diff --git a/wet/wet-financiering-politieke-partijen/BWBR0033004/README.md b/wet/wet-financiering-politieke-partijen/BWBR0033004/README.md index 8e7ed3f16ff..4758e7a5c9e 100644 --- a/wet/wet-financiering-politieke-partijen/BWBR0033004/README.md +++ b/wet/wet-financiering-politieke-partijen/BWBR0033004/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet financiering politieke partijen bwb_id: BWBR0033004 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2013-05-01' +datum_inwerkingtreding: '2022-10-19' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0033004 citeertitel: Wet financiering politieke partijen --- @@ -78,6 +78,10 @@ d. instemming van haar leden heeft om te worden aangemerkt als lid van de politi ### Paragraaf 2. De subsidie +### Artikel 6a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 7 **1.** Onze Minister verstrekt na een daartoe strekkende aanvraag subsidie aan een politieke partij indien die partij op de peildatum beschikt over 1 000 leden die vergader- en stemrechten hebben in de politieke partij en elk per jaar minimaal € 12 contributie betalen. Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene. @@ -104,7 +108,7 @@ i. activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes. De subsidie bedraagt ten hoogste de som van de volgende bedragen: -a. een basisbedrag van € 194.012, per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 56.273 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 2.124.322 gedeeld door het totale aantal leden van de politieke partijen die op de peildatum subsidie ontvangen; +a. een basisbedrag van € 316.823, per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 93.574 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 3.412.190 gedeeld door het totale aantal leden van de politieke partijen die op de peildatum subsidie ontvangen; b. indien de politieke partij op de peildatum een politiek-wetenschappelijk instituut heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 2, een basisbedrag van € 136.262 en een bedrag van € 14.006 per kamerzetel van de politieke partij; c. indien de politieke partij op de peildatum een politieke jongerenorganisatie heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 3, een bedrag per kamerzetel van de politieke partij en een bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie, berekend overeenkomstig het tweede lid; d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 4, een basisbedrag en een bedrag per kamerzetel van de politieke partij, berekend overeenkomstig het derde lid. @@ -245,6 +249,10 @@ b. de hoogte van de schuld. **4.** Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de op grond van het derde lid te registreren gegevens. +### Artikel 21a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 22 **1.** Als waarde van een bijdrage in natura geldt het verschil tussen de gebruikelijke waarde van het geleverde in het economisch verkeer en de waarde van de tegenprestatie. @@ -259,6 +267,10 @@ b. de hoogte van de schuld. **2.** Een op grond van het eerste lid overgemaakte geldelijke bijdrage of tegenwaarde van een bijdrage in natura komt toe aan de Staat. +### Artikel 23a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 24 De artikelen 20 tot en met 23 zijn niet van toepassing op afdelingen van een politieke partij. @@ -284,6 +296,10 @@ d. de schriftelijke verklaring van de accountant, bedoeld in het derde lid. **6.** Op de bij Onze Minister berustende informatie inzake bijdragen aan politieke partijen is de Wet open overheid niet van toepassing. +### Artikel 25a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 26 Indien aan een politieke partij subsidie is verstrekt, geldt dat: @@ -322,6 +338,10 @@ b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond va **3.** Onze Minister maakt het overzicht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de zevende dag voor de dag van de stemming, openbaar. Onze Minister maakt het overzicht openbaar, in ieder geval door publicatie in de Staatscourant. Van de gegevens over het adres van een natuurlijke persoon, wordt uitsluitend de woonplaats openbaar gemaakt. Op verzoek van een politieke partij blijft in het overzicht, genoemd in het eerste lid, onder a, openbaarmaking van de gegevens over de naam en de woonplaats van de gever, zijnde een natuurlijke persoon, achterwege, indien dit naar het oordeel van Onze Minister gelet op het belang van de veiligheid van die persoon is aangewezen. Artikel 25, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 28a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 29 **1.** Indien een kandidaat geplaatst op een kandidatenlijst van een politieke partij die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van een gever in een kalenderjaar bijdragen heeft ontvangen van in totaal € 4 500 of meer, verstrekt de partij tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister een overzicht van deze bijdragen, met daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid. Op bijdragen aan een kandidaat is artikel 23 van overeenkomstige toepassing. @@ -336,6 +356,12 @@ b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond va **6.** Indien dit artikel een deel van het kalenderjaar op een kandidaat van toepassing is, geldt het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar rato. +### Artikel 29a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Paragraaf 3a. Maximering gecombineerde bijdragen + ### Paragraaf 4. Verbrede toepassing ### Artikel 30 @@ -375,6 +401,10 @@ b. de schulden van € 25 000 of meer, met daarbij de gegevens die op grond va **5.** Indien dit artikel een deel van het kalenderjaar op een kandidaat van toepassing is, geldt het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar rato. +### Artikel 32a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 33 **1.** Indien een fractie van een politieke partij in de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt gesplitst en de nieuwe fractie die als gevolg hiervan is ontstaan, blijkens de in artikel 16, eerste lid, bedoelde gezamenlijke verklaring, met een vereniging als bedoeld in dat artikel is verbonden, zijn op deze vereniging als politieke partij met ingang van het eerste kalenderjaar na het jaar waarin de splitsing heeft plaatsgevonden, de paragrafen 3, 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.