2011-04-01 | BWBR0029156 | Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006

This commit is contained in:
Coornhert 2011-04-01 12:00:00 +00:00
parent c7856b0299
commit edb1ad7af6

View file

@ -0,0 +1,139 @@
---
titel: Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006
bwb_id: BWBR0029156
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2011-04-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0029156
citeertitel: Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006
---
# Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006
### Artikel 1
De bevoegdheid bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 4 tot en met 6, 23, 24 en 31 van Verordening (EG) 73/2009, de artikelen 47 en 70 tot en met 72 van Verordening (EG) nr. 1122/2009, alsmede de artikelen 3 en 4 van de Regeling GLB-inkomensteun 2006.
### Artikel 2
De korting die wordt opgelegd naar aanleiding van een niet-naleving van een randvoorwaarde zoals bedoeld in bijlage I en bijlage II van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 bedraagt 3%.
### Artikel 3
**1.** Gelet op de beoordeling van de niet-naleving van de norm aan de hand van de omvang, de ernst en het al dan niet permanente karakter besluit de minister in afwijking van artikel 2 dat sprake is van een niet-naleving van gering belang zoals bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bij de niet-naleving van de in het tweede lid bedoelde randvoorwaarden voor zover de niet-naleving onmiddellijk of binnen de aan de landbouwer door de controleambtenaar mede te delen periode aantoonbaar is hersteld.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde randvoorwaarden betreffen:
a. artikel 9 juncto artikel 31, eerste lid, van de Flora- en faunawet, voor zover de niet-naleving geschiedt terwijl de gedragscode is nageleefd;
b. artikel 28 juncto artikel 27, 29 en 30 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet juncto artikel 36 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
c. artikel 2, eerste tot en met vijfde lid, juncto artikel 4 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover de houder de varkens hobbymatig houdt;
d. artikel 31, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, eerste tot en met zesde gedachtestreepje, en derde lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het register onvolledig is of, voor zover de houder de varkens hobbymatig houdt, het register ontbreekt;
e. artikel 2, eerste en tot met vierde lid, juncto artikel 4 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover de houder de runderen hobbymatig houdt;
f. artikel 8, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren juncto artikel 4, eerste tot en met derde lid, van Verordening (EG) 1760/2000, in het geval van oormerkverlies dat maximaal 5 runderen of 15 procent van de runderen betreft waarbij in het geval van verlies van beide merken bij een rund het desbetreffende rund identificeerbaar is;
g. artikel 7, eerste lid, van Verordening (EG) 1760/2000, juncto artikel 19, eerste lid, tot en met Verordening (EG) 1760/2000, en tweede tot en met vijfde lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het bedrijfsregister onvolledig is bijgehouden waarbij tot 15% van de aanwezige dieren of het aantal van maximaal 5 dieren niet of onjuist is vermeld;
h. artikel 7, eerste lid, tweede gedachtestreepje, van Verordening (EG) 1760/2000, voor zover maximaal 3 mutaties niet zijn gemeld.
i. artikel 2, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, juncto artikel 4 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, in het geval van een hobbyhouder;
j. artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) 21/2004 juncto artikel 4 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, in het geval van verlies van één merk dat maximaal 5 schapen of geiten of 15% van de schapen of geiten betreft;
k. de artikelen 38d en 38e van de Regeling identificatie en registratie van dieren, in het geval van een hobbyhouder dan wel voor zover maximaal 3 mutaties niet zijn gemeld;
l. artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor zover het niet toegelaten middel in kleine hoeveelheden aanwezig is en er geen vermoeden bestaat dat het middel bedoeld is voor gebruik dan wel dat het middel nog wordt gebruikt;
m. artikel 22 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor zover het gebruiksvoorschrift recentelijk is gewijzigd;
n. artikel 26, eerste en tweede lid, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
o. artikel 2 Kaderwet diervoerders juncto de artikelen 15, 17, eerste lid, en 20 van Verordening (EG) nr. 178/2002, voor zover het diervoeder licht is verontreinigd met een minder gevaarlijke stof;
p. artikel 13 van de Regeling diervoeders 2010 juncto artikel 5, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel I, onder 4e en 4g van Verordening (EG) nr. 183/2005, voor zover er geen direct risico op verontreiniging van diervoeders ontstaat;
q. artikel 13 van de Regeling diervoeders 2010 juncto artikel 5, eerste lid en Bijlage I, deel A, onderdeel II, onder 2a, 2b, en 2e van Verordening (EG) nr. 183/2005;
r. artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen juncto artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 8a, 8d en 8e van Verordening (EG) nr. 852/2004;
s. artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen juncto artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 9a en 9c van Verordening (EG) nr. 852/2004;
t. artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet juncto artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 8b van Verordening (EG) nr. 852/2004, juncto artikel 96 van de Diergeneesmiddelenregeling, voor zover het register onvolledig is bijgehouden;
u. artikel 4 juncto Bijlage 1 onder 8 van Richtlijn 2008/119/EG, voor zover de niet-naleving door een melkveehouder plaatsvindt en bij onmiddellijk herstel;
v. artikel 7 Kalverenbesluit, voor zover de niet-naleving door een melkveehouder plaatsvindt, bij een klein aantal kalveren en bij onmiddellijk herstel;
w. artikel 9 Kalverenbesluit, voor zover sprake is van incidenteel te weinig licht dat onmiddellijk wordt hersteld;
x. artikel 9, tweede en derde lid, van het Varkensbesluit, voor zover het materiaal incidenteel ontbreekt en dit onmiddellijk wordt hersteld.
y. artikel 10, eerste lid, van het Varkensbesluit, voor zover sprake is van incidenteel te weinig licht dat onmiddellijk wordt hersteld;
z. artikel 6, eerste lid, Besluit welzijn productiedieren, voor zover het register onvolledig is bijgehouden en dit onmiddellijk hersteld wordt;
aa. Bijlage II, paragraaf 5, van de Regeling GLB inkomenssteun 2006, voor zover sprake is van geringe verstruiking, en
bb. Bijlage II, paragraaf 6, van de regeling GLB Inkomenssteun 2006.
### Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 70, zesde lid, en artikel 71, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 wordt de goede landbouw- en milieuconditie naast gezondheid, milieu en dierenwelzijn beschouwd als terrein van de randvoorwaarden.
### Artikel 5
**1.**
Opzet wordt in ieder geval beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. in de omschrijving van de betrokken randvoorwaarde wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd;
b. de mate van complexiteit van de randvoorwaarde;
c. de aanwezigheid van langdurig bestendig beleid;
d. de niet-naleving veronderstelt een actieve handeling dan wel het bewust nalaten van een handeling;
e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de randvoorwaarde, en
f. de mate waarin de randvoorwaarde niet wordt nageleefd.
**2.**
De niet-nalevingen van de volgende randvoorwaarden zijn in ieder geval opzettelijk:
a. artikel 9 juncto artikel 31, eerste lid, Flora- en faunawet, voor wat betreft het vangen van beschermde inheemse vogels.
b. artikel 10 juncto artikel 31, tweede lid, Flora- en faunawet;
c. artikel 4, artikel 4b en artikel 5 Besluit gebruik meststoffen;
d. artikel 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor wat betreft het gebruik van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel;
e. artikel 2, eerste lid, Diergeneesmiddelenwet;
f. artikel 44 Diergeneesmiddelenwet juncto artikel 82 Diergeneesmiddelenregeling;
g. artikel 46 Diergeneesmiddelenwet juncto artikel 81, eerste lid, Diergeneesmiddelenregeling;
h. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten;
i. artikel 2, eerst lid, onderdeel a, van de Verordening PVV Verbod op gebruik van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede bèta-agonisten 1997;
j. artikel 4 juncto Bijlage 1 onder 8 van Richtlijn 2008/119/EG;
k. artikel 3 Kalverenbesluit, en
l. artikel 3, eerste lid, Varkensbesluit.
### Artikel 5a
Ingevolge artikel 21a, vierde lid, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt een perceel landbouwgrond niet voor de uitvoering van de landbouw gebruikt of beschikbaar gehouden indien:
a. het perceel een recreatieve functie kent, blijkend uit het feit dat het perceel wordt betreden of gebruikt ten behoeve van vrijetijdsbesteding, zoals:
1. parken;
2. speelweides;
3. sportvelden, zoals voetbalvelden of golfbanen;
4. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobbys;
5. kampeerterreinen;
6. moestuinen;
7. siertuinen, zoals bloemen- en kruidentuinen;
8. gazons;
9. erven, inclusief opslagplaatsen, smalle stroken langs gebouwen of kassen;
10. springweides;
11. paardenbakken;
12. dressuurplaatsen;
13. uitloopbakken;
14. geitenweides;
15. kinderboerderijen;
b. het perceel hoofdzakelijk een verkeerskundige of infrastructurele functie kent, zoals:
1. bermen langs geasfalteerde of verharde doorgaande wegen;
2. bermen langs parkeerterreinen of toegangspaden;
3. onverharde, maar permanente paden;
4. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
c. het perceel een bovenste bodemlaag heeft die vanwege in Nederland gebruikelijke natuurlijke omstandigheden zoals getijde, neerslag, of grondwaterstand, onbruikbaar zijn voor de landbouw zoals:
1. slikken,
2. schorren,
3. kwelders, tenzij deze beteelbaar of beweidbaar zijn in de aaneengesloten periode tussen 31 mei en 31 augustus.
### Artikel 6
**1.** De Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB worden ingetrokken.
**2.** In afwijking van het eerste lid blijven de beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, van toepassing op niet-nalevingen die voor 1 januari 2011 zijn geconstateerd.
**3.** De verwijzingen in de Beleidsregels verlagen subsidie POP2 naar de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB of naar de bijlage bij de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden worden gelezen als verwijzing naar onderhavige beleidsregels.
### Artikel 7
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 april 2011.
### Artikel 8
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006.