2019-12-21 | BWBR0004364 | Scheepvaartverkeerswet

This commit is contained in:
Coornhert 2019-12-21 12:00:00 +00:00
parent b58c3bbc10
commit f0095d2ae2

View file

@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Scheepvaartverkeerswet
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij daarin anders is bepaald, verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
b. schip: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water;
c. scheepvaartverkeer: verkeer van schepen en andere vaartuigen;
d. scheepvaartwegen: voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaande binnenwateren en de Nederlandse territoriale zee, daaronder begrepen de daarin aanwezige waterstaatswerken;
@ -42,7 +42,7 @@ o. verwerken van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verwerkingsverantwoordelijk
p. River Information Services: de geharmoniseerde informatiediensten ter ondersteuning van het verkeers- en vervoersmanagement voor de binnenvaart, met inbegrip van de technisch haalbare koppelingen met andere vervoerswijzen dan wel met commerciële activiteiten, niet zijnde interne commerciële activiteiten tussen betrokken bedrijven;
q. vaarweginformatie: geografische, hydrologische en administratieve informatie over de scheepvaartweg;
r. tactische verkeersinformatie: informatie waarop onmiddellijke navigatiebeslissingen in de actuele verkeerssituatie en de nabije geografische omgeving zijn gebaseerd;
s. verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer: het op 21 december 2005 te Middelburg totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312);
s. verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer: het op 21 december 2005 te Middelburg totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312);
t. vaarbewijs: document ten bewijze van de bevoegdheid om op de Nederlandse binnenwateren een schip te voeren, waaronder begrepen een daarmee vergelijkbaar document dat is afgegeven door een buitenlandse autoriteit;
u. snelle motorboot: schip dat een lengte heeft van minder dan 20 meter en dat bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller dan 20 km per uur ten opzichte van het water kan varen;
v. de Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.
@ -122,13 +122,13 @@ b. schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenscha
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
a. het deelnemen aan het scheepvaartverkeer op scheepvaartwegen;
b. verkeerstekens;
c. bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken;
d. verkeersaanwijzingen;
e. het ontvangen, bewaren en verstrekken van gegevens met betrekking tot de scheepvaart door organisaties en personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer.
e. het ontvangen, bewaren en verstrekken van gegevens met betrekking tot de scheepvaart door het bevoegd gezag en door organisaties en personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer.
**2.**
@ -136,26 +136,28 @@ De in het eerste lid, onder a, bedoelde regels kunnen slechts inhouden:
a. verplichtingen met betrekking tot:
. het varen en het ligplaats nemen met schepen en andere vaartuigen;
. het tonen van optische tekens door schepen en andere vaartuigen;
. het geven van geluidsseinen door schepen;
. de aanwezigheid en het gebruik van bepaalde navigatiemiddelen aan boord van schepen;
. de aanwezigheid en het gebruik van bepaalde communicatiemiddelen aan boord van schepen;
. het aanbrengen van kentekens op schepen;
1° het varen en het ligplaats nemen met schepen en andere vaartuigen;
2° het tonen van optische tekens door schepen en andere vaartuigen;
3° het geven van geluidsseinen door schepen;
4° de aanwezigheid en het gebruik van bepaalde navigatiemiddelen aan boord van schepen;
5° de aanwezigheid en het gebruik van bepaalde communicatiemiddelen aan boord van schepen;
6° het aanbrengen van kentekens op schepen;
b. andere verplichtingen van verkeersdeelnemers of andere personen aan boord van schepen en andere vaartuigen met betrekking tot het deelnemen aan het scheepvaartverkeer;
c. verplichtingen van andere personen dan die genoemd in onderdeel b, met betrekking tot het deelnemen aan het scheepvaartverkeer.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarin aangewezen scheepvaartwegen in afwijking van of in aanvulling op de krachtens het eerste lid, onder a, te stellen regels andere regels met betrekking tot het deelnemen aan het scheepvaartverkeer worden gesteld. Daarin kunnen aan degenen die een schip voeren, naast verplichtingen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde onderwerpen, verplichtingen worden opgelegd, die al dan niet gericht zijn op het deelnemen aan verkeersbegeleiding en onder andere betrekking hebben op het melden van aankomst, vertrek of positie van een schip, alsmede van gegevens met betrekking tot het schip, de daarmee vervoerde lading, of de uit te voeren reis.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarin aangewezen scheepvaartwegen in afwijking van of in aanvulling op de krachtens het eerste lid, onder a, te stellen regels andere regels met betrekking tot het deelnemen aan het scheepvaartverkeer worden gesteld. Daarin kunnen aan degenen die een schip voeren, naast verplichtingen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde onderwerpen, verplichtingen worden opgelegd, die al dan niet gericht zijn op het deelnemen aan verkeersbegeleiding en onder andere betrekking hebben op het melden van aankomst, vertrek of positie van een schip, alsmede van gegevens met betrekking tot het schip, de daarmee vervoerde lading, de opvarenden of de uit te voeren reis.
**4.** Ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel e, kunnen ten behoeve van de River Information Services persoonsgegevens worden verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde een goede uitvoering te kunnen geven aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften omtrent de toepassing van River Information Services. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteit is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de apparatuur en de softwaretoepassingen die ten behoeve van River Information Services worden gebruikt door het bevoegd gezag en organisaties en personen die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer.
**5.** Ter uitvoering van het tweede lid, onderdeel b, worden persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of de aanvragers van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Rijnpatenten voldoen of niet meer voldoen aan de wettelijke vereisten voor de verlening van deze patenten. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteit is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.
### Artikel 4a
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens die in het kader van River Information Services worden verkregen alsmede met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij de toepassing van River Information Services.
**1.** Ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, onderdeel e, en artikel 4, derde lid, worden persoonsgegevens verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats ter verzekering van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en ter uitvoering van verdragen of bindende EU-rechtshandelingen alleen of gezamenlijk. Het bevoegd gezag en de organisatie of persoon die niet deelneemt aan het scheepvaartverkeer die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangewezen, is verwerkingsverantwoordelijke.
**7.** In de krachtens het eerste lid, onderdelen a of e, het derde en zesde lid te stellen regels kan met betrekking tot daarin aangewezen onderdelen Onze Minister bevoegd worden verklaard tot het stellen van nadere regels.
**2.** De verwerking van gegevens bedoeld in het eerste lid kan tevens de verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming bevatten. Deze verwerking vindt plaats teneinde de veiligheid en reddingkansen te verhogen van opvarenden aan boord van passagiersschepen.
**8.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de apparatuur en de softwaretoepassingen die ten behoeve van River Information Services worden gebruikt door personen en organisaties die niet deelnemen aan het scheepvaartverkeer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens bedoeld in het eerste en tweede lid.
**4.** Ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, onderdeel b, worden gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of de aanvragers van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Rijnpatenten voldoen of niet meer voldoen aan de wettelijke vereisten voor de verlening van deze patenten. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteit is verwerkingsverantwoordelijke.
### Artikel 5
@ -371,7 +373,7 @@ b. op alle niet-Nederlandse wateren die met de volle zee in verbinding staan en
### Artikel 21
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties welke betrekking hebben op de ordening van het scheepvaartverkeer voor de Nederlandse kust buiten de Nederlandse territoriale zee, voorzover die verdragen of besluiten het Koninkrijk binden, regels worden gesteld. Voorzover daarbij uitvoering wordt gegeven aan artikel 211, zesde lid, van het op 10 december 1982 te Montego-Bay totstandgekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83), geschiedt zulks met inachtneming van de voorschriften, genoemd in dat verdrag.
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties welke betrekking hebben op de ordening van het scheepvaartverkeer voor de Nederlandse kust buiten de Nederlandse territoriale zee, voorzover die verdragen of besluiten het Koninkrijk binden, regels worden gesteld. Voorzover daarbij uitvoering wordt gegeven aan artikel 211, zesde lid, van het op 10 december 1982 te Montego-Bay totstandgekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83), geschiedt zulks met inachtneming van de voorschriften, genoemd in dat verdrag.
**2.** In de krachtens het eerste lid te stellen regels kan met betrekking tot daarin aangewezen onderdelen Onze Minister bevoegd worden verklaard tot het stellen van nadere regels.
@ -497,7 +499,7 @@ b. een schip met een lengte van minder dan 5 meter dat uitsluitend door middel v
**4.**
Overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 4 en van de voorschriften verbonden aan een besluit, genomen krachtens artikel 7, eerste lid of met overeenkomstige toepassing daarvan krachtens artikel 8, wordt gestraft met:
Overtreding van de regels, gesteld krachtens de artikelen 4 en 4a, derde en vierde lid, en van de voorschriften verbonden aan een besluit, genomen krachtens artikel 7, eerste lid of met overeenkomstige toepassing daarvan krachtens artikel 8, wordt gestraft met:
a. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie, indien de overtreding is begaan in de Nederlandse territoriale zee, voor zover het verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer niet van toepassing is, de Rotterdamse waterweg, het Noordzeekanaal of de Eems-Dollard,
b. hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie, indien de overtreding is begaan op een andere scheepvaartweg;
@ -621,7 +623,7 @@ De officier van justitie geeft het ingevorderde vaarbewijs onverwijld terug aan
a. indien hij binnen tien dagen na de dag van invordering geen toepassing geeft aan het tweede lid;
b. indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de houder in geval van veroordeling door de rechter geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het voeren van een schip zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur dan de tijd gedurende welke het vaarbewijs is ingevorderd of ingehouden geweest, of
c. indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen 26 weken na de dag van invordering is aangevangen.
c. indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen 26 weken na de dag van invordering is aangevangen.
**4.** Tegen toepassing van het eerste of tweede lid kan de belanghebbende bij klaagschrift opkomen. Zolang in de zaak nog geen vervolging is ingesteld, wordt het klaagschrift ingediend ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waar het in het eerste lid bedoelde feit werd begaan, en anders ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de vervolging plaatsvindt of het laatst plaatsvond. Artikel 552a, vierde en zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De raadkamer van het gerecht geeft zo spoedig mogelijk, na de belanghebbende, desverlangd bijgestaan door diens raadsman, te hebben gehoord, althans opgeroepen, zijn met redenen omklede beslissing, die onverwijld aan de belanghebbende wordt betekend. Tegen de beslissing kan door het openbaar ministerie binnen veertien dagen daarna en door de belanghebbende binnen veertien dagen na de betekening beroep in cassatie worden ingesteld. De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.