From efcc3457c7da5c5b58152ca46219c2cd09e0e930 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-07-01 | BWBR0020368 | Wet op het financieel toezicht --- .../BWBR0020368/README.md | 329 +++++------------- 1 file changed, 89 insertions(+), 240 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md b/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md index 4e674581db2..c97134ebddc 100644 --- a/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md +++ b/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md @@ -568,6 +568,10 @@ f. in de uitoefening van beroep of bedrijf plaatsen van financiële instrumenten *vermogensbeheerder:* degene die een individueel vermogen beheert; +*verordening grensoverschrijdende betalingen:* verordening (EG) Nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001 (PbEU L 266); + +*verordening ratingbureaus:* verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302); + *verrichten van diensten*: a. voor zover het entiteiten voor risico-acceptatie betreft: het door een entiteit voor risico-acceptatie accepteren van een risico dat is gelegen in een andere staat dan de vestiging van waaruit het risico wordt geaccepteerd; @@ -875,7 +879,7 @@ b. financiële diensten met betrekking tot verzekeringen met betrekking tot risi ### Artikel 1:22 -Het bepaalde ingevolge de artikelen 4:9, eerste en tweede lid, 4:10, 4:11, tweede en derde lid, 4:13, eerste en tweede lid, 4:15, eerste en tweede lid, 4:19, 4:20, eerste lid, 4:23, eerste tot en met derde lid, en 4:73, eerste tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op het bemiddelen in verzekeringen en het herverzekeringsbemiddelen vanuit Nederland ten behoeve van cliënten die hun gewone verblijfplaats hebben in een andere lidstaat. +Het bepaalde ingevolge de artikelen 4:9, eerste tot en met vierde lid, 4:10, 4:11, tweede en derde lid, 4:13, eerste en tweede lid, 4:15, eerste en tweede lid, 4:19, 4:20, eerste lid, 4:23, eerste tot en met derde lid, en 4:73, eerste tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op het bemiddelen in verzekeringen en het herverzekeringsbemiddelen vanuit Nederland ten behoeve van cliënten die hun gewone verblijfplaats hebben in een andere lidstaat. #### Afdeling 1.1.4. Aantastbaarheid van rechtshandelingen @@ -1171,7 +1175,7 @@ e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen. ### Artikel 1:47 -**1.** De toezichthouder neemt geen besluit tot het treffen van een in het tweede lid genoemde maatregel dan nadat hij aan de andere toezichthouder een redelijke termijn heeft geboden om daarover zijn zienswijze naar voren te brengen. +**1.** De toezichthouder neemt geen besluit tot het treffen van een in het tweede lid genoemde maatregel dan nadat hij aan de andere toezichthouder een redelijke termijn heeft geboden om daarover zijn zienswijze naar voren te brengen. De eerste volzin is niet van toepassing indien de andere toezichthouder geen toezicht uitoefent op de naleving van deze wet door de desbetreffende persoon of onderneming. **2.** @@ -1286,30 +1290,6 @@ b. belangrijke sancties of bijzondere maatregelen. **7.** De Nederlandsche Bank kan het inwinnen van advies als bedoeld in het zesde lid in spoedeisende gevallen achterwege laten. In dat geval deelt zij de toezichthoudende instanties van andere lidstaten haar besluit onverwijld mede. -### Artikel 1:51c - -**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, kan zij de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die toezicht houdt op geconsolideerde basis of indien geen toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de desbetreffende beleggingsonderneming of bank verzoeken het bijkantoor als significant aan te merken. - -**2.** - -Het verzoek vermeldt de redenen waarom het bijkantoor als significant kan worden aangemerkt, en met name: - -a. indien het een bank betreft, of het marktaandeel in deposito’s van het in Nederland gelegen bijkantoor meer dan 2 procent bedraagt; -b. de vermoedelijke gevolgen van een opschorting of beëindiging van de werkzaamheden van een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in het eerste lid voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in Nederland; of -c. de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliënten betreft, binnen het bancaire of financiële stelsel in Nederland. - -**3.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland of toezicht op geconsolideerde basis houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank en een verzoek ontvangt van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat om een in die lidstaat gelegen bijkantoor van deze financiële onderneming als significant aan te merken, neemt zij nadat overeenstemming met de andere betrokken toezichthoudende instanties is bereikt over de kwalificatie van het bijkantoor als significant een besluit over de kwalificatie van een bijkantoor als significant. - -**4.** Indien binnen twee maanden na een verzoek van de Nederlandsche Bank, bedoeld in het eerste lid, geen besluit over de kwalificatie van een bijkantoor is genomen, beslist de Nederlandsche Bank, uiterlijk twee maanden daarna of het bijkantoor significant is. Bij deze beslissing houdt de Nederlandsche Bank rekening met de standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties. - -**5.** De Nederlandsche Bank zendt een besluit, bedoeld in het derde en vierde lid, aan de betrokken toezichthoudende instanties. - -### Artikel 1:51d - -**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland, zendt zij de toezichthoudende instantie van een lidstaat waar een significant bijkantoor van deze financiële onderneming is gelegen de informatie, bedoeld in artikel 1:51a, derde lid, onderdelen c en d, en voert zij de toezichtactiviteiten, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, in samenwerking met die toezichthoudende instantie uit. - -**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, werkt zij, in de uitvoering van de toezichttaken, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, samen met de toezichthoudende instantie van de zetel van de desbetreffende financiële onderneming. - ### Artikel 1:52 **1.** De toezichthouder kan ten behoeve van de uitvoering van zijn taak op grond van deze paragraaf van een ieder inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat nodig is. @@ -1743,8 +1723,9 @@ De toezichthouder kan een last onder dwangsom opleggen terzake van een overtredi a. voorschriften, gesteld ingevolge de in de bijlage bij dit artikel genoemde artikelen; b. de prospectusverordening; -c. verordening (EG) nr. 2560/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 december 2001 betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro (PbEG L 344); en -d. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. +c. de verordening grensoverschrijdende betalingen; +d. de verordening ratingbureaus; en +e. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. @@ -1756,8 +1737,9 @@ De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding va a. voorschriften, gesteld ingevolge de in de bijlage bij dit artikel genoemde artikelen; b. de prospectusverordening; -c. verordening (EG) nr. 2560/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 december 2001 betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro (PbEG L 344); en -d. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. +c. de verordening grensoverschrijdende betalingen; +d. de verordening ratingbureaus; en +e. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. @@ -1956,8 +1938,9 @@ De toezichthouder kan een openbare waarschuwing uitvaardigen, indien nodig onder De toezichthouder maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ingevolge deze wet na bekendmaking openbaar, indien de bestuurlijke boete is opgelegd terzake overtreding van: a. een verbodsbepaling uit deze wet of ingevolge artikel 1:58, tweede lid, 1:58a, tweede lid, 1:58b, tweede lid, 1:58c, derde lid, 1:59, tweede lid, 1:67, eerste lid, 1:77, eerste lid, derde volzin, 4:4, eerste lid, of 4:4a; -b. een overige bepaling die in de algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 1:81, eerste lid, beboetbaar is gesteld met tariefnummer 3; of -c. artikel 2:10, vierde lid, 2:15, tweede lid, 2:18, tweede lid, 2:25, tweede lid, 2:26, 2:36, vijfde lid, 2:45, vierde lid, 2:54, vierde lid, 2:100, tweede lid, 2:103, 2:107, eerste lid, 3:5, vierde lid, 3:8, 3:9, eerste lid, 3:35, 3:39, eerste lid, 3:47, eerste lid, 3:53, eerste lid, 3:57, eerste lid, 3:57, vijfde lid, 3:63, eerste lid, 3:63, derde lid, 3:67, eerste tot en met derde lid, 3:68, eerste en derde lid, 3:69, eerste lid, 3:72, vijfde lid, 3:99, eerste lid, 3:111a, eerste lid en tweede lid, 3:135, eerste lid, 3:138, eerste lid, 3:139, eerste lid, 3:141, eerste lid, 3:144, eerste lid, 3:145, eerste lid, 3:146, eerste lid, 3:148, eerste lid, 3:153, 3:259 eerste en tweede lid, 3:271, 3:272, eerste lid, 3:285, eerste en tweede lid, 3:286, eerste en tweede lid, 3:296, eerste en derde lid, 4:4, eerste lid, 4:9, eerste lid, 4:10, eerste lid, 4:19, 4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:31, eerste lid, 4:42, 4:49, eerste lid, 4:50, tweede lid, 4:53, 4:56, eerste lid, 4:59, tweede lid, 4:60, vijfde lid, 4:87, 4:94, derde lid, 4:95, derde lid, 4:96, eerste en tweede lid, 4:100, derde lid, 5:26, eerste lid, 5:34, eerste en tweede lid, 5:35, eerste tot en met vierde lid, 5:38, eerste en tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste en tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:48, derde tot en met achtste lid, 5:60, eerste lid, 5:62, eerste lid, of 5:64, eerste lid. +b. een bepaling, anders dan bedoeld onder a, die in de algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 1:81, eerste lid, beboetbaar is gesteld met tariefnummer 3; +c. artikel 2:10, vierde lid, 2:15, tweede lid, 2:18, tweede lid, 2:25, tweede lid, 2:26, 2:36, vijfde lid, 2:45, vierde lid, 2:54, vierde lid, 2:100, tweede lid, 2:103, 2:107, eerste lid, 3:5, vierde lid, 3:8, 3:9, eerste lid, 3:35, 3:39, eerste lid, 3:47, eerste lid, 3:53, eerste lid, 3:57, eerste lid, 3:57, vijfde lid, 3:63, eerste lid, 3:63, derde lid, 3:67, eerste tot en met derde lid, 3:68, eerste en derde lid, 3:69, eerste lid, 3:72, vijfde lid, 3:99, eerste lid, 3:111a, eerste lid en tweede lid, 3:135, eerste lid, 3:138, eerste lid, 3:139, eerste lid, 3:141, eerste lid, 3:144, eerste lid, 3:145, eerste lid, 3:146, eerste lid, 3:148, eerste lid, 3:153, 3:259, eerste en tweede lid, 3:271, 3:272, eerste lid, 3:285, eerste en tweede lid, 3:286, eerste en tweede lid, 3:296, eerste en derde lid, 4:9, eerste lid, 4:10, eerste lid, 4:19, 4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:31, eerste lid, 4:42, 4:49, eerste lid, 4:50, tweede lid, 4:53, 4:56, eerste lid, 4:59, tweede lid, 4:60, vijfde lid, 4:87, 4:94, derde lid, 4:95, derde lid, 4:96, eerste en tweede lid, 4:100, derde lid, 5:26, eerste lid, 5:34, eerste en tweede lid, 5:35, eerste tot en met vierde lid, 5:38, eerste en tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste en tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:48, derde tot en met achtste lid, 5:60, eerste lid, 5:62, eerste lid, of 5:64, eerste lid; of +d. een bepaling, anders dan bedoeld onder c, waarvan de overtreding in de algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 1:81, eerste lid, beboetbaar is gesteld met tariefnummer 2, voor zover dit in die algemene maatregel van bestuur is bepaald. **2.** De openbaarmaking van het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit aan de betrokken persoon bekend is gemaakt. @@ -2036,13 +2019,15 @@ c. hij heeft ingestemd met een portefeuilleoverdracht als bedoeld in de artikele **3.** De toezichthouder kan bij het besluit tot intrekking van een vergunning tevens bepalen dat de financiële onderneming binnen een door de toezichthouder te stellen termijn het bedrijf geheel of gedeeltelijk afwikkelt. Bij een afwikkeling, al dan niet bepaald door de toezichthouder, wordt de financiële onderneming of de curator in faillissement van de financiële onderneming aangemerkt als vergunninghoudende onderneming. +**4.** Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op door Onze Minister verleende vergunningen. + ### Artikel 1:105 **1.** Het bij of krachtens deze afdeling met betrekking tot een vergunning bepaalde is van overeenkomstige toepassing op: -a. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110; +a. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in de artikelen 2:69a en 3:110; b. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d; c. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2:23, 2:55, 2:60, 2:65, 2:75, 2:80, 2:86, 2:92, 2:96, 3:5, 3:6, 3:7, 4:3, 5:26 en 5:81, voor zover het een ontheffing betreft van artikel 5:74, eerste lid, of artikel 5:79, met dien verstande dat de ontheffing ook geheel of gedeeltelijk kan worden verleend; en d. een instemming als bedoeld in artikel 3:116 met dien verstande dat indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat advies of instemming over de voorgenomen overdracht geeft, de beslistermijn wordt opgeschort met maximaal de termijn die die toezichthoudende instantie ter beschikking staat ingevolge artikel 3:118, vijfde lid. @@ -2234,6 +2219,7 @@ e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructu f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; g. artikel 3:29a met betrekking tot het veiligstellen van ontvangen middelen uit betaaldiensten, voor zover van toepassing; h. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; +i. artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit. **2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. @@ -2340,9 +2326,9 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f ### Artikel 2:8 -**1.** Het is een ieder met zetel buiten Nederland verboden het bedrijf van clearinginstelling door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen, tenzij hij de Nederlandsche Bank van het voornemen daartoe kennis heeft gegeven en hij ervoor zorgt en aantoont dat zal worden voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:57 is bepaald. +**1.** Het is een ieder met zetel buiten Nederland verboden het bedrijf van clearinginstelling door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen, tenzij hij de Nederlandsche Bank van het voornemen daartoe kennis heeft gegeven en hij ervoor zorgt en aantoont dat zal worden voldaan aan hetgeen ingevolge de artikelen 3:17, 3:18, 3:20a en 3:57 is bepaald, met dien verstande dat in die artikelen voor de zinsnede «met zetel in Nederland» wordt gelezen: met zetel buiten Nederland. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op clearinginstellingen met zetel in een door Onze Minister ingevolge artikel 2:6, tweede lid, aan te wijzen staat. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op clearinginstellingen met zetel in een door Onze Minister ingevolge artikel 2:6, tweede lid, aan te wijzen staat die in de staat van hun zetel bevoegd zijn tot de uitoefening van hun bedrijf. **3.** Het eerste lid is niet van toepassing op clearinginstellingen met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank, tenzij de vergunning anders vermeldt. Artikel 2:18 is van overeenkomstige toepassing. @@ -2366,73 +2352,6 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f **4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de clearinginstelling mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de clearinginstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor. -#### Afdeling 2.2.1.a. Uitoefenen van bedrijf van elektronischgeldinstelling - -##### Paragraaf 2.2.1a.1. Vergunningplicht en eisen voor elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland - -### Artikel 2:10a - -**1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning elektronisch geld uit te geven. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan elektronisch geld uit te geven. - -### Artikel 2:10b - -**1.** - -De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag aan een rechtspersoon een vergunning als bedoeld in artikel 2:10a, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: - -a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen; -b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen; -c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; -d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; -e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; -f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; -g. artikel 3:29a met betrekking tot het veiligstellen van middelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of in ruil voor elektronisch geld; -h. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; -i. artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit. - -**2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. - -**3.** De Nederlandsche Bank beslist op de aanvraag, in afwijking van artikel 1:102, derde lid, binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen drie maanden na ontvangst van alle voor het nemen van de beslissing benodigde gegevens. - -**4.** Artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. - -### Artikel 2:10c - -**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is betaaldiensten te verlenen door tussenkomst van een betaaldienstagent, stelt de Nederlandsche Bank hiervan in kennis onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. - -**2.** Indien de Nederlandsche Bank overeenkomstig het eerste lid de gegevens heeft ontvangen en zij ervan overtuigd is dat de gegevens correct zijn, schrijft zij de betaaldienstagent in in het register, bedoeld in artikel 1:107. - -##### Paragraaf 2.2.1a.2. Vrijstelling - -### Artikel 2:10d - -Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:10a, eerste lid. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. - -##### Paragraaf 2.2.1a.3. Bijkantoren en agenten van en verrichten van diensten door elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat - -### Artikel 2:10e - -**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verrichten van haar werkzaamheden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, dan wel door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, indien zij een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning heeft en de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft, kennis heeft gegeven van het voornemen diensten te gaan verrichten naar Nederland dan wel werkzaamheden te gaan verrichten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. - -**2.** Onverminderd het eerste lid, kan een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat, indien zij een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning heeft die deze werkzaamheden toelaat, door tussenkomst van een in Nederland werkzaam zijnde betaaldienstagent, overgaan tot het verlenen van betaaldiensten. - -##### Paragraaf 2.2.1a.4. Elektronischgeldinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is - -### Artikel 2:10f - -**1.** - -Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden: - -a. in Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen; -b. vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen in een andere lidstaat. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan elektronisch geld uit te geven. - -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat. - #### Afdeling 2.2.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling ##### Paragraaf 2.2.2.1. Vergunningplicht en -eisen voor kredietinstellingen met zetel in Nederland @@ -2555,7 +2474,7 @@ Een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat die een door de **1.** -De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: +De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat hij in de staat van zijn zetel bevoegd is tot de uitoefening van zijn bedrijf en dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen; b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; @@ -3171,8 +3090,8 @@ n. artikel 4:71c met betrekking tot de tussen de premiepensioeninstelling en de Indien de aanvrager zetel heeft in Nederland en voornemens is tevens als adviseur, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in verzekeringen in Nederland op te treden, verleent de Nederlandsche Bank de vergunning indien de aanvrager, onverminderd het eerste lid, aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: -a. artikel 4:9, tweede lid, en -b. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering. +a. artikel 4:9, tweede en derde lid, met betrekking tot de vakbekwaamheid van de in artikel 4:9, tweede lid, bedoelde personen; en +b. artikel 4:15, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1° en 2°, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering. **3.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. @@ -3186,7 +3105,7 @@ b. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekki **1.** Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning beleggingsobjecten aan te bieden. -**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. +**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot het aanbieden van beleggingsobjecten, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. **3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het aanbieden van beleggingsobjecten, voor zover het betreft overeenkomsten die voor 1 januari 2007 zijn aangegaan met betrekking tot beleggingsobjecten die op dat tijdstip geen beleggingsobject waren als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wfd of ingevolge onderdeel m, onder 8°, van dat artikel waren aangewezen als financieel product. @@ -3299,7 +3218,9 @@ b. indien het een beleggingsmaatschappij betreft die geen aparte beheerder heeft **2.** Onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is het verboden in Nederland een recht van deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatschappij is aan te bieden zonder dat de beheerder ten behoeve van die beleggingsmaatschappij een door de Autoriteit Financiële Markten daartoe verleende vergunning heeft. -**3.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. +**3.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot het aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. + +**4.** Het derde lid is niet van toepassing op het aanbieden van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten. ### Artikel 2:66 @@ -3520,7 +3441,7 @@ Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:65, ee **1.** Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te adviseren over andere financiële producten dan financiële instrumenten. -**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. +**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot het adviseren over andere financiële producten dan financiële instrumenten, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. ### Artikel 2:76 @@ -3587,7 +3508,7 @@ e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de b **1.** Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te bemiddelen. -**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. +**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot bemiddelen, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. **3.** @@ -3600,6 +3521,8 @@ indien het bedrijf van de overleden bemiddelaar wordt voortgezet en de belangen **4.** De in het derde lid bedoelde ontheffing kan met terugwerkende kracht worden verleend tot de datum van overlijden. De ontheffing wordt voor ten hoogste een jaar verleend en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd. +**5.** Het tweede lid is niet van toepassing op het bemiddelen in verzekeringen. + ### Artikel 2:81 **1.** @@ -3949,22 +3872,6 @@ Het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 2:117 en 2:118, **4.** De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag. -#### Afdeling 2.3.1a. Uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland - -##### Paragraaf 2.3.1a.1. Verrichten van diensten door een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland naar een andere lidstaat - -### Artikel 2:107a - -**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daar slechts toe over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank. - -**2.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is door tussenkomst van een agent, naar een andere lidstaat betaaldiensten te verlenen, gaat daar slechts toe over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank. - -**3.** Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgeving verstrekt de elektronischgeldinstelling bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. - -**4.** De Nederlandsche Bank verstrekt de in het derde lid bedoelde gegevens binnen een maand na ontvangst aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat. - -**5.** De Nederlandsche Bank gaat over tot inschrijving van het bijkantoor of de betaaldienstagent, bedoeld in het eerste of tweede lid, in het register, bedoeld in artikel 1:107, tenzij de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Nederlandsche Bank heeft meegedeeld dat zij het vermoeden heeft dat met de voorgenomen vestiging van het bijkantoor of door de inschakeling van de betaaldienstagent in strijd met het recht zal worden gehandeld. Indien inschrijving op het tijdstip van ontvangst van de in de vorige volzin bedoelde mededeling reeds heeft plaatsgevonden, haalt de Nederlandsche Bank deze door. - #### Afdeling 2.3.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling ##### Paragraaf 2.3.2.1. Bijkantoor en verrichten van diensten door een kredietinstelling naar een andere lidstaat @@ -4275,7 +4182,7 @@ b. het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden en van het voor eigen kan een vergunning aanvragen bij de Nederlandsche Bank voor het uitoefenen van dat bedrijf; bij de toepassing van artikel 2:12 en 2:13 merkt de Nederlandsche Bank de werkzaamheden van de aanvrager aan als het uitoefenen van het bedrijf van bank. -**2.** Op degene die op grond van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een vergunning heeft verkregen van de Nederlandsche Bank, is het ingevolge deze wet met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van bank bepaalde van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van afdeling 3.5.5. +**2.** Op het verlenen van een vergunning na een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, en op degene die naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een vergunning heeft verkregen van de Nederlandsche Bank, is hetgeen is bepaald ingevolge deze wet met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van bank van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van afdeling 3.5.5. ### Hoofdstuk 3.2. Aantrekken van opvorderbare gelden @@ -4430,7 +4337,8 @@ c. de soliditeit van de financiële onderneming, waaronder wordt verstaan: 1°. het beheersen van financiële risico’s; 2°. het beheersen van andere risico’s die de soliditeit van de financiële onderneming kunnen aantasten; 3°. het zorgen voor de instandhouding van de vereiste financiële waarborgen; en -4°. andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen. +4°. andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen; +d. met betrekking tot banken, beleggingsondernemingen en financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben, een administratie die zodanig is dat, in geval van toepassing van het depositogarantiestelsel of het beleggerscompensatiestelsel, deze geen belemmering vormt of kan vormen voor de uitbetaling van de vergoeding binnen de ingevolge artikel 3:261, tweede lid, bepaalde termijn. **3.** Onverminderd artikel 4:14 is het tweede lid, aanhef en onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op beheerders van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland die rechten van deelneming in Nederland aanbiedt, beleggingsinstellingen met zetel in Nederland die rechten van deelneming in Nederland aanbieden, beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland en bewaarders die zijn verbonden aan een beleggingsinstelling met zetel in Nederland die rechten van deelneming in Nederland aanbiedt. @@ -4534,7 +4442,7 @@ De artikelen 3:17 en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op natura-uitvaart ### Artikel 3:27 -De artikelen 3:17, 3:18 en 3:21 zijn van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat. +De artikelen 3:17, 3:18, 3:20a en 3:21 zijn van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat. ### Artikel 3:28 @@ -4669,10 +4577,6 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met **3.** Artikel 3:34 is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen. -### Artikel 3:39a - -De artikelen 3:29a, 3:29b, 3:29c en 3:34 zijn van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat en elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen. - ### Artikel 3:40 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn. @@ -5310,16 +5214,6 @@ De Nederlandsche Bank deelt Onze Minister eens per jaar de gegevens mede waarove De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen. -### Artikel 3:108a - -**1.** Degene die aan de Nederlandsche Bank een kennisgeving verstrekt als bedoeld in artikel 3:103, eerste lid, over een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling, verstrekt daarbij mede informatie over de grootte van de voorgenomen deelneming alsmede een opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. - -**2.** Indien de Nederlandsche Bank gelet op de door de kandidaat-verwerver uitgeoefende invloed op de bedrijfsvoering van de instelling, bezwaren heeft tegen de verwerving als bedoeld in artikel 3:103, eerste lid, maakt de Nederlandsche Bank deze bezwaren kenbaar uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de mededeling bedoeld in het eerste lid, kenbaar. - -**3.** Indien op het moment dat de Nederlandsche Bank haar bezwaren kenbaar maakt, de verwerving van de deelneming al heeft plaatsgevonden, neemt de Nederlandsche Bank passende maatregelen. Die maatregelen kunnen bindende aanwijzingen, sancties tegen bestuurders of managers of de schorsing van de uitoefening van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen welke door de betrokken aandeelhouders of vennoten worden gehouden, omvatten. - -**4.** Wanneer een deelneming wordt verworven ondanks bezwaar van de Nederlandsche Bank, kan deze bepalen, onverminderd andere te treffen sancties, dat de uitoefening van de stemrechten van de verkrijger wordt geschorst of dat de uitgebrachte stemmen nietig zijn. - ##### Paragraaf 3.3.11.2. Banken met zetel in een staat die geen lidstaat is ### Artikel 3:109 @@ -5950,7 +5844,7 @@ De Nederlandsche Bank kan de levensverzekeraar en de opvanginstelling aanwijzing ### Artikel 3:154 -**1.** Overdracht van de portefeuille van de levensverzekeraar ingevolge het opvangplan vindt slechts plaats nadat de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de levensverzekeraar zijn zetel heeft op verzoek van de Nederlandsche Bank daartoe een machtiging heeft verleend. +**1.** Overdracht van de portefeuille van de levensverzekeraar ingevolge het opvangplan vindt slechts plaats nadat de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank daartoe een machtiging heeft verleend. **2.** De Nederlandsche Bank kan een verzoek tot het verlenen of tot het intrekken van een machtiging bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een advocaat. @@ -5988,9 +5882,9 @@ De Nederlandsche Bank kan de levensverzekeraar en de opvanginstelling aanwijzing **1.** -Voor uitvoering van opvang wordt op enig moment ten hoogste € 213.610.176voor het jaar 2011: € 246.102.372 ter beschikking gesteld, met dien verstande dat: +Voor uitvoering van opvang wordt op enig moment ten hoogste € 213.610.176 voor het jaar 2011: € 246.102.372 ter beschikking gesteld, met dien verstande dat: -a. per opvangsituatie maximaal € 106.805.088voor het jaar 2011: € 123.051.186 ter beschikking kan worden gesteld; en +a. per opvangsituatie maximaal € 106.805.088 voor het jaar 2011: € 123.051.186 ter beschikking kan worden gesteld; en b. het ter beschikking staande bedrag ten aanzien waarvan naar het oordeel van de Nederlandsche Bank bij het in werking stellen van de opvang, gehoord de vertrouwenscommissie, het aanmerkelijke risico bestaat dat het niet wordt terugbetaald, nooit hoger is dan € 106.805.088voor het jaar 2011: € 123.051.186. **2.** De bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks door Onze Minister aangepast aan de procentuele ontwikkeling van het totaal van de minimumbedragen aan solvabiliteitsmarge van de levensverzekeraars, bedoeld in de artikelen 3:149, eerste lid, en 3:159, zoals die blijkt uit de meest recente jaarlijkse financiële verslaglegging van de Nederlandsche Bank. @@ -6007,7 +5901,7 @@ b. het ter beschikking staande bedrag ten aanzien waarvan naar het oordeel van d **8.** De Nederlandsche Bank kan een levensverzekeraar ontheffing verlenen van het zesde lid, eerste volzin, indien de bijdrage tot gevolg zal hebben dat de solvabiliteitsmarge van die levensverzekeraar niet meer zal voldoen aan artikel 3:57 en de levensverzekeraar niet in staat lijkt te zijn de solvabiliteitsmarge binnen een redelijke termijn op de vereiste omvang te brengen. -**9.** Ingeval een levensverzekeraar niet voldoet aan zijn verplichtingen, voortvloeiend uit het zesde lid, kan de Nederlandsche Bank een dwangbevel uitvaardigen, dat executoir kan worden verklaard door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het rechtsgebied waarvan de Nederlandsche Bank is gevestigd en dan een executoriale titel oplevert, die met de toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de Nederlandsche Bank ten uitvoer gelegd kan worden. +**9.** Ingeval een levensverzekeraar niet voldoet aan zijn verplichtingen, voortvloeiend uit het zesde lid, kan de Nederlandsche Bank een dwangbevel uitvaardigen, dat executoir kan worden verklaard door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam en dan een executoriale titel oplevert, die met de toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de Nederlandsche Bank ten uitvoer gelegd kan worden. **10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot opvang op grond van deze paragraaf. @@ -6039,13 +5933,13 @@ Paragraaf 3.5.4.1 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met ze ### Artikel 3:160 -**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank, binnen het rechtsgebied waarvan de kredietinstelling haar zetel heeft, op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. -**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling zodanig is dat redelijkerwijs te voorzien is dat de kredietinstelling haar verplichtingen ter zake van de door haar verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de kredietinstelling haar zetel heeft, op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling zodanig is dat redelijkerwijs te voorzien is dat de kredietinstelling haar verplichtingen ter zake van de door haar verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:161 -**1.** Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar met zetel in Nederland een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de verzekeraar zijn zetel heeft, op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. +**1.** Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar met zetel in Nederland een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. **2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder «verzekeraar» mede verstaan «entiteit voor risico-acceptatie» en onder «verzekering» mede «risico-acceptatie». @@ -6057,7 +5951,7 @@ Paragraaf 3.5.4.1 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met ze **3.** De rechtbank geeft geen beschikking als bedoeld in artikel 3:160, eerste lid, of 3:161 dan nadat de financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, en de Nederlandsche Bank zijn gehoord, althans daartoe behoorlijk zijn opgeroepen. -**4.** Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank een van haar leden of een van de leden van een andere rechtbank tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer bewindvoerders. De Nederlandsche Bank kan voor de benoeming van de bewindvoerder of bewindvoerders voordrachten doen. +**4.** Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris en benoemt zij een of meer bewindvoerders. De Nederlandsche Bank kan voor de benoeming van de bewindvoerder of bewindvoerders voordrachten doen. **5.** Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de bewindvoerders bekendgemaakt in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar een bijkantoor van de desbetreffende onderneming is gelegen of waarnaar zij diensten verricht. De uittreksels vermelden naam en zetel van de financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking. De publicatie in de landelijke dagbladen geschiedt in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat. In de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en de landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de desbetreffende onderneming een bijkantoor heeft of waarnaar zij diensten verricht wordt daarenboven vermeld dat op de noodregeling, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is, de rechtsgrondslag, dat de Nederlandsche Bank de bevoegde toezichthouder is, alsmede de uiterste datum waarop tegen de beslissing hoger beroep kan worden ingesteld met vermelding van het volledige adres van het Gerechtshof, het onderwerp van de beslissing en de rechtsgrondslag. @@ -6450,11 +6344,11 @@ d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zu ### Artikel 3:202 -Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar of zijn verplichtingen ter zake van de door haar of hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gelegen, op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar of zijn verplichtingen ter zake van de door haar of hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:203 -Indien het belang van de schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering bij de afwikkeling van het bedrijf van een in Nederland gelegen bijkantoor van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan die verzekeraar zijn zetel heeft, op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. +Indien het belang van de schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering bij de afwikkeling van het bedrijf van een in Nederland gelegen bijkantoor van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam, op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:204 @@ -6470,13 +6364,13 @@ De artikelen 3:162 tot en met 3:201 zijn van overeenkomstige toepassing op kredi ### Artikel 3:206 -**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft dan wel de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is en die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank, binnen het rechtsgebied waarvan het bijkantoor is gelegen, op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft dan wel de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is en die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. -**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is dan wel van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn verplichtingen ter zake van de door haar onderscheidenlijk hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bijkantoor is gelegen, op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is dan wel van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn verplichtingen ter zake van de door haar onderscheidenlijk hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:207 -Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar op wie artikel 2:40 van toepassing is of van de gezamenlijke schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor van een dergelijke verzekeraar voortvloeiende verplichting een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de levensverzekeraar of schadeverzekeraar zijn zetel heeft, op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. +Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar op wie artikel 2:40 van toepassing is of van de gezamenlijke schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor van een dergelijke verzekeraar voortvloeiende verplichting een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:208 @@ -6586,7 +6480,7 @@ b. tot verkorting van de duur van die verzekering. ### Artikel 3:222 -**1.** Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van herverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar of van de gezamenlijke schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor van een dergelijke verzekeraar voortvloeiende verplichting een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bijkantoor van de betrokken verzekeraar is gelegen, op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. +**1.** Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van herverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar of van de gezamenlijke schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor van een dergelijke verzekeraar voortvloeiende verplichting een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken. **2.** Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de bewindvoerders bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen. Het uittreksel vermeldt naam en zetel van de verzekeraar en het bijkantoor en de zetel en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking. @@ -6857,7 +6751,7 @@ b. zo spoedig mogelijk nadat een rechterlijke instantie in een lidstaat, om rede **1.** Bij de toepassing van een vangnetregeling stelt de Nederlandsche Bank met inachtneming van het ingevolge artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, bepaalde de omvang vast van de vorderingen die voor vergoeding in aanmerking komen en de hoogte van de voor vergoeding in aanmerking komende vorderingen van beleggers of depositohouders, alsmede de hoogte van de vergoeding van de vorderingen. -**2.** De Nederlandsche Bank draagt zorg voor betaling van de vergoeding van de ingevolge deze paragraaf daarvoor in aanmerking komende vorderingen aan beleggers of depositohouders. Betaling geschiedt niet later dan drie maanden na het tijdstip waarop een belegger of depositohouder zijn vorderingen op de betalingsonmachtige financiële onderneming bij de Nederlandsche Bank heeft ingediend. De Nederlandsche Bank kan in bijzondere gevallen de termijn verlengen, ten hoogste driemaal en telkens voor ten hoogste drie maanden. +**2.** De Nederlandsche Bank draagt zorg voor betaling van de ingevolge deze paragraaf voor vergoeding in aanmerking komende vorderingen van beleggers of depositohouders binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. **3.** De Nederlandsche Bank treedt in de rechten die een belegger of depositohouder terzake van een vordering op de betalingsonmachtige financiële onderneming heeft voor zover zij een vergoeding als bedoeld in het eerste lid aan die belegger of depositohouder heeft betaald. @@ -6879,6 +6773,8 @@ De Nederlandsche Bank stelt met inachtneming van het ingevolge artikel 3:259, vi **3.** De informatie over de vangnetregeling wordt in de Nederlandse taal ter beschikking gesteld of voorzover het een vergelijkbare regeling betreft die op een bijkantoor toepasselijk is, in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar het desbetreffende bijkantoor is gelegen. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid. + ### Artikel 3:264 **1.** Het is een financiële onderneming niet toegestaan informatie over een vangnetregeling ten behoeve van reclamedoeleinden te gebruiken. @@ -7211,32 +7107,6 @@ b. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten in normale omstandigheden e **7.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een kredietinstelling als dochteronderneming heeft, en die kredietinstelling haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen. -### Artikel 3:278c - -**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis, beslist zij na overleg met de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op dochterondernemingen van een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank of Nederlandse financiële EU-moederholding, op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel en hoeveel toetsingsvermogen voor elke entiteit binnen de groep op geconsolideerde basis noodzakelijk is. - -**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen binnen vier maanden na verzending van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, aan de betrokken toezichthoudende instanties. - -**3.** Bij het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid worden de risicobeoordelingen in aanmerking genomen die door de betrokken toezichthoudende instanties op grond van de artikelen 123 en 124 van de herziene richtlijn banken zijn verricht met betrekking tot de dochterondernemingen. - -**4.** Bij een geschil over een besluit als bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank op eigen initiatief indien zij toezicht houdt op geconsolideerde basis of op verzoek van een van de betrokken toezichthoudende instanties de Europese Bankenautoriteit raadplegen. - -**5.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank onverwijld een besluit op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel, waarbij zij de door de betrokken toezichthoudende instanties verrichte risicobeoordelingen van de dochterondernemingen in aanmerking neemt. - -**6.** Onverminderd artikel 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een besluit als bedoeld in het vierde en vijfde lid de risicobeoordelingen, standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties van de andere lidstaten. - -**7.** De Nederlandsche Bank doet van het besluit onverwijld mededeling aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank. - -**8.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks de besluiten of in uitzonderlijke gevallen op verzoek van een betrokken toezichthoudende instantie van een andere lidstaat. - -### Artikel 3:278d - -**1.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of het toetsingsvermogen van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel. - -**2.** De Nederlandsche Bank besluit over de toepassing van de artikelen 3:18a en 3:111a, tweede lid, nadat zij de door de betrokken toezichthoudende instantie die toezicht houdt op geconsolideerde basis geuite standpunten en voorbehouden in aanmerking heeft genomen. - -**3.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks het besluit, bedoeld in het tweede lid. - ### Artikel 3:279 **1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland waarop ingevolge deze afdeling toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, zorgt voor een volledige consolidatie van beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en financiële instellingen die haar dochterondernemingen zijn. @@ -7423,7 +7293,7 @@ b. in bijzondere gevallen het op het balanstotaal gebaseerde criterium te vervan **4.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en c, worden, indien bij een reeds aan toezicht onderworpen financieel conglomeraat de in die onderdelen bedoelde verhoudingsgetallen kleiner worden dan veertig procent respectievelijk tien procent, gedurende de volgende drie jaar de in die onderdelen genoemde percentages gesteld op 35 procent respectievelijk acht procent. In afwijking van het tweede lid, wordt, indien bij een reeds aan toezicht onderworpen financieel conglomeraat het balanstotaal van de kleinste deelsector kleiner wordt dan € 6.000.000.000, de eis, bedoeld in het tweede lid, voor de kleinste deelsector op ten minste € 5.000.000.000 gesteld gedurende de volgende drie jaar. -**5.** De Nederlandsche Bank kan, indien zij coördinator is, na overleg met de relevante toezichthoudende instanties besluiten de perioden van drie jaren, bedoeld in het vierde lid, te bekorten. +**5.** De Nederlandsche Bank kan, indien zij ingevolge artikel 3:293, eerste lid, is aangewezen als coördinator, na overleg met de relevante toezichthoudende instanties besluiten de perioden van drie jaren, bedoeld in het vierde lid, te bekorten. **6.** De berekeningen betreffende de balans worden gemaakt op basis van het geaggregeerde balanstotaal van de tot de groep behorende groepsleden, volgens hun jaarrekeningen. Voor die berekening worden ondernemingen waarin een groepslid een deelneming heeft, meegerekend voor het bedrag van hun balanstotaal dat overeenkomt met het geaggregeerde proportionele aandeel van de groep. Indien geconsolideerde rekeningen beschikbaar zijn, worden de berekeningen gemaakt op basis van die geconsolideerde rekeningen. De solvabiliteitsvereisten worden berekend op grond van de in deze wet gestelde regels. @@ -7437,7 +7307,7 @@ Indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3:293, eerste lid, is aangewezen **1.** Deze afdeling is van toepassing op Nederlandse kredietinstellingen, Nederlandse levensverzekeraars of schadeverzekeraars, Nederlandse beleggingsondernemingen, en beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, hebben en die deel uitmaken van een financieel conglomeraat. -**2.** Indien de Nederlandsche Bank is aangewezen als coördinator, heeft het toezicht overeenkomstig de artikelen 3:293 tot en met 3:299 betrekking op elke gereglementeerde entiteit van het financiële conglomeraat. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder gereglementeerde entiteit tevens verstaan een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, heeft of een beheerder met zetel in het buitenland die, indien hij in Nederland zijn zetel zou hebben, een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zou zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, tweede lid, zou kunnen worden verleend. +**2.** Indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3:293, eerste lid, is aangewezen als coördinator, heeft het toezicht overeenkomstig de artikelen 3:293 tot en met 3:299 betrekking op elke gereglementeerde entiteit van het financiële conglomeraat. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder gereglementeerde entiteit tevens verstaan een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, heeft of een beheerder met zetel in het buitenland die, indien hij in Nederland zijn zetel zou hebben, een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zou zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, tweede lid, zou kunnen worden verleend. **3.** In afwijking van het eerste en tweede lid oefent de Nederlandsche Bank geen toezicht overeenkomstig de artikelen 3:293 tot en met 3:299 uit op gereglementeerde entiteiten van een financieel conglomeraat waarvan de moederonderneming een gereglementeerde entiteit of een gemengde financiële holding is met zetel in een staat die geen lidstaat is indien zij heeft vastgesteld dat het toezicht door de toezichthoudende instantie van die staat op de gereglementeerde entiteiten van het financiële conglomeraat gelijkwaardig is aan het toezicht op gereglementeerde entiteiten, bedoeld in het tweede lid. De Nederlandsche Bank oefent eveneens geen toezicht uit op een gereglementeerde entiteit met zetel in Nederland die deel uitmaakt van een financieel conglomeraat als bedoeld in de eerste volzin, indien zij niet de coördinator is en de coördinator een vaststelling heeft gedaan die overeenkomt met een vaststelling als bedoeld in de eerste volzin. @@ -7451,6 +7321,8 @@ Indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3:293, eerste lid, is aangewezen **8.** Indien van een financieel conglomeraat een ander financieel conglomeraat deel uitmaakt, is het toezicht, bedoeld in deze afdeling, slechts van toepassing op het gehele financiële conglomeraat. +**9.** In afwijking van het achtste lid kan de Nederlandsche Bank op verzoek van een financieel conglomeraat dat deel uitmaakt van een ander financieel conglomeraat besluiten dat het toezicht, bedoeld in deze afdeling, van toepassing is op het eerstgenoemde financiële conglomeraat. + ##### Paragraaf 3.6.4.2. De coördinator, samenwerking en handhaving ### Artikel 3:293 @@ -7612,10 +7484,9 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op: a. banken die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, eerste lid, hebben en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, genoemd onder 1 in bijlage I van de herziene richtlijn banken; b. banken met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten naar een andere lidstaat; c. de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten; -d. internationaal publiekrechtelijke instellingen waarin of waaraan een of meer lidstaten deelnemen; -e. beleggingsondernemingen die een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:96 hebben; -f. beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan artikel 2:102; en -g. bemiddelaars die voor het bemiddelen in een betaalrekening of spaarrekening een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben. +d. beleggingsondernemingen die een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:96 hebben; +e. beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan artikel 2:102; en +f. bemiddelaars die voor het bemiddelen in een betaalrekening of spaarrekening een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben. **3.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het eerste lid. @@ -7694,7 +7565,7 @@ e. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. **2.** Deze afdeling is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. -**3.** Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede lid, is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. +**3.** Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. **4.** Deze afdeling is niet van toepassing op premiepensioeninstellingen. @@ -7704,7 +7575,7 @@ e. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. **2.** Een financiëledienstverlener draagt zorg voor de vakbekwaamheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan consumenten of, indien het financiële diensten met betrekking tot verzekeringen of herverzekeringsbemiddelen betreft, cliënten. Hiertoe beschikt in ieder geval een zodanig aantal feitelijk leidinggevenden van de financiële onderneming over voldoende vakbekwaamheid dat de kwaliteit van de financiële diensten aan de consument onderscheidenlijk de cliënt kan worden gewaarborgd. -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vakbekwaamheid van de personen, bedoeld in het tweede lid. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat Onze Minister volgens daarbij te stellen regels exameninstituten erkent die bevoegd zijn tot het afgeven van diploma’s waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving van die regels. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vakbekwaamheid van de personen, bedoeld in het tweede lid. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat Onze Minister volgens daarbij te stellen regels exameninstituten erkent die bevoegd zijn tot het afgeven van diploma’s en certificaten waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond en instituten voor permanente educatie erkent die bevoegd zijn tot het afgeven van certificaten waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving van die regels. **4.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het tweede lid en het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. @@ -7822,7 +7693,7 @@ b. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tus **1.** Indien een financiële onderneming werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt die financiële onderneming er zorg voor dat deze derde de ingevolge dit deel met betrekking tot die werkzaamheden op de uitbestedende financiële onderneming van toepassing zijnde regels naleeft. -**2.** Een beheerder of beleggingsonderneming besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit. +**2.** Een beheerder, beleggingsonderneming of betaalinstelling besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit. **3.** @@ -7836,10 +7707,10 @@ c. worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een beheerder, bewaarder o **1.** -Een beheerder, beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent, een betaaldienstverlener, clearinginstelling of financiëledienstverlener draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten, consumenten of deelnemers over financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming. Hiertoe: +Een beheerder, beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent, een betaaldienstverlener, clearinginstelling of financiëledienstverlener draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten, consumenten of deelnemers over betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming. Hiertoe: a. beschikt de financiële onderneming over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten; en -b. is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister erkende geschilleninstantie die geschillen behandelt met betrekking tot financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, tenzij er geen zodanige geschilleninstantie is. +b. is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister erkende geschilleninstantie die geschillen behandelt met betrekking tot betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, tenzij er geen zodanige geschilleninstantie is. **2.** @@ -8024,7 +7895,7 @@ Een betaaldienstverlener neemt bij het uitoefenen van zijn bedrijf Titel 7B van ### Artikel 4:26 -**1.** Een financiële onderneming meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:13, tweede lid, 2:22, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:67, vierde lid, 2:68, derde lid, 2:69, tweede lid, 2:72, tweede lid, 2:73, eerste lid, 2:78, tweede lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:125, eerste lid, 2:126, eerste lid, 2:130, eerste lid, 3:110, tweede lid, 4:5, derde lid, 4:10, derde lid, 4:50, eerste lid, of 4:71, derde lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten. +**1.** Een financiële onderneming meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:13, tweede lid, 2:22, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:67, vierde lid, 2:68, derde lid, 2:69, tweede lid, 2:69a, vierde en zesde lid, 2:72, tweede lid, 2:73, eerste lid, 2:78, tweede lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:125, eerste lid, 2:126, eerste lid, 2:130, eerste lid, 3:110, tweede lid, 4:5, derde lid, 4:10, derde lid, 4:50, eerste lid, of 4:71, derde lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten. **2.** Een beheerder of beleggingsonderneming meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:122, tweede lid, 2:127, tweede lid, of 2:129, eerste lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar die financiële onderneming financiële diensten verleent. @@ -8127,14 +7998,6 @@ Van de artikelen 4:28 en 4:29 kan niet ten nadele van de consument worden afgewe **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het eerste lid. -### Artikel 4:31a - -Een elektronischgeldinstelling betaalt de nominale waarde van het aangehouden elektronisch geld terug wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt en neemt daarbij artikel 521a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht. - -### Artikel 4:31b - -Een elektronischgeldinstelling legt de terugbetalingsrechten van personen die betalingen met het door de elektronischgeldinstelling uitgegeven elektronisch geld aanvaarden, vast in een overeenkomst met die personen. - ##### Paragraaf 4.3.1.3. Krediet ### Artikel 4:32 @@ -8275,15 +8138,17 @@ b. rechten van deelneming. ### Artikel 4:47 -**1.** Een beheerder maakt een voorstel tot wijziging van de voorwaarden die gelden tussen een door hem beheerde beleggingsinstelling en de deelnemers bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website. De beheerder licht het voorstel tot wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van het voorstel tot wijziging stelt de beheerder de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis. +**1.** Een beheerder heeft op zijn website de voorwaarden die gelden tussen een door hem beheerde beleggingsinstelling en de deelnemers beschikbaar. -**2.** Een beheerder maakt een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen een door hem beheerde beleggingsinstelling en de deelnemers bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website. De beheerder licht de wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de wijziging stelt de beheerder de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis. +**2.** Een beheerder maakt een voorstel tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website. De beheerder licht het voorstel tot wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van het voorstel tot wijziging stelt de beheerder de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de inhoud van de advertentie en de toelichting op de website van de beheerder. -**3.** Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd, wordt de wijziging tegenover de deelnemers niet ingeroepen voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden. +**3.** Een beheerder maakt een wijziging van de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website voor zover deze wijziging afwijkt van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. De beheerder licht de wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de wijziging stelt de beheerder de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis. -**4.** Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling wordt gewijzigd, wordt de wijziging niet ingevoerd voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden. +**4.** Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd, wordt de wijziging tegenover de deelnemers niet ingeroepen voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden. -**5.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, of van de verplichting, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die met die verplichting worden beoogd te bereiken anderszins worden bereikt. +**5.** Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling wordt gewijzigd, wordt de wijziging niet ingevoerd voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden. + +**6.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het tweede lid, eerste volzin, het derde lid, eerste volzin, het vierde of het vijfde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die met die verplichting worden beoogd te bereiken anderszins worden bereikt. ### Artikel 4:48 @@ -8492,7 +8357,7 @@ Een rechtsbijstandverzekeraar die naast de branche Rechtsbijstand een andere bra a. vertrouwt de werkzaamheden met betrekking tot de rechtsbijstandschaderegeling toe aan een juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor en vermeldt dit schaderegelingkantoor in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking; of b. neemt in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking de bepaling op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de verzekering recht heeft op rechtsbijstand, de behartiging van zijn belangen mag toevertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige van zijn keuze. -**3.** Een rechtsbijstandverzekeraar vertrouwt werkzaamheden met betrekking tot de rechtsbijstandschaderegeling alleen toe aan een schaderegelingkantoor als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, dat zijn bedrijfsvoering zodanig inricht dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingkantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft. +**3.** Een rechtsbijstandverzekeraar vertrouwt werkzaamheden met betrekking tot de rechtsbijstandschaderegeling alleen toe aan een schaderegelingkantoor als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel a, dat zijn bedrijfsvoering zodanig inricht dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingkantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft. ### Artikel 4:66 @@ -8864,26 +8729,19 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met **1.** -Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten onder zich houdt die toebehoren aan een cliënt treft adequate maatregelen: +Een beleggingsonderneming treft adequate maatregelen: -a. ter bescherming van de rechten van de cliënt op die financiële instrumenten; en -b. ter voorkoming van het gebruik van die financiële instrumenten, behoudens uitdrukkelijke instemming van de cliënt, voor eigen rekening door de beleggingsonderneming. +a. ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden en financiële instrumenten; en +b. ter voorkoming van het gebruik van die gelden of financiële instrumenten, behoudens uitdrukkelijke instemming van de cliënt indien het financiële instrumenten betreft, voor eigen rekening door de beleggingsonderneming. **2.** -Een beleggingsonderneming die gelden onder zich houdt die toebehoren aan een cliënt, treft adequate maatregelen: - -a. ter bescherming van de rechten van de cliënt op die gelden; en -b. ter voorkoming van het gebruik van die gelden voor eigen rekening door de beleggingsonderneming. - -**3.** - Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot: a. de maatregelen ter bescherming van de rechten van de cliënt en ter voorkoming van het gebruik van financiële instrumenten of gelden van de cliënt; en b. de wijze waarop instemming kan worden verkregen van de cliënt voor het gebruik van diens financiële instrumenten voor eigen rekening door de beleggingsonderneming. -**4.** Het is een verbonden agent niet toegestaan financiële instrumenten dan wel gelden die toebehoren aan een cliënt onder zich te houden. +**3.** Het is een verbonden agent niet toegestaan financiële instrumenten dan wel gelden die toebehoren aan een cliënt onder zich te houden. ### Artikel 4:88 @@ -9446,8 +9304,9 @@ De Autoriteit Financiële Markten is tevens bevoegd tot goedkeuring van een pros De Autoriteit Financiële Markten verleent goedkeuring van een prospectus indien wordt voldaan aan: -a. de artikelen 5:13 tot en met 5:19; en -b. de artikelen 3 tot en met 23, 25, 26, met uitzondering van het vijfde lid, en 28 van de prospectusverordening. +a. de artikelen 5:13 tot en met 5:19; +b. de artikelen 3 tot en met 23, 25, 26, met uitzondering van het vijfde lid, en 28 van de prospectusverordening; en +c. artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de verordening ratingbureaus. **2.** @@ -9742,7 +9601,7 @@ b. het halfjaarverslag; en c. verklaringen van de bij de uitgevende instelling als ter zake verantwoordelijk aangewezen personen, met duidelijke vermelding van naam en functie, van het feit dat, voor zover hun bekend,: 1°. de halfjaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst of het verlies van de uitgevende instelling en de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen; en -2°. het halfjaarverslag een getrouw overzicht geeft omtrent de toestand op de balansdatum, de gang van zaken gedurende het halve boekjaar van de uitgevende instelling en van de met haar verbonden ondernemingen waarvan de gegevens in haar halfjaarrekening zijn opgenomen en de verwachte gang van zaken, waarbij, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet verzetten, in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de investeringen, en de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de rentabiliteit afhankelijk is. +2°. het halfjaarverslag een getrouw overzicht geeft van de in het achtste en, voor zover van toepassing, negende lid bedoelde informatie. **3.** Indien de halfjaarlijkse financiële verslaggeving is gecontroleerd of beperkt is beoordeeld door een accountant wordt de door hem ondertekende en gedagtekende verklaring of beoordeling samen met de halfjaarlijkse financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar gesteld. @@ -9810,7 +9669,7 @@ b. de overige informatie die door de uitgevende instelling naar het recht inzake **2.** Een uitgevende instelling waarvan andere effecten, dan bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, stelt onverwijld informatie omtrent wijzigingen in de rechten van houders van de eerstgenoemde effecten algemeen verkrijgbaar. Onder wijzigingen in de rechten van houders als bedoeld in de eerste volzin worden eveneens verstaan wijzigingen in de voorwaarden die verbonden zijn aan de effecten, indien die wijzigingen van invloed kunnen zijn op die rechten. -**3.** Indien een uitgevende instelling een aanbieding van obligaties aan het publiek doet als bedoeld in artikel 5:1, stelt zij het op de aanbieding betrekking hebbende prospectus of andere informatie onverwijld algemeen verkrijgbaar. De uitgevende instelling stelt daarbij onder meer informatie algemeen verkrijgbaar omtrent de bij die obligaties behorende garanties of zekerheden. +**3.** Indien een uitgevende instelling obligaties aan het publiek aanbiedt als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel a, stelt zij met betrekking tot die aanbieding informatie algemeen verkrijgbaar, tenzij ten aanzien van die aanbieding een goedgekeurd prospectus als bedoeld in artikel 5:2 algemeen verkrijgbaar is gesteld. De uitgevende instelling stelt daarbij onder meer informatie algemeen verkrijgbaar omtrent de bij die obligaties behorende garanties of zekerheden. **4.** Het derde lid is niet van toepassing indien de uitgevende instelling een internationaalrechtelijke organisatie is waarbij ten minste een lidstaat is aangesloten. @@ -9943,14 +9802,16 @@ d. een obligatiehouder de mogelijkheid wordt geboden om de informatie desgewenst **5.** Onze Minister wijst een instantie aan die zorg draagt voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie. -**6.** De uitgevende instelling zendt de gereglementeerde informatie gelijktijdig met de algemeenverkrijgbaarstelling aan de instantie, bedoeld in het vierde lid, alsmede indien deze niet als zodanig is aangewezen aan de Autoriteit Financiële Markten. +**6.** De uitgevende instelling zendt de gereglementeerde informatie gelijktijdig met de algemeenverkrijgbaarstelling aan de instantie, bedoeld in het vijfde lid, alsmede indien deze niet als zodanig is aangewezen aan de Autoriteit Financiële Markten. **7.** De uitgevende instelling brengt geen kosten in rekening voor het algemeen verkrijgbaar stellen van de gereglementeerde informatie. -**8.** Indien door een persoon zonder toestemming van de uitgevende instelling om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van door de uitgevende instelling uitgegeven effecten is verzocht, rusten de bij of krachtens het eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid geldende verplichtingen op die persoon. +**8.** Indien door een persoon zonder toestemming van de uitgevende instelling om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van door de uitgevende instelling uitgegeven effecten is verzocht, rusten de bij of krachtens het eerste tot en met derde, zesde en zevende lid geldende verplichtingen op die persoon. **9.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op uitgevende instellingen waarvan uitsluitend effecten tot de handel zijn toegelaten op ten hoogste een in een andere lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt. +**10.** Het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de informatie die op grond van het recht van een andere lidstaat ter uitvoering van artikel 6 van de richtlijn marktmisbruik algemeen verkrijgbaar moet worden gesteld door een uitgevende instelling waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is. + ### Artikel 5:25n Indien een uitgevende instelling voornemens is haar statuten te wijzigen, deelt zij het ontwerp van deze wijziging mede aan de Autoriteit Financiële Markten en aan de houder van de gereglementeerde markt waarop haar effecten tot de handel zijn toegelaten. De mededeling geschiedt uiterlijk bij de oproeping voor de algemene vergadering waarin over de wijziging zal worden gestemd of bij welke gelegenheid de aandeelhouders van de wijziging in kennis worden gesteld. @@ -10041,7 +9902,7 @@ b. ter uitvoering van een op grond van artikel 23 van de richtlijn transparantie **1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen ter uitvoering van een bindend besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen dat gebaseerd is op de richtlijn transparantie. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van opslag van gereglementeerde informatie door de instantie, bedoeld in artikel 5:25m, vierde lid. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van opslag van gereglementeerde informatie door de instantie, bedoeld in artikel 5:25m, vijfde lid. ### Hoofdstuk 5.2. Regels voor toegang tot de Nederlandse financiële markten voor marktexploitanten en voor het exploiteren of beheren van een gereglementeerde markt @@ -10436,7 +10297,7 @@ c. nationale centrale banken die onderdeel uitmaken van het Europees Stelsel van De verplichtingen, bedoeld in afdeling 5.3.3, zijn, voorzover de aandelen en de daaraan verbonden stemmen worden gehouden in de regelmatige uitoefening van hun bedrijf, niet van toepassing op: a. bewaarnemers van aandelen, voorzover deze de aan deze aandelen verbonden stemmen niet naar eigen goeddunken kunnen uitbrengen; en -b. personen die werkzaamheden verrichten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1, die de beschikking krijgen of verliezen over aandelen en de daaraan verbonden stemmen waardoor, naar zij weten of behoren te weten, het percentage van het kapitaal of de stemmen waarover zij beschikken de drempelwaarde van vijf procent bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, voorzover deze geen invloed uitoefenen in het bestuur van de desbetreffende uitgevende instelling en in hun lidstaat van herkomst een vergunning hebben voor de uitoefening van hun bedrijf. +b. personen die werkzaamheden verrichten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1, die de beschikking krijgen of verliezen over aandelen en de daaraan verbonden stemmen waardoor, naar zij weten of behoren te weten, het percentage van het kapitaal of de stemmen waarover zij beschikken de drempelwaarde van vijf procent bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, voorzover deze geen invloed uitoefenen in het bestuur van de desbetreffende uitgevende instelling en in hun lidstaat van herkomst een vergunning hebben voor de uitoefening van hun bedrijf. **3.** @@ -10690,18 +10551,6 @@ c. stabilisatie zoals omschreven in hoofdstuk III van verordening (EG) nr. 2273/ **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud, het bijwerken en het bewaren van de lijst, bedoeld in het eerste lid. -**3.** Vervallen. - -**4.** Vervallen. - -**5.** Vervallen. - -**6.** Vervallen. - -**7.** Vervallen door vernummering. - -**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste, tweede en vijfde lid bedoelde openbaarmaking dient plaats te vinden, alsmede met betrekking tot de inhoud, het bijwerken en bewaren van de lijst, bedoeld in het zevende lid. - ### Artikel 5:60 **1.**