten, zoals deze met toepassing van het functiewaarderingssysteem op grond van artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie, worden vastgesteld;
pp. beroepsincident: een dienstongeval of beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de taakuitoefening van de ambtenaar en waaraan hij zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken;
qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten.
@ -104,23 +104,35 @@ qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
### Artikel 2c
**1.** Aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, kan slechts plaatsvinden na het voltooien van een van de door Onze Minister aangewezen politieopleidingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, tevens plaatsvinden in een functie in een van de door Onze Minister aangewezen vakgebieden in het domein uitvoering, indien de betrokkene enkel een van de door Onze Minister aangewezen politieopleidingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 2°, van de Politiewet 2012 heeft voltooid.
### Artikel 3
**1.** De aspirant wordt gedurende het eerste leerjaar van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 tijdelijk aangesteld voor de duur van één jaar.
**1.** De aspirant wordt gedurende het eerste leerjaar van een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding tijdelijk aangesteld voor de duur van één jaar.
**2.** Indien de aspirant aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, dan wel door middel van vrijstelling door een eerder gevolgde opleiding instroomt in het tweede leerjaar, wordt hij aangesteld in tijdelijke dienst voor maximaal twee jaar bij het volgen van de driejarige of kortere opleiding.
**3.** Na het voltooien van een driejarige politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012, wordt de aspirant aangesteld in vaste dienst als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak tenzij het bevoegd gezag anders beslist.
**3.** Na het voltooien van een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen driejarige politieopleiding, wordt de aspirant aangesteld in vaste dienst als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak tenzij het bevoegd gezag anders beslist.
**4.** Indien de aspirant een vierjarige politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 volgt, wordt hij nadat hij aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, aangesteld in tijdelijke dienst voor twee jaar voor het tweede en derde leerjaar.
**4.** Indien de aspirant een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen vierjarige politieopleiding volgt, wordt hij nadat hij aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, aangesteld in tijdelijke dienst voor twee jaar voor het tweede en derde leerjaar.
**5.** Aan het eind van het derde leerjaar van de aspirant, bedoeld in het vierde lid, wordt de aspirant vast aangesteld als aspirant, tenzij het bevoegd gezag anders beslist. Na het voltooien van een vierjarige politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 wordt de aanstelling gewijzigd in aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
**5.** Aan het eind van het derde leerjaar van de aspirant, bedoeld in het vierde lid, wordt de aspirant vast aangesteld als aspirant, tenzij het bevoegd gezag anders beslist. Na het voltooien van een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen vierjarige politieopleiding wordt de aanstelling gewijzigd in aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
**6.** Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen, van het bepaalde in dit artikel afwijken.
### Artikel 3a
Vervallen
**1.** De ambtenaar in opleiding wordt tijdelijk aangesteld voor een periode overeenkomend met de duur van een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding.
**2.** Na het voltooien van deze politieopleiding wordt de ambtenaar in opleiding tijdelijk aangesteld voor een proeftijd van één jaar als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. De proeftijd kan zo nodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar worden verlengd en zo nodig ambtshalve worden verlengd met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht.
**3.** Zodra de proeftijd verstrijkt, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
**4.** Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen, afwijken van de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, of van het stellen van een proeftijd.
### Artikel 4
@ -163,13 +175,27 @@ b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt;
c. voldoet aan bij regeling van Onze Minister te stellen eisen met betrekking tot het opleidingsniveau, de psychologische keuring en een geneeskundige keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen;
d. voldoet aan overige bij regeling van Onze Minister te stellen eisen.
**2.** Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullen.
**2.**
**3.** Onze Minister kan ten aanzien van de aanstelling als ambtenaar van de rijksrecherche, die is aangesteld voor de politietaak, nadere regels vaststellen over het aantal dienstjaren dat deze ambtenaar werkzaam moet zijn geweest als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
In afwijking van het eerste lid komt voor aanstelling als ambtenaar in opleiding en ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, uitsluitend in aanmerking degene die:
**4.** De betrokkene, die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie.
a. Nederlander is;
b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt;
c. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen met betrekking tot het werk- en denkniveau en een psychologische keuring;
d. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een geneeskundige keuring als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de medische keuringen, indien aan de vervulling van de functie, bedoeld in artikel 2c, tweede lid, bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld;
e. voldoet aan overige bij ministeriële regeling te stellen eisen.
**5.** Een migrerende beroepsbeoefenaar die in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, (afgegeven ten aanzien van de te vervullen functie,) kan worden aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
**3.** Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste of tweede lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullen.
**4.** Onze Minister kan ten aanzien van de aanstelling als ambtenaar van de rijksrecherche, die is aangesteld voor de politietaak, nadere regels vaststellen over het aantal dienstjaren dat deze ambtenaar werkzaam moet zijn geweest als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
**5.** De betrokkene, die op grond van het eerste lid, onderdeel c, of het tweede lid, onderdeel d, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie. Op deze keuring zijn de krachtens het eerste lid, onderdeel c, door Onze Minister onderscheidenlijk tweede lid, onderdeel d, door het bevoegd gezag gestelde eisen van toepassing.
**6.** De betrokkene, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, die bij aanstelling niet is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij plaatsing in een andere functie als bedoeld in artikel 2c, tweede lid, aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien aan de vervulling van die functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Op deze keuring zijn de krachtens het tweede lid, onderdeel d, door het bevoegd gezag gestelde eisen van toepassing.
**7.** De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, volgt een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding uitsluitend, indien hij voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**8.** Een migrerende beroepsbeoefenaar die in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, (afgegeven ten aanzien van de te vervullen functie,) kan worden aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
### Artikel 8
@ -186,7 +212,7 @@ d. voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek
**2.** Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zonodig aanvullen.
**3.** De betrokkene die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie.
**3.** De betrokkene die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie. Op deze keuring zijn de krachtens het eerste lid, onderdeel c, door het bevoegd gezag gestelde eisen van toepassing.
### Artikel 8a
@ -224,7 +250,7 @@ Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van het in de artikelen 8a
**1.**
Voor de aanvaarding van zijn ambt legt de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar van rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak de volgende eed dan wel verklaring en belofte van zuivering af:
Voor de aanvaarding van zijn ambt legt de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar van rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak de volgende eed dan wel verklaring en belofte van zuivering af:
«Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk of onmiddellijk, in welke vorm dan ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd.
@ -232,7 +258,7 @@ Ik zweer (beloof), dat ik, om iets in mijn betrekking te doen of te laten, van n
Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!».
Daarna wordt door de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar van rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak de volgende eed of belofte afgelegd:
Daarna wordt door de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar van rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak de volgende eed of belofte afgelegd:
«Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten van ons land.
@ -278,27 +304,38 @@ Aan de ambtenaar wordt, zo mogelijk voor de aanvaarding van zijn ambt, maar in i
a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar;
b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd, waarbij, indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, bovendien in de akte wordt vermeld of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd en, zo ja, voor hoe lang - of voor onbepaalde tijd en de toepasselijke grond voor aanstelling in tijdelijke dienst;
c. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld, met indien van toepassing één of meerdere werkterreinen, aandachtsgebieden of specifieke functionaliteiten;
d. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied;
e. de datum van ingang van de aanstelling;
f. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld;
g. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een aspirant betreft, het salaris;
h. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en
i. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd;
j. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak;
k. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die termijnen worden vastgesteld.
c. of de aanstelling geschiedt als:
1°. aspirant;
2°. ambtenaar in opleiding;
3°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
4°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
5°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
6°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche;
7°. vakantiewerker;
d. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld, met indien van toepassing één of meerdere werkterreinen, aandachtsgebieden of specifieke functionaliteiten;
e. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied;
f. de datum van ingang van de aanstelling;
g. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld;
h. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een aspirant betreft, het salaris;
i. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en
j. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd;
k. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak;
l. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die termijnen worden vastgesteld.
**2.** Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen als plaats van tewerkstelling zijn aangewezen, wordt in de akte van aanstelling tevens een hoofdplaats van tewerkstelling vermeld.
**3.** Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of van de rijksrecherche en een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan volgens door Onze Minister te stellen criteria de aanspraak op de toelage bezwarende functie, bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie, is verbonden, wordt dit in de akte van aanstelling vermeld. Het bevoegd gezag wijst de in de eerste zin bedoelde functies aan in overeenstemming met bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
**4.** Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn.
**4.** Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling vermeld dat hij generiek inzetbaar is. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling het vakgebied waarvan diens functie onderdeel uitmaakt en, indien van toepassing, het werkterrein vermeld alsmede dat de ambtenaar specifiek inzetbaar is.
**5.** Indien de aanstelling afloopt voor het einde van de termijn van een maand vanaf het begin van het dienstverband, moeten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk bij het aflopen van de aanstelling worden verstrekt.
**5.** Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn.
**6.** Wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar binnen een maand schriftelijk medegedeeld, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.
**6.** Indien de aanstelling afloopt voor het einde van de termijn van een maand vanaf het begin van het dienstverband, moeten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk bij het aflopen van de aanstelling worden verstrekt.
**7.**
**7.** Wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar binnen een maand schriftelijk medegedeeld, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.
**8.**
De akte van aanstelling van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, vermeldt ook:
@ -410,6 +447,8 @@ Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de a
**4.** De aanstelling van de aspirant, bedoeld in artikel 3, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 37,8 uur per week.
**5.** De aanstelling van de ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week.
### Artikel 13a
**1.**
@ -445,7 +484,7 @@ Vervallen
### Artikel 14
**1.** De Politieacademie roostert voor de aspirant gedurende een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 172,8 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd.
**1.** De Politieacademie roostert voor de aspirant gedurende een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding 172,8 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd.
**2.** De aspirant met een andere betrekking dan een volledige betrekking, heeft recht op een evenredig aantal vakantie-uren.
@ -662,7 +701,7 @@ a. voor zover het betreft vergaderingen van verenigingen van ambtenaren als best
b. voor zover het betreft vergaderingen van centrale organisaties waarbij verenigingen van ambtenaren zijn aangesloten, als bestuurslid van die centrale organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren;
c. voor zover het betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie, als bestuurslid van deze organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren.
**2.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt tot ten hoogste 208 uren per jaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend aan de ambtenaar die door een bond, vereniging of centrale als bedoeld in artikel 2, tweede lid, 22ab, eerste lid en vijfde lid, dan wel door een bond, vereniging of centrale waarmee ingevolge artikel 22a overleg wordt gepleegd van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn bond, vereniging of centrale dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die ertoe strekken de doelstellingen van zijn bond, vereniging of centrale te ondersteunen. Onder de activiteiten, bedoeld in de vorige zin, worden mede begrepen activiteiten met het oog op individuele belangenbehartiging.
**2.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt tot ten hoogste 208 uren per jaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend aan de ambtenaar die door een bond, vereniging of centrale als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn bond, vereniging of centrale dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die ertoe strekken de doelstellingen van zijn bond, vereniging of centrale te ondersteunen. Onder de activiteiten, bedoeld in de vorige zin, worden mede begrepen activiteiten met het oog op individuele belangenbehartiging.
**3.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend voor het deelnemen aan een cursus op uitnodiging van een organisatie van ambtenaren als bedoeld in het tweede lid, met dien verstande dat dit verlof ten hoogste 48 uren per twee jaar bedraagt.
@ -670,11 +709,9 @@ c. voor zover het betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganis
**5.** Het verlof, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt slechts verleend aan ambtenaren die lid zijn van de in het tweede lid bedoelde organisaties.
**6.** Tenzij zwaarwegende belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van de commissies, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, alsmede voor vergaderingen van de werkgroepen, bedoeld in artikel 22ah van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994. Dit geldt eveneens voor één voorvergadering per in de eerste volzin bedoelde vergadering.
**6.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt de ingevolge dit artikel geldende aanspraak op verlof vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking.
**7.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt de ingevolge dit artikel geldende aanspraak op verlof vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking.
**8.** Dit artikel is van toepassing voor zover artikel 35a geen toepassing heeft gevonden.
**7.** Dit artikel is van toepassing voor zover artikel 35a geen toepassing heeft gevonden.
### Artikel 35a
@ -832,7 +869,7 @@ f. om te beoordelen of de ambtenaar die de functie heeft van vlieger bij een lan
g. om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 94, derde of vierde lid;
h. om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, zijn arbeid mag hervatten;
i. voor zover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting;
j. indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundige keuring is vereist als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c.
j. indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundige keuring is vereist als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel d, vijfde of zesde lid, of artikel 8, eerste lid, onderdeel c, of derde lid.
**2.** Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet dan wel een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wanneer blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld, indien hem andere passende arbeid kan worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij aangemerkt als ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie van toepassing is.
@ -1307,9 +1344,9 @@ Onverminderd het bepaalde over de toekenning van een vertrekstimuleringspremie d
### Artikel 56
**1.** De verstrekking van uniformkleding aan de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van uniformkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van uniformkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van uniformkleding regels vaststellen.
**1.** De verstrekking van uniformkleding aan de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van uniformkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van uniformkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van uniformkleding regels vaststellen.
**2.** De verstrekking van dienstkleding aan de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de bijzondere ambtenaar van politie en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van dienstkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van dienstkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van dienstkleding regels vaststellen.
**2.** De verstrekking van dienstkleding aan de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die door het bevoegd gezag is aangewezen, geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van dienstkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van dienstkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van dienstkleding regels vaststellen.
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is verplicht het uniform en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit voor hem voorgeschreven is.
@ -1333,7 +1370,13 @@ Onverminderd het bepaalde over de toekenning van een vertrekstimuleringspremie d
### Artikel 59
De aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit, of de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, die opsporingsbevoegdheid bezit kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen, waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist.
De aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit, of de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, die opsporingsbevoegdheid bezit kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen, waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist.
### Artikel 59a
**1.** De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, onthoudt zich van werkzaamheden buiten het vakgebied waarvan diens functie als bedoeld in dat lid onderdeel uitmaakt, onverminderd nadere opleidings- en certificeringseisen.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de periode of perioden waarin de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, de politietaak bij een eenheid uitvoert in het kader van een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding, met het oog op een aanstelling in een andere functie dan bedoeld in artikel 2c, tweede lid.
### Artikel 60
@ -1580,7 +1623,7 @@ h. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van de
i. plaatsing in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt;
j. ontslag.
**2.** Aan aspiranten kan tevens worden opgelegd de straf van verwijdering voor ten hoogste veertien dagen van de instelling waar de aspirant zijn opleiding geniet, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd op de dagen waarop de opleidingsresultaten van de aspiranten volgens de ter zake vastgestelde regels worden getoetst of beoordeeld.
**2.** Aan aspiranten en ambtenaren in opleiding kan tevens worden opgelegd de straf van verwijdering voor ten hoogste veertien dagen van de instelling waar de aspirant of de ambtenaar in opleiding zijn opleiding geniet, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd op de dagen waarop de opleidingsresultaten van de aspiranten of de ambtenaren in opleiding volgens de ter zake vastgestelde regels worden getoetst of beoordeeld.
**3.** Onverminderd het vierde lid, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, opgelegd door het bevoegd gezag.
@ -1680,7 +1723,7 @@ a. indien wordt overwogen de ambtenaar een straf als bedoeld in artikel 77 op te
b. indien het belang van de dienst dit vereist, met dien verstande dat de termijn van drie maanden, bedoeld in het tweede lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de ambtenaar rekening wordt gehouden, of
c. op aanvraag van de ambtenaar.
**5.** Indien een ontslag op aanvraag wordt verleend aan een aspirant, gaat dit ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in.
**5.** Indien een ontslag op aanvraag wordt verleend aan een aspirant of een ambtenaar in opleiding, gaat dit ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in.
**6.** Het ontslag op aanvraag van de ambtenaar wordt eervol verleend.
@ -1737,15 +1780,26 @@ Vervallen
**2.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken.
**3.**
**3.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met een proeftijd als bedoeld in artikel 3a, tweede lid, die tegen het einde van de proeftijd niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken.
Aan de aspirant die gedurende een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van:
**4.**
Eervol ontslag kan worden verleend bij gebleken niet geschiktheid die voor de dienst wordt vereist aan:
a. de aspirant, gedurende een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding;
b. de ambtenaar in opleiding, gedurende een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding;
c. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gedurende de proeftijd, bedoeld in artikel 3a, tweede lid;
d. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, gedurende de proeftijd, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.
**5.**
Bij het ontslag, bedoeld in het vierde lid, wordt een opzeggingstermijn in acht genomen van:
a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest;
b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of
b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest, of
c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest.
**4.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantieuitkering, berekend op voet van hoofdstuk 6 van het Besluit bezoldiging politie.
**6.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantieuitkering, berekend op voet van hoofdstuk 6 van het Besluit bezoldiging politie.
### Artikel 90
@ -1977,11 +2031,23 @@ b. met 100% van 7,2 uur in 2009 tot en met 2011 en met 85% van 7,2 uur in 2012 e
**4.** De artikelen 55aa en 55aaa, zoals die luiden met ingang van 1 juni 2016, zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 99l
**1.** Degene die uiterlijk op 30 juni 2019 is aangesteld als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, is geplaatst op een functie in een vakgebied dat met ingang van inwerkingtreding van dit artikel krachtens artikel 2c, tweede lid, is aangewezen en tevens buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is, wordt voor de toepassing van de artikelen 2c, 7, tweede, vijfde, zesde en zevende lid, 10, vierde lid, en 59a geacht een politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, tweede lid, te hebben voltooid.
**2.** Op de aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met toepassing van artikel 2c, tweede lid, van degene als bedoeld in het eerste lid blijft artikel 7, tweede lid, onderdelen c, d en e, buiten toepassing.
### Artikel 99m
De vermelding van de aanstelling, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, de inzetbaarheid, bedoeld in artikel 10, vierde lid, of het vakgebied, bedoeld in artikel 10, vierde lid, tweede volzin, wordt de ambtenaar die uiterlijk op 30 juni 2018 is aangesteld eerst medegedeeld, indien sprake is van een wijziging van een ander in artikel 10, eerste lid, bedoeld gegeven, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.
### Artikel 100
**1.** De artikelen 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 15 tot en met 22, 24, 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming.
**1.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 15 tot en met 22, 24, 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming.
**2.** De artikelen 13, 15 tot en met 28, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing.
**2.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, vierde tot en achttiende lid, 12a, 25, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 64a, 71 en 72 zijn op de ambtenaar in opleiding niet van toepassing.
**3.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 13, 15 tot en met 28, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing.
### Artikel 101