2006-01-13 | BWBR0012216 | Besluit financiële verhouding 2001
This commit is contained in:
parent
86af681f0e
commit
ef768cdbf1
1 changed files with 22 additions and 56 deletions
|
|
@ -20,7 +20,8 @@ a. de wet: de Financiële-verhoudingswet;
|
|||
b. het CBS: het Centraal bureau voor de statistiek;
|
||||
c. de uitkeringsfactor: het quotiënt van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag en de som van de uitkeringsbases, bedoeld in artikel 11 van de wet;
|
||||
d. rastervierkanten: vierkanten van 500 bij 500 meter, zoals deze worden gebruikt in het geografisch basisregister van het CBS;
|
||||
e. omgevingsadressendichtheid van een adres: het aantal adressen in de omgeving van het adres, gedeeld door het oppervlak in vierkante kilometers van de omgeving. De omgeving van een adres wordt gevormd door het rastervierkant, waarin het adres is gelegen en de twaalf meest nabij gelegen rastervierkanten.
|
||||
e. omgevingsadressendichtheid van een adres: het aantal adressen in de omgeving van het adres, gedeeld door het oppervlak in vierkante kilometers van de omgeving. De omgeving van een adres wordt gevormd door het rastervierkant, waarin het adres is gelegen en de twaalf meest nabij gelegen rastervierkanten;
|
||||
f. woonkern: een verzameling rastervierkanten die ieder 25 adressen of meer omvatten, en een aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. Indien de verzameling meer dan één rastervierkant bevat zijn de rastervierkanten tenminste met één zijde aan elkaar gesloten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Het provinciefonds en het gemeentefonds
|
||||
|
||||
|
|
@ -72,28 +73,15 @@ Het gemeentebestuur verstrekt jaarlijks aan het CBS gegevens omtrent de in artik
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Een woonkern bestaat uit een verzameling rastervierkanten die ieder 25 adressen of meer omvatten, en een aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. Indien de verzameling meer dan één rastervierkant bevat zijn de rastervierkanten tenminste met één zijde aan elkaar gesloten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern wordt toegedeeld aan die woonkern zelf en aan de woonkernen in de lokale omgeving van die woonkern. De aan een woonkern toegedeelde inwoners worden aangeduid als potentiële lokale klanten van de woonkern.
|
||||
|
||||
**2.** De woonkernen in de lokale omgeving van een woonkern zijn de woonkernen die liggen binnen een afstand van 20 kilometer tot de woonkern.
|
||||
|
||||
**3.** Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern bestaat uit het aantal inwoners van de woonkern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de woonkern is gelegen, niet in enige woonkern wonende inwoners. Het aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de woonkern in het totaal aantal in een woonkern binnen de gemeente wonende inwoners.
|
||||
|
||||
**4.** De toedeling aan de woonkernen geschiedt evenredig aan het gecorrigeerde aantal inwoners van die woonkernen en omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tot die woonkernen. Daarbij wordt de afstand van de woonkern tot zichzelf op 1 kilometer vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern wordt toegedeeld aan die woonkern zelf en aan de woonkernen in de regionale omgeving van die woonkern. De aan een kern toegedeelde inwoners worden aangeduid als potentiële regionale klanten van de kern.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de woonkernen in de regionale omgeving van een woonkern, de woonkernen zijn die liggen binnen een afstand van 60 kilometer tot de woonkern;
|
||||
b. de toedeling aan de woonkernen evenredig geschiedt aan het kwadraat van het gecorrigeerde aantal inwoners van die woonkernen en omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tot die woonkernen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -107,61 +95,37 @@ c. veengebied: de cumulatieve veendikte bedraagt minimaal 400 cm.
|
|||
|
||||
**2.** Onder goede grond wordt verstaan grond die niet aan de omschrijvingen onder a, b en c in het eerste lid van dit artikel voldoet.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers dragen zorg voor een kaart, waarop de ligging van slechte grond in Nederland is aangegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers leggen de kaart ter inzage.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het percentage slechte grond van een gemeente is het ongewogen percentage in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen de gemeente dat wordt ingenomen door slechte grond, voorzover deze is gelegen onder land en onder binnenwater binnen een zone van honderd meter vanaf de oever. Dit percentage wordt verminderd met 25 procentpunt. Een negatieve uitkomst wordt op nul gesteld.
|
||||
**1.** Het percentage slechte grond is het percentage in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen de gemeente dat wordt ingenomen door slechte grond.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De bodemfactor van een gemeente of van een deelgebied binnen een gemeente is het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen deze gemeente of dat deelgebied. De wegingsfactoren voor de verschillende grondsoorten zijn:
|
||||
|
||||
a. goede grond en water 1,00
|
||||
b. kleigebied: 1,30
|
||||
c. kleiveengebied: 1,45
|
||||
d. veengebied: 1,60
|
||||
|
||||
**3.** De totale oppervlakken land en binnenwater in het eerste en tweede lid hebben betrekking op land en binnenwater als bedoeld in de verdeelmaatstaven, vermeld onder de nummers 16 en 19 van bijlage 2.
|
||||
**2.** De bodemfactor van een gemeente of van een deelgebied binnen een gemeente is het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen de gemeente of het deelgebied.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Onder oppervlakte bebouwing wordt verstaan de geïndexeerde oppervlakte in hectaren van de categorieën gebouwen, bebouwd gebied en hoogbouw.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Bewoonde oorden zijn die oorden, die in de in 1930 gehouden volkstelling zijn geregistreerd als een bewoond oord met 500 of meer woningen.
|
||||
|
||||
**2.** Het historisch aantal woningen in een bewoond oord is het aantal woningen dat het oord omvatte overeenkomstig de gegevens van de in het eerste lid bedoelde volkstelling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
De lengte van de historische waterwegen in en rondom een historische kern wordt bepaald door het aantal meters historische waterweg in de kern te vermenigvuldigen met twee en dit produkt te vermeerderen met het aantal meters historische waterweg rondom de kern.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Ministers dragen zorg voor een kaart, waarop de ligging in de gemeenten is bepaald van:
|
||||
|
||||
a. de in bijlage 3 aangeduide historische kernen;
|
||||
b. de in artikel 14 bedoelde bewoonde oorden en historische aantallen woningen in die oorden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers leggen de kaart ter inzage.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Onze Ministers stellen de omvang van een historische kern of van de waterwegen in en rondom een historische kern vast overeenkomstig de waarden zoals die bij de inwerkingtreding van dit besluit golden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers wijzigen de vastgestelde omvang van een historische kern of de vastgestelde lengte van de waterwegen in of rondom een historische kern slechts indien zij dit nodig achten in verband met een aanmerkelijk verschil tussen de vastgestelde en de werkelijke waarden.
|
||||
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van een wijziging als bedoeld in het tweede lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
Onze Ministers stellen de omvang van de maatstaven Historische kernen, Historische waterwegen, Bewoonde oorden 1930 en Woningen 1930 in historische kernen vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
De dichtheidsfactor bestaat uit het quotiënt van het inwonertal, bedoeld in bijlage 2, onder nummer 2, en de som van de oppervlakken land en binnenwater, bedoeld in bijlage 2, onder de nummers 16 en 19.
|
||||
**1.** De gemeenten ontvangen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds een tegemoetkoming in de kosten die zij maken als gevolg van de eigen bijdragen die van hen worden verwacht voor investeringen die mede bekostigd worden uit het Investeringsbudget voor stedelijke vernieuwing.
|
||||
|
||||
**2.** Op basis van de verdeling van het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing stellen Onze Ministers in overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de omvang van het totale voor de tegemoetkoming beschikbare bedrag vast alsmede de aandelen van de gemeenten daarin.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. De aanvullende uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,9 +159,9 @@ a. de belastingcapaciteit van de gemeente met betrekking tot de onroerende zaakb
|
|||
b. de algemene uitkering aan de gemeente;
|
||||
c. de bedragen, bedoeld in artikel 6 van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet, waar de gemeente recht op heeft; terwijl in het eerste jaar van aanvraag aannemelijk is dat het tekort zich over het begrotingsjaar en de gehele periode van de meerjarenraming voor de drie op het begrotingsjaar volgende jaren uitstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De belastingcapaciteit wordt bepaald door het totaal van de vastgestelde waarden bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken, in de gemeente, neerwaarts afgerond op een veelvoud van 453 780 euro, te vermenigvuldigen met de absolute waarde van het bedrag per eenheid behorende bij de maatstaf die in bijlage 2, onder nummer 1, is vermeld.
|
||||
**2.** De belastingcapaciteit wordt bepaald door het totaal van de vastgestelde waarden bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken, in de gemeente, neerwaarts afgerond op een veelvoud van 500 000 euro, te vermenigvuldigen met de absolute waarde van het bedrag per eenheid behorende bij de maatstaf die in bijlage 2, onder nummer 1, is vermeld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de bepaling van de in het tweede lid bedoelde waarden worden niet meegerekend de waarden die op grond van artikel 220d van de Gemeentewet buiten aanmerking worden gelaten, alsmede de waarden van onroerende zaken ten aanzien waarvan op grond van artikel 243 van de Gemeentewet vrijstelling is verleend.
|
||||
**3.** Bij de bepaling van de in het tweede lid bedoelde waarden wordt niet meegerekend de waarde van onroerende zaken of delen van onroerende zaken waarover het de gemeente verboden is, bij of krachtens wettelijk voorschrift, onroerende-zaakbelasting te heffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -209,7 +173,7 @@ a. een door Onze Ministers bij ministeriële regeling vast te stellen tarief per
|
|||
b. de door de gemeente gemaakte lasten inzake huisvuil en bedrijfsvuil volledig worden doorberekend in de reinigingsheffingen;
|
||||
c. de door de gemeente gemaakte lasten inzake de riolering volledig worden doorberekend in de rioolrechten.
|
||||
|
||||
**2.** Van een redelijk peil van eigen inkomsten is eveneens sprake indien een tekort op de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde onderdelen wordt gecompenseerd door een opbrengst op de onroerende-zaakbelastingen die uitstijgt boven de opbrengst overeenkomstig het in het eerste lid, onder a, bedoelde.
|
||||
**2.** Een tekort op de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde onderdelen kan worden gecompenseerd door het tarief van de onroerendezaakbelastingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met een met het tekort overeenkomend bedrag te verhogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -240,7 +204,7 @@ b. het in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artike
|
|||
|
||||
**2.** In de regeling van een specifieke uitkering kan van het eerste lid worden afgeweken. Afwijkingen worden in de toelichting bij de regeling gemotiveerd.
|
||||
|
||||
**3.** Het provinciebestuur en het gemeentebestuur verstrekken desgevraagd inlichtingen omtrent de besteding van een specifieke uitkering aan de door Onze Minister wie het aangaat daartoe aangewezen ambtenaren van de accountantsdienst, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001. De ambtenaren van de accountantsdienst kunnen tevens informatie inwinnen bij de in artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, bedoelde accountants.
|
||||
**3.** Het provinciebestuur en het gemeentebestuur verstrekken desgevraagd inlichtingen omtrent de besteding van een specifieke uitkering aan de door Onze Minister wie het aangaat daartoe aangewezen ambtenaren van de accountantsdienst, bedoeld in artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001. De ambtenaren van de accountantsdienst kunnen tevens informatie inwinnen bij de in artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, bedoelde accountants.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -317,6 +281,8 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiële verhouding 2001.
|
|||
|
||||
## Bijlage 3. De historische kernen (bijlage bij
|
||||
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. Overgangsregeling 2001–2004 (bijlage bij artikel 27)
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue