2010-07-01 | BWBR0004091 | Inkomensbesluit IOAW
This commit is contained in:
parent
1754af5353
commit
eeb57b26da
1 changed files with 1 additions and 1 deletions
|
|
@ -98,7 +98,7 @@ b. een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan een
|
|||
c. 81% van het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering of inkomensvoorziening is verhoogd met toepassing van artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 2:51 of 3:9 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 53 of 63 van de Werk en inkomen naar arbeidsvermogen of een combinatie van deze artikelen;
|
||||
d. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van een wettelijke vrijwillige verzekering of een particuliere verzekering tegen loonderving, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, die niet als werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt beschouwd;
|
||||
e. een uitkering in verband met geleden immateriële schade, voorzover dit gelet op de aard en de hoogte van de uitkering verantwoord is;
|
||||
f. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.229,00 per kalenderjaar;
|
||||
f. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste€ 2.239,00 per kalenderjaar;
|
||||
g. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand van ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar;
|
||||
h. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue