2007-01-01 | BWBR0003227 | Wet geluidhinder
This commit is contained in:
parent
6a20335dc7
commit
ef48c46f22
1 changed files with 700 additions and 615 deletions
|
|
@ -3,117 +3,156 @@ titel: Wet geluidhinder
|
|||
bwb_id: BWBR0003227
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1980-02-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003227
|
||||
citeertitel: Wet geluidhinder
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Wet geluidhinder
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
|
||||
## Hoofdstuk I. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
geluid: met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen;
|
||||
*andere geluidsgevoelige gebouwen*:
|
||||
|
||||
geluidhinder: gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid;
|
||||
1°. onderwijsgebouwen;
|
||||
2°. ziekenhuizen en verpleeghuizen;
|
||||
3°. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder 2°;
|
||||
|
||||
trillingen: niet met het menselijk oor waarneembare lucht- en contacttrillingen;
|
||||
een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze wet geen deel uit van een onderwijsgebouw;
|
||||
|
||||
trillinghinder: gevaar, schade of hinder, als gevolg van trillingen;
|
||||
*bebouwde kom*: bebouwde kom, vastgesteld krachtens de Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
|
||||
geluidsapparaat: een apparaat, bestemd of mede bestemd voor het voortbrengen van geluid;
|
||||
*bouwvergunning*: bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet;
|
||||
|
||||
toestel:
|
||||
*buitenstedelijk gebied*: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
|
||||
|
||||
a. een geluidsapparaat;
|
||||
b. een toestel dat bij gebruik anders dan door menselijke energie geluidhinder kan veroorzaken, een luchtvaartuig daaronder niet begrepen;
|
||||
*equivalent geluidsniveau*: gemiddelde – te bepalen op een door Onze Minister krachtens toepassing van artikel 110d aangegeven wijze – van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld volgens de door Onze Minister krachtens toepassing van dat artikel gestelde regels;
|
||||
|
||||
motorvoertuig: een motorvoertuig in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
*etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een industrieterrein*: hoogste van de volgende drie waarden:
|
||||
|
||||
bromfiets: een bromfiets in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
1°. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00–19.00 uur (dag);
|
||||
2°. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00–23.00 uur (avond);
|
||||
3°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nacht);
|
||||
|
||||
woning: een gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is;
|
||||
*etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een weg*: hoogste van de volgende twee waarden:
|
||||
|
||||
NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;
|
||||
1°. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00–19.00 uur (dag);
|
||||
2°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nacht);
|
||||
|
||||
gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 35 dB(A);
|
||||
*geluid*: met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen;
|
||||
|
||||
bouwvergunning: een bouwvergunning in de zin van de Woningwet;
|
||||
*geluidhinder*: gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid;
|
||||
|
||||
geprojecteerde woning of gebouw: een nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven;
|
||||
*geluidsbelasting binnen een woning*: geluidsbelasting binnen een geluidsgevoelige ruimte;
|
||||
|
||||
woning of gebouw in aanbouw: een nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor de bouwvergunning is afgegeven;
|
||||
*geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein*: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen op een industrieterrein;
|
||||
|
||||
geluidsniveau in dB(A): het gemeten of berekende geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A) overeenkomstig de door de Internationale Electrotechnische Commissie terzake opgestelde regels;
|
||||
*geluidsbelasting in dB(A) vanwege een weg*: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten;
|
||||
|
||||
equivalent geluidsniveau in dB(A): het gemiddelde - te bepalen op een door Onze Minister krachtens toepassing van artikel 73, eerste lid, of 102, eerste lid, aangegeven wijze - van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld volgens de door Onze Minister krachtens toepassing van één van die artikelleden gestelde regels;
|
||||
*geluidsbelasting in dB*: geluidsbelasting in L_den op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00–19.00 uur, van 19.00–23.00 uur en van 23.00–07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
|
||||
|
||||
industrieterrein: een terrein waaraan een bestemming is gegeven als omschreven in de artikelen 41 en 53;
|
||||
*geluidsbelasting Lnight*: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 23.00–07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
|
||||
|
||||
geluidsniveaukaart: een kaart die met behulp van een verkeersmilieumodel is vervaardigd en waarop met betrekking tot de wegen, die deel uit maken van het gehele wegennet of een verkeerskundig zelfstandig gedeelte daarvan binnen het grondgebied van de gemeente, de geluidsbelastingen zijn weergegeven die het gevolg zijn van een uit akoestisch oogpunt gewenste afwikkeling van het verkeer;
|
||||
*geluidsgevoelige ruimte*: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m^2;
|
||||
|
||||
etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een industrieterrein: de hoogste van de volgende drie waarden:
|
||||
*geluidsgevoelige terreinen*:
|
||||
|
||||
a. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00- 19.00 uur (dag);
|
||||
b. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00-23.00 uur (avond);
|
||||
c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00-07.00 uur (nacht);
|
||||
1°. terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
|
||||
2°. woonwagenstandplaatsen;
|
||||
|
||||
geluidsbelasting vanwege een industrieterrein: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen aanwezig op een industrieterrein, daaronder niet begrepen het geluid van motorvoertuigen op de openbare weg;
|
||||
*geluidsniveau in dB(A)*: gemeten of berekende geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A) overeenkomstig de door de Internationale Electrotechnische Commissie terzake opgestelde regels;
|
||||
|
||||
weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen of duikers;
|
||||
*geluidsvermogen*: hoeveelheid geluidsenergie die door een toestel of inrichting per tijdseenheid naar de omgevende lucht kan worden uitgestraald;
|
||||
|
||||
rijstrook: een strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook;
|
||||
*geprojecteerde weg*: nog niet in aanleg zijnde weg, in de aanleg waarvan door een geldend bestemmingsplan wordt voorzien;
|
||||
|
||||
geprojecteerde weg: een nog niet in aanleg zijnde weg, in de aanleg waarvan door een geldend bestemmingsplan wordt voorzien;
|
||||
*geprojecteerde woning of gebouw*: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven;
|
||||
|
||||
weg in aanleg: een weg met de aanleg waarvan een begin van uitvoering is gemaakt;
|
||||
*gevel*: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;
|
||||
|
||||
reconstructie van een weg: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg, ten gevolge waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg met 2 dB(A) of meer wordt verhoogd;
|
||||
*hoofdspoorweg*: krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg, niet zijnde een spoorwegemplacement;
|
||||
|
||||
wegaanlegger: de opdrachtgever tot aanleg of reconstructie van een weg;
|
||||
*industrieterrein*: terrein waaraan een bestemming is gegeven die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, insluit;
|
||||
|
||||
bebouwde kom: de bebouwde kom, vastgesteld krachtens de Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
*inrichting*: inrichting als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
|
||||
buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
*inspecteur*: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
||||
|
||||
stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
*motorvoertuig*: motorvoertuig als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
|
||||
etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een weg: de hoogste van de volgende twee waarden:
|
||||
*NEN*: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;
|
||||
|
||||
a. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00- 19.00 uur (dag);
|
||||
b. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00-07.00 uur (nacht);
|
||||
*Onze Minister*: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
|
||||
geluidsbelasting binnen een woning: de geluidsbelasting binnen de ruimten van een woning, welke op grond van door Onze Minister te stellen regels als geluidsgevoelig zijn aan te merken;
|
||||
*reconstructie van een weg*: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd;
|
||||
|
||||
geluidsvermogen: de hoeveelheid geluidsenergie die door een toestel of inrichting per tijdseenheid naar de omgevende lucht kan worden uitgestraald;
|
||||
*rijstrook*: strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook;
|
||||
|
||||
Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
*spoorweg*: spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, voor zover deze is aangegeven op een bij of krachtens deze wet vastgestelde kaart;
|
||||
|
||||
inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
||||
*stedelijk gebied*: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
|
||||
|
||||
spoorweg: spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet.
|
||||
*toestel*: toestel dat bij gebruik anders dan door menselijke energie geluidhinder kan veroorzaken, een luchtvaartuig daaronder niet begrepen;
|
||||
|
||||
**2.** Een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geen woning als bedoeld in deze wet.
|
||||
*weg*: voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen of duikers;
|
||||
|
||||
**3.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van hoofdstuk IX en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder geluidsbelasting vanwege een weg: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten.
|
||||
*wegaanlegger*: opdrachtgever tot aanleg of reconstructie van een weg;
|
||||
|
||||
*weg in aanleg*: weg met de aanleg waarvan een begin van uitvoering is gemaakt;
|
||||
|
||||
*wijziging van een spoorweg*: wijziging met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven geluidsbelasting, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB;
|
||||
|
||||
*woning*: gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is;
|
||||
|
||||
*woning of gebouw in aanbouw*: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor de bouwvergunning is afgegeven;
|
||||
|
||||
*woonwagenstandplaats*: standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning als bedoeld in artikel 1 niet verstaan een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 1 wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg, van de gevel van basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs en medische kleuterdagverblijven, de waarde van de geluidsbelasting over de periode 19.00–23.00 uur (avond) of de periode 23.00–07.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 1 wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen bij de bepaling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein buiten beschouwing gelaten het geluid van windturbines welke duurzame energie opwekken.
|
||||
|
||||
**3.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen is de geluidsbelasting L_night vanwege een industrieterrein, vanwege een weg en vanwege een spoorweg, niet van toepassing ten aanzien van de gevel van basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs en medische kleuterdagverblijven voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid wordt bij de bepaling van de etmaalwaarde, vanwege een industrieterrein of vanwege een weg, van de gevel van
|
||||
In afwijking van artikel 1 wordt onder wijziging van een spoorweg in deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid die bestaat uit:
|
||||
|
||||
- basisscholen,
|
||||
- scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
- instellingen voor hoger beroepsonderwijs en
|
||||
- medische kleuterdagverblijven
|
||||
a. een verhoging van de intensiteit in het toekomstig maatgevende jaar van minder dan 45% ten opzichte van het driejaars gemiddelde voorafgaand aan de verandering, van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
|
||||
b. een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
|
||||
c. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter;
|
||||
d. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel
|
||||
e. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 107 gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie.
|
||||
|
||||
de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00-23.00 uur (avond) of de periode 23.00-07.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat trillingen en trillinghinder voor de toepassing van de daarbij aan te wijzen hoofdstukken van deze wet of van onderdelen daarvan met onderscheidenlijk geluid en geluidhinder worden gelijkgesteld.
|
||||
In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan:
|
||||
|
||||
a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede
|
||||
b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1 wordt onder een wijziging op of aan een weg in deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan een wijziging die slechts bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een snelheidsverlaging, of
|
||||
b. de vervanging van een wegdeklaag door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking.
|
||||
|
||||
### Artikel 1c
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid tot afwijking van een milieukwaliteitsnorm op grond van artikel 2 van de Interimwet stad-en-milieubenadering bestaat voor de onderhavige wet slechts voor zover het de maximale waarde betreft die bij of krachtens deze wet als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 5, eerste lid, onder c, van de Interimwet stad-en-milieubenadering wordt zo toegepast dat per woning, ander geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelig terrein de in het eerste lid bedoelde waarde wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Toestellen en geluidwerende voorzieningen
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,296 +361,277 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Zones rond industrieterreinen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Nieuwe situaties
|
||||
### Afdeling 1. Geluidszones
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Vaststelling geluidszones
|
||||
#### Paragraaf 1. Vaststelling, wijziging en opheffing van geluidszones
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Indien bij de vaststelling of een herziening van een bestemmingsplan aan gronden een zodanige bestemming wordt gegeven dat daardoor een industrieterrein ontstaat, wordt daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Indien bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan aan gronden een bestemming wordt gegeven, die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, insluit, wordt daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**1.** Een krachtens artikel 40 vastgestelde zone kan uitsluitend worden gewijzigd of opgeheven bij vaststelling, wijziging of herziening van een bestemmingsplan, met dien verstande dat opheffing alleen kan plaatsvinden wanneer de bestemming van het betrokken terrein zodanig is gewijzigd dat het geen industrieterrein meer is.
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging van een zone kan er niet toe strekken dat enig gebied waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, optreedt dan 50 dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Een opgeheven zone bestaat voort zolang zich op het terrein een of meer inrichtingen bevinden, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** Een bestemmingsplan, bij de vaststelling of herziening waarvan krachtens artikel 41 een zone werd vastgesteld, kan te allen tijde een herziening ondergaan, strekkende tot wijziging van die zone.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging of opheffing van een zone kan er niet toe strekken dat enig gebied waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het terrein, optreedt dan 50 dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken.
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling of wijziging van een zone, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting die door woningen binnen de ontworpen zone, alsmede door andere geluidsgevoelige gebouwen of door geluidsgevoelige terreinen, vanwege het industrieterrein ten hoogste zou kunnen worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
|
||||
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege het industrieterrein optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 44 en 47, eerste lid, als ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien wordt overwogen toepassing te geven aan artikel 45, 46 of 47, tweede lid, heeft het akoestisch onderzoek tevens betrekking op de doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling of wijziging van een zone wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting die door woningen binnen de ontworpen zone alsmede door gebouwen of andere objecten binnen die zone, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 49, vanwege het industrieterrein, ten hoogste zou kunnen worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidoverdracht beperken;
|
||||
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege het industrieterrein optredende geluidsbelasting van de onder *a* bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 46 tot en met 50 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
Voorschriften als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen mede worden gegeven met het oog op de inachtneming van de bij of krachtens deze paragraaf geldende waarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege het betrokken industrieterrein, van de gevel van woningen binnen een krachtens artikel 40 vast te stellen zone is, behoudens artikel 45, 50 dB(A).
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Voorschriften als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (*Stb.* 1985, 626) kunnen mede worden gegeven met het oog op de inachtneming van de ingevolge § 2 geldende waarden.
|
||||
**1.** Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, bedoeld in artikel 44, kan een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor geprojecteerde woningen 55 dB(A) en voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Behoudens het bepaalde in artikel 47 is de voor woningen binnen een krachtens artikel 41 vastgestelde zone ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege het betrokken industrieterrein, 50 dB(A).
|
||||
**1.** Bij wijziging van een zone kan de ingevolge artikel 44 of 45 geldende waarde voor woningen in dat gebied worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een verhoging van de in het eerste lid bedoelde waarde mag ten hoogste 5 dB(A) bedragen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de uitvoering van maatregelen om de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, van de gevels van woningen die door de wijziging van de zone dan wel herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden te beperken en te voldoen aan artikel 111, eerste lid, onder b, en
|
||||
b. de waarde van wat ten tijde van de eerste zonevaststelling geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en wat ten tijde van de eerste zonevaststelling aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 46 een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen alsmede aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen een zone.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
|
||||
**2.** Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid, kunnen hogere dan de krachtens het eerste lid bepaalde waarden worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 52, tweede lid, onder *b*, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het tweede lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
|
||||
**3.** Bij de maatregel, bedoeld in het tweede lid, kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien gedeputeerde staten:
|
||||
|
||||
a. niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, of
|
||||
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het derde lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
|
||||
|
||||
een besluit met betrekking tot het verzoek aan de verzoeker hebben toegezonden.
|
||||
#### Paragraaf 2. Gevolgen van de zonevaststelling of -wijziging ten aanzien van bestemmingsplannen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die krachtens die vaststelling of herziening gaan of blijven behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone de waarden in acht genomen, die ingevolge artikel 44, onderscheidenlijk 47, eerste lid, als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
Bij wijziging van een zone of bij herziening van een bestemmingsplan, geldende voor tot de zone behorende gronden, kunnen gedeputeerde staten in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt gewijzigd of het bestemmingsplan door hen wordt herzien - uit eigen beweging de ingevolge artikel 46 of 47 geldende waarde voor woningen in dat gebied met ten hoogste 5 dB(A) verhogen, met dien verstande dat:
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
a. degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de toepassing van maatregelen als bedoeld in artikel 71, tweede lid, met betrekking tot woningen die door de wijziging van de zone of herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden, en
|
||||
b. de waarde wat ten tijde van de eerste zonevaststelling geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en wat ten tijde van de eerste zonevaststelling aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover:
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 47, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. eerder bij of krachtens artikel 45, 46, 47, tweede lid, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden zijn vastgesteld;
|
||||
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van de artikelen 45, 46 of 47, tweede lid, zullen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 42 en 43 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, reeds behorende tot een krachtens artikel 40 vastgestelde zone.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen waarden worden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van andere gebouwen dan woningen alsmede van andere geluidsgevoelige objecten binnen een zone.
|
||||
**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone de waarden in acht genomen, die bij of krachtens de artikelen 44 tot en met 47, de Experimentenwet Stad en Milieu alsmede de Interimwet stad-en-milieubenadering als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, dat lid in acht.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Handelingen binnen geluidszones
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ter plaatste ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 49 hogere dan de krachtens dat artikel bepaalde waarden vaststellen, met dien verstande dat deze waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 47, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Met betrekking tot nieuw te bouwen woningen in een gebied gelegen binnen een zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de openlucht plaatsvinden, kan in afwijking van artikel 48 voor woningen waarvan de geluidsbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten, een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 60 dB(A), indien deze woningen worden gebouwd in het kader van een herstructurering, of planmatige verdichting van een bestaand woongebied, of wanneer de woningen worden gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Bij toepassing van artikel 47, eerste lid, kan de gelding van een daarbij vastgestelde waarde aan voorwaarden worden gebonden.
|
||||
Met betrekking tot nieuw te bouwen woningen, die dienen ter vervanging van bestaande woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 47, eerste lid, kan in afwijking van artikel 48 een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 65 dB(A), met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Gevolgen van zonevaststelling ten aanzien van bestemmingsplannen
|
||||
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur;
|
||||
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Bestaande geluidszones
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Begrippen
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die krachtens die vaststelling of herziening gaan of blijven behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht genomen, die ingevolge artikel 46, onderscheidenlijk 49 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestaande zone: een zone rond een op 1 augustus 2006 bestaand industrieterrein.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover:
|
||||
|
||||
a. gedeputeerde staten met toepassing van artikel 47, 48 of 50 voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden hebben vastgesteld, dan wel
|
||||
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 47, 48 of 50 zullen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten nemen bij de beslissing over de goedkeuring van een bestemmingsplan of de herziening hiervan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden als bedoeld in het eerste lid ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht, die ingevolge de artikelen 46 tot en met 50 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 43 tot en met 45 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, reeds behorende tot een krachtens artikel 41 vastgestelde zone.
|
||||
|
||||
### Artikel 52a
|
||||
|
||||
**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 46 tot en met 50 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, het bepaalde in dat lid in acht.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Bestaande situaties
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Vaststelling geluidszones
|
||||
#### Paragraaf 2. Continueren, wijzigen en opheffen van bestaande geluidszones
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het bepaalde in artikel 64 stelt de gemeenteraad binnen twee jaar na het tijdstip van in werking treden van dit hoofdstuk voor elk binnen zijn gemeente gelegen terrein dat op dat tijdstip reeds een bestemming heeft, die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een krachtens artikel 41 aangewezen categorie, insluit, een rond dat terrein gelegen zone vast, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**1.** Buiten een bestaande zone mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten kunnen de in het eerste lid genoemde termijn éénmaal met ten hoogste twee jaar verlengen.
|
||||
**2.** De op 1 augustus 2006 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen blijven gelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
De zone wordt zodanig vastgesteld dat zij ten minste het gehele gebied omvat, waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, dan 50 dB(A) optreedt.
|
||||
De artikelen 41 tot en met 43 en 47 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigen of opheffen van een bestaande zone.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
De vaststelling van een zone krachtens artikel 53 kan deel uitmaken van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan.
|
||||
**1.** Bij wijziging van een bestaande zone of bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan voor gronden die krachtens die vaststelling of herziening deel blijven uitmaken van de bestaande zone kan met betrekking tot de woningen in dat gebied, de waarde van de op grond van artikel 53, tweede lid, geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een verhoging van de in het eerste lid bedoelde waarde mag ten hoogste 5 dB(A) bedragen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de uitvoering van maatregelen om de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, van de gevels van woningen die door de wijziging van de bestaande zone dan wel herziening of vaststelling van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden te beperken en te voldoen aan artikel 111, eerste lid, onder a of b, en
|
||||
b. de waarde wat ten tijde van de eerste zonevaststelling geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en wat ten tijde van de eerste zonevaststelling aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Bij wijziging van een bestaande zone, bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan voor gronden die krachtens die vaststelling of herziening deel gaan uitmaken van de bestaande zone, kan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen met betrekking tot geprojecteerde, aanwezige of in aanbouw zijnde woningen in dat gebied, een hogere waarde dan 50 dB(A) worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor geprojecteerde woningen de waarde 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
In gevallen waarin de vaststelling van een zone krachtens artikel 53 niet deel uitmaakt van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, zijn, onverminderd de bepalingen van deze paragraaf, ter zake van de totstandkoming van het daartoe strekkende besluit de artikelen 23 tot en met 28, 30, en 31 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Bij wijziging van een bestaande zone of bij vaststelling of herziening van een bestemmingplan, geldende voor tot de zone behorende gronden, kan met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen alsmede geluidsgevoelige terreinen in dat gebied, de waarde van de op grond van artikel 53, tweede lid, geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een verhoging van de in het eerste lid bedoelde waarde mag ten hoogste 5 dB(A) bedragen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de uitvoering van maatregelen als bedoeld in artikel 113, met betrekking tot de andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen die door de wijziging van de bestaande zone of herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden, en
|
||||
b. de waarde wat ten tijde van de eerste zonevaststelling geprojecteerde andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terrein betreft 55 dB(A) en wat ten tijde van de eerste zonevaststelling aanwezig of in aanbouw zijnde andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Gevolgen van de zonevaststelling of wijziging ten aanzien van bestemmingsplannen
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval een besluit van de gemeenteraad, houdende vaststelling van een zone, binnen de ingevolge artikel 53, eerste lid, geldende termijn of, bij toepassing van artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, binnen de krachtens laatstgenoemd artikel geldende termijn, niet is tot stand gekomen, wordt de zone door gedeputeerde staten vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ter zake van het besluit van gedeputeerde staten zijn de in artikel 56 genoemde artikelen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met uitzondering van de artikelen 27, 28, tweede tot en met vierde lid, en negende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. gedeputeerde staten in de plaats treden van de gemeenteraad en van burgemeester en wethouders;
|
||||
b. Wij in de plaats treden van gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Indien op 1 juli 1993 geen zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 is vastgesteld, bevindt zich rond de betrokken terreinen een zone, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege die terreinen de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde zone omvat het gebied waarbinnen op 1 juli 1993 een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, dan 50 dB(A) optreedt.
|
||||
|
||||
**3.** Een zone als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van Afdeling 2, paragraaf 4, en hoofdstuk X, paragraaf 1, gelijkgesteld met een zone rond een industrieterrein, die is vastgesteld krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven ter zake van de voorbereiding en inrichting van besluiten tot vaststelling van een zone krachtens deze paragraaf, welke geen deel uitmaakt van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.** Een krachtens deze paragraaf vastgestelde zone kan uitsluitend worden gewijzigd of opgeheven bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging of opheffing van de zone kan er niet toe strekken dat enig gebied waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, optreedt dan 50 dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Ter zake van het vaststellen van een zone krachtens artikel 53 bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, of van het wijzigen of opheffen van een zone krachtens artikel 61, eerste lid, is artikel 45 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling of wijziging van een zone krachtens deze paragraaf wordt vanwege burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk - in geval van toepassing van de artikelen 57, 59 of 64 - vanwege gedeputeerde staten of Ons een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting die door woningen binnen de ontworpen zone, alsmede door gebouwen of andere objecten binnen die zone, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 68, vanwege het industrieterrein ten hoogste zou kunnen worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidoverdracht beperken;
|
||||
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege het industrieterrein optredende geluidsbelasting van de onder *a* bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 65 tot en met 68 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** In de gevallen waarin blijkens het onderzoek, bedoeld in artikel 62, het gebied rond een terrein als bedoeld in artikel 53, eerste lid, waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het terrein, dan 50 dB(A) optreedt, gelegen is in het gebied van meer dan één gemeente, wordt de zone, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 53 en 54, door provinciale staten vastgesteld. Artikel 57, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien provinciale staten nalaten toepassing te geven aan het eerste lid of aan artikel 30, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening - ingeval die bepaling op grond van artikel 57, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is - wordt daarin door Ons voorzien. De in artikel 56 genoemde artikelen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met uitzondering van de artikelen 27, 28, eerste tot en met vierde lid, en negende lid, en 30, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen die op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 binnen de zone aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, is 55 dB(A), tenzij op dat tijdstip de geluidsbelasting van bedoelde woningen lager is dan of gelijk is aan 50 dB(A), in welk geval de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 50 dB(A) is. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet met betrekking tot binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen die op het bedoelde tijdstip reeds een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, ondervinden dan 55 dB(A).
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevels van de in artikel 65 bedoelde woningen een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde voor wat geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan. De artikelen 47, tweede tot en met vierde lid, en 51 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij wijziging van een zone, bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan voor gronden die krachtens die vaststelling of herziening deel blijven uitmaken van een zone, kan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen met betrekking tot de woningen in dat gebied, voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting waarvan reeds een waarde ingevolge artikel 65, 66 of 72, tweede lid, gold, deze waarde met ten hoogste 5 dB(A) worden verhoogd, met dien verstande dat:
|
||||
Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die krachtens die vaststelling of herziening gaan of blijven behoren tot een bestaande zone worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein
|
||||
|
||||
a. degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de toepassing van maatregelen als bedoeld in artikel 71, tweede lid, met betrekking tot woningen die door de wijziging van de zone of herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden, en
|
||||
b. de waarde wat ten tijde van de eerste zonevaststelling geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en wat ten tijde van de eerste zonevaststelling aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van wijziging van een zone krachtens artikel 61 zijn met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van op het tijdstip van de wijziging van de zone aanwezige, in aanbouw zijnde of geprojecteerde woningen binnen het gebied dat door de wijziging van de zone gaat deel uitmaken, de artikelen 46, 47, 48 en 51 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een industrieterrein, van de gevel van binnen de zone nieuw te bouwen woningen, die niet behoren tot de geprojecteerde woningen als bedoeld in het tweede lid of in artikel 65, zijn de artikelen 46, 47, 48 en 51 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij toepassing van het derde lid met betrekking tot nieuw te bouwen woningen in een gebied gelegen binnen een zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de open lucht plaatsvinden, kan voor woningen waarvan de geluidsbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten, een waarde worden vastgesteld tot ten hoogste 60 dB(A), indien deze woningen worden gebouwd in het kader van een herstrukturering of planmatige verdichting van bestaande woongebieden.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het derde lid met betrekking tot nieuw te bouwen woningen, die dienen ter vervanging van bestaande woningen of van gebouwen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 68, eerste lid, kan een waarde worden vastgesteld tot ten hoogste 65 dB(A), met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
|
||||
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur;
|
||||
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen waarden worden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een industrieterrein, van de gevel van andere gebouwen dan woningen, alsmede van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen, en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in het eerste lid hogere dan de krachtens dat lid bepaalde waarden vaststellen, met dien verstande dat deze waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot gebouwen en andere objecten ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid, worden bij algemene maatregel van bestuur omtrent de onderwerpen die met betrekking tot woningen geregeld zijn in de artikelen 71 en 72 regels gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van die artikelen van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 48 is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van het tweede lid zijn voorts de artikelen 47, tweede tot en met vierde lid, en 51 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van het tweede lid kan worden bepaald, dat met betrekking tot bij de maatregel aangeduide gebouwen en andere objecten, het derde lid niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Gevolgen van zonevaststelling
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die krachtens die vaststelling of herziening gaan of blijven behoren tot een zone als bedoeld in § 1, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht genomen, die ingevolge artikel 65, onderscheidenlijk 68, eerste lid, als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
a. van de gevel van woningen, binnen de bestaande zone de waarden in acht genomen die op het tijdstip van de vaststelling van de bestaande zone golden. Voor ten tijde van de vaststelling van de bestaande zone binnen de zone aanwezige, in aanbouw of geprojecteerde woningen is dit de waarde 55 dB(A), tenzij op dat tijdstip de geluidsbelasting van bedoelde woningen lager of gelijk was aan 50 dB(A), in welke geval de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 50 dB(A) is. De vorige volzin geldt niet met betrekking tot ten tijde van de vaststelling van de bestaande zone binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen die op het bedoelde tijdstip reeds een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, ondervinden dan 55 dB(A).
|
||||
b. van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone de waarden in acht genomen die op het tijdstip van de vaststelling van de bestaande zone bij algemene maatregel van bestuur als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting werden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover:
|
||||
|
||||
a. gedeputeerde staten met toepassing van artikel 66, 67, eerste lid, of 68, tweede lid, voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden hebben vastgesteld, dan wel
|
||||
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 66, 67, eerste lid, of 68, tweede lid, zullen worden vastgesteld.
|
||||
a. deze gelden of zijn vastgesteld;
|
||||
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 55, eerste en tweede lid, zullen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten nemen bij de beslissing over de goedkeuring van een bestemmingsplan of de herziening hiervan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden als bedoeld in het eerste lid ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen of van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht, die ingevolge de artikelen 65 tot en met 68 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
**3.** De artikelen 42 en 43 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van vaststelling of herziening van het bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, reeds behorende tot een bestaande zone.
|
||||
|
||||
**4.** Ter zake van de toepassing van het eerste lid is artikel 62 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
### Artikel 69a
|
||||
**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een bestaande zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone, de waarden in acht genomen, die op het tijdstip van de vaststelling van de bestaande zone als de ten hoogste toelaatbare werden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een zone als bedoeld in § 1, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone, de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 65 tot en met 68 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, dat lid in acht.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, het bepaalde in dat lid in acht.
|
||||
#### Paragraaf 4. Handelingen binnen geluidszones
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval de vaststelling van een zone krachtens § 1 niet deel uitmaakt van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, worden bij het besluit tot vaststelling van de zone tevens ten behoeve van de op dat tijdstip binnen die zone aanwezige, in aanbouw zijnde of geprojecteerde woningen, van andere gebouwen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone, maatregelen vastgesteld, waardoor ter zake van de geluidsbelasting van de bedoelde objecten, vanwege het industrieterrein, de waarden die ingevolge de artikelen 65 tot en met 68 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, in acht worden genomen.
|
||||
**1.** Met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een industrieterrein, van de gevel van binnen de zone nieuw te bouwen en nog niet geprojecteerde woningen, zijn de artikelen 44 en 45 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de vast te stellen waarde 55 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van het eerste lid maatregelen worden vastgesteld, welke door middel van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, geldende voor tot de zone behorende gronden, moeten worden tot stand gebracht, neemt de raad van de gemeente binnen wier gebied de zone of een deel daarvan is gelegen, zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen vier weken na de totstandkoming van het besluit tot vaststelling van de zone een daartoe strekkend voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
|
||||
**2.** Met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, van de gevel van binnen de zone nieuw te bouwen andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van binnen de zone nieuw aan te leggen geluidsgevoelige terreinen, is artikel 47 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Saneringsmaatregelen
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
Bij toepassing van artikel 59 met betrekking tot nieuw te bouwen woningen in een gebied gelegen binnen een bestaande zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de open lucht plaatsvinden, kan voor woningen waarvan de geluidsbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten, een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 60 dB(A), indien deze woningen worden gebouwd in het kader van een herstructurering, of planmatige verdichting van een bestaand woongebied, of wanneer de woningen worden gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied.
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders zijn gehouden na een ingesteld akoestisch onderzoek aan gedeputeerde staten de binnen de gemeente voorkomende gevallen te melden, waarin op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53, de geluidsbelasting van de gevel, vanwege het industrieterrein, van binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen hoger is dan 55 dB(A). Een afschrift van deze kennisgeving wordt aan Onze Minister toegezonden.
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het college van burgemeester en wethouders, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, en gelet op de maatregelen, in verband met andere woningen binnen de zone voortvloeiend uit de toepassing van Afdeling 2, §§ 2 en 3, van dit hoofdstuk, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de in het eerste lid bedoelde woningen te beperken tot 55 dB(A) en te voldoen aan het in artikel 111, eerste lid, onder a, bepaalde. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat tevens één of meer overeenkomstige programma’s dienen te worden opgesteld, onderscheidenlijk gericht op een beperking van de geluidsbelasting van de gevels van de bedoelde woningen tot bij de maatregel aangegeven hogere waarden.
|
||||
Bij toepassing van artikel 59 met betrekking tot nieuw te bouwen woningen, die dienen ter vervanging van bestaande woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvoor een hogere waarde dan de ten hoogste toelaatbare waarde is vastgesteld, kan een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 65 dB(A), met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede met betrekking tot de opzet van een programma als bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip van uitvoering daarvan.
|
||||
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur;
|
||||
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
#### Paragraaf 5. Sanering
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ingevolge artikel 71, tweede lid, opgestelde programma van maatregelen onverwijld voor aan Onze Minister.
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt voor de woningen waarop het programma betrekking heeft, binnen zes maanden na ontvangst daarvan de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels vast, met dien verstande dat deze waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan. De gelding van een krachtens de vorige volzin vastgestelde waarde kan aan voorwaarden worden gebonden.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek uiterlijk binnen twee jaar na 1 augustus 2006 aan gedeputeerde staten de binnen de gemeente voorkomende gevallen, waarin op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 zoals het luidde op 1 augustus 2006, de geluidsbelasting van de gevel, vanwege het industrieterrein, van binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen hoger is dan 55 dB(A). Een afschrift van de melding wordt aan Onze Minister toegezonden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister doet van een besluit als bedoeld in het tweede lid mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders. Gelijktijdig met deze kennisgeving deelt hij ten aanzien van elk der gevallen waarop bedoeld besluit betrekking heeft en die naar zijn aanvankelijk oordeel voor toepassing van het vierde lid in aanmerking komen, aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders mede in hoeverre en op welke termijnen hij overweegt aan dat lid terzake toepassing te geven.
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het gemeentebestuur, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, en gelet op de maatregelen, in verband met andere woningen binnen de zone voortvloeiend uit de zonevaststelling, bedoeld in afdeling 2, §§ 2 en 3, van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder zoals deze luidden op 1 augustus 2006, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de in het eerste lid bedoelde woningen te beperken tot 55 dB(A) en te voldoen aan artikel 111, eerste lid, onder a. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat tevens één of meer overeenkomstige programma's dienen te worden opgesteld, gericht op een beperking van de geluidsbelasting van de gevels van de bedoelde woningen tot bij de maatregel aangegeven hogere waarden.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk der daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de betrokken woningen tot de bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. Deze maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, binnen de woning. Op de door Onze Minister vastgestelde maatregelen zijn artikel 125 en artikel 15.20, eerste lid, onder *b*, van de Wet milieubeheer van toepassing. Hij doet van zijn besluit, houdende de vaststelling van maatregelen, mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede met betrekking tot de opzet van een programma als bedoeld in het tweede lid en het tijdstip van uitvoering daarvan. Hierbij kan tevens worden aangegeven dat gedeputeerde staten in aangegeven categorieën van gevallen bij het opstellen van een programma kunnen uitgaan van een geluidsbelasting die het gevolg is van te verwachten ontwikkelingen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Wijze van uitvoering akoestisch onderzoek
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ingevolge artikel 62, tweede lid, opgestelde programma van maatregelen onverwijld voor aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting, vanwege een industrieterrein, stelt Onze Minister voor het bepalen van het equivalente geluidsniveau als omschreven in artikel 1, regels, inhoudende op welke wijze en met inachtneming van welke bestaande of te verwachten omstandigheden, de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid worden vastgesteld, en op welke wijze uit de over een bepaalde periode verkregen uitkomsten het in vorengenoemde omschrijving bedoelde gemiddelde wordt afgeleid.
|
||||
**2.** Onze Minister stelt voor de woningen waarop het programma betrekking heeft, binnen zes maanden na ontvangst daarvan de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel vast, met dien verstande dat deze waarde de 65 dB(A) niet te boven mag gaan. De gelding van deze waarde kan aan voorwaarden worden gebonden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan regels stellen omtrent al hetgeen betrekking heeft op de wijze waarop de akoestische onderzoeken, bedoeld in dit hoofdstuk, worden uitgevoerd.
|
||||
**3.** Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders. Gelijktijdig met deze mededeling deelt hij ten aanzien van elk der gevallen waarop het besluit betrekking heeft en die naar zijn aanvankelijk oordeel voor toepassing van het vierde lid in aanmerking komen, aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders mede in hoeverre en op welke termijn hij overweegt aan dat lid ter zake toepassing te geven.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk der daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de betrokken woningen tot de bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. Deze maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, binnen de woning. Op de door Onze Minister vastgestelde maatregelen zijn artikel 125 en artikel 15.20, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer van toepassing. Hij doet van zijn besluit, houdende de vaststelling van maatregelen, mededeling aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen worden bij algemene maatregel van bestuur omtrent de onderwerpen die met betrekking tot woningen geregeld zijn in de artikelen 62 en 63 regels gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van die artikelen van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Overige voorschriften
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van artikel 8.8, derde lid, van de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag, in afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64 de in die artikelen bedoelde waarden 2 dB(A) hoger vaststellen, indien:
|
||||
|
||||
a. op een of meer plaatsen binnen de zone of op de zonegrens de geluidsbelasting gelijk is aan de ten hoogste toegestane geluidsbelasting;
|
||||
b. voorzover van toepassing, de beschikbaarheid van grond voor de vestiging of wijziging van een inrichting, dit mogelijk maakt;
|
||||
c. de geluidsbelasting in belangrijke mate wordt bepaald door inrichtingen waartoe artikel 8.40 van de Wet milieubeheer is toegepast, en
|
||||
d. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de geluidsbelasting binnen een afzienbare termijn teruggebracht zal worden op het niveau van de eerder geldende waarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 65 kan het bevoegd gezag bij de toepassing van artikel 8.8, derde lid, van de Wet milieubeheer besluiten tot afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64. De artikelen 2, 4, eerste lid, onder c, en derde lid, 5 tot en met 8 en 11 tot en met 19 van de Interimwet stad-en-milieubenadering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Zones langs wegen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Omvang geluidszones
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 69a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Langs een weg bevindt zich een zone die aan weerszijden van de weg de volgende breedte heeft:
|
||||
Een weg heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg:
|
||||
|
||||
a. in stedelijk gebied:
|
||||
|
||||
|
|
@ -630,23 +650,17 @@ Het eerste lid geldt niet met betrekking tot:
|
|||
a. wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied;
|
||||
b. wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid geldt niet met betrekking tot wegen waarvan op grond van een door burgemeester en wethouders vastgestelde geluidsniveaukaart vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 50 dB(A) of minder bedraagt.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van artikel 76 wordt, indien het een nog aan te leggen weg betreft, de daarbij behorende zone geacht aanwezig te zijn, zodra die weg in een ontwerp-bestemmingsplan is opgenomen.
|
||||
|
||||
**4.** Van een voornemen tot een vaststelling als bedoeld in het derde lid wordt in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden, door middel van niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen gelegen langs de betrokken weg en voorts op de gebruikelijke wijze mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders stellen de geluidsniveaukaart niet eerder vast dan nadat vier weken zijn vestreken nadat van het voornemen, bedoeld in het vierde lid, mededeling is gedaan. Afschrift van de geluidsniveaukaart wordt gezonden aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**6.** Een geluidsniveaukaart heeft, behoudens het in de volgende volzin bepaalde, een geldingsduur van 10 jaar. De kaart vervalt in elk geval wanneer redelijkerwijs aannemelijk is dat zij niet meer de uit akoestisch oogpunt gewenste verkeersafwikkeling weergeeft.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van artikel 76 wordt, indien het een nog aan te leggen weg betreft, de daarbij behorende zone geacht aanwezig te zijn, zodra die weg in een ontwerp-bestemmingsplan is opgenomen.
|
||||
**4.** De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone langs de weg.
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent de breedte van de zone voor bijzondere gevallen regels worden gesteld, welke kunnen afwijken van artikel 74, eerste lid.
|
||||
**1.** De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt regels voor het bepalen van de grenslijn aan weerszijden van de weg, waar de zone begint.
|
||||
**2.** Indien zich langs een weg een zone bevindt die bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende zonedelen dat het breedste zonedeel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat zonedeel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de zonebreedte, nog langs de wegas doorloopt en met een loodlijn aansluit op de smalste zone.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een weg bestaat uit weggedeelten met een onderling verschillend aantal rijstroken, is de breedte van de zone langs de weg per weggedeelte afhankelijk van het aantal rijstroken van dat weggedeelte. Onze Minister stelt regels met betrekking tot de aansluiting van de in de vorige volzin bedoelde zonedelen.
|
||||
**3.** Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones
|
||||
|
||||
|
|
@ -654,33 +668,35 @@ b. wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.
|
|||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge artikel 82 en 100 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge artikel 82 en 100 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover:
|
||||
|
||||
a. gedeputeerde staten met toepassing van artikel 82a , 83, 85 of 100a voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden hebben vastgesteld, dan wel
|
||||
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 82a, 83, 85 of 100a, zullen worden vastgesteld.
|
||||
a. met toepassing van artikel 83, 85 of 100a voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden zijn vastgesteld, dan wel
|
||||
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 83, 85 of 100a, zullen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over de goedkeuring van een bestemmingsplan of de herziening hiervan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen of van andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone de waarden in acht, die ingevolge de artikelen 82, 82a, 83, 85, 100 en 100a als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
**3.** Indien op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is, gelden het eerste en tweede lid niet met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Indien op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is, gelden het eerste, tweede en derde lid niet met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen bebouwing en andere geluidsgevoelige objecten, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Voorschriften als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen mede worden gegeven met het oog op de inachtneming van de ingevolge de artikelen 82, 82a, 83, 85, 100 en 100a geldende waarden.
|
||||
**4.** Voorschriften als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen mede worden gegeven met het oog op de inachtneming van de ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a geldende waarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 76a
|
||||
|
||||
**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere gebouwen dan woningen of van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 82, 82*a*, 83, 85, 100 en 100*a* als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, het bepaalde in dat lid in acht.
|
||||
Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, of bij het voorbereiden van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 76*a*, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting die door woningen binnen de zone, alsmede door gebouwen of andere objecten binnen de zone, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, vanwege de weg zou worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidoverdracht beperken;
|
||||
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de onder *a* bedoelde objecten de waarden die ingevolge de artikelen 82, 82*a*, 83 en 85 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, of bij het voorbereiden van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 76a, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting die door woningen binnen de zone, alsmede door andere geluidsgevoelige gebouwen of door geluidsgevoelige terreinen, vanwege de weg zou worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;
|
||||
b. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge artikel 82 of artikel 100 als ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien wordt overwogen toepassing te geven aan artikel 83, 85 of 100a heeft het akoestisch onderzoek tevens betrekking op de doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan of het besluit tot vrijstelling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op de reconstructie van een weg, wordt tevens akoestisch onderzoek ingesteld naar de heersende waarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
|
|
@ -690,7 +706,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere gebouwen dan woningen of andere objecten ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een onherroepelijk geworden besluit van de gemeenteraad, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.
|
||||
Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een besluit van de gemeenteraad, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
|
|
@ -700,7 +716,7 @@ Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
**1.** Binnen zes maanden nadat de resultaten van het in artikel 80 bedoelde onderzoek zijn verkregen, nemen burgemeester en wethouders een besluit, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de weg na zijn aanleg binnen de zone zal veroorzaken, de waarden die ingevolge de artikelen 82, 82a, 83 en 85 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
**1.** Binnen drie maanden nadat de resultaten van het in artikel 80 bedoelde onderzoek zijn verkregen, nemen burgemeester en wethouders een besluit, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de weg na zijn aanleg binnen de zone zal veroorzaken, de waarden die ingevolge de artikelen 82, 83 en 85 als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven zou gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de wegaanlegger.
|
||||
|
||||
|
|
@ -708,78 +724,69 @@ Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 82
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het in de artikelen 82*a*, 83 en 100*a* bepaalde is de voor woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, 50 dB(A).
|
||||
**1.** Behoudens het in de artikelen 83, 100 en 100a bepaalde is de voor woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, 48 dB.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen waarden worden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, van de gevel van andere gebouwen dan woningen, alsmede van andere geluidsgevoelige objecten binnen een zone.
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen een zone.
|
||||
|
||||
### Artikel 82a
|
||||
|
||||
**1.** Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten voor het stedelijk gebied van de betrokken gemeente of voor een bij hun besluit aan te geven gedeelte daarvan een hogere dan de in artikel 82, eerste lid, genoemde waarde vaststellen, voor zover voor die gemeente of dat gedeelte daarvan het terugbrengen van de geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, tot ten hoogste 50 dB(A) redelijkerwijs niet mogelijk is, met dien verstande dat deze waarde 55 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van de resultaten van akoestisch en verkeerskundig onderzoek.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 82*a* kunnen gedeputeerde staten in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen, voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, eerste lid, een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde, buiten de in de volgende leden bedoelde gevallen, voor woningen in buitenstedelijk gebied 55 dB(A) en voor woningen in stedelijk gebied 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**1.** Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, eerste lid, kan een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde, buiten de in de volgende leden bedoelde gevallen, voor woningen in buitenstedelijk gebied 53 dB en voor woningen in stedelijk gebied 58 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot in stedelijk gebied nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd, kan voor de aanwezige of te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**2.** Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot in stedelijk gebied nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd, kan voor de aanwezige of te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot woningen die reeds aanwezig of in aanbouw zijn, kan voor de toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg die nog niet geprojecteerd is:
|
||||
|
||||
a. voor zover het woningen in stedelijk gebied betreft, een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan;
|
||||
b. voor zover het woningen in buitenstedelijk gebied betreft, een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 60 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
a. voor zover het woningen in stedelijk gebied betreft, een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan;
|
||||
b. voor zover het woningen in buitenstedelijk gebied betreft, een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 58 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot in buitenstedelijk gebied nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en die ter plaatse noodzakelijk zijn vanwege de uitoefening van een agrarisch bedrijf, kan een waarde worden vastgesteld die ten hoogste 5 dB(A) hoger is dan in dat lid is genoemd.
|
||||
**4.** Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot in buitenstedelijk gebied nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en die ter plaatse noodzakelijk zijn vanwege de uitoefening van een agrarisch bedrijf, kan een hogere waarde worden vastgesteld die de waarde van 58 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot in het stedelijk gebied nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en die dienen ter vervanging van bestaande woningen of gebouwen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, kan voor de te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een waarde van ten hoogste 70 dB(A) worden vastgesteld, met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot in het stedelijk gebied nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en die dienen ter vervanging van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, kan voor de te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een waarde van ten hoogste 68 dB worden vastgesteld, met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
|
||||
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur;
|
||||
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot binnen de bebouwde kom nog te bouwen woningen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die nog niet zijn geprojecteerd en die dienen ter vervanging van bestaande woningen of gebouwen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, kan voor de te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een waarde van ten hoogste 65 dB(A) worden vastgesteld, met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot binnen de bebouwde kom nog te bouwen woningen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die nog niet zijn geprojecteerd en die dienen ter vervanging van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, kan voor de te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een waarde van ten hoogste 63 dB worden vastgesteld, met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
|
||||
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur;
|
||||
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot buiten de bebouwde kom nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en die dienen ter vervanging van bestaande woningen of gebouwen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, kan voor de te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een waarde van ten hoogste 60 dB(A) worden vastgesteld, met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot buiten de bebouwde kom nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en die dienen ter vervanging van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, kan voor de te verwachten geluidsbelasting vanwege een aanwezige weg een waarde van ten hoogste 58 dB worden vastgesteld, met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:
|
||||
|
||||
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur;
|
||||
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen, voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, tweede lid, hogere dan de krachtens dat lid bepaalde waarden vaststellen, met dien verstande dat die waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.
|
||||
**1.** Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, tweede lid, kunnen hogere dan de krachtens dat lid bepaalde waarden worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 86
|
||||
|
||||
Bij toepassing van artikel 82*a*, 83 of 85 kan de gelding van een daarbij vastgestelde waarde aan voorwaarden worden gebonden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 82a, eerste lid, 83, eerste lid, of 85, binnen dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 76, tweede lid, onder b, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het eerste lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien gedeputeerde staten:
|
||||
|
||||
a. niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, of
|
||||
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
|
||||
|
||||
een besluit met betrekking tot het verzoek hebben bekendgemaakt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 87a
|
||||
|
||||
|
|
@ -799,17 +806,15 @@ c. aanleg, wijziging of verbreding van een hoofdweg: aanleg, wijziging of verbre
|
|||
d. woonwagenstandplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet;
|
||||
e. andere geluidsgevoelige gebouwen:
|
||||
|
||||
1°. basisscholen;
|
||||
2°. scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
3°. instellingen voor hoger beroepsonderwijs;
|
||||
4°. algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen;
|
||||
5°. andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder 4°;
|
||||
1°. onderwijsgebouwen;
|
||||
2°. ziekenhuizen en verpleeghuizen;
|
||||
3°. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder 2°;
|
||||
f. geluidsgevoelige terreinen:
|
||||
|
||||
1°. terreinen die behoren bij gebouwen als bedoeld onder e, 5°, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
|
||||
1°. terreinen die behoren bij gebouwen als bedoeld onder e, 3°, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
|
||||
2°. woonwagenstandplaatsen;
|
||||
g. tracé: tracé als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Tracéwet;
|
||||
h. aanpassing van een weg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige weg die leidt tot een toename van de geluidsbelasting vanwege die weg van 2 dB(A) of meer;
|
||||
h. aanpassing van een weg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige weg waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 87d blijkt dat ten gevolge van die aanpassing de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van deze afdeling en afdeling 2 van hoofdstuk VII als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd, voorzover de geluidsbelasting voor wijziging ten minste 48 dB bedraagt;
|
||||
i. equivalent geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: het equivalente geluidsniveau in dB(A), bepaald volgens op grond van artikel 107 vastgestelde regels;
|
||||
j. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: de hoogste van de volgende drie waarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -817,29 +822,27 @@ j. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot ee
|
|||
2°. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00–23.00 uur (avondwaarde),
|
||||
3°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nachtwaarde);
|
||||
k. geluidsbelasting vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
|
||||
l. aanpassing van een spoorweg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden.
|
||||
l. aanpassing van een spoorweg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven geluidsbelasting, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB.
|
||||
|
||||
**2.** Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze afdeling geen deel uit van de in het eerste lid, onder e, 1°, 2° en 3°, bedoelde scholen.
|
||||
**2.** Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze afdeling geen deel uit van de in het eerste lid, onder e, 1°, bedoelde scholen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onder aanpassing van een spoorweg wordt in deze afdeling niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid die bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een verhoging van minder dan 45% in de maatgevende intensiteit van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten in de ingevolge artikel 106, eerste lid, onder j, in acht te nemen etmaalperiode;
|
||||
b. een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze Minister te bepalen categorieën railvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten in de ingevolge artikel 106, eerste lid, onder j, in acht te nemen etmaalperiode;
|
||||
a. een verhoging van de intensiteit in het toekomstig maatgevende jaar van minder dan 45% ten opzichte van het driejaars gemiddelde voorafgaand aan de verandering, van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
|
||||
b. een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
|
||||
c. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter;
|
||||
d. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel
|
||||
e. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 107 gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt onder aanpassing van een spoorweg in deze afdeling niet verstaan een aanpassing die een verhoging van de geluidsbelasting vanwege de spoorweg van 2 dB(A) of minder tot gevolg heeft, en tengevolge waarvan de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan 65 dB(A).
|
||||
**4.** Overwegende bezwaren van financiële aard bestaan voor de toepassing van deze afdeling niet tegen maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, waarvan de kosten in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van de woning, het andere geluidsgevoelige gebouw of het geluidsgevoelige terrein en tot de doeltreffendheid van die maatregelen.
|
||||
|
||||
**5.** Overwegende bezwaren van financiële aard bestaan voor de toepassing van deze afdeling niet tegen maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, waarvan de kosten in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van de woning, het andere geluidsgevoelige gebouw of het geluidsgevoelige terrein en tot de doeltreffendheid van die maatregelen.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nadere regels stellen voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nadere regels stellen voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 87c
|
||||
|
||||
De afdelingen 2, 3, 4 en 6 van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op deze afdeling.
|
||||
De afdelingen 2, 3, 4 en 6 van dit hoofdstuk, alsmede afdeling 1 van hoofdstuk VIIIA, zijn niet van toepassing op deze afdeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 87d
|
||||
|
||||
|
|
@ -866,11 +869,11 @@ c. geluidsbelasting die door woningen, door andere geluidsgevoelige gebouwen of
|
|||
|
||||
### Artikel 87e
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg aan te leggen wegen of spoorwegen, 50 dB(A) vanwege deze wegen, onderscheidenlijk 57 dB(A) vanwege deze spoorwegen.
|
||||
**1.** Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg aan te leggen wegen of spoorwegen, 48 dB vanwege deze wegen, onderscheidenlijk 55 dB vanwege deze spoorwegen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde in geval van geluidsbelasting vanwege wegen 60 dB(A), onderscheidenlijk vanwege spoorwegen 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde in geval van geluidsbelasting vanwege wegen 58 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover het woningen in stedelijk gebied betreft kunnen Onze Ministers een hogere waarde dan 60 dB(A) voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de in het eerste lid bedoelde wegen vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Voor zover het woningen in stedelijk gebied betreft kunnen Onze Ministers een hogere waarde dan 58 dB voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de in het eerste lid bedoelde wegen vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het tweede of derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg aan te leggen wegen of spoorwegen, tot de ingevolge het eerste lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
|
|
@ -880,73 +883,89 @@ c. geluidsbelasting die door woningen, door andere geluidsgevoelige gebouwen of
|
|||
|
||||
De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «57 dB(A)» wordt gelezen« 55 dB(A)»;
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «60 dB(A)» wordt gelezen« 60 dB(A) voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, betreft, of 55 dB(A) voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 5°, betreft» en
|
||||
c. in het derde lid in plaats van «woningen in stedelijk gebied» wordt gelezen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, in stedelijk gebied.
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «55 dB» wordt gelezen« 53 dB»;
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «58 dB» wordt gelezen «58 dB voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, betreft, of 53 dB voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, betreft» en
|
||||
c. in het derde lid in plaats van «woningen in stedelijk gebied» wordt gelezen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, in stedelijk gebied.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «50 dB(A)» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 50 dB(A) en in de overige gevallen 55 dB(A)» en
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «60 dB(A)» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 55 dB(A) en in de overige gevallen 60 dB(A)» en in plaats van «70 dB(A)» wordt gelezen: indien het woonwagenstandplaatsen betreft 65 dB(A) en in de overige gevallen 68 dB(A).
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «48 dB» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB» en
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «58 dB» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 53 dB en in de overige gevallen 58 dB» en in plaats van «68 dB» wordt gelezen: indien het woonwagenstandplaatsen betreft 63 dB en in de overige gevallen 66 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 87f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, indien:
|
||||
Behoudens het tweede tot en met vierde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, indien:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting vanwege deze hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze hoofdweg of wegen lager was dan of gelijk was aan 55 dB(A), of
|
||||
b. deze hoofdweg na 1 januari 1982 is aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld of herzien bestemmingsplan, of
|
||||
a. de geluidsbelasting vanwege deze hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze hoofdweg of wegen lager was dan of gelijk was aan 60 dB(A), of
|
||||
b. deze hoofdweg na 1 januari 1982 is aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan, of
|
||||
c. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
|
||||
|
||||
de voor de wijziging of verbreding ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 50 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
de voor de wijziging of verbreding ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder met toepassing van deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 50 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB(A) en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Ingeval de betrokken hoofdweg of wegen op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd waren en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken hoofdweg of wegen van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt voor de woningen die op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de heersende waarde. Voor de andere dan de hiervoor genoemde woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen 48 dB.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste tot en met vierde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen.
|
||||
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A)» wordt gelezen: voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, betreft met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 5°, de waarde 55 dB(A).
|
||||
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
|
||||
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden, in welke gevallen de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**5.** Indien eerder op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied dan 63 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het voorgaande lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste en tweede lid in plaats van «50 dB(A)» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 50 dB(A) en in de overige gevallen 55 dB(A)» en
|
||||
b. in het derde lid in plaats van «de verhoging 5 dB(A) en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A)» wordt gelezen: deze waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 55 dB(A) en in de overige gevallen 60 dB(A).
|
||||
|
||||
### Artikel 87g
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, indien de geluidsbelasting vanwege deze hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen hoger was dan 55 dB(A), de waarde 50 dB(A).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder met toepassing van artikel 90, tweede lid, een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 50 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen een hogere waarde dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB(A) en de waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 70 dB(A) vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het vierde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met zesde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen.
|
||||
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 70 dB(A)» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, de waarde 70 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 5°, de waarde 60 dB(A).
|
||||
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het vierde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen «voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, betreft met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied de waarde 63 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 53 dB» en dat in het vijfde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied een hogere waarde dan 63 dB» wordt gelezen: een hogere waarde dan 53 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 63 dB.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste en tweede lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB» en
|
||||
b. in het vierde lid in plaats van «de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen: deze waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 53 dB) en in de overige gevallen 58 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 87g
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, indien de geluidsbelasting vanwege deze hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen hoger was dan 60 dB(A), de waarde 48 dB.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ingeval eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en de waarde 68 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
|
||||
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 68 dB vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het vierde lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen.
|
||||
|
||||
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zevende en achtste lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 68 dB» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, de waarde 68 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 58 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 87h
|
||||
|
||||
|
|
@ -955,78 +974,85 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
|
|||
Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, indien:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze spoorwegen lager was dan of gelijk was aan 65 dB(A), of
|
||||
b. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen na 1 juli 1987 zijn aangelegd op grond van een krachtens artikel 107 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
|
||||
b. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen na 1 juli 1987 zijn aangelegd op grond van een bestemmingsplan dat is vastgesteld of herzien met toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde,
|
||||
|
||||
de voor de wijziging of verbreding van de hoofdweg ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelastingwaarvan de waarde 57 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
de voor de wijziging of verbreding van de hoofdweg ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 55 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken spoorwegen is vastgesteld dan 57 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken spoorwegen is vastgesteld dan 55 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 55 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 73 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de waarde 71 dB niet te boven mag gaan, behoudens ingeval eerder op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 71 dB is vastgesteld. In dat geval mag de vast te stellen hogere waarde niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste tot en met vierde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen.
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «65 dB(A)» wordt gelezen «60 dB(A)» en in plaats van «de waarde 57dB(A)» wordt gelezen: de waarde 55 dB(A).
|
||||
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «65 dB(A)» wordt gelezen «60 dB(A)» en in plaats van «de waarde 55dB» wordt gelezen: de waarde 53 dB.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «de waarde 73 dB(A)» wordt gelezen: de waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 65 dB(A) en in de overige gevallen 68 dB(A).
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «de waarde 71 dB» wordt gelezen: de waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 63 dB en in de overige gevallen 66 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 87i
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, indien de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze spoorwegen hoger was dan 65 dB(A), de waarde 57 dB(A).
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, indien de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze spoorwegen hoger was dan 65 dB(A), de waarde 55 dB.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de betrokken spoorwegen is vastgesteld dan 57 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de betrokken spoorwegen is vastgesteld dan 55 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 55 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 73 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 71 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 73 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 71 dB niet te boven mag gaan, behoudens ingeval eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 71 dB is vastgesteld. In dat geval mag de vast te stellen hogere waarde niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 73 dB(A) vaststellen.
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 71 dB vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met zesde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen.
|
||||
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «hoger was dan 65 dB(A), de waarde 57 dB(A)» wordt gelezen: hoger was dan 60 dB(A), de waarde 60 dB(A).
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «hoger was dan 65 dB(A), de waarde 55 dB» wordt gelezen: hoger was dan 60 dB(A), de waarde 58 dB.
|
||||
|
||||
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «de waarde 57 dB(A)» wordt gelezen: de waarde 65 dB(A).
|
||||
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «de waarde 55 dB» wordt gelezen: de waarde 63 dB.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Bestaande situaties
|
||||
|
||||
### Artikel 87j
|
||||
|
||||
**1.** Afdeling 1 van hoofdstuk VIIIA is niet van toepassing op deze afdeling.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van een saneringsprogramma door burgemeester en wethouders of door de wegaanlegger is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders zijn gehouden na een ingesteld akoestisch onderzoek aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen te melden, waarin op 1 maart 1986 een weg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die weg reeds woningen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de weg hoger was dan 55 dB(A).
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek uiterlijk binnen twee jaar na 1 augustus 2006 aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen, waarin op 1 maart 1986 een weg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die weg reeds woningen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de weg hoger was dan 60 dB(A).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. ingeval de woningen of de weg zijn geprojecteerd in een na 1 januari 1982 overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan;
|
||||
b. ingeval tot aanleg of reconstructie van de weg na 1 januari 1982 is besloten met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81.
|
||||
b. ingeval tot aanleg of reconstructie van de weg na 1 januari 1982 is besloten met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81;
|
||||
c. ten aanzien van in de gemeente voorkomende gevallen die reeds zijn gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, zoals dat luidde voor 1 augustus 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders stellen met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het tweede lid, een programma vast van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels van de in artikel 88 bedoelde woningen zoveel mogelijk te beperken tot 55 dB(A) en om zo nodig te voldoen aan artikel 111, tweede of derde lid.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders of indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 burgemeester en wethouders of de wegaanlegger stellen met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het tweede lid, een programma vast van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels van de in artikel 88, eerste lid, en tweede lid, onder c, bedoelde woningen zoveel mogelijk te beperken tot 48 dB en om zo nodig te voldoen aan artikel 111, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot gevallen, bedoeld in artikel 88, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gegeven omtrent het tijdstip van melding van die gevallen, de aard van de maatregelen die in aanmerking komen, en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede omtrent de opzet en het tijdstip van vaststelling van een programma.
|
||||
**2.** Met betrekking tot gevallen, bedoeld in artikel 88, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven omtrent het tijdstip van melding van die gevallen, de aard van de maatregelen die in aanmerking komen, en de omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede omtrent de opzet en het tijdstip van vaststelling van een programma.
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders leggen het ingevolge artikel 89, eerste lid, vastgestelde programma van maatregelen onverwijld door tussenkomst van gedeputeerde staten voor aan Onze Minister.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders of indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 burgemeester en wethouders of de wegaanlegger leggen het ingevolge artikel 89, eerste lid, vastgestelde programma van maatregelen onverwijld voor aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig programma voor de woningen waarop het betrekking heeft, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels vast, met dien verstande dat deze waarde, behoudens het derde lid, 55 dB(A) niet te boven mag gaan. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders.
|
||||
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig programma voor de woningen waarop het betrekking heeft, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels vast, met dien verstande dat deze waarde, behoudens het derde lid, 48 dB niet te boven mag gaan. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**3.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid kan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1060,19 +1086,19 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Reconstructies
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Besluit tot reconstructie
|
||||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
Ten behoeve van een reconstructie van een weg met betrekking waartoe ingevolge artikel 88 aan Onze Minister een melding moet worden gedaan of is gedaan, is deze afdeling niet van toepassing en geeft Onze Minister toepassing aan artikel 90, tweede tot en met vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
**1.** Tot reconstructie van een weg wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone van die weg woningen, andere gebouwen dan woningen of andere geluidsgevoelige objecten aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een onherroepelijk geworden besluit van burgemeester en wethouders, met overeenkomstige toepassing van artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegbeheerder aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een met overeenkomstige toepassing van artikel 80 ingesteld onderzoek.
|
||||
**1.** Tot reconstructie van een weg wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone van die weg woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een bestemmingsplan of een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat in de reconstructie voorziet dan wel met een besluit van burgemeester en wethouders, met overeenkomstige toepassing van artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegbeheerder aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een met overeenkomstige toepassing van artikel 80 ingesteld onderzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de reconstructie van een weg zal leiden tot een toename van de geluidsbelasting van 2 dB(A) of meer vanwege andere wegen dan de te reconstrueren weg of - als een weg gedeeltelijk wordt gereconstrueerd - vanwege de niet te reconstrueren gedeelten daarvan, heeft het in het eerste lid bedoelde onderzoek tevens betrekking op die andere wegen of de niet te reconstrueren gedeelten van de betrokken weg.
|
||||
**2.** Indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de reconstructie van een weg zal leiden tot een toename van de geluidsbelasting van 2 dB of meer vanwege andere wegen dan de te reconstrueren weg of – als een weg gedeeltelijk wordt gereconstrueerd – vanwege de niet te reconstrueren gedeelten daarvan, heeft het in het eerste lid bedoelde onderzoek tevens betrekking op die andere wegen of de niet te reconstrueren gedeelten van de betrokken weg.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid worden de waarden die ingevolge de artikelen 100, 100a en 100b als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, in acht genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1080,44 +1106,50 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 99a
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de reconstructie van een weg met betrekking waartoe ingevolge artikel 88 aan Onze Minister een melding moet worden gedaan, wordt geen toepassing gegeven aan artikel 99, voordat Onze Minister met betrekking tot die weg toepassing heeft gegeven aan artikel 90, tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij reconstructie
|
||||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede lid en artikel 100a geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen een zone, de voor de reconstructie ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 50 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
**1.** Behoudens het tweede en derde lid is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone 48 dB.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ingeval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering, of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt de laagste van de volgende twee waarden als de ten hoogste toelaatbare:
|
||||
Ingeval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering, of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt de laagste van de volgende twee waarden als de ten hoogste toelaatbare:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval de weg op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone die op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren de heersende waarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 100a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen, voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen een hogere waarde dan de ingevolge artikel 100 geldende vaststellen, met dien verstande dat:
|
||||
Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen kan een hogere waarde dan de ingevolge artikel 100 geldende worden vastgesteld, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de verhoging 5 dB(A) niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
|
||||
a. de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
1°. ten gevolge van de reconstructie de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
|
||||
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de reconstructie ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de reconstructie een hogere geluidsbelasting ondervinden, en
|
||||
3°. bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, en
|
||||
b. ingeval voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of artikel 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of, indien geen toepassing is gegeven aan het betrokken artikel en de heersende waarde 55 dB(A) niet te boven gaat, de waarde niet hoger mag worden gesteld dan:
|
||||
b. ingeval voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of artikel 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of, indien geen toepassing is gegeven aan het betrokken artikel en de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat, de waarde niet hoger mag worden gesteld dan:
|
||||
|
||||
1°. 60 dB(A) bij een reconstructie van een weg in buitenstedelijk gebied en
|
||||
2°. 65 dB(A) bij een reconstructie van een weg in stedelijk gebied.
|
||||
1°. 58 dB bij een reconstructie van een weg in buitenstedelijk gebied en
|
||||
2°. 63 dB bij een reconstructie van een weg in stedelijk gebied;
|
||||
c. ingeval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, de waarde niet hoger mag worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**2.** De krachtens het eerste lid, onder a, te stellen hogere waarde mag niet hoger worden gesteld dan 68 dB, behoudens in gevallen waarin eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, in welk geval de krachtens het eerste lid te stellen hogere waarde niet hoger mag worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
**2.** De krachtens het eerste lid, onder a, te stellen hogere waarde mag niet hoger worden gesteld dan 68 dB.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot een besluit van gedeputeerde staten ingevolge het eerste lid zijn de artikelen 86 en 87 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 100b
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere geluidsgevoelige gebouwen en objecten met betrekking tot de in de artikelen 100 en 100*a* geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen overeenkomstige regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen die zijn geregeld in:
|
||||
|
||||
a. artikel 100;
|
||||
b. artikel 100a.
|
||||
|
||||
### Artikel 101
|
||||
|
||||
|
|
@ -1127,29 +1159,31 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting, vanwege een weg, stelt Onze Minister voor het bepalen van het equivalente geluidsniveau als omschreven in artikel 1, regels, inhoudende op welke wijze en met inachtneming van welke bestaande of te verwachten omstandigheden, de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid worden vastgesteld, en op welke wijze uit de over een bepaalde periode verkregen uitkomsten het in vorengenoemde omschrijving bedoelde gemiddelde wordt afgeleid.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de onderzoeken, bedoeld in dit hoofdstuk.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij toepassing van artikel 102, telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproduktie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bepalen dat bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere gebouwen dan woningen of andere geluidsgevoelige objecten op het resultaat een door hem aan te geven aftrek mag worden toegepast. Deze aftrek mag niet hoger zijn dan 5 dB(A).
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 6. Andere geluidsgevoelige objecten
|
||||
### Afdeling 6. Andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen
|
||||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
Met betrekking tot gebouwen en andere objecten ten aanzien waarvan na 1 januari 1982 toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, zijn de artikelen 88 tot en met 90, 99 en 99*a* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen met betrekking tot de in de artikelen 88 tot en met 90, 98 en 99 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Zones langs spoor-, tram- en metrowegen
|
||||
## Hoofdstuk VII. Zones langs spoorwegen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
In het belang van het voorkomen of beperken van geluid- of trillinghinder, veroorzaakt door het gebruik van een spoor-, tram-, of metroweg, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen worden gesteld met betrekking tot aard, samenstelling, wijze van aanleg of gebruik van de spoorweginfrastructuur.
|
||||
In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, veroorzaakt door het gebruik van een spoor-, tram-, of metroweg, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen worden gesteld met betrekking tot aard, samenstelling, wijze van aanleg of gebruik van de spoorweginfrastructuur.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Landelijke railwegen
|
||||
### Afdeling 2. De aanleg of wijziging van een landelijke spoorweg in de zin van
|
||||
|
||||
### Artikel 105a
|
||||
|
||||
Afdeling 1 van hoofdstuk VIIIA is niet van toepassing op deze afdeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
|
|
@ -1163,17 +1197,15 @@ c. aanleg of wijziging van een landelijke spoorweg: aanleg of wijziging van een
|
|||
d. woonwagenstandplaats: een standplaats als bedoel in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet;
|
||||
e. andere geluidsgevoelige gebouwen:
|
||||
|
||||
1°. basisscholen;
|
||||
2°. scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
3°. instellingen voor hoger beroepsonderwijs;
|
||||
4°. algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen;
|
||||
5°. andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder 4°;
|
||||
1°. onderwijsgebouwen;
|
||||
2°. ziekenhuizen en verpleeghuizen;
|
||||
3°. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder 2°;
|
||||
f. geluidsgevoelige terreinen:
|
||||
|
||||
1°. terreinen die behoren bij gebouwen als bedoeld onder e, 5°, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
|
||||
1°. terreinen die behoren bij gebouwen als bedoeld onder e, 3°, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
|
||||
2°. woonwagenstandplaatsen;
|
||||
g. tracé: tracé als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Tracéwet;
|
||||
h. aanpassing van een weg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige weg die leidt tot een toename van de geluidsbelasting vanwege die weg van 2 dB(A) of meer;
|
||||
h. aanpassing van een weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 87b, eerste lid, onder h;
|
||||
i. equivalent geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: het equivalente geluidsniveau in dB(A), bepaald volgens de op grond van artikel 107 vastgestelde regels;
|
||||
j. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: de hoogste van de volgende drie waarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1181,13 +1213,13 @@ j. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot ee
|
|||
2°. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00–23.00 uur (avondwaarde),
|
||||
3°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nachtwaarde);
|
||||
k. geluidsbelasting vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
|
||||
l. aanpassing van een spoorweg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 87b, eerste lid, onder l, onder toepasselijkheid van het derde en vierde lid van dat artikel;
|
||||
l. aanpassing van een spoorweg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 87b, eerste lid, onder l, onder toepasselijkheid van het derde lid van dat artikel;
|
||||
|
||||
**2.** Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze afdeling geen deel uit van de in het eerste lid, onder e, 1°, 2° en 3°, bedoelde scholen.
|
||||
**2.** Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze afdeling geen deel uit van de in het eerste lid, onder 1° en 2°, bedoelde scholen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onder k, is de geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van scholen en van medische kleuterdagverblijven de dagwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A).
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 87b, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Artikel 87b, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 106a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1224,11 +1256,11 @@ c. de geluidsbelasting die door woningen, door andere geluidsgevoelige gebouwen
|
|||
|
||||
### Artikel 106d
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede lid is de voor woningen, binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg aan te leggen wegen of spoorwegen, 50 dB(A) vanwege deze wegen, onderscheidenlijk 57dB(A) vanwege deze spoorwegen.
|
||||
**1.** Behoudens het tweede lid is de voor woningen, binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg aan te leggen wegen of spoorwegen, 48 dB vanwege deze wegen, onderscheidenlijk 55dB vanwege deze spoorwegen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde in geval van geluidsbelasting vanwege wegen 60 dB(A), onderscheidenlijk vanwege spoorwegen 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde in geval van geluidsbelasting vanwege wegen 58 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover het woningen in stedelijk gebied betreft kunnen Onze Ministers een hogere waarde dan 60 dB(A) voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de in het eerste lid bedoelde wegen vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Voor zover het woningen in stedelijk gebied betreft kunnen Onze Ministers een hogere waarde dan 58 dB voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de in het eerste lid bedoelde wegen vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het tweede of derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg aan te leggen wegen of spoorwegen, tot de ingevolge het eerste lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1238,16 +1270,16 @@ c. de geluidsbelasting die door woningen, door andere geluidsgevoelige gebouwen
|
|||
|
||||
De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «57 dB(A)» wordt gelezen« 55 dB(A)»;
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «60 dB(A)» wordt gelezen« 60 dB(A) voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, betreft, of 55 dB(A) voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 5°, betreft» en
|
||||
c. in het derde lid in plaats van «woningen in stedelijk gebied» wordt gelezen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, in stedelijk gebied.
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «55 dB» wordt gelezen« 53 dB»;
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «58 dB» wordt gelezen «58dB voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2° betreft, of 53 dB voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°, betreft» en
|
||||
c. in het derde lid in plaats van «woningen in stedelijk gebied» wordt gelezen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2°, in stedelijk gebied.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «50 dB(A)» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 50 dB(A) en in de overige gevallen 55 dB(A)»;
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «60 dB(A)» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 55 dB(A) en in de overige gevallen 60 dB(A)» en in plaats van «70 dB(A)» wordt gelezen: indien het woonwagenstandplaatsen betreft 65 dB(A) en in de overige gevallen 68 dB(A).
|
||||
a. in het eerste lid in plaats van «48 dB» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB»;
|
||||
b. in het tweede lid in plaats van «58 dB» wordt gelezen« indien het woonwagenstandplaatsen betreft 53 dB en in de overige gevallen 58 dB» en in plaats van «68 dB» wordt gelezen: indien het woonwagenstandplaatsen betreft 63 dB en in de overige gevallen 66 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 106e
|
||||
|
||||
|
|
@ -1256,114 +1288,130 @@ b. in het tweede lid in plaats van «60 dB(A)» wordt gelezen« indien het woonw
|
|||
Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan de landelijke spoorweg of de binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, indien:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting vanwege deze landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze landelijke spoorweg of spoorwegen lager was dan of gelijk was aan 65 dB(A), of
|
||||
b. deze landelijke spoorweg na 1 juli 1987 is aangelegd op grond van een krachtens artikel 107 vastgesteld of herzien bestemmingsplan, of
|
||||
c. binnen de zone van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen na 1 juli 1987 zijn aangelegd op grond van een krachtens artikel 107 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
|
||||
b. deze landelijke spoorweg na 1 juli 1987 is aangelegd op grond van een bestemmingsplan dat is vastgesteld of herzien met toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde, of
|
||||
c. binnen de zone van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen na 1 juli 1987 zijn aangelegd op grond van een bestemmingsplan dat is vastgesteld of herzien met toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde,
|
||||
|
||||
de voor de wijziging ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 57 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
de voor de wijziging ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 55 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken landelijke spoorweg of spoorwegen is vastgesteld dan 57 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan de landelijke spoorweg of binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken landelijke spoorweg of spoorwegen is vastgesteld dan 55 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan de landelijke spoorweg of binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 55 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 73 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de waarde 71 dB niet te boven mag gaan, behoudens ingeval eerder op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 71 dB is vastgesteld. In dat geval mag de vast te stellen hogere waarde niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste tot en met vierde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen.
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «65 dB(A)» wordt gelezen «60 dB(A)» en in plaats van «de waarde 57 dB(A)» wordt gelezen: de waarde 55 dB(A).
|
||||
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «65 dB(A)» wordt gelezen «60 dB(A)» en in plaats van «de waarde 55 dB» wordt gelezen: de waarde 53 dB.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «de waarde 73 dB(A)» wordt gelezen: de waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 65 dB(A) en in de overige gevallen 68 dB(A).
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «de waarde 71 dB» wordt gelezen: de waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 63 dB en in de overige gevallen 66 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 106f
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, indien de geluidsbelasting vanwege deze landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen hoger was dan 65 dB(A), de waarde 57 dB(A).
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, indien de geluidsbelasting vanwege deze landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen hoger was dan 65 dB(A), de waarde 55 dB.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken landelijke spoorweg of spoorwegen is vastgesteld dan 57 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan de landelijke spoorweg of binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwegebinnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken landelijke spoorweg of spoorwegen is vastgesteld dan 55 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan de landelijke spoorweg of binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de landelijke spoorweg of vanwegebinnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 55 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 73 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 71 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 73 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 71 dB niet te boven mag gaan, behoudens ingeval eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 71 dB is vastgesteld. In dat geval mag de vast te stellen hogere waarde niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 73 dB(A) vaststellen.
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 71 dB vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met zesde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen.
|
||||
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «hoger was dan 65 dB(A), de waarde 57 dB(A)» wordt gelezen: hoger was dan 60 dB(A), de waarde 60 dB(A).
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «hoger was dan 65 dB(A), de waarde 55 dB» wordt gelezen: hoger was dan 60 dB(A), de waarde 58 dB.
|
||||
|
||||
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «de waarde 57 dB(A)» wordt gelezen: de waarde 65 dB(A).
|
||||
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «de waarde 55 dB» wordt gelezen: de waarde 63 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 106g
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Behoudens het tweede en derde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, indien:
|
||||
Behoudens het tweede tot en met vierde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, indien:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van deze landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze wegen lager was dan of gelijk was aan 55 dB(A), of
|
||||
a. de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van deze landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze wegen lager was dan of gelijk was aan 60 dB(A), of
|
||||
b. binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
|
||||
|
||||
de voor de wijziging ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 50 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
de voor de wijziging ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder met toepassing van deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen is vastgesteld dan 50 dB(A), is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB(A) en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
**3.** Ingeval de betrokken wegen op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd waren en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt voor de woningen die op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de heersende waarde. Voor de andere dan de hiervoor genoemde woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen maximaal 48 dB.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste tot en met vierde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen.
|
||||
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A)» wordt gelezen: voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, betreft met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 5°, de waarde 55 dB(A).
|
||||
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
|
||||
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden, in welke gevallen de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**5.** Indien eerder op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied dan 63 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het voorgaande lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
De in het eerste tot en met vijfde lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste en tweede lid in plaats van «50 dB(A)» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 50 dB(A) en in de overige gevallen 55 dB(A)» en
|
||||
b. in het derde lid in plaats van «de verhoging 5 dB(A) en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 60 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 65 dB(A)» wordt gelezen: deze waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 55 dB(A) en in de overige gevallen 60 dB(A).
|
||||
|
||||
### Artikel 106h
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, indien de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de wegen hoger was dan 55 dB(A), de waarde 50 dB(A).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder met toepassing van artikel 90, tweede lid, een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen, is vastgesteld dan 50 dB(A), is de voor woningen binnen het tracé van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB(A) en de waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 70 dB(A) vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het vierde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste tot en met zesde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen.
|
||||
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met vierde en zesde en zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 70 dB(A)» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1°, 2°, 3° en 4°, de waarde 70 dB(A), onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 5°, de waarde 60 dB(A).
|
||||
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het vierde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen «voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2° betreft met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied de waarde 63 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 53 dB» en in het vijfde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied een hogere waarde dan 63 dB» wordt gelezen: een hogere waarde dan 53 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 63 dB.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in het eerste en tweede lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB» en
|
||||
b. in het vierde lid in plaats van «de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen: deze waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 53 dB en in de overige gevallen 58 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 106h
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede tot en met vijfde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, indien de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de wegen hoger was dan 60 dB(A), de waarde 48 dB.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In geval eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen, is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen het tracé van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
|
||||
|
||||
a. de heersende waarde;
|
||||
b. de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en de waarde 68 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
|
||||
|
||||
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
|
||||
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 68 dB vaststellen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het vierde lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
|
||||
|
||||
**8.** De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen.
|
||||
|
||||
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zevende en achtste lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 68 dB» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2°, de waarde 68 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 58 dB.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Overige spoorwegen
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder vanwege spoorwegen, niet zijnde landelijke spoorwegen of waarvoor geen regels zijn gesteld in hoofdstuk VI, afdeling 2a, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen geregeld zijn in hoofdstuk VI, regels worden gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van dat hoofdstuk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder vanwege spoorwegen kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, voor gevallen waarin geen toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VI, afdeling 2a, of hoofdstuk VII, afdeling 2, omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen geregeld zijn in hoofdstuk VI, regels worden gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van dat hoofdstuk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Andere geluidszones
|
||||
|
||||
|
|
@ -1381,11 +1429,94 @@ Bij intrekking of wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld i
|
|||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.** Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder in en buiten de zone omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege industrieterreinen, vanwege wegen of vanwege spoor-, tram- en metrowegen geregeld zijn in de hoofdstukken V, VI of VII, regels gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van die hoofdstukken van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
**1.** Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, worden in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder in en buiten de zone omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege industrieterreinen, vanwege wegen of vanwege spoorwegen geregeld zijn in de hoofdstukken V, VI of VII, regels gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van die hoofdstukken van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een maatregel als bedoeld in artikel 108, eerste lid, kan tevens worden bepaald dat de hoofdstukken V, VI en VII geheel of ten dele niet van toepassing zijn met betrekking tot het bij de maatregel aangewezen gebied.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII A. Binnenwaarden van aanwezige of in aanbouw zijnde woningen en gebouwen in zones
|
||||
## Hoofdstuk VIIIa. Hogere waarde en onderzoeksbepalingen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Het vaststellen en wijzigen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting
|
||||
|
||||
### Artikel 110a
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn indien ten behoeve van een activiteit in meer dan één gemeente een hogere waarde voor de bij of krachtens de wet genoemde ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting dient te worden vastgesteld, burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wier grenzen deze activiteit zal worden uitgevoerd bevoegd een hogere waarde vast te stellen.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde waarde kan ambtshalve of op verzoek van degenen die daartoe bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De vaststelling van de in het eerste en tweede lid bedoelde waarde vindt plaats volgens bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidsgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de in dit lid bedoelde bevoegdheid enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
**6.** Indien artikel 110f van toepassing is geven burgemeester en wethouders slechts toepassing aan het derde en vierde lid voorzover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond van artikel 110f, derde lid, niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting.
|
||||
|
||||
**7.** Wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, benodigd is in verband met de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg of de aanleg of reconstructie van een weg in beheer bij het Rijk of een provincie of de vaststelling of wijziging van een zone langs een industrieterrein dat als industrieterrein van regionaal belang is aangewezen bij provinciale milieuverordening, zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de weg of spoorweg dan wel het industrieterrein van regionaal belang is gelegen bevoegd tot vaststelling van de hogere waarde. Het tweede tot en met zesde lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het tweede en zesde lid in plaats van «burgemeester en wethouders» moet worden gelezen «gedeputeerde staten» en in het tweede lid in plaats van «gemeente» telkens moet worden gelezen: provincie.
|
||||
|
||||
### Artikel 110b
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer de in artikel 110a, eerste lid, genoemde activiteit tot gevolg heeft dat voor een woning, een ander geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelig terrein gelegen buiten de grenzen van de gemeente binnen wier grenzen de activiteit wordt uitgevoerd een hogere waarde dan de bij of krachtens deze wet genoemde ten hoogste toelaatbare waarde dient te worden vastgesteld, kunnen burgemeester en wethouders hiertoe slechts overgaan na overleg met burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wier grenzen de woning, het andere geluidsgevoelige gebouw of geluidsgevoelige terrein is gelegen.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer de in artikel 110a, zevende lid, genoemde activiteit tot gevolg heeft dat voor een woning, een ander geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelig terrein gelegen buiten de grenzen van de provincie binnen wier grenzen de activiteit wordt uitgevoerd een hogere waarde dan de bij of krachtens deze wet genoemde ten hoogste toelaatbare waarde dient te worden vastgesteld, kunnen gedeputeerde staten hiertoe slechts overgaan na overleg met gedeputeerde staten van de provincie binnen wier grenzen de woning, het andere geluidsgevoelige gebouw of geluidsgevoelige terrein is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 110c
|
||||
|
||||
**1.** Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 110a is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat indien burgemeester en wethouders bevoegd zijn de hogere waarde vast te stellen en het besluit ten behoeve van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt genomen, het ontwerp van het besluit tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer het besluit, bedoeld in artikel 110a, verband houdt met de toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het eerste lid, het ontwerp van het besluit gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. de bij een verzoek als bedoeld in artikel 110a over te leggen gegevens;
|
||||
b. de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 110a.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Wijze van uitvoering onderzoek
|
||||
|
||||
### Artikel 110d
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, weg of spoorweg wordt voor het bepalen van het equivalente geluidsniveau bij ministeriële regeling aangegeven:
|
||||
|
||||
a. op welke wijze en met inachtneming van welke bestaande of te verwachten omstandigheden, de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid worden vastgesteld, en
|
||||
b. op welke wijze uit de over een bepaalde periode verkregen uitkomsten het in vorengenoemde omschrijving bedoelde gemiddelde wordt afgeleid.
|
||||
|
||||
### Artikel 110e
|
||||
|
||||
Onze Minister kan regels stellen omtrent al hetgeen betrekking heeft op de wijze waarop de akoestische onderzoeken, bedoeld in deze wet, worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 110f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een van de volgende onderdelen van deze wet of van het krachtens deze onderdelen bepaalde:
|
||||
|
||||
a. Afdeling 1 en afdeling 2 van hoofdstuk V,
|
||||
b. Afdeling 2, 2a, 3 en 4 van hoofdstuk VI,
|
||||
c. hoofdstuk VII, en
|
||||
d. hoofdstuk VIII,
|
||||
|
||||
van toepassing is op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen gelegen in twee of meer aanwezige of toekomstige geluidszones als bedoeld in de artikelen 40, 52, 74, 106b en 108 en artikel 25a van de Luchtvaartwet, of als vastgesteld krachtens artikel 107, dan wel in één of meer hiervoor genoemde geluidszones alsmede in een gebied waarvoor met het oog op de geluidsbelasting toepassing is gegeven aan artikel 8.5, derde lid, van de Wet luchtvaart, dient degene, die bij of krachtens deze wet verplicht is tot het verrichten van een akoestisch onderzoek, ter plaatse van die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, overeenkomstig de door Onze Minister gestelde regels, tevens onderzoek te doen naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen. Aangegeven dient te worden op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij de te treffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in een bepaald gebied een of meer van de in het eerste lid genoemde onderdelen van deze wet of van het krachtens die onderdelen bepaalde van toepassing zijn, terwijl voor dat gebied tevens uit anderen hoofde van Rijkswege een saneringsprogramma ter zake van het voorkomen of bestrijden van geluidhinder moet worden opgesteld, draagt Onze Minister zorg voor de noodzakelijke onderlinge afstemming en samenhang van de te treffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister bepalen, dat bij de berekening en meting van de onderscheidene geluidsbelastingen van de gevels van de woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en de grens van geluidsgevoelige terreinen op de resultaten een door hem aan te geven correctie kan worden toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 110g
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 110h
|
||||
|
||||
Indien voorafgaand aan 1 augustus 2006 een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een weg of een spoorweg in dB(A) is vastgesteld en die waarde ook na 1 augustus 2006 geldt, wordt die waarde omgerekend tot de waarde voor de geluidsbelasting L_den overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 110i
|
||||
|
||||
**1.** Een bestuursorgaan doet een door hem genomen onherroepelijk geworden besluit, houdende een beslissing tot het vaststellen van een hogere waarde dan de bij of krachtens deze wet genoemde waarden, zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van dat wetboek is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het eerste lid, ingevolge een besluit of uitspraak in rechte waarbij dat besluit is ingetrokken of gewijzigd, of anderszins zijn waarde heeft verloren, in die zin dat op grond van de betrokken mededeling van het bestuursorgaan de vermelding van de desbetreffende korte aanduiding in de kadastrale registratie wordt verwijderd bij de betrokken percelen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIIIb. Binnenwaarden van aanwezige of in aanbouw zijnde woningen en gebouwen in zones
|
||||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
|
|
@ -1393,80 +1524,93 @@ Bij intrekking of wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld i
|
|||
|
||||
Indien met betrekking tot gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting, vanwege een industrieterrein, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste bedraagt:
|
||||
|
||||
a. ingeval met toepassing van artikel 72, tweede lid, een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld: 40 dB(A);
|
||||
a. ingeval met toepassing van artikel 63, tweede lid, een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld: 40 dB(A);
|
||||
b. in andere gevallen: 35 dB(A).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Indien met betrekking tot gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege een weg, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels, ingeval het een weg betreft die na 1 januari 1982 is of wordt aangelegd en is opgenomen in een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan, dan wel na dat tijdstip ingevolge een besluit, genomen met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, is aangelegd, maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 33 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
Indien met betrekking tot gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A), vanwege een weg, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste bedraagt:
|
||||
|
||||
a. ingeval het een weg betreft die na 1 januari 1982 is aangelegd en is opgenomen in een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan, dan wel na dat tijdstip ingevolge een besluit, genomen met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, is aangelegd: 35 dB(A);
|
||||
b. ingeval het een weg betreft, niet bedoeld onder *a*, die op 1 maart 1986 in aanleg of geprojecteerd was: 40 dB(A).
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval op 1 maart 1986 een weg, niet bedoeld onder *a* van het tweede lid, en woningen aanwezig waren en, met toepassing van artikel 90, tweede lid, met betrekking tot de gevels van de woningen een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A), vanwege de weg, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 45 dB(A) bedraagt.
|
||||
**3.** Indien met betrekking tot de gevels van woningen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A), met toepassing van artikel 90, tweede lid, een hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 111a
|
||||
|
||||
**1.** Indien met toepassing van artikel 87e, tweede lid of derde lid, 87f, derde lid, of 87h, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 57 dB(A) vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege wegen ten hoogste 35 dB(A), onderscheidenlijk vanwege spoorwegen ten hoogste 37 dB(A) bedraagt.
|
||||
**1.** Indien met toepassing van artikel 87e, tweede lid of derde lid, 87f, vierde of vijfde lid, of 87h, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege wegen ten hoogste 33 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien met toepassing van artikel 87g, derde tot en met vijfde lid, of 87i, derde tot en met vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 65 dB(A) vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 45 dB(A) bedraagt.
|
||||
**2.** Indien met toepassing van artikel 87g, derde tot en met zesde lid, of 87i, derde tot en met vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien met toepassing van artikel 87e, zesde lid, 87f, zesde lid, 87g, achtste lid, 87h, zesde lid, of 87i, achtste lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
|
||||
Indien met toepassing van artikel 87e, zesde lid, 87f, achtste lid of 87h, zesde lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
|
||||
|
||||
a. leslokalen van basisscholen,
|
||||
b. theorielokalen van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
c. theorielokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
|
||||
d. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 4°,
|
||||
e. onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 5°,
|
||||
d. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°,
|
||||
e. onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°,
|
||||
|
||||
ten hoogste 30 dB(A) bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
|
||||
ten hoogste 28 dB bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
|
||||
|
||||
a. theorievaklokalen voor scholen voor voorgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
b. theorievaklokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
|
||||
c. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 4°,
|
||||
c. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°,
|
||||
|
||||
ten hoogste 35 dB(A) bedraagt.
|
||||
ten hoogste 33 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien met toepassing van artikel 106d, tweede lid of derde lid, 106e, derde lid, of 106g, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 57 dB(A) vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege spoorwegen ten hoogste 37 dB(A), onderscheidenlijk vanwege wegen ten hoogste 35 dB(A) bedraagt.
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing, indien met toepassing van artikel 87g, negende lid of 87i, achtste lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, met dien verstande dat in plaats van «28 dB» wordt gelezen «38 dB» en in plaats van «33 dB» wordt gelezen: 43 dB.
|
||||
|
||||
**5.** Indien met toepassing van artikel 106f, derde tot en met vijfde lid, of 106h, derde tot en met vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 65 dB(A) vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 45 dB(A) bedraagt.
|
||||
**5.** Indien met toepassing van artikel 106d, tweede lid of derde lid, 106e, derde lid, of 106g, vierde of vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB, onderscheidenlijk vanwege wegen ten hoogste 33 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**6.** Indien met toepassing van artikel 106f, derde tot en met vijfde lid, of 106h, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
Indien met toepassing van artikel 106d, zesde lid, 106e, zesde lid, 106f, achtste lid, 106g, zesde lid, of 106h, achtste lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Indien met toepassing van artikel 106d, zesde lid, 106e, zesde lid of 106g, achtste lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
|
||||
|
||||
a. leslokalen van basisscholen,
|
||||
b. theorielokalen van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
c. theorielokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
|
||||
d. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 4°, onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 5°,
|
||||
d. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 2°, onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°,
|
||||
|
||||
ten hoogste 30 dB(A) bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
|
||||
ten hoogste 28 dB bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
|
||||
|
||||
a. theorievaklokalen van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voorgezet onderwijs,
|
||||
b. theorievaklokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
|
||||
c. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 4°,
|
||||
c. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 2°,
|
||||
|
||||
ten hoogste 35 dB(A) bedraagt.
|
||||
ten hoogste 33 dB bedraagt.
|
||||
|
||||
**8.** Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing, indien met toepassing van artikel 106f, achtste lid, of 106h, negende lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, met dien verstande dat in plaats van «28 dB» wordt gelezen «38 dB» en in plaats van «33 dB» wordt gelezen: 43 dB.
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
Indien met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen toepassing is gegeven aan artikel 100a, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woningen maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen na de reconstructie ten hoogste bedraagt:
|
||||
Indien met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen toepassing is gegeven aan artikel 100a treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woningen maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen na de reconstructie ten hoogste bedraagt:
|
||||
|
||||
a. ingeval voor de betrokken woningen bij de reconstructie voor de eerste maal een hogere waarde dan 50 dB(A), voor de geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, is vastgesteld: 35 dB(A);
|
||||
b. ingeval voor de betrokken woningen eerder een hogere waarde voor de geluidsbelasting is vastgesteld: de waarde die voor de reconstructie ingevolge het in artikel 111, tweede of derde lid, voor de onderscheiden situaties bepaalde, dan wel ingevolge het krachtens artikel 3 van de Woningwet bepaalde ten hoogste toelaatbaar was.
|
||||
a. ingeval voor de betrokken woningen bij de reconstructie voor de eerste maal een hogere waarde dan 48 dB, voor de geluidsbelasting van de gevel, vanwege de weg, is vastgesteld: 33 dB;
|
||||
b. ingeval voor de betrokken woningen eerder een hogere waarde voor de geluidsbelasting is vastgesteld: de waarde die voor de reconstructie ingevolge het bij of krachtens deze wet voor de onderscheiden situaties bepaalde, dan wel ingevolge het krachtens artikel 3 van de Woningwet bepaalde ten hoogste toelaatbaar was.
|
||||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere geluidsgevoelige gebouwen en objecten met betrekking tot de in de artikelen 111 en 112 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking tot de in de artikelen 111 en 112 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VII of VIII, kunnen bij algemene maatregel van bestuur voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en objecten met betrekking tot de in de artikelen 111 en 112 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VII of VIII, kunnen bij algemene maatregel van bestuur voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking tot de in de artikelen 111 en 112 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid hebben, ingeval toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VIII met betrekking tot geluidhinder vanwege luchtvaartterreinen, de regels van een in het eerste lid bedoelde maatregel betrekking op de waarde van de geluidwering die de gevels van aanwezige of in aanbouw zijnde woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen ten minste moeten bieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 114a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de rechthebbende ten aanzien van een woning of een ander geluidsgevoelig gebouw niet heeft toegestemd mee te werken aan maatregelen die moeten worden getroffen ingevolge het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde, vervalt de verplichting om overeenkomstig het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde maatregelen te treffen ten aanzien van die woning onderscheidenlijk dat andere geluidsgevoelige gebouw.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop aan de rechthebbende wordt verzocht om mee te werken aan de realisatie van de maatregelen;
|
||||
b. de wijze waarop de rechthebbende zijn toestemming verleent of onthoudt aan de realisatie van de maatregelen;
|
||||
c. de wijze waarop burgemeester en wethouders aan de rechthebbende mededeling doen over het vervallen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 110i, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -1475,48 +1619,36 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere gelu
|
|||
|
||||
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
**geluidsbelasting Lden**: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar;
|
||||
geluidsbelasting L_den: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 uur tot 19.00 uur, van 19.00 uur tot 23.00 uur en van 23.00 tot 7.00 uur van een jaar; verzameling van inrichtingen:
|
||||
|
||||
**geluidsbelasting Lnight**: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar;
|
||||
|
||||
**hoofdspoorweg**: krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg, niet zijnde een spoorwegemplacement;
|
||||
|
||||
**verzameling van inrichtingen**:
|
||||
|
||||
a. inrichtingen op een industrieterrein dat is gezoneerd krachtens artikel 41, 53, eerste lid, 57, eerste lid of 59, eerste lid;
|
||||
b. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen, die zijn gelegen binnen een daarbij aangegeven gebied;
|
||||
|
||||
**andere geluidsgevoelige gebouwen**: bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen categorieën van andere gebouwen dan woningen;
|
||||
|
||||
**geluidsgevoelige terreinen**: bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen categorieën van terreinen;
|
||||
|
||||
**stille gebieden**: bij algemene maatregel van bestuur of overeenkomstig de maatregel als zodanig aangewezen categorieën van gebieden.
|
||||
a. inrichtingen op een industrieterrein;
|
||||
b. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen, die zijn gelegen binnen een daarbij aangegeven gebied; stille gebieden: bij algemene maatregel van bestuur of overeenkomstig de maatregel als zodanig aangewezen categorieën van gebieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 116
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 1 april 2005 aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het kalenderjaar 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 1 april 2005 aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het kalenderjaar 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het eerste lid genoemde datum tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het eerste lid genoemde datum tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 30 september 2008, vóór 1 april 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten melden vóór 30 september 2008, vóór 1 april 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 1 april aan Onze Minister op welke delen van rijkswegen, onderscheidenlijk provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het derde lid genoemde data tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat meldt voor de in het derde lid genoemde data tevens aan Onze Minister op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 117
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister publiceert vóór 30 juni 2005 in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**1.** Onze Minister publiceert vóór 30 juni 2005 in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in 2006 meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in 2006 meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister publiceert vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
**3.** Onze Minister publiceert vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni in de Staatscourant op welke delen van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op delen van hoofdspoorwegen waarop naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 117a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst vóór 30 juni 2005 als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 250 000 inwoners.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst vóór 30 juni 2005 als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 250 000 inwoners.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 100 000 inwoners.
|
||||
**2.** Onze Minister wijst vóór 31 december 2008, voor 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar voor 30 juni als agglomeratie aan verstedelijkte gebieden met ten minste 100 000 inwoners.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Geluidsbelastingkaarten
|
||||
|
||||
|
|
@ -1524,7 +1656,7 @@ b. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichtingen, die zijn gelegen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, stellen vóór 30 juni 2007 en vervolgens vóór 30 juni van ten minste elk vijfde kalenderjaar, geluidsbelastingkaarten vast. Deze kaarten hebben betrekking op:
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, stellen vóór 30 juni 2007 en vervolgens vóór 30 juni van ten minste elk vijfde kalenderjaar, geluidsbelastingkaarten vast. Deze kaarten hebben betrekking op:
|
||||
|
||||
a. de geluidsbelasting L_den en de geluidsbelasting L_night op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen als bedoeld in artikel 117;
|
||||
b. stille gebieden in de omgeving van delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen als bedoeld in artikel 117.
|
||||
|
|
@ -1586,7 +1718,7 @@ b. voegen bij de geluidsbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten
|
|||
|
||||
### Artikel 122
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten stellen vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in artikel 118, een actieplan vast met betrekking tot de krachtens artikel 117 gepubliceerde delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten stellen vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidsbelastingkaarten, bedoeld in artikel 118, een actieplan vast met betrekking tot de krachtens artikel 117 gepubliceerde delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen, onderscheidenlijk provinciale wegen. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens artikel 117a aangewezen agglomeraties, met dien verstande dat het actieplan betrekking heeft op de in artikel 118, tweede lid, bedoelde geluidsbronnen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1629,15 +1761,15 @@ In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is t
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor zover in de kosten van de maatregelen die in verband met de vaststelling van een bij een industrieterrein behorende zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 dan wel in verband met het toepassing geven aan artikel 48 of 67, eerste lid, met het oog op de beperking van de geluidsbelasting van woningen binnen die zone krachtens Afdeling 2, § 1 of 2, van hoofdstuk V zijn vastgesteld, niet op andere wijze wordt voorzien, komen deze kosten:
|
||||
Voor zover in de kosten van de maatregelen die in verband met de vaststelling van een bij een industrieterrein behorende zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 zoals dat luidde op 1 augustus 2006 dan wel in verband met het toepassing geven aan artikel 46 of 55, eerste lid, met het oog op de beperking van de geluidsbelasting van woningen binnen die zone krachtens Afdeling 2, van hoofdstuk V zijn vastgesteld, niet op andere wijze wordt voorzien, komen deze kosten:
|
||||
|
||||
a. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van op het tijdstip van de vaststelling van de zone al aanwezige of in aanbouw zijnde woningen ten aanzien waarvan Afdeling 2, § 4, van hoofdstuk V, van toepassing is: ten laste van het Rijk;
|
||||
a. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van op het tijdstip van de vaststelling van de zone al aanwezige of in aanbouw zijnde woningen ten aanzien waarvan Afdeling 2, § 5, van hoofdstuk V, van toepassing is: ten laste van het Rijk;
|
||||
b. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van op het tijdstip van de vaststelling van de zone geprojecteerde woningen: ten laste van de exploitanten van de op het industrieterrein op dat tijdstip al gevestigde inrichtingen en de betrokken gemeente, ieder voor de helft, met dien verstande dat het ten laste van de exploitanten van bedoelde inrichtingen komende gedeelte der kosten over hen verdeeld wordt zoveel mogelijk naar evenredigheid van het aandeel der onderscheidene inrichtingen in de geluidproduktie van het industrieterrein op bedoeld tijdstip;
|
||||
c. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van woningen binnen de zone ingeval toepassing wordt gegeven aan artikel 48 of 67, eerste lid: ten laste van degene ten behoeve van wie de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt verhoogd.
|
||||
c. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van woningen binnen de zone ingeval toepassing wordt gegeven aan artikel 46 of 55, eerste lid: ten laste van degene ten behoeve van wie de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt verhoogd.
|
||||
|
||||
**2.** Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden mede gerekend de kosten, voortvloeiende uit het treffen van de krachtens de Woningwet of hoofdstuk VIII A vereiste maatregelen met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de in dat lid bedoelde woningen.
|
||||
**2.** Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden mede gerekend de kosten, voortvloeiende uit het treffen van de krachtens de Woningwet of hoofdstuk VIII B vereiste maatregelen met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de in dat lid bedoelde woningen.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot gebouwen en andere objecten ten aanzien waarvan bij het in werking treden van hoofdstuk V toepassing is gegeven aan artikel 68, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Kosten van maatregelen in zones langs wegen in bestaande situaties
|
||||
|
||||
|
|
@ -1653,9 +1785,13 @@ a. die op 1 maart 1986 een geluidsbelasting vanwege een weg ondervonden van ten
|
|||
b. die door het gemeentebestuur voor 1 januari 1998 op grond van artikel 88, eerste lid, aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zijn gemeld, en
|
||||
c. ten aanzien waarvan het gemeentebestuur bij die gelegenheid heeft verklaard dat het treffen van geluidwerende maatregelen de enige oplossing is die in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien door een reconstructie de geluidsbelasting, vanwege de gereconstrueerde weg, van de gevel van woningen binnen een zone met meer dan 5 dB(A) is toegenomen en voor die woningen nog niet eerder toepassing is gegeven aan artikel 90, vierde lid, komen de kosten, bedoeld in het eerste lid, ten laste van de wegbeheerder.
|
||||
**3.** Indien door een reconstructie de geluidsbelasting, vanwege de gereconstrueerde weg, van de gevel van woningen binnen een zone met meer dan 5 dB is toegenomen en voor die woningen nog niet eerder toepassing is gegeven aan artikel 90, vierde lid, komen de kosten, bedoeld in het eerste lid, ten laste van de wegbeheerder.
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot gebouwen en andere objecten, ten aanzien waarvan bij het in werking treden van hoofdstuk VI toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen zijn het eerste en derde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid komen de kosten van maatregelen in gevallen waarin op 1 maart 1986 de woningen aanwezig of in aanbouw waren, terwijl de weg aanwezig was, maar de woningen niet tijdig overeenkomstig artikel 88 zijn gemeld, ten laste van de gemeente waarin de woningen zijn gelegen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 komt het gedeelte van de kosten van de maatregelen dat verband houdt met de reconstructie van de weg voor rekening van de wegaanlegger.
|
||||
|
||||
### Artikel 126a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1671,7 +1807,7 @@ In geval van reconstructie van een weg komen de kosten van de maatregelen, vastg
|
|||
|
||||
**2.** In geval van de aanleg of wijziging van een landelijke spoorweg als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk VII, komen kosten van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, vastgesteld krachtens de Tracéwet, voor zover deze kosten verband houden met de aanleg of wijziging, ten laste van de spoorwegaanlegger.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 126a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 126, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
|
|
@ -1751,7 +1887,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 145
|
||||
|
||||
Tegen een besluit krachtens artikel 56 van deze wet, jo artikel 28, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep worden ingesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 54.
|
||||
**1.** Indien het besluit in de zin van artikel 110a, eerste lid, wordt genomen door burgemeester en wethouders en gepaard gaat met de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan vangt, in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen dat besluit aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het besluit in de zin van artikel 28 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Indien niet binnen die termijn is beslist, vangt de beroepstermijn aan met ingang van de dag na die waarop de termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het besluit in de zin van artikel 110a, eerste lid, wordt genomen door burgemeester en wethouders en gepaard gaat met een besluit overeenkomstig artikel 81, vangt in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen dat besluit aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het raadsbesluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 146
|
||||
|
||||
|
|
@ -1811,125 +1949,76 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 157
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een van de volgende onderdelen van deze wet of van het krachtens deze onderdelen bepaalde:
|
||||
|
||||
a. Afdeling 1, § 2 en Afdeling 2, § 2 en 4 van hoofdstuk V,
|
||||
b. Afdeling 2, 2a, 3 en 4 van hoofdstuk VI,
|
||||
c. hoofdstuk VII, en
|
||||
d. hoofdstuk VIII,
|
||||
|
||||
van toepassing is op woningen gelegen in twee of meer aanwezige of toekomstige geluidszones als bedoeld in de artikelen 41, 53, 74, 107 en 108 van deze wet en artikel 25a van de Luchtvaartwet, dragen gedeputeerde staten ervoor zorg dat voldoende aandacht wordt geschonken aan de noodzakelijke onderlinge afstemming en samenhang van de onderscheiden te treffen maatregelen. De voorgaande zin is van overeenkomstige toepassing op woningen ten aanzien waarvan maatregelen in verband met de geluidbelasting getroffen kunnen worden op grond van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart. Voor zover het maatregelen in saneringssituaties betreft, doen zij hun voorstellen voor deze maatregelen aan Onze Minister vergezeld gaan van hun desbetreffende advies.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in een bepaald gebied één of meer van de in het eerste lid genoemde onderdelen van deze wet of van het krachtens die onderdelen bepaalde van toepassing zijn, terwijl voor dat gebied tevens uit anderen hoofde van Rijkswege een saneringsprogramma ter zake van het voorkomen of bestrijden van geluidhinder moet worden opgesteld, draagt Onze Minister zorg voor de noodzakelijke onderlinge afstemming en samenhang van de te treffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid, kan Onze Minister bepalen, dat bij de berekening en meting van de onderscheidene geluidsbelastingen van de gevels van woningen op de resultaten een door hem aan te geven correctie kan worden toegepast.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Provinciale geluidhinderdiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 158
|
||||
|
||||
**1.** Door of vanwege gedeputeerde staten worden de voor een goede uitvoering van de door deze wet aan provinciale staten onderscheidenlijk gedeputeerde staten opgedragen taken noodzakelijke geluidmetingen verricht en worden klachten behandeld, die betrekking hebben op het bij of krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten oefenen op een daartoe strekkend verzoek de in het eerste lid omschreven taken mede uit ten behoeve van andere bestuursorganen die met de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde dan wel met handhaving van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 159
|
||||
|
||||
**1.** Provinciale staten dragen zorg dat met het oog op de in artikel 158 omschreven taken een provinciale geluidhinderdienst functioneert die in elk geval een meetdienst en een klachtendienst omvat. De geluidhinderdienst kan uit regionaal werkende onderdelen samengesteld zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Provinciale staten stellen, de inspecteur gehoord, bij verordening regels vast betreffende de organisatie en de uitvoering van de in artikel 158 omschreven taken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid bedoelde verordening houdt in elk geval regels in, die betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het adviseren van andere bestuursorganen ter zake van ingekomen klachten;
|
||||
b. de registratie van de ingekomen klachten en de verwerking van de uitkomsten van de behandeling daarvan;
|
||||
c. de regelmatige openbaarmaking van de onder *b* bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Tevens houdt de verordening in elk geval regels in, die bij de toepassing van artikel 158, tweede lid, in acht worden genomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 160
|
||||
|
||||
Alvorens wordt besloten tot instelling van regionaal werkende onderdelen van de geluidhinderdienst, stellen gedeputeerde staten de inspecteur in de gelegenheid terzake zijn zienswijze bekend te maken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 161
|
||||
|
||||
Indien de geluidhinderdienst uit regionaal werkende onderdelen is samengesteld, kunnen provinciale staten, op verzoek van één of meer gemeenten of van een openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (*Stb.* 1984, 667), tevens bepalen - onder regeling van een geldelijke tegemoetkoming - dat de taken waarmee gedeputeerde staten krachtens artikel 158 is belast, in dat gebied zullen worden vervuld door het bestuur van de betrokken gemeenten tezamen of door het bestuur van het betrokken ander openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Gemeentelijke diensten
|
||||
|
||||
### Artikel 162
|
||||
|
||||
**1.** Door of vanwege burgemeester en wethouders worden de voor een goede uitvoering van de taken, door deze wet aan het gemeentebestuur opgedragen, noodzakelijke geluidmetingen verricht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet, indien de bedoelde metingen op verzoek van burgemeester en wethouders krachtens artikel 158, tweede lid, door of vanwege gedeputeerde staten worden verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Behoudens in het geval, bedoeld in het tweede lid, dragen burgemeester en wethouders zorg dat een gemeentelijke meetdienst functioneert.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders stellen regels vast betreffende de organisatie en de uitvoering van de in het eerste lid omschreven taak.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XIV. Geluidbewaking
|
||||
## Hoofdstuk XIV. Overige bepalingen met betrekking tot geluidzones
|
||||
|
||||
### Artikel 163
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een industrieterrein geheel of in hoofdzaak is gelegen zorgen ervoor dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluidsruimte binnen de zone.
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald:
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op industrieterreinen van regionaal belang die zijn aangewezen bij provinciale milieuverordening. In dat geval dragen gedeputeerde staten voor de in het eerste lid genoemde taken zorg.
|
||||
|
||||
a. dat bij het van overheidswege verrichten van geluidmetingen, niet zijnde metingen als bedoeld in hoofdstuk V, VI, VII, VIII of VIII A, de bij de maatregel gestelde regels moeten worden in acht genomen;
|
||||
b. dat bij de maatregel aangewezen colleges van burgemeester en wethouders, besturen van provincies, andere openbare lichamen of gemeenschappelijke organen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gehouden zijn in hun gezagsgebied met inachtneming van de bij de maatregel gestelde regels metingen als bedoeld onder *a* te verrichten of mede te werken aan zodanige metingen die van Rijkswege worden verricht.
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing wanneer burgemeester en wethouders in overeenstemming met gedeputeerde staten besluiten dat gedeputeerde staten voor de in het eerste lid genoemde taken zorgdragen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Regels als bedoeld in het eerste lid, onder *a* en *b*, kunnen onder meer betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de dichtheid van het net van meetpunten;
|
||||
b. de frequentie van de metingen;
|
||||
c. de toe te passen meetmethoden;
|
||||
d. het doen van weerkundige waarnemingen;
|
||||
e. de verwerking en registratie van de uitkomsten van metingen;
|
||||
f. de terbeschikkingstelling van uitkomsten en de verstrekking van inlichtingen daaromtrent aan bij de maatregel aangewezen bestuursorganen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitkomsten van de van Rijkswege verrichte metingen worden door Onze Minister, en de uitkomsten van de metingen, verricht op grond van het krachtens het eerste lid, onder *b*, bepaalde, worden door het bestuursorgaan dat die metingen heeft verricht, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels voor ieder bereikbaar gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan omtrent het krachtens de voorgaande leden geregelde onderwerp nadere regels stellen.
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op industrieterreinen waarop zich inrichtingen bevinden als bedoeld in artikel 170, derde lid. Voor die industrieterreinen draagt Onze Minister voor de in het eerste lid genoemde taken zorg.
|
||||
|
||||
### Artikel 164
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer door het Rijk, een provincie, een gemeente, een ander openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen ten behoeve van geluidmetingen duurzaam of tijdelijk gebruik moet worden gemaakt van onroerende zaken, kan Onze Minister aan ieder die enig recht ten aanzien van die zaken heeft, doch met wie in voorafgaand overleg terzake geen overeenstemming is bereikt, de verplichting opleggen bedoeld gebruik, behoudens recht op schadevergoeding, te gedogen, indien naar het oordeel van Onze Minister de belangen van de rechthebbenden redelijkerwijs onteigening niet vorderen en in hun gebruik van die zaken niet meer belemmering wordt gebracht dan redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister doet de beslissing waarbij die verplichting wordt opgelegd, zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van dat wetboek is niet van toepassing.
|
||||
Ter vervulling van de in artikel 163 bedoelde taak kan een zonebeheerplan worden opgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 165
|
||||
|
||||
Ter zake van het bepaalde in artikel 164 is de Belemmeringenwet Privaatrecht, met uitzondering van de artikelen 1 en 6, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
**1.** In het belang van het verkrijgen van gegevens ten behoeve van het instellen van geluidszones rond industrieterreinen en ten behoeve van de bepaling van binnen die geluidszones te nemen maatregelen ter beperking van de geluidhinder aldaar kunnen burgemeester en wethouders, binnen een door hen aan te geven termijn gegevens betreffende de geluiduitstraling verlangen van beheerders van inrichtingen, welke binnen een zodanige zone werkzaam zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan omtrent de bepaling en de vastlegging van de in het eerste lid bedoelde gegevens regels stellen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op industrieterreinen van regionaal belang die zijn aangewezen bij provinciale milieuverordening. In dat geval hebben gedeputeerde staten de in het eerste lid genoemde bevoegdheden.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing wanneer burgemeester en wethouders in overeenstemming met gedeputeerde staten besluiten dat gedeputeerde staten voor de artikel 163, eerste lid, genoemde taken zorgdragen. In dat geval hebben gedeputeerde staten de in het eerste lid genoemde bevoegdheden.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op industrieterreinen waarop zich inrichtingen bevinden als bedoeld in artikel 170, derde lid. In dat geval heeft Onze Minister de in het eerste lid genoemde bevoegdheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 166
|
||||
|
||||
**1.** In het belang van het verkrijgen van gegevens ten behoeve van het instellen van geluidszones en ten behoeve van de bepaling van binnen geluidszones te nemen maatregelen ter beperking van de geluidhinder aldaar kan Onze Minister, voor zover het betreft een geluidszone als bedoeld in hoofdstuk VIII of een geluidszone als bedoeld in artikel 25a van de Luchtvaartwet, en kunnen gedeputeerde staten, voor zover het betreft een geluidszone ingevolge hoofdstuk V, binnen een door hen aan te geven termijn gegevens betreffende de geluiduitstraling verlangen van beheerders van inrichtingen die zijn aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, alsmede van de beheerders van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van verplaatsbare inrichtingen en categorieën van toestellen, welke binnen een zodanige zone werkzaam zijn of zullen zijn.
|
||||
**1.** In het belang van het verkrijgen van gegevens ten behoeve van het instellen van geluidszones en ten behoeve van de bepaling van binnen geluidszones te nemen maatregelen ter beperking van de geluidhinder aldaar kan Onze Minister, voor zover het betreft een geluidszone als bedoeld in hoofdstuk VIII of een geluidszone als bedoeld in artikel 25a van de Luchtvaartwet dan wel een gebied waarvoor met het oog op de geluidsbelasting toepassing is gegeven aan artikel 8.5, derde lid, van de Wet luchtvaart, binnen een door hem aan te geven termijn gegevens betreffende de geluiduitstraling verlangen van beheerders van inrichtingen, welke binnen een zodanige zone werkzaam zijn of zullen zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten, ingeval het een geluidszone ingevolge hoofdstuk V betreft, verzoeken aan het in het eerste lid gestelde toepassing te geven.
|
||||
**2.** Onze Minister kan omtrent de bepaling en de vastlegging van de in het eerste lid bedoelde gegevens regels stellen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan omtrent de bepaling en de vastlegging van de in het eerste lid bedoelde gegevens regels stellen.
|
||||
## Hoofdstuk XV. Verdere bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 167
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in het belang van het verkrijgen van een goed overzicht van de over het gehele land voorkomende geluidsbelastingen door bij de maatregel aangewezen colleges van burgemeester en wethouders, besturen van provincies, andere openbare lichamen of gemeenschappelijke organen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen op een bij de maatregel aan te geven wijze de geluidsbelastingen binnen het onder het gezag van genoemde besturen ressorterende gebied worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan omtrent de bepaling en de vastlegging van de geluidsbelastingen regels stellen.
|
||||
|
||||
**3.** Ambtenaren die op grond van de hun bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Luchtvaartwet toegekende bevoegdheden beschikken over gegevens die voor de vaststelling van de heersende geluidsbelastingen van belang zijn, zijn gehouden deze gegevens aan de krachtens het eerste lid aangewezen besturen op hun verzoek te verstrekken.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan het eerste lid toepassing is gegeven, draagt Onze Minister zorg voor openbare bekendmaking van de vastgestelde geluidsbelastingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 168
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XV. Verdere bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 169
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1945,11 +2034,11 @@ b. op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen.
|
|||
|
||||
**2.** Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden, die naar Ons oordeel in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder nodig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het bepaalde in artikel 71, tweede lid, stelt Onze Minister het programma van aktiviteiten als omschreven in dat artikellid op, voor zover het programma betrekking heeft op inrichtingen, die in gebruik of mede in gebruik zijn ten behoeve van de landsverdediging. Onze Minister stelt het programma op na overleg met Onze Minister van Defensie.
|
||||
**3.** In afwijking van het bepaalde in artikel 62, tweede lid, stelt Onze Minister het programma van aktiviteiten als omschreven in dat artikellid op, voor zover het programma betrekking heeft op inrichtingen, die in gebruik of mede in gebruik zijn ten behoeve van de landsverdediging. Onze Minister stelt het programma op na overleg met Onze Minister van Defensie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de vaststelling van het programma deelt Onze Minister aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waarin de in het derde lid bedoelde inrichting is gelegen, en aan gedeputeerde staten mede de geluidsbelasting vanwege die inrichting na de volledige uitvoering van het programma.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Defensie is ermee belast dat het programma, bedoeld in artikel 71, ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in het derde lid, wordt uitgevoerd.
|
||||
**5.** Onze Minister van Defensie is ermee belast dat het programma, bedoeld in artikel 62, ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in het derde lid, wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 171
|
||||
|
||||
|
|
@ -1957,9 +2046,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 172
|
||||
|
||||
**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2, 10, 41, 47, 50, 66, 83, 85 of 100*a* wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden gedurende een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 173
|
||||
|
||||
|
|
@ -2001,7 +2088,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 180
|
||||
|
||||
De bevoegdheid van gemeenten en van waterschappen, veenschappen en veenpolders tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, gehandhaafd voorzover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
|
||||
De bevoegdheid van gemeenten en van waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, gehandhaafd voorzover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 181
|
||||
|
||||
|
|
@ -2009,11 +2096,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 182
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de gevallen waarin een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 41 in werking treedt, ten aanzien van daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen bepaald binnen welke termijn moet worden voorzien in de vaststelling van een zone rond terreinen met een bestemming die de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen die tot die categorieën behoren.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de gevallen waarin een algemene maatregel van bestuur waarbij categorieën van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken worden aangewezen in werking treedt, ten aanzien van daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen bepaald binnen welke termijn en volgens welke normstelling en procedures moet worden voorzien in de vaststelling van een zone rond terreinen met een bestemming die de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen die tot die categorieën behoren.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet met betrekking tot terreinen waaromheen op het tijdstip van het in werking treden van de wijziging reeds een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 41 of 53 is tot stand gekomen of ten aanzien waarvan op dat tijdstip reeds een verplichting tot zonevaststelling op grond van genoemde artikelen van kracht is.
|
||||
|
||||
**3.** Ter zake van zones als bedoeld in het eerste lid is Afdeling 2 van hoofdstuk V van overeenkomstige toepassing, tenzij bij de maatregel krachtens het eerste lid anders wordt bepaald.
|
||||
**2.** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet met betrekking tot terreinen waaromheen op het tijdstip van het in werking treden van de wijziging reeds een zone is tot stand gekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 183
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue