2021-12-10 | BWBR0027929 | Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

This commit is contained in:
Coornhert 2021-12-10 12:00:00 +00:00
parent 79d5964414
commit efbccf7b5e

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
bwb_id: BWBR0027929
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2020-02-13'
datum_inwerkingtreding: '2021-12-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0027929
citeertitel: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
---
@ -16,6 +16,7 @@ citeertitel: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *bestemmingsplan met verbrede reikwijdte:* bestemmingsplan als bedoeld in artikel 7c of 7g;
- *bijlage:* bij dit besluit behorende bijlage;
- *eco iglo:* gebouw bestaande uit een drijfelement van ten hoogste 400 m^2 waarop een staal-glas of koolstof-glas constructie in de vorm van een halve bol is geplaatst, waarbij in de binnen het bouwwerk benodigde energie wordt voorzien door middel van aardwarmte, zonnecellen of miniwindturbines en in het binnen het bouwwerk benodigde water wordt voorzien door middel van een hemelwateropvanginstallatie, gecombineerd met nanofiltratie ten behoeve van de water- of drinkwatervoorziening;
- *miniwindturbine:* windturbine met een rotordiameter van ten hoogste 5 meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m^2, met een horizontale of verticale rotoras, ten behoeve van levering van elektriciteit achter de meter of aan een accu ten behoeve van eigen gebruik, welke windturbine gecertificeerd is volgens IEC 61400-12 (2006), dan wel gecertificeerd is volgens de standaarden van de American Wind Energy Association of de British Wind Energy Association of het Kleinwind keur heeft op basis van de Nederlandse beoordelingsrichtlijn Kleine Windturbines, en met een tiphoogte van niet meer dan tien meter, gemeten vanaf de nokhoogte van het gebouw waaraan die miniwindturbine elektriciteit levert;
@ -265,9 +266,11 @@ In afwijking van artikel 3.5, eerste volzin, van de Wet ruimtelijke ordening kun
### Artikel 6j
**1.** Het verbod uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt niet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het tweede lid die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel die voldoet aan de in het derde lid genoemde eisen.
**1.** Het verbod uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt, voor zover het gaat om de gronden, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder b, c of d, van die wet, tot 1 september 2025 niet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het derde lid die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel.
**2.**
**2.** In afwijking van het eerste lid geldt het verbod uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het derde lid die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel die voldoet aan de in het vierde lid genoemde eisen.
**3.**
De bouwactiviteit bestaat uit de realisatie van:
@ -278,22 +281,22 @@ d. een dakterras;
e. een dakkapel, of
f. de splitsing of samenvoeging van woningen, mits geen verandering van de bouwconstructie plaatsvindt.
**3.**
**4.**
Eisen als bedoeld in het eerste lid houden in dat de architect of de dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel voldoet aan de door de raad gestelde eisen met betrekking tot:
Eisen als bedoeld in het tweede lid houden in dat de architect of de dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel voldoet aan de door de raad gestelde eisen met betrekking tot:
a. de benodigde beroepservaring, vakkennis, vaardigheden en inzicht op het gebied van toetsing van en toezicht houden op de uitvoering van de bouwregelgeving, en
b. de wijze waarop de toetsing en het toezicht op de bouwactiviteiten plaatsvindt.
**4.**
**5.**
Onder het in het eerste lid bedoelde uitvoeren van een bouwactiviteit onder verantwoordelijkheid van een architect of dienstverrichter zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel worden tenminste de volgende verplichtingen voor die architect of dienstverrichter begrepen:
Onder het in het eerste en tweede lid bedoelde uitvoeren van een bouwactiviteit onder verantwoordelijkheid van een architect of dienstverrichter zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel worden tenminste de volgende verplichtingen voor die architect of dienstverrichter begrepen:
a. de architect heeft vanaf de opdrachtverlening tot en met de oplevering van het bouwwerk opdracht voor het ontwerp en het toezicht op het bouwwerk en draagt er zorg voor dat de werkzaamheden in het kader van kwaliteitsborging zo worden uitgevoerd zodat het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaat dat het eindresultaat van de bouwwerkzaamheden voldoet aan de daarvoor geldende regelgeving;
a. indien het tweede lid van toepassing is, heeft de architect vanaf de opdrachtverlening tot en met de oplevering van het bouwwerk opdracht voor het ontwerp en het toezicht op het bouwwerk en draagt er zorg voor dat de werkzaamheden in het kader van kwaliteitsborging zo worden uitgevoerd zodat het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaat dat het eindresultaat van de bouwwerkzaamheden voldoet aan de daarvoor geldende regelgeving;
b. de architect meldt binnen drie weken voor de start van de uitvoering van de bouwactiviteit aan burgemeester en wethouders dat voor die activiteit toepassing wordt gegeven aan dit artikel en aan de daarvoor door de raad gestelde eisen;
c. binnen drie weken na de oplevering van de bouwactiviteiten door de bouwer overlegt de architect een opleverdossier aan burgemeester en wethouders dat voldoet aan de daaraan door de raad gestelde eisen.
**5.** Dit artikel is tot zes maanden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing op de door burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen locaties.
**6.** Dit artikel is van toepassing op de door burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen locaties.
### Artikel 6k
@ -354,20 +357,21 @@ b. straatmeubilair.
Dit artikel is van toepassing op de volgende gemeenten of gebieden:
a. Amsterdam;
b. Bloemendaal, Blekersveld, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 168;
c. Enschede;
d. Giessenlanden, Bedrijventerrein Betonson, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 80;
e. Gooise Meren, Laren en Hilversum, Crailo, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 169;
f. Harderwijk;
g. Leusden;
h. Zaanstad;
i. Zuidhorn, Woongebied Tussen de Gasten, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 165.
a. Bloemendaal, Blekersveld, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 168;
b. Enschede;
c. Giessenlanden, Bedrijventerrein Betonson, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 80;
d. Gooise Meren, Laren en Hilversum, Crailo, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 169;
e. Harderwijk;
f. Leusden;
g. Zaanstad;
h. Zuidhorn, Woongebied Tussen de Gasten, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 165.
**2.** In afwijking van artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 geldt voor te bouwen woningen een energieprestatiecoëfficiënt van 0,2, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht na inwerkingtreding van dit besluit en uiterlijk 31 december 2020 is ingediend.
**3.** In aanvulling op artikel 8 van de Woningwet kunnen tot en met 31 december 2020 in de bouwverordening, in afwijking van artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012, voor te bouwen gebruiksfuncties waarvoor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist is, voorschriften worden opgenomen die voorzien in een lagere energieprestatiecoëfficiënt.
**4.** In aanvulling op artikel 8 van de Woningwet kunnen in de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor te bouwen gebruiksfuncties waarvoor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist is, in de bouwverordening voorschriften worden opgenomen die voorzien in lagere maximumwaarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en een hogere minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie dan bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012.
### Artikel 6q
In afwijking van artikel 5.9, eerste en tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 kunnen de raden van de gemeenten Harderwijk en Amsterdam tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet in aanvulling op artikel 8 van de Woningwet in de bouwverordening bepalen dat voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een te bouwen woonfunctie, geen woonwagen zijnde, en een te bouwen kantoorgebouw, een milieuprestatie geldt van ten hoogste 0,9 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.
@ -435,6 +439,30 @@ f. andere voorwaarden opnemen die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk
**10.** Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing op de gemeente Amsterdam.
### Artikel 6u
**1.** Dit artikel is tot 1 januari 2035 van toepassing op de gebieden Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk in de gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 187.
**2.** In aanvulling op artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in dat lid ook verlenen voor de verhuur van een woning welke ten tijde van het aanvragen van de vergunning bestemd is om te worden samengevoegd met een of meerdere andere woningen.
**3.** In afwijking van artikel 15, tweede lid, van de Leegstandwet stellen burgemeester en wethouders een formulier beschikbaar via welke de eigenaar een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan aanvragen.
**4.**
In afwijking van artikel 15, derde lid, van de Leegstandwet wordt de vergunning, bedoeld in het tweede lid, slechts verleend indien:
a. de woning, voor de verhuring waarvan de vergunning wordt aangevraagd, leegstaat;
b. de eigenaar aantoont dat de te verhuren woonruimte, gelet op de omstandigheden en mogelijkheden, in voldoende mate zal worden bewoond; en
c. de eigenaar, bedoeld onder b, de gemeente Rotterdam of een op grond van artikel 19, eerste lid, van de Woningwet toegelaten woningcorporatie is.
**5.** Onverminderd artikel 15, zesde lid, tweede volzin, van de Leegstandwet kunnen burgemeester en wethouders de vergunning, bedoeld in het tweede lid, op verzoek van de eigenaar telkens met ten hoogste drie jaren verlengen, met dien verstande dat de vergunning tot uiterlijk 1 januari 2035 kan worden verlengd.
**6.** Artikel 15, vijfde lid en zesde lid, laatste volzin, van de Leegstandwet is niet van toepassing.
**7.** In afwijking van artikel 15, negende lid, laatste volzin, van de Leegstandwet is het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing.
**8.** Artikel 16 van de Leegstandwet is van overeenkomstige toepassing, behoudens het tweede lid, met dien verstande dat in het vierde en zesde lid van dat artikel een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Leegstandwet wordt gelezen als een vergunning als bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 7
**1.** In de jaarlijkse voortgangsrapportage over de uitvoering van de wet geeft Onze Minister, indien daartoe aanleiding bestaat, aan in hoeverre afwijkingen bij wege van experiment van het bepaalde bij of krachtens de betrokken in artikel 2.4, eerste lid, van de wet genoemde wetten aan haar doel beantwoorden en of de overeenkomstig artikel 2.4, derde lid, van de wet vastgestelde ten hoogste toegestane tijdsduur van die afwijkingen aanpassing behoeft.
@ -1361,6 +1389,28 @@ b. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde v
**18.** Indien toepassing wordt gegeven aan het zeventiende lid, is artikel 4.2, tweede en derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 7ag
**1.** In dit artikel wordt verstaan onder kookgasaansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet waarbij de onroerende zaak ook een aansluiting heeft op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet dat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.
**2.** In afwijking van artikel 62 van de Gaswet en in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden worden aangewezen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum.
**3.** Op de dag volgend op de in het bestemmingsplan gestelde datum, bedoeld in het tweede lid, wordt degene die over een kookgasaansluiting beschikt geacht de netbeheerder te hebben verzocht om beëindiging van die aansluiting.
**4.**
Het tweede lid kan uitsluitend worden toegepast, indien:
a. de bestaande gastransportleidingen om veiligheidsredenen aan vervanging toe zijn;
b. de onroerende zaken zijn aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet dat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte; en
c. het college van burgemeester en wethouders het gebied, bedoeld in het tweede lid, heeft aangewezen als een gebied in de zin van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet.
**5.** Artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2°, is niet van toepassing.
**6.** Indien gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening niet van toepassing.
**7.** Dit artikel is van toepassing op het plangebied Overvecht-Noord in de gemeente Utrecht, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 185.
### Artikel 7ah
**1.** In afwijking van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 7c, tiende en elfde lid, kan de raad op grond van dit artikel regels voor kostenverhaal opnemen in het bestemmingsplan.
@ -1489,6 +1539,80 @@ b. overeenkomstig de waarde die bij beschikking op grond van artikel 22, eerste
**23.** Dit artikel is van toepassing op de bij ministeriële regeling aangewezen plangebieden.
### Artikel 7ai
**1.**
In dit artikel wordt verstaan onder:
a. *geconcentreerd afvalwater:* afvalwater, dat afvalstoffen bevat bestaande uit uitwerpselen afkomstig van vacuümtoiletten of voedselresten als bedoeld onder b;
b. *voedselresten:* afvalstoffen afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.
**2.** In aanvulling op artikel 10.32a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer kan de gemeenteraad bij verordening bepalen dat bij het brengen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels. In de verordening kan worden afgeweken van artikel 6 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens en artikel 3.131, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
**3.**
Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, geldt voor een afvoervoorziening voor afvalwater afkomstig van een opstelplaats voor een watercloset en van een opstelplaats voor een keukengootsteenbak voorzien van apparatuur voor het vermalen van voedselresten, in afwijking van de artikelen 6.15, tweede lid, en 6.16, tweede lid, onder a en b, van het Bouwbesluit 2012, het volgende:
a. de afvoervoorziening is aangesloten op een vacuümleiding;
b. gebouwgebonden vacuümleidingen hebben een diameter van ten minste 50 mm, waarbij niet wordt voorzien in een ontluchtingsleiding;
c. vacuümleidingen voeren uitsluitend geconcentreerd afvalwater af; en
d. vacuümleidingen worden aangesloten op het vacuümriool.
**4.**
Dit artikel is tot 1 januari 2040 van toepassing op de volgende gebieden:
a. Buiksloterham in de gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 188;
b. Strandeiland en Buiteneiland in de gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 189.
### Artikel 7aj
**1.** Dit artikel geldt tot 1 januari 2036 voor de Sluisbuurt in de gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 190.
**2.**
In de titels 10.4 en 10.6 van de Wet milieubeheer wordt, in aanvulling op artikel 1.1 van die wet, onder huishoudelijke afvalstoffen ook begrepen bedrijfsafvalstoffen voor zover deze de volgende fracties bevatten:
a. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
b. bioafval;
c. drankenkartons;
d. glas;
e. kunststof;
f. metaal;
g. papier;
h. restafval; of
i. textiel.
**3.** Indien de fracties, bedoeld in het tweede lid, door de oorspronkelijke leverancier als retourvracht kunnen worden meegenomen, is het tweede lid niet van toepassing.
### Artikel 7ak
**1.**
In aanvulling op artikel 10.32a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer kan de gemeenteraad bij verordening bepalen dat bij in die verordening aangegeven gevallen van het telen of het kweken van gewassen in een kas wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels bij het in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater brengen van:
a. drainwater;
b. drainagewater afkomstig van een teelt waarbij gewassen op een bodem groeien die in verbinding staat met de ondergrond;
c. spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie; of
d. ander afvalwater, dat gewasbeschermingsmiddelen bevat.
**2.** In de verordening, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van artikel 3.64a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
**3.** Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, is, in afwijking van artikel 3.63, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, het in een oppervlaktelichaam lozen van spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie, drainwater en drainagewater afkomstig van een teelt waarbij gewassen op een bodem groeien die in verbinding staat met de ondergrond verboden.
**4.** In de verordening, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval regels opgenomen die ertoe strekken dat de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen, die met het bedrijfsafvalwater in het openbaar vuilwaterriool wordt gebracht, zoveel mogelijk wordt beperkt.
**5.**
Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, geldt voor degene die het zuiveringtechnisch werk exploiteert, waarin het afvalwater, bedoeld in het eerste lid, wordt gebracht, in ieder geval het volgende:
a. een aanvullende zuiveringsstap voor het verwijderen van nutriënten uit het afvalwater wordt ingevoerd;
b. iedere zes maanden wordt aan burgemeester en wethouders gerapporteerd over de voortgang van het hergebruiken van het gezuiverde water; en
c. ieder kwartaal wordt aan burgemeester en wethouders bericht over de planning voor de oplevering van de zuiveringstechnologie en over de inspanningen die worden gepleegd om de opleveringsdatum te verkorten.
**6.** Dit artikel is tot 1 januari 2024 van toepassing op glastuinbouwbedrijven in de gemeente Westland, die kunnen aantonen dat zij hun afvalwater via de nog te realiseren collectieve zuiveringsvoorziening bij de Nieuwe Waterweg zullen laten zuiveren.
### Artikel 7al
**1.**
@ -2291,6 +2415,26 @@ Kaart Noord-Brabant, Logistiek Park Moerdijk
*[afbeelding]*
## Bijlage 185. bij Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
*[afbeelding]*
## Bijlage 186. bij Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
*[afbeelding]*
## Bijlage 187. bij Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
*[afbeelding]*
## Bijlage 188. bij Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
*[afbeelding]*
## Bijlage 189. bij Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
*[afbeelding]*
## Bijlage 190. bij Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
*[afbeelding]*