2016-04-02 | BWBR0037781 | Omzetbelasting, vrijstelling; artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1°, Wet op de omzetbelasting 1968

This commit is contained in:
Coornhert 2016-04-02 12:00:00 +00:00
parent b965931540
commit eecc7b18f1

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Omzetbelasting, vrijstelling; artikel 11, eerste lid, aanhef en ond
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
*Dit besluit is aangepast naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2015 en de uitspraak van het Gerechtshof s Hertogenbosch van 11 september 2015. Er zijn ook enkele tekstuele wijzigingen aangebracht.*
*Dit besluit is aangepast naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2015 en de uitspraak van het Gerechtshof s Hertogenbosch van 11 september 2015. Er zijn ook enkele tekstuele wijzigingen aangebracht.*
## 1. Inleiding
@ -27,8 +27,6 @@ Over de reikwijdte van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1°,
In de onderdelen 5 en 7 zijn geen wijzigingen aangebracht. De onderdelen 8 en 9 betreffen het bij dit besluit ingetrokken beleidsbesluit respectievelijk de inwerkingtreding van dit besluit.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 19 april 2023, nr. 2023-8146, (Stcrt. 2023, nr. 12125). De wijziging betrof een actualisering van onderdeel 4.1 in verband met het arrest van de Hoge Raad van 9 september 2022, (ECLI:NL:HR:2022:1146), en de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2020, (ECLI:NL:GHARL:2020:2782), inzake gezondheidskundige diensten van een medisch pedicure. Tevens zijn enkele tekstuele wijzigingen aangebracht.
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
- *AMvB:* Algemene maatregel van bestuur
@ -38,7 +36,7 @@ Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 19 april 2023, nr. 2023-8146, (Stcr
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
- *btw:* omzetbelasting
- *btw-richtlijn:*
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347 van 11 december 2006)
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347 van 11 december 2006)
- *ECTS:* De studie belasting wordt uitgedrukt in het European Credit Transfer System (ECTS)
- *HvJ:* Hof van Justitie van de Europese Unie/EG
- *wet:*
@ -64,15 +62,15 @@ e. het gaat om diensten die worden verricht aan de individuele patiënt (zie §
De reikwijdte van de vrijstellingsbepaling is beperkt tot diensten die bestaan in de gezondheidskundige verzorging van de mens. Van gezondheidskundige verzorging van de mens is sprake als het voornaamste doel van de (para)medische handeling is de bescherming, met inbegrip van instandhouding of herstel, van de gezondheid van de mens. Dat betekent dat in het algemeen voor de vrijstelling in aanmerking komen therapeutische handelingen die ten doel hebben een diagnose te stellen (bijvoorbeeld via het verrichten van psychologisch onderzoek door middel van een test door een GZ-psycholoog), te behandelen en, voor zoveel mogelijk, te genezen van ziekten.
Het HvJ heeft de hiervoor opgesomde criteria die inhouden dat de gezondheidskundige verzorging van de mens een therapeutisch doel moet hebben in bepaalde opzichten genuanceerd. Zo is de vrijstelling ook van toepassing op therapeutische handelingen die worden verricht voor doeleinden van preventie ofwel in de gevallen waarin de patiënt nog geen ziekte blijkt te hebben.1HvJ, 20 november 2003, nr. C-307/01 (Peter d'Ambrumenil).
Het HvJ heeft de hiervoor opgesomde criteria die inhouden dat de gezondheidskundige verzorging van de mens een therapeutisch doel moet hebben in bepaalde opzichten genuanceerd. Zo is de vrijstelling ook van toepassing op therapeutische handelingen die worden verricht voor doeleinden van preventie ofwel in de gevallen waarin de patiënt nog geen ziekte blijkt te hebben.1HvJ, 20 november 2003, nr. C-307/01 (Peter d'Ambrumenil).
De dienst door een derde (géén medische beroepsbeoefenaar) kan ook gezondheidskundige verzorging van de mens zijn als deze dienst onderdeel is van een medische behandeling die in zijn geheel gezien een therapeutisch doel heeft en deze dienst naar zijn aard een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel uitmaakt van de medische behandeling waarvan de ene fase niet kan slagen zonder de andere.2HvJ 18 november 2010, C-156/09 (Verigen).
De dienst door een derde (géén medische beroepsbeoefenaar) kan ook gezondheidskundige verzorging van de mens zijn als deze dienst onderdeel is van een medische behandeling die in zijn geheel gezien een therapeutisch doel heeft en deze dienst naar zijn aard een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel uitmaakt van de medische behandeling waarvan de ene fase niet kan slagen zonder de andere.2HvJ 18 november 2010, C-156/09 (Verigen).
Voor de toepassing van de vrijstelling en voor de kwalificatie of er sprake is van gezondheidskundige verzorging is niet van belang of de medische beroepsbeoefenaar bij het verrichten van diensten die bestaan in de gezondheidskundige verzorging van de mens onder leiding en toezicht staat van een andere medische beroepsbeoefenaar die mogelijk ook de eindverantwoordelijkheid draagt.3HR 13 juni 2014, nrs.12/02960 en13/05580, ECLI:NL:HR:2014: 374 en ECLI:NL:HR:2014:375. Het moeten opvolgen van instructies of het in acht moeten nemen van de geldende regels in bijvoorbeeld een ziekenhuis staat de toepassing van de vrijstelling niet in de weg.
Voor de toepassing van de vrijstelling en voor de kwalificatie of er sprake is van gezondheidskundige verzorging is niet van belang of de medische beroepsbeoefenaar bij het verrichten van diensten die bestaan in de gezondheidskundige verzorging van de mens onder leiding en toezicht staat van een andere medische beroepsbeoefenaar die mogelijk ook de eindverantwoordelijkheid draagt.3HR 13 juni 2014, nrs.12/02960 en13/05580, ECLI:NL:HR:2014: 374 en ECLI:NL:HR:2014:375. Het moeten opvolgen van instructies of het in acht moeten nemen van de geldende regels in bijvoorbeeld een ziekenhuis staat de toepassing van de vrijstelling niet in de weg.
#### . Cosmetische geneeskunde/beoordeling therapeutisch doel
Cosmetische geneeskunde (cosmetische chirurgie en andere cosmetische medische behandelingen) behoort tot de gezondheidskundige verzorging van de mens als het voornaamste doel van de behandeling is de bescherming, met inbegrip van instandhouding of herstel, van de gezondheid van de mens. Dat is het geval als de cosmetische geneeskundige behandeling een therapeutisch doel dient. Dat betekent dat cosmetische ingrepen die uitsluitend tot doel hebben de verfraaiing van het uiterlijk niet onder het begrip gezondheidskundige verzorging kunnen worden gebracht. Alleen in deze evidente gevallen is btw verschuldigd.4HvJ 21 maart 2013, C-91/12 (PFC CLINIC AB).
Cosmetische geneeskunde (cosmetische chirurgie en andere cosmetische medische behandelingen) behoort tot de gezondheidskundige verzorging van de mens als het voornaamste doel van de behandeling is de bescherming, met inbegrip van instandhouding of herstel, van de gezondheid van de mens. Dat is het geval als de cosmetische geneeskundige behandeling een therapeutisch doel dient. Dat betekent dat cosmetische ingrepen die uitsluitend tot doel hebben de verfraaiing van het uiterlijk niet onder het begrip gezondheidskundige verzorging kunnen worden gebracht. Alleen in deze evidente gevallen is btw verschuldigd.4HvJ 21 maart 2013, C-91/12 (PFC CLINIC AB).
De medische beroepsbeoefenaar die cosmetische ingrepen verricht, moet in zijn btw-administratie een onderscheid maken tussen de ingrepen waarbij een therapeutisch doel wél aanwezig is en de ingrepen waarbij dat niet het geval is. Het is aan de medische beroepsbeoefenaar om te beoordelen of een medische handeling een therapeutisch doel dient. Dit geldt niet alleen voor diensten op het gebied van de cosmetische geneeskunde. Ook voor andere medische handelingen, bijvoorbeeld sportkeuringen, geldt dat de medische beroepsbeoefenaar vaststelt of de sportkeuring een therapeutisch doel heeft. De Belastingdienst kan slechts marginaal toetsen of de medische beroepsbeoefenaar de vrijstelling voor cosmetische ingrepen juist toepast. De inspecteur kan geen inhoudelijk oordeel op medisch vlak geven en kan in beginsel ook geen inzage vragen in het medische dossier.
@ -82,7 +80,7 @@ Een Wet BIG-beroepsbeoefenaar kan de btw-vrijstelling toepassen op alle gezondhe
De Wet BIG geeft een omschrijving van het deskundigheidsgebied van alle beroepen waarvoor in artikel 3 van de Wet BIG regels zijn gesteld. Voor beroepen die krachtens artikel 34 van de Wet BIG bij AMvB zijn geregeld, wordt in de AMvB het deskundigheidsgebied omschreven. Als het deskundigheidsgebied in de Wet BIG of in de AMvB krachtens de Wet BIG nauwkeurig is omschreven, vallen alleen de omschreven handelingen onder de vrijstelling (zie ook § 4). Dit is bijvoorbeeld het geval bij verloskundigen en bij medische beroepsbeoefenaren die krachtens artikel 36a van de Wet BIG bij AMvB zijn aangewezen.
Tot het deskundigheidsgebied van een arts wordt op grond van de Wet BIG gerekend het verrichten van handelingen op het terrein van de geneeskunst. Hieronder vallen alle gezondheidskundige handelingen die zijn gericht op het behoeden voor en het genezen van ziekten en het beoordelen van de gezondheidstoestand van de mens. Voor de toepassing van de vrijstelling worden daaronder ook verstaan de niet-reguliere c.q. alternatieve handelingen.5Gerechtshof Den Bosch 11 september 2015, nr. 14/00971, ECLI:NL:GHSHE:2015:3527.
Tot het deskundigheidsgebied van een arts wordt op grond van de Wet BIG gerekend het verrichten van handelingen op het terrein van de geneeskunst. Hieronder vallen alle gezondheidskundige handelingen die zijn gericht op het behoeden voor en het genezen van ziekten en het beoordelen van de gezondheidstoestand van de mens. Voor de toepassing van de vrijstelling worden daaronder ook verstaan de niet-reguliere c.q. alternatieve handelingen.5Gerechtshof Den Bosch 11 september 2015, nr. 14/00971, ECLI:NL:GHSHE:2015:3527.
De wettelijke voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling dat de gezondheidskundige diensten onderdeel moeten vormen van de opleiding die bij of krachtens de Wet BIG is vereist, geldt door de uitspraak van Gerechtshof Den Bosch niet in alle situaties. Het gerechtshof heeft namelijk vastgesteld dat de inhoud van de opleiding tot arts niet bij of krachtens de Wet BIG is vastgelegd. De opleidingscentra zijn vrij om deze inhoud met inachtneming van de opleidingseisen die zijn neergelegd in een algemene maatregel van bestuur behorende bij de Wet BIG vast te stellen. In overeenkomstige gevallen geldt hetzelfde voor andere Wet BIG-beroepsbeoefenaren waar de inhoud van de opleiding niet in of bij de Wet BIG zijn opgenomen of ruimte laten voor vrije invulling door opleidingscentra.
@ -96,34 +94,32 @@ c. de dienst wordt verricht aan de individuele patiënt (zie § 5).
### 4.1. Gelijkwaardig kwaliteitsniveau
Medische beroepsbeoefenaren die niet onder het bereik van de Wet BIG vallen en Wet BIG-beroepsbeoefenaren die zich buiten hun deskundigheidsgebied bezighouden met gezondheidskundige verzorging van de mens, kunnen soms toch de vrijstelling toepassen op die diensten.
Medische beroepsbeoefenaren die niet onder het bereik van de Wet BIG vallen en Wet BIG-beroepsbeoefenaren die zich buiten hun deskundigheidsgebied bezig houden met gezondheidskundige verzorging van de mens, kunnen soms toch de vrijstelling toepassen op die diensten.
Uit Europese en nationale jurisprudentie1HvJ 27 april 2006, nr. C-443/04 (Solleveld), ECLI:EU:C:2006:257, Hoge Raad 27 maart 2015, nr. 13/02667, ECLI:NL:HR:2015:744 en Gerechtshof Den Bosch 11 september 2015, nr. 14/00971, ECLI:NL:GHSHE:2015:3527. volgt dat de desbetreffende medische beroepsbeoefenaren de vrijstelling kunnen toepassen voor gezondheidskundige diensten als is voldaan aan het fiscale neutraliteitsbeginsel. Hiervan is sprake als de desbetreffende medische beroepsbeoefenaren zich bezighouden met gezondheidskundige verzorging van de mens en aantonen dat ze daarvoor over beroepskwalificaties beschikken die waarborgen dat die diensten een kwaliteitsniveau hebben dat gelijkwaardig is aan het kwaliteitsniveau van de diensten verricht door een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.
Uit Europese en nationale jurisprudentie6HvJ 27 april 2006, nrs. C-443/04 (Solleveld), Hoge Raad 27 maart 2015, nr. 13/02667, ECLI:NL:HR:2015:744, Gerechtshof Den Bosch 11 september 2015, 14/00971, ECLI:NL:GHSHE:2015:3527. volgt dat de desbetreffende medische beroepsbeoefenaren de vrijstelling kunnen toepassen voor gezondheidskundige diensten als is voldaan aan het fiscale neutraliteitsbeginsel. Hiervan is sprake als de desbetreffende medische beroepsbeoefenaren zich bezighouden met gezondheidskundige verzorging van de mens en aantonen dat ze daarvoor over beroepskwalificaties beschikken die waarborgen dat die diensten een kwaliteitsniveau hebben dat gelijkwaardig is aan het kwaliteitsniveau van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar.
Er is sprake van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als de medische beroepsbeoefenaar aantoont dat hij (minimaal) beschikt over:
1. een afgeronde op zijn beroepsuitoefening gerichte gezondheidskundige HBO-Bachelor opleiding (240 ECTS); of
2. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met een andere op zijn beroepsuitoefening gerichte aanvullende gezondheidskundige opleiding. Deze combinatie van opleidingen dient eenzelfde kwaliteitsniveau te hebben als de opleiding bedoeld onder 1; of
3. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring op het gebied van zijn beroepsuitoefening. Door deze combinatie van opleiding, kennis en ervaring dient de beroepsbeoefenaar zijn dienst te verrichten op een kwaliteitsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van een Wet BIG-beroepsbeoefenaar die een opleiding op HBO-Bachelorniveau genoten heeft.
2. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met een andere op zijn beroepsuitoefening gerichte aanvullende gezondheidskundige opleiding. Deze combinatie van opleidingen dient eenzelfde kwaliteitsniveau te hebben als de opleiding bedoeld onder 1;
3. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring op het gebied van zijn beroepsuitoefening. Deze combinatie van opleiding, kennis en ervaring dient eenzelfde kwaliteitsniveau te hebben als de opleiding bedoeld onder 1.
De medische beroepsbeoefenaar dient te beschikken over voldoende medische of psychosociale basiskennis. Medische of psychosociale basiskennis kan onderdeel uitmaken van de gezondheidskundige beroepsopleiding, of de medische beroepsbeoefenaar beschikt over een aanvullende opleiding medische basiskennis (MBK) of psychosociale basiskennis (PSBK), of de medisch beroepsbeoefenaar beschikt op basis van kennis en ervaring over voldoende medische of psychosociale basiskennis om zijn gezondheidskundige diensten te verrichten.
In alle gevallen dient de medische beroepsbeoefenaar ook te beschikken over medische basiskennis (MBK) of psychosociale basiskennis (PSBK).7MBK/PSBK kan onderdeel uitmaken van een beroepsgerichte HBO-opleiding, of, als dat niet het geval is, als aanvullende opleiding MBK (25 ECTS) of een aanvullende PSBK (25 ECTS).
Het opleidingsniveau van gezondheidskundige beroepsopleidingen en/of het niveau van de kennis en ervaring van de medisch beroepsbeoefenaar kan bijvoorbeeld worden aangetoond door:
Het vorenstaande kan bijvoorbeeld worden aangetoond door:
• een diploma van een door de overheid erkende (NVAO2Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. geaccrediteerde) beroepsgerichte HBO-Bachelor opleiding; of
• een diploma van een beroepsgerichte opleiding op HBO-Bachelorniveau overeenkomstig NVAO-accreditatie-eisen dat positief is beoordeeld door CPION3Centrum voor Post Initieel Onderwijs Nederland. of SNRO4Stichting Nederlands Register voor Opleidingen in de integrale complementaire gezondheidszorg. of een vergelijkbare instelling; of
• een diploma van een door de overheid erkende (NVAO8Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. geaccrediteerde) beroepsgerichte HBO-Bachelor opleiding; of
• een diploma van een beroepsgerichte opleiding op HBO-Bachelor niveau overeenkomstig NVAO-accreditatie-eisen dat positief is beoordeeld door CPION9Centrum voor Post Initieel Onderwijs Nederland. of SNRO10Stichting Nederlands Register voor Opleidingen in de integrale complementaire gezondheidszorg. of een vergelijkbare instelling; of
• een EVC-certificaat (Erkenning van Verworven Competenties) of een daarmee vergelijkbare erkenning waaruit blijkt dat de medische beroepsbeoefenaar beschikt over op de beroepsuitoefening gerichte kennis en ervaring overeenkomend met (minimaal) een HBO-Bachelor opleiding; of
• een registratie bij een door de zorgverzekeraar erkende beroepsvereniging en/of overkoepelende organisatie waaruit blijkt dat de betrokken medische beroepsbeoefenaar beschikt over zowel medische of psychosociale basiskennis als specifieke beroepsgerichte kennis overeenkomend met (minimaal) een HBO-Bachelor opleiding; of
• op andere wijze, mits de beoordeling van het kwaliteitsniveau van de gevolgde opleiding en/of kennis en ervaring heeft plaatsgevonden door een onafhankelijk en algemeen geaccepteerd accreditatie-instituut.
• op andere wijze, mits de beoordeling van het kwaliteitsniveau van de gevolgde opleiding en/of kennis en ervaring heeft plaatsgevonden door een daartoe erkend, onafhankelijke accreditatie-instituut.
Als de medische beroepsbeoefenaar in het buitenland een opleiding heeft genoten, is een verklaring noodzakelijk van een onafhankelijke en algemeen geaccepteerde Nederlandse instelling (bijvoorbeeld CIBG5Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). of EP-NUFFIC6De organisatie voor internationalisering in onderwijs.) waaruit blijkt dat de buitenlandse opleiding gelijkwaardig is aan een relevante Nederlandse HBO-opleiding als hiervoor bedoeld. Ook dient de medische beroepsbeoefenaar aan te tonen dat hij beschikt over voldoende medische of psychosociale basiskennis als hiervóór bedoeld.
Als de zorgverlener in het buitenland een opleiding heeft genoten is een verklaring noodzakelijk van een daartoe erkende Nederlandse instelling (bijvoorbeeld CIBG11Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (uitvoeringsorganisatie van het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport. of EP-NUFFIC12De organisatie voor internationalisering in onderwijs.) of een daarmee vergelijkbare instelling waaruit blijkt dat de buitenlandse opleiding gelijkwaardig is aan een relevante Nederlandse HBO of WO-opleiding als hiervoor bedoeld. Ook dient de zorgverlener aan te tonen dat hij beschikt over voldoende MBK of PSBK (als hiervóór bedoeld).
Alleen als de medische beroepsbeoefenaar gezondheidskundige diensten verricht die soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten verricht door een beroepsbeoefenaar waarvoor de Wet BIG een afgeronde MBO-opleiding eist, geldt voor bovenstaande kwaliteitseisen dat HBO-Bachelor opleiding (240 ECTS) wordt vervangen door MBO-opleiding.
Alleen als de medische beroepsbeoefenaar gezondheidskundige diensten verricht die soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten verricht door een beroepsbeoefenaar waarvoor de Wet BIG een afgeronde MBO-opleiding eist, geldt voor bovenstaande kwaliteitseisen dat HBO-Bachelor opleiding (240 ECTS) wordt vervangen door MBO opleiding.
Van de Kinder- en Jeugdpsycholoog (Specialist) NIP en de Orthopedagogen Generalist (NVO) is vastgesteld dat de door hen in hun hoedanigheid van Kinder- en Jeugdpsycholoog resp. Orthopedagoog Generalist verrichte gezondheidskundige diensten kwalitatief soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten van GZ-psychologen (Wet BIG-beroepsbeoefenaren). Dit heeft tot gevolg dat de kinder- en jeugdpsycholoog en orthopedagoog generalist voor hun gezondheidskundige diensten de vrijstelling kunnen toepassen. De psychologen Arbeid en Gezondheid NIP kunnen om dezelfde reden de vrijstelling toepassen mits de door deze beroepsbeoefenaren verrichte diensten kwalificeren als gezondheidskundige diensten (hetgeen veelal niet het geval is).
Van de medisch pedicure is door het Hof vastgesteld dat de verrichte gezondheidskundige diensten kwalitatief soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten van podotherapeuten (Wet BIG-beroepsbeoefenaren).7Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2020, nr. 19/00845, ECLI:NL:GHARL:2020:2782. Deze zienswijze van het Hof past binnen de in de derde alinea, punt 3, van dit onderdeel, bedoelde toets van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. De uitspraak van het Hof heeft tot gevolg dat de gezondheidskundige diensten van een medisch pedicure van de btw zijn vrijgesteld. Diensten die geen gezondheidskundige verzorging van de mens inhouden zijn btw-belast.
## 5. Overige
### 5.1. Diensten verricht aan de individuele patiënt
@ -150,7 +146,7 @@ In bijlage I bij dit besluit is een lijst opgenomen met voorbeelden van belaste
## 6. Tandtechnici en tandprothetici
Met betrekking tot tandtechnici is met ingang van 1 januari 2008 in de wet tot uitdrukking gebracht dat zij hun diensten als zodanig moeten verrichten. Dat wil zeggen dat alleen die diensten van tandtechnici zijn vrijgesteld die kenmerkend en essentieel zijn voor het beroep van tandtechnicus.
Met betrekking tot tandtechnici is met ingang van 1 januari 2008 in de wet tot uitdrukking gebracht dat zij hun diensten als zodanig moeten verrichten. Dat wil zeggen dat alleen die diensten van tandtechnici zijn vrijgesteld die kenmerkend en essentieel zijn voor het beroep van tandtechnicus.
De vrijstellingsbepaling stelt alleen vrij de leveringen van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici. Hierna ga ik in op:
@ -168,7 +164,7 @@ Om ieder misverstand te voorkomen, merk ik op dat de opleiding tot tandprothetic
### 6.3. Tandprothesen
Tandprothesen zijn tandtechnische werken die specifiek voor een individuele patiënt zijn vervaardigd aan de hand van gipsmodellen, wasafdrukken en dergelijke. Voorbeelden van tandprothesen zijn: (gedeeltelijke) prothesen, stifttanden, kronen en bruggen, beugels, MRA (Mandibulair Repositie Apparaten). Artikelen die worden gebruikt bij de vervaardiging van technische werken zijn geen tandprothesen. Het gaat hier bijvoorbeeld om: volle tanden, gegoten tinnen staafjes voor het verzwaren en stabiliseren van gebitten, staafjes van roestvrijstaal ter versterking van gebitten met een plaat van gevulkaniseerd rubber en allerlei andere artikelen (huizen, ringen, stiften, haken, oogjes, enz.) (zie ook het besluit van 13 november 2007, nr. CPP2007/1150M, Stcrt. nr. 227).
Tandprothesen zijn tandtechnische werken die specifiek voor een individuele patiënt zijn vervaardigd aan de hand van gipsmodellen, wasafdrukken en dergelijke. Voorbeelden van tandprothesen zijn: (gedeeltelijke) prothesen, stifttanden, kronen en bruggen, beugels, MRA (Mandibulair Repositie Apparaten). Artikelen die worden gebruikt bij de vervaardiging van technische werken zijn geen tandprothesen. Het gaat hier bijvoorbeeld om: volle tanden, gegoten tinnen staafjes voor het verzwaren en stabiliseren van gebitten, staafjes van roestvrijstaal ter versterking van gebitten met een plaat van gevulkaniseerd rubber en allerlei andere artikelen (huizen, ringen, stiften, haken, oogjes, enz.) (zie ook het besluit van 13 november 2007, nr. CPP2007/1150M, Stcrt. nr. 227).
## 7. Arbo-diensten
@ -186,14 +182,14 @@ Vanwege het bedrijfsbelang dat met de werkzaamheden van een arbodienst wordt ged
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
Besluit van 14 mei 2013, nr. BLKB2013/810M, Stcrt.nr. 2013/13136 Reikwijdte medische vrijstelling (achterhaald).
Besluit van 14 mei 2013, nr. BLKB2013/810M, Stcrt.nr. 2013/13136 Reikwijdte medische vrijstelling (achterhaald).
## 9. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Het in de onderdelen 4 en 4.1 ingenomen standpunt werkt terug tot de datum van het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2015, nr. 13/02667, ECLI:NL:HR:2015:744. en in alle situaties vóór deze datum waarin de heffing van omzetbelasting nog niet onherroepelijk vaststaat.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Het in de onderdelen 4 en 4.1 ingenomen standpunt werkt terug tot de datum van het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2015, nr. 13/02667, ECLI:NL:HR:2015:744. en in alle situaties vóór deze datum waarin de heffing van omzetbelasting nog niet onherroepelijk vaststaat.
## Bijlage I. bij besluit BLKB2016/433M, inzake de vrijstelling van omzetbelasting van
De lijst vermeldt alleen enkele voorbeelden van belaste prestaties en is dus niet limitatief.
Medische diensten die niet tot voornaamste doel hebben de bescherming van de gezondheid van de betrokkene, zijn vanaf 1 januari 2008 aan de heffing van omzetbelasting onderworpen. In dit verband zijn te noemen:
Medische diensten die niet tot voornaamste doel hebben de bescherming van de gezondheid van de betrokkene, zijn vanaf 1 januari 2008 aan de heffing van omzetbelasting onderworpen. In dit verband zijn te noemen: