2003-01-01 | BWBR0006338 | Bekostigingsbesluit WHW
This commit is contained in:
parent
ea9e221f35
commit
ef8d2aed1d
1 changed files with 13 additions and 32 deletions
|
|
@ -34,7 +34,7 @@ o. accountant: een door het instellingsbestuur aangewezen accountant als bedoeld
|
|||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid, 2.24, vierde lid, 2.25, vijfde lid, 3.3, eerste en zevende lid lid, 3.3a, eerste en derde lid, 3.4, 3.4a, tweede lid, 3.7, tweede lid, 3.12, tweede lid, 4.3, eerste lid, onder b, 5.3, vierde lid, 5.4, tweede en vierde lid, en 5.5, vierde en vijfde lid wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet.
|
||||
Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid, 2.24, vierde lid, 2.25, vijfde lid, 3.3, eerste en zevende lid, 3.3a, eerste en derde lid, 3.3b, 3.4, 3.4a, tweede lid, 3.7, tweede lid, 3.12, tweede lid, 4.3, eerste lid, onder b, 5.3, vierde lid, en 5.5, vierde en vijfde lid wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Universiteiten
|
||||
|
||||
|
|
@ -50,22 +50,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder te bekostigen eerstejaars: degene die:
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder te bekostigen eerstejaars:
|
||||
|
||||
degene die:
|
||||
|
||||
a. blijkens het Centraal register inschrijving voor de eerste maal op de peildatum is ingeschreven aan de universiteit in de periode te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan de peildatum, en
|
||||
a. blijkens het Centraal register inschrijving voor de eerste maal op 1 oktober is ingeschreven aan de universiteit in de periode te rekenen vanaf het vijfde studiejaar voorafgaande aan die datum, en
|
||||
b. het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 en 7.44 van de wet, is verschuldigd en geen vrijstelling op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet heeft gekregen van het betalen van collegegeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De peildatum, bedoeld in het eerste lid, is:
|
||||
|
||||
a. 1 oktober voor de studiejaren vanaf het studiejaar 1996/1997, en
|
||||
b. 1 december voor het studiejaar 1995/1996.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
De rijksbijdrage van een universiteit is samengesteld uit:
|
||||
|
|
@ -470,7 +459,7 @@ b. 1 oktober voor de studiejaren vanaf het studiejaar 1993/1994.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3a
|
||||
|
||||
**1.** In dit artikel wordt onder opleiding verstaan: een opleiding of lerarenopleiding op het gebied van de kunst, dan wel een groep van die opleidingen. Bij ministeriële regeling wordt de indeling van de groepen van opleidingen vastgesteld.
|
||||
**1.** In dit artikel en in artikel 3.3b wordt onder opleiding verstaan: een opleiding of lerarenopleiding op het gebied van de kunst, dan wel een groep van die opleidingen. Bij ministeriële regeling wordt de indeling van de groepen van opleidingen vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,6 +476,10 @@ A: het aantal personen aan wie blijkens het Centraal register inschrijving een g
|
|||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt bij ministeriële regeling bepaald welke opleidingen als dezelfde opleidingen worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3b
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan voor de in artikel 3.3a bedoelde opleidingen een limiet worden gesteld aan het aantal te bekostigen eerstejaarsstudenten per opleiding. Onder eerstejaarsstudent wordt verstaan: de student die, na de inschrijving voor een opleiding, op de peildatum voor het eerst voldoet aan onderdeel I van artikel 3.3a, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.3 wordt de onderwijsvraag voor de opleidingen lerarenopleidingen speciaal onderwijs, de opleidingen hogere kaderopleiding pedagogiek, de voortgezette opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene vakken, de tweedegraads lerarenopleiding verpleegkunde, de opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg en de opleiding van kader in de gezondheidszorg, bepaald op het aantal ingeschreven studenten op 1 oktober van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar.
|
||||
|
|
@ -514,11 +507,11 @@ Voor de bepaling van de onderwijsvraag van een opleiding waarvan de registratie
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het exploitatiedeel van een opleiding wordt berekend door de uit de artikelen 3.3 tot en met 3.6, 5.3 dan wel 5.4 voor de desbetreffende opleiding voortvloeiende onderwijsvraag te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag. Daarbij worden:
|
||||
Het exploitatiedeel van een opleiding wordt berekend door de uit de artikelen 3.3 tot en met 3.6 dan wel 5.3 voor de desbetreffende opleiding voortvloeiende onderwijsvraag te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag. Daarbij worden:
|
||||
|
||||
a. voor de onder de artikelen 3.3, 3.4, 3.5 of 3.6 vallende opleidingen twee niveaus onderscheiden;
|
||||
b. voor de onder de artikelen 3.3a of 5.3 vallende opleidingen ten hoogste vier niveaus onderscheiden, waarbij een van deze niveaus gelijk is aan het hoogste van de onder a bedoelde niveaus;
|
||||
c. voor de onder de artikelen 3.4a of 5.4 vallende opleidingen ten hoogste vier niveaus onderscheiden.
|
||||
c. voor de onder artikel 3.4a vallende opleidingen ten hoogste vier niveaus onderscheiden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de som van de exploitatiedelen van de hogescholen afwijkt van het landelijk beschikbare exploitatiedeel, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, worden door Onze minister voor het desbetreffende begrotingsjaar de exploitatiedelen van de afzonderlijke hogescholen vermenigvuldigd met een factor, zodanig dat de som van de exploitatiedelen van de hogescholen en het landelijk beschikbare exploitatiedeel aan elkaar gelijk zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -562,7 +555,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde rijksbegroting, wordt jaarlijks door Onze minister de omvang vastgesteld van het landelijk voor de hogescholen beschikbare huisvestingsdeel.
|
||||
|
||||
**2.** Het landelijk beschikbare huisvestingsdeel wordt over de hogescholen verdeeld op basis van de in vierkante meters uitgedrukte ruimtebehoefte per hogeschool in het betreffende begrotingsjaar. De ruimtebehoefte wordt jaarlijks berekend door de onderwijsvraag van de hogeschool in het desbetreffende begrotingsjaar, bedoeld in de artikelen 3.3 tot en met 3.6, 5.3 en 5.4 te vermenigvuldigen met de ruimtebehoeftenorm van de hogeschool. Bij ministeriële regeling wordt de ruimtebehoeftenorm per hogeschool vastgesteld.
|
||||
**2.** Het landelijk beschikbare huisvestingsdeel wordt over de hogescholen verdeeld op basis van de in vierkante meters uitgedrukte ruimtebehoefte per hogeschool in het betreffende begrotingsjaar. De ruimtebehoefte wordt jaarlijks berekend door de onderwijsvraag van de hogeschool in het desbetreffende begrotingsjaar, bedoeld in de artikelen 3.3 tot en met 3.6 en 5.3 te vermenigvuldigen met de ruimtebehoeftenorm van de hogeschool. Bij ministeriële regeling wordt de ruimtebehoeftenorm per hogeschool vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -677,13 +670,7 @@ In afwijking van paragraaf 4 van hoofdstuk 2 wordt het landelijk beschikbare de
|
|||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 3.4a wordt de onderwijsvraag voor voortgezette opleidingen muziek als bedoeld in artikel 7.4, vijfde lid, eerste volzin, van de wet in het begrotingsjaar 2002 vastgesteld met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De differentiaties sonologie en opera worden voor de toepassing van dit besluit beschouwd als opleidingen. De onderwijsvraag voor deze differentiaties wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.
|
||||
|
||||
**3.** De onderwijsvraag wordt vastgesteld op het aantal studenten dat op 1 oktober 2001 voor elk van die opleidingen is ingeschreven, en wordt per opleiding verminderd met de volgens het tweede lid vastgestelde aantallen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling wordt per opleiding bepaald hoeveel de volgens het derde lid vastgestelde onderwijsvraag ten hoogste bedraagt.
|
||||
Vervallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -764,13 +751,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 5.13
|
||||
|
||||
**1.** Indien in het begrotingsjaar 2002 blijkt dat het aandeel van een universiteit in de geraamde rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de wet, wat betreft de som van het onderwijsdeel en het onderzoekdeel minder dan 94% zou zijn van het aandeel van die universiteit in de rijksbijdrage wat betreft de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel en het verwevenheidsdeel in het begrotingsjaar 1999, wordt het aandeel van de desbetreffende universiteit in de rijksbijdrage in het begrotingsjaar 2002 verhoogd tot 94% van het aandeel van de desbetreffende universiteit in de rijksbijdrage wat betreft de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel en het verwevenheidsdeel in het begrotingsjaar 1999. De verhoging wordt toegevoegd aan de component basisvoorziening onderwijs van die universiteit in het begrotingsjaar 2002.
|
||||
|
||||
**2.** De component basisvoorziening onderwijs van de universiteiten waarvan het aandeel in de rijksbijdrage wat betreft de som van het onderwijsdeel en het onderzoekdeel in dat begrotingsjaar meer is dan 94% van het aandeel van die universiteit in de rijksbijdrage wat betreft de som van het onderwijsdeel, het verwevenheidsdeel en het onderzoekdeel in het begrotingsjaar 1999, wordt verminderd met het bedrag van de verhoging, bedoeld in het eerste lid. Deze vermindering wordt over die universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel en het verwevenheidsdeel in het begrotingsjaar 1999.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het aandeel van een universiteit in de geraamde rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de wet wat betreft de som van het onderwijsdeel en het onderzoekdeel als gevolg van de vermindering van de component basisvoorziening onderwijs in het begrotingsjaar 2002 minder dan 94% is van het aandeel van die universiteit in de rijksbijdrage wat betreft de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel en het verwevenheidsdeel in het begrotingsjaar 1999, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de berekening van de component basisvoorziening onderwijs in het begrotingsjaar 2003 wordt de toename of afname op grond van het eerste, tweede of derde lid buiten beschouwing gelaten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.14
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue