2003-01-15 | BWBR0005792 | Wet toezicht kredietwezen 1992

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-15 12:00:00 +00:00
parent 5478f2272e
commit ee9f510d32

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet toezicht kredietwezen 1992
bwb_id: BWBR0005792
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2000-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2002-11-14'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005792
citeertitel: Wet toezicht kredietwezen 1992
---
@ -344,6 +344,10 @@ d. de identiteit van de personen, die het dagelijks beleid van het bijkantoor zu
**3.** De Bank beslist binnen 6 weken na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in het eerste lid op het verzoek tot instemming.
### Artikel 16c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 3. Verrichten van diensten
### Artikel 17
@ -443,6 +447,8 @@ De richtlijnen kunnen uitsluitend inhouden bepalingen inzake de minimale omvang
**5.** De aanbevelingen worden bekendgemaakt door plaatsing in de *Staatscourant*.
#### Paragraaf 5a. Toezicht op de bedrijfsvoering met het oog op de integriteit van die bedrijfsvoering
#### Paragraaf 6. Structuurtoezicht
### Artikel 23
@ -668,6 +674,10 @@ c. bepalingen inzake de minimale omvang van de liquide middelen of onderdelen da
**5.** De aanbevelingen worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.
### Artikel 30ca
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 30d
**1.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is een gekwalificeerde deelneming van 10 procent of meer in een kredietinstelling te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat daardoor de omvang van deze deelneming de 20, 33, of 50 procent overschrijdt of de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling uit te oefenen, stelt, alvorens daartoe over te gaan, de Bank van het voornemen schriftelijk in kennis. Het is de natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden om aan dit voornemen gevolg te geven zolang de mededeling, bedoeld in het derde lid niet is gedaan.
@ -1153,11 +1163,13 @@ d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is ge
e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
**2.**
**2.** Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie dan wel van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, verstrekt Onze Minister onderscheidenlijk de Bank deze niet aan een Nederlandse of buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid, tenzij de buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
**3.**
Indien een buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid aan degene die de gegevens of inlichtingen op grond van dat lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, mag dat verzoek slechts worden ingewilligd:
a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; dan wel
a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste of tweede lid; dan wel
b. voor zover die buitenlandse instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; alsmede
c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
@ -1660,6 +1672,8 @@ De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete w
**2.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
## Hoofdstuk XIIIC. Openbaarmaking van overtredingen
## Hoofdstuk XIV. Wijziging van andere wetten
### Artikel 91