From ef8ffa90a4c4585b1479460d84409095d3af572b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Oct 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-10-01 | BWBR0032997 | Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013 --- .../BWBR0032997/README.md | 147 +++++++++--------- 1 file changed, 74 insertions(+), 73 deletions(-) diff --git a/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2013/BWBR0032997/README.md b/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2013/BWBR0032997/README.md index 66577dacdb4..762afd009cf 100644 --- a/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2013/BWBR0032997/README.md +++ b/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2013/BWBR0032997/README.md @@ -44,7 +44,7 @@ Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2013 en de berekenin **2.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2013 en het PKB 2012. -**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. +**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. **4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. @@ -57,8 +57,8 @@ Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2013 en de berekenin Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd op het PKB 2012; -b. de zelfstandigen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011; -c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011. +b. de zelfstandigen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011; +c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011. **8.** @@ -76,7 +76,7 @@ Voor de indeling in een klasse van het criterium aard van het inkomen deelt het Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012. **11.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -85,8 +85,8 @@ b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in FKG somatische zorg 2013 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; -b. de opgave per 1 juni 2012 van declaraties farmaceutische hulp 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. +a. de indeling in FKG somatische zorg 2013 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +b. de opgave per 1 juni 2012 van declaraties farmaceutische hulp 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. **13.** @@ -122,8 +122,8 @@ f. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Kanker, deelt het college deze ver Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in DKG’s 2013 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-33132214; -b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2012 aan het college van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van DBC’s die in 2010 geopend zijn. +a. de indeling in DKG’s 2013 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-33132214; +b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2012 aan het college van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van DBC’s die in 2010 geopend zijn. **22.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid onderdeel b en het PKB 2011 per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 15 de verzekerde valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. @@ -149,9 +149,9 @@ e. de adresgegevens indien deze in de opgave van de Belastingdienst ontbreken, o Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: -a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2008 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2010, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2011 bij het college hebben aangeleverd; -b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2011, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd; -c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. +a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2008 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2010, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2011 bij het college hebben aangeleverd; +b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2011, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd; +c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. **29.** Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2008, 2009 respectievelijk 2010 tot drempelbedragen MHK 2008, 2009 respectievelijk 2010. @@ -173,7 +173,7 @@ c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd bur **2.** Het college baseert zich bij de raming op de macroverzekerdenraming 2013 en het PKB 2012. -**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2012 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. +**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2012 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. **4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. @@ -190,8 +190,8 @@ c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd bur Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd, op het PKB 2012; -b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011; -c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011. +b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011; +c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011. **10.** Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. @@ -201,7 +201,7 @@ c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de op Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012. **13.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -210,8 +210,8 @@ b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in FKG GGZ 2013 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2012 Z-3132214. -b. de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2012 van declaraties farmaceutische hulp 2011 van de zorgverzekeraars aan het college. +a. de indeling in FKG GGZ 2013 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2012 Z-3132214. +b. de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2012 van declaraties farmaceutische hulp 2011 van de zorgverzekeraars aan het college. **15.** @@ -257,7 +257,7 @@ e. de adresgegevens, op het PKB 2012 indien deze ontbreken in de opgave van de B **27.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres naar de macroverzekerdenraming. -**28.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. +**28.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. **29.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2011 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. @@ -267,7 +267,7 @@ e. de adresgegevens, op het PKB 2012 indien deze ontbreken in de opgave van de B **32.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten lage drempel naar de macroverzekerdenraming. -**33.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. +**33.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. **34.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2011 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempel klasse 1 2013 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. @@ -287,7 +287,7 @@ e. de adresgegevens, op het PKB 2012 indien deze ontbreken in de opgave van de B **2.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2013 en het PKB 2012. -**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie in de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. +**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie in de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. **4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. @@ -306,8 +306,8 @@ e. de adresgegevens, op het PKB 2012 indien deze ontbreken in de opgave van de B Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd, op het PKB 2012; -b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011; -c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011. +b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011; +c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2011. **11.** Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze Beleidsregels. @@ -317,7 +317,7 @@ c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de op Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012. **14.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor criterium regio naar de macroverzekerdenraming. @@ -362,7 +362,7 @@ i. de gewichten variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde Het college bepaalt het deelbedrag vaste zorgkosten 2013 als volgt: -a. Het college berekent de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2011 op basis van gegevens over de kosten uit de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 van de zorgverzekeraar; +a. Het college berekent de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2011 op basis van gegevens over de kosten uit de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 van de zorgverzekeraar; b. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het college de geraamde aantallen verzekerden 2013 met het berekende bedrag in onderdeel a; c. Vervolgens berekent het college de landelijke vaste kosten factor 2013 door het macro-deelbedrag vaste zorgkosten 2013, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van de Regeling risicoverevening 2013 te delen door de som over alle zorgverzekeraars van het resultaat onder b; d. Het college vermenigvuldigt het in onderdeel a berekende bedrag per zorgverzekeraar met de in onderdeel c berekende landelijke vaste kosten factor 2013. Het resultaat wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste zorgkosten per geraamde verzekerde 2013. @@ -486,7 +486,7 @@ Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2013 besl ### Artikel 14 -**1.** Het college herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2013 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het college op 7 maart 2013. +**1.** Het college herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2013 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het college op 7 maart 2013. **2.** @@ -502,7 +502,7 @@ Het college deelt het totaal aantal verzekerden uit de opgaven in het eerste lid **1.** Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. -**2.** Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2014. +**2.** Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2014. **3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2013 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. @@ -510,7 +510,7 @@ Het college deelt het totaal aantal verzekerden uit de opgaven in het eerste lid Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; +a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; b. Het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. **5.** @@ -519,9 +519,9 @@ Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium aard van a. de leeftijd, op het PKB 2013; b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; -c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; -d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; -e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2012, met als peildatum 30 juni 2012 voor verzekerden uit die gemeente; +c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; +d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; +e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2012, met als peildatum 30 juni 2012 voor verzekerden uit die gemeente; f. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. **6.** Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen, is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze Beleidsregels. @@ -530,7 +530,7 @@ f. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2013; c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. @@ -538,8 +538,8 @@ c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: -a. op de indeling in de FKG’s somatische zorg 2013 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; -b. de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. +a. op de indeling in de FKG’s somatische zorg 2013 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +b. de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. **9.** @@ -560,8 +560,8 @@ b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulp Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in DKG’s uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; -b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2014 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2012 geopend zijn. +a. de indeling in DKG’s uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2014 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2012 geopend zijn. **15.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het dertiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 15 de verzekerde valt. @@ -582,9 +582,9 @@ f. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave v Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: -a. declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd; -b. declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd; -c. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc zorgproducten en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. +a. declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd; +b. declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd; +c. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc zorgproducten en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. **19.** Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2010, 2011 en 2012 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2010, 2011 en 2012. @@ -602,7 +602,7 @@ c. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedrag **1.** Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. -**2.** Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2014. +**2.** Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2014. **3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2013 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. @@ -610,14 +610,14 @@ c. declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedrag Het college baseert zich voor het aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; +a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; b. het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. **5.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; +a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; b. het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. **6.** @@ -626,9 +626,9 @@ Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder a. de leeftijd, op het PKB 2013; b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; -c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; -d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; -e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2012, met peildatum 30 juni 2012, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. +c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; +d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; +e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2012, met peildatum 30 juni 2012, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. **7.** Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. @@ -636,7 +636,7 @@ e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2013; c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. @@ -644,8 +644,8 @@ c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG-GGZ per zorgverzekeraar op: -a. de indeling in FKG GGZ 2013 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; -b. de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. +a. de indeling in FKG GGZ 2013 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +b. de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. **10.** @@ -689,13 +689,13 @@ Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder a. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2013; b. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst op het PKB 2013 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. -**19.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. +**19.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. **20.** Het college bepaalt door middel van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave uit het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. **21.** Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0. -**22.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. +**22.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. **23.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 2013 valt. @@ -709,7 +709,7 @@ b. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave v **1.** Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2013 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. -**2.** Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2014 bij het college hebben aangeleverd. +**2.** Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2014 bij het college hebben aangeleverd. **3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2013 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. @@ -721,7 +721,7 @@ b. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave v Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: -a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; +a. het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; b. het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. **7.** @@ -730,9 +730,9 @@ Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zo a. de leeftijd, op het PKB 2013; b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; -c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; -d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; -e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2012, met peildatum 30 juni 2012, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. +c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; +d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; +e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2012, met peildatum 30 juni 2012, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. **8.** Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze beleidsregels. @@ -740,7 +740,7 @@ e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: -a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; +a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; b. de viercijferige postcode, op het PKB 2013; c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. @@ -750,13 +750,13 @@ c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in he ### Artikel 18 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2013 bepaalt het college de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2013 bepaalt het college de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **2.** Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de DKG klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. **3.** Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. -**4.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 15 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7. +**4.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 15 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7 en past daarbij de factor 1,0025998020 toe. **5.** Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 door de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars. @@ -772,14 +772,15 @@ c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in he ### Artikel 19 -**1.** Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 per zorgverzekeraar met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 15 van de Regeling risicoverevening 2013 de vaste zorgkosten 2013. +**1.** Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 per zorgverzekeraar met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 15 van de Regeling risicoverevening 2013 de vaste zorgkosten 2013. **2.** Het college herberekent het voorlopig deelbedrag vaste zorgkosten 2013 per zorgverzekeraar als volgt: a. De vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 worden per zorgverzekeraar gedeeld door het aantal verzekerden 2012. Het resultaat is het bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2012; -b. Het in onderdeel a berekende bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2012 wordt vermenigvuldigd met het totaal aantal verzekerden 2013 per zorgverzekeraar, vastgesteld met toepassing van artikel 15, tiende lid. Het resultaat is het deelbedrag vaste zorgkosten 2013. +b. Het in onderdeel a berekende bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2012 wordt vermenigvuldigd met het totaal aantal verzekerden 2013 per zorgverzekeraar, vastgesteld met toepassing van artikel 15, tiende lid; +c. Het college past de factor 1,0028139289 toe op het onder b berekende bedrag. Het resultaat is het deelbedrag vaste zorgkosten 2013. **3.** Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de vaste zorgkosten 2013, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste zorgkosten, verkregen in het tweede lid. @@ -787,19 +788,19 @@ b. Het in onderdeel a berekende bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per ### Artikel 20 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **2.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden jonger dan 18 jaar van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, tweede lid. **3.** Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na over het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verkregen in tweede lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar uit het eerste lid en verrekent dit met het normatieve bedrag uit het tweede lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar. -**4.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**4.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **5.** Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. **6.** Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. -**7.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, derde tot en met elfde lid. +**7.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, derde tot en met elfde lid en past daarbij de factor 1,0419166834 toe. **8.** Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het vierde lid, te delen door het in het zevende lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars. @@ -817,7 +818,7 @@ b. Het in onderdeel a berekende bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per ### Artikel 21 -**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 18 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van overige prestaties 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. +**1.** Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 18 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van overige prestaties 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. **2.** Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de DKG klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. @@ -841,7 +842,7 @@ b. Het in onderdeel a berekende bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per **2.** Het college herberekent overeenkomstig artikel 11 de normatieve eigen risico opbrengst 2013 op basis van de verzekerdenaantallen 2013 van 18 jaar en ouder zoals bepaald in artikel 17. -**3.** In afwijking van het tweede lid bepaalt het college de gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014. +**3.** In afwijking van het tweede lid bepaalt het college de gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014. ### Artikel 23 @@ -867,7 +868,7 @@ d. indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan EUR –7,50 per verz **4.** Het college bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2013. -**5.** Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen. +**5.** Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen. **6.** Het college herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2013 te vermenigvuldigen met EUR 50. @@ -879,7 +880,7 @@ d. indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan EUR –7,50 per verz ### Artikel 24 -Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de opgave hogekostencompensatie 2013, de kosten 2013 uit de opgave jaarstaat 2015 per 1 juni 2016, de opbrengstresultaten 2013 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast. +Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de opgave hogekostencompensatie 2013, de kosten 2013 uit de opgave jaarstaat per 1 mei 2016, de opbrengstresultaten 2013 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast. ### Artikel 25 @@ -887,11 +888,11 @@ Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met **2.** Voor het criterium SES betrekt het college voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2013 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2013, maakt het college gebruik van de opgave over 2012. -**3.** Voor het criterium MHK betrekt het college bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2012 voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc zorgproducten en de kosten van overige prestaties per verzekerde tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd. +**3.** Voor het criterium MHK betrekt het college bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2012 voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc zorgproducten en de kosten van overige prestaties per verzekerde tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd. -**4.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd. +**4.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd. -**5.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd. +**5.** Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd. ### Artikel 26 @@ -901,7 +902,7 @@ Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met **3.** Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. -**4.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7. +**4.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7 en past daarbij de factor 1,0025998020 toe. **5.** Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 door de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vierde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars. @@ -947,7 +948,7 @@ i. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzeke **7.** Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. -**8.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, derde tot en met tiende lid. +**8.** Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, derde tot en met tiende lid en past daarbij de factor 1,0419166834 toe. **9.** Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het vijfde lid, te delen door het in het achtste lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars. @@ -1013,7 +1014,7 @@ d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddel **4.** Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2013. -**5.** Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen. +**5.** Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen. **6.** Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar te vermenigvuldigen met EUR 50. @@ -1184,7 +1185,7 @@ Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld. **1.** Deze beleidregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst. -**2.** Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 oktober 2012. +**2.** Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 oktober 2012. ### Artikel 46