2008-11-01 | BWBR0002524 | Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

This commit is contained in:
Coornhert 2008-11-01 12:00:00 +00:00
parent ef6288102f
commit ee1b01c505

View file

@ -719,8 +719,8 @@ Vervallen
De termijn, waarbinnen de belanghebbende een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de uitkering doet, is:
a. uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629, elfde lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel 76a, zesde lid, onderdeel d, van de Ziektewet verplicht is bezoldiging te betalen.
b. zo spoedig mogelijk, indien het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629, elfde lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel 76a, zesde lid, onderdeel d, van de Ziektewet verplicht is bezoldiging te betalen, minder bedraagt dan 13 weken of indien de werkgever vóór het verstrijken van dat tijdvak geen loon meer verschuldigd is;
a. uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel 76a, zesde lid, onderdeel c, van de Ziektewet, verplicht is bezoldiging te betalen.
b. zo spoedig mogelijk, indien het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel 76a, zesde lid, onderdeel c, van de Ziektewet, verplicht is bezoldiging te betalen, minder bedraagt dan 13 weken of indien de werkgever vóór het verstrijken van dat tijdvak geen loon meer verschuldigd is;
c. uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarover de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet, op grond van artikel 29, negende lid, van die wet verplicht is het ziekengeld te betalen;
d. zo spoedig mogelijk, indien het tijdvak waarover de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet, op grond van artikel 29, negende lid, van die wet verplicht is het ziekengeld te betalen, minder bedraagt dan 13 weken.
@ -876,7 +876,7 @@ In de gevallen waarin artikel 43a toepassing vindt, alsmede in de gevallen waari
### Artikel 43d
De arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in geval van herziening van die uitkering op grond van de artikelen 37, 38, 39 en 39a, wordt niet uitbetaald gedurende het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op ziekengeld op grond van artikel 29, negende lid, van de Ziektewet, op loon op grond van artikel 629, elfde lid, onderdelen a en e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel op bezoldiging op grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet.
De arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in geval van herziening van die uitkering op grond van de artikelen 37, 38, 39 en 39a, wordt niet uitbetaald gedurende het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op ziekengeld op grond van artikel 29, negende lid, van de Ziektewet, op loon op grond van artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel op bezoldiging op grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet.
### Artikel 44
@ -1382,7 +1382,7 @@ b. het een arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft, toegekend aan een werknemer,
**6.** Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend direct aansluitend op een wachttijd die op grond van artikel 19, zevende lid, is verlengd, wordt de duur van de verlenging van de wachttijd in mindering gebracht op de periode van vier jaar bedoeld in het eerste lid.
**7.** Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering, respectievelijk een verhoging daarvan, niet wordt uitbetaald op grond van artikel 43d wordt de periode van vier jaar, bedoeld in het eerste lid, verlengd met het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op ziekengeld op grond van artikel 29, negende lid, van de Ziektewet, op loon op grond van artikel 629, elfde lid, onderdelen a en c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel op bezoldiging op grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet.
**7.** Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering, respectievelijk een verhoging daarvan, niet wordt uitbetaald op grond van artikel 43d wordt de periode van vier jaar, bedoeld in het eerste lid, verlengd met het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op ziekengeld op grond van artikel 29, negende lid, van de Ziektewet, op loon op grond van artikel 629 lid 11, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel op bezoldiging op grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet.
### Artikel 75b
@ -1410,7 +1410,7 @@ Vervallen
**1.** De eigen risicodrager is niet verplicht tot het doen van de aangifte van ongeschiktheid tot werken, bedoeld in artikel 38 van de Ziektewet.
**2.** De eigen risicodrager doet, uiterlijk acht maanden nadat de ongeschiktheid tot werken van een verzekerde voor wie hij het risico, bedoeld in artikel 75a, eerste lid, draagt zijn verstreken, aangifte van die ongeschiktheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van acht maanden worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van acht maanden blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
**2.** De eigen risicodrager doet, uiterlijk 42 weken nadat de ongeschiktheid tot werken van een verzekerde voor wie hij het risico, bedoeld in artikel 75a, eerste lid, draagt zijn verstreken, aangifte van die ongeschiktheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van 42 weken worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 42 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
**3.** Onverminderd het tweede lid doet de eigen risicodrager aangifte van de ongeschiktheid tot werken van een verzekerde voor wie hij het in artikel 75a, eerste lid, bedoelde risico draagt, op de laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt.