2017-01-20 | BWBR0027936 | Vennootschapsbelasting, deelnemingsvrijstelling; standpunten over de toepassing van de artikelen 13 e.v. van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
This commit is contained in:
parent
3ab50a4e8b
commit
edfe7b3adb
1 changed files with 12 additions and 12 deletions
|
|
@ -12,11 +12,11 @@ citeertitel: Vennootschapsbelasting, deelnemingsvrijstelling; standpunten over d
|
|||
|
||||
# Vennootschapsbelasting, deelnemingsvrijstelling; standpunten over de toepassing van de artikelen 13 e.v. van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
|
||||
|
||||
*In dit besluit is het beleid opgenomen over de deelnemingsvrijstelling (artikelen 13 e.v. van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969). Dit besluit is een actualisering van het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M.*
|
||||
*In dit besluit is het beleid opgenomen over de deelnemingsvrijstelling (artikelen 13 e.v. van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969). Dit besluit is een actualisering van het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M.*
|
||||
|
||||
## . Inleiding
|
||||
|
||||
*Door de op 1 januari 2010 in werking getreden wet Overige fiscale maatregelen 2010 heeft een aantal standpunten dat was opgenomen in het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M vanaf 2010 zijn belang verloren. Uiteraard blijven deze standpunten wel gelden tot 1 januari 2010. In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen die betrekking hebben op Overige fiscale maatregelen 2010. Een aantal standpunten is mede ontleend aan de parlementaire behandeling van deze wet: zie de standpunten 1.9.1.,1.11.1.1. en 1.12.1.3.*
|
||||
*Door de op 1 januari 2010 in werking getreden wet Overige fiscale maatregelen 2010 heeft een aantal standpunten dat was opgenomen in het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M vanaf 2010 zijn belang verloren. Uiteraard blijven deze standpunten wel gelden tot 1 januari 2010. In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen die betrekking hebben op Overige fiscale maatregelen 2010. Een aantal standpunten is mede ontleend aan de parlementaire behandeling van deze wet: zie de standpunten 1.9.1.,1.11.1.1. en 1.12.1.3.*
|
||||
|
||||
*De standpunten 1.11.1.1. (Group relief regeling), 1.11.1.2. (Dormant company) en 1.11.1.5. (Samenhang met voorkoming van dubbele belasting) zijn aangevuld.*
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,7 +82,7 @@ Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden:
|
|||
|
||||
Aan de eerste voorwaarde zal in de regel zijn voldaan in het geval van een onderlinge waarborgmaatschappij. Het verzekeren op coöperatieve grondslag kan immers niet in de rechtsvorm van een coöperatie, maar slechts in die van onderlinge waarborgmaatschappij.
|
||||
|
||||
Op een belang in een vereniging dan wel een onderlinge waarborgmaatschappij waarop door de besluiten van 7 juli 1992, nr. DB92/3335 en van 7 november 1997, nr. DB97/3989, tot aan het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M, de deelnemingsvrijstelling van toepassing was, vindt het bepaalde in artikel VIIId Overgangsrecht Wet werken aan winst (Stb. 2006, 631) overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat op zo’n belang tot 1 januari 2010 de deelnemingsvrijstelling van toepassing blijft, ondanks het feit dat wellicht niet aan de voorwaarden uit het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M, is voldaan.
|
||||
Op een belang in een vereniging dan wel een onderlinge waarborgmaatschappij waarop door de besluiten van 7 juli 1992, nr. DB92/3335 en van 7 november 1997, nr. DB97/3989, tot aan het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M, de deelnemingsvrijstelling van toepassing was, vindt het bepaalde in artikel VIIId Overgangsrecht Wet werken aan winst (Stb. 2006, 631) overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat op zo’n belang tot 1 januari 2010 de deelnemingsvrijstelling van toepassing blijft, ondanks het feit dat wellicht niet aan de voorwaarden uit het besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M, is voldaan.
|
||||
|
||||
### 1.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,9 +128,9 @@ Voorts brengt dit met zich dat een belastingplichtige die zowel een optierecht h
|
|||
|
||||
Met ingang van 1 januari 2010 is de nieuwe regeling voor beleggingsdeelnemingen in werking getreden. Hierbij geldt dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op een beleggingsdeelneming, tenzij er sprake is van een kwalificerende beleggingsdeelneming.
|
||||
|
||||
#### 1.9.1. Atr afgegeven onder de regeling zoals die gold tot 1 januari 2010. goedkeuring
|
||||
#### 1.9.1. Atr afgegeven onder de regeling zoals die gold tot 1 januari 2010. goedkeuring
|
||||
|
||||
Onder het tot 1 januari 2010 geldende deelnemingsvrijstellingregime kunnen ATR’s (advance tax rulings) zijn afgegeven, waarin zekerheid is gegeven over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en eventueel ook over andere fiscale aspecten. Na inwerkingtreding van het nieuwe deelnemingsvrijstellingregime op 1 januari 2010 eindigt de ATR, omdat sprake is van een relevante wetswijziging. Gelet op de strekking van het nieuwe regime, nl. een versoepeling van het regime voor de deelnemingsvrijstelling, is het evenwel niet aannemelijk dat als onder de oude regime de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, deze niet meer van toepassing is onder het nieuwe regime.
|
||||
Onder het tot 1 januari 2010 geldende deelnemingsvrijstellingregime kunnen ATR’s (advance tax rulings) zijn afgegeven, waarin zekerheid is gegeven over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en eventueel ook over andere fiscale aspecten. Na inwerkingtreding van het nieuwe deelnemingsvrijstellingregime op 1 januari 2010 eindigt de ATR, omdat sprake is van een relevante wetswijziging. Gelet op de strekking van het nieuwe regime, nl. een versoepeling van het regime voor de deelnemingsvrijstelling, is het evenwel niet aannemelijk dat als onder de oude regime de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, deze niet meer van toepassing is onder het nieuwe regime.
|
||||
|
||||
Hoewel bedoelde ATR’s waarin zekerheid is gegeven over de toepassing van de tot 1 januari 2010 geldende deelnemingsvrijstelling (en eventueel ook over andere fiscale aspecten) formeel worden beëindigd, keur ik echter goed dat deze van toepassing blijven gedurende de nog resterende looptijd van de ATR. Het is dus niet nodig om na inwerkingtreding van het nieuwe regime een nieuw verzoek hierover in de dienen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +153,7 @@ Een deelneming wordt als kwalificerende beleggingsdeelneming aangemerkt indien:
|
|||
|
||||
Tijdens de parlementaire behandeling van ‘Werken aan winst’ is het volgende aangegeven over de invloed van een group relief regeling op de zinsnede ‘is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een heffing van ten minste 10% over een naar Nederlandse maatstaven bepaalde winst’ (de onderworpenheidstoets van artikel 13, tiende lid, Wet Vpb zoals die bepaling luidde tot 1-1-2010). De overdracht aan een beleggingsdochter (A) van verlies van een andere, in datzelfde land gevestigde, vennootschap (B) op grond van een group relief regeling blijft buiten beschouwing bij de bepaling van de effectieve belastingdruk op het niveau van de beleggingsdochter A (TK 2005–2006, 30572, nr. 8, blz. 35 en EK, 2006–2007, 30572, nr. C, blz. 15).
|
||||
|
||||
Aan de onderworpenheidstoets (vanaf 1 januari 2010 opgenomen in artikel 13, elfde lid, onderdeel a, Wet Vpb) is tijdens de parlementaire behandeling van Overige fiscale maatregelen 2010 een andere invulling gegeven. Zo is ten aanzien van consolidatiesystemen opgemerkt, dat verschillen in fiscale consolidatie en andere mogelijkheden voor winst- of verliesoverdracht die afwijken van de Nederlandse fiscale eenheid niet in de weg staan aan voldoende onderworpenheid, tenzij als gevolg van de consolidatie of winst- of verliesoverdracht (group relief) niet of onvoldoende belasting zou worden geheven, wat wordt veroorzaakt door een stelselafwijking.
|
||||
Aan de onderworpenheidstoets (vanaf 1 januari 2010 opgenomen in artikel 13, elfde lid, onderdeel a, Wet Vpb) is tijdens de parlementaire behandeling van Overige fiscale maatregelen 2010 een andere invulling gegeven. Zo is ten aanzien van consolidatiesystemen opgemerkt, dat verschillen in fiscale consolidatie en andere mogelijkheden voor winst- of verliesoverdracht die afwijken van de Nederlandse fiscale eenheid niet in de weg staan aan voldoende onderworpenheid, tenzij als gevolg van de consolidatie of winst- of verliesoverdracht (group relief) niet of onvoldoende belasting zou worden geheven, wat wordt veroorzaakt door een stelselafwijking.
|
||||
|
||||
Dochtervennootschap A belegt en is onderworpen aan een winstbelasting met een tarief van meer dan 10% zonder stelselafwijking. A is dan voldoende onderworpen. Dochtervennootschap B maakt wel gebruik van een stelselafwijking. Als een fiscaal verlies van B dat is ontstaan door de stelselafwijking, door middel van consolidatie of verliesoverdracht wordt afgezet tegen de beleggingswinst van A, is A onvoldoende onderworpen (vergelijk TK 32129, nr. 3, blz. 63 en nr. 8, blz. 35).
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,7 +165,7 @@ Naar Brits recht bestaan zogenoemde ‘dormant companies’ (niet actieve vennoo
|
|||
|
||||
Ik keur met toepassing van artikel 63 AWR goed dat het niet in de heffing betrekken van de rentebate bij de schuldeiser op zich niet leidt tot onvoldoende onderworpenheid bij de schuldeiser. Uitgangspunt hierbij is dat de transactie plaatsvindt tussen vennootschappen die in hetzelfde land zijn gevestigd en onder goedkeuring van de fiscus van dat land. De goedkeuring geldt slechts indien het vennootschappen betreft die overigens, zonder de regeling van de ‘dormant companies’, zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.
|
||||
|
||||
In aanvulling op het vorenstaande merk ik nog het volgende op. Naar mijn mening is geen sprake van een hardheid als bedoeld in artikel 63 AWR voor zover vanaf 1 januari 2007 (per saldo) waardedalingen van de deelneming ten laste van de winst zijn gebracht.
|
||||
In aanvulling op het vorenstaande merk ik nog het volgende op. Naar mijn mening is geen sprake van een hardheid als bedoeld in artikel 63 AWR voor zover vanaf 1 januari 2007 (per saldo) waardedalingen van de deelneming ten laste van de winst zijn gebracht.
|
||||
|
||||
Ingeval tussen 1 januari 2007 en het indieningtijdstip van het verzoek ter zake van het desbetreffende belang een bedrag ten laste van de Nederlandse winst is gebracht omdat op dat belang de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was vanwege de omstandigheid dat niet werd voldaan aan het onderworpenheidstoets van artikel 13, tiende lid, Wet Vpb (tekst tot 1-1-2010) en de onderworpenheidstoets van artikel 13, elfde lid, onderdeel a, Wet Vpb (tekst vanaf 1-1-2010), verbindt de inspecteur aan de goedkeuring tevens de voorwaarde dat de goedkeuring slechts van toepassing is voor zover de voordelen uit het belang vorenbedoeld bedrag overtreffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -347,7 +347,7 @@ Het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule moet worden gericht aan het m
|
|||
|
||||
### 4.2
|
||||
|
||||
Artikel 13ca van de Wet Vpb is met ingang van 1 januari 2006 vervallen. Indien met betrekking tot een deelneming een afwaarderingsverlies als bedoeld in artikel 13ca van de Wet Vpb in aanmerking is genomen, blijven de daarop betrekking hebbende bepalingen zoals deze op 31 december 2005 luidden van toepassing. Het gaat dan met name om de bepalingen op grond waarvan de afwaardering moet worden teruggenomen: zie de in artikel V van de Wet van 15 december 2005, *Stb.* 2005, 684 (Wet Vpb-pakket 2006) opgenomen overgangsregeling. In dit besluit wordt met een verwijzing naar artikel 13ca deze overgangsregeling bedoeld.
|
||||
Artikel 13ca van de Wet Vpb is met ingang van 1 januari 2006 vervallen. Indien met betrekking tot een deelneming een afwaarderingsverlies als bedoeld in artikel 13ca van de Wet Vpb in aanmerking is genomen, blijven de daarop betrekking hebbende bepalingen zoals deze op 31 december 2005 luidden van toepassing. Het gaat dan met name om de bepalingen op grond waarvan de afwaardering moet worden teruggenomen: zie de in artikel V van de Wet van 15 december 2005, *Stb.* 2005, 684 (Wet Vpb-pakket 2006) opgenomen overgangsregeling. In dit besluit wordt met een verwijzing naar artikel 13ca deze overgangsregeling bedoeld.
|
||||
|
||||
#### 4.2.1. t/m 4.2.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -463,7 +463,7 @@ In artikel 13d, negende lid, j°. artikel 13e Wet Vpb wordt effectuering van de
|
|||
|
||||
##### 5.9.2.1. Gehele of gedeeltelijke voortzetting
|
||||
|
||||
Ik merk in de eerste plaats op dat een onderneming niet gedeeltelijk is voortgezet indien de onderneming geheel is gestaakt; daarbij wordt het gestaakt zijn van een onderneming opgevat overeenkomstig artikel 20, vijfde lid, Wet Vpb (tekst tot 1 januari 2001), thans artikel 20a, negende lid, onderdeel a, Wet Vpb.
|
||||
Ik merk in de eerste plaats op dat een onderneming niet gedeeltelijk is voortgezet indien de onderneming geheel is gestaakt; daarbij wordt het gestaakt zijn van een onderneming opgevat overeenkomstig artikel 20, vijfde lid, Wet Vpb (tekst tot 1 januari 2001), thans artikel 20a, negende lid, onderdeel a, Wet Vpb.
|
||||
|
||||
Voorts behoeft er naar mijn mening in twijfelgevallen geen gedeeltelijke voortzetting te worden aangenomen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -525,7 +525,7 @@ Als zich een situatie voordoet die vergelijkbaar is met het hiervoor omschreven
|
|||
|
||||
Ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk moet onderscheid worden gemaakt tussen gebiedsdelen die behoren tot de Europese Unie en die behoren tot het Gemenebest.
|
||||
|
||||
Tot de eerstgenoemde categorie behoort bijvoorbeeld Gibraltar. Ingevolge de toetredingsakte van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschappen (Pb EG L73 van 27 maart 1972) en artikel 355 VwEU behoort Gibraltar tot de Europese Unie. Een limited opgericht naar het recht van Gibraltar wordt geacht te zijn opgericht naar Brits recht. De rechtsvorm valt dan onder de vennootschappen naar Brits recht, die op de bij de richtlijn behorende bijlage2Vennootschappen naar Brits recht zijn eveneens opgenomen in de door richtlijn 2003/123/EG gewijzigde bijlage.zijn vermeld.
|
||||
Tot de eerstgenoemde categorie behoort bijvoorbeeld Gibraltar. Ingevolge de toetredingsakte van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschappen (Pb EG L73 van 27 maart 1972) en artikel 355 VwEU behoort Gibraltar tot de Europese Unie. Een limited opgericht naar het recht van Gibraltar wordt geacht te zijn opgericht naar Brits recht. De rechtsvorm valt dan onder de vennootschappen naar Brits recht, die op de bij de richtlijn behorende bijlage2Vennootschappen naar Brits recht zijn eveneens opgenomen in de door richtlijn 2003/123/EG gewijzigde bijlage.zijn vermeld.
|
||||
|
||||
Dit heeft tot gevolg deze Gibraltar-limited een rechtsvorm is zoals opgenomen in de bijlage bij de moeder/dochterrichtlijn (Richtlijn 90/435/EEG), zodat wordt voldaan aan artikel 23c, derde lid, ten eerste, Wet Vpb. Voor het van toepassing kunnen zijn van artikel 23c, derde lid, ten eerste, Wet Vpb dient uiteraard ook aan de overige voorwaarden te zijn voldaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -535,8 +535,8 @@ De Turks and Caicos Islands zijn een voorbeeld van een gebiedsdeel dat behoort t
|
|||
|
||||
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
|
||||
|
||||
Besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M.
|
||||
Besluit van 26 februari 2008, nr. CPP2008/257M.
|
||||
|
||||
## 13. Inwerkingtreding (en vervaldatum)
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de *Staatscourant* waarin het is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de *Staatscourant* waarin het is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue