From ef48e437ef0ca4b32359668a970f2765f69b3b69 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-01-01 | BWBR0022751 | Wet op het kindgebonden budget --- .../BWBR0022751/README.md | 12 ++++++------ 1 file changed, 6 insertions(+), 6 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md b/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md index 700eb708c67..d2b2bb64493 100644 --- a/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md +++ b/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md @@ -32,13 +32,13 @@ c. ouder: de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet. Het kindgebonden budget bedraagt voor een berekeningsjaar: -a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind : € 994; -b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 1299; -c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 1479; -d. indien de ouder aanspraak heeft voor vier kinderen: € 1584; -e. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan vier kinderen: € 1 584, verhoogd met zoveel maal € 50 als het aantal kinderen meer bedraagt dan vier. +a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind : € 1011,–; +b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 1322,–; +c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 1505,–; +d. indien de ouder aanspraak heeft voor vier kinderen: € 1611,–; +e. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan vier kinderen: € 1611,–, verhoogd met zoveel maal € 51,– als het aantal kinderen meer bedraagt dan vier. -**3.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan € 29 413 wordt het bedrag waarop recht bestaat op grond van het tweede lid verminderd met 6,5% van het verschil tussen het gezamenlijke toetsingsinkomen en € 29 413. +**3.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan € 29914,– wordt het bedrag waarop recht bestaat op grond van het tweede lid verminderd met 6,5% van het verschil tussen het gezamenlijke toetsingsinkomen en € 29914,–. **4.** Een ouder als bedoeld in het eerste lid en zijn partner die tevens ouder is als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben.