diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 56b737e10d8..bff05cb53a3 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -3,4176 +3,8758 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) bwb_id: BWBR0012287 type: circulaire status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2023-10-01' +datum_inwerkingtreding: '2005-04-24' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012287 citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- # Vreemdelingencirculaire 2000 (A) -## +## A1. Algemeen -### . Afkortingenlijst +### 1. Inleiding -| ABRvS | Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State | +1. de Vreemdelingenwet 2000 (hierna aangeduid als Vreemdelingenwet); +2. het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna aangeduid als Vreemdelingenbesluit); +3. de Algemene wet bestuursrecht; +4. internationale overeenkomsten. + +### 2. Indeling + +De Vreemdelingencirculaire 2000 bestaat uit drie delen. De drie delen moeten zoveel mogelijk zelfstandig gebruikt kunnen worden. Daarom is de volgorde van de Vreemdelingenwet, het Vreemdelingenbesluit en het Voorschrift Vreemdelingen – die overigens zo veel mogelijk is gevolgd – niet overal gehandhaafd. + + + Deel A bevat de algemene aanwijzingen in verband met de grensbewaking, de toegang, het toezicht, het vertrek en de uitzetting, de vrijheidsbeneming, de voorlichting, het klachtrecht en de registratie. Bovendien zijn de modellen van formulieren, documenten en folders opgenomen die door de korpschef en de ambtenaren, belast met grensbewaking, worden gebruikt. + + + Deel B bevat de algemeen geldende en bijzondere bepalingen voor vreemdelingen, die een verblijfsvergunning regulier hebben of willen verkrijgen. + + + Deel C bevat de algemeen geldende en bijzondere bepalingen voor vreemdelingen, die een verblijfsvergunning asiel hebben of willen verkrijgen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 3. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie + +De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving (KB van 22 juli 2002, nr. 02.003340). Daar waar in deze circulaire wordt verwezen naar de verantwoordelijke bewindspersoon zal deze worden aangeduid als “De Minister”. + Daarmee wordt dan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie bedoeld. + + + Binnen het ministerie van Justitie is de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving (en de naturalisatiewetgeving) opgedragen aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 4. De verhouding tussen de Minister, de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee + +– grensbewaking (zie A2); +– toegang (zie A2); +– toezicht (zie A3); +– vertrek en uitzetting (zie A4); +– vrijheidsbeneming (zie A5). + +## A2. Grensbewaking, toegang, visa en verblijf in de vrije termijn + +### 1. Basisbegrippen en -bepalingen + +#### 1.1. Toegang/Schengen + +Door middel van grensbewaking wordt gecontroleerd of personen voldoen aan de voorwaarden voor toegang. Controle in het kader van grensbewaking vindt niet alleen plaats voor Nederland, maar – sinds 26 maart 1995 – voor het gehele Schengen-gebied. Toegang tot Nederland houdt in beginsel ook toegang tot de overige landen in het Schengen-gebied in. De Schengen-landen zijn: België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland en Denemarken. Toegang impliceert overigens nimmer iets over rechtmatig verblijf. + De met de grensbewaking belaste ambtenaren staan genoemd in artikel 46 Vreemdelingenwet. + + + Met het Verdrag van Amsterdam is Schengen geïncorporeerd in de EU. De EU/EER-staten die voorheen geen Schengen-staat waren zijn ook door deze incorporatie géén Schengen-staat geworden. Voor de uitvoering van de grensbewaking in Nederland heeft de incorporatie dan ook geen gevolgen. + + + Voor de uitvoering van de grensbewaking is Schengen een geografisch begrip: er is wel een Schengen-*gebied *dat kan worden in- of uitgereisd, maar er zijn geen Schengen-*onderdanen*. Onderdanen van een EU/EER-land dat tevens Schengen-land is worden bij inreis in het Schengen-gebied dan ook niet anders behandeld dan onderdanen van een EU/EER-land dat geen Schengen-land is. + In het kader van grensbewaking wordt gesproken over Nederlanders en vreemdelingen. EU/EER-onderdanen zijn eveneens vreemdelingen. Op het moment dat het maken van een onderscheid tussen EU/EER-onderdanen en andere vreemdelingen aan de orde is, wordt hiervan in deze circulaire melding gemaakt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.2. Buiten- en binnengrenzen + +Er zijn twee soorten grenzen te onderscheiden: buitengrenzen en binnengrenzen. + + + *Buitengrenzen* + + + Buitengrenzen zijn de grenzen waarlangs personen Nederland c.q. het Schengen-gebied kunnen inreizen. Alleen aan deze buitengrenzen vindt grensbewaking plaats. + Extra-Schengen-verkeer is verkeer dat komend van buiten het Schengen-gebied via een buitengrens het Schengen-gebied inreist. Hiertoe behoort alle zeevaart, en bijvoorbeeld een vlucht vanuit het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten naar een Nederlandse luchthaven. + + + *Binnengrenzen* + + + Binnengrenzen zijn de grenzen tussen de Schengen-staten onderling. Aan/achter de binnengrenzen vindt (in Nederland) Mobiel Toezicht Vreemdelingen plaats. Dit is controle in het kader van het binnenlands toezicht op vreemdelingen, en is geen grensbewaking. Het Mobiel Toezicht Vreemdelingen wordt besproken in A3/2.2.3. + Personen/verkeer dat via de binnengrenzen Nederland inreist is ‘intra-Schengen-verkeer’ (verkeer van Schengen-staat naar Schengen-staat). Hiertoe behoort dus ook een vlucht vanaf een luchthaven in een andere Schengen-staat naar een luchthaven in Nederland, of de binnenvaart vanuit Duitsland, of de regelmatige veerverbindingen die uitsluitend tussen havens gelegen op het grondgebied van een Schengen-staat plaatsvinden, zonder dat daarbij havens buiten dit gebied worden aangedaan. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.3. Grensdoorlaatposten + +Artikel + 4.2 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + In het belang van de grensbewaking worden aan de buitengrenzen grensdoorlaatposten ingesteld. + + + 2 + Bij ministeriële regeling worden de plaatsen aangewezen waar grensdoorlaatposten, al dan niet tijdelijk, zijn gevestigd. + + + 3 + De grensdoorlaatposten worden bediend door ambtenaren van de Koninklijke marechaussee. De in de politieregio Rotterdam-Rijnmond gelegen grensdoorlaatposten worden eveneens bediend door de ambtenaren van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond. + + + 4 + Bij ministeriële regeling worden de tijden vastgesteld gedurende welke de grensdoorlaatposten zijn opengesteld. + + + + + Aan de buitengrenzen bevinden zich grensdoorlaatposten. In beginsel is iedereen verplicht via deze grensdoorlaatposten te reizen, dus is alleen via grensdoorlaatposten gereguleerde buitengrensoverschrijding mogelijk. + In Nederland fungeren alleen zee- en luchthavens als grensdoorlaatpost. Alleen (personen reizende via) lucht- en zeeverkeer worden dan ook in het kader van grensbewaking gecontroleerd. Reizigers en verkeer komend via de landgrenzen vallen daar in beginsel niet onder. De zee- en luchthavens die zijn aangewezen als grensdoorlaatpost zijn genoemd in bijlage 4, behorend bij de artikelen 2.4 en 4.1 Voorschrift Vreemdelingen. + + + De controle of weigering van toegang kan op verschillende momenten plaatsvinden, en in ieder geval zolang een vreemdeling zich op of nabij een grensdoorlaatpost bevindt of zolang een relatie met in- of uitreis te leggen is. Een haven(terrein) of luchthaven(terrein) wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost. Concreet houdt dit bijvoorbeeld in dat een persoon zowel aan een vaste controlebalie als aan een zogeheten ‘gate’, op een schip of aan de kade kan worden gecontroleerd. + + + Op luchthavens vindt de daadwerkelijke toegangscontrole (inreiscontrole) plaats aan de vaste controlebalie. Bij een gate-controle wordt in het algemeen alleen gecontroleerd of de vreemdeling in het bezit is van een geldig grensoverschrijdingsdocument (eventueel voorzien van een benodigd - geldig - visum). Op ieder moment van controle kan de vreemdeling de toegang worden geweigerd. + +200323902-12-2003HKUIT03-5800aub200323902-12-2003HKUIT03-5800aub12-12-2003 + +##### 1.3.1. Verdeling uitoefening grensbewakingstaken + +Alle ambtenaren van het regionale politiekorps Rotterdam – Rijnmond zijn bevoegd toezicht op de naleving uit te oefenen en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. Binnen deze politieregio zijn deze taken in de eerste plaats toebedeeld aan de Dienst Zeehavenpolitie. + +De ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee zijn belast met de bediening van alle overige grensdoorlaatposten in Nederland en met het uitoefenen van grensbewakingstaken in de rest van Nederland. + +##### 1.3.2. Bijzonderheden met betrekking tot grensdoorlaatposten en grenzen + +Voor de personencontrole ten aanzien van opvarenden van zeeschepen die de kanaalzone Gent-Terneuzen bevaren is destijds in Benelux-verband overeengekomen dat het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, wordt beschouwd als buitengrens van het Benelux-gebied. In de huidige situatie betekent dit derhalve dat de betreffende grensdoorlaatpost als buitengrens van het Schengen-gebied dient te worden beschouwd. + +De betrokken districtscommandant van de Koninklijke Marechaussee en de Scheepvaartpolitie (SPN)/Police de la Navigation van de Rijkswacht te Gent hebben voor een goede uitvoering van de personencontrole op de opvarenden van zeeschepen afspraken gemaakt. + +#### 1.4. Begrippen in het kader van de (zee)scheepvaart + +– passagiers zijn alle aan boord van een schip verblijvende personen die geen deel uitmaken van de bemanning; +– bemanning omvat de personen die zijn aangemonsterd om aan boord rechtstreeks met de vaart verband houdende werkzaamheden te verrichten, op de bemanningslijst staan vermeld en als zodanig op de monsterrol voorkomen; +– een scheepsagent is een natuurlijke- of rechtspersoon die ter plaatse de reder in al zijn functies als reder vertegenwoordigt. + +#### 1.5. Toegangsweigering + +Indien een vreemdeling bij een ambtenaar belast met de grensbewaking aangeeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel te willen indienen dient gehandeld te worden overeenkomstig het gestelde in C3/11.3. + +### 2. Wie worden gecontroleerd en wat zijn hun verplichtingen? + +#### 2.1. Wie worden gecontroleerd? + +In beginsel wordt iedereen die reist via een grensdoorlaatpost gecontroleerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar soorten reizigers en vervoerders. Om de controle in goede banen te leiden zijn hieromtrent in artikel 46 Vreemdelingenwet en de verschillende artikelen in het Vreemdelingenbesluit regels gesteld. Verplichtingen voor vervoerders zijn tevens bij artikel 4 Vreemdelingenwet geregeld. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.1.1. Zeevaart + +Onder intra-Schengen-veerverbindingen worden verstaan de verbindingen van en naar een andere haven op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen waarbij geen havens buiten dit gebied worden aangedaan en waarbij personen en vervoermiddelen worden vervoerd volgens een vastgestelde dienstregeling. Passagiers die gebruik maken van deze veerverbindingen zijn in beginsel niet aan controle onderhevig. + +De passagiers en bemanning van de veerverbindingen van en naar niet-Schengen-landen worden aan de normale controles onderworpen, aan de hand van door de gezagvoerder, of in diens plaats de scheepsagent die de belangen van de reder waarneemt, op te stellen passagiers- en bemanningslijsten. + +De verplichting voor de bestuurder om mee te werken is geregeld in artikel 4.8 Vreemdelingenbesluit en de artikelen 5:19 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. + +Indien een cruiseschip – komende vanuit een niet-Schengen-land en uiteindelijk vertrekkend naar een niet-Schengen-land – meerdere havens op het grondgebied van de Schengen-landen na elkaar aandoet zonder dat een haven daarbuiten wordt aangedaan, wordt de controle in beginsel slechts in de eerste en de laatste haven op het grondgebied van de Schengen-landen uitgevoerd. + +De controle van opvarenden van pleziervaartuigen uit een derde land vindt in de regel, zowel bij aankomst als bij vertrek, plaats in een haven die als grensdoorlaatpost is aangewezen. Bij de controle dient een lijst van opvarenden te worden overhandigd. Eén exemplaar van dit document wordt overhandigd aan de ambtenaren belast met de grensbewaking in de eerste haven van binnenkomst, een tweede exemplaar aan de autoriteiten in de laatste haven van vertrek, terwijl een derde exemplaar bewaard moet blijven bij de scheepspapieren zolang het schip in de territoriale wateren van een van de Schengen-landen blijft. + +Indien een pleziervaartuig door overmacht gedwongen is in een andere haven aan te meren, moet contact worden opgenomen met de grensbewakingsautoriteiten van de dichtstbijzijnde grensdoorlaatpost. + +Aangezien de buitengrenzen van het Schengen-gebied door binnenvaartuigen alleen via landgrenzen kunnen worden gepasseerd is dit onderwerp in de Nederlandse situatie niet van toepassing. + +##### 2.1.2. Luchtvaart + +Er zijn twee beginselen te onderscheiden met betrekking tot de controle op het internationale burgerluchtvaartverkeer. De controle dient te worden uitgeoefend: + +a. buiten het luchtvaartuig, op een luchthaven die als grensdoorlaatpost aan de Schengen-buitengrenzen is aangewezen; +b. op de luchthaven of landingsplaats van het betreffende Schengen-land die door het luchtvaartuig bij aankomst voor het eerst wordt aangedaan, of voor het vertrek voor het laatst wordt aangedaan. + +1. Het bovenstaande houdt in dat passagiers die van vluchten uit derde Staten op intra-Schengen-vluchten overstappen, bij aankomst op de eerste Schengen-luchthaven een personencontrole dienen te ondergaan (bijvoorbeeld: New York - Amsterdam, Amsterdam - Parijs), en dat passagiers van een intra-Schengen-vlucht die op een vlucht naar een derde land overstappen een uitreiscontrole dienen te ondergaan op de laatste Schengen-luchthaven van vertrek (bijvoorbeeld: Frankfurt - Amsterdam, Amsterdam - Singapore). +2. Op vluchten uitsluitend van en naar het grondgebied van de Schengen-landen, waarbij geen tussenlanding wordt gemaakt op het grondgebied van een derde land (intra-vluchten), worden de passagiers niet aan controle onderworpen (bijvoorbeeld: Amsterdam - Brussel - Hamburg). +3. Op vluchten uit derde Staten zonder aansluitende transfer op het grondgebied van de Schengen-landen, worden de passagiers op de luchthaven van aankomst aan een inreiscontrole onderworpen (bijvoorbeeld: New York - Amsterdam). +4. Op vluchten naar derde Staten zonder voorafgaande transfer op het grondgebied van de Schengen-landen, worden de passagiers op de luchthaven van vertrek aan een uitreiscontrole onderworpen (bijvoorbeeld: Amsterdam - New York). +5. Op doorgaande vluchten vanuit een derde land worden passagiers die via een tussenlanding in een Schengen-land weer naar een derde land reizen, slechts gecontroleerd wanneer zij de transitzone van de luchthaven verlaten, of wanneer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven (bijvoorbeeld: New York - Amsterdam - Bangkok). + +Ten aanzien van de onder 2.1.2 sub a. en b. genoemde controlebeginselen kunnen de volgende uitzonderingen gelden: + +ad a. Indien in geval van overmacht, bij dreigend gevaar of op instructie van een autoriteit een luchtvaartuig op een niet als grensdoorlaatpost aangewezen vliegveld heeft moeten landen, is voor voortzetting van de vlucht toestemming van de IND vereist. + +ad b. Ter vereenvoudiging van het internationale luchtvaartverkeer kunnen de bevoegde autoriteiten toestaan dat de controle op de respectievelijke luchthavens van bestemming wordt uitgeoefend voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan: + +a. er dient instemming te zijn van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de douanecontrole op de handbagage; +b. de voor het luchtvaartverkeer gelaste veiligheidsmaatregelen dienen in acht genomen te zijn; +c. het betreft vluchten uit of naar derde Staten met tussenlandingen zonder overstap op andere luchtvaartuigen (transitvluchten), waarbij de vervoerder voor het tussen twee nationale luchthavens af te leggen vluchtdeel geen passagiers aan boord neemt; +d. de passagiers blijven op de transitluchthaven aan boord van het luchtvaartuig of houden zich tot de voortzetting in een transitruimte of speciale ruimte op, waar zij geen passagiers van andere vluchten kunnen ontmoeten. + +#### 2.2. Verplichtingen + +##### 2.2.1. Verplichtingen voor personen + +– Benelux-onderdanen (zie 6.3); +– passagierende zeelieden (zie 6.10.1); +– i.g.v. ontheffing in individuele gevallen door de Minister van Justitie. + +Eenieder die zich op of rond een grensdoorlaatpost bevindt, moet zich houden aan de aanwijzingen van de ambtenaar belast met de grensbewaking, voor zover deze redelijkerwijs betrekking hebben op een goede uitoefening van de grensbewakingstaken. + +##### 2.2.2. Verplichtingen voor de vervoerder + +###### 2.2.2.1. Algemeen + +Artikel 4, eerste lid, Vreemdelingenwet regelt welke maatregelen een vervoerder dient te nemen teneinde te voorkomen dat een door hem vervoerde vreemdeling niet voldoet aan artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet. Zie hierover nader paragraaf 10, bijlage 3: Richtlijnen voor vervoerders. + + + Onder vervoerder wordt verstaan eenieder door wiens tussenkomst vreemdelingen arriveren op Nederlands grondgebied met dien verstande dat de plaats van aankomst een plaats dient te zijn waar personencontrole in het kader van de overschrijding van een Schengen-buitengrens mogelijk is. + + + Voor Nederland geldt op grond van het vorenstaande, dat met name die luchtvaart-, cruise- en ferrymaatschappijen, alsmede eigenaren van koopvaardijschepen en eigenaren/gebruikers van pleziervaartuigen, die een of meer vreemdelingen via een plaats waar buitengrenscontrole voor het Schengen-gebied plaatsvindt aanvoeren, zich aan deze instructie moeten houden. + + + De verplichtingen voor de vervoerder op grond van artikel 4 Vreemdelingenwet dienen te worden onderscheiden van de verplichtingen waaraan personen zijn onderworpen met het oog op controle in het belang van de grensbewaking op grond van artikel 46, tweede lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet. + + + De verplichtingen laten onverlet dat de vervoerder op grond van artikel 5, tweede lid, Vreemdelingenwet de plicht kan worden opgelegd om een geweigerde vreemdeling direct terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. + +20056231-03-200524-03-20052005/1320056231-03-200524-03-20052005/1302-04-2005 + +###### 2.2.2.2. Zorg- en afschriftplicht + +Artikel + 2.2 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vervoerder, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet neemt afschrift van het op de vreemdeling betrekking hebbende document voor grensoverschrijding, indien hij de vreemdeling rechtstreeks dan wel na transfer of transit naar Nederland vervoert vanaf een luchthaven die is aangewezen bij ministeriële regeling. + + + 2 + De vervoerder neemt afschrift door het maken van een duidelijke en goed leesbare afbeelding van de pagina’s met de relevante gegevens van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling die hij vervoert. De vervoerder overhandigt het afschrift desgevraagd aan een ambtenaar belast met de grensbewaking, indien bij inreis in Nederland geen geldig document voor grensoverschrijding door de vreemdeling kan worden overgelegd. + + + 3 + Onder de relevante gegevens wordt in ieder geval verstaan: + + + a. + naam en voornaam of voornamen van de vreemdeling; + + + b. + geboortedatum van de vreemdeling; + + + c. + geboorteplaats van de vreemdeling; + + + d. + nationaliteit van de vreemdeling; + + + e. + plaats en datum van afgifte van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, alsmede het nummer daarvan; + + + f. + geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling; + + + g. + plaats en datum van afgifte van het in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling aangebrachte visum voor Nederland of het Schengen-gebied dan wel het verblijfsdocument, alsmede de nummers daarvan; + + + h. + geldigheidsduur van de in het document voor grensoverschrijding aangebrachte visa of verblijfsdocumenten, ook indien een visumverklaring is afgegeven, dan wel gebruik wordt gemaakt van niet in het document voor grensoverschrijding aangebrachte verblijfsdocumenten; + + + i. + plaats en datum van afgifte van de in het document voor grensoverschrijding aangebrachte visa of verblijfsdocumenten voor derde landen, welke noodzakelijk zijn voor de reis naar Nederland, dan wel voor het uiteindelijke land van bestemming, ook indien die visa dan wel verblijfsdocumenten niet in het document voor grensoverschrijding zijn aangebracht, maar afzonderlijk aan de vreemdeling zijn verstrekt; + + + j. + het meest recente uitreisstempel voorzover dit is aangebracht door de grensbewakingautoriteiten van het land waarin de luchthaven van vertrek gelegen is, en + + + k. + de in het document voor grensoverschrijding aangebrachte foto. + + + De gegevens, bedoeld onder g, worden ook vastgelegd indien een visumverklaring is afgegeven of het verblijfsdocument als afzonderlijk document is verstrekt. + + + 4 + De afbeelding van de in het document voor grensoverschrijding aangebrachte foto, bedoeld in het derde lid, onder k, dient van zodanige kwaliteit te zijn, dat deze goed tot de houder van het geldige document voor grensoverschrijding herleidbaar is. + + + 5 + De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt de afbeelding definitief onbruikbaar, zodra de grensbewakingsbelangen dit toestaan. + + + + + In artikel 4, eerste lid, Vreemdelingenwet is voor de vervoerder de zorgplicht vastgelegd om de nodige maatregelen te nemen en toezicht te houden, voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevorderd. Dit om te voorkomen dat een vreemdeling zonder in het bezit te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding waarin het benodigd – geldig – visum ontbreekt aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht. + + + Als dergelijke vreemdelingen zonder voorafgaande toestemming van bevoegde autoriteiten toch worden aangevoerd, is de vervoerder op grond van artikel 108 Vreemdelingenwet strafbaar. In ieder geval zal terzake een proces-verbaal worden opgemaakt door de ambtenaar belast met de grensbewaking. + + + Op grond van het tweede lid van artikel 4 Vreemdelingenwet kan de vervoerder worden verplicht een afschrift te nemen van het grensoverschrijdingsdocument van de vreemdeling en dit ter hand te stellen van de ambtenaar belast met de grensbewaking. + De lijst met vluchten en/of vaarten waarop dit van toepassing is, wordt samengesteld op basis van ervaringsgegevens, en is terug te vinden in bijlage 1 Voorschrift Vreemdelingen. + + + Steeds zal aan de betrokken maatschappijen worden aangegeven vanaf welk moment de afschriftplicht geldt. + + + Deze verplichting geldt nimmer ten aanzien van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen, alsmede voor uitgenodigde vluchtelingen. Aan de vervoerders wordt een lijst verstrekt van de hier bedoelde categorie vreemdelingen en de beschikbare modellen van de aan hen afgegeven documenten. + + + In artikel 2.2, tweede t/m vijfde lid, Vreemdelingenbesluit is vastgelegd op welke wijze dient te worden voldaan aan de afschriftverplichting. In het derde lid van dit artikel is aangegeven welke relevante gegevens het betreft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.2.2.3. Terugvoerplicht + +In artikel 65, juncto artikel 5, van de Vreemdelingenwet is de verplichting voor de vervoerder vastgelegd een vreemdeling aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd terug te brengen naar een plaats buiten Nederland. Blijkens de toelichting bij artikel 5 van de Vreemdelingenwet dient de vervoerder een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd terug te vervoeren naar het derde land van waaruit hij werd aangevoerd, dan wel te vervoeren naar het derde land dat het document voor grensoverschrijding waarmee de vreemdeling heeft gereisd heeft afgegeven, of naar ieder derde land waar zijn toelating is gewaarborgd. + + + Deze terugvoerplicht geldt niet alleen bij weigeringen van vreemdelingen die niet beschikken over (de juiste) grensoverschrijdingsdocumenten, maar ook bij weigeringen op basis van één van de andere gronden van artikel 3 van de Vreemdelingenwet, zoals het niet beschikken over voldoende middelen van bestaan of het vormen van een gevaar voor de openbare orde, openbare rust en nationale veiligheid. + + + De vervoersonderneming gaat over tot het terug vervoeren van een geweigerde vreemdeling op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien het niet mogelijk is de vreemdeling met hetzelfde vervoermiddel als waarmee hij naar Nederland is gereisd, terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland, is de vervoersonderneming verplicht daartoe zo nodig een ander middel voor terugbrenging te vinden (art. 65 Vw). + + + De aanwijzing aan de vervoerder om een vreemdeling direct terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland, wordt gegeven door de ambtenaar belast met de grensbewaking (zie model M29). + Om het terugvoeren naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren wordt door de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik gemaakt van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten (zie modellen M27 en M28). Zie ook A4/6. + +20056231-03-200524-03-20052005/1320056231-03-200524-03-20052005/1302-04-2005 + +###### 2.2.2.4. Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten + +Artikel + 6.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De kosten van uitzetting van een vreemdeling welke ingevolge artikel 65, tweede lid, van de Wet op een vervoersonderneming kunnen worden verhaald, zijn verschuldigd aan het openbaar lichaam te welks laste die kosten zijn gekomen. + + + 2 + De in het voorgaande lid bedoelde kosten van uitzetting omvatten in ieder geval de kosten verbonden aan: + + + a) + het vervoer van de uit te zetten vreemdeling per eerste gelegenheid, doch op de wijze die, gelet op de omstandigheden, de goedkoopste is, naar een plaats buiten Nederland; + + + b) + de begeleiding van de vreemdeling naar een plaats van vertrek uit Nederland alsmede zijn begeleiding naar een plaats buiten Nederland, voorzover deze noodzakelijk is, en + + + c) + het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoersonderneming van een ambtenaar belast met grensbewaking de aanwijzing heeft gekregen de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. + + + + + + + Indien het niet binnen redelijke tijd mogelijk is de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden begrepen (artikel 6.3 Vb), op die vervoersonderneming worden verhaald. + + + De vervoersonderneming kan verantwoordelijk worden gehouden voor alle kosten die voortkomen uit het verblijf in afwachting van zijn uitzetting uit Nederland en de kosten die voortkomen uit de uitzetting zelf. Bij dit laatste kan gedacht worden aan de kosten voor een laissez passer of de escortering tijdens een vlucht. Ook indien het uiteindelijk niet mogelijk blijkt de vreemdeling uit te zetten is de vervoerder aansprakelijk voor de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de door hem aangevoerde geweigerde vreemdeling. + + + Nadat een vreemdeling is terugvervoerd, leveren alle overheidsinstanties de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. Zij doen dit aan de hand van het tarievenoverzicht (bijlage 3a bij A2 Vc). Dit tarievenoverzicht wordt jaarlijks herzien en in de Staatscourant gepubliceerd. + + + De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stuurt de vervoerder vervolgens een rekening die de kosten omvat die door de diverse instanties zijn gemaakt. De instanties die het betreft, ontvangen alle een kopie van de rekening. De vervoerder dient het betreffende bedrag voorts over te maken aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), waarna deze laatste de andere overheidspartijen hun aandeel doet toekomen. + + + Indien een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de asielaanvraag opgeschort. Er zullen pas weer kosten op de vervoerder worden verhaald nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. + +20056231-03-200524-03-20052005/1320056231-03-200524-03-20052005/1302-04-2005 + +##### 2.2.3. Verplichtingen voor gezagvoerders van luchtvaartuigen + +Artikel + 4.15 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De gezagvoerder van een vliegtuig verstrekt direct na aankomst in Nederland aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking, in tweevoud een bemannings- en passagierslijst. + + + 2 + Bij ministeriële regeling wordt het model van de bemannings- en passagierslijst aangewezen. + + + + + *Bufferopstelling voor luchtvaartuigen* + + + + + Artikel + 4.16 + Vreemdelingenbesluit: + + De vordering aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig, bedoeld in artikel 51, derde lid, van de Wet, wordt gedaan door tussenkomst van de luchtverkeersleiding. + + + + Indien de ambtenaren belast met de grensbewaking een redelijk vermoeden hebben dat met een luchtvaartuig personen worden vervoerd met betrekking tot wie zij een toezichthoudende taak hebben, zijn zij bevoegd het luchtvaartuig te onderzoeken. De ambtenaren zijn in dat geval bevoegd door tussenkomst van de luchtverkeersleiding van de gezagvoerder van een luchtvaartuig te vorderen dat deze zijn luchtvaartuig naar een door hen aangewezen plaats overbrengt teneinde het luchtvaartuig te onderzoeken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.2.4. Verplichtingen voor gezagvoerders van zeeschepen + +Aan gezagvoerders van zeeschepen die regelmatig Nederlandse havens aandoen kan op grond van artikel 4.14, tweede lid, Vreemdelingenbesluit namens de Minister door de ambtenaren belast met de grensbewaking, zonodig onder voorwaarden, ontheffing worden verleend van de in artikel 4.11 t/m 4.13 Vreemdelingenbesluit genoemde verplichtingen. Verzoeken om ontheffing worden ingediend door de belanghebbende rederijen of scheepvaartagenten. Bij het verlenen van de ontheffing dient strikt de hand te worden gehouden aan onderstaande voorwaarden: + +a. de regeling is alleen van toepassing op lijn- en passagiersschepen die ten minste een maal per week een bepaalde haven binnenlopen en waarvan de bemanning nauwelijks wisselt; +b. rederijen die gebruik willen maken van deze regeling dienen een door het hoofd van de grensdoorlaatpost getekende beschikking te ontvangen; voor de tekst zie model M13; van de uitgereikte beschikking dient een afschrift te worden gezonden aan de IND; +c. de gezagvoerder dient een maal per maand aan het hoofd grensdoorlaatpost in tweevoud een schriftelijke opgave te doen van de bemanningsleden waarbij naam, voorna(a)m(en), geboortedatum, nationaliteit en rang dienen te worden vermeld; +d. de ontheffing geldt voor zover en zolang het bedoelde zeeschip ter zee in gebruik is en frequent eenzelfde Nederlandse zeehaven binnenloopt; +e. tussentijdse mutaties betreffende de bemanning dienen onverwijld aan het hoofd grensdoorlaatpost te worden bekendgemaakt. + +Gezagvoerders van Nederlandse vissersschepen zijn ontheven van de verplichtingen genoemd in artikel 4.11 t/m 4.13 Vreemdelingenbesluit, indien zij aan de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse, met inachtneming van diens aanwijzingen, vóór het vertrek naar het buitenland respectievelijk zo spoedig mogelijk na binnenkomst in Nederland kennis geven van: + +a. het voornemen een buitenlandse haven aan te doen, respectievelijk het hebben aangedaan van een buitenlandse haven, indien dit niet bij vertrek uit Nederland was gemeld; +b. zich aan boord bevindende personen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten; +c. zich aan boord bevindende personen die niet tot de bemanning van het schip behoren. + +### 3. Minimumcontrole en grondige controle + +Er zijn twee basisvormen van controle, de minimumcontrole en de grondige controle. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.1. Minimumcontrole + +Alle personen dienen zowel bij binnenkomst als bij uitreis een minimumcontrole te ondergaan. Deze controle bestaat uit een vergelijking van de persoon met de overgelegde of getoonde documenten voor grensoverschrijding en uit een eenvoudig en snel uitgevoerd onderzoek naar de geldigheid van het betreffende document en naar tekenen van namaak of vervalsing. Zij dient in het bijzonder tot vaststelling van de identiteit en de nationaliteit. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.2. Grondige controle + +– geldigheid; +– indien vereist, aanwezigheid van een geldig visum; en +– misbruik, namaak of vervalsing. + +– paspoorten en documenten die afgegeven zijn aan een andere persoon dan degene die er gebruik van maakt; +– paspoorten en documenten die zijn vervalst; +– paspoorten en documenten waarin niet geautoriseerde wijzigingen zijn aangebracht; +– geheel valse paspoorten en documenten (reproducties). + +– de plaats van herkomst en de reisroute van de persoon; +– het doel en de redenen van zijn komst, waarbij zonodig de overlegging van bewijsstukken kan worden verlangd. + +#### 3.3. Uitzonderingen + +##### 3.3.1. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen + +Op EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen wordt in bijzondere gevallen bij in- en uitreis een grondige controle (met uitzondering van het gestelde in 3.2 onder c) uitgevoerd, wanneer aanwijzingen bestaan dat de betrokken persoon een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid kan vormen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 3.3.2. Versoepeling + +In bijzondere omstandigheden kunnen, althans wat het grensoverschrijdend verkeer aan de landgrenzen (voor Nederland niet van toepassing) en de zeegrenzen betreft, versoepelingen worden toegepast. + Genoemde omstandigheden doen zich onder meer voor wanneer er als gevolg van grote verkeersdrukte onredelijk lange wachttijden zouden ontstaan, ondanks genomen organisatorische en personele maatregelen. In die situatie kan het hoofd grensdoorlaatpost prioriteiten stellen ter verhoging van de doeltreffendheid van de controle. + Uitgangspunt is in ieder geval dat, waar prioriteiten gesteld dienen te worden, voorrang wordt gegeven aan de controle op het binnenkomend verkeer boven de controle op het uitgaand verkeer. + De bedoelde versoepeling dient te allen tijde een tijdelijk karakter te dragen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 4. Toegangsvoorwaarden: waarop wordt gecontroleerd? + +In deze paragraaf wordt verder ingegaan op de toegangsvoorwaarden waarop wordt gecontroleerd, zoals die in de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit zijn opgesomd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.1. Het vereiste van een geldig grensoverschrijdingsdocument met benodigd – geldig – visum + +Artikel + 2.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Onverminderd de overige terzake bij de Wet gestelde vereisten wordt op grond van artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet, toegang tot Nederland niet geweigerd, indien de vreemdeling in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding dat is voorzien van: + + + a. + een geldig doorreisvisum, indien hij zich naar Nederland begeeft voor een doorreis, al dan niet met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen; + + + b. + een geldig reisvisum, indien hij zich naar Nederland begeeft voor een verblijf van ten hoogste drie maanden; + + + c. + een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, indien hij zich naar Nederland begeeft voor een verblijf aldaar van langer dan drie maanden, of + + + d. + een door de korpschef afgegeven verklaring die aan hem recht geeft op terugkeer naar Nederland. + + + + + 2 + Een afzonderlijke geldige machtiging tot voorlopig verblijf, een reisvisum of een doorreisvisum, wordt gelijkgesteld met een geldig document voor grensoverschrijding, indien de vreemdeling tevens in het bezit is van het in deze machtiging of in het visum vermelde document. + + + 3 + In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt toegang niet geweigerd indien de vreemdeling zich naar Nederland begeeft voor een verblijf van langer dan drie maanden en hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding waarin de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf ontbreekt, mits de vreemdeling: + + + a. + de nationaliteit bezit van één van bij ministeriële regeling aan te wijzen staten, of + + + b. + behoort tot een bij ministeriële regeling aan te wijzen categorie. + + + + + 4 + Bij ministeriële regeling kan, ter uitvoering van een verdrag, dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, van het eerste lid worden afgeweken ten gunste van vreemdelingen ten aanzien van het bezit van een document voor grensoverschrijding. + + + + + + + Artikel + 2.4 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling, die als passagier van een vliegtuig een vliegveld aandoet en in wiens geldig document voor grensoverschrijding het voor binnenkomst in het Beneluxgebied vereiste reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang tot het Beneluxgebied worden verleend. + + + 2 + Toegang wordt slechts verleend, indien: + + + a. + de onderbreking plaats vindt wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden; + + + b. + hij van één van de in het derde lid van dit artikel bedoelde vliegvelden zal vertrekken; + + + c. + hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en reisbiljetten op grond waarvan zijn doorreis naar en zijn toegang tot het land van bestemming vaststaat, en + + + d. + hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, van de Wet. + + + + + 3 + De toegang wordt slechts verleend, indien de vreemdeling een bij ministeriële regeling aangewezen vliegveld in Nederland aandoet, dan wel een daartoe aangewezen vliegveld in België of Luxemburg. + + + 4 + De toegang wordt verleend voor de duur waarop de doorreis per eerstvolgende gelegenheid kan worden voortgezet. + + + 5 + De vreemdeling die ten hoogste tweeënzeventig uren in het Beneluxgebied zal verblijven, kan toegang worden verleend indien hij voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, onder b tot en met d, en het derde lid. + + + 6 + Het vijfde lid is niet van toepassing op: + + + a. + onderdanen van bij ministeriële regeling aangewezen staten; + + + b. + houders van reisdocumenten voor vreemdelingen of voor verdragsvluchtelingen; + + + c. + de houder van een document voor grensoverschrijding dat is afgegeven door een regering of een staat welke niet door Nederland is erkend; + + + d. + de vreemdeling in wiens document voor grensoverschrijding door een buitenlandse autoriteit een aantekening is gesteld waaruit blijkt dat het document niet geldig is voor een of meer van de Beneluxlanden, maar uitsluitend voorzover het betreft de binnenkomst en het verblijf in het land of de landen waarvoor het geldig document voor grensoverschrijding niet geldig is verklaard. + + + + + 7 + Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening, dan wel verstrekt hij aan de vreemdeling een afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang blijkt. + + + 8 + Het model van de aantekening en verklaring, bedoeld in het zevende lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. + + + + + + + Artikel + 2.5 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling die, als bemanningslid van een vliegtuig een in Nederland gelegen vliegveld aandoet en die niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dan wel niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding met het benodigde visum, kan op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toegang worden verleend. + + + 2 + Toegang wordt slechts verleend indien de vreemdeling houder is van een ‘Crew Member Certificate’, afgegeven op grond van de Overeenkomst van Chicago (7 december 1944) en de vreemdeling: + + + a. + het vliegveld waar het vliegtuig een tussenlanding heeft gemaakt, niet zal verlaten; + + + b. + het vliegveld waar het vliegtuig zijn vlucht heeft beëindigd, niet zal verlaten; + + + c. + de in de nabijheid van het vliegveld gelegen gemeente niet zal verlaten, of + + + d. + het vliegveld slechts zal verlaten om zich naar een op het grondgebied van een Schengen-land gelegen vliegveld te begeven. + + + + + + + + + Artikel + 2.6 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling in wiens document voor grensoverschrijding een voor toegang in het Beneluxgebied vereist reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang worden verleend, indien de vreemdeling als transitpassagier van een zeeschip één van de in artikel 4.2, tweede lid, bedoelde havens aandoet, dan wel een daartoe aangewezen haven in België. + + + 2 + Toegang wordt slechts verleend, indien de vreemdeling: + + + a. + uit het Beneluxgebied zal vertrekken met het schip, waarmee hij is aangekomen, en + + + b. + in het bezit is van een reisbiljet op grond waarvan de doorreis naar en toegang tot het land van bestemming vaststaat. + + + + + 3 + Toegang tot het Beneluxgebied wordt verleend voor de duur dat het schip in deze haven ligplaats heeft, maar ten hoogste voor tweeënzeventig uren. + + + 4 + Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de vreemdeling die behoort tot één van de in artikel 2.4, zesde lid, genoemde categorieën. + + + 5 + Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening waaruit het verlenen van de toegang blijkt. + + + 6 + Het model van de aantekening, bedoeld in het vijfde lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. + + + + + + + Artikel + 2.7 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling die als passagier van een cruiseschip één of meer havens in Nederland aandoet en in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding waarin het voor binnenkomst in het Beneluxgebied vereiste reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang tot het Beneluxgebied worden verleend. Indien het cruiseschip meer havens in Nederland aandoet, kan de vreemdeling zich in een andere haven in Nederland weer aan boord van het cruise-schip begeven. + + + 2 + Toegang tot het Beneluxgebied wordt voor ten hoogste tweeënzeventig uren verleend. + + + 3 + Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening waaruit het verlenen van de toegang blijkt. + + + 4 + Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die behoort tot één van de in artikel 2.4, zesde lid, genoemde categorieën. + + + 5 + Het model van de aantekening, bedoeld in het derde lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. + + + + + + + Artikel + 2.8 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling die als gezagvoerder of als lid van de bemanning met een zeeschip Nederland is binnengevaren, kan toegang worden verleend. Toegang wordt slechts verleend, indien de gezagvoerder of het lid van de bemanning voldoet aan de verplichtingen die in het belang van de grensbewaking zijn gesteld. + + + 2 + Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling slechts toegang verleend tot de gemeente waarin het schip ligplaats heeft en de aangrenzende gemeenten. + + + 3 + Toegang wordt niet geweigerd op grond van artikel 3, eerste lid, onder c, van de Wet. + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.1.1. Algemeen + +De toegang wordt op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet geweigerd indien de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig grensoverschrijdingsdocument, dan wel in het bezit is van een geldig grensoverschrijdingsdocument waarin het benodigd – geldig – visum ontbreekt. + + + In paragraaf 4.1.2 wordt aangegeven wat geldige documenten voor grensoverschrijding zijn. + Een visum is niet in alle gevallen benodigd, van sommige landen zijn de onderdanen vrijgesteld van de visumplicht (zie 4.1.3 en 7.1). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.1.2. Documenten voor grensoverschrijding + +Het bezit van een geldig (nationaal) paspoort is een algemeen uitgangspunt. Het paspoortvereiste wordt onder meer gesteld als waarborg voor terugkeer. + Onder paspoort wordt verstaan: een mede in de Engelse of Franse taal gesteld document voor grensoverschrijding op grond waarvan het de houder is toegestaan zich naar het buitenland te begeven en terug te keren naar het land van afgifte. + Het paspoort moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Het moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van en moet ondertekend zijn door de houder. + Voorts dient het in het algemeen de familienaam, de voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder te bevatten. De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden. + Bovenstaande geldt ook voor andere erkende documenten, zoals genoemd in de bijlagen 2 en 3 Voorschrift Vreemdelingen. + + + In bepaalde gevallen kan toegang worden verkregen met andere documenten voor grensoverschrijding. Het betreft hier onder meer nationale identiteitskaarten, collectieve paspoorten, (bij minderjarigen) het paspoort van de ouder, voogd of grootouder, reisdocumenten voor vreemdelingen en vluchtelingen, bijzondere reisdocumenten voor zeelieden (zeemansboekjes), Crew Member Certificates, of een reisdocument afgegeven door een regering of staat die door geen van de Schengenlanden wordt erkend. + Op grond van artikel 2.3, tweede lid, Vreemdelingenbesluit is hiervoor vereist dat de vreemdeling in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, een reisvisum of een transitvisum waarin wordt verwezen naar het document dat de vreemdeling bij zich heeft. + + + In bijlage 2 Voorschrift Vreemdelingen zijn de uitzonderingen op de paspoortplicht naar nationaliteit opgenomen. Daarbij wordt aangegeven voor welke verblijfsduur en welk verblijfsdoel de uitzondering geldt. + + + Regelingen voor een aantal bijzondere categorieën personen zijn opgenomen in paragraaf 6. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.1.3. Visa + +Op de visumplicht bestaan uitzonderingen. De vreemdelingen die van de visumplicht zijn vrijgesteld zijn: + +– onderdanen van landen opgesomd in bijlage 2 Voorschrift Vreemdelingen: zij behoeven voor kort verblijf en doorreis geen visum, echter in de regel voor lang verblijf wel een machtiging tot voorlopig verblijf; +– vreemdelingen die zijn vrijgesteld van het vereiste in het bezit te zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf; +– vreemdelingen die houder zijn van een geldige, door een Schengenland afgegeven verblijfstitel; +– houders van een reisdocument voor vluchtelingen die over een door een Schengenland afgegeven verblijfstitel beschikken; +– houders van een reisdocument voor vluchtelingen die rechtmatig verblijven in een van de landen als bedoeld in bijlage 3 Voorschrift Vreemdelingen. Dit geldt niet voor binnenkomst in Frankrijk en Griekenland; +– houders van een reisdocument voor staatlozen die tevens beschikken over een door een Schengenland afgegeven verblijfstitel; dit geldt niet voor binnenkomst in Portugal; +– houders van Crew Member Certificates, mits zij voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in 6.12. + +##### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens + +###### 4.1.4.1. Algemeen + +Aan niet-visumplichtige vreemdelingen die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op doorreis of kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven, overeenkomstig model M22. Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding. + Het eventueel afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een Benelux-aangelegenheid. Naar gelang het reisdoel en de plaats van bestemming kan het bijzondere doorlaatbewijs worden afgegeven voor alle drie de Benelux-landen of voor één of twee van deze landen. + Het verlenen van bijzondere doorlaatbewijzen geschiedt gratis. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 4.1.4.2. Bevoegdheid en voorwaarden + +a. er is sprake van een situatie van overmacht. Bij situaties van overmacht kan bijvoorbeeld worden gedacht aan passagierende zeelieden van wie het schip onaangekondigd is uitgevaren, drenkelingen en personen die het slachtoffer zijn geworden van diefstal. In geval een vreemdeling zijn paspoort is vergeten, is geen sprake van een overmachtsituatie; +b. de vreemdeling kan aantonen dat er een dringende en gegronde reden voor verlening van toegang bestaat; +c. de vreemdeling kan aannemelijk maken dat de duur van het verblijf niet langer dan twee weken zal bedragen; en +d. de vreemdeling is in het bezit van enig document waaruit zijn identiteit blijkt, bij voorkeur een van een pasfoto voorzien identiteitsbewijs afgegeven door enige officiële instelling (dit laatste vereiste geldt niet voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaar die reizen in gezelschap van hun ouder, grootouder of hun voogd). Indien de vreemdeling wel beschikt over enig document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat niet is voorzien van een foto, dient op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling te worden bevestigd. + +##### 4.1.5. Bijzonderheden in verband met toegang en grenscontrole + +###### 4.1.5.1. Arabische paspoorten, waarvan de verlenging alleen in Arabisch schrift is gesteld + +In paspoorten van sommige Arabische landen (onder meer Irak en Egypte) wordt verlenging van de geldigheidsduur alleen in Arabisch schrift aangetekend, zodat de geldigheid niet onmiddellijk kan worden vastgesteld. + Alvorens toegang aan de houder van een dergelijk paspoort wordt verleend, zal de ambtenaar belast met de grensbewaking, indien nodig door tussenkomst van een vertaler, kennis moeten hebben genomen van de in de Arabische taal gestelde verlenging. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +###### 4.1.5.2. Echtgenotes van Arabische onderdanen met paspoort zonder foto, persoonsbeschrijving of handtekening + +Echtgenotes van onderdanen van Arabische landen kunnen in het bezit zijn van een paspoort dat om religieuze redenen niet is voorzien van een foto, persoonsbeschrijving of handtekening. + + + De houdster van een dergelijk paspoort mag de Benelux in beginsel uitsluitend in gezelschap van haar echtgenoot inreizen. Dit wordt in haar visum vermeld. In bepaalde gevallen wordt echter voor een reis buiten gezelschap van de echtgenoot een afzonderlijke visumverklaring afgegeven. + + + Voorafgaand aan een eventuele toegangsweigering op de enkele grond dat een dergelijke Arabische vreemdelinge niet in gezelschap reist van haar echtgenoot, dienen de feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum te worden gecontroleerd. Hiertoe zal contact opgenomen moeten worden met de visumafgevende instantie. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +###### 4.1.5.3. Malinese onderdanen + +Een Malinees terugkeervisum is tevens waarborg voor eventuele kosten van de terugreis. Van het deponeren van een garantiesom of retour-passagebiljet door houders van een Malinees terugkeervisum kan daarom worden afgezien. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 4.1.5.4. Islamitische godsdienstonderwijzers die naar België reizen + +a. een verklaring, afgegeven door de directeur van het Islamitisch centrum te Brussel, waaruit de reden van hun komst naar België blijkt; en +b. wanneer de betrokkene visumplichtig is, een door een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging afgegeven reisvisum voor drie maanden. + +###### 4.1.5.5. Kinderen met de Britse nationaliteit + +Kinderen met de Britse nationaliteit dienen sinds 5 oktober 1998 in bezit te zijn van een eigen paspoort. Kinderen die reeds bijgeschreven staan in het ouderlijk paspoort hoeven pas een eigen paspoort te hebben vanaf het moment dat het huidige paspoort van de ouders wordt vervangen. Deze regel geldt voor alle Britse kinderen: onderdanen van het Verenigd Koninkrijk alsmede van de Britse Afhankelijke Gebiedsdelen en voor kinderen in het bezit van een dubbele nationaliteit. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.2. Gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid + +Artikel + 2.9 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De toegang tot Nederland wordt in ieder geval geweigerd op grond van het feit dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet, indien: + + + a. + er ten aanzien van de vreemdeling concrete aanwijzingen zijn dat deze een inbreuk op de openbare orde of nationale veiligheid heeft gepleegd of zal plegen; + + + b. + de vreemdeling in het opsporingsregister of het Schengen Informatiesysteem ter fine van weigering staat gesignaleerd. + + + + + 2 + Het eerste lid blijft buiten toepassing, indien Onze Minister op grond van humanitaire overwegingen, om redenen van nationaal belang of wegens internationale verplichtingen een afwijking noodzakelijk acht. + + + 3 + Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e of l, van de Wet. Op deze vreemdeling is artikel 8.7 van toepassing. + + + + + Voorwaarde voor toegang is onder meer dat de betrokken vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid en de (goede) internationale betrekkingen. + + + Van gevaar voor de volksgezondheid kan onder meer sprake zijn indien de vreemdeling lijdt aan één van de ziekten of gebreken opgenomen in de bijlage als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit of genoemd in de Infectieziektenwet. Onderdanen van de EU of de EER kunnen alleen geweigerd worden indien hij lijdt aan een van ziekten of gebreken opgenomen in de bijlage als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit. Aan onderdanen van België en Luxemburg kan de toegang niet worden geweigerd op grond van gevaar voor de volksgezondheid. Zie hiervoor het gestelde in A2/6.3.3.3. Voor de te volgen gedragslijn indien een vreemdeling wordt geweigerd op grond van gevaar voor de volksgezondheid, wordt verwezen naar A2/5.2.1. + + + Indien er gegronde reden is te vrezen voor politieke activiteiten die gevaar opleveren voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen, moet contact worden opgenomen met de IND. + Aan een vreemdeling die voornemens is in het openbaar een spreekbeurt of voordracht te vervullen kan, op aanwijzing van de Minister van Justitie, de volgende mededeling worden gedaan: ‘Bij het vervullen van uw spreekbeurt, voordracht enz. dient u zich te onthouden van uitlatingen die gevaar op kunnen leveren voor verstoring van de Nederlandse democratische samenleving dan wel een bedreiging vormen voor de goede betrekkingen van het Koninkrijk met andere mogendheden.’ De in Nederland gevestigde organisatie die het optreden voorbereidt, wordt door de IND dienovereenkomstig ingelicht. + + + Met betrekking tot signaleringen die verband houden met respectievelijk de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Overeenkomst ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen, zie A3/4. + + + Controle aan de hand van OPS en NSIS blijft zoveel mogelijk achterwege ten aanzien van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen (zie 6.2). + + + Indien een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de ‘hit’ bij bureau SIRENE (zie A3/4.1.3) en licht de coördinator signaleringen van het betreffende IND-district in. Ingeval de vreemdeling in bezit is van een Nederlandse verblijfstitel en twijfel bestaat met betrekking tot de rechtmatigheid van deze verblijfstitel dient de ambtenaar na te gaan of de Nederlandse verblijfstitel rechtmatig is afgegeven. + De vreemdeling dient in beginsel te worden doorgelaten dan wel doorreis te worden verleend. Hiertoe zou de vreemdeling, conform het gestelde in A3/4.4, onder ad. 4 een model M94-Bmoeten krijgen uitgereikt door de ambtenaar belast met de grensbewaking. + + + De raadplegingsprocedure met het betreffende Schengenland wordt vervolgens door de coördinator-signaleringen van het betreffende IND-district opgestart. + + + Aan een vreemdeling die in het bezit is van een voor Nederland geldige of voor een ander Schengenland geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat, kan in beginsel de toegang worden geweigerd. Steeds dient echter te worden nagegaan of er redenen bestaan om alsnog toegang te verlenen. Indien de vreemdeling zich erop beroept dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan, dient een beslissing te worden gevraagd van de IND (zie verder A2/5.2.3). + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +#### 4.3. Het vereiste van voldoende middelen + +De toegang wordt geweigerd indien de vreemdeling niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang is gewaarborgd (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet). + +– EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen; +– diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen; +– in Nederland voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen; +– houders van visa voor verblijf van langere duur, indien zij doorreizen naar een ander Schengenland. + +Aan vreemdelingen van wie niet zeker is dat zij over voldoende bestaansmiddelen kunnen beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis, kan toegang worden verleend onder de volgende voorwaarden: + +a. er bestaat geen aanleiding de vreemdeling de toegang om andere redenen dan genoemd in artikel 3, eerste lid, Vreemdelingenwet te weigeren en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vreemdelingenwet gestelde voorwaarden voor kort verblijf; +b. de vreemdeling stelt zonodig zekerheid voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating gewaarborgd is door het deponeren van een retour-passagebiljet of een garantiesom. De garantiesom kan ook door een solvabele derde ten behoeve van de vreemdeling worden gedeponeerd. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Deze tarieven kunnen worden opgevraagd bij de KLM of bij de Koninklijke Marechaussee, District KMar Schiphol. De geldigheidsduur van het retour-passagebiljet moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden; +c. de vreemdeling stelt zonodig zekerheid doordat een in Nederland wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (model M47). Deze derde stelt zich daarbij garant voor de kosten die voor de staat of andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien; +d. in daarvoor in aanmerking komende gevallen kan tevens: +- – van de vreemdeling worden gevraagd een bewustverklaring ‘kort verblijf’ (model M26) te ondertekenen (zie 5.1.1); +– een meldingsplicht worden opgelegd met toepassing van artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vreemdelingenbesluit (zie A3/3.6.2). + +Indien ten aanzien van een visumplichtige vreemdeling twijfel bestaat of hij beschikt over voldoende middelen van bestaan, kan door de ambtenaar belast met de grensbewaking contact worden opgenomen met de visumafgevende instantie. + +#### 4.4. Aannemelijk reisdoel + +– achternaam van de persoon; +– eerste initiaal van de persoon; +– geslacht van de persoon; +– naam van de luchtvaartmaatschappij; +– datum van aankoop; +– prijs van aankoop; +– verkopende reisbureau/tussenpersoon; +– beperkingen met betrekking tot annuleren en wijzigen van de vlucht; +– geldigheidsduur; +– vluchtnummer(s); +– reisroute (plaats van vertrek, transfer/transit en van eindbestemming); +– wijzigingen van de reisroute; +– tijdstip(pen) van vlucht(en) +– status van vlucht(en); +– klasse; +– registratie-/serienummer; +– vermelding van bagage. + +Indien uit de verklaringen van de vreemdeling en uit het eventuele onderzoek de redenen voor binnenkomst onvoldoende aannemelijk worden, kan de toegang worden geweigerd wegens onvoldoende aannemelijkheid van het voorgenomen verblijf. + +#### 4.5. Vrije termijn + +De toegang wordt geweigerd indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn. Zie nader paragraaf 9. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 5. Handelingen bij toegangsverlening en toegangsweigering + +#### 5.1. Toegangsverlening + +Artikel + 4.24 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren, belast met de grensbewaking, kunnen op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet, in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling aantekeningen stellen omtrent: + + + a. + inreis in Nederland; + + + b. + het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland; + + + c. + de middelen waarover de vreemdeling met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken; + + + d. + aanmelding bij een korpschef; + + + e. + de toepassing van de artikelen 2.4 tot en met 2.8; + + + f. + het weigeren van toegang tot Nederland; + + + g. + vertrek of uitzetting uit Nederland; + + + h. + uitreis uit Nederland. + + + + + 2 + Voor de aantekeningen wordt gebruikt gemaakt van het bij ministeriële regeling vastgestelde model. + + + 3 + Elke doorhaling of vervallenverklaring van een in een reis- of identiteitspapier van een vreemdeling gestelde aantekening wordt door de ambtenaar, die de doorhaling of vervallenverklaring verricht, gedateerd en van diens paraaf voorzien. + + + + + + + Artikel + 4.25 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling die toegang tot Nederland heeft en die Nederland langs een doorlaatpost in- of uitreist een aantekening als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder a en h, waaruit blijkt langs welke doorlaatpost en op welke datum de in- of uitreis heeft plaatsgevonden. + + + 2 + De in het eerste lid bedoelde aantekening wordt bij inreis niet gesteld in het reis- of identiteitspapier van: + + + a. + een onderdaan van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; + + + b. + een onderdaan van Andorra, Liechtenstein, Malta, Monaco, San Marino of Zwitserland; + + + c. + een passagierende zeeman; + + + d. + een piloot of bemanningslid van een vliegtuig voorzien van een ‘Crew member Certificate’, of + + + e. + een houder van een diplomatiek of dienstpaspoort. + + + + + 3 + De in het eerste lid bedoelde aantekening wordt bij uitreis niet gesteld in het reis- of identiteitspapier van een voor Nederland niet-visumplichtige vreemdeling. + + + 4 + Bij de aantekening, welke ingevolge het eerste lid wordt gesteld in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling die Nederland inreist, wordt vermeld het aantal in gezelschap van de houder van dat document reizende vreemdelingen dat daarin is opgenomen of staat bijgeschreven. Bij inreis in Nederland van een vreemdeling, reizende in groepsverband op een collectief paspoort of op een collectieve lijst, worden de namen van de in het document opgenomen vreemdelingen die zich niet bij het gezelschap bevinden of aan wie de toegang tot Nederland wordt geweigerd, door de ambtenaar, belast met de grensbewaking, doorgehaald. + + + + + + + Artikel + 4.26 + Vreemdelingenbesluit: + + De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling een aantekening als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder d, inhoudende dat de vreemdeling zich binnen drie dagen bij de korpschef, onder vermelding van de plaats, moet melden, indien daartoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat. Deze aantekening kan ook geplaatst worden in een bijzonder doorlaatbewijs. + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.1.1. Het stellen van aantekeningen in het document voor grensoverschrijding + +– waarin een geldig reis- of doorreisvisum is gesteld; +– van vreemdelingen aan wie aan de grens een Schengenvisum wordt afgegeven; +– van vreemdelingen die geen visum behoeven. + +Indien daarvoor in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, kan bij inreis eveneens een aantekening in het document voor grensoverschrijding worden gesteld omtrent: + +a. doel en duur van het verblijf en de middelen van bestaan (artikel 4.24, eerste lid, onder c, Vreemdelingenbesluit); +b. aanmelding binnen drie dagen bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven, is gelegen (artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vreemdelingenbesluit); indien de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet zou kunnen voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, wordt in het document voor grensoverschrijding de volgende aantekening gesteld: ‘aanmelden uiterlijk op ... datum’. + +##### 5.1.2. Procedure bij het verlenen van toegang voor kort verblijf onder voorwaarden + +*Doorlating onder voorwaarden/sticker* + + + Omtrent het stellen van zekerheid, het eventuele ondertekenen van de bewustverklaring ‘kort verblijf’ en het opleggen van de meldingsplicht worden aantekeningen gesteld in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling (artikel 4.24, eerste lid, Vreemdelingenbesluit). + Aan de korpschef van de politieregio, waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen, wordt van de toegang onder voorwaarden kennis gegeven door gebruik van een formulier (model M20). Een eventuele garantverklaring of bewustverklaring wordt met deze kennisgeving meegezonden. De aantekeningen worden gesteld door middel van het aanbrengen van de sticker ‘Doorlating onder voorwaarden’ (model M2-G). De sticker dient in het paspoort te worden aangebracht. De inreisstempel wordt half op en half onder het laminaat geplaatst. + + + Voor de procedure van ontvangst, beheer en restitutie van retourpassagebiljetten en garantiesommen wordt verwezen naar hetgeen is bepaald in 9.5.2.2. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.1.3. Procedure bij het verlenen van toegang voor lang verblijf + +Toegang kan worden verleend aan een niet-visumplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel in die zin wijzigt dat hij nog slechts kort verblijf beoogt. Daarbij worden, mede om te verzekeren dat de vreemdeling zich inderdaad aan dit gewijzigde voornemen zal houden, de volgende voorwaarden gesteld: + +a. er bestaat geen aanleiding de vreemdeling de toegang om redenen genoemd in artikel 3, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 te weigeren en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vreemdelingenwet gestelde voorwaarden voor kort verblijf; +b. de vreemdeling ondertekent een bewustverklaring ‘kort verblijf’ (model M26); +c. in daarvoor in aanmerking komende gevallen kan tevens: +- – een meldingsplicht worden opgelegd als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vreemdelingenbesluit; +– het stellen van financiële zekerheid worden gevraagd (zie 4.3). + +Omtrent het ondertekenen van de bewustverklaring, het eventuele opleggen van de meldingsplicht en het stellen van financiële zekerheid worden aantekeningen gesteld in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling (artikel 4.24, eerste lid, Vreemdelingenbesluit). + +Aan de korpschef wordt van de verlening van toegang onder voorwaarden kennis gegeven door middel van formulier M20. Door de vreemdeling overgelegde verklaringen worden met deze kennisgeving meegezonden. + +#### 5.2. Toegangsweigering + +Artikel + 4.24 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren, belast met de grensbewaking, kunnen op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet, in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling aantekeningen stellen omtrent: + + + (...); + + + f. + het weigeren van toegang tot Nederland; + + + (...). + + + + + + (...) + + + + + + + Artikel + 4.27 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren, belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling een aantekening, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, onder f, indien zij vermoeden dat de vreemdeling andermaal zal trachten Nederland in te reizen zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. + + + 2 + Uit de aantekening bedoeld in het eerste lid blijkt dat de toegang is geweigerd met vermelding van de datum en zo nodig de grond waarop deze weigering berust. + + + + + Aan iedereen die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet wordt de toegang geweigerd. Hij dient Nederland onmiddellijk te verlaten, tenzij hij een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient. Zie A5/2 voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.1. Algemeen + +De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing welke geen uitstel gedoogt (of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de in de Vreemdelingenwet genoemde termijn van uitstel ten uitvoer wordt gelegd) en (mondeling dan wel schriftelijk) in ontvangst moet worden genomen, en waarmee een vreemdeling bij het niet vervullen van de voorwaarden voor binnenkomst, wordt ontzegd het grondgebied van Nederland c.q. het Schengengebied binnen te komen en aldaar te verblijven. + + + Volstaan kan worden met een mondelinge aanzegging tot weigering van de toegang. De mondelinge weigering van toegang is een feitelijke handeling jegens een vreemdeling die op grond van het bepaalde in artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet met een beschikking wordt gelijkgesteld. Uit dit laatste vloeit voort dat een (geweigerde) vreemdeling tegen de mondelinge beslissing tot weigering gebruik kan maken van het rechtsmiddel dat de wet hem toekent, namelijk het indienen van een beroepschrift bij de Minister. Met het oog hierop dient in geval van toegangsweigering de vreemdeling in het bezit te worden gesteld van een folder ‘Rechtsmiddelen’. Weigering van EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen dient altijd te geschieden door middel van een schriftelijke met redenen omklede kennisgeving van de weigering (zie model M18). + + + Indien een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt, zendt de grensbewakingsambtenaar hieromtrent een faxbericht aan de ‘meldcentrale rechtsbijstand’. + + + Iedere weigering van toegang (onder opgave van de personalia, de nationaliteit, het grensoverschrijdingsdocument, de reden en de datum van weigering van toegang alsmede het tijdstip van uitreiking van de folder ‘Rechtsmiddelen’) dient te worden geregistreerd. + + + Indien de uitzetting van een vreemdeling aan wie ten tijde van de uitzetting de toegang was geweigerd, mislukt en hij terugkeert nadat hij aan boord van een vliegtuig of schip het Nederlands grondgebied had verlaten, dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland opnieuw moeten worden geweigerd. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van artikel 65 Vreemdelingenwet is verwijderd, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling om niet terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M29). + + + Een vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden, dient bij terugkomst in Nederland te voldoen aan de voorwaarden voor toegang. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland worden geweigerd. In dat geval kan de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd, niet de verplichting van artikel 65 Vreemdelingenwet worden opgelegd tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland. + + + In het geval een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd wegens gevaar voor de openbare orde, omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met grensbewaking de nodige maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen. Indien de ziekte behandeling in een ziekenhuis verlangt of ingevolge de Infectieziektenwet aanleiding geeft tot quarantaine, wordt de toegang geweigerd door de ambtenaar belast met grensbewaking en wordt een maatregel ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet opgelegd met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden. Na behandeling van de ziekte of na de periode van quarantaine, wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking beoordeeld of aan de betrokken vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend. + De ambtenaar belast met grensbewaking informeert de korpschef van het regionale politiekorps waarin het ziekenhuis is gelegen, omtrent de in het kader van grensbewaking getroffen maatregelen. + +200324816-12-2003HKUIT03-5910(AUB)200324816-12-2003HKUIT03-5910(AUB)25-12-2003 + +##### 5.2.2. Bijzondere omstandigheden + +Een vreemdeling die niet voldoet aan het geheel van voorwaarden voor toegang, wordt de toegang geweigerd. In het geval dat een ander Schengenland op grond van humanitaire overwegingen, om redenen van nationaal belang of wegens internationale verplichtingen afwijking daarvan noodzakelijk acht, kan toegang worden verleend. In dit geval dient de toegang territoriaal te worden beperkt tot het grondgebied van het Schengenland dat afwijking daarvan noodzakelijk acht. In deze gevallen dient de vreemdeling de mogelijkheid te worden geboden (door) te reizen naar het betreffende land tot wiens grondgebied de toegang is beperkt. De toegangsweigering tot het grondgebied van de overige Schengenlanden blijft gehandhaafd. De ambtenaar belast met de grensbewaking treft de nodige maatregelen om een gecontroleerde doorreis naar het betreffende Schengenland mogelijk te maken en neemt hieromtrent contact op met de betreffende autoriteiten van het Schengenland. + + + Wanneer een vreemdeling in het bezit is van een door een Schengenland afgegeven verblijfstitel en/of een visum voor terugreis, dient de binnenkomst en de doorreis naar het betrokken Schengenland te worden toegestaan, tenzij de vreemdeling in het OPS ter fine van weigering staat gesignaleerd. + +200324924-12-200315-12-2003HKUIT03-6030200324924-12-200315-12-2003HKUIT03-603026-12-2004 + +##### 5.2.3. Beslissing vragen aan de IND + +a. de persoon die zich er op beroept Nederlander te zijn en/of daarmee te worden gelijkgesteld; +b. de vreemdeling die zich op een bijzondere status beroept (zie A2/6.2.1); +c. de vreemdeling die onderdaan is van de EU/EER of van de Zwitserse Bondsstaat, tenzij hij op heterdaad wordt aangehouden op verdenking van het plegen van een misdrijf in de zin van de Opiumwet; +d. de vreemdeling die zich er op beroept dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan; +e. de vreemdeling die in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf; +f. buitenlandse pleegkinderen; +g. indien het weigeren van toegang leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang; en +h. wanneer een wezenlijk Nederlands belang (bijvoorbeeld het bijzonder urgente reisdoel van de vreemdeling) zich tegen weigering van toegang verzet. + +##### 5.2.4. De toegang blijft geweigerd + +Ook als de geweigerde vreemdeling zijn vrijheid wordt ontnomen op – bijvoorbeeld – strafrechtelijke gronden, blijft hem de toegang geweigerd, blijft de terugvoerverplichting in stand en blijft de mogelijkheid bestaan om hem – na expiratie van de straf – in een grenslogies zijn vrijheid te ontnemen in afwachting van zijn uitzetting (artikel 6 jº 7 Vreemdelingenwet). Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de vreemdeling op grond van het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering bijvoorbeeld in een huis van bewaring wordt geplaatst. Het is dus mogelijk om de vreemdeling na vrijlating uit het huis van bewaring op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet zijn vrijheid te ontnemen. Artikel 7 Vreemdelingenwet is tevens van toepassing op personen in Nederlandse gevangenissen in verband met hun berechting door een internationaal gerecht. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.5. Aantekening omtrent het weigeren van toegang + +De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd het reisdocument tijdelijk in bewaring te nemen (artikel 4.23 Vreemdelingenbesluit) en daarin aantekeningen te maken (artikel 4.24 en 4.25 Vreemdelingenbesluit). + In het document voor grensoverschrijding van een vreemdeling dient een aantekening omtrent weigering van toegang te worden gesteld in de vorm van een weigeringsstempel. + Een weigeringsstempel is een inreisstempel dat met een kruis in zwarte onuitwisbare inkt is doorgehaald. + Voor de wijze waarop bij weigering tevens een geldig visum of een machtiging tot voorlopig verblijf dient te worden geannuleerd, zie 7.10.6.2. + Aangezien de aantekening omtrent weigering van toegang voor de vreemdeling moeilijkheden kan opleveren (bijvoorbeeld bij inreis in andere landen), kan op verzoek van de vreemdeling de weigeringsstempel achterwege blijven. In deze gevallen wordt de weigering op een afzonderlijk blad onder vermelding van de naam en het paspoortnummer schriftelijk vastgelegd. + Bij een weigeringsstempel kan de weigeringsgrond worden vermeld, doch uitsluitend door aanhaling van het artikel(lid) waarop de weigering is gebaseerd. + Het aanbrengen van een weigeringsstempel is eveneens van toepassing op EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 5.2.6. Verplichting het land te verlaten + +Vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, zijn verplicht onverwijld het land te verlaten met inachtneming van de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaar (artikel 5, eerste lid, Vreemdelingenwet). + Deze aanwijzingen kunnen onder meer betreffen het afwachten van vertrek op de grensdoorlaatpost, de weg die de vreemdeling bij het verlaten van het land moet volgen of het aan boord gaan van een schip of vliegtuig. + Overtreding van dit voorschrift is een strafbaar feit (artikel 108 Vreemdelingenwet). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.7. Vertrek per schip of vliegtuig (artikel 5 Vreemdelingenwet) + +De vervoerder is verplicht een vreemdeling die de toegang tot het Schengengrondgebied wordt geweigerd, onverwijld terug te nemen. + Voorts dient de vervoerder, op verzoek van de grensbewakingsautoriteiten, de vreemdeling terug te brengen naar het derde land van waaruit hij werd aangevoerd, naar het derde land dat het document voor grensoverschrijding waarmee de vreemdeling heeft gereisd, heeft afgegeven of naar ieder derde land waar zijn toelating is gewaarborgd. Indien dit niet binnen redelijke termijn mogelijk is, kunnen de met de verwijdering gepaard gaande kosten op de vervoerder worden verhaald. + Tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging dienen geweigerde vreemdelingen zich op te houden in de hun daartoe door een met de grensbewaking belaste ambtenaar aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten en op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit (zie nader A5). Dit teneinde illegale binnenkomst te verhinderen. + Zie voor de informatie over en aan de vreemdeling met betrekking tot diens uitzetting, 8.2.3 en 8.2.5. + Voor het verhaal van kosten van vertrek op de vervoersonderneming, zie A4/10.2. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.8. Bijzondere aandachtspunten voor de grensdoorlaatposten + +1. Vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd, dienen, ongeacht of zij wel of niet een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen, voor terugname te worden geclaimd bij de aanvoerende maatschappij. +2. Voor vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen, dient het vertrek te worden geëffectueerd zodra plaatsing aan boord van een luchtvaartuig van de betreffende maatschappij (met als bestemming de plaats van embarkatie dan wel een andere plaats waar de toelating van de vreemdeling gewaarborgd is) mogelijk is. + +1. Vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd, dienen, ongeacht of zij wel of niet een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen, voor terugname te worden geclaimd bij de gezagvoerder van het betreffende zeeschip c.q. bij de betrokken rederij. +2. Voor vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen, dient het vertrek te worden geëffectueerd zodra het aanvoerende schip vertrekt, tenzij het vertrek voordien, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd. Voor algemene IMO-aanbevelingen ter zake zie paragraaf 10, bijlage 1. Hieraan dient zoveel mogelijk gevolg te worden gegeven. Het mag evenwel niet ten koste gaan van een unieke verwijderingsmogelijkheid. + +##### 5.2.9. Gedragslijn bij voorlopige voorziening + +Verzet een vreemdeling of diens raadsman zich tegen weigering van toegang door middel van het indienen van een administratief beroepschrift en het vragen van een daaraan gekoppelde voorlopige voorziening, dan moet contact worden opgenomen met de IND. + De vreemdeling wordt in beginsel in de gelegenheid gesteld de afloop van de gevraagde voorlopige voorziening in Nederland af te wachten, indien sprake is van een (eerste) verzoek om een voorlopige voorziening. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 6. Bijzondere categorieën + +#### 6.1. Nederlanders en daarmee gelijkgestelde personen + +##### 6.1.1. Algemeen + +Artikel + 4.6 + Vreemdelingenbesluit: + + Een ieder die zich op of nabij een plaats bevindt waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, houdt zich aan de aldaar door de ambtenaren, belast met de grensbewaking, in het kader van de uitoefening van hun taak gegeven aanwijzingen. + + + + + + Artikel + 4.7 + Vreemdelingenbesluit: + + De Nederlander die Nederland in- of uitreist, toont en overhandigt, desgevorderd, aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking, het in zijn bezit zijnde reis- of identiteitspapier of maakt zo nodig op andere wijze zijn Nederlanderschap aannemelijk. + + + + De verplichtingen voor Nederlanders in verband met grenscontrole zijn tot een noodzakelijk minimum beperkt. Nederlanders, alsmede Belgen en Luxemburgers, behoeven zich onder meer bij in- of uitreis van Nederland of het Benelux-gebied niet langs een grensdoorlaatpost te begeven. Wel moeten zij de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaren in acht nemen (artikel 4.6 Vreemdelingenbesluit) en moeten zij desgevorderd hun document voor grensoverschrijding tonen en overhandigen of op andere wijze hun Nederlanderschap aannemelijk maken (artikel 4.7 Vreemdelingenbesluit, zie hierna onder 6.1.2). Voorts zijn de verplichtingen omschreven in artikel 4.8 t/m 4.14 Vreemdelingenbesluit ook van toepassing op Nederlanders (verplichtingen van bestuurders van voertuigen en gezagvoerders van (zee)schepen). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.1.2. Aannemelijk maken Nederlanderschap + +– een geldig Nederlands document voor grensoverschrijding; +– een Nederlands laissez-passer waarin de Nederlandse nationaliteit is vermeld; +– een recent bewijs van Nederlanderschap; +– een kennisgeving tot verkrijging van het Nederlanderschap: +- a. op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Stb. 1984, 628), +b. op grond van de toescheidingsovereenkomst met Suriname; +– een bewijs van naturalisatie tot Nederlander. + +##### 6.1.3. Procedure als het grensoverschrijdingsdocument is vervallen + +a. Uit het document zelf blijkt dat het van rechtswege is vervallen, omdat de geldigheidsduur is verstreken. +b. Uit het document zelf blijkt dat het van rechtswege is vervallen, omdat: +- – het is beschadigd; +– het is gewijzigd door de houder zonder echt frauduleuze bedoelingen; of +– het van een niet langer gelijkende pasfoto is voorzien. +c. De personalia van de houder zijn in het Opsporingsregister vermeld ter inhouding van zijn/haar document voor grensoverschrijding. In het Opsporingsregister wordt dit aangegeven met de vermelding ‘PASP’. + +– naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder; +– het nummer van het document voor grensoverschrijding; +– de autoriteit die het document voor grensoverschrijding heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur die in het document is vermeld; +– de datum en de reden van inhouding of inlevering van het document voor grensoverschrijding. + +– de houder niet in Nederland woonachtig is of geen bekende woonplaats heeft; +– de personalia van de houder in het Opsporingsregister vermeld staan met de aanduiding ‘PASP’; +– het een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort betreft, wordt terstond contact opgenomen met de afdeling Persoonsinformatiebeleid en Reisdocumenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. + +##### 6.1.4. Met Nederlanders gelijkgestelde personen (Molukkers) + +Personen op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) van toepassing is, worden als Nederlander behandeld en zijn derhalve geen vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet (zie ook artikel 1, aanhef en onder m, Vreemdelingenwet). + Op Molukkers die niet als Nederlander worden behandeld, is de Vreemdelingenwet onverkort van toepassing. + Deze vreemdelingen moeten derhalve voldoen aan de algemene voorwaarden voor binnenkomst. + + + Molukkers die als Nederlander worden behandeld, dienen dit aan te tonen. Hiervoor kunnen de documenten dienen die zijn beschreven in B14 Vreemdelingencirculaire. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.2. Diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen + +##### 6.2.1. Bijzondere status + +###### 6.2.1.1. Diplomatieke en consulaire ambtenaren alsmede hun gezinsleden en personeel + +Ten aanzien van diplomatieke en consulaire ambtenaren, hun gezinsleden en personeel, welke slechts op doorreis in Nederland zijn, is de Vreemdelingenwet niet van toepassing voorzover het de doorreis naar of terugkeer van de diplomatieke zending of consulaire post in een derde land betreft. Hetgeen onder a is opgemerkt over de bijzondere status geldt ook hier. + +###### 6.2.1.2. Diplomatieke en consulaire koeriers + +Deze vreemdelingen zijn óf beroepskoeriers óf als zodanig voor één reis aangewezen. + Zij zijn voorzien van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt. + De pakketten dragen aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid (de dwangmiddelen uit artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vreemdelingenwet kunnen niet worden toegepast). De tas mag niet worden geopend of ingenomen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.1.3. Andere geprivilegieerde personen + +De Vreemdelingenwet is in het algemeen niet van toepassing op vreemdelingen die een bijzondere status bezitten krachtens een zetelovereenkomst gesloten met een internationale organisatie waarin is bepaald dat de zetel (=hoofdkantoor) in Nederland is gevestigd en waarin (mede) bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Zij zijn in het bezit van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken gewaarmerkte identiteitskaart van de desbetreffende internationale organisatie (deze verliest haar geldigheid per 1 juli 2002) dan wel van het geprivilegieerdendocument (zie model M81). + Voor hen geldt hetgeen onder 6.2.1.1 sub a. is opgemerkt over de bijzondere status. + De te onderscheiden categorieën van geprivilegieerde personen, als in deze paragraaf bedoeld, worden hierna onder 6.2.4 genoemd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.2.2. Vrijstelling van visum- en paspoortplicht + +Het bezit van een identiteitskaart of een geprivilegieerdendocument stelt de houder vrij van visumplicht in geval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder a, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). Deze vrijstelling van een eventuele visumplicht geldt ook voor de onder 6.2.1.1, sub b, vermelde vreemdelingen aan wie vóór 1 augustus 1987 een legitimatiebewijs was afgegeven. + Voor de overige onder 6.2.1.1 genoemde gevallen geldt de visumplicht, indien van toepassing, onverkort. + Houders van bepaalde identiteitskaarten en een geprivilegieerdendocument zijn bovendien vrijgesteld van de paspoortplicht. De documenten van de internationale organisaties in bijlage 3, onder E, Voorschrift Vreemdelingen gelden namelijk tevens als document voor grensoverschrijding. Indien sprake is van een dergelijke organisatie wordt dit vermeld in de desbetreffende paragraaf onder 6.2.4. + (Overigens is voor de toegang van en de grenscontrole op de hierbedoelde personen het gestelde onder 6.2.1 en 6.2.3 van toepassing). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.2.3. Te volgen gedragslijn bij twijfel + +Op vreemdelingen van wie niet is gebleken dat zij tot een der onder *bijzondere status* genoemde categorieën behoren, kunnen de bepalingen van de Vreemdelingenwet worden toegepast. Het kan voorkomen dat een vreemdeling die op grond van artikel 50, eerste lid, Vreemdelingenwet staande is gehouden ter vaststelling van zijn identiteit, zich beroept op een bijzondere status, maar niet terstond door het tonen van een legitimatiebewijs of ander document aannemelijk kan maken dat hij die status inderdaad bezit. Dit kan met name het geval zijn ten aanzien van personen die behoren tot de categorieën a en c, bij eerste binnenkomst in Nederland en bij functionarissen, hun gezinsleden en personeel op doorreis. + In de laatstgenoemde situatie zal een reisbiljet soms de bijzondere status aannemelijk kunnen maken. In deze gevallen – of indien anderszins twijfel bestaat of de vreemdeling een bijzondere status bezit – dient aanstonds contact te worden opgenomen met het ministerie van Buitenlandse Zaken dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is. + + + Zolang niet duidelijk is geworden dat de Vreemdelingenwet niet van toepassing is, kan gebruik worden gemaakt van de in artikel 50, tweede lid, Vreemdelingenwet toegekende bevoegdheid tot het overbrengen naar en het zich ophouden op een plaats bestemd voor verhoor. Daarbij dient wel met enige voorzichtigheid te worden gehandeld. + + + Omtrent de wijze waarop gevallen als in voorgaande alinea bedoeld zijn afgedaan, dient steeds schriftelijk rapport te worden uitgebracht aan de Minister. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.2.4. Categorieën van krachtens een internationale overeenkomst geprivilegieerde vreemdelingen + +###### 6.2.4.1. Verenigde Naties + +Vertegenwoordigers van de lidstaten bij de Verenigde Naties, de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties en de Internationale Organisatie van Atoomenergie, indien zij werkzaam zijn en reizen in de uitoefening van hun functie, alsmede hun echtgenoten. Als vertegenwoordigers worden mede beschouwd plaatsvervangend vertegenwoordigers, adviseurs, technische deskundigen en secretarissen van delegaties. + + + De voorzitter, leden, de griffier en substituutgriffier van het Internationale Gerechtshof en de overige functionarissen bij dat Hof, hun echtgenoten, alsmede niet gehuwde kinderen, die financieel afhankelijk van hen zijn en zonder beroep, en de tot hun gevolg (gouvernanten, particuliere secretarissen, dienstpersoneel) behorende personen. Deze vreemdelingen zijn in het bezit van het geprivilegieerdendocument (model M81), afgegeven door de Minister van Buitenlandse Zaken. + + + De vertegenwoordiger van de Hoge Commissaris der Verenigde Naties voor vluchtelingen in Nederland, zijn echtgenote en niet-gehuwde kinderen, die financieel afhankelijk van hem zijn en zonder beroep. Deze vertegenwoordiger is in het bezit van het geprivilegieerdendocument (model M81), afgegeven door de Minister van Buitenlandse Zaken. + + + Bepaalde categorieën functionarissen van bovengenoemde organisaties alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. Deze functionarissen zullen in de regel in het bezit zijn van een ‘laissez-passer’ van de Verenigde Naties, dat tevens als document voor grensoverschrijding geldt (zie bijlage 3, onder E, Voorschrift Vreemdelingen). + + + N.B. Niet-inwonende studerende kinderen behouden hun bevoorrechte status. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.2. Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) + +Vertegenwoordigers van de lidstaten bij een der organen van de NAVO, niet zijnde een militair lichaam, onder wie ook adviseurs en technische deskundigen van delegaties, en het officieel administratief personeel dat deze vertegenwoordigers vergezelt, alsmede hun echtgenoten. + + + Bepaalde door de Organisatie vastgestelde categorieën NAVO-functionarissen, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde naaste familieleden die bij hen inwonen. + + + Militairen van een NAVO-krijgsmacht, indien zij verbonden zijn aan een hier te lande gevestigd NAVO-hoofdkwartier (RHQ AFNORTH, SHAPE TECHNICAL CENTRE) dan wel behoren tot een hier te lande gelegerd of op doortocht zijnd onderdeel van zodanige krijgsmacht. + + + Deze militairen zijn in het bezit van een persoonlijk militair identiteitsbewijs, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst, en, voorzover niet hier te lande gestationeerd, van een collectieve of individuele reiswijzer, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst of door de NAVO. Deze documenten gelden tevens als document voor grensoverschrijding (zie bijlage 3, onder E, Voorschrift Vreemdelingen). + De commandant van RHQ AFNORTH en zijn plaatsvervanger zijn in het bezit van het geprivilegieerdendocument (model M81), afgegeven door de Minister van Buitenlandse Zaken. + + + De bijzondere status komt niet toe aan gezins- en familieleden van de als lid van een krijgsmacht hier te lande verblijvende NAVO-militairen, de leden van het NAVO-burgerpersoneel en hun gezins- en familieleden en NAVO-militairen die geen lid zijn van een in Nederland gelegerde of op doortocht zijnde krijgsmacht, zoals de in België of de Bondsrepubliek Duitsland gelegerde NAVO-militairen, die hier te lande woonachtig zijn, alsmede hun gezins- en familieleden. Voor deze vreemdelingen gelden de normale voorwaarden voor binnenkomst in Nederland. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.3. Raad van Europa + +De leden van de Raadgevende vergadering van de Raad van Europa en hun vervangers, alsmede de Secretaris-Generaal, die zich begeven naar of terugkeren van de plaats van samenkomst van de Vergadering. + + + Vertegenwoordigers van de lidstaten bij de Raad van Europa, in het Comité van Ministers van de Raad van Europa, op vergaderingen van de Plaatsvervangers der Ministers en op andere vergaderingen bijeengeroepen door de Raad van Europa, alsmede hun echtgenoten. Als vertegenwoordigers worden mede beschouwd plaatsvervangend vertegenwoordigers, adviseurs, technische deskundigen en secretarissen van delegaties. + + + De leden van de Europese Commissie voor de Rechten van de mens gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaats van samenkomst, alsmede hun echtgenoten. + + + De rechters, de griffier en de plaatsvervangend griffier van het Europees Hof van de Rechten van de Mens gedurende de uitoefening van hun functie en gedurende reizen gemaakt in de uitoefening van hun functie, alsmede hun echtgenoten. + + + Bepaalde door de Raad aangewezen categorieën functionarissen van de Raad van Europa, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.4. Europese Unie + +De leden van de Vergadering (d.w.z. het Europees parlement) die zich naar de plaats van bijeenkomst der Vergadering begeven of daarvan terugkeren. + + + Aan de werkzaamheden van de instellingen van de Unie deelnemende vertegenwoordigers van de lidstaten, alsmede hun raadslieden en deskundigen, en de leden van de raadgevende organen van de Unie, gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaats van samenkomst, alsmede hun echtgenoten. + + + De rechters, de griffier en de toegevoegde rapporteurs van alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. + + + De leden van de Commissie van de Europese Unie en de door de Raad aangewezen categorieën ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. Zij zullen in de regel door de Voorzitter van de Commissie of de Raad in het bezit zijn gesteld van een ‘laissez-passer’, dat tevens als document voor grensoverschrijding geldt (zie bijlage 3, onder E, Voorschrift Vreemdelingen). + + + De ambtenaren en overige personeelsleden die door de Europese Unie zijn tewerkgesteld bij het Gemeenschappelijke Centrum voor Onderzoek te Petten en op andere plaatsen op Nederlands grondgebied waar de Unie diensten vestigen, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. + + + De betreffende functionarissen worden door de Europese Unie ter legitimatie in het bezit gesteld van een niet als document voor grensoverschrijding geldende Dienstpas of van een voorlopige dienstkaart. + De eveneens geprivilegieerde gezinsleden van de hier bedoelde functionarissen worden in het bezit gesteld van een verklaring. + N.B. Het personeel geplaatst bij de Stichting Reactor Centrum Nederland te Petten behoort niet tot de hier bedoelde categorie personen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.5. Europese Investeringsbank + +De leden van de organen van de Europese Investeringsbank en de vertegenwoordigers van de lidstaten, die aan haar werkzaamheden deelnemen, alsmede hun echtgenoten. + De personeelsleden van de Europese Investeringsbank, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. Zij zullen in de regel door de President van de Bank in het bezit zijn gesteld van een ‘laissez-passer’, dat tevens als document voor grensoverschrijding geldt (zie bijlage 3, onder, E, Voorschrift Vreemdelingen). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.6. Europese Ruimte Agentschap (ESA) + +De vertegenwoordigers van de lidstaten bij het Europese Ruimte Agentschap (ESA) en hun plaatsvervangers gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaats van samenkomst van de Raad en zijn suborganen, alsmede hun echtgenoten. + + + De Directeur-Generaal van de ESA, zijn plaatsvervanger en de door de Raad aangewezen leden van het stafpersoneel van de organisatie, alsmede hun echtgenoten en bij hen inwonende familieleden. + + + De leden van het stafpersoneel van de organisatie die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen bij het Europese Centrum Ruimteonderzoek en Techniek (ESTEC) alsmede hun echtgenoten en de bij hen inwonende familieleden, voorzover zij ten bewijze daarvan in het bezit zijn van een door de ESA afgegeven identiteitsbewijs, voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort, dat tevens vrijstelt van visumplicht in geval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). Dit identiteitsbewijs verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.7. West-Europese Unie + +De vertegenwoordigers van de lidstaten bij de Vergadering van de West-Europese Unie en hun plaatsvervangers, gedurende de reis naar en van de plaats waar de vergadering gehouden wordt. + + + Alle vertegenwoordigers, adviseurs en technische deskundigen bij de Raad der West-Europese Unie en bij de hulporganen daarvan, alsmede het officiële administratieve personeel dat een vertegenwoordiger van een Staat vergezelt, zolang zij voor de uitoefening van hun functie reizen, alsmede hun echtgenoten. + + + Bepaalde door de Raad aangewezen functionarissen, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde naaste familieleden die bij hen inwonen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.8. Europese Octrooiorganisatie + +De vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten van de Europese Octrooiorganisatie, hun plaatsvervangers en hun adviseurs of deskundigen bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur of ieder orgaan dat door deze Raad is ingesteld op hun reizen naar de plaats van samenkomst en terug, alsmede hun echtgenoten. + + + De Voorzitter van het Europees Octrooibureau en de personeelsleden van het bureau, alsmede hun inwonende gezinsleden. + + + De personeelsleden van het Europees Octrooibureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen bij het onderdeel van genoemd bureau te ’s-Gravenhage/Rijswijk, alsmede hun inwonende gezinsleden, mits zij in het bezit zijn van een door de organisatie afgegeven identiteitskaart voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort dan wel van het geprivilegieerdendocument (model M81), welke tevens vrijstellen van visumplicht bij terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). Het door de organisatie afgegeven document verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.9. Internationale Douaneraad + +De vertegenwoordigers van de lidstaten bij de Internationale Douaneraad op vergaderingen van de Raad, van het Permanente Technische Comité en de Comités van de Raad, gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaats van samenkomst, alsmede hun echtgenoten. Als vertegenwoordigers worden mede beschouwd plaatsvervangend vertegenwoordigers, adviseurs, technische deskundigen en secretarissen van delegaties. + + + Bepaalde door de Raad aangewezen categorieën functionarissen van de Raad, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. De functionarissen zullen doorgaans in het bezit zijn van een door de Secretaris-Generaal van de Raad afgegeven ‘laissez-passer’, dat tevens als document voor grensoverschrijding geldt (zie bijlage 3, onder E, Voorschrift Vreemdelingen). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.10. Aziatische Ontwikkelingsbank + +De vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers van de lidstaten in de Raad van bestuur van de Aziatische Ontwikkelingsbank, alsmede hun echtgenoten. + + + De bewindvoerders en hun plaatsvervangers, het leidinggevend en ander personeel, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. + + + Alle hier bedoelde personen zijn te hunner legitimatie in het bezit van een certificaat, afgegeven door de Bank. Dit certificaat verliest haar geldigheid per 1 juli 2002, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.11. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) + +De vertegenwoordigers van de lidstaten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), hun plaatsvervangers, de raadslieden, technische deskundigen en secretarissen van delegaties, indien zij in de uitoefening van hun functie reizen, alsmede hun echtgenoten. + + + Bepaalde door de Secretaris-Generaal aangewezen categorieën functionarissen, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.12. Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht + +De functionarissen van het Permanente Bureau van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde personen zonder beroep. + De functionarissen zijn in het bezit van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument (model M81), dat tevens vrijstelt van visumplicht in geval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.13. Iran-USA Claims Tribunal + +De leden en functionarissen van het Iran-USA claims tribunal, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde personen die zonder beroep zijn. + De functionarissen zijn in het bezit van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument (model M81), dat tevens vrijstelt van de visumplicht ingeval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.14. Internationale Thee Promotie Associatie (ITPA) + +De vertegenwoordigers van de Leden van de Internationale Thee Promotie Associatie (ITPA) te Rotterdam gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaats van samenkomst, alsmede hun echtgenoten. Vertegenwoordigers zijn hoofden van delegaties en hun plaatsvervangers. + + + De Uitvoerend Directeur van de Associatie, zijn plaatsvervanger, alsmede hun echtgenoten en niet gehuwde kinderen die financieel van hun afhankelijk zijn en zonder beroep. + + + Betrokkenen zijn in het bezit van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument (model M81), dat tevens vrijstelt van de visumplicht in geval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). + + + De personeelsleden van bovengenoemde organisatie, alsmede hun inwonende gezinsleden, mits zij in het bezit zijn van een door de Associatie afgegeven identiteitskaart voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort dan wel van het geprivilegieerdendocument (model M81). De door de Associatie afgegeven identiteitskaart verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.15. Internationale Dienst voor Nationaal Landbouwkundig Onderzoek (ISNAR) + +De Directeur-Generaal en de overige personeelsleden van de Internationale Dienst voor Nationaal Landbouwkundig Onderzoek (ISNAR) te ’s-Gravenhage, alsmede hun inwonende gezinsleden, mits zij in het bezit zijn van een door ISNAR afgegeven identiteitskaart voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort dan wel van het geprivilegieerdendocument (model M81). De door ISNAR afgegeven identiteitskaart verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.16. Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (CTA) + +De Directeur van het Technisch Centrum voor landbouwsamenwerking en plattelandsontwikkeling (CTA) te Ede/Wageningen en de Toegevoegd Adviseur van de Directeur. Betrokkenen zijn in het bezit van een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument (model M81). + + + De overige personeelsleden van bovengenoemd Centrum, alsmede hun inwonende gezinsleden, mits zij in het bezit zijn van een door het Centrum afgegeven identiteitskaart voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort dan wel van het geprivilegieerdendocument (model M81), welke tevens vrijstellen van visumplicht ingeval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). De door CTA afgegeven identiteitskaart verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.17. Instituut voor Nieuwe Technologieën (INTECH) + +De Directeur van het Instituut voor Nieuwe Technologieën (INTECH) te Maastricht. Indien de betrokkene niet duurzaam in Nederland verblijft, is hij door het ministerie van Buitenlandse Zaken in het bezit gesteld van het geprivilegieerdendocument (zie model M81). Voor hem is geen tewerkstellingsvergunning vereist. Indien de betrokkene duurzaam in Nederland verblijft (zie 6.2.1.1, onder b), is het gestelde onder b op hem van toepassing. + + + De overige personeelsleden van bovengenoemd Instituut alsmede hun inwonende gezinsleden, mits zij in het bezit zijn van een door het Instituut afgegeven identiteitskaart voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort dan wel van het geprivilegieerdendocument (model M81), welke tevens vrijstellen van visumplicht ingeval van terugkeer naar Nederland (zie bijlage 3, onder A, sub 3, Voorschrift Vreemdelingen). De door INTECH afgegeven identiteitskaart verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.18. African Management Services Company (AMSCO BV) + +De personeelsleden van AMSCO BV te Amsterdam alsmede hun inwonende gezinsleden, mits zij in het bezit zijn van een door het bedrijf afgegeven identiteitskaart voorzien van een foto van de houder en het nummer van diens paspoort dan wel van het geprivilegieerdendocument (model M81). Voor de personeelsleden is geen tewerkstellingsvergunning vereist. De door AMSCO BV afgegeven identiteitskaart verliest per 1 juli 2002 haar geldigheid, waarna alleen het geprivilegieerdendocument (model M81) nog geldigheid heeft. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.19. Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) + +De Uitvoerend Secretaris, de Plaatsvervangend Uitvoerend Secretaris, de overige personeelsleden en hun inwonende gezinsleden. Deze personen zijn in het bezit van het geprivilegieerdendocument (model M81), afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.2.4.20. Joegoslavië Tribunaal + +Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen verantwoordelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië sedert 1991: de voorzitter, leden, openbare aanklager, griffier, de overige functionarissen, alsmede hun inwonende gezinsleden. Deze personen zijn in het bezit van een geprivilegieerdendocument (model M81), afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat + +##### 6.3.1. Inleiding + +– de overeenkomst tussen België, Nederland en Luxemburg van 11 april 1960 inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied (Trb. 1960, 135 en 1963, 164); +– de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen (zie 6.3.4). Behalve de Beneluxlanden zijn Partij bij de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen: Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Per 25 maart 2001 zijn daar de volgende landen bij gekomen: Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland en Denemarken; +– het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschappen (Trb. 1957, 74 en 91) en het Verdrag van Maastricht en de daaruit voortvloeiende verordeningen en richtlijnen. Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zijn lidstaat van de EU; +– de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1993, 69, 203 en 204). Het betreft, naast de EU-lidstaten, de volgende landen: IJsland, Liechtenstein en Noorwegen; +– de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86). + +##### 6.3.2. Toelating en verblijf + +– voor wat betreft Denemarken met uitzondering van de Faeröer de Deense onderdanen die daar woonachtig zijn worden niet als onderdanen van een lidstaat beschouwd; +– voor wat betreft Frankrijk met uitbreiding tot de zogeheten Franse overzeese departementen Martinique, Guadeloupe, Frans Guyana en La Réunion, in zoverre onder meer dat Franse ingezetenen van die departementen op grond van desbetreffende beschikkingen van de Raad van de EU kunnen deelnemen aan het vrij verkeer van personen en diensten; +– voor wat betreft het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zijn de communautaire bepalingen betreffende het vrije verkeer van personen en van diensten niet van toepassing op de onderdanen van de Kanaaleilanden en van het eiland Man; voor het vrij verkeer van personen en diensten wordt met een Brits onderdaan (‘British citizen’) gelijkgesteld een ‘British subject’ met aantekening in het paspoort: ‘holder has the right of abode in the United Kingdom’ of ‘holder is defined as a United Kingdom national for community purposes’. + +##### 6.3.3. Toegang en grenscontrole + +###### 6.3.3.1. Algemeen + +*EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen* + + + De gunstiger regels in verband met toegang voor EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen zijn in de Vreemdelingenwetgeving verwerkt (zie hoofdstuk 8, Afdeling 2, paragraaf 2 Vreemdelingenbesluit). + Voor alle EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen gelden in beginsel de in artikel 4.4, 4.6 en 4.8 t/m 4.16 Vreemdelingenbesluit genoemde algemene verplichtingen in verband met grenscontrole (zie 2.2). + Ten aanzien van EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen kan bij passage van het Nederlandse deel van de Schengen-buitengrens een (minimum-)controle (zie paragraaf 3) plaatsvinden op het bezit van voor binnenkomst vereiste documenten (zie artikel 4.5, eerste lid, onder a, en derde lid Vreemdelingenbesluit). Zij dienen zich te houden aan de aanwijzingen die de grensbewakingsambtenaar geeft (artikel 4.6 Vreemdelingenbesluit). + Indien daartoe op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat, kan een onderdaan van een lidstaat der EU/EER of van de Zwitserse Bondsstaat worden onderworpen aan een grondige controle (3.3.1). Vragen omtrent doel en duur van het verblijf worden niet gesteld. Evenmin vindt controle plaats op bestaansmiddelen. + + + *Belgen en Luxemburgers* + + + Voor Belgen en Luxemburgers geldt steeds dat ook na de inwerkingtreding van de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen, de bepalingen van de hierboven genoemde Benelux-overeenkomst van kracht blijven voor zover zij voor de Benelux-onderdanen gunstiger voorwaarden bevatten voor wat betreft grenscontrole, toegang en (lang) verblijf dan genoemd Akkoord aangeeft. + De in de artikelen 4.8 t/m 4.16 Vreemdelingenbesluit genoemde verplichtingen bij grenscontrole gelden eveneens voor Belgen en Luxemburgers (zie 2.2). + De in artikel 4.4 Vreemdelingenbesluit neergelegde verplichting tot in- en uitreis langs een doorlaatpost geldt niet voor onderdanen van de Beneluxlanden. + Belgen en Luxemburgers mogen Nederland voor kortere of langere duur binnenkomen, ongeacht het doel van hun verblijf, indien zij in het bezit zijn van een paspoort of identiteitsbewijs (bijlage 2 en 3 Voorschrift Vreemdelingen). + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +###### 6.3.3.2. Familieleden van een EU/EER-onderdaan of van een Zwitserse onderdaan die niet de nationaliteit van een der lidstaten bezitten + +a. de echtgenoot en familieleden in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die door de betrokkene worden onderhouden; +b. de familieleden in opgaande lijn die door de betrokkene en diens echtgenoot worden onderhouden. + +###### 6.3.3.3. Weigering van toegang op grond van gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid + +Aan een EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan moet bij weigering van toegang aan de grens wegens gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid een schriftelijke gemotiveerde beschikking worden uitgereikt overeenkomstig model M18 (artikel 8.7, tweede lid, Vreemdelingenbesluit). + +##### 6.3.4. De Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen + +De Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen is in hoofdzaak gericht op de controle van niet-EU/EER-onderdanen. Aan de bepalingen van het gemeenschapsrecht ten aanzien van EU/EER-onderdanen en van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, doet de Overeenkomst ter uitbreiding van het Akkoord van Schengen geen afbreuk. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +#### 6.4. Vreemdelingen aan wie lang verblijf in Nederland of een van de andere Schengen-landen is toegestaan + +##### 6.4.1. Inleiding + +Dit hoofdstuk handelt over de voorwaarden voor binnenkomst van vreemdelingen aan wie in Nederland of in een van de andere Schengen-landen lang verblijf is toegestaan en over de wijze waarop de grenscontrole ten aanzien van deze vreemdelingen wordt uitgeoefend. + + + Tevens wordt in dit hoofdstuk behandeld welke regels gelden voor toegang van en grenscontrole op vreemdelingen aan wie het is toegestaan in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.4.2. In Nederland voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen + +###### 6.4.2.1. Voorwaarden voor binnenkomst + +– vreemdelingen die in het bezit zijn van een geldig paspoort, waarin een geldige verblijfsvergunning is aangetekend. Sinds 1 juni 1994 wordt deze aantekening niet meer in het paspoort geplaatst. +– vreemdelingen die in het bezit zijn van een geldig paspoort alsmede een Vreemdelingendocument (zie model M75) voorzien van een afzonderlijke cijfercode. Deze cijfercode komt overeen met de categorie vreemdelingen, waartoe de betrokkene behoort, namelijk: + +EU/EER-onderdanen zijn in het bezit van een kaart met daarop de letters EU/EER. + +| lettercode: | categorie: | | --- | --- | -| AC | aanmeldcentrum | -| ACRU | aanvullende Cao Rijk uitzendingen | -| AIVD | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst | -| amv | alleenstaande minderjarige vreemdeling | -| Anw | Algemene nabestaandenwet | -| AOW | Algemene Ouderdomswet | -| APV | Algemene Plaatselijke Verordening | -| AVG | Algemene verordening gegevensbescherming | -| AVIM | Afdeling Vreemdelingpolitie, Identificatie en Mensenhandel | -| awb | Algemene wet bestuursrecht | -| B&W | college van burgemeester en wethouders | -| Benelux | België, Nederland, Luxemburg | -| BIG-register | Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg | -| BMA | Bureau Medische Advisering | -| BRP | basisregistratie personen | -| BuPo | Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten | -| BuWav | Besluit uitvoering wet arbeid vreemdelingen 2022 | -| BuZa | (Minister/Ministerie van) Buitenlandse Zaken | -| bv | besloten vennootschap | -| BVID | Basisvoorziening Identiteitsvaststelling | -| BVV | Basisvoorziening vreemdelingensysteem | -| BW | Burgerlijk Wetboek | -| BZK | (Minister/Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | -| Cao | collectieve arbeidsovereenkomst | -| CIR | Centraal Insolventieregister | -| CJIB | Centraal Justitieel Incassobureau | -| COA | Centraal Orgaan opvang asielzoekers | -| COVOG | Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag | -| Crebo | Centraal register beroepsopleidingen | -| CROHO | Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs | -| cv | commanditaire vennootschap | -| DBIN | Directie Buitenlandse Investeringen in Nederland | -| DGPJS | Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties | -| DISA | Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers | -| DLOS | Dienst Landelijke Operationele Samenwerking | -| DNA | deoxyribonucleic acid (desoxyribonucleïnezuur) | -| DTenV | Dienst Terugkeer en Vertrek | -| DUO | Dienst Uitvoering Onderwijs, voorheen IB-Groep en CFI | -| EBV | Elektronisch Berichtenverkeer | -| EER | Europese Economische Ruimte | -| EES | Entry/Exit System (inreis-uitreissysteem) | -| EEG | Europese Economische Gemeenschap | -| EG | Europese Gemeenschap | -| EHRM | Europees Hof voor de Rechten van de Mens | -| EU | Europese Unie | -| EVRM | Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden | -| EZ | (Minister/Ministerie van) Economische Zaken en Klimaat | -| E&S | Executie en Signalering systeem | -| Flexwet | Wet Flexibiliteit en Zekerheid | -| GGD | Gemeentelijke Gezondheidsdienst | -| GG&GD | Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst in de gemeente Utrecht | -| GVVA | Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid | -| HAV | Haags Adoptieverdrag | -| hbo | hoger beroepsonderwijs | -| HKS | Herkenningsdienstsysteem | -| HKBV | Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 | -| HvJ EG | Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen | -| IBDP | Internationaal Baccalaureaat Diploma Programma | -| ICORN | International Cities of Refuge Network | -| IND | Immigratie- en Naturalisatiedienst | -| IOM | Internationale Organisatie voor Migratie | -| IPS | Insurance Passport For Students | -| IVA regeling | Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten | -| IVBPR | Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten | -| IVRK | Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind | -| J&V | (Minister/Ministerie) Justitie en Veiligheid | -| JDS | Justitieel Documentatie Systeem | -| jo | juncto/junctis | -| JustID | Justitiële Informatiedienst | -| KLM | Koninklijke Luchtvaart Maatschappij | -| KMar | Koninklijke Marechaussee | -| KNAW | Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen | -| KNIL | Koninklijk Nederlands-Indisch Leger | -| LEC EGG | Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld | -| mbo | middelbaar beroepsonderwijs | -| MSV | Melding Sociale Verzekeringen | -| MTV | Mobiel Toezicht Veiligheid | -| MvT | Memorie van toelichting | -| Mvv | machtiging tot voorlopig verblijf | -| NARCIS | National Academic Research and Collaborations Information System | -| NFIA | Netherlands Foreign Investment Agency | -| ngo | non-gouvermentele organisatie | -| NIP | Nederlands Instituut van Psychologen | -| NJi | Nederlands Jeugdinstituut | -| NOD | Nederlandse Onderzoek Databank | -| NSIS | Nationaal Schengen Informatie Systeem | -| Nuffic | Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs | -| nv | naamloze vennootschap | -| NvT | Nota van Toelichting | -| NVVB | Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken | -| OCW | (Ministerie/Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | -| OM | Openbaar Ministerie | -| Pb. | Publicatieblad | -| PIL | Protocol Identificatie en Labeling | -| PTSS | posttraumatische stressstoornis | -| Pw | Participatiewet | -| RANOV | Regeling ter Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet | -| Rbtv | Register beëdigde tolken en vertalers | -| REAN | Return and Emigration of Aliens from the Netherlands | -| ROC | Regionaal Opleidingscentrum | -| RuWav | Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 | -| Rva | Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 | -| Rvb | Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen | -| rvc | raad van commissarissen | -| RvR | Raad voor Rechtsbijstand | -| RWN | Rijkswet op het Nederlanderschap | -| SBB | stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven | -| SGC | Verordening (EU) nr. 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) | -| SIRENE | Supplementary Information Request at the National Entries | -| SIS | Schengen Informatiesysteem | -| Stb. | Staatsblad | -| Stcrt. | Staatscourant | -| SUO | Schengen Uitvoeringsovereenkomst | -| SVB | Sociale Verzekeringsbank | -| SZW | (Minister/Ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid | -| tbc | tuberculose | -| tbs | terbeschikkingstelling | -| TEV | Toegang en Verblijf | -| Trb. | Tractatenblad | -| TWV | tewerkstellingsvergunning | -| UNDP | United Nations Development Programme | -| UNHCR | United Nations High Commissioner for Refugees | -| UNRWA | United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East | -| UWV | Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen | -| Vb | Vreemdelingenbesluit | -| vbl | vrijheidsbeperkende locatie | -| Vc | Vreemdelingencirculaire | -| VIS | Visum Informatie Systeem | -| VN | Verenigde Naties | -| VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten | -| vo | voortgezet onderwijs | -| vof | vennootschap onder firma | -| VOG | Verklaring Omtrent het Gedrag | -| VOG-NP | VOG natuurlijke personen | -| VOG-RP | VOG rechtspersonen | -| VRIS | Vreemdelingen in de Strafrechtketen | -| VV | Voorschrift Vreemdelingen | -| Vw | Vreemdelingenwet | -| Wajong | Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten | -| WAO | Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering | -| Wav | Wet arbeid vreemdelingen | -| WAZ | regeling Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen | -| WBV | Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire | -| WGA | Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten | -| WHP | Working Holiday Program | -| WHS | Working Holiday Scheme | -| WHW | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek | -| Wi | Wet inburgering | -| WIA | Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen | -| WIN | Wet inburgering nieuwkomers | -| WML | Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag | -| wo | wetenschappelijk onderwijs | -| Wobka | Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie | -| WSF | Wet op de Studiefinanciering | -| Wsw | Wet sociale werkvoorziening | -| WvSr | Wetboek van Strafrecht | -| WvSv | Wetboek van Strafvordering | -| WW | Werkloosheidswet | -| ZHP | Zeehavenpolitie | -| Zvw | Zorgverzekeringswet | -| ZW | Ziektewet | +| A | vergunning tot vestiging | +| B | toelating als vluchteling | +| C | verblijf voor onbepaalde duur | +| D | vergunning tot verblijf | +| E | verblijfskaart EU/EER | +| F | voorwaardelijke vergunning tot verblijf | -### . Lijst Richtlijnen, Verordeningen en Verdragen +Inwonende kinderen beneden de twaalf jaar zijn meestal opgenomen in de vergunning van hun ouders. Deze kinderen worden ook feitelijk in het bezit gesteld van een vreemdelingendocument waaruit het verblijfsrecht blijkt (zie artikel 4.21, tweede lid, Vreemdelingenbesluit). -20151817230-06-201524-06-2015WBV2015/820151817230-06-201524-06-2015WBV2015/801-07-2015 +###### 6.4.2.2. Wijze van grenscontrole -## A1. Toegang +Ten aanzien van vreemdelingen die kunnen aantonen dat hun lang verblijf in Nederland is toegestaan blijft controle op bestaansmiddelen achterwege. Hun wordt niet gevraagd naar doel en duur van het verblijf. + +Wel kan controle aan de hand van het opsporingsregister plaatsvinden, met name met het oog op tenuitvoerlegging van signaleringen die verband houden met de Vreemdelingenwet (zie A3/4). + +Wanneer er bijvoorbeeld om redenen van openbare orde of nationale veiligheid grond zou kunnen zijn om voortgezet verblijf aan deze vreemdelingen te ontzeggen, moet contact worden opgenomen met de IND (zie A6). Voor de grenscontrole ten aanzien van onderdanen van de Benulexlanden of van de overige lidstaten van de EU/EER, alsmede ten aanzien van onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat die in het bezit zijn van een EU/EER-verblijfskaart of vergunning, zie A2/6.3. + +Uit een signalering in het opsporingsregister kan blijken dat de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde duur is ingetrokken. Zie voor tenuitvoerlegging van deze signaleringen A3/4. + +##### 6.4.3. Vreemdelingen die in Nederland een beslissing over hun verblijf mogen afwachten + +Aan vreemdelingen wordt in bepaalde gevallen toegestaan om in Nederland de (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten. Hieromtrent wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een aantekening gesteld in het paspoort. Zie voor deze aantekening artikel 4.34, eerste lid, onder c, Vreemdelingenbesluit. + + + Wanneer deze vreemdelingen Nederland verlaten en naderhand weer willen terugkeren, moeten zij in beginsel voldoen aan de normale vereisten voor binnenkomst en verblijf in Nederland (zie paragraaf 4). + + + Voor de grenscontrole gelden geen bijzondere regels, voor weigering van toegang aan deze vreemdelingen moet echter een beslissing worden gevraagd aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6). + + + Wanneer deze vreemdelingen in het bezit zijn van een geldig paspoort, voorzien van een geldig visum voor terugkeer (model M2-B), wordt steeds toegang verleend. In verband met de grenscontrole is in dit geval het gestelde onder 6.4.2.2 van overeenkomstige toepassing. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.4.4. In de overige Schengen-landen voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen + +Vreemdelingen die houder zijn van een geldig paspoort en een geldige verblijfsvergunning of geldig terugkeervisum van een van de Schengen-landen, zijn voor doorreis naar het desbetreffende land vrijgesteld van de visumplicht. + + + N.B. De toegang wordt aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning niet geweigerd op de enkele grond dat zij niet tevens in het bezit zijn van hun paspoort. Controle op bestaansmiddelen blijft bij deze vreemdelingen achterwege, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reisbiljetten naar de landen waarvoor zij over een geldige verblijfstitel of terugkeervisum beschikken. + + + Toegang wordt geweigerd wanneer gevaar voor de Nederlandse openbare orde of nationale veiligheid daartoe aanleiding geeft, met name wanneer de vreemdeling is gesignaleerd als ongewenst vreemdeling (ovr) of als ongewenst verklaard vreemdeling (ongewenst verklaard ex artikel 67 Vreemdelingenwet). + + + Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse machtiging tot voorlopig verblijf (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Benelux-gebied. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.5. Asielzoekers en vluchtelingen + +##### 6.5.1. Houders van reisdocumenten voor vluchtelingen + +Vreemdelingen die houder zijn van een reisdocument voor vluchtelingen afgegeven door een staat die is aangesloten bij de Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen (Trb. 1959, nr. 153, en bijlage 3, onder F, Voorschrift Vreemdelingen) en op wiens grondgebied zij regelmatig verblijven, mogen zonder visum het Schengen-gebied inreizen wanneer zij ook aan de overige voorwaarden voor binnenkomst voldoen. Het betreft hier een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 28 van het Geneefs Vluchtelingenverdrag van 1951 (zie model M81). + + + Partij bij deze Overeenkomst zijn, naast Nederland: België, Denemarken, Duitsland, Finland, FrankrijkVoor Frankrijk geldt de volgende uitzondering: de houder van een reisdocument voor vluchtelingen is voor Frankrijk niet vrijgesteld van de visumplicht, indien het document is afgegeven door een niet-Schengenstaat. , IJsland, Ierland, Italië, Liechtenstein, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. + + + N.B. Het vorenstaande geldt in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden eveneens voor zeelieden-vluchtelingen die houder zijn van een reisdocument voor vluchtelingen (zie bijlage 3, onder F, Voorschrift Vreemdelingen). + + + Voor houders van elders afgegeven reisdocumenten voor vluchtelingen die niet vallen onder genoemde regelingen, gelden in beginsel geen afwijkingen van de normale voorwaarden voor binnenkomst en verblijf. Deze vreemdelingen kunnen echter in geen geval naar hun land van herkomst worden verwijderd. + + + Een uitzondering is mogelijk ten aanzien van de geldigheid van het reisdocument, op grond van artikel 4 van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen. + + + Voor de toegang van in Nederland toegelaten vluchtelingen zij verwezen naar 6.4.2. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 6.5.2. Uitgenodigde vluchtelingen + +Het betreft vluchtelingen die door de Nederlandse regering als zodanig worden erkend en op verzoek van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties naar Nederland worden overgebracht. + Vluchtelingen die door de Nederlandse regering zijn uitgenodigd, zullen zich individueel of in groepsverband melden aan de grens (meestal de luchthaven Schiphol). Zij zullen in de regel in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding, afgegeven door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land waar zij vandaan komen. + + + Hun komst wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van te voren aangekondigd aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, opdat hun onmiddellijk toegang kan worden verleend. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt de betrokkenen bij aankomst op en begeleidt hen naar aanmeldcentrum Schiphol alwaar zij in de gelegenheid worden gesteld om een aanvraag asiel in te dienen. Zie C5/26 voor de procedure met betrekking tot uitgenodigde vluchtelingen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +#### 6.6. Houders van vreemdelingenpaspoorten; staatlozen + +##### 6.6.1. Inleiding + +a. vreemdelingen aan wie lang verblijf in Nederland is toegestaan (zie 6.4.2); +b. vreemdelingen aan wie (nog) geen lang verblijf in Nederland is toegestaan (zie hierna onder 6.6.2). + +##### 6.6.2. Houders van vreemdelingenpaspoorten aan wie (nog) geen lang verblijf in Nederland is toegestaan + +Toegang tot het Schengen-gebied wordt slechts aan houders van vreemdelingenpaspoorten verleend, indien uit het vreemdelingenpaspoort of een ander document blijkt dat de wedertoelating van de vreemdeling tot het land van afgifte is gewaarborgd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.6.3. Gedragslijn bij ontbreken van een geldig reisdocument + +Aan personen die beweren staatloos te zijn en die niet in het bezit zijn van een paspoort voor vreemdelingen wordt toegang geweigerd. Houders van vreemdelingenpaspoorten die niet beschikken over de vereiste visa wordt in beginsel eveneens de toegang geweigerd. + + + In bijzondere gevallen en onder bepaalde voorwaarden kunnen echter aan de grens visumfaciliteiten worden verleend (zie verder A2/7.10.6). Verlening van visumfaciliteiten aan de grens aan een houder van een vreemdelingenpaspoort kan alleen na machtiging van de IND (Visadienst kort verblijf). + + + Houders van vreemdelingenpaspoorten van wie blijkt of ten aanzien van wie het vermoeden rijst dat zij lang verblijf beogen en die niet beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, wordt de toegang geweigerd. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +#### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen + +##### 6.7.1. Inleiding + +In dit hoofdstuk wordt besproken onder welke voorwaarden jeugdige vreemdelingen aan wie (nog) geen lang verblijf in Nederland is toegestaan, ter adoptie dan wel als pleegkind Nederland mogen binnenkomen (adoptie- c.q. pleegkinderen, zie nader B3). + + + Onderscheid wordt gemaakt tussen adoptiekinderen en pleegkinderen. Adoptiekinderen zijn kinderen die op zeer jeugdige leeftijd, in de regel jonger dan zes jaar, ter adoptie naar Nederland komen. De aspirant-adoptiefouders moeten voor opneming van deze kinderen onder andere in het bezit zijn van een zogenaamde beginseltoestemming van de Minister van Justitie. + Pleegkinderen zijn diegenen die niet voor adoptie maar om andere redenen in hun belang naar Nederland komen om te worden opgenomen in het gezin van naaste familieleden. + + + Zie voor de toegang van adoptie(f)- dan wel pleegkinderen die reeds voor lang verblijf in Nederland zijn toegelaten 6.4.2. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.7.2. Toegang + +###### 6.7.2.1. Algemeen + +Voor binnenkomst met het oog op verblijf ter adoptie- dan wel als pleegkind is onder meer het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding vereist. Dit is in beginsel een geldig paspoort, indien vereist, voorzien van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.7.2.2. Houders van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf + +Toegang wordt verleend aan jeugdige vreemdelingen aan wie ter adoptie- dan wel als pleegkind een machtiging tot voorlopig verblijf is afgegeven. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.7.2.3. Anderen + +a. wanneer het betreft een adoptiekind voor wiens opneming een geldige beginseltoestemming wordt overgelegd; +b. wanneer klemmende redenen van humanitaire aard daartoe aanleiding geven. + +#### 6.8. Minderjarigen + +##### 6.8.1. Inleiding + +– minderjarigen die reizen onder begeleiding (zie onder 6.8.2.1); +– alleenreizende minderjarigen (zie onder 6.8.2.2); +– minderjarigen die reizen in groepsverband (zie 6.9). + +##### 6.8.2. Bijzonderheden in verband met toegang en grenscontrole + +###### 6.8.2.1. Minderjarigen die reizen onder begeleiding + +a. zij reizen in gezelschap van een ouder, grootouder of voogd (Belgische, Luxemburgse en Franse kinderen mogen echter voor een kort verblijf ook binnenkomen in gezelschap van een andere persoon); +b. zij bezitten dezelfde nationaliteit als hun begeleider; en +c. zij staan bijgeschreven in het document voor grensoverschrijding van hun begeleider dat (voor zover vereist) voorzien is van een geldig visum of een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. + +###### 6.8.2.2. Alleenreizende minderjarigen + +Bijzondere aandacht moet worden besteed aan minderjarigen die alleen reizen. + De grensbewakingsambtenaar dient zich er zoveel mogelijk van te vergewissen dat de uitreis niet geschiedt tegen de wil van personen die het ouderlijk gezag over hen uitoefenen. Indien de toegang tot Nederland aan de alleenreizende minderjarige wordt geweigerd, dient de grensbewakingsambtenaar zich er zoveel mogelijk van te vergewissen dat de minderjarige wordt teruggebracht naar een derde land waar zijn of haar toelating is gewaarborgd. + + + Alleenreizende minderjarigen moeten voldoen aan de normale vereisten voor binnenkomst en verblijf (zie paragraaf 4). + + + Het kan voorkomen dat voor Nederland visumplichtige minderjarigen zich aan de grens melden voor binnenkomst en doorreis naar een Schengen-land waarvoor betrokkene niet visumplichtig is. + + + In dergelijke gevallen dient een doorreisvisum te worden verleend, voor zover andere belangen, zoals het beginsel van gezinshereniging of het verrichten van arbeid, zich niet daartegen verzetten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.9. Personen die reizen op collectieve reisdocumenten en lijsten + +##### 6.9.1. Inleiding + +Voorwaarde voor binnenkomst is onder meer dat de vreemdeling voldoet aan de vereisten ten aanzien van het bezit van een document voor grensoverschrijding (zie 4.1.2). In dit hoofdstuk wordt besproken welke bijzondere regels in Schengen-verband gelden voor vreemdelingen die reizen op een collectief document voor grensoverschrijding. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +###### 6.9.1.1. Algemeen + +Vreemdelingen die in groepsverband reizen op een geldig collectief document voor grensoverschrijding behoeven voor binnenkomst en verblijf niet over een individueel document voor grensoverschrijding te beschikken. + + + Collectieve lijsten die zijn gewaarmerkt door de bevoegde autoriteiten kunnen eveneens als collectief paspoort worden aangemerkt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.9.1.2. Soorten collectieve paspoorten die worden erkend als geldig document voor grensoverschrijding + +Aan vreemdelingen die reizen op een geldig collectief paspoort of een geldige collectieve lijst kan toegang worden verleend voor een verblijf van ten hoogste drie maanden of voor doorreis, mits: + +a. op het collectieve paspoort of de lijst de naam, voornamen, geboortedatum en –plaats en de woonplaats van tenminste vijf en ten hoogste vijftig deelnemers aan de reis staan vermeld; +b. indien het een collectieve lijst betreft, de lijst is gewaarmerkt door de bevoegde autoriteiten van het land wiens nationaliteit de deelnemers bezitten; +c. op het collectieve paspoort of de lijst een door de bevoegde buitenlandse autoriteit verstrekte informatie of gewaarmerkte verklaring voorkomt waaruit blijkt dat alle daarop vermelde personen de nationaliteit bezitten van het land door wiens autoriteit het document is afgegeven of gewaarmerkt; +d. in het geval de deelnemers aan de reis visumplichtig zijn, het collectieve paspoort of lijst tevens is voorzien van een geldig visum (zie voor collectieve visa 7.2.4); +e. zich bij het reisgezelschap een reisleider bevindt die het collectieve paspoort of de lijst onder zijn berusting heeft en die in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding; +f. alle deelnemers aan de reis beschikken over een individueel identiteitsbewijs voorzien van een foto; en +g. de deelnemers aan de reis voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang. + +Aan personen beneden de leeftijd van eenentwintig jaar worden ingevolge de Europese overeenkomst van 16 december 1961 door de volgende lidstaten collectieve paspoorten voor jeugdige personen afgegeven: België, Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Portugal, Turkije, IJsland en Zweden. + +a. op het collectieve paspoort of de lijst de naam, voornamen, geboortedatum en –plaats, en de woonplaats van ten minste vijf en ten hoogste vijftig deelnemers aan de reis vermeld staan; +b. uit een door de bevoegde buitenlandse autoriteit op het collectieve paspoort of de lijst gestelde of door deze gewaarmerkte verklaring blijkt dat de deelnemers aan de reis de nationaliteit bezitten van het land door wiens autoriteit het paspoort of de lijst is afgegeven; +c. zich bij het reisgezelschap een reisleider bevindt die het collectieve paspoort of de lijst onder zijn berusting heeft en die in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.; +d. de deelnemers aan de reis zo nodig in staat zijn hun identiteit op enigerlei wijze te bewijzen; en +e. de deelnemers aan de reis voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang. + +Ingevolge het Besluit van de Raad van de Europese Unie van 30 november 1994 ter vereenvoudiging van het reizen voor scholieren uit derde landen die in een lidstaat verblijven, is de reizigerslijst voor schoolreizen binnen de Europese Unie allereerst een visumvervangend document. Daarom hoeven visumplichtige vreemdelingen die staan vermeld op een reizigerslijst en in het bezit zijn van een individueel geldig document voor grensoverschrijding, niet tevens in het bezit te zijn van een afzonderlijk visum. Daarbij dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: + +a. de scholieren nemen in het kader van een schoolexcursie deel aan een groepsreis van leerlingen van een school voor algemeen vormend onderwijs; +b. de groep wordt begeleid door een leerkracht van de betreffende school; +c. door middel van het formulier kunnen de begeleide scholieren worden geïdentificeerd; +d. het doel en de omstandigheden van het verblijf of de doorreis die tot het programma van de excursie behoren, zijn vermeld; +e. het document is bij afgifte gewaarmerkt door zowel het hoofd van de school, als de bevoegde autoriteit; en +f. de deelnemers aan de reis voldoen aan alle overige voorwaarden voor toegang. + +a. de lijst is voorzien van een foto van de leerlingen die niet in het bezit zijn van een individueel geldig document voor grensoverschrijding; en +b. de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de Europese Unie heeft de verblijfsstatus van de scholieren en hun recht om opnieuw tot het grondgebied te worden toegelaten bevestigd en heeft ervoor gezorgd dat de lijst dienovereenkomstig is gewaarmerkt. + +###### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst + +De groepsleider, of begeleidende leerkracht in het geval van schoolreizen, dient altijd te beschikken over een individueel geldig document voor grensoverschrijding, en aan het geheel van voorwaarden voor toegang te voldoen. De reisleider of leerkracht houdt het collectief document onder zich, is verantwoordelijk voor het vervullen van de grensformaliteiten en draagt er zorg voor dat de deelnemers van het gezelschap gedurende het verblijf bij elkaar blijven. Voorts informeert de reisleider terstond de bevoegde autoriteiten omtrent het niet kunnen of willen voortzetten van de groepsreis door een van de deelnemers. + +Bij inreis van gezelschappen die reizen op een collectief paspoort of lijst dient te worden gecontroleerd of alle personen die op het document voorkomen, daadwerkelijk deel uitmaken van het gezelschap. Indien een persoon zich niet (meer) bij het gezelschap bevindt of om enigerlei reden de toegang is geweigerd, wordt diens naam op het collectieve paspoort of lijst doorgehaald. Deze doorhaling wordt gedateerd en voorzien van een paraaf. + +Naast de gebruikelijke controlehandelingen, wordt bij uitreis van personen die reizen op een collectief paspoort of collectieve lijst eveneens gecontroleerd of de in het document voorkomende personen nog deel uitmaken van het gezelschap. Indien een of meerdere personen niet meer bij het gezelschap zijn, moet de reden daarvan bij de reisleider worden nagegaan. Zonodig worden de bevoegde autoriteiten van het Schengenland waar de ontbrekende persoon is achtergebleven hiervan in kennis gesteld. Op grond van het ontbreken van een van de deelnemers kan de uitreis van de overige deelnemers niet worden belet. + +#### 6.10. Zeelieden + +##### 6.10.1. Passagierende zeelieden + +###### 6.10.1.1. Passagieren in de havenplaats of aangrenzende gemeenten + +Artikel + 2.8 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling die als gezagvoerder of als lid van de bemanning met een zeeschip Nederland is binnengevaren, kan toegang worden verleend. Toegang wordt slechts verleend, indien de gezagvoerder of het lid van de bemanning voldoet aan de verplichtingen die in het belang van de grensbewaking zijn gesteld. + + + 2 + Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling slechts toegang verleend tot de gemeente waarin het schip ligplaats heeft en de aangrenzende gemeenten. + + + 3 + De toegang wordt niet geweigerd op grond van artikel 3, eerste lid, onder c, van de Wet. + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.10.1.2. Algemeen + +– voorkomen op de bemanningslijst (en als zodanig eveneens op de monsterrol) waarvan de gezagvoerder één exemplaar heeft afgegeven aan het hoofd van de betreffende doorlaatpost en één exemplaar in zijn bezit heeft (zie 2.2.4); +– geen gevaar opleveren voor de openbare orde of de nationale veiligheid (zie 4.2). + +###### 6.10.1.3. Toegang tot andere gemeenten + +– de betreffende zeeman moet deel uit blijven maken van de bemanning van het schip waarop hij het Schengen-gebied is binnen gekomen; +– de betrokken rederij of agent moet zich garant stellen door ondertekening van een verklaring overeenkomstig model M16 of M17. + +###### 6.10.1.4. Zeelieden die niet of niet langer mogen passagieren + +– wanneer de zeeman staat gesignaleerd als ongewenst vreemdeling (ovr) of als ongewenst verklaarde vreemdeling op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet (ongew.); of +– wanneer de vreemdeling is achtergebleven na vertrek van het schip, dan wel is afgemonsterd, zonder te voldoen aan de normale voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland. + +##### 6.10.2. Transiterende, visumplichtige zeelieden + +In Schengen-verband is een separate regeling voor transiterende, visumplichtige zeelieden vastgesteld, teneinde het oponthoud aan de buitengrenzen voor de betreffende vreemdelingen tot een minimum te beperken. De regeling voorziet in informatieuitwisseling tussen de autoriteiten belast met de grensbewaking van de verschillende Schengen-staten. Deze vindt plaats door gebruikmaking van het gestandaardiseerde Schengen-formulier “Transiterende Visumplichtige Zeelieden”. + + + De informatieuitwisseling is erop gericht om zo spoedig mogelijk – doch in ieder geval vóór aankomst van de zeeman – de grensbewakingsautoriteiten van de Schengen-grensdoorlaatpost waarlangs de betrokken zeeman het Schengen-gebied wenst in te reizen, alle relevante gegevens met betrekking tot die zeeman ter hand te stellen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 6.10.2.1. Uitwerking regeling + +Voor de visumverlening bij inreis van Schengen-gebied aan transiterende visumplichtige zeelieden worden de volgende categorieën onderscheiden: + +1. aanmonsterende zeelieden; +2. afmonsterende zeelieden; +3. overmonsterende zeelieden. + +De regeling is niet van toepassing op zeelieden ten aanzien van wie de consultatieplicht geldt. + +Het uiteindelijk af te geven visum kan enkel een Schengen-doorreisvisum zijn, met een maximale geldigheidsduur van vijf dagen. + +ad 1. a. (*voorbeeld:* het schip ligt of wordt verwacht in Lissabon; inreis in Schengen en visumverlening vindt plaats te Schiphol) + +Indien de aanmonstering is voorzien op een schip in een niet-Nederlandse Schengen-haven, starten de grensbewakingsautoriteiten in die haven de communicatie. Zij geven aan de Nederlandse grensbewakingsautoriteiten van de grensdoorlaatpost via welke de betrokken zeelieden het Schengen-gebied willen inreizen het volgende aan: + +– waar het desbetreffende schip ligt of wordt verwacht; +– dat de door hen – van de rederij of scheepsagent – verkregen informatie met betrekking tot de aanmonstering geverifieerd en correct bevonden is. + +De communicatie vindt plaats door middel van een gestandaardiseerd faxformulier (zie model M23). + +Voor zover de vreemdeling aan de overige voorwaarden voor binnenkomst in Nederland/het Schengen-gebied voldoet, dient vervolgens de Nederlandse grensbewakingsambtenaar van de grensdoorlaatpost via welke het Schengen-gebied wordt ingereisd tot visumverlening over te gaan. + +b. (*voorbeeld:* het schip ligt of wordt verwacht in Rotterdam; inreis in Schengengebied- en visumverlening vindt plaats te Frankfurt) + +Indien de aanmonstering is voorzien in één van de Nederlandse havens zal de rederij of de scheepsagent de Nederlandse grensbewakingsautoriteiten in de desbetreffende haven hiervan op de hoogte stellen. Dit, onder overlegging van de gegevens van de zeelieden die het betreft. + +De Nederlandse grensbewakingsambtenaar in deze haven verifieert deze informatie en gaat na of er door de rederij of scheepsagent een garantverklaring is getekend. Vervolgens stelt de Nederlandse grensbewakingsambtenaar de grensbewakingsautoriteiten van de grensdoorlaatpost via welke de zeelieden het Schengen-gebied inreizen door middel van het ingevulde, gestandaardiseerde faxformulier (zie model M23) van de resultaten op de hoogte. + +ad 2. (*voorbeeld*: het schip ligt of wordt verwacht in Rotterdam; verificatie en visumverlening vindt plaats te Rotterdam) + +Indien sprake is van afmonstering, verschaft de rederij of de scheepsagent de grensbewakingsautoriteiten van de Schengen-haven waar het desbetreffende schip binnenloopt alle relevante informatie met betrekking tot de afmonsterende zeelieden. + +De grensbewakingsautoriteiten verifiëren deze informatie. Nadat bovendien door de rederij of de scheepsagent een garantverklaring is getekend en gebleken is dat de vreemdeling aan de overige voorwaarden voor binnenkomst in Nederland/het Schengen-gebied voldoet, kunnen de grensbewakingsautoriteiten tot visumverlening overgaan. + +In dit geval is communicatie tussen Schengen-havens en dus ook het gebruik van het standaard faxbericht niet noodzakelijk. + +ad 3. a. (*voorbeeld:* afmonstering te Lissabon; aanmonstering te Rotterdam) + +Indien overmonstering is voorzien vanuit een niet-Nederlandse Schengen-haven naar een schip dat ligt of wordt verwacht in een Nederlandse haven zullen de grensbewakingsautoriteiten van de haven waar de zeelieden afmonsteren (telefonisch of per fax) contact opnemen met de grensbewakingsautoriteiten van de Nederlandse haven. Dit, ter controle of het schip waarop aangemonsterd gaat worden daadwerkelijk in de betreffende Nederlandse haven ligt of wordt verwacht. + +In dit geval is het gebruik van het gestandaardiseerde faxbericht niet voorzien. + +b. (*voorbeeld:* afmonstering te Rotterdam; aanmonstering te Lissabon) + +Indien overmonstering is voorzien vanuit een Nederlandse haven naar een andere Schengen-haven, verschaft de rederij of de scheepsagent de Nederlandse grensbewakingsautoriteiten in die haven alle relevante informatie met betrekking tot de afmonsterende zeelieden. + +De Nederlandse grensbewakingsambtenaar verifieert deze informatie, en gaat via de grensbewakingsautoriteiten in de betrokken Schengen-haven na of het schip in die haven ligt of wordt verwacht. + +Nadat bovendien door de rederij of de scheepsagent een garantverklaring is getekend, en gebleken is dat de vreemdeling aan de overige voorwaarden voor binnenkomst in Nederland/het Schengen-gebied voldoet, kan de grensbewakingsambtenaar tot visumverlening overgaan. + +In dit geval is het gebruik van het gestandaardiseerde faxbericht niet voorzien. + +###### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier + +– 7A. Datum van aankomst van het schip in de haven waar de zeeman dient aan te monsteren; +– 7B. Laatste herkomsthaven van het schip; +– 8A. Datum van vertrek van het schip; +– 8B. Bestemming van het schip (eerstvolgende haven); +– 7A en 8A. Deze gegevens vormen een indicatie van tijdspanne waarin de zeeman kan reizen om zijn schip te bereiken. Vaarschema’s kunnen echter onderhevig zijn aan vertragende, externe factoren. +– 9. De eindbestemming is het uiteindelijke reisdoel van de zeeman. Dit is ofwel de haven waar hij gaat aanmonsteren, ofwel het land waar hij naartoe gaat in geval van afmonstering; +– 10. Reden van de aanvraag: + +Bij aanmonstering: de eindbestemming is de haven waar de zeeman aanmonstert. Bij overmonstering naar een ander schip gelegen in een andere Schengen-haven, is dit eveneens de haven waar de zeeman aan boord gaat. Een overmonstering naar een nader schip gelegen buiten het Schengen-gebied is te beschouwen als een afmonstering. Bij afmonstering kan dit om diverse redenen zijn, bijvoorbeeld einde contract, arbeidsongeval, dwingende familieredenen en dergelijke; +– 11. Opgave van de wijze waarmee de transiterende visumplichtige zeeman zich zal verplaatsen in het Schengen-gebied om naar zijn eindbestemming te reizen; +– 12. Datum. + +Deze is vooral van toepassing voor zeelieden die in de eerste Schengen-grensdoorlaatpost het Schengen-gebied willen inreizen. + +Dit is de datum waarop de zeeman ontscheept in een Schengen-haven en gaat naar een andere Schengen-haven. + +Dit is de datum waarop de zeeman ontscheept in een Schengen-haven om op een ander schip aan te monsteren in een niet-Schengen-haven, dan wel de datum waarop de zeeman ontscheept in een Schengen-haven om zich naar huis (i.c. buiten het Schengen-gebied) te begeven. + +###### 6.10.2.3. Groepen + +Indien de zeelieden in een groep reizen, dient de grensbewakingsambtenaar van iedere zeeman de gegevens als bedoeld onder de punten 1A t/m 4C op een gezamenlijke lijst op te nemen, en als bijlage bij het gestandaardiseerde faxformulier te voegen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.10.3. Zieke zeelieden + +Aan visumplichtige zeelieden, die na aankomst in Nederland onmiddellijk in een ziekenhuis moeten worden opgenomen en niet in het bezit zijn van het vereiste visum, kan door het hoofd van de doorlaatpost, ongeacht hun nationaliteit, zonder voorafgaande machtiging, een visum dan wel een visumverklaring indien niet wordt beschikt over een document van grensoverschrijding, voor ten hoogste vijftien dagen worden verstrekt (zie 7.10), waarvan de geldigheid is beperkt tot Nederland. + + + Niet-visumplichtige zieke zeelieden, die niet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding, kunnen zonder voorafgaande machtiging in het bezit worden gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, mits hun identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond. + + + In alle gevallen waarin een zieke zeeman op de hiervoor bedoelde wijze tot Nederland wordt toegelaten, dient de korpschef van de politieregio waaronder de gemeente ressorteert waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk te worden geïnformeerd. Indien de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren, onder meer zoals opgenomen in de bijlage als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder d, van het Vreemdelingenbesluit, is hetgeen bepaald in A2/4.2 en A2/5.2.1 van toepassing. + +20039923-05-200309-05-2003HKUIT03-2238(AUB)20039923-05-200309-05-2003HKUIT03-2238(AUB)25-05-2003 + +##### 6.10.4. Werkzoekende zeelieden + +Zeelieden die werk willen zoeken aan boord van een in één van de Schengenhavens liggend schip, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moeten aan alle voorwaarden voor toegang voldoen. + + + Voor wat betreft het vereiste van een geldig grensoverschrijdingsdocument geldt dat voor werkzoekende zeelieden het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort kan treden. + + + Indien in het geldig document van grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt, kan aan werkzoekende zeelieden aan de grens een reisvisum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen worden afgegeven, mits aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan. Indien nodig kan na ommekomst van de vijftien dagentermijn een wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van het reisvisum bij de korpschef worden gevraagd. (zie 7.7.). + + + Deze werkzoekende zeelieden moeten bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat zij daadwerkelijk het beroep van zeeman uitoefenen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.11. Verkeer van en naar booreilanden + +##### 6.11.1. Algemeen + +Vreemdelingen die zich via Nederland naar een boorinstallatie op Nederlands deel van het continentaal plat willen begeven of die komende van een boorinstallatie Nederland willen inreizen moeten voldoen aan alle normale voorwaarden voor binnenkomst en verblijf. Het verkeer van en naar een boorinstallatie moet steeds plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De normale in- en uitreisformaliteiten worden steeds vervuld. + + + Wel zijn er ten aanzien van werknemers van boorplatformen en werknemers van ondersteunende bedrijven (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’) enige bijzonderheden, die hieronder worden aangegeven. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.11.2. Binnenkomst met bestemming boorinstallatie + +Controle op bestaansmiddelen blijft achterwege indien de vreemdeling kan aantonen dat hij op een boorinstallatie is tewerkgesteld. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 6.11.3. Vertrek naar een boorinstallatie + +– een arbeidscontract met een off-shore-bedrijf, gevestigd in Nederland, dan wel met een vertegenwoordiger in Nederland; +– een geldig document voor grensoverschrijding, niet-zijnde een zeemansboekje, waaruit ook moet blijken dat betrokkene op het moment waarop hij de aanvraag doet voor een langdurig visum nog legaal verblijf heeft in Nederland; +– een door het off-shore-bedrijf getekende garantverklaring conform model M16 of M17. + +##### 6.11.4. Terugkeer van een boorinstallatie; walverlof + +Wanneer niet blijkt dat hij zich op regelmatige wijze via Nederland naar de boorinstallatie heeft begeven, bijvoorbeeld door het ontbreken van de relevante in- en uitreisstempels in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, moet contact worden opgenomen met de IND. + Voor werknemers op boorinstallaties geldt een werktijdenregeling die voorziet in veertien dagen werk en veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit walverlof gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland. + + + Een goede en nauwe samenwerking tussen de betrokken dienst belast met de grensbewaking en het betrokken regionale politiekorps is van groot belang voor het ten aanzien van deze vreemdelingen uit te oefenen toezicht. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 6.11.5. Vreemdelingen die werkzaam zijn in de off-shore-sector, anders dan op booreilanden + +Het bovenstaande kan ook toegepast worden indien de betrokken vreemdeling niet werkzaam is op een boorplatform maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor booreilanden (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.12. Faciliteiten voor bemanningsleden van vliegtuigen + +##### 6.12.1. Inleiding + +Bemanningsleden van vliegtuigen mogen, op grond van de Annex 9 van het Verdrag van Chicago van 7 december 1944, onder bepaalde voorwaarden de luchthaven verlaten en Nederland c.q. het Schengen-gebied binnenkomen zonder dat zij over de daarvoor normaal vereiste documenten voor grensoverschrijding behoeven te beschikken (zie 6.12.2). + + + Afgezien van deze faciliteiten gelden voor bemanningsleden van vliegtuigen de normale voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in de Schengen-landen. + + + Zie voor deze categorie vreemdelingen tevens bijlage 3, onder J, Voorschrift Vreemdelingen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 6.12.2. Algemene regeling op grond van de Annex 9 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Verdrag van Chicago, 1944) + +– de luchthaven waar het vliegtuig een tussenlanding heeft gemaakt, niet verlaten; +– de luchthaven waar het vliegtuig zijn vlucht heeft beëindigd, niet verlaten; +– de in de nabijheid van de luchthaven gelegen stad niet verlaten; +– de luchthaven slechts verlaten om zich naar een op het grondgebied van een Schengen-land gelegen luchthaven te begeven. + +##### 6.12.3. Overige bemanningsleden + +Voor bemanningsleden van vliegtuigen in gebruik bij luchtvaartmaatschappijen van landen die niet zijn aangesloten bij het Verdrag van Chicago gelden de normale voorwaarden voor binnenkomst van vreemdelingen (zie paragraaf 4). + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +#### 6.13. Toegang voor transitpassagiers van vliegtuigen + +Artikel + 2.4 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling, die als passagier van een vliegtuig een vliegveld aandoet en in wiens geldig document voor grensoverschrijding het voor binnenkomst in het Beneluxgebied vereiste reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang tot het Beneluxgebied worden verleend. + + + 2 + Toegang wordt slechts verleend, indien: + + + a. + de onderbreking plaats vindt wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden; + + + b. + hij van één van de in het derde lid van dit artikel bedoelde vliegvelden zal vertrekken; + + + c. + hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en reisbiljetten op grond waarvan zijn doorreis naar en zijn toegang tot het land van bestemming vaststaat, en + + + d. + hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, van de Wet. + + + + + 3 + De toegang wordt slechts verleend, indien de vreemdeling een bij ministeriële regeling aangewezen vliegveld in Nederland aandoet, dan wel een daartoe aangewezen vliegveld in België of Luxemburg. + + + 4 + De toegang wordt verleend voor de duur waarop de doorreis per eerstvolgende gelegenheid kan worden voortgezet. + + + 5 + Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening, dan wel verstrekt hij aan de vreemdeling een afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang blijkt. + + + 6 + Het model van de aantekening en verklaring, bedoeld in het vijfde lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. + + + +200423029-11-200422-11-2004200423029-11-200422-11-200401-12-2004 + +##### 6.13.1. Inleiding + +Aan visumplichtige transitpassagiers van vliegtuigen die in het bezit zijn van een voor het Beneluxgebied geldig paspoort doch niet van het vereiste visum en die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten, kan onder voorwaarden toegang tot het Beneluxgebied worden verleend. Zie voor transitpassagiers van vliegtuigen tevens de Benelux Verzameling Voorschriften Deel IV, onder J. + +200423029-11-200422-11-2004200423029-11-200422-11-200401-12-2004 + +##### 6.13.2. Transitpassagiers van vliegtuigen + +a. de onderbreking plaats vindt wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden (bijvoorbeeld ongunstige weersomstandigheden, technische storingen enz.) +b. hij van één van de daartoe aangewezen luchthavens zal vertrekken +c. hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en reisbiljetten op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat, en +d. hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d Vreemdelingenwet + +##### 6.13.3. Aantekening in het reisdocument of afzonderlijke verklaring + +Als blijk van de verleende toegang aan de transitpassagier, wordt in het reisdocument van de transitpassagier een aantekening gesteld. De tekst van deze aantekening luidt: + “Toegang tot het Beneluxgebied verleend van … geldig tot …, (vermelding relevante artikel en lid, inreisstempel, handtekening van de ambtenaar die toegang verleent”. + + + In plaats van het stellen van een aantekening kan, in het geval van toegang verlening aan de transitpassagier van een vliegtuig, een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling worden verstrekt (zie model M21). + + + De territoriale geldigheid van de toegang wordt beperkt, wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. + + + In dat geval wordt bij de aantekening aangegeven voor welk(e) Beneluxland(en) deze geldig is. + +200423029-11-200422-11-2004200423029-11-200422-11-200401-12-2004 + +##### 6.13.4. Administratie + +– naam, voornamen, geboortedatum en -plaats, nationaliteit en woonplaats van de vreemdeling; +– de aard en het nummer van diens document voor grensoverschrijding; +– de datum waarop de toestemming is verleend en het tijdstip waarop deze verloopt; +– de datum van vertrek. + +##### 6.13.5. Achtergebleven transitpassagiers + +Indien de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken moet hiervan onmiddellijk kennis worden gegeven aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + +200423029-11-200422-11-2004200423029-11-200422-11-200401-12-2004 + +### 7. Visa en visumafgifte aan de grens + +#### 7.1. Het visumvereiste + +– hetzij een geldig doorreisvisum indien doorreis door het Schengen-gebied of Nederland wordt beoogd, met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen; +– hetzij een geldig reisvisum, indien kort verblijf in het Schengen-gebied of in Nederland wordt beoogd. + +Op de visumplicht bestaan uitzonderingen, meestal krachtens een overeenkomst tot afschaffing van de visumplicht van de Benelux- of Schengen-landen met derde landen. Vrijgesteld zijn: + +– onderdanen van landen opgesomd in bijlage 2 Voorschrift Vreemdelingen (zij behoeven voor kort verblijf en doorreis geen visum, echter in de regel voor lang verblijf wel een machtiging tot voorlopig verblijf); +– vreemdelingen die zijn vrijgesteld van het vereiste in het bezit te zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf; +– vreemdelingen die houder zijn van een geldige, door een Schengen-land afgegeven verblijfstitel; +– houders van een reisdocument voor vluchtelingen die over een door een Schengen-land afgegeven verblijfstitel beschikken; +– houders van een reisdocument voor vluchtelingen die rechtmatig verblijven in een van de landen als bedoeld in bijlage 3, onder F, sub 1, Voorschrift Vreemdelingen; dit geldt niet voor binnenkomst in Frankrijk en Griekenland; +– houders van een reisdocument voor staatlozen die tevens beschikken over een door een Schengen-land afgegeven verblijfstitel; dit geldt niet voor binnenkomst in Portugal; +– houders van Crew Member Certificates, mits zij voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in 6.12.2. + +#### 7.2. Soorten van visa + +##### 7.2.1. Het eenvormig Schengen-visum voor kort verblijf + +– visumnummer; +– paspoortnummer en/of naam van de houder van het visum; +– aantal binnenkomsten/doorreizen; +– verblijfsduur en geldigheidsduur; +– visumafgevende post en land waardoor het visum wordt afgegeven. + +##### 7.2.2. Visa met territoriaal beperkte geldigheid + +a. humanitaire overwegingen, redenen van nationaal belang dan wel internationale verplichtingen het betreffende Schengen-land hebben doen besluiten een vreemdeling dit visum te verstrekken, ondanks het feit dat betrokkene niet voldoet aan alle voorwaarden voor binnenkomst in het Schengen-gebied; +b. een Schengen-land een vreemdeling, na het verstrijken van de geldigheidsduur van diens Schengen-visum binnen een tijdsbestek van zes maanden, om dringende redenen een ander visum heeft willen verstrekken voor een verblijf binnen diezelfde periode van zes maanden; +c. de diplomatieke of consulaire post uit spoedeisende overwegingen (humanitaire overwegingen, nationaal belang of internationale verplichtingen) niet tot raadpleging van de centrale autoriteiten over is gegaan of indien daartegen bepaalde bezwaren werden gemaakt; +d. het document voor grensoverschrijding voor slechts één of meer Schengen-landen geldig is. + +##### 7.2.3. Visumverklaringen + +– collectief reizende vreemdelingen die overigens in het bezit zijn van de vereiste individuele documenten voor grensoverschrijding (zie ook 7.2.4); +– vreemdelingen wier document voor grensoverschrijding door het betreffende Schengen-land niet als ‘geldig document voor grensoverschrijding’ is erkend; +– vreemdelingen die daartoe een verzoek doen. + +##### 7.2.4. Collectieve visa + +a. met gebruikmaking van een collectief document voor grensoverschrijding, in groepsverband reizen (zie 6.9); +b. een groep vormen van minimaal vijf en maximaal vijftig personen; +c. in het bezit zijn van de vereiste individuele documenten voor grensoverschrijding, maar waarvan kan worden vastgesteld dat zij gezamenlijk reizen en een gezamenlijk reisdoel hebben. Het visum wordt in dit geval gesteld op een losse verklaring. + +Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van schoolreizen binnen de Europese Unie een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven (Besluit van de Raad van de Europese Unie, 30 november 1994). Met de reizigerslijst kunnen scholieren uit derde landen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning in de eerste plaats visumvrij reizen tussen de lidstaten. Daarnaast hebben de lidstaten van de Europese Unie de lijst tevens erkend als geldig document voor grensoverschrijding. + +De scholieren komen voor deze faciliteit in aanmerking, indien: + +a. zij in het kader van een schoolexcursie deelnemen aan een groepsreis van leerlingen van een school voor algemeen vormend onderwijs (basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs); +b. zij deel uitmaken van een groep die begeleid wordt door een leerkracht van de desbetreffende school; +c. de leerlingenlijst volledig is ingevuld en gewaarmerkt door het schoolhoofd en is voorzien van recente foto’s van de op de lijst vermelde scholieren voor zover deze niet in het bezit zijn van een identiteitsbewijs met foto; en +d. zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning. + +Voor de afgifte van de reizigerslijst dient gebruikt te worden gemaakt van model M79 en deze wordt door het visaloket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afgegeven. Zie voor een omschrijving van de procedure paragraaf 7.4. + +##### 7.2.5. Visa met verplichting tot aanmelding + +– se présenter dans les 72 heures suivant l’entrée au service des étrangers à………… +– aanmelden binnen 72 uur na binnenkomst in …… bij de korpschef van de politieregio ……… +– to report within 72 hours after arrival in ……… to the aliens service at ……… + +##### 7.2.6. Visa voor terugkeer + +###### 7.2.6.1. Algemeen + +a. zij in Nederland zijn toegelaten voor een verblijf van langer dan drie maanden; +b. zij rechtmatig verblijven op grond van artikel 8 onder f, g of h Vreemdelingenwet. + +###### 7.2.6.2. Vreemdelingen die in Nederland zijn toegelaten voor langer dan drie maanden + +a. een paspoort, waarin een geldige verblijfsvergunning is aangetekend; of +b. een paspoort of ander erkend reisdocument en een afzonderlijk document als bedoeld in bijlage 7 Voorschrift Vreemdelingen; of +c. een paspoort en een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven legitimatiebewijs of een door dat ministerie gewaarmerkt identiteitsbewijs, verstrekt door een internationale organisatie (6.2). + +###### 7.2.6.3. Vreemdelingen die rechtmatig verblijven op grond van artikel 8 onder f, g of h Vreemdelingenwet + +1. er sprake is van een dringende reden (ernstige ziekte, overlijden enz. van bloed-/aanverwanten in de 1e en 2e graad) die geen uitstel van vertrek kan gedogen; +2. de vreemdeling zich gedurende zijn verblijf in Nederland heeft gehouden aan de maatregelen van toezicht in het kader van de vreemdelingenwetgeving; +3. de vreemdeling, om de reden voor vertrek uit en terugkeer naar Nederland aannemelijk te maken, alle daarvoor noodzakelijke gegevens heeft verstrekt en bescheiden heeft overgelegd aan de verzoekende instantie; +4. de vreemdeling zelfstandig beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument; +5. het Openbaar Ministerie geen bezwaar heeft tegen vertrek uit Nederland in verband met vervolging wegens strafbare feiten of tenuitvoerlegging van een vonnis; +6. de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, een bezwaar- of administratief beroepschrift, een beroep op de Rechtbank of een hoger beroep op de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State niet binnen de geldigheidsduur van het terugkeervisum wordt verwacht. + +###### 7.2.6.4. Kosten van het terugkeervisum + +a. vreemdelingen die in Nederland voor langer dan drie maanden zijn toegelaten en beschikken over een reisdocument als hiervoor bedoeld onder 7.2.6.2 op grond waarvan zij voor terugkeer naar Nederland geen visum behoeven; +b. vreemdelingen op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, op grond waarvan zij voor terugkeer naar Nederland geen visum behoeven; +c. vreemdelingen die zijn vrijgesteld van visumkosten (7.9.4). + +##### 7.2.7. Visa voor verblijf van langere duur + +###### 7.2.7.1. Algemeen + +Visa voor een verblijf van langere duur (type D) zijn visa die door diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen van ieder Schengen-land overeenkomstig de eigen wetgeving worden afgegeven en die de houder ervan het recht geven langer dan drie maanden te verblijven in het betreffende Schengen-land. + Een dergelijk visum geeft de houder bovendien het recht gedurende ten hoogste vijf dagen (te rekenen vanaf de datum van binnenkomst) over het grondgebied van de overige Schengen-landen te reizen, om zich te begeven naar het Schengen-land dat het visum heeft verleend. Voor een dergelijke doorreis dient de vreemdeling overigens te voldoen aan de normale voorwaarden voor binnenkomst als bedoeld in paragraaf 4, met uitzondering van het bestaansmiddelenvereiste. + In Nederland wordt hiertoe de Schengen-visumsticker in de vorm van een machtiging tot voorlopig verblijf gehanteerd. Dit geldt niet voor vreemdelingen die werkzaam zijn in de off-shore (zie ook 6.11). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 7.2.7.2. Machtiging tot voorlopig verblijf + +In beginsel wordt toegang geweigerd aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf in Nederland beoogt, indien de vereiste machtiging tot voorlopig verblijf ontbreekt. Met machtiging van de IND kan echter onder bepaalde voorwaarden toegang worden verleend, indien de vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt (zie 5.1.3), dan wel wanneer zich een wezenlijk Nederlands belang of klemmende reden van humanitaire aard tegen weigering van toegang verzet (5.2.3). + +###### 7.2.7.3. Machtiging tot voorlopig verblijf gecombineerd met visum kort verblijf (D+C-visum) + +De combinatie van de machtiging tot voorlopig verblijf en visum kort verblijf (het D+C visum) is ingesteld om tegemoet te komen aan de problemen die voor sommige vreemdelingen kunnen ontstaan door de periode die ligt tussen de aanvraag op basis van de machtiging tot voorlopig verblijf en de verstrekking van een verblijfstitel waarmee vrij gereisd kan worden in en buiten het Schengengebied en waarmee Nederland weer kan worden ingereisd. + + + De voorwaarden voor afgifte van het combinatievisum zijn de voorwaarden die gehanteerd worden voor de beoordeling van een aanvraag van het D-visum. Voor het C-deel vindt slechts de mogelijk vereiste elektronische consultatie van de Schengen-partners plaats **(overigens moet de aanvrager van het combinatievisum ervan op de hoogte worden gesteld dat een eventuele consultatieplicht kan leiden tot vertraging bij de afgifte)** en blijft voorlegging aan de Visadienst kort-verblijf achterwege, immers zonder mvv-machtiging geen afgifte van een combinatievisum. Zie hiervoor de paragrafen 7.2.1 en 7.2.7.2. + + + Voor het aanbrengen van het combinatievisum wordt gebruikgemaakt van de eenvormige Schengen-visumsticker waarbij in de rubriek **“type visum”** de code D + C is afgedrukt. In de rubriek **“geldig voor”** staat een code samengesteld uit het land dat het D-visum afgeeft, gevolgd door de vermelding **“SCHENGEN-STATEN”**. Ten slotte staat in de rubriek **“bijzonderheden”** de code **A – O**, of **A – A** (A = machtiging door nationale autoriteit, O= afgifte zelfstandig door vertegenwoordiging in het buitenland) **gevolgd door het visumnummer en eventuele nationale gegevens.** + + + ** Het C-deel van het combinatievisum is geldig voor een periode van maximaal 90 dagen vanaf de dag van afgifte en wordt veelal verstrekt als multi-entry visum.** + +200221913-11-200204-11-20025175706/02/IND200221913-11-200204-11-20025175706/02/IND15-11-2002 + +#### 7.3. Afgifte van visa + +Reisvisa, doorreis- en transitvisa worden in beginsel in het buitenland afgegeven door de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Schengen-landen. In uitzonderlijke gevallen kunnen zij aan de grens worden afgegeven door ambtenaren belast met de grensbewaking. + + + In een aantal gevallen is voor afgifte van visa voorafgaande machtiging vereist door de nationale dienst. In Nederland wordt deze machtiging ten aanzien van bepaalde categorieën vreemdelingen gegeven door de directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. + + + Voor andere categorieën vreemdelingen wordt de machtiging gegeven door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), afdeling Visadienst kort verblijf. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal, indien er twijfel rijst over de juistheid van documenten, informatie of anderszins én deze dienst geen bevoegdheid heeft om nader onderzoek uit te voeren, de korpschef vragen om nader onderzoek te doen. + + + In voorkomende gevallen kan een referent bij het visumloket verzoeken om een nog bij de Nederlandse Vertegenwoordiging in te dienen aanvraag tot het verlenen van een visum versneld te behandelen. Hiervan kan sprake zijn in geval van een overlijden of een spoedoperatie. Dit verzoek dient te alle tijden ter beoordeling aan de visadienst kort verblijf te worden voorgelegd. Het verdient aanbeveling om ook in deze gevallen eerst telefonisch een afspraak te maken. Zie voor een omschrijving van de procedure paragraaf 7.4. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +#### 7.4. Procedure rondom het wijzigen en verlengen van visa + +In verband met de administratieve voorbereiding van een verlenging of wijziging van een visum, wordt voor het indienen van een aanvraag tot het verlengen of wijzigen van een visum vooraf een afspraak gemaakt met de vreemdeling. + + + Een vreemdeling die zijn visum wenst te verlengen of wijzigen, kan dit daarom uitsluitend vooraf telefonisch melden via het landelijke telefoonnummer: 0900 - 1234561. Dit nummer is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur. + + + Reeds bij zijn telefonische melding wordt de vreemdeling geadviseerd over de kans van inwilliging van zijn verzoek. Vervolgens bepaalt een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de tijd en de locatie waar de aanvraag moet worden ingediend. Tevens wordt de betrokken vreemdeling op de hoogte gesteld welke documenten hij met zich mee moet brengen. Het afgesproken tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend moet binnen een redelijke termijn na de telefonische melding. De vraag wat een redelijke termijn is, hangt af van de bijzonderheden van het betreffende geval. De voorafgaande uiting van de wens het visum te verlengen of te wijzigen, houdt niet de formele indiening van de aanvraag in. + + + Indien een vreemdeling zich in Zwolle of Rijswijk aanmeldt met het verzoek tot verlenging of wijziging van zijn visum, zonder dat hiervoor volgens de hierboven beschreven procedure een afspraak is gemaakt, wordt hem deze procedure medegedeeld. + + + De vreemdeling dient zich conform de afspraak op het vooraf afgesproken tijdstip te melden bij het IND-kantoor te Zwolle of Rijswijk. Bij het visumloket wordt de procedure aan de vreemdeling uitgelegd en wordt het verzoek beoordeeld. Als de vreemdeling (nog) niet aan de voorwaarden voldoet of de benodigde documenten niet heeft overgelegd, wordt hem ontraden een aanvraag in te dienen. Indien de aanvrager onder deze omstandigheden er niettemin op staat een aanvraag in te dienen, moet het verzoek in ontvangst worden genomen. + + + Indien wél wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlenging of wijziging (zie paragraaf 7.6), moet de vreemdeling een schriftelijke aanvraag tot het verlengen of wijzigen van het visum indienen (model M5-A). Na betaling van de kosten die voor een wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een reisvisum in rekening worden gebracht (zie paragraaf 7.8.1), kan de Schengenvisumsticker in het paspoort van de vreemdeling worden geplaatst. + + + Een weigering van verlenging of wijziging van een visum mag niet mondeling plaatsvinden indien de medewerker van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) waarneemt dat deze weigering voor de vreemdeling onduidelijk is of dat de vreemdeling niet wenst te berusten in de weigering. In dat geval moet de behandelend ambtenaar de vreemdeling ervan op de hoogte stellen dat deze een schriftelijke aanvraag tot verlenging of wijziging van het visum kan indienen (model M5-A). Vervolgens wordt er een schriftelijke en gemotiveerde beschikking gegeven (model M5-C). De beschikking wordt niet ter plekke uitgereikt, maar wordt binnen een redelijke termijn nagezonden naar het opgegeven verblijfadres van de vreemdeling. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +#### 7.5. Geldigheidsduur van visa + +Artikel + 3.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 van de Wet is toegestaan in Nederland te verblijven is: + + + a. + voor houders van een doorreisvisum en voor vreemdelingen aan wie uitsluitend voor doorreis een bijzonder doorlaatbewijs is afgegeven: de tijd welke voor de voortzetting van hun reis noodzakelijk is; + + + b. + voor houders van een doorreisvisum met bevoegdheid tot oponthoud of van een reisvisum: de duur waarvoor het visum is afgegeven of verlengd dan wel, voorzover het een visum voor meer reizen betreft, de in het visum aangegeven duur waarvoor ononderbroken verblijf is toegestaan; + + + c. + voor vreemdelingen die voor een verblijf van niet langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen: drie maanden; + + + d. + voor gemeenschapsonderdanen en onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: zes maanden; + + + e. + voor vreemdelingen aan wie op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2, toegang is verleend voor ten hoogste tweeënzeventig uren: ten hoogste tweeënzeventig uren; + + + f. + voor andere vreemdelingen: acht dagen. + + + + + 2 + De in het eerste lid, onder d, bedoelde termijn eindigt, zodra de betrokken onderdaan ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. + + + 3 + De in het eerste lid, onder b en c, bedoelde termijn verstrijkt in geen geval later dan op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden in Nederland te verblijven. + + + + + + + Artikel + 4.24 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren, belast met de grensbewaking, kunnen op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet, in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling aantekeningen stellen omtrent: + + + a. + inreis in Nederland; + + + (...) + + + + + + (...) + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.5.1. Algemeen + +De geldigheidsduur van het visum is bepalend voor de duur van het in de vrije termijn toegestane verblijf (artikel 3.3 Vreemdelingenbesluit, zie nader paragraaf 9). + + + Het visum wordt in beginsel niet voor langere duur verleend dan waarvoor het is aangevraagd. + + + Voor de beantwoording van de vraag of het visum nog geldig is, is onder meer het moment van binnenkomst (in het Schengen-gebied, bij gelimiteerde visa: het Benelux-gebied of Nederland) van belang. Hieromtrent kan (d.m.v. een sticker) een aantekening zijn gesteld in het document voor grensoverschrijding of in de visumverklaring van de vreemdeling (zie artikel 4.24, eerste lid, onder a, Vreemdelingenbesluit). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.5.2. Geldigheidsduur van een doorreisvisum + +Houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud mogen niet langer in het Benelux- (of Schengen-) gebied verblijven dan de in het visum aangegeven duur van (ononderbroken) verblijf (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenbesluit). + + + Een doorreisvisum is geldig voor één of meerdere doorreizen, waarbij de duur van iedere doorreis niet meer dan 5 dagen mag bedragen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.5.3. Geldigheidsduur van het reisvisum (voor één of meer reizen) + +Bij een visum voor meerdere reizen geldt dat de totale duur van de achtereenvolgende verblijven niet meer dan drie maanden per zes maanden mag bedragen. Een dergelijk visum kan een maximale geldigheidsduur van één jaar hebben en wordt hoofdzakelijk verleend in het kader van zakenbezoeken. + +#### 7.6. Wijziging en verlenging van reisvisa + +##### 7.6.1. Algemeen + +In bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden kunnen in het buitenland door een van de Schengen-landen afgegeven visa worden gewijzigd of verlengd door de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND). Het verlengen en wijzigen van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de doorlaatpost Rotterdam-Havens geschiedt door de Dienst Zeehavenpolitie. Het belang van controles in het kader van de grensbewaking is beperkt tot de uitreiscontrole, aangezien het hier om vreemdelingen gaat die reeds rechtmatig in Nederland verblijven. + + + Het verblijf op basis van een visum kan in geen geval de termijn van drie maanden overschrijden. Ook bij wijziging of verlenging is die maximale termijn van drie maanden relevant (d.w.z. de duur van het oorspronkelijke visum met inbegrip van de verlenging). + + + Bij wijziging en verlenging van visa wordt gebruik gemaakt van de Schengen-visumsticker. + + + Een reisvisum kan slechts worden gewijzigd binnen de geldigheidsduur waarvoor het oorspronkelijk werd afgegeven. Een reisvisum wordt niet gewijzigd, indien daardoor de mogelijkheid van terugkeer van de vreemdeling naar het land van herkomst verloren dreigt te gaan. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +##### 7.6.2. Reisvisum voor één reis + +Indien een reisvisum voor meer reizen geldig gemaakt wordt, wordt in het reisdocument van de vreemdeling een Schengen-visumsticker aangebracht overeenkomstig model M2-A. Indien de vreemdeling houder is van een visum-verklaring wordt de visumsticker op een afzonderlijk vel papier aangebracht. N.B. Voor invulling zie de ‘Handleiding voor afgifte en invulling van de Schengen-visumsticker bij verlenging’. + +De Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) kan de geldigheidsduur verlengen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: + +– De vreemdeling voldoet aan de in artikel 12, eerste lid, Vreemdelingenwet genoemde voorwaarden; +– De vreemdeling kan aantonen dat hij er om bijzondere redenen belang bij heeft langer in het Schengen-gebied te verblijven dan de duur waarvoor het oorspronkelijke visum geldig was. Zulke bijzondere omstandigheden kunnen bijvoorbeeld gelegen zijn in onvoorziene wijziging in de omstandigheden sinds de binnenkomst. Een aanvraag tot visumverlenging moet voldoende gemotiveerd zijn en in het bijzonder gebaseerd zijn op overmacht, humanitaire, ernstige beroepsmatige of persoonlijke redenen. Het gevolg van een verlenging mag in ieder geval niet zijn dat het visum voor een oneigenlijk doel wordt gebruikt; +– De duur van de visumverlenging en de duur waarvoor het oorspronkelijke visum verblijf toestond, mogen samen niet meer dan drie maanden bedragen. Binnen Schengen is een verdergaande verlenging van het eenvormige visum niet mogelijk; +– Toelating van de vreemdeling in een ander land moet zijn gewaarborgd: +- – er moet een reisbiljet voorhanden zijn dat geldig is voor de reis naar een land waar toelating van de vreemdeling is gewaarborgd; dit reisbiljet kan zo nodig tot aan het vertrek van de vreemdeling worden ingehouden, en +– tussen de datum tot welke het visum verlengd wordt en de uiterste datum waarop toelating van de vreemdeling in een ander land is gewaarborgd moet een termijn van ten minste drie maanden liggen. Bij de bepaling van deze termijn moet niet alleen gelet worden op de geldigheidsduur van het paspoort, maar ook op de in dat reisdocument eventueel gestelde visa voor terugkeer naar het land van herkomst of doorreis door derde landen. + +Transitpassagiers van vliegtuigen en zeeschepen: verlenging van de termijn van ten hoogste 72 uur waarvoor het deze passagiers op grond van artikel 2.4, 2.6 en 2.7 Vreemdelingenbesluit is toegestaan in het Benelux-gebied te verblijven is niet mogelijk. + +##### 7.6.3. Reisvisum voor meer reizen + +Bij een reisvisum voor meer reizen dient – indien sprake is van verlenging van de toegestane duur van het verblijf – een nieuwe visumsticker te worden afgegeven. + + + N.B. Voor invulling zie de ‘Handleiding voor afgifte en invulling van de Schengen-visumsticker bij verlenging’. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.6.4. Doorreisvisum + +Aan houders van een doorreisvisum wordt na het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum in beginsel geen verder verblijf toegestaan. Meent de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) echter, dat er bijzondere redenen zijn om aan de houder van een doorreisvisum verder verblijf in de vrije termijn toe te staan, wordt het doorreisvisum omgezet in een reisvisum. In dat geval wordt gebruik gemaakt van een Schengenvisumsticker. + In dat geval wordt gebruik gemaakt van een Schengenvisumsticker. Meent de korpschef echter, dat er bijzondere redenen zijn om aan de houder van een doorreisvisum verder verblijf in de vrije termijn toe te staan, dan moet hij zo spoedig mogelijk telefonisch contact opnemen met Bureau Visadienst. + + + N.B. Voor invulling zie de ‘Handleiding voor afgifte en invulling van de Schengen-visumsticker bij verlenging’. + + + Voor verlening van deze visumfaciliteit worden dezelfde bedragen in rekening gebracht als voor verlenging van de geldigheidsduur van het visum (zie 7.9.2). + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +#### 7.7. Annulering intrekking van doorreisvisa + +Indien de korpschef constateert dat de houder van een nog geldig visum niet of niet meer aan de voorwaarden van artikel 12 Vreemdelingenwet voldoet, moet hij in verband met een eventuele verwijdering van de vreemdeling contact opnemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + + + Indien tot verwijdering van de vreemdeling wordt besloten, moet het in zijn reisdocument gestelde visum door de korpschef worden ingetrokken. Hiermee komt de resterende geldigheidsduur van het visum te vervallen. De intrekking geschiedt door, bij voorkeur met rode inkt, op het visum de volgende vermelding aan te brengen: + INGETROKKEN op ……. (datum), omdat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 12 Vreemdelingenwet. + + + Deze aantekening moet worden voorzien van een dienststempel en een paraaf van de desbetreffende ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen. De vreemdeling wordt aangezegd om Nederland onmiddellijk te verlaten. + Bij verwijdering van de vreemdeling die houder is van een visumverklaring moet deze verklaring worden ingehouden en worden toegezonden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), afdeling Visadienst kort verblijf. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +#### 7.8. Kosten van visumfaciliteiten + +Voor wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een reisvisum worden op grond van de Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 december 2003, nr. DJZ/BR-1003/2003 tot vaststelling van de tarieven voor consulaire dienstverlening de volgende bedragen geheven. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +##### 7.8.1. Kosten wijziging van een doorreisvisum of een reisvisum + +De kosten voor de behandeling van een aanvraag om wijziging van een doorreisvisum of een reisvisum bedragen: + Bij wijziging van een doorreisvisum in een reisvisum voor één of meer reizen: € 35. + Bij wijziging van een collectief doorreisvisum aangebracht op een collectieve lijst, in een collectief reisvisum: € 35 plus € 1 per persoon. + Voor verlenging van reisvisa: + voor verlenging van een visum met ten hoogste 30 dagen € 25; + voor verlenging van een visum met ten hoogste 90 dagen € 30; + voor verlenging van een collectief visum € 30 plus € 1 per persoon. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.8.2. Kosten voor verlenging van de geldigheidsduur van een reisvisum + +[Vervallen] + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.8.3. Kosten bij gelijktijdige verlening van verschillende visumfaciliteiten + +Indien aan de vreemdeling bij één gelegenheid verschillende visumfaciliteiten worden verleend, dan wordt éénmaal (het hoogste bedrag) geheven. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.8.4. Vrijstelling van kosten + +– de vreemdeling houder is van een diplomatiek visum; +– de vreemdeling houder is van een dienstvisum of gewoon visum, dat kosteloos is verleend (in dat geval is het visum niet voorzien van een legeszegel en/of een kasregisteraantekening). + +##### 7.8.5. Verrekening van visumgelden + +De Dienst Zeehavenpolitie bij de doorlaatpost Rotterdam- Havens maakt de geheven bedragen visumgelden in verband met het verlengen en wijzigen van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden ten minste één maal per maand over op Postrekening 373214 ten name van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND). + + + Het totaalbedrag van elke storting of overschrijving wordt aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gespecificeerd verantwoord op een verrekeningsstaat, overeenkomstig model M134. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 7.9. Visumfaciliteiten aan de grens + +Voor wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een reisvisum worden op grond van het Legesbesluit 1983 (laatstelijk gewijzigd per 12 februari 2001, Stb.153) de volgende bedragen geheven. + +200325231-12-200318-12-2003HKUIT_03-6333(AUB)200325231-12-200318-12-2003HKUIT_03-6333(AUB)01-01-2004 + +##### 7.9.1. Algemeen + +Een visum wordt normaliter door de diplomatieke en consulaire posten afgegeven. Visumplichtige vreemdelingen die bij binnenkomst in het Schengen-gebied niet beschikken over het vereiste visum kunnen in uitzonderlijke gevallen en onder bepaalde voorwaarden alsnog in het bezit daarvan worden gesteld. + Voor het aanbrengen van wijzigingen in visa aan de grens zie 7.10.6.2. + +200325231-12-200318-12-2003HKUIT_03-6333(AUB)200325231-12-200318-12-2003HKUIT_03-6333(AUB)01-01-2004 + +##### 7.9.2. Soorten visa + +– eenvormige visa, zonder territoriaal beperkte geldigheid; +– visa met territoriaal beperkte geldigheid; +– doorreisvisa voor transiterende zeelieden (6.10.2). + +##### 7.9.3. Bevoegdheid + +Bevoegd inzake visumafgifte aan de grens zijn de ambtenaren belast met grensbewaking. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.9.4. Voorwaarden + +a. in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding; +b. er bestaat geen aanleiding de vreemdeling de toegang om andere redenen genoemd in artikel 3, eerste lid, Vreemdelingenwet te weigeren en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vreemdelingenwet gestelde voorwaarden voor kort verblijf in Nederland; +c. onder overlegging van een bewijsstuk het bestaan van een niet te voorziene en dwingende reden aan kunnen tonen; +d. kunnen aantonen dat toelating in een ander land voldoende is gewaarborgd (zie hierna onder 7.10.5). + +– een nationaal belang; +– redenen van humanitaire aard; +– internationale verplichtingen. + +– familieleden van EU/EER-onderdanen of Zwitserse onderdaan; +– minderjarigen die Nederland wensen binnen te komen met het doel door te reizen naar een ander Schengen-land, dat hen op grond van hun leeftijd niet aan de visumplicht onderwerpt. Hierbij dient te worden bezien of betrokkenen geen gezinshereniging beogen of hier willen verblijven om arbeid in loondienst te verrichten. + +##### 7.9.5. Waarborg van (weder)toelating in een ander land + +Voor verlening van visumfaciliteiten aan de grens is onder meer voorwaarde dat toelating tot een ander land voldoende gewaarborgd is. De vreemdeling heeft de verplichting dit zelf aan te tonen. Zijn documenten voor grensoverschrijding dienen zijn toelating in het land van bestemming alsmede zijn eventuele doorreis door één of meer andere landen te waarborgen. + +200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)200323128-11-200313-11-2003HKUIT03-95(AUB)01-12-2003 + +##### 7.9.6. Praktische handelingen + +###### 7.9.6.1. Plaatsing + +De afgifte van een visum aan de grens geschiedt door het aanbrengen van een visumsticker in het grensoverschrijdingsdocument. Indien daarin onvoldoende ruimte voorhanden is, kan geen gebruik van de sticker worden gemaakt. Bij wijze van uitzondering kan dan een visumverklaring worden afgegeven (zie 7.2.3). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 7.9.6.2. Invulling + +Invulling van visa mag alleen plaatsvinden met gebruikmaking van speciale pennen, die voorzien zijn van onuitwisbare inkt. Indien de betreffende post is geautomatiseerd vindt afgifte plaats met behulp van speciale visumprinters. De visumsticker dient eerst volledig te worden ingevuld, alvorens zij in het betreffende document mag worden aangebracht. + Bij visumafgifte aan de grens dient overigens te worden gehandeld op basis van de Handleiding voor afgifte en invulling van de Schengen-visumsticker. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 7.9.6.3. Aanbrengen van wijzigingen + +Het aanbrengen van wijzigingen in visumstickers is niet toegestaan. + Indien er aanleiding bestaat om een doorreisvisum in een reisvisum om te zetten betekent dit, dat het aanwezige visum dient te worden geannuleerd (zie hierna) en een nieuw visum dient te worden afgegeven. + Indien onvoldoende middelen van bestaan aanwezig zijn, kan de geldigheidsduur van het eenvormige visum beperkt worden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 7.9.6.4. Wijziging van de geldigheidsduur van een visum + +Indien de houder van een visum bij binnenkomst niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen voor de gehele periode waarvoor zijn visum geldig is of wanneer de datum van terugreis van zijn retourpassagebiljet valt voor de datum van afloop van de geldigheidsduur van het visum, dient de geldigheidsduur van zijn visum aangepast te worden aan hetzij de voor handen zijnde bestaansmiddelen hetzij de datum van de terugvlucht. + Voor de wijziging van de geldigheidsduur dient vooraf toestemming te worden verleend door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), afdeling Visadienst kort verblijf. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 7.9.6.5. Annulering van visa + +– datum en reden van annulering; +– naam van de houder van het visum; +– nationaliteit van de houder van het visum; +– aard en nummer van het reisdocument; +– nummer van de visumsticker; +– soort visum; +– datum en plaats waarop het visum werd afgegeven; +– V-nummer (vreemdelingennummer). + +##### 7.9.7. Registratie en informatie + +a. Ministerie van Buitenlandse Zaken + +Directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken + +Afdeling Vreemdelingen en Visumzaken (DPV/VV) + +Postbus 20061 + +2500 EB DEN HAAG +b. Ministerie van Justitie + +Immigratie-en Naturalisatiedienst/Visadienst kort verblijf + +Postbus 3109 + +2280 GC RIJSWIJK + +##### 7.9.8. Bewaring + +De visumstickers dienen, overeenkomstig de bestaande richtlijnen voor het bewaren van waardepapieren, op een goed beveiligde plaats te worden bewaard. Eventuele diefstal dient terstond telefonisch te worden gemeld aan het ministerie van Buitenlandse Zaken (070-3485622) en vervolgens schriftelijk te worden bevestigd aan het in 7.9.7 onder a. genoemde adres. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.9.9. Bestelling + +Bestellingen van nieuwe voorraden stickers (in minimale hoeveelheden van 250 stuks) dienen tijdig, d.w.z. uiterlijk twee maanden voordat de aanwezige voorraad zal zijn verbruikt, schriftelijk te worden gedaan aan het in 7.9.7 onder a. vermelde adres. Van het bij de toezending van de stickers gevoegde formulier dient de gekleurde kopie, gedateerd en ondertekend, als ontvangstbevestiging aan datzelfde adres te worden teruggezonden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 7.9.10. Kosten van visumfaciliteiten aan de grens + +###### 7.9.10.1. Algemeen + +– afgifte van een reis- en doorreisvisa; +– wijziging van reis- en doorreisvisa (telkens resulterend in annulering en nieuwe afgifte; zie ook 7.9.6.2). + +###### 7.9.10.2. Behandeling van een aanvraag om een visum + +– een doorreisvisum met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen: € 35; +– een collectief doorreisvisum aangebracht op een collectieve lijst: € 35 plus € 1 per persoon; +– een reisvisum voor één reis met een geldigheidsduur van ten hoogste vijftien dagen: € 35; +– een collectief reisvisum aangebracht op een collectieve lijst: € 35 plus € 1 per persoon. + +###### 7.9.10.3. Wijziging + +a. een doorreisvisum in een reisvisum voor één reis met een geldigheidsduur van ten hoogste vijftien dagen: € 25; +b. b. een doorreisvisum in een reisvisum, gesteld in een collectief paspoort of op een collectieve lijst: € 30 plus € 1 per persoon, met een minimum van € 40. + +###### 7.9.10.4. Verrekening van visumkosten + +De door de hoofden van de doorlaatposten ontvangen gelden wegens het aan de grens verlenen of wijzigen van visa dienen zo spoedig mogelijk te worden gestort op postrekening 552730 ten name van ’s-Rijks schatkist (betalingen aan het ministerie van Buitenlandse Zaken), met vermelding van de reden van de storting, alsmede van de naam, voornamen, nationaliteit en verblijfplaats van de vreemdeling. Tevens moet daarbij het visumnummer worden vermeld. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 8. Overige taken en bevoegdheden van grensbewakingsambtenaren + +#### 8.1. Onmiddellijke uitzetting + +a. vreemdelingen die niet meer voldoen aan de op het grondgebied van één der Schengen-landen geldende voorwaarden voor kort verblijf; +b. vreemdelingen die Nederland per schip of vliegtuig op onregelmatige wijze zijn binnengekomen en in de nabijheid van de doorlaatpost zijn aangetroffen. + +##### 8.1.1. Personen ten aanzien van wie onmiddellijke uitzetting achterwege blijft + +a. zolang de vreemdeling krachtens artikel 8 Vreemdelingenwet rechtmatig in Nederland mag verblijven (zie artikel 63 Vreemdelingenwet); +b. zolang de vreemdeling in het bezit is van een geldig visum; +c. zolang de verwijdering van de vreemdeling met het oog op de gezondheidstoestand van hemzelf dan wel van één van zijn gezinsleden niet verantwoord is te achten (zie artikel 64 Vreemdelingenwet en onder 8.2.2); +d. voordat is vastgesteld dat het Openbaar Ministerie geen bezwaar heeft tegen de uitzetting van een vreemdeling of EU/EER-onderdaan (zie ook 8.2.2): +- – die als verdacht van een strafbaar feit is aangehouden, +– tegen wie een strafvervolging wegens misdrijf is ingesteld, of +– die tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld of ten aanzien van wie een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, één en ander zolang: +– het onderzoek nog niet is beëindigd, +– omtrent de strafvervolging nog niet onherroepelijk is beslist, of de straf of maatregel niet is ondergaan; +e. indien de IND door de landsadvocaat ervan op de hoogte wordt gesteld dat een president van een rechtbank datum en uur heeft bepaald voor de behandeling van een gevraagde voorlopige voorziening tegen uitzetting; +f. indien uit een signalering of anderszins blijkt dat een buitenlandse justitie-autoriteit opsporing en aanhouding verzoekt (ter fine van uitlevering); +g. indien de vreemdeling behoort tot een der volgende categorieën (artikel 48 Voorschrift Vreemdelingen): +- – EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen (zie 6.3.3.3); +– vreemdelingen die het Nederlanderschap hebben bezeten of wier echtgeno(o)t(e) het Nederlanderschap bezit of heeft bezeten; +– vreemdelingen tot wier gezin een Nederlander behoort of die in rechte lijn tot en met de tweede graad aan een Nederlander zijn verwant (zowel bloed- als aanverwantschap); +– vreemdelingen die zich overeenkomstig artikel 3, derde lid, Vreemdelingenwet op vluchtelingenschap beroepen; +– buitenlandse pleegkinderen (zie 6.7); +– vreemdelingen wier verwijdering op grond van het bepaalde bij of krachtens een door Nederland gesloten overeenkomst niet mag plaatsvinden zonder voorafgaand overleg met het bevoegde ministerie van het land waarheen zij verwijderd dienen te worden. Het betreft hier gevallen waarin voor verwijdering vanuit Nederland c.q. de Benelux naar Slovenië, dan wel vanuit Nederland c.q. het Schengen-gebied naar Polen, geen gebruik kan worden gemaakt van de vereenvoudigde overgave-procedure (zie A4). + +#### 8.2. Voorbereiding en praktische uitvoering + +##### 8.2.1. Algemeen + +a. overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten, (zie A4/6.1); of +b. plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig van de onderneming die hem heeft aangevoerd. + +##### 8.2.2. Algemene en bijzondere aanwijzingen + +– indien de grensbewakingsambtenaar, eventueel na het inwinnen van advies van een geneeskundige, van oordeel is dat omstandigheden als bedoeld onder 8.1.1 sub c. zich voordoen en derhalve de uitzetting dient te worden opgeschort; +– indien er, ondanks bezwaar van het Openbaar Ministerie, redenen bestaan de uitzetting te effectueren met betrekking tot gevallen als bedoeld onder 8.1.1 sub d. + +##### 8.2.3. Terugkeerfunctionaris + +Aan de inrichtingen waar vrijheidsontnemende maatregelen ten uitvoer worden gelegd, zijn terugkeerfunctionarissen verbonden. Zij dragen er zorg voor dat relevante gedrags- en medische rapportage omtrent de vreemdeling tijdig ter kennis wordt gebracht van de met de grensbewaking of met toezicht belaste diensten. Ook bij de korpschefs en bij de Koninklijke Marechaussee zijn speciale ambtenaren aangewezen die met voornoemde taken zijn belast. + Teneinde deze informatievoorziening zorgvuldig en efficiënt te kunnen uitvoeren, wordt gebruik gemaakt van een checklist/geleidebrief (zie 8.2.4, alsmede model M118). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +##### 8.2.4. Checklist/geleidebrief (model M118) + +Het formulier bestaat uit drie onderdelen (A, B, en C), waarvan de onderdelen A en C in de meeste gevallen zullen worden aangemaakt door de ambtenaren die bevoegd zijn tot inbewaringstelling krachtens artikel 5.3 Voorschrift Vreemdelingen, en bij toepassing van artikel 6 Vreemdelingenwet door de ambtenaar belast met de grensbewaking. + +##### 8.2.5. Informatie aan de vreemdeling + +Een illegale vreemdeling moet steeds in kennis worden gesteld van de grond waarop zijn uitzetting berust, van het feit dat verzet tegen zijn uitzetting niet loont en dat hij bij eventuele terugkeer naar ons land zonder te voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst onmiddellijk zal worden geweigerd. + De terugkeerfunctionaris dient er voor zorg te dragen dat de vreemdeling tijdig wordt geïnformeerd omtrent de daadwerkelijke uitzetting (tijdstip, wijze van uitzetting en eindbestemming). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 8.2.6. Documentatie + +In de gevallen waarin een grensbewakingsambtenaar een vreemdeling heeft uitgezet, dient in de administratie een afschrift te worden opgelegd van het over de illegale grensoverschrijding of het illegaal verblijf opgemaakte rapport of proces-verbaal en dient voorts aantekening te worden gehouden van de naam van de ambtenaar, die de uitzetting verrichtte, alsmede van de datum en de wijze waarop de uitzetting plaatsvond. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 8.3. Verlenen van medewerking bij uitzetting + +Bij verwijdering van vreemdelingen in opdracht van de korpschef of door een andere ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen verlenen grensbewakingsambtenaren medewerking. Zie in dit verband A4 en met name paragraaf 6.1 (rechtstreekse verwijdering naar een land waar toelating van de vreemdeling gewaarborgd is), paragraaf 6.7 (toezending van reisdocumenten aan de doorlaatpost van uitreis) en paragraaf 9 (plaatsing aan boord van schip of vliegtuig en verstekelingen). Zie voor het verlenen van medewerking met betrekking tot terug- en overname van personen op grond van internationale overeenkomsten A4/11. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 8.4. Uitoefening van opsporingsbevoegdheden + +##### 8.4.1. Algemeen + +Overtreding van een aantal bepalingen van de Vreemdelingenwet of handelen in strijd met krachtens de Wet opgelegde verplichtingen is strafbaar gesteld bij artikel 108, eerste lid, Vreemdelingenwet. + + + Bevoegd tot het opsporen van bij die wetsbepaling strafbaar gestelde feiten zijn behalve de grensbewakingsambtenaren tevens de met het vreemdelingentoezicht belaste ambtenaren, alsmede alle bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering in het algemeen met de opsporing van strafbare feiten belaste personen (artikel 108, derde lid, Vreemdelingenwet). + + + De ambtenaren der Koninklijke Marechaussee zijn als (algemeen) opsporingsambtenaren en (afhankelijk van hun rang en/of functie) hulpofficieren van Justitie (artikelen 141 en 154 WvSv) belast met de opsporing van strafbare feiten en als zodanig bevoegd tot optreden. Dit geldt in alle gevallen waarin zij werkzaam zijn in de uitoefening van de taken welke hun zijn opgedragen bij artikel 32 van de Politiewet of bij andere wetten en voorts indien zij bij de uitoefening van hun taken stuiten op strafbare feiten. + + + Ambtenaren van de regiopolitie Rotterdam Rijnmond zijn, ingevolge artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, in het algemeen met de opsporing van strafbare feiten belast. + + + Omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop de grensbewakingsambtenaren van hun opsporingsbevoegdheid gebruik maken worden vanwege het Openbaar Ministerie richtlijnen verstrekt, die zijn opgenomen in door de eigen dienst gegeven instructies. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 8.4.2. Opsporing van krachtens de Vreemdelingenwet strafbaar gestelde feiten + +In artikel 108 Vreemdelingenwet is de overtreding van een aantal voorschriften van de Vreemdelingenwet of handelen in strijd met krachtens de Wet opgelegde verplichtingen strafbaar gesteld. In het algemeen betreft het hier verplichtingen die op een vreemdeling rusten; in een beperkt aantal bepalingen is het voorschrift gericht tot een Nederlander, tot bestuurders van voertuigen, gezagvoerders van schepen en vliegtuigen, of tot vervoerders. + + + Alle strafbare feiten zijn overtredingen, die kunnen worden bestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden (artikel 108, tweede lid, Vreemdelingenwet). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 8.4.3. Verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte en de tenuitvoerlegging van vonnissen + +De grensbewakingsambtenaren verlenen, tijdens de uitoefening van de grensbewaking, op verzoek van de daartoe bevoegde organen, medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of van een ontvluchte gedetineerde. + + + De tenuitvoerlegging van vonnissen en de aanhouding van personen, die niet terzake van een bij de Vreemdelingenwet strafbaar gesteld feit worden verdacht, behoort niet tot de uitvoering van de Vreemdelingenwet. De hiermee verband houdende bevoegdheden berusten op het Wetboek van Strafvordering of op andere wetgeving. Daartoe zijn door het Openbaar Ministerie richtlijnen verstrekt, die zijn opgenomen in door de eigen dienst gegeven instructies. + + + De gedragslijn bij signaleringen die verband houden met uitvoering van de Vreemdelingenwet wordt behandeld in A3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 8.5. Toezichthoudende bevoegdheden + +Voor wat betreft de bevoegdheden die de ambtenaren belast met grensbewaking als toezichthouders hebben op grond van de Vreemdelingenwet en de Algemene wet bestuursrecht wordt verwezen naar A3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 9. Verblijf in de vrije termijn + +Artikel + 3.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 van de Wet is toegestaan in Nederland te verblijven is: + + + a. + voor houders van een doorreisvisum en voor vreemdelingen aan wie uitsluitend voor doorreis een bijzonder doorlaatbewijs is afgegeven: de tijd welke voor de voortzetting van hun reis noodzakelijk is; + + + b. + voor houders van een doorreisvisum met bevoegdheid tot oponthoud of van een reisvisum: de duur waarvoor het visum is afgegeven of verlengd dan wel, voorzover het een visum voor meer reizen betreft, de in het visum aangegeven duur waarvoor ononderbroken verblijf is toegestaan; + + + c. + voor vreemdelingen die voor een verblijf van niet langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen: drie maanden; + + + d. + voor gemeenschapsonderdanen en onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: zes maanden; + + + e. + voor vreemdelingen aan wie op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2, toegang is verleend voor ten hoogste tweeënzeventig uren: ten hoogste tweeënzeventig uren; + + + f. + voor andere vreemdelingen: acht dagen. + + + + + 2 + De in het eerste lid, onder d, bedoelde termijn eindigt, zodra de betrokken onderdaan ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. + + + 3 + De in het eerste lid, onder b en c, bedoelde termijn verstrijkt in geen geval later dan op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden in Nederland te verblijven. + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 9.1. Algemeen + +– in het bezit zijn van een paspoort voorzien van een visum of machtiging tot voorlopig verblijf (behoudens uitzonderingen, zie 9.2); +– hebben voldaan aan de verplichtingen in verband met de grensoverschrijding (zie 9.3); +– inachtneming van het bij en krachtens de Vreemdelingenwet bepaalde (zie 9.4); +– beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie 9.5); +– geen arbeid verrichten in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (zie 9.6); +– geen gevaar opleveren voor de openbare orde of de nationale veiligheid (zie 9.7). + +– de vreemdeling niet meer aan de gestelde voorwaarden voldoet, of +– de duur van de vrije termijn is verstreken (zie 9.8). Ingevolge artikel 3.3 Vreemdelingenbesluit is de duur van de vrije termijn ten hoogste zes maanden. + +#### 9.2. Paspoort-, visum- of mvv-vereiste + +Artikel + 4.21 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Als documenten in de zin van artikel 50, eerste lid, laatste volzin, van de Wet, worden aangewezen: + + + (...) + + + d. + voor vreemdelingen die rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder j, van de wet hebben of dat op grond van artikel 45, vijfde lid, van de wet geacht worden te hebben, en die niet beschikken over een ingevolge de wet vereist geldig document voor grensoverschrijding: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document, waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, dat is voorzien van een inlegvel als bedoeld in artikel 4.29, derde lid, waarop de verblijfsrechtelijke positie is aangetekend; + + + (...) + + + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 9.2.1. Algemeen + +– doorreis door Schengen-gebied of Nederland, eventueel met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen: een geldig paspoort voorzien van een geldig transitvisum of afzonderlijke visumverklaring (zie 7.5); +– verblijf in Schengen-gebied of Nederland van maximaal drie maanden: een geldig paspoort voorzien van een geldig reisvisum of afzonderlijke visumverklaring (zie 7.5); +– verblijf in Nederland van langer dan drie maanden: een geldig paspoort voorzien van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf of afzonderlijke mvv-verklaring. + +##### 9.2.2. Vrijstelling van visum- of mvv-vereiste + +Onderdanen van landen opgesomd in bijlage 2 Voorschrift Vreemdelingen behoeven geen transit- of reisvisum. Deze vrijstelling berust op tussen de Schengen-lidstaten, Beneluxlanden of Nederland en derde landen gesloten overeenkomsten tot visumafschaffing. + +Voor visumplichtige vreemdelingen die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel in een van de Schengen-landen, geldt dat zij visumvrij het Schengen-gebied mogen betreden. Voorts geldt voor deze categorie vreemdelingen het zogenaamde circulatierecht, hetgeen betekent dat zij zich gedurende een periode van maximaal drie maanden visumvrij binnen het Schengen-gebied mogen bewegen. + +Onderdanen van een aantal landen die zijn vrijgesteld van de visumplicht zijn tevens vrijgesteld van het mvv-vereiste. + +In bijlage 3 Voorschrift Vreemdelingen wordt voor de daar onder A-K genoemde categorieën van vreemdelingen een uitzondering gemaakt op het paspoort-vereiste voorzien van een visum of machtiging tot voorlopig verblijf, mits zij voldoen aan bepaalde voorwaarden en mits zij zich naar Nederland begeven voor de duur en het doel, daarbij aangegeven. + +– wanneer voor een verblijf van ten hoogste drie maanden een visum is vereist, voor een verblijf van langer dan drie maanden steeds een machtiging tot voorlopig verblijf is vereist; +– wanneer voor een verblijf van ten hoogste drie maanden een visum niet is vereist, in de meeste gevallen voor een verblijf van langer dan drie maanden wel een machtiging tot voorlopig verblijf is vereist; +– wanneer voor een verblijf van langer dan drie maanden geen machtiging tot voorlopig verblijf vereist is, voor een verblijf van ten hoogste drie maanden nimmer een visum is vereist. + +#### 9.3. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding + +Artikel + 4.4 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die Nederland in- of uitreist via een buitengrens, begeeft zich langs een grensdoorlaatpost aan de buitengrens, binnen de tijd dat deze is opengesteld, en vervoegt zich aldaar bij een ambtenaar, belast met de grensbewaking. Onze Minister kan hiervan ontheffing verlenen. + + + 2 + Het voorgaande lid geldt niet voor Benelux-onderdanen. + + + + + + + Artikel + 4.5 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die Nederland inreist, is verplicht desgevorderd aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking: + + + a. + het in zijn bezit zijnde document voor grensoverschrijding, de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf dan wel het benodigde reisvisum of doorreisvisum te tonen en te overhandigen; + + + b. + inlichtingen te verstrekken over het doel en de duur van zijn voorgenomen verblijf in Nederland; + + + c. + aan te tonen over welke middelen hij met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken. + + + + + 2 + Het eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die Nederland uitreist via een buitengrens. + + + 3 + Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet. + + + + + Voorwaarde voor verblijf in de vrije termijn is onder meer dat de vreemdeling heeft voldaan aan de verplichtingen met het oog op de controle in het belang van de grensbewaking. In dit verband zijn vooral artikel 4.4 en 4.5 Vreemdelingenbesluit van belang. + + + Op grond van artikel 4.4 Vreemdelingenbesluit is de vreemdeling die Nederland in- of uitreist, behoudens de uitzonderingen genoemd in het tweede lid, verplicht zich te begeven langs een doorlaatpost aan de buitengrens, binnen de tijd dat deze is opengesteld, en zich daar te vervoegen bij een ambtenaar belast met grensbewaking. Op grond van artikel 4.5 Vreemdelingenbesluit zijn vreemdelingen die Nederland inreizen verplicht desgevorderd aan een ambtenaar belast met grensbewaking het in hun bezit zijnde document voor grensoverschrijding en de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf of visum te tonen en te overhandigen, inlichtingen te verstrekken over het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland en aan te tonen over welke middelen zij met het oog op toegang beschikken of kunnen beschikken. Het verstrekken van inlichtingen over doel en duur van het voorgenomen verblijf en het aantonen van middelen geldt niet voor onderdanen van de EU en de EER, alsmede voor Zwitserse onderdanen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-404812-10-2003 + +#### 9.4. Het bepaalde bij en krachtens de Vreemdelingenwet + +– identificatieplicht (artikel 50 Vreemdelingenwetjº 4.21 Vreemdelingenbesluit; zie 9.2.1); +– mededelingsplicht bij zoeken of gaan verrichten van arbeid (artikel 4.42 Vreemdelingenbesluit); +– verplichting desgevraagd gegevens te verstrekken (artikel 4.38 Vreemdelingenbesluit); +– meldingsplicht bij verblijf van langer dan drie maanden (artikel 4.47 c.q. 4.48 Vreemdelingenbesluit); +– meldingsplicht ingevolge aantekening in het visum of het document voor grensoverschrijding (artikel 4.49 Vreemdelingenbesluit); +– meldingsplicht voor werkzoekende zeelieden (artikel 4.50 Vreemdelingenbesluit). + +#### 9.5. Voldoende middelen van bestaan + +##### 9.5.1. Algemeen + +– de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene; +– de eventueel in zijn bezit zijnde passagebiljetten; +– de eventueel gebruikte vervoermiddelen. + +##### 9.5.2. Zekerheidstelling + +###### 9.5.2.1. Algemeen + +In gevallen waarin de solvabiliteit van de vreemdeling daartoe aanleiding geeft, kan hem worden verzocht zekerheid te stellen door het deponeren van een passagebiljet of een garantiesom. + + + In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en derhalve niet in het bezit is van een passagebiljet, wijst de ambtenaar belast met grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een passagebiljet te laten printen. Indien de betreffende luchtvaartmaatschappij hier niet aan kan of wil voldoen, behoudt de ambtenaar belast met grensbewaking de bevoegdheid tot het stellen van zekerheid. + + + Ook kan zekerheid worden gesteld, doordat een hier te lande wonende solvabele derde zich garant stelt. Op deze wijze wordt de vreemdeling in staat gesteld te voldoen aan het vereiste dat hij kan beschikken over voldoende middelen van bestaan. Weigert de vreemdeling te voldoen aan het verzoek tot het stellen van zekerheid, dan zal hem geen verblijf in de vrije termijn zijn toegestaan. + + + Het stellen van zekerheid in verband met verblijf in de vrije termijn wordt doorgaans gevraagd bij binnenkomst door de ambtenaar belast met grensbewaking. Is dit niet bij binnenkomst gebeurd, dan kan de korpschef de vreemdeling in de daarvoor in aanmerking komende gevallen alsnog vragen zekerheid te stellen. + +200218425-09-200222-08-20025181222/02/IND200218425-09-200222-08-20025181222/02/IND27-09-2002 + +###### 9.5.2.2. Het deponeren en beheren van een passagebiljet of garantiesom + +– vreemdelingen die voor familiebezoek of toeristische doeleinden naar ons land komen en niet in het bezit zijn van een passagebiljet, geldig voor de terugreis, of +– zeelieden die na binnenkomst of afmonstering hier te lande toestemming krijgen voor het zoeken van werk aan boord van een ander schip. + +####### 9.5.2.2.1. Teruggave en restitutie in Nederland + +De vreemdeling die een passagebiljet of een garantiesom heeft gedeponeerd, moet zich voor teruggave daarvan rechtstreeks wenden tot de beherende instantie. Hetzelfde geldt voor derden die een garantiesom ten behoeve van een vreemdeling hebben gedeponeerd. + +De garantiesom dan wel het passagebiljet wordt aan de betrokkene teruggegeven op vertoon van het ontvangstbewijs, indien: + +– voldoende zekerheid bestaat omtrent vertrek van de vreemdeling (op eigen kosten); garantiesommen gedeponeerd door derden worden op vertoon van het ontvangstbewijs gerestitueerd na vertrek van de vreemdeling uit het Beneluxgebied; +– de aanvraag om een verblijfsvergunning naderhand wordt ingewilligd. + +Bij teruggave van de garantiesom dan wel het passagebiljet moet het ontvangstbewijs worden ingenomen. + +####### 9.5.2.2.2. Teruggave en restitutie vanuit het buitenland + +Vreemdelingen die Nederland hebben verlaten zonder zich vooraf wederom in het bezit van de garantiesom of het passagebiljet te hebben gesteld, dienen zich tot een in hun land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging te wenden met het verzoek om restitutie van de garantiesom respectievelijk teruggave van het passagebiljet. Een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om restitutie indient, moet worden verwezen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land. + +Bij de behandeling van zulke verzoeken wordt gebruik gemaakt van twee standaardformulieren, een voor de restitutie van een garantiesom (M137-A) en een voor de teruggave van een passagebiljet (M137-B). De formulieren bestaan uit vijf brieven, die tezamen één geheel vormen en niet van elkaar mogen worden gescheiden. + +Nadat de in de derde brief verzochte handelingen zijn verricht, moet het formulier in zijn geheel worden teruggezonden aan de IND. Een kopie van het betreffende formulier wordt bewaard in de administratie. + +###### 9.5.2.3. Garantstelling + +Ook kan zekerheid worden gesteld, doordat een hier te lande wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een verklaring (model M47). + Deze derde stelt zich daarbij garant voor de kosten die voor de staat of andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, alsmede voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 9.6. Arbeid verrichten in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen + +Het is aan vreemdelingen die gedurende de vrije termijn in Nederland verblijven niet toegestaan arbeid te verrichten in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen. Zie B5/5.5 voor niet-onderdanen van de EU/EER. Zie B10 voor onderdanen uit de EU/EER. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 9.7. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid + +Aan vreemdelingen die gevaar opleveren voor de openbare orde of de nationale veiligheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden, de volksgezondheid en de (goede) internationale betrekkingen. + + + Van gevaar voor de volksgezondheid kan onder meer sprake zijn indien de vreemdeling lijdt aan één van de ziekten of gebreken opgenomen in de bijlage als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit. + + + Van gevaar voor de openbare orde zal sprake zijn indien de vreemdeling in het opsporingsregister staat gesignaleerd als ‘ongewenst vreemdeling’ (ovr) of als ‘ongewenst verklaarde vreemdeling’ (artikel 67 Vreemdelingenwet; zie ook A3/4). Van gevaar voor de openbare orde kan bijvoorbeeld ook sprake zijn, indien de vreemdeling een strafbaar feit heeft gepleegd. Dit kan onder meer blijken uit signalering in het opsporingsregister. + + + Tevens kan een vreemdeling ter fine van weigering van toegang tot Nederland c.q. het Schengen-gebied in het (N)SIS geregistreerd staan. Wat betreft bijzonderheden met betrekking tot het (N)SIS zie A3/4.1.2. + + + Over de te volgen gedragslijn ingeval van signalering worden aanwijzingen gegeven in het opsporingsregister. Zie A3/4 voor signaleringen die op vreemdelingen betrekking hebben. + + + Controle aan de hand van het opsporingsregister blijft achterwege ten aanzien van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen, als bedoeld in B12. + +20039923-05-200309-05-2003HKUIT03-2238(AUB)20039923-05-200309-05-2003HKUIT03-2238(AUB)25-05-2003 + +#### 9.8. De duur van de vrije termijn + +Artikel + 3.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 van de Wet is toegestaan in Nederland te verblijven is: + + + a. + voor houders van een doorreisvisum en voor vreemdelingen aan wie uitsluitend voor doorreis een bijzonder doorlaatbewijs is afgegeven: de tijd welke voor de voortzetting van hun reis noodzakelijk is; + + + b. + voor houders van een doorreisvisum met bevoegdheid tot oponthoud of van een reisvisum: de duur waarvoor het visum is afgegeven of verlengd dan wel, voorzover het een visum voor meer reizen betreft, de in het visum aangegeven duur waarvoor ononderbroken verblijf is toegestaan; + + + c. + voor vreemdelingen die voor een verblijf van niet langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen: drie maanden; + + + d. + voor gemeenschapsonderdanen en onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: zes maanden; + + + e. + voor vreemdelingen aan wie op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2, toegang is verleend voor ten hoogste tweeënzeventig uren: ten hoogste tweeënzeventig uren; + + + f. + voor andere vreemdelingen: acht dagen. + + + + + 2 + De in het eerste lid, onder d, bedoelde termijn eindigt, zodra de betrokken onderdaan ten laste komt van de Staat of van andere openbare lichamen. + + + 3 + De in het eerste lid, onder b en c, bedoelde termijn verstrijkt in geen geval later dan op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden in Nederland te verblijven. + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 9.8.1. Algemeen + +Verblijf in de vrije termijn is toegestaan voor een bij artikel 3.3 Vreemdelingenbesluit bepaalde duur van ten hoogste zes maanden, indien en zolang aan de in artikel 12 Vreemdelingenwet gestelde voorwaarden wordt voldaan. + Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vreemdelingen die een verblijf van ten hoogste drie maanden en vreemdelingen die een verblijf van meer dan drie maanden beogen. + Zie 9.8.4 voor een aantal bijzondere categorieën vreemdelingen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 9.8.2. Berekening van de termijn van drie maanden + +Het verblijf in de vrije termijn bedraagt ten hoogste drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden. Het tijdvak van zes maanden vangt aan op het moment van eerste binnenkomst van de vreemdeling in het Schengengebied met het op dat moment geldige visum. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 9.8.3. Duur van de vrije termijn + +###### 9.8.3.1. Bij een beoogd verblijf van ten hoogste drie maanden + +a. niet-visumplichtigen: drie maanden (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenbesluit); +b. visumplichtigen: voor de duur aangegeven in het visum; +c. houders van een transitvisum: geen; +d. houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud: voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste vijf dagen) (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenbesluit); +e. houders van een reisvisum (verklaring): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden) (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenbesluit); +f. houders van een bijzonder doorlaatbewijs: voor de duur aangegeven in het bewijs (bijlage 3 Voorschrift Vreemdelingen onder K). + +###### 9.8.3.2. Bij een beoogd verblijf van langer dan drie maanden + +Vreemdelingen die een verblijf in Nederland beogen van langer dan drie maanden moeten in beginsel in het bezit zijn van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. Bij ontbreken van de vereiste machtiging tot voorlopig verblijf komt de vreemdeling in beginsel niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking (artikel 16, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet). + + + De vrije termijn van vreemdelingen die voor een verblijf van langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen, bedraagt acht dagen (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder e, Vreemdelingenbesluit). + + + Voor niet-visumplichtige vreemdelingen en houders van een reisvisum die aanvankelijk naar Nederland zijn gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, verstrijkt de vrije termijn uiterlijk op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan waaruit kan worden afgeleid dat zij het voornemen hebben langer dan drie maanden in Nederland te verblijven (artikel 3.3, derde lid, Vreemdelingenbesluit). Dit voornemen kan bijvoorbeeld blijken uit het indienen van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning, het huren van woonruimte of het aanvaarden van werk voor langer dan drie maanden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 9.8.4. Bijzondere categorieën + +a. EU- en EER-onderdanen (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenbesluit) en onderdanen van de Zwitserse bondsstaat: + +De duur van de vrije termijn is zes maanden. Deze termijn eindigt zodra de vreemdeling ten laste komt van de openbare kas (B10/2.7). +b. Werknemers op boorplatformen op het Nederlands deel van het continentale plat: + +Voor deze werknemers geldt een werktijdenregeling die voorziet in veertien dagen werk en veertien dagen verlof. Het steeds terugkerend verblijf in Nederland tijdens deze verlofperioden moet worden beschouwd als verblijf in de vrije termijn indien betrokkene niet-visumplichtig is. + +Het steeds terugkerend verblijf in Nederland van visumplichtige vreemdelingen die beschikken over een geldig visum voor meer reizen, wordt aangemerkt als een verblijf in de vrije termijn voor de duur aangegeven in het visum (zie 9.8.3.1 en B5). +c. Faciliteiten voor gezagvoerders, bemanningsleden en voor transitpassagiers van vliegtuigen en zeeschepen: + +Voor gezagvoerders en bemanningsleden van zeeschepen bestaat een bijzondere regeling: zie artikel 2.8 Vreemdelingenbesluit. + +Voor transitpassagiers van vliegtuigen en zeeschepen bestaat een bijzondere regeling: zie artikel 2.4 en 2.6 Vreemdelingenbesluit. + +Voor bemanningsleden van vliegtuigen bestaat een bijzondere regeling: zie artikel 2.5 Vreemdelingenbesluit. + +### 10. Bijlagen + +#### 1. Richtlijnen toewijzing verantwoordelijkheden inzake verstekelingen + +**International Maritime Organization** + + + + **RESOLUTIE A.871 (20)** + + aangenomen op 27 november 1997 + + + **RICHTLIJNEN VOOR TOEWIJZING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ HET VINDEN VAN EEN SUCCESVOLLE OPLOSSING VOOR KWESTIES MET VERSTEKELINGEN** + + + DE VERGADERING, + + + HEBBENDE OVERWOGEN de algemene doelstellingen van de Convention on Facilitation of International Maritime Traffic, 1965, zoals geamendeerd, en met name artikel III daarvan, + + + met bezorgdheid NOTA NEMEND VAN het aantal incidenten betreffende verstekelingen, de hieruit voortvloeiende mogelijkheid van verstoring van het zeevaartverkeer, de invloed die dergelijke incidenten kunnen hebben op de veilige exploitatie van schepen en de aanzienlijke gevaren die verstekelingen lopen, waaronder het verlies van hun leven, + + + ONDER DE AANDACHT BRENGEND dat de International Convention Relating to Stowaways, 1957, waarmee werd gepoogd een internationaal aanvaardbaar regime voor het omgaan met verstekelingen vast te stellen, nog niet van kracht is geworden, + + + ERMEE INSTEMMEND dat voor de doeleinden van deze resolutie een verstekeling gedefinieerd wordt als een persoon die zich zonder toestemming van de reder, de kapitein of enige andere verantwoordelijke verbergt op een schip of in lading die vervolgens op het schip wordt geladen, en die nadat het schip de haven is uitgevaren, wordt ontdekt en door de kapitein als verstekeling aan de betreffende autoriteiten wordt gemeld, + + + REKENING HOUDEND met het feit dat sommige verstekelingen asielzoekers en vluchtelingen kunnen zijn, waardoor zij recht hebben op relevante procedures zoals die zijn voorzien in internationale documenten en nationale wetgeving, + + + ZICH ERVAN BEWUST ZIJND dat kapiteins, scheepvaartmaatschappijen, reders en scheepsexploitanten bij gebrek aan een internationaal overeengekomen procedure voor het omgaan met verstekelingen geconfronteerd worden met aanzienlijke moeilijkheden bij het ontschepen en overdragen van verstekelingen aan de juiste autoriteiten, + + + MET OOG VOOR de moeilijkheden die overheden van lidstaten hebben met het toelaten van verstekelingen voor een onderzoek in afwachting van repatriëring en het vervolgens toestemming geven aan de betrokken schepen om hun weg te vervolgen, + + + ERKENNEND dat het derhalve noodzakelijk is een praktische en alomvattende richtlijn vast te stellen voor procedures die door de autoriteiten en betrokken personen kunnen worden nageleefd teneinde op een aanvaardbare en humane wijze de terugkeer of repatriëring van de verstekeling te bewerkstelligen, + + + ERMEE INSTEMMEND dat het bestaan van een dergelijke richtlijn op geen enkele wijze mag worden beschouwd als goedkeuring of aanmoediging van de praktijk van het zich verbergen als verstekeling of andere illegale migratie, en de inspanningen gericht op het bestrijden van de afzonderlijke problemen van het smokkelen van buitenlanders of mensenhandel niet mag ondergraven. + + + MENEND dat kwesties met verstekelingen op dit moment het best kunnen worden opgelost in nauwe samenwerking tussen alle autoriteiten en de betrokken personen, + + + DAARENBOVEN MENEND dat verstekelingen onder normale omstandigheden door middel van een dergelijke samenwerking zo snel als haalbaar is van het betreffende schip moeten worden verwijderd en naar het land van nationaliteit/staatsburgerschap of de inschepingshaven moeten worden teruggebracht, ofwel naar enig ander land dat bereid is hen toe te laten, + + + ERKENNEND dat kwesties met verstekelingen door alle betrokken partijen op humane wijze moeten worden afgehandeld, waarbij op gepaste wijze rekening wordt gehouden met de operationele veiligheid van het schip en zijn bemanning, + + + DAARBIJ AANDRINGEND bij nationale overheden, havenautoriteiten, reders en kapiteins op het nemen van alle redelijke voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat verstekelingen zich toegang tot schepen kunnen verschaffen, + + + OVERWOGEN HEBBEND de aanbevelingen die de Facilitation Committee in zijn vijfentwintigste sessie heeft uitgebracht, + + + 1. AANVAARDT de Richtlijnen voor toewijzing van verantwoordelijkheden bij het vinden van een succesvolle oplossing voor kwesties met verstekelingen, zoals uiteengezet in de Bijlage bij de huidige resolutie; + + + 2. DRINGT EROP AAN bij regeringen om de aanbevolen procedures van de aangehechte Richtlijnen op te nemen in hun nationale beleid en praktijken; + + + 3. DRINGT ER EVENEENS OP AAN bij regeringen om kwesties met verstekelingen af te handelen in een geest van samenwerking met andere betrokken partijen, waarbij de toewijzing van verantwoordelijkheden zoals uiteengezet in de aangehechte Richtlijnen als grondslag dient; + + + 4. ROEPT scheepvaartmaatschappijen, reders en scheepsexploitanten OP om de toepasselijke verantwoordelijkheden als vermeld in de aangehechte Richtlijnen op zich te nemen en hun kapiteins en bemanningen richtlijnen te bieden aangaande hun respectieve verantwoordelijkheden in kwesties met verstekelingen; + + + 5. ROEPT regeringen OP om in samenwerking met de bedrijfstak alomvattende strategieën te ontwikkelen teneinde te voorkomen dat personen die van zins zijn zich als verstekeling aan boord van een schip te verbergen, zich toegang tot schepen kunnen verschaffen; + + + 6. VERZOEKT de Facilitation Committee de doeltreffendheid van de aangehechte Richtlijnen te blijven bewaken op grond van door regeringen en de bedrijfstak geleverde informatie, om de Richtlijnen te blijven beoordelen en, indien dit in het licht van de ontwikkelingen nodig wordt geacht, nadere actie te ondernemen, waaronder mede begrepen het ontwikkelen van een bindend document in dezen; + + + 7. HERROEPT FAL.2/Circ. 43. + + + **BIJLAGE** + + + **RICHTLIJNEN VOOR TOEWIJZING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ HET ZOEKEN VAN EEN SUCCESVOLLE OPLOSSING VOOR KWESTIES MET VERSTEKELINGEN** + + + 1. Kapiteins, reders Waaronder begrepen alle personen of partijen die optreden namens de eigenaar van het schip. + Waaronder begrepen alle personen of partijen die optreden namens de eigenaar van het schip, havenautoriteiten, nationale overheden en andere instanties waaronder begrepen verantwoordelijken voor veiligheid dragen allen de verantwoordelijkheid om mee te werken aan het verhinderen van illegale toegang tot een vaartuig terwijl het in de haven ligt. Ongeacht de doeltreffendheid van de bestaande veiligheidsmaatregelen in de haven en op het schip zullen zich echter gelegenheden blijven voordoen waarbij verstekelingen zich toegang tot vaartuigen verschaffen, hetzij door zich in de lading te verbergen, hetzij door heimelijk aan boord te gaan. + + + 2. Voor de doeleinden van deze Richtlijnen wordt een verstekeling gedefinieerd als een persoon die zich zonder toestemming van de reder, de kapitein of enige andere verantwoordelijke verbergt op een schip of in lading die vervolgens op het schip wordt geladen, en die nadat het schip de haven is uitgevaren, wordt ontdekt en door de kapitein als verstekeling aan de betreffende autoriteiten wordt gemeld. + + + 3. Kwesties met verstekelingen zijn moeilijk op te lossen omdat er meerdere landen bij de kwestie betrokken kunnen zijn, die elk een eigen, onderling verschillende nationale wetgeving hebben: het land van inscheping, het land van ontscheping, de vlaggestaat van het vaartuig, het land van de schijnbare, beweerde of feitelijke nationaliteit/staatsburgerschap van de verstekeling, en de doorgangslanden tijdens de repatriëring. + + + 4. Er bestaan echter enkele basisprincipes die algemeen kunnen worden toegepast: + + + 1. Erkenning van het feit dat verstekelingen die zonder de vereiste documenten in een land aankomen of dit land zo binnenkomen, doorgaans personen zijn die illegaal binnenkomen. Besluiten over het afhandelen van dergelijke situaties zijn voorbehouden aan de landen waar zich een dergelijke aankomst of binnenkomst voordoet. + + + 2. Asielzoekende verstekelingen moeten worden behandeld overeenkomstig internationale beschermingsprincipes als uiteengezet in internationale documentenVerwezen wordt naar de bepalingen van de VN Conventie betreffende de Status van Vluchtelingen d.d. 28 juli 1951 en het VN Protocol betreffende de Status van Vluchtelingen d.d. 31 januari 1967. en toepasselijke nationale wetgeving. + + + 3. De reder en zijn vertegenwoordiger ter plaatse, de kapitein alsmede havenautoriteiten en nationale overheden moeten zo veel mogelijk samenwerken bij het afhandelen van kwesties met verstekelingen. + + + 4. Reders en hun vertegenwoordigers ter plaatse, kapiteins alsmede havenautoriteiten en nationale overheden dienen veiligheidsmaatregelen te hebben getroffen die, inzoverre mogelijk, voorkomen dat personen die van zins zijn zich als verstekeling aan boord van een schip te verbergen, daartoe ook daadwerkelijk toegang kunnen verschaffen, of indien dit mislukt, hen ontdekt voordat een schip een haven binnenvaart. Wanneer de nationale wetgeving dit toestaat, dienen nationale autoriteiten te overwegen verstekelingen te vervolgen wegens wederrechtelijk betreden of beschadigen van de lading of de eigendommen van de scheepvaartmaatschappij. + + + 5. Alle partijen dienen zich er rekenschap van te geven dat een grondige zoektocht de kans op een probleem met verstekelingen kan minimaliseren en daarnaast het leven van een verstekeling kan redden, bijvoorbeeld wanneer deze zich verstopt op een plaats die naderhand wordt afgedicht en/of chemisch behandeld. + + + 6. Landen dienen teruggezonden verstekelingen met een volledige nationaliteits-/staatsburgerschapsstatus van het betreffende land of een verblijfsvergunning toe te laten. + + + 7. Het land waarin zich de oorspronkelijke haven van inscheping van een verstekeling bevindt, dient normaliter de terugkeer van een dergelijke verstekeling toe te staan voor onderzoek in afwachting van een uiteindelijke beschikking omtrent de kwestie. + + + 8. Er moet alle mogelijke moeite worden gedaan om te voorkomen dat een verstekeling voor onbepaalde tijd aan boord van een schip moet worden vastgehouden. In dit verband dienen landen met de reder samen te werken om de terugkeer van een verstekeling naar een hiertoe geschikt land te regelen. + + + 9. Incidenten met verstekelingen dienen door alle betrokken partijen op humane wijze te worden afgehandeld. Hierbij moet te allen tijde op gepaste wijze rekening worden gehouden met de operationele veiligheid van het schip en het welzijn van de verstekeling. + + + 10. Bij het oplossen van de kwestie moet in eerste instantie een kader voor de verantwoordelijkheden, rechten en aansprakelijkheid van de diverse betrokken partijen worden opgesteld en goedgekeurd. Voorgesteld wordt de verantwoordelijkheden als volgt toe te wijzen: + + + **1. De kapitein** + + + 1.1 zich zoveel mogelijk inspannen om onmiddellijk te bepalen in welke haven de verstekeling zich heeft ingescheept; + + + 1.2 zich zoveel mogelijk inspannen om de identiteit, inclusief de nationaliteit/staatsburgerschap van de verstekeling, vast te stellen; + + + 1.3 een verklaring opstellen met daarin alle relevante informatie omtrent de verstekeling, overeenkomstig de informatie zoals deze is opgegeven in het standaarddocument dat bij deze Richtlijnen is gevoegd, teneinde deze aan de betreffende autoriteiten te overhandigen; + + + 1.4 het bestaan van een verstekeling en alle relevante gegevens aan zijn reder en de betreffende autoriteiten in de haven van inscheping, de volgende aanloophaven en de vlaggestaat te melden; + + + 1.5 niet afwijken van zijn geplande reis om een verstekeling in enig land aan wal te zetten, tenzij er met voldoende documentatie onderbouwde regelingen zijn getroffen voor repatriëring en er toestemming is gegeven voor ontscheping, of vanwege verzachtende omstandigheden met betrekking tot veiligheid of medemenselijkheid; + + + 1.6 ervoor zorgdragen dat de verstekeling in de volgende aanloophaven aan de betreffende autoriteiten wordt overgedragen overeenkomstig hun vereisten; + + + 1.7 passende maatregelen treffen om de bescherming, de algemene gezondheidstoestand, het welzijn en de veiligheid van de verstekeling tot aan het moment van ontscheping te garanderen; + + + **2. De reder of exploitant** + + + 2.1 garanderen dat het bestaan van, en alle relevante informatie omtrent de verstekeling gemeld is aan de betreffende autoriteiten in de haven van inscheping, de volgende aanloophaven en de vlaggestaat; + + + 2.2 opvolgen van alle aanwijzingen betreffende verwijdering zoals deze door de bevoegde nationale autoriteiten in de haven van ontscheping worden gegeven; + + + **3. Land van eerste geplande aanloophaven na ontdekking van de verstekeling (haven van ontscheping)** + + + 3.1 toelaten van de verstekeling voor onderzoek volgens de nationale wetten van het betreffende land en wanneer de bevoegde nationale overheid van mening is dat dit de zaken vergemakkelijkt, de reder en zijn benoemde vertegenwoordiger en de bevoegde of aangewezen correspondent van de P&I Club toestemming geven om toegang te krijgen tot de verstekeling; + + + 3.2 overwegen om toestemming te geven voor ontscheping en zonodig in overeenstemming met de nationale wetten accommodatie regelen, hetgeen op kosten van de reder of agenten kan gebeuren, wanneer: + + + 3.2.1 een kwestie volgens .3.1 op het moment van uitvaren onbeslist is, of + + + 3.2.2 de nationale overheid zich er naar tevredenheid van heeft overtuigd dat er regelingen zijn getroffen en zullen worden uitgevoerd gericht op vroegtijdige terugkeer of repatriëring van de verstekeling op andere wijze (hetgeen op kosten van de reder of agenten kan plaatsvinden), of + + + 3.2.3 de aanwezigheid van een verstekeling aan boord de veilige exploitatie van het vaartuig in gevaar kan brengen; + + + 3.3 zonodig bijstand verlenen bij het vaststellen van de identiteit van de verstekeling en zijn of haar nationaliteit/staatsburgerschap; + + + 3.4 zonodig bijstand verlenen bij het vaststellen van de geldigheid en echtheid van de documenten van een verstekeling; + + + 3.5 in samenwerking met de reder en zijn aangewezen vertegenwoordiger aanwijzingen geven tot verwijdering van de verstekeling naar de haven van inscheping, het land van nationaliteit/staatsburgerschap of enig ander land waaraan wettige aanwijzingen kunnen worden gegeven; + + + 3.6 in samenwerking met de reder en zijn aangewezen vertegenwoordigers regelingen aangaande repatriëring of verwijdering dan wel bevelen bespreken met de kapitein/reder of hun benoemde vertegenwoordigers, waarbij zij zoveel mogelijk op de hoogte worden gehouden van de hoogte van de detentiekosten, die echter zo laag mogelijk zullen worden gehouden; + + + 3.7 wanneer reders naar tevredenheid van de controlerende autoriteiten met deze laatsten hebben samengewerkt bij het treffen van maatregelen ter voorkoming van het vervoeren van verstekelingen, overwegen de aanklachten te verlichten die anders van toepassing zouden zijn; + + + 3.8 zonodig, indien de verstekeling geen identificatie en/of reisdocumenten bezit, een document afgeven waaruit de omstandigheden van inscheping en aankomst blijken, teneinde terugkeer van de verstekeling met enig transportmiddel mogelijk te maken naar hetzij zijn land van oorsprong, hetzij het land van de haven van inscheping, hetzij enig ander land waaraan wettige aanwijzingen kunnen worden gegeven; + + + 3.9 overhandigen van dit document aan de vervoerder die de verwijdering van de verstekeling uitvoert; + + + 3.10 zich bij het geven van bevelen omtrent detentie en verwijdering terdege rekenschap geven van de belangen van en implicaties voor de reder of agent, in zoverre dit samengaat met het behoud van toezicht, de wettelijke plichten of verplichtingen jegens de verstekeling en de kosten ten laste van de openbare middelen. + + + **4. Het land van de oorspronkelijke haven van inscheping van de verstekeling (d.w.z. het land waar de verstekeling oorspronkelijk aan boord is gegaan)** + + + 4.1 aanvaarden van teruggezonden verstekelingen die de nationaliteit/staatsburgerschap bezitten of ingezetene zijn; + + + 4.2 wanneer de haven van inscheping naar tevredenheid van de autoriteiten van het ontvangende land is vastgesteld, een verstekeling onder normale omstandigheden terugontvangen voor onderzoek; + + + 4.3 wanneer dit volgens de nationale wetgeving is toegestaan, de verstekeling aan- en vasthouden, indien deze wordt ontdekt voordat het vaartuig uitvaart, hetzij op het vaartuig dan wel in nog aan boord te brengen lading; de persoon die van zins is zich als verstekeling aan boord te verbergen voor vervolging overdragen aan de plaatselijke autoriteiten en/of, indien van toepassing, aan de immigratie-autoriteiten overdragen voor onderzoek en mogelijke verwijdering, waarbij aan de reder geen kosten in rekening mogen worden gebracht met betrekking tot aanhouding of verwijdering en geen boete mag worden opgelegd; + + + 4.4 wanneer dit volgens de nationale wetgeving is toegestaan, de verstekeling aan- en vasthouden, indien deze wordt ontdekt terwijl het vaartuig zich nog in de territoriale wateren bevindt van het land van de haven van zijn inscheping of in een andere haven van hetzelfde land (waarbij het vaartuig in de tussentijd geen haven in een ander land heeft aangedaan), waarbij aan de reder geen kosten in rekening mogen worden gebracht met betrekking tot aanhouding of verwijdering en geen boete mag worden opgelegd; + + + **5. Het schijnbare of beweerde land van nationaliteit/staatsburgerschap van de verstekeling** + + + 5.1 zich zoveel mogelijk inspannen om hulp te verlenen bij het achterhalen van de identiteit en nationaliteit/staatsburgerschap van de verstekeling en nadat naar tevredenheid is vastgesteld dat hij of zij de beweerde nationaliteit/staatsburgerschap bezit, de verstekeling van de benodigde documenten voorzien; + + + 5.2 de verstekeling toelaten wanneer nationaliteit/staatsburgerschap is vastgesteld. + + + **6. De vlaggestaat van het schip** + + + 6.1 indien haalbaar bereid zijn de kapitein/reder of de betreffende autoriteit in de haven van ontscheping hulp te verlenen bij het vaststellen van de identiteit van de verstekeling en zijn of haar nationaliteit/staatsburgerschap; + + + 6.2 bereid zijn verklaringen af te leggen aan de betreffende autoriteit teneinde hulp te verlenen bij het bij de eerst mogelijke gelegenheid verwijderen van de verstekeling van het vaartuig; + + + 6.3 bereid zijn de kapitein/reder of de autoriteit in de haven van ontscheping hulp te verlenen bij het treffen van regelingen voor verwijdering of repatriëring van de verstekeling. + + + **7. Alle transitolanden bij de repatriëring** + + + met inachtneming van de normale visumvereisten de doorgang door hun havens en luchthavens toestaan aan verstekelingen die reizen volgens de verwijderingsinstructies of -bevelen van het land van de haven van ontscheping. + + + **BIJLAGE** + + + **GEGEVENS BETREFFENDE VERSTEKELING** + + + **GEGEVENS SCHIP** + + + Naam schip: + IMO-nummer: + Vlag: + Maatschappij: + Adres maatschappij: + Agent in volgende haven + Adres agent: + IRCS: + Inmarsat-nummer: + foto van de verstekeling: + Haven registratie: + Naam kapitein: + + + **GEGEVENS VERSTEKELING** + + + Datum/tijd gevonden aan boord: + Plaats inscheping: + Land inscheping: + Tijd doorgebracht in inschepingsland: + Datum/tijd inscheping: + Beoogde haven van bestemming: + Beoogde uiteindelijke bestemming (indien anders): + Opgegeven redenen om aan boord van het schip te komen: + + + Achternaam: + Voornaam: + Naam waaronder bekend: + Godsdienst: + Geslacht: + Geboortedatum: + Geboorteplaats: + Beweerde nationaliteit: + Soort identiteitsbewijs: + + + Paspoort nr.: + Datum afgifte: + Plaats afgifte: + Geldig tot: + Afgegeven door: + + + Identiteitskaart nr.: + Datum afgifte: + Plaats afgifte: + Geldig tot: + Afgegeven door: + + + Noodpaspoort nr.: + Datum afgifte: + Plaats afgifte: + Geldig tot: + Afgegeven door: + + + + Huisadres: + + + Woonplaats: + Land: + Beroep(en): + Werkgever(s): [namen en adressen] + + + Adres in land van inscheping: + + + Lengte (cm): + Gewicht (kg): + Huidkleur: + Kleur ogen: + Kleur haar: + Vorm hoofd/gezicht: + Bijzondere kenmerken : [bijv. littekens, tatoeages, etc.] + + + Eerste taal: + Spreken lezen schrijven + + + Andere talen: + Spreken lezen schrijven + + + Zeemansboekje nr.: + Datum afgifte: + Plaats afgifte: + Geldig tot: + Afgegeven door: + + + Burgerlijke staat: + Naam echtgeno(o)t(e): + Nationaliteit echtgeno(o)t(e): + Adres echtgeno(o)t(e): + + + Namen ouders: + Nationaliteit ouders: + Adres ouders: + + + **ANDERE GEGEVENS** + + + Methode van inscheping, inclusief andere betrokken personen (bijv. bemanning, havenarbeiders, etc.), en of de verstekelingen zich in de lading/container of in het vaartuig verstopt hadden: + + + Inventarisatie van bezittingen van verstekeling: + + + Heeft de verstekeling hulp gehad bij het aan boord gaan, eventueel van één van de bemanningsleden? Zo ja, is er voor deze hulp betaald? + + + Andere informatie (bijv. namen en adressen van collega’s, gemeenschapsleider zoals burgemeester, stamhoofd, contacten in andere delen van de wereld): + + + Verklaring afgelegd door de verstekeling: + + + Verklaring afgelegd door de kapitein (inclusief opmerkingen over de geloofwaardigheid van de door de verstekeling verstrekte informatie): + + + Datum/data interview(s): + + + Handtekening verstekeling Handtekening kapitein + + + Datum: Datum: + +200317309-09-200326-08-2003HKUIT03-1737(AUB)200317309-09-200326-08-2003HKUIT03-1737(AUB)11-09-2003 + +#### 2. Verdrag van Chicago, Annex 9, hoofdstuk 1 en 3 (ICAO) + +a) de tijd die nodig is voor het uitvoeren van de grenscontroles voor personen en luchtvaartuigen en voor het vrijgeven/inklaren van goederen tot een minimum beperkt wordt; +b) zo min mogelijk hinder veroorzaakt wordt door het toepassen van administratieve eisen en eisen op het gebied van controle; +c) de uitwisseling van relevante gegevens tussen de verdragsluitende staten, exploitanten en luchthavens zo veel mogelijk gestimuleerd en bevorderd wordt; en +d) de beveiliging optimaal is en de wet naar behoren gehandhaafd wordt. + +a) *de identiteit van de persoon;* +b) * reden voor het terugvervoeren;* +c) *eventuele begeleider(s); en* +d) *risicoanalyse door de bevoegde instanties.* + +a) de plaats waar de persoon zijn reis heeft aangevangen; of +b) naar enige andere plaats waar de persoon toelaatbaar is. + +– *naam van de uit te zetten persoon;* +– *reden voor uitzetting;* +– *namen van begeleiders/bewakers;* +– *of de betrokkene al dan niet bereid is te reizen; en* +– *alle overige informatie, opdat de exploitanten kunnen beoordelen of de veiligheid van de vlucht in het geding kan komen.* + +#### 3. Richtlijnen voor vervoerders + +Hoofdstuk 1 + + **INLEIDING** + + + + *1.1 Algemeen* + + + Op 26 maart 1995 is de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen effectief geworden. Tussen de landen die zich bij de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen hebben aangesloten, vindt geen personencontrole in het kader van de grensbewaking meer plaats. Aan de buitengrenzen van het Schengengebied blijft de personencontrole gehandhaafd. De volgende landen behoren momenteel tot het Schengengebied: de Benelux-landen, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, IJsland en Zweden. Overigens hebben Noorwegen en IJsland zich aangesloten bij het Akkoord van Schengen, hoewel zij geen lid zijn van de Europese Unie. + + + Nederland heeft na de invoering van de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen alleen nog lucht- en zeehavens als plaatsen waar personencontrole in het kader van de overschrijding van de Schengen-buitengrens kan plaatsvinden. Natuurlijk vindt aan de zeegrens ook controle op illegale inreis plaats tussen de zeehavens die als doorlaatpost zijn aangewezen. + + + *1.2 Verplichtingen en aansprakelijkheid vervoerders* + + + Ten aanzien van vervoersondernemingen zijn in de Vreemdelingenwet de volgende verplichtingen opgenomen: + + + a. + de zorgplicht (art. 4 Vw); + + + b. + de afschriftplicht (art. 4 Vw), en + + + c. + de terugvoerplicht (art. 65, juncto art. 5, Vw) + + + + + Daarnaast kan de vervoerder ingevolge artikel 65 Vreemdelingenwet, juncto artikel 6.3 Vreemdelingenbesluit, aansprakelijk worden gesteld voor de uitzettings- en verblijfskosten die door de overheid worden gemaakt met betrekking tot geweigerde vreemdelingen die niet onmiddellijk kunnen worden terugvervoerd. + + + Het niet nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 4, eerste en tweede lid, artikel 5, eerste en tweede lid en artikel 65, derde lid, van de Vreemdelingenwet, is strafbaar gesteld (in artikel 108 Vw), waardoor de vervoerder daarvoor een boete kan worden opgelegd. Ten slotte is in het kader van de Richtlijnen voor vervoerders de strafbaarstelling van mensensmokkel van belang. + + + De onder b genoemde afschriftplicht is een nationale bepaling. De overige bepalingen vloeien voort uit het feit dat Nederland zich heeft aangesloten bij de Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen (SUO). + + + Bovenstaande aansprakelijkheid, verplichtingen en bijbehorende strafbaarstellingen, worden in hoofdstuk 2 en 3 nader toegelicht. In hoofdstuk 4 van deze bijlage zijn de relevante artikelen uit de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit opgenomen. + + + Hoofdstuk 2 + + **VERPLICHTINGEN VAN DE VERVOERDER (art. 4, 5 en 65 Vw)** + + + + *2.1 Wettelijk kader* + + + Uit artikel 4 van de Vreemdelingenwet vloeit voor de vervoerder de zorgplicht voort ‘de nodige maatregelen te nemen en het redelijkerwijs te vorderen toezicht te houden’ om te voorkomen dat een vreemdeling, die niet in het bezit is van de voor binnenkomst op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen vereiste reisdocumenten, aan een Schengen-buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht. Ook geeft dit artikel aan, dat de vervoerder verplicht is om een afschrift te nemen van de reisdocumenten van de vreemdelingen die hij vanaf bepaalde aangewezen luchthavens vervoert. Het niet nakomen van het in dit artikel vastgelegde, is als overtreding strafbaar gesteld (zie 3.2). + + + In artikel 65, juncto artikel 5, van de Vreemdelingenwet is de verplichting voor de vervoerder vastgelegd een vreemdeling aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd naar een plaats buiten Nederland te brengen. In artikel 65 Vreemdelingenwet is opgenomen dat de vervoersonderneming op aanwijzing van de ambtenaar belast met grensbewaking de geweigerde vreemdeling terug vervoert naar een plaats buiten Nederland en daartoe zo nodig een ander middel voor terugbrenging vindt. Indien dit niet binnen redelijke tijd mogelijk is, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland op die vervoersonderneming worden verhaald. Het verhalen van deze uitzettingskosten, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden gerekend, is verder uitgewerkt in artikel 6.3 Vreemdelingenbesluit. + + + *2.2 Doelgroep* + + + Onder vervoerder wordt verstaan eenieder die vreemdelingen aanvoert naar of door wiens tussenkomst vreemdelingen arriveren op Nederlands grondgebied met dien verstande dat de plaats van aankomst een plaats dient te zijn waar personencontrole in het kader van de overschrijding van een Schengen-buitengrens mogelijk is (zie Voorschrift Vreemdelingen, Bijlage 4). + + + Voor Nederland geldt op grond van het vorenstaande, dat met name die luchtvaart-, cruise- en ferrymaatschappijen, alsmede eigenaars van koopvaardijschepen en eigenaars/gebruikers van pleziervaartuigen, die één of meer vreemdelingen aanvoeren via een plaats waar buitengrenscontrole voor het Schengengebied plaatsvindt, zich aan deze instructie moeten houden. + + + *2.3 Vereisten waaraan een vreemdeling moet voldoen om vervoerd te kunnen worden naar een plaats in Nederland waar buitengrenscontrole kan plaatsvinden* + + + Een vreemdeling die naar Nederland wordt vervoerd, moet bij aankomst in Nederland in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. + Onder een geldig document voor grensoverschrijding wordt verstaan een geldig paspoort (of een ander document zoals is aangegeven in bijlage 2 en 3 van het Voorschrift Vreemdelingen), waar nodig voorzien van de benodigde visa. + + + *2.4 Uitwerking zorgplicht* + + + De vervoerder dient zodanige voorzorgsmaatregelen te nemen dat de aanvoer van niet of niet juist gedocumenteerde vreemdelingen wordt voorkomen. Als dergelijke vreemdelingen zonder voorafgaande toestemming van bevoegde autoriteiten (zie 2.8) toch worden aangevoerd, kan de vervoerder strafbaar zijn. In ieder geval zal terzake een proces-verbaal worden opgemaakt. + + + Voor de vaststelling of een document voor grensoverschrijding geldig is, moet een vervoerder zodanige maatregelen treffen dat zijn personeel, waaronder ook begrepen wordt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht, dusdanig wordt geïnstrueerd dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. + + + De hierboven bedoelde controle houdt minimaal het volgende in: + + + – + controle of de naam, geboortedatum, nationaliteit, geslacht, lengte en foto, zoals die in het aangeboden reisdocument zijn opgenomen, overeenkomen met de aanbieder van dat document; + + + – + controle of het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming); + + + – + controle of de geldigheid van het aangeboden reisdocument en de daarin aangebrachte visa niet is verlopen; + + + – + controle of het aangeboden reisdocument is afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit; + + + – + controle door middel van een kort en bondig onderzoek of het aangeboden reisdocument vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt dient te worden van eenvoudige hulpmiddelen. + + + + + Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen al gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, dient de vervoerder deze apparatuur ook voor de controle van reisdocumenten aan te wenden. + + + De Nederlandse overheid kan de individuele vervoerder aanwijzingen geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen. + + + Overeenkomstig de daartoe strekkende internationale regelgeving kan de Nederlandse overheid een vervoerder verzoeken, om op een risicodragend(e) vlucht of vaart een plaats aan boord van het vaartuig of luchtvaartuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar kan dan in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming). Dit geschiedt enkel indien daartoe door de Staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend. + + + Om vervoerders in staat te stellen de verlangde controle zo goed mogelijk te verrichten, houdt het Ministerie van Justitie hen regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. Tevens zullen aanwijzingen gegeven worden die een meer effectieve en efficiënte controle kunnen bewerkstelligen (bijv. informatie over reisroutes, trends, veel voorkomende vervalsingen etc.). + + + *2.5 Passagiers- en bemanningslijsten* + + + In beginsel dient iedere vervoerder direct bij binnenkomst in Nederland een passagiers- en bemanningslijst te overhandigen aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking. De Nederlandse overheid kan voor bepaalde vluchten, vaarten of treintrajecten bepalen, dat deze verplichting niet van toepassing is op basis van het feit dat niet gesproken kan worden van een risicodragend(e) vlucht, vaart of treintraject. De Nederlandse overheid kan de vervoerder opleggen om op de passagierslijst naast de namen van de reizigers ook andere gegevens vast te leggen. + In het Voorschrift Vreemdelingen zijn modellen voor bemannings- en passagierslijsten opgenomen. + + + Op basis van historische gegevens wordt de in deze paragraaf genoemde verplichting vooralsnog niet opgelegd aan vervoerders die thans een regelmatige ferry-verbinding onderhouden. + + + *2.6 De afschriftplicht voor vervoerders* + + + De Nederlandse overheid kan aan vervoerders een afschriftplicht van de in het bezit van bepaalde vreemdelingen zijnde documenten opleggen. Deze afschriftplicht geldt slechts voor vluchten of vaarten vanaf die plaatsen van vertrek die specifiek, bij ministeriële regeling, zijn aangegeven. Ook kunnen bepaalde specifieke vervoersondernemingen worden aangewezen. De lijst, die deze plaatsen en/of vervoersondernemingen vermeldt, wordt samengesteld op basis van ervaringsgegevens en is terug te vinden in bijlage 1 van het Voorschrift Vreemdelingen. Steeds zal aan de betrokken maatschappijen worden aangegeven vanaf welk moment de afschriftplicht geldt. + + + De vervoerder dient desgevraagd een afschrift te kunnen overleggen van het op de vreemdeling betrekking hebbende document voor grensoverschrijding, indien hij de vreemdeling rechtstreeks dan wel na transfer of transit naar Nederland vervoert vanaf een luchthaven die bij ministeriële regeling is aangewezen als afschriftplichtige luchthaven. + + + Deze verplichting geldt nimmer ten aanzien van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen, alsmede voor uitgenodigde vluchtelingen. + + + Aan de afschriftplicht wordt voldaan door het maken van een afbeelding van de pagina’s van het reisdocument welke de volgende essentiële gegevens van de vreemdeling bevatten: + + + + + – + foto van de vreemdeling + + + – + naam, voornaam en geboortedatum van de vreemdeling + + + – + nationaliteit van de vreemdeling + + + – + soort en nummer en geldigheidsduur van het reisdocument van de vreemdeling + + + – + soort en nummer en afgifteplaats van evt. benodigde visa, zowel voor Nederland als eventueel voor het land van eindbestemming + + + – + uitreisstempel voor zover dit is aangebracht door de grensbewakingsautoriteiten van het land van vertrek + + + + + Het is derhalve niet de bedoeling dat van alle pagina’s van het reisdocument van vorenbedoelde vreemdeling een afbeelding wordt gemaakt. + De afbeelding dient van een dusdanige kwaliteit te zijn, dat teksten goed leesbaar zijn en de foto op het reisdocument goed tot de houder van het document te herleiden is. De afbeelding van de tekstpagina’s of de foto mag dus niet te licht of te donker zijn. Bij voorkeur wordt een digitale scan van het reisdocument gemaakt. + + + Indien een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken, dienen de bedoelde afbeeldingen desgevraagd te worden overhandigd aan de bevoegde Nederlandse grensbewakingsautoriteiten. Deze overhandiging dient binnen één uur na het verzoek van de ambtenaar belast met de grensbewaking te geschieden. + + + In een bijlage bij het Voorschrift Vreemdelingen wordt aangegeven voor welke vluchten en bootreizen de afschriftplicht zal gelden. Indien van toepassing, kan tevens worden vermeld ten aanzien van welke specifieke vervoersonderneming de afschriftplicht geldt. De lijst met vluchten en bootreizen die onderworpen zijn aan de afschriftplicht zal regelmatig worden geactualiseerd en schriftelijk worden kenbaar gemaakt aan de betreffende vervoerders. + + + *2.7 Terugvoerplicht* + + + In artikel 65, juncto artikel 5, van de Vreemdelingenwet is de verplichting voor de vervoerder vastgelegd een vreemdeling aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd terug te brengen naar een plaats buiten Nederland. Blijkens de toelichting bij artikel 5 bij de Vreemdelingenwet dient de vervoerder een vreemdeling aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, terug te brengen naar het derde land van waaruit hij werd aangevoerd, dan wel te vervoeren naar het derde land dat het document voor grensoverschrijding waarmee de vreemdeling heeft gereisd heeft afgegeven, of naar ieder derde land waar zijn toelating is gewaarborgd. + + + De terugvoerplicht geldt niet alleen bij weigeringen van vreemdelingen die niet beschikken over (de juiste) grensoverschrijdingsdocumenten, maar ook bij weigeringen op basis van één van de andere gronden van artikel 3 van de Vreemdelingenwet, zoals het niet beschikken over voldoende middelen van bestaan of het vormen van een gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid. + + + In lid 2 van artikel 65 van de Vreemdelingenwet is opgenomen dat de vervoersonderneming op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking de geweigerde vreemdeling vervoert naar een plaats buiten Nederland en daartoe zo nodig een ander middel voor terugbrenging vindt. + + + Indien het niet binnen redelijke tijd mogelijk is de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden gerekend, op die vervoersonderneming worden verhaald (artikel 65 Vw en artikel 6.3 Vb). + + + Gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vreemdeling de toegang wordt geweigerd en de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling door de vervoersonderneming daadwerkelijk naar een plaats buiten Nederland wordt gevoerd, is de vervoerder verantwoordelijk voor de vreemdeling. Dit betekent allereerst dat de vervoerder verantwoordelijk is voor de zorg van een vreemdeling wanneer deze bijvoorbeeld in de internationale lounge van de luchthaven verblijft in afwachting van zijn vertrek. Het betekent voorts dat alle kosten die door de overheid worden gemaakt en voortkomen uit het (feitelijk) verblijf van de vreemdeling in Nederland, ook ten laste kunnen komen van de vervoerder. + + + Ook indien een vreemdeling binnen zes maanden nadat hij is aangevoerd, zonder geldige verblijfstitel in Nederland wordt aangetroffen kan de vervoerder verplicht worden gesteld de vreemdeling terug te vervoeren naar het vertrekpunt of een andere plaats waar zijn toelating is gewaarborgd (artikel 65 Vw). + + + *2.8 Vreemdelingen met een vluchtrelaas* + + + Indien de vervoerder bij de in 2.4 genoemde controle constateert dat hij te maken heeft met een vreemdeling die niet of niet juist is gedocumenteerd, dient hij deze in principe niet te vervoeren. Indien de vreemdeling stelt dat zijn leven in het land van waar hij op dat moment wil vertrekken in direct gevaar is, kan de vervoerder de vreemdeling als gevolg van de brief van 12 januari 2003 van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, aan de Tweede Kamer (TK 2002-2003 19 637, nr. 719), niet naar de Nederlandse vertegenwoordiging zenden om aldaar een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel ‘asiel’ in te dienen. Indien de vervoerder in deze situatie overweegt de vreemdeling te vervoeren, dient de vervoerder als volgt te handelen. Tussen 07.00 en 17.00 uur Nederlandse tijd wordt contact opgenomen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst te Schiphol. Buiten deze uren dient contact gezocht te worden met de piketambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het telefoonnummer is in beide gevallen +31 (0)6-65 065 094. De betreffende ambtenaar bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd, maar dit heeft gedaan met instemming van de betreffende ambtenaar, geldt geen terugvoerplicht als bedoeld onder 2.7 en wordt geen proces-verbaal opgemaakt ter zake van vermoedelijke overtreding van artikel 4 Vreemdelingenwet. Wel dient de vervoerder de feiten en omstandigheden zoals hij die daarbij heeft voorgelegd, deugdelijk schriftelijk vast te leggen. + + + Hoofdstuk 3 + + **CIVIELE EN STRAFRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID** + + + + *3.1 Strafrechtelijke aansprakelijkheid* + + + De vervoerder kan worden vervolgd terzake van overtreding van artikel 4, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet, te weten het veronachtzamen van de zorg- en afschriftplicht, alsmede terzake van overtreding van artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 65, derde lid, van de Vreemdelingenwet. Ook kan tegen de vervoerder vervolging worden ingesteld terzake van overtreding van artikel 197a Wetboek van Strafrecht (WvSr), welk artikel mensensmokkel behelst. De vergadering van procureurs-generaal heeft op 24 november 1993 de ‘Richtlijn inzake strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de aanvoer van niet- of onjuist gedocumenteerde vreemdelingen’ vastgesteld. De richtlijn bevat aanwijzingen voor het openbaar ministerie ten aanzien van het transactie- en vervolgingsbeleid met betrekking tot artikel 4 Vw en artikel 197a WvSr. + + + *3.2 Strafbaarheid* + + + Voor artikel 4 Vw geldt dat met de vaststelling dat er sprake is van een vervoerder en dat deze zijn zorgplicht heeft nagelaten, danwel het afschrift niet heeft kunnen overhandigen, het daderschap vaststaat. Ter bevrijding van zijn aansprakelijkheid zal de vervoerder het bestaan van een strafuitsluitingsgrond aannemelijk moeten maken. Zo is het mogelijk dat de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling heeft vervoerd vanwege het vluchtrelaas dat deze heeft gegeven. Indien dit objectief gezien een aannemelijk relaas was, kan de vervoerder zich op strafuitsluitingsgrond overmacht in de zin van noodtoestand beroepen. Wanneer het relaas, dat aannemelijk was, bij nader inzien niet juist blijkt te zijn kan de vervoerder zich beroepen op verschoonbare dwaling en is hij daarom niet strafbaar. + + + Artikel 197a WvSr stelt als misdrijf strafbaar het een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij wederrechtelijke toegangsverschaffing tot Nederland of het gemeenschappelijk rechtsgebied of het wederrechtelijk daar verblijf houden. Het tweede lid bevat de strafverzwarende omstandigheid van het beroepsmatig of bij gewoonte begaan. De strafbepaling richt zich in beginsel niet specifiek tegen de genoemde vervoerder. Strafbaar gesteld is handelen uit winstbejag; in dit verband is dat een (toekomstige) gerichtheid op iedere verrijking. De dader is strafbaar indien hij weet of ernstige redenen had te vermoeden dat de toegangsverschaffing of het verblijf van de vreemdeling wederrechtelijk was. + + + *3.3 Strafmaat* + + + Overtreding van artikel 4, eerste en tweede lid, het nalaten van de zorg- of afschriftplicht, kan worden bestraft met geldboete van de vierde categorie (maximaal € 11.250) of hechtenis van zes maanden (artikel 108 Vw). Proces-verbaal wordt opgemaakt in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht. Alle processen-verbaal worden doorgezonden aan het openbaar ministerie. In beginsel zal eerst een transactie worden aangeboden door het openbaar ministerie. + + + Overtreding van de artikelen 5, eerste en tweede lid, en artikel 65, derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie (maximaal € 2.250) of een hechtenis van ten hoogste zes maanden (artikel 108 Vw). + + + Het misdrijf van artikel 197a WvSr kan worden bestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Het derde lid bevat de mogelijkheid tot strafverzwaring indien het feit is begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep. Ingeval van verdenking van mensensmokkel wordt in ieder geval proces-verbaal opgemaakt en zal in beginsel onmiddellijk tot dagvaarden worden overgegaan. + + + *3.4 Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten* + + + De strafrechtelijke aansprakelijkheid laat onverlet de terugvoerplicht van de vervoerder van geweigerde vreemdelingen naar de plaats van vertrek of naar een plaats waar diens toelating is gewaarborgd. + + + Ingevolge artikel 65 Vreemdelingenwet, juncto artikel 6.3 Vreemdelingenbesluit, is de vervoersonderneming aansprakelijk voor de verblijfs- en uitzettingskosten die met betrekking tot de geweigerde vreemdeling door de Nederlandse Staat worden gemaakt. + + + Deze kosten omvatten blijkens artikel 6.3 Vreemdelingenbesluit in ieder geval de kosten verbonden aan: + + + a) + het vervoer van de uit te zetten vreemdeling per eerste gelegenheid, doch op de wijze die, gelet op de omstandigheden, de goedkoopste is, naar een plaats buiten Nederland; + + + b) + de begeleiding van de vreemdeling naar een plaats van vertrek uit Nederland alsmede zijn begeleiding naar een plaats buiten Nederland, voorzover deze noodzakelijk is, en + + + c) + het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoersonderneming van een ambtenaar belast met grensbewaking de aanwijzing heeft gekregen de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. + + + + + Onder de kosten van uitzetting zijn ook begrepen de kosten van de handelingen, zoals het presenteren van een vreemdeling op de ambassade ter verkrijging van een vervangend reisdocument. De concrete kosten waarvoor de vervoersonderneming op basis van het hiervoor genoemde onder a tot en met c aansprakelijk is, zijn opgenomen in de tarievenlijst (bijlage 3a). + + + Indien een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de asielaanvraag opgeschort. Er zullen pas weer kosten op de vervoerder worden verhaald wanneer de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. + + + De concrete wijze waarop de kosten worden verhaald, is uiteengezet in A2/2.2.2.4. + + + Hoofdstuk 4 + + **RELEVANTE ARTIKELEN UIT DE VREEMDELINGENWET EN HET VREEMDELINGENBESLUIT** + + + + + + Artikel + 3 + Vreemdelingenwet 2000 + + + 1 + Toegang tot Nederland wordt geweigerd aan de vreemdeling die: + + + a. + niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dan wel in het bezit is van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt; + + + b. + en gevaar oplevert voor de openbare of de of nationale veiligheid; + + + c. + niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang gewaarborgd is, of + + + d. + niet voldoet aan de voorwaarden die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn gesteld. + + + + + 2 + Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het eerste lid. + + + 3 + De ambtenaren belast met grensbewaking weigeren niet dan ingevolge een bijzondere aanwijzing van Onze Minister de toegang tot Nederland aan de vreemdeling die te kennen geeft dat hij asiel wenst. + + + + + + + Artikel + 4 + Vreemdelingenwet 2000 + + + 1 + De vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht, neemt de nodige maatregelen en houdt het toezicht dat redelijkerwijs van hem kan worden gevorderd om te voorkomen dat door de vreemdeling niet wordt voldaan aan artikel 3, eerste lid, onder a. + + + 2 + De vervoerder kan worden verplicht om een afschrift te nemen van het op de vreemdeling betrekking hebbende document voor grensoverschrijding en dit ter hand te stellen aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. + + + 3 + Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en tweede lid. + + + 4 + Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op iedere vervoerder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan de in die leden bedoelde verplichtingen. + + + + + + + Artikel + 5 + Vreemdelingenwet 2000 + + + 1 + De vreemdeling aan wie toegang tot Nederland is geweigerd, dient Nederland onmiddellijk te verlaten, met inachtneming van de aanwijzingen welke hem daartoe door een ambtenaar belast met de grensbewaking zijn gegeven. + + + 2 + Indien de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, Nederland is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming dient hij Nederland onmiddellijk te verlaten met dat vervoer of een hem door een ambtenaar belast met grensbewaking aangewezen vervoermiddel. + + + 3 + De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 of 33 heeft ingediend en daarop nog niet is beslist. + + + + + + + Artikel + 65 + Vreemdelingenwet 2000 + + + 1 + De vreemdeling: + + + a. + die Nederland is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming en die Nederland onmiddellijk dient te verlaten, of + + + b. + die met het oog op zijn uitzetting is aangehouden binnen zes maanden nadat hij is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming, kan worden uitgezet door plaatsing aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming. + + + + + 2 + De vervoersonderneming vervoert op aanwijzing van een ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, om niet terug naar een plaats buiten Nederland en vindt daartoe zo nodig een ander middel voor terugbrenging. Is zulks niet binnen redelijke tijd mogelijk, of, in het geval bedoeld in het eerste lid, onder b, niet binnen redelijke tijd na de aanhouding mogelijk, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland op die vervoersonderneming worden verhaald. + + + 3 + Gezagvoerders van vaartuigen en luchtvaartuigen verlenen aan de uitzetting van de vreemdeling alle medewerking die de ambtenaar belast met de grensbewaking redelijkerwijs kan vorderen. + + + 4 + Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet tot een later tijdstip dan dat van vertrek van het vaartuig of luchtvaartuig aan boord waarvan hij is binnengekomen. + + + + + + + Artikel + 108 + Vreemdelingenwet 2000 + + + 1 + Overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste en tweede lid, 46, tweede lid, aanhef en onder b, alsmede handelen in strijd met artikel 56, eerste lid, dan wel handelen in strijd met een verplichting opgelegd bij of krachtens de artikelen 6, eerste lid, 54, 55, 57, eerste lid, 58, eerste lid, of 65, derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie. + + + 2 + Overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij of krachtens artikel 4, eerste en tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie. + + + 3 + De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. + + + 4 + Met de opsporing van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren belast met de grensbewaking en ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een aanwijzing, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. + + + + + + + Artikel + 197A + Wetboek van Strafrecht + + + 1 + Hij die een ander behulpzaam is bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is, wordt als schuldig aan mensensmokkel gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. + + + 2 + Hij die een ander uit winstbejag behulpzaam is bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het in het eerste lid genoemde protocol, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. + + + 3 + Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en derde lid, wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de hoogste categorie opgelegd en kan ontzetting worden uitgesproken van de uitoefening van het recht het ambt te bekleden of het beroep uit te oefenen en kan de rechter openbaarmaking van de uitspraak gelasten. + + + 4 + Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en derde lid, wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of in vereniging wordt begaan door meerdere personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. + + + 5 + Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en derde lid, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. + + + 6 + Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en derde lid, de dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. + + + + + + + Artikel + 6.3 + Vreemdelingenbesluit 2000 + + + 1 + De kosten van uitzetting van een vreemdeling welke ingevolge artikel 65, tweede lid, van de Wet op een vervoersonderneming kunnen worden verhaald, zijn verschuldigd aan het openbaar lichaam te welks laste die kosten zijn gekomen. + + + 2 + De in het voorgaande lid bedoelde kosten van uitzetting omvatten in ieder geval de kosten verbonden aan: + + + a. + het vervoer van de uit te zetten vreemdeling per eerste gelegenheid, doch op de wijze die, gelet op de omstandigheden, de goedkoopste is, naar een plaats buiten Nederland; + + + b. + de begeleiding van de vreemdeling naar een plaats van vertrek uit Nederland alsmede zijn begeleiding naar een plaats buiten Nederland, voorzover deze noodzakelijk is, en + + + c. + het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoersonderneming van een ambtenaar belast met grensbewaking de aanwijzing heeft gekregen de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. + + + + + +20056231-03-200524-03-20052005/1320056231-03-200524-03-20052005/1302-04-2005 + +#### 3a. Tarievenlijst 2005 + +| **Vervoer (per vervoerde vreemdeling)** | | +| --- | --- | +| Binnen Rotterdam | € 141,46 | +| Van Rotterdam naar Den Haag | € 282,92 | +| Van Rotterdam naar Amsterdam | € 282,92 | +| Van Rotterdam naar Brussel | € 424,38 | +| | | +| Binnen Amsterdam | € 141,46 | +| Van Amsterdam naar Den Haag | € 282,92 | +| Van Amsterdam naar Rotterdam | € 282,92 | +| Van Amsterdam naar Brussel | € 565,84 | +| | | +| Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur | € 70,73 | +| | | +| **Escortering tijdens het terugvervoer** | | +| Salariskosten (per escort per uur) | € 70,73 | +| Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) | variabel | +| Ticketkosten (per escort) | variabel | +| Vliegvergoeding (per escort per uur) | € 18,42 | +| Onkostenvergoeding (per escort per dag) | € 12,00 | +| Reisverzekering (per escort) | variabel | +| | | +| **Verblijf van de geweigerde vreemdeling** | | +| Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, lid 1 en 2, Vw 2000 (p.p.p.d.) | € 217,84 | +| | | +| **Laissez passer** | | +| Kosten aanvraagproces | € 597,00 | +| Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) | € 55,00 | +| Prijs laissez passer | variabel | +| | | +| **Medische kosten** | variabel | +| | | +| **Overige kosten** | variabel | +| | | +| **Administratiekosten** (maximaal € 1.200 administratiekosten per vreemdeling) | 8% | + +#### 4. Gemeenschappelijk Handboek, bijlage 5 en 5a + +I. Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001 als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 . +II. Gemeenschappelijke lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld door de lidstaten die gebonden zijn door Verordening (EG) nr. 539/2001PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1. als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001PB L 327 van 12.12.2001, blz. 1.. +III. Regeling voor reisverkeer van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten, alsmede voor houders van door bepaalde intergouvernementele organisaties aan hun functionarissen afgegeven vrijgeleides. + +| | BNL | DK | D | GR | E | F | I | A | P | FIN | S | ISL | N | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| Albanië | | | | DD | | | D | | | | | | | +| Algerije | | | | | | | DD | | | | | | | +| Angola | | | | | | | | | DD | | | | | +| Antigua en Barbuda | | | | DD | | | | | | | | | | +| Bahama's | | | | | | | | DD | | | | | | +| Barbados | | | | | | | DD | DD | | | | | | +| Benin | | | | | | | DD | | | | | | | +| Bosnië en Herzegovina | | | | D | | | | D | | | | | | +| Botswana | | | | | | | DD | | | | | | | +| Burkina Faso | | | | | | | DD | | | | | | | +| Colombia | | | | | | | DD | | | | | | | +| Dominicaanse Rep. | | | | | | | DD | | | | | | | +| Dominica | | | | | | | DD | | | | | | | +| Egypte | | | | | | | DD | | | | | | | +| Federatieve Republiek Joegoslavië | | | | DD | | | DD | | | | | | | +| Fiji | | | | | | | DD | | | | | | | +| Filipijnen | | DD | DD | DD | DD | | DD | DD | | DD | DD | | DD | +| Gabon | | | | | | D | | | | | | | | +| Gambië | | | | | | | DD | | | | | | | +| Ghana | | | DD | | | | | | | | | | | +| Guyana | | | | | | | DD | | | | | | | +| India | | DD | D | | | | | | | | | | | +| Ivoorkust | DD | | | | | DD | DD | DD | | | | | | +| Jamaica | DD | | D | | | | | | | | | | | +| Kaapverdië | | | | | | | | | DD | | | | | +| Kenia | | | D | | | | | | | | | | | +| Koeweit | | | | | | | DD | | | | | | | +| Lesotho | | | | | | | DD | | | | | | | +| Malawi | DD | | D | | | | | | | | | | | +| Malediven | | | | | | | | DD | | | | | | +| Marokko | DD | | D | DD | D | D | DD | DD | DD | | | | DD | +| Mauritanië | | | | | | | DD | | | | | | | +| Mozambique | | | | | | | | | DD | | | | | +| Namibië | | | D | | | | | | | | | | | +| Niger | | | | | | | DD | | | | | | | +| Pakistan | DD | DD | D | | | | | DD | | DD | | DD | DD | +| Peru | | | D | DD | DD | DD | DD | DD | | DD | | | | +| Roemenië | D | D | D | D | D | D | D | D | D | DD | D | D | DD | +| São Tomé en Principe | | | | | | | | | DD | | | | | +| Senegal | D | | DD | | | D | DD | DD | | | | | | +| Swaziland | | | | | | | DD | | | | | | | +| Seychellen | | | | | | | | D | | | | | | +| Thailand | DD | DD | DD | DD | | | DD | DD | | DD | DD | | DD | +| Togo | | | | | | | DD | | | | | | | +| Trinidad en Tobago | | | | | | | | DD | | | | | | +| Tsjaad | D | | DD | | | | | | | | | | | +| Tunesië | DD | | D | DD | D | D | DD | DD | DD | | | | | +| Turkije | DD | DD | DD | DD | DD | DD | DD | DD | D | DD | DD | DD | DD | +| Uganda | | | | | | | DD | | | | | | | +| Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië | | | D | | | D | DD | D | | | | | DD | +| West-Samoa | | | | | | | DD | | | | | | | +| Zimbabwe | | | | DD | | | | | | | | | | +| Zuid-Afrika | | | D | DD | | | | DD | DD | | | DD | DD | + +| | BNL | DK | D | GR | E | F | I | A | P | FIN | S | ISL | N | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| Israël | | | | | | X | | | | | | | | +| Mexico | | | | | | | | | | | | X | | +| Verenigde Staten | | | | X | X | XIndien zij op een officiële dienstreis of reis zijn. | | | | | | | | + +| | BNL^2 | DK | D | GR | E^3 | F^4 | I^5 | A^1 | P | FIN | S | ISL | N | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| Albanië | | | | | | x | | | | | | | | +| Angola | x | | x | x | x | x | | | | | | | | +| Cuba | | | | | x | | | | | | | | | +| Egypte | | | | | | x^7 | | | | | | | | +| Gambia | | | x | | | | | | | | | | | +| Guinee-Bissau | | | | | | | | | | | | | | +| Haïti | | | | | | x | | | | | | | | +| India | | x^8 | x^6 | x | x | | | | | | | | | +| Indonesië | | | | | | | | | x | | | | | +| Ivoorkust | | | | | x | | | | | | | | | +| Jordanië | | | x | | | | | | | | | | | +| Libanon | | | x | | | x^7 | | | | | | | | +| Liberia | | | | | x | x | | x | x | | | | | +| Libië | | | | | | x | | | | | | | | +| Mali | | | | | x | | | | | | | | | +| Roemenië | | | x^6 | | | | | | | | | | | +| Senegal | | | | | | | x | | x | | | | | +| Sierra Leone | | | | | x | x | | | | | | | | +| Sudan | x | | x | x | x | | | | | | | | | +| Syrië | x | | x | x | | x^9 | | | | | | | | +| Togo | | | | | x | | | | | | | | | +| Turkije | | | x^6 | x | | | | | | | | | | + +(1) Aan de transitvisumplicht onderworpen vreemdelingen hoeven niet in het bezit te zijn van een transitvisum voor luchthavens (TVL) voor doorreis via een Oostenrijkse luchthaven, voor zover zij voor de duur van het transitverblijf in het bezit zijn van: +- – een verblijfstitel voor Andorra, Japan, Canada, Monaco, San Marino, Zwitserland, Vaticaanstad of de VS, welke een absoluut terugkeerrecht verleent; +– een visum of verblijfstitel van een Schengen-Staat waar de Toetredingsovereenkomst in werking is getreden; +– een verblijfstitel van een EER-Lidstaat. +(2) Alleen indien de onderdanen niet over een geldige verblijfstitel voor één van de EER-Staten, Canada of de Verenigde Staten beschikken. Houders van een diplomatiek, dienst- of bijzonder paspoort zijn eveneens hiervan vrijgesteld. +(3) Een TVL wordt niet verlangd van houders van diplomatieke, officiële of dienstpaspoorten. Een dergelijk visum wordt evenmin verlangd van houders van een gewoon paspoort die ingezetene zijn van dan wel houder zijn van een geldig inreisvisum voor een Staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de EER, de Verenigde Staten of Canada. +(4) Van een TVL zijn vrijgesteld: +- – houders van diplomatieke en dienstpaspoorten; +– houders van één der in Deel III genoemde verblijfstitels; +– vliegtuigbemanningsleden die onderdaan zijn van een Staat die Partij is bij het Verdrag van Chicago. +(5) Alleen indien de onderdanen niet over een geldige verblijfstitel voor de EER-Staten, Canada en de Verenigde Staten beschikken. +(6) Alleen indien de onderdanen niet beschikken over een geldig visum of een geldige verblijfstitel voor een van de EU-lidstaten of voor een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, dan wel voor Canada, Zwitserland of de Verenigde Staten. +(7) Alleen voor houders van het reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen. +(8) Van onderdanen van India wordt geen TVL verlangd indien zij houder zijn van een diplomatiek of dienstpaspoort. + +Van onderdanen van India wordt evenmin een TVL verlangd indien zij beschikken over een geldig visum of een geldige verblijfstitel voor een lidstaat van de EU of de EER, Canada, Zwitserland of de Verenigde Staten. Van onderdanen van India wordt evenmin een TVL verlangd indien zij over een geldige verblijfstitel beschikken voor Andorra, Japan, Monaco of San Marino en indien zij in het bezit zijn van een terugkeervergunning voor het land van hun woonplaats die tot drie maanden na hun doorreis via de luchthaven geldig is. + +De uitzondering voor onderdanen van India die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel voor Andorra, Japan, Monaco of San Marino wordt van kracht op het moment dat Denemarken toetreedt tot de Schengensamenwerking, nl. op 25 maart 2001. +(9) Ook voor houders van het reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen. + +– *Residence permit* in combinatie met *re-entry visa* (verblijfsvergunning slechts in combinatie met een visum voor hernieuwde inreis) + +– *Livret pour étranger B* (verblijfsvergunning, toereikend zolang de geldigheidsduur van één jaar niet is verstreken)Deze titel geeft in Duitsland geen recht op vrijstelling van de transitvisumplicht voor luchtvaartpassagiers. +– *Livret pour étranger C* (vestigingsvergunning, toereikend zolang de geldigheidsduur van 5 of 10 jaar niet is verstreken) + +– *Leave to remain in the United Kingdom for an indefinite period* (vergunning om voor onbepaalde tijd in het Verenigd Koninkrijk te verblijven; dit document is slechts toereikend, indien het verblijf buiten het Verenigd Koninkrijk niet langer dan twee jaar heeft bedragen) +– *Certificate of entitlement to the right of abode* (bewijs van vestigingsrecht) + +– *Tarjeta provisional de estancia y de trabajo* (voorlopige verblijfs- en arbeidskaart) (wit); wordt voor seizoensarbeid afgegeven; de geldigheidsduur hangt van de lengte van de arbeidsovereenkomst af, maar is in beginsel korter dan 6 maanden; niet verlengbaar +– *Tarjeta de estancia y de trabajo *(verblijfs- en arbeidskaart) (wit); wordt voor 6 maanden afgegeven en kan met 1 jaar worden verlengd +– *Tarjeta de estancia* (verblijfskaart) (wit); wordt voor 6 maanden afgegeven en kan met 1 jaar worden verlengd +– *Tarjeta temporal de residencia* (tijdelijke verblijfskaart) (roze); wordt voor 1 jaar afgegeven en kan tweemaal voor eenzelfde duur worden verlengd +– *Tarjeta ordinaria de residencia* (gewone verblijfskaart) (geel); wordt voor 3 jaren afgegeven en kan met 3 jaren worden verlengd +– *Tarjeta privilegiada de residencia* (bevoorrechte verblijfskaart) (groen); wordt voor 5 jaren afgegeven en kan telkens voor eenzelfde duur worden verlengd +– *Autorización de residencia* (verblijfsautorisatie) (groen); wordt voor 1 jaar afgegeven en kan telkens met 3 jaar worden verlengd +– *Autorización temporal de residencia y de trabajo* (tijdelijke verblijfs- en arbeidsautorisatie) (roze); wordt voor 2 jaar afgegeven en kan met 2 jaren worden verlengd +– *Autorización ordinaria de residencia y de trabajo* (gewone verblijfs- en arbeidsautorisatie) (geel); wordt voor 5 jaar afgegeven +– *Autorización privilegiada de residencia y de trabajo* (bevoorrechte verblijfs- en arbeidsautorisatie) (groen); wordt voor 10 jaar afgegeven en kan telkens voor eenzelfde duur worden verlengd + +– *Returning Resident Permit* (terugkeervergunning voor ingezetenen, inlegvel in het paspoort) + +– *Re-entry permit to Japan* (vergunning tot hernieuwde inreis in Japan) + +– *Carte de séjour de résident temporaire de Monaco* (tijdelijke verblijfskaart)Deze titel geeft in Duitsland geen recht op vrijstelling van de transitvisumplicht voor luchtvaartpassagiers. +– *Carte de séjour de résident ordinaire de Monaco* (gewone verblijfskaart) +– *Carte de séjour de résident privilégié de Monaco* (verblijfskaart voor bevoorrechte personen) +– *Carte de séjour de conjoint de ressortissant monégasque* (verblijfskaart voor echtgeno(o)t(e) van Monegaskische onderdaan) + +– *Permesso di soggiorno ordinario (validità illimitata)* [gewone verblijfsvergunning (onbeperkte geldigheid)] +– *Permesso di soggiorno continuativo speciale (validità illimitata)* [permanente bijzondere verblijfsvergunning (onbeperkte geldigheid)] +– *Carta d'identità di San Marino (validità illimitata)* [identiteitskaart van San Marino (onbeperkte geldigheid)] + +– *Livret pour étranger B* (verblijfsvergunning met geldigheidsduur van één jaar)Deze titel geeft in Duitsland geen recht op vrijstelling van de transitvisumplicht voor luchtvaartpassagiers. +– *Livret pour étranger C* (vestigingsvergunning met geldigheidsduur van 5 of 10 jaar) + +## A3. Toezicht ### 1. Inleiding -In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van: - -• de verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode); -• de Verordening nr. 810/2009 EG (Visumcode); -• de Verordening (EU) nr. 2017/2226 (EES); -• artikel 3 Vw; -• artikel 4 Vw; -• artikel 5 Vw; -• artikel 6 Vw; -• artikel 50 Vw; -• artikel 65 Vw; -• artikel 8.7 en artikel 8.8 Vb. - -#### 1.1. Definities - -In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied. - -In het kader van EES wordt in dit hoofdstuk gesproken over ‘lidstaten’. Daarmee worden de volgende landen bedoeld: de landen van de EU (zonder Cyprus en Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. - -### 2. Bevoegdheid - -De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking. - -Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast: - -• met de grensbewaking bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens; -• met het uitoefenen van grensbewakingstaken in het Rotterdamse havengebied. - -De ambtenaren van de KMar zijn belast: - -• met de grensbewaking bij alle grensdoorlaatposten in Nederland behalve Rotterdam-Havens, inclusief de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/Europoort in de regio Rotterdam; -• met het uitoefenen van grensbewakingstaken in de rest van Nederland. - -De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal Gent-Terneuzen, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd. - -Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten. - -In Nederland zijn de ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken. - -De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd de bepalingen van de Vw toe te passen op vreemdelingen die niet tot een van de hieronder genoemde categorieën behoren: - -• diplomatieke en consulaire ambtenaren; -• diplomatieke en consulaire koeriers; -• leden van internationale organisaties waarmee Nederland een zetelovereenkomst heeft gesloten. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt onmiddellijk contact op met het Ministerie van BuZa, dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is in de hierna genoemde situaties: - -• een vreemdeling die op grond van artikel 50, eerste lid, Vw is staande gehouden ter vaststelling van zijn identiteit beroept zich er op dat hij tot een bijzondere categorie behoort, maar de vreemdeling kan op het moment van staande niet door het tonen van een legitimatiebewijs of ander document aannemelijk maken dat hij inderdaad tot een bijzondere categorie behoort; -• de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen twijfelt op andere gronden of de vreemdeling tot een bijzondere categorie behoort. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in artikel 50, tweede lid, Vw toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden. - -### 3. Handelingen na aantreffen aan de Nederlandse buitengrens bij inreis van een al dan niet gesignaleerde vreemdeling - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als die in het bezit is van een geldige Nederlandse verblijfsvergunning of mvv en er geen twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning of mvv. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6 SGC. Een van de voorwaarden is dat de vreemdeling niet mag worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten. - -Onder gevaar voor de openbare orde vallen de volgende situaties: - -• gevaar voor de openbare rust; -• gevaar voor de goede zeden; -• gevaar voor de volksgezondheid (zie A1/4.10 Vc). - -Als een vreemdeling gesignaleerd staat in het SIS of E&S is dat een indicatie dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten. - -Gevaar voor de openbare orde bestaat in ieder geval in de volgende situaties: - -• de vreemdeling staat in het E&S gesignaleerd als ‘ongewenst vreemdeling’ of als ‘ongewenstverklaarde vreemdeling’; -• de vreemdeling staat met het oog op weigering van toegang en verblijf of inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod in het SIS geregistreerd. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking die gegronde redenen heeft te veronderstellen dat de vreemdeling (politieke) activiteiten ontplooit die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen stemt met de IND af of toegang aan de vreemdeling kan worden verleend. - -Een vreemdeling die een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid mag niet tijdens de vrije termijn in het Schengengebied verblijven. - -De vreemdeling moet voldoen aan de voorwaarden voor toegang tenzij deze in het bezit is van een reisdocument voor vluchtelingen dat is afgegeven op grond van tenminste één van de volgende regelingen: - -• de Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen (Trb. 1959, nr. 153); -• de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen. - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DTenV mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen. - -Het onderstaande geldt met in achtneming van het bovenstaande, dat wil zeggen er moet worden voldaan aan artikel 6, eerste lid, SGC. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur voor Nederland of een van de andere Schengenlidstaten, die gesignaleerd is in: - -• SIS inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod; -• SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf; of -• E&S vanwege een ongewenstverklaring of anderszins ter fine van weigering van toegang tot Nederland, - -de volgende handelingen: - -• de toegang tot Nederland verlenen als er enkel een terugkeerbesluit is gegeven; -• de toegang tot Nederland weigeren als er ook een inreisverbod is opgelegd, tenzij de duur van het inreisverbod aantoonbaar is verstreken; -• de toegang tot Nederland weigeren bij een signalering in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf of bij een signalering in E&S ter fine van weigering van toegang tot Nederland; -• de treffer in het SIS bij het Bureau SIRENE melden (zie paragraaf A2/12.5.2 Vc); -• de IND informeren, zodat de IND de Nederlandse signalering inzake terugkeer wist of omklapt naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als er sprake is van een inreisverbod; -• de IND informeren bij een door Nederland opgelegd inreisverbod dat is opgelegd vóór 7 maart 2023. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die gesignaleerd is in E&S, de volgende handeling: - -• de toegang tot Nederland weigeren. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die door een andere Schengenlidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, of met het oog op weigering van toegang en verblijf de volgende handelingen: - -• verleent toegang tot Nederland in het geval de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt op doorreis te zijn naar de Schengenlidstaat die de verblijfsvergunning heeft verleend. Hiervoor is niet vereist dat de vreemdeling aan alle toegangsvoorwaarden van artikel 6, eerste lid, SGC voldoet; -• meldt de treffer bij Bureau SIRENE, zodat de raadplegingsprocedure volgens paragraaf A2/12.10.4 Vc wordt gevolgd en, als er sprake is van een signalering inzake terugkeer, de informatie-uitwisseling volgens paragraaf A2/12.5.2 Vc. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning en die door Nederland gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod, de volgende handelingen: - -– verleent toegang tot Nederland in het geval de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt op doorreis te zijn naar de Schengenlidstaat die de verblijfsvergunning heeft verleend. Hiervoor is niet vereist dat de vreemdeling aan alle toegangsvoorwaarden van artikel 6, eerste lid, SGC voldoet; -– informeert de IND zodat de IND de raadplegingsprocedure start volgens paragraaf A2/12.10.2.3, onder A, Vc. - -Het Bureau SIRENE verricht vervolgens, bij alle bovenstaande situaties de volgende handelingen: - -• registreert de in SIS gemelde treffers; -• informeert de IND over de treffer in SIS als Nederland de signalerende lidstaat is; -• informeert de signalerende lidstaat, als sprake is van een signalering door een andere lidstaat. - -### 4. Bewijsmiddelen - -#### 4.1. Document voor grensoverschrijding - -Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder. - -Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt. - -#### 4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens - -De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie Model M6) af aan een vreemdeling die: - -• niet visumplichtig is; -• die bij binnenkomst niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding. - -Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding. - -Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor: - -• de drie Beneluxlidstaten gezamenlijk; -• twee van de lidstaten; -• één van de lidstaten. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden: - -a. de vreemdeling toont aan dat er sprake is van overmacht; -b. de vreemdeling toont aan dat er een dringende en gegronde reden voor verlening van toegang bestaat; -c. de vreemdeling maakt aannemelijk dat de duur van het verblijf niet langer dan twee weken zal bedragen; en -d. de vreemdeling is in het bezit van een document waaruit zijn identiteit blijkt. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval: - -• passagierende zeelieden van wie het zeeschip onaangekondigd is uitgevaren; -• drenkelingen; -• personen die het slachtoffer zijn geworden van diefstal van het geldige document voor grensoverschrijding. - -Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling. - -#### 4.3. Visum - -De vreemdeling die verzoekt om toegang tot Nederland moet bij binnenkomst in Nederland informatie verstrekken aan de ambtenaar belast met de grensbewaking ter ondersteuning van zijn verzoek om toegang. De informatie die de vreemdeling aan de ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt moet overeenkomen met de informatie die de vreemdeling heeft verstrekt aan de diplomatieke post ter verkrijging van een visum. - -De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan 90 dagen beschikken over een mvv. - -#### 4.4. Reisdoel - -De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SGC is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van *electronic ticketing* en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als: - -• de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met de grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij; en -• de vreemdeling niet op andere wijze het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk maakt. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het aan de grens opgegeven land van hoofdreisdoel niet in overeenstemming is met het land dat vanwege zijn oorspronkelijke reisdoel het visum had afgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het door hem opgegeven doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de verklaringen van de vreemdeling controleren, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere (betrouwbare) gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking langs andere weg heeft verkregen. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in beginsel daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven en/of raadpleegt EUVIS. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking: - -• de verklaring van de vreemdeling onvoldoende aannemelijk acht; -• constateert dat de vreemdeling het visum op onrechtmatige wijze heeft verkregen. - -#### 4.5. Middelen van bestaan - -De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen beschikken over voldoende middelen van bestaan. - -De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in paragraaf B1/4.3.2 Vc, voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen: - -• de duur van het voorgenomen verblijf; -• het reisdoel; -• de persoonlijke omstandigheden; en -• de aard van het gebruikte vervoermiddel. - -Een vreemdeling die zelfstandig reist, moet in staat zijn te voorzien in de kosten van zijn verblijf en onderdak. Voor Nederland geldt een bedrag van ten minste € 55 per persoon per dag. Het bedrag van € 55 is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang van de vreemdeling is gewaarborgd. De IND hanteert dit bedrag als richtsnoer en betrekt daarbij de hierboven genoemde omstandigheden. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent onder voorwaarden toegang aan een vreemdeling van wie niet zeker is dat hij in staat is over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang als voldaan is aan de volgende voorwaarden: - -a. er bestaat geen aanleiding de vreemdeling de toegang om een van de andere voorwaarden genoemd in artikel 6, eerste lid, SGC te weigeren; -b. de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft geen redenen om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden voor kort verblijf (zie vrije termijn A1/6 Vc); -c. de vreemdeling stelt op verzoek van de ambtenaar belast met de grensbewaking zekerheid voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating gewaarborgd is, door het deponeren van een retourticket of een garantiesom; -d. de vreemdeling stelt op verzoek van de ambtenaar belast met de grensbewaking zekerheid doordat een in Nederland wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de vreemdeling een meldplicht op te leggen met toepassing van artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vb. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van model M20. - -Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen. - -De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor B5 Vc. De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn. - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan. - -#### 4.6. Deponeren retourticket en garantiesom - -De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van *electronic ticketing* en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling. - -De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com. - -De vreemdeling mag in ieder geval in de volgende situaties gebruik maken van de mogelijkheid een garantiesom te deponeren: - -• de vreemdeling komt voor familiebezoek of toeristische doeleinden naar Nederland en is niet in het bezit van een retourticket; -• de vreemdeling is een zeeman die na binnenkomst of afmonstering in Nederland toestemming krijgt voor het zoeken van werk aan boord van een ander zeeschip (zie A1/8 Vc). - -De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft aan de vreemdeling die een retourticket of een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft ook aan een derde die een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. - -De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP. - -De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, vergoedt geen rente over gedeponeerde garantiesommen. - -De vreemdeling die een retourticket of een garantiesom heeft gedeponeerd, moet zich voor teruggave daarvan rechtstreeks wenden tot de overheidsinstantie die de garantiesommen beheert. Hetzelfde geldt voor derden die een garantiesom ten behoeve van een vreemdeling hebben gedeponeerd. - -De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom of het retourticket terug aan de vreemdeling of de derde op vertoon van het ontvangstbewijs als tenminste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - -• er bestaat voldoende zekerheid over het vertrek van de vreemdeling op eigen kosten; -• de vreemdeling is in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning. - -De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied. - -De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, neemt bij teruggave van de garantiesom of het retourticket aan de vreemdeling of de derde het ontvangstbewijs in. - -Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf. - -#### 4.7. Garantstelling door derde - -In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV/artikel 14, vierde lid, Visumcode). - -De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in artikel 3.73 Vb, artikel 3.75 Vb en artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling. - -In het geval dat een solvabele derde zich garant stelt voor meer dan één persoon, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking aanvullende voorwaarden stellen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag verlangen dat de solvabele derde een bankgarantie ter hoogte van het lijnvluchttarief KLM en/of meerdere gescheiden garantverklaringen overlegt. De solvabele derde moet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikken voor elke aanvullend aangedragen vreemdeling voor wie de solvabele derde zich garant wil stellen. - -De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. - -#### 4.8. Aannemelijk maken Nederlanderschap - -De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van artikel 4.7 Vb om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt de Nederlandse nationaliteit aan op grond van de Rwn (Stb. 1984, 628) of van de Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname en in ieder geval op grond van de volgende documenten: - -• een geldig Nederlands document voor grensoverschrijding; -• een Nederlands laissez-passer waarin de Nederlandse nationaliteit is vermeld; -• een recent bewijs van Nederlanderschap; -• een bewijs van naturalisatie tot Nederlander; -• een kennisgeving tot verkrijging van het Nederlanderschap. - -Een vreemdeling op wie de wet van 9 september 1976 (Stb. 468) betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, wordt als Nederlander behandeld en is geen vreemdeling in de zin van de Vw (zie ook artikel 1, aanhef en onder m, Vw). - -Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de Handleiding voor de toepassing van de Rwn. - -#### 4.9. Procedure vervallen en inhouding document voor grensoverschrijding - -In de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden. - -#### 4.10. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland - -De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij: - -• een familie- of gezinslid is van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland in de zin van artikel 8.7, tweede en derde lid, Vb; -• een ongehuwde partner (niet zijnde een geregistreerde partner) is van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland en een duurzame relatie met die onderdaan heeft, in de zin van artikel 8.7, vierde lid, Vb. - -Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst of er sprake is van een duurzame relatie volgens het gestelde in paragraaf B10/2.2.4.5 Vc. - -Voor de bewijsmiddelen dat sprake is van een duurzame relatie wordt verwezen naar paragraaf B10/2.7.3 Vc. - -In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan. - -Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren: - -• op de gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid onder a en b, Vb; -• als sprake is van rechtsmisbruik of fraude zoals schijnhuwelijk. - -De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid, Vb worden als volgt uitgelegd. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen (artikel 3:4 Awb). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties: - -• de vreemdeling staat in het E&S gesignaleerd als ‘ongewenst vreemdeling’ of ‘ongewenstverklaard ex artikel 67 Vw’; -• de vreemdeling is in het bezit van verboden wapens; -• de vreemdeling is in het bezit van verdovende middelen; of -• de vreemdeling wordt verdacht van mensenhandel. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ook in dat geval aan de hand van het persoonlijke gedrag van de vreemdeling vaststellen dat sprake is van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. - -Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden. - -De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen. - -In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, Vw juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor model M18. De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden. - -#### 4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers - -Diplomatieke en consulaire koeriers zijn: - -• beroepskoeriers; -• als zodanig voor één reis aangewezen. - -De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt. - -De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen. - -#### 4.12. Passagierende zeelieden - -Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende. - -Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid met toepassing van artikel 50 Vw overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe: - -• de zeeman staat gesignaleerd als ongewenst vreemdeling of als ongewenst verklaarde vreemdeling op grond van artikel 67 Vw, of er is sprake van een inreisverbod; -• de zeeman is achtergebleven na vertrek van het zeeschip, dan wel is afgemonsterd, zonder te voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten. - -#### 4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind - -Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend. - -De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties: - -• de vreemdeling is een adoptiekind, adoptiefkind voor wie de aspirant adoptieouders of adoptiefouders een document kunnen overleggen waaruit blijkt dat de autoriteiten van het land van herkomst instemmen met de opneming van het kind in het gezin van de aspirant adoptieouders of adoptiefouders in Nederland; -• er is sprake van klemmende redenen van humanitaire aard. - -In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in artikel 4.26 Vb. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de bijlage 6c VV) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen. - -### 5. Visa - -De regels over de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van die lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, zijn neergelegd in de Visumcode. - -#### 5.1. Wijzigen van visa - -De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum: - -a. het omzetten van een enkelvoudig visum in een visum voor meer binnenkomsten; -b. het verlengen van de geldigheidsduur van een visum (artikel 33 Visumcode). - -De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de eenheid Rotterdam verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten. - -De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet. - -De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties: - -• overmacht; -• humanitaire redenen; -• ernstige beroepsmatige redenen; -• persoonlijke redenen. - -De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden: - -• de vreemdeling maakt voldoende aannemelijk dat het bij de aanvraag van het enkelvoudige visum niet al in rede lag een meervoudig visum aan te vragen; en -• de vreemdeling toont aan dat er sprake is van overmacht, van onvoorziene en ernstige beroepsmatige of persoonlijke redenen. - -De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven. - -De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn. - -De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of: - -a. de vreemdeling voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals gesteld in artikel 6, eerste lid, onder a, c, d en e, SGC; -b. de vreemdeling beschikt over een geldige ziektekostenverzekering; -c. de vreemdeling het voornemen heeft werkelijk naar het land van herkomst terug te keren; -d. de vreemdeling een gewaarborgde toelating heeft in een ander land. - -De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn. - -De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet: - -• de verblijfsduur aangegeven in het eerder verleende visum overschrijden; -• bij de herhaalde binnenkomst meer dan 90 dagen per 180 dagen in het Schengengebied verblijven. - -De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven. - -De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring. - -De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa. - -De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de eenheid Rotterdam verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens. - -De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen. - -Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn: - -• het internationaal aanzien van Nederland; -• economische belangen van Nederland; of -• culturele belangen van Nederland. - -De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland. - -De Visadienst merkt in dit verband als zeer bijzondere gevallen aan: - -• studenten die op basis van het Erasmus Mundus programma langer in het Schengengebied willen verblijven; -• deelnemers van internationale gezelschappen zoals Cirque du Soleil. - -Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen. - -Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker. - -• Houders van een geprivilegieerdendocument afgegeven door het Ministerie van BuZa; de geldigheidsduur van het visum van deze vreemdelingen hoeft niet te worden verlengd; -• Houders van een diplomatiek paspoort die niet in het bezit zijn van een door het Ministerie van BuZa afgegeven geprivilegieerdendocument: de directie Kabinet en Protocol van het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor verlenging van de geldigheidsduur van het visum; -• Surinaamse onderdanen die op medische indicatie voor een behandeling in Nederland zijn en voor dit doel ook in het bezit waren gesteld van een visum en waarvan het visum op nationale gronden is verlengd tot 180 dagen. De Visadienst mag deze vreemdelingen voortzetting van het verblijf verlenen als voortzetting van de behandeling in Nederland medisch noodzakelijk is; - -Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/795/JBZ). Model M7 bevat een standaard reizigerslijst. - -#### 5.2. Kosten van visa - -De in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum. - -#### 5.3. Terugkeervisa - -Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (artikel 1a, onder c Vw). - -De IND mag een terugkeervisum afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt. In de artikelen 2k t/m o en 2w t/m cc Vw en verder de artikelen 1.24, 1.26 t/m 1.28 Vb zijn bepalingen opgenomen inzake de behandeling, afgifte, weigering, geldigheidsduur, wijziging en intrekking van terugkeervisa. De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum. - -De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie bijlage 7 VV en de website van de IND). - -De IND weigert een terugkeervisum niet op de in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw genoemde grond indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende en dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten. - -De IND verstaat onder dwingende en dringende familieomstandigheden in de zin van artikel 1.28 Vb in ieder geval het volgende: - -• ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant van de vreemdeling (in de eerste en tweede graad); -• het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant van de vreemdeling (in de eerste en tweede graad); -• onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan; - -De IND verstaat onder dringende reden als genoemd in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw in ieder geval: - -• de vreemdeling neemt deel aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland; -• de vreemdeling maakt deel uit van een sportteam dat Nederland in het buitenland zal vertegenwoordigen. - -Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen. - -Met gebruikmaking van artikel 2y, derde lid Vw, verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum - -• voor meer dan één reis: aan de vreemdeling die aantoonbaar voor zakelijke doeleinden meerdere malen in- en uit dient te reizen. -• voor maximaal zes maanden: aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier, als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen. -• voor meer dan één jaar: aan Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld. - -Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV, of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied. - -Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren. - -De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen. - -#### 5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D) - -De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding. - -### 6. Vrije termijn - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de ingebouwde calculator in EES om de maximale termijn van 90 dagen voor iedere dag van het verblijf in de voorafgaande 180 dagen te berekenen, conform artikel 6, aanhef, SGC. Bij de berekening van de vrije termijn zijn in- en uitreisnotities in het EES van de lidstaten leidend. - -De IND verlengt op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties: - -• overmacht; -• ernstige ziekte van familieleden van de vreemdeling; -• ernstige ziekte van de vreemdeling; -• een zeer gewichtig zakelijk belang. - -Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn: - -• het internationaal aanzien van Nederland; -• economische belangen van Nederland; -• culturele belangen van Nederland. - -De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis. - -Na verlenging van de vrije termijn wordt EES bijgewerkt door de IND. - -Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc. - -Als een vreemdeling gesignaleerd staat in het SIS of E&S kan dat een indicatie zijn dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de lidstaten. - -### 7. Toezicht aan de buitengrens - -#### 7.1. Controle - -De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval: - -• zolang een vreemdeling zich op of nabij een grensdoorlaatpost bevindt; -• zolang de ambtenaar belast met de grensbewaking een relatie met in- of uitreis van die vreemdeling kan leggen. - -Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost. - -#### 7.2. Toegang onder voorwaarden - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan: - -• een vreemdeling die kort verblijf beoogt; -• een niet-MVVplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel wijzigt en kort verblijf beoogt. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet: - -• de toegang op grond van artikel 6, eerste lid, SGC weigeren; -• tegenwerpen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op: - -• het stellen van zekerheid (zie A1/4.6 Vc); -• het opleggen van een meldplicht aan de vreemdeling. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker met betrekking tot de toegang onder voorwaarden in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een inreisnotitie in het EES. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijke kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken. - -Bij uitreis plaatst de ambtenaar belast met de grensbewaking een uitreisnotitie in EES. - -##### 7.2.1. Aan de buitengrens aangevraagd visum voor doorreis binnen Schengengebied - -In artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 Visumcode zijn bepalingen opgenomen op basis waarvan toegang wordt verleend aan vreemdelingen die als passagier van een vliegtuig onvoorzien landen op een vliegveld in het Schengengebied en die niet in het bezit zijn van vereiste reisvisum of doorreisvisum voor toegang in het Schengengebied. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking kan een Schengenvisum verlenen aan visumplichtige vreemdelingen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten. Conform artikel 35 Visumcode dient de vreemdeling te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 Schengengrenscode met uitzondering van de voorwaarde opgenomen in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, Schengengrenscode. Een onderbreking van de reis, die plaatsvindt wegens onafhankelijke omstandigheden, zoals weersomstandigheden of technische storingen is een omstandigheid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Visumcode. - -De terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Visumcode, wordt zeker geacht als - -• de vreemdeling vertrekt uit het Schengengebied van de luchthaven die op zijn vliegticket genoemd staat; -• de vreemdeling in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en tickets op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling een visum voor de duur die noodzakelijk is om te vertrekken uit het Schengengebied. - -Clausuleregeling voor onverwacht verblijf binnen Nederland - -Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in artikel 2.6 VV. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode bedoeld is. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling (Model 21A). - -De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een Clausulestempel voorzien van het verbalisantennummer van de afgevende ambtenaar en de datum van de (vermoedelijke) uitreis in het document voor grensoverschrijding. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij inreis tevens een inreisstempel geplaatst. - -De verklaring moet door de vreemdeling bij uitreis bij de ambtenaar belast met de grensbewaking van één van de daartoe aangewezen luchthavens binnen Nederland worden ingeleverd. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij uitreis een uitreisstempel geplaatst in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. - -##### 7.2.2. Territoriaal beperkt visum - -De ambtenaar belast met de grensbewaking kan eveneens conform de voorwaarden van artikel 25 van de Verordening (EG) Nr.810/2009 (Visumcode) een territoriaal beperkt visum verlenen met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor deze regeling voor het beperkt territoriaal visum bedoeld is. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is. - -##### 7.2.3. Zieke zeelieden - -De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling: - -• in een ziekenhuis behandeld moet worden; en -• niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. - -Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de eenheidsleiding van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren. - -#### 7.3. Weigeren van toegang - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De ambtenaar voegt een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in EES en stelt een formulier M17 op, tenzij de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing: - -• die geen uitstel gedoogt of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de in de Vw genoemde termijn van uitstel ten uitvoer wordt gelegd; -• die door de ambtenaar belast met de grensbewaking aan de vreemdeling wordt uitgereikt; -• die inhoudt dat een vreemdeling bij het niet vervullen van de voorwaarden voor binnenkomst niet het grondgebied van Nederland of het Schengengebied mag binnenkomen en aldaar verblijven. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking: - -• stelt de beslissing omtrent toegangsweigering uit door middel van het model M18A. Indien de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd indient nádat de toegang is geweigerd, komt aan die toegangsweigering geen betekenis meer toe. De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt ook in dat geval de beslissing omtrent de toegangsweigering uit door middel van het model M18A; -• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw op door middel van het model M19 dan wel M19A; en -• plaatst de vreemdeling ten spoedigste voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend. - -Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt: - -• de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op; en -• de ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst deze vreemdelingen voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, door naar aanmeldcentrum Ter Apel (zie paragraaf C1/2.1 Vc). - -Indien er indicaties zijn van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind of indien nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind, dan kan de ambtenaar belast met de grensbewaking van deze regel afwijken. De ambtenaar belast met de grensbewaking: - -• stelt de toegangsweigering uit door middel van het model M18A; -• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw door middel van het model M19 dan wel M19A (zie paragraaf A5/3.2 Vc); en -• plaatst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist. - -Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risico’s zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking: - -• verleent aan het minderjarige kind de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op; -• verwijst het minderjarige kind voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, door naar de DISA (zie paragraaf C1/2.1 Vc). -• stelt de toegangsweigering van de volwassen vreemdeling uit door middel van het model M18A; -• legt aan de volwassen vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op op grond van artikel 6, derde lid, Vw door middel van het model M19 dan wel M19A (zie paragraaf A5/3.2); -• plaatst de volwassen vreemdeling ten spoedigste voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol. - -Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt: - -• de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op; en -• de ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst deze vreemdeling voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, door naar aanmeldcentrum Ter Apel (zie paragraaf C1/2.1 Vc). - -De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van artikel 8.8, tweede lid, Vb. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën: - -• de persoon die zich erop beroept Nederlander te zijn en/of daarmee te worden gelijkgesteld; -• de vreemdeling die zich op een bijzondere status beroept (zie A1/4 Vc); -• de vreemdeling die zich erop beroept dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan; -• de vreemdeling die in het bezit is van een geldige mvv; of -• buitenlandse adoptiekinderen, adoptiefkinderen en pleegkinderen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als: - -• het weigeren van toegang leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang; -• een wezenlijk Nederlands belang (bijvoorbeeld het bijzonder urgente reisdoel van de vreemdeling) zich tegen weigering van toegang verzet. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties: - -• de vreemdeling wijzigt zijn verblijfsdoel; -• er is een wezenlijk Nederlands belang gediend bij het verlenen van toegang; -• er is sprake van klemmende reden van humanitaire aard. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als model M17 overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van: - -• de betreffende staat (in Nederland van de Staat der Nederlanden); -• de betreffende instantie, inclusief overheidslogo (van de KMar of ZHP); -• de toepasselijke bepalingen van de wetgeving met betrekking tot de reden voor toegangsweigering (in dit geval artikel 14 juncto artikel 6, eerste lid SGC). - -##### 7.3.1. Toegangsweigering na de grensprocedure - -In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje *Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw* is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES. - -Wanneer het de vreemdeling ingevolge artikel 7.3 tweede lid juncto artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES indien de weigering van kracht blijft. - -##### 7.3.2. Toegangsweigering na intrekking van de asielaanvraag in de grensprocedure - -Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag. - -##### 7.3.3. Gevaar voor de volksgezondheid - -Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte: - -• behandeling in een ziekenhuis nodig maakt; of -• ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld). - -De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van: - -• de behandeling van de ziekte; of -• de periode van quarantaine. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen. - -##### 7.3.4. Rechtsmiddelen toegangsweigering - -De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M17A of M18 ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. - -Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep. - -##### 7.3.5. Rechtsmiddelen uitstellen van de toegangsweigering - -Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb. Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag. - -##### 7.3.6. Rechtsmiddelen toegangsweigering na afwijzing asielaanvraag in de grensprocedure ( - -Nadat het besluit omtrent weigering van de toegang is genomen, wordt zo spoedig mogelijk krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A. Indien de vreemdeling geen beroep instelt tegen de vrijheidsontnemende maatregel, is het rechtsmiddel dat tegen de toegangsweigering moet worden ingesteld administratief beroep (zie artikel 77, eerste lid, Vw). - -##### 7.3.7. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden) - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb: - -• op de gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid onder a en b Vb; -• als sprake is van rechtsmisbruik of fraude, zoals schijnhuwelijk. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen. - -##### 7.3.8. Alleenreizende minderjarige vreemdelingen - -Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DTenV voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd. - -#### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht - -Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter. - -### 8. Bijzondere categorieën - -Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen. - -Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. - -Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de eenheid Rotterdam verblijvende zeeman betreft bij de ZHP. - -De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent. - -Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan. - -Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen: - -• een arbeidscontract met een bedrijf dat een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat exploiteert, gevestigd in Nederland, dan wel met een vertegenwoordiger in Nederland; -• een geldig document voor grensoverschrijding, dat niet een zeemansboekje is, waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment waarop hij de aanvraag doet voor een visum voor meer inreizen legaal verblijf heeft in Nederland; -• een door het bedrijf dat een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat exploiteert getekende garantverklaring als bedoeld in bijlage 6a en 6b VV. - -Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding. - -Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland. - -Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’). - -Wanneer de vreemdeling een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang verlenen aan: - -• de houder van een geldig paspoort; -• de houder van een verblijfsvergunning waarvan de geldigheidsduur nog maar korte tijd is verstreken. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet onmiddellijk het verblijfsrecht van de vreemdeling nagaan. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling doorlaat moet de ambtenaar met toepassing van artikel 4.26 Vb een meldplicht opleggen aan de vreemdeling. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied. - -De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. - -Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. - -De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort. - -Een vreemdeling is op grond van Verordening 539/2001 EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan: - -• staatlozen; of -• andere personen zonder nationaliteit die rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. - -### 9. Verplichtingen voor vervoerders - - - -Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is. - -De vervoerder moet ten minste controleren of: - -• de naam, geboortedatum, nationaliteit, geslacht, lengte en foto, zoals die in het aangeboden document voor grensoverschrijding zijn opgenomen, overeenkomen met de aanbieder van het document voor grensoverschrijding; -• het aangeboden document voor grensoverschrijding voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming); -• de geldigheidsduur van het aangeboden document voor grensoverschrijding en de daarin aangebrachte visa niet is verlopen; -• het aangeboden document voor grensoverschrijding is afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit. - -De vervoerder verstrekt via de webdienst (artikel 13 EES-verordening) de noodzakelijk gegevens aan het EES systeem om na te gaan of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf voor één of twee binnenkomsten al dan niet het aantal binnenkomsten waarop hun visum recht geeft, hebben opgebruikt. Op die basis verstrekt de webdienst vervoerders het antwoord OK/NIET OK. - -De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen. - -Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken. - -De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen. - -De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend. - -De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten. - -De vervoerder die op grond van artikel 2.2 Vb verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende. - -Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van artikel 2.2a Vb ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van artikel 2.2b Vb de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van artikel 4 van de Vreemdelingenwet. - -De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van artikel 2.2a Vb passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH. - -De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. Van toegangsweigering is onverminderd sprake indien de toegangsweigering in eerste instantie is uitgesteld of opgeschort omdat de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen: - -• het derde land van waaruit de vreemdeling werd aangevoerd; -• het derde land dat het geldige document voor grensoverschrijding heeft afgegeven waarmee de vreemdeling heeft gereisd; -• een derde land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. - -Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties: - -• bij weigeringen van toegang van vreemdelingen die niet beschikken over (de juiste) documenten voor grensoverschrijding; -• bij weigeringen van toegang op basis van één van de andere gronden van artikel 3 Vw en/of artikel 6 SGC; -• bij staande houding van vreemdelingen met het oog op uitzetting binnen zes maanden na binnenkomst. Voor de vaststelling van de termijn van zes maanden is beslissend het tijdstip van de staande houding. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder. - -Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). - -De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit. - -De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd. - -Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de Minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten). - -De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als: - -• de uitzetting van een vreemdeling aan wie ten tijde van de uitzetting de toegang was geweigerd, mislukt; en -• de vreemdeling terugkeert nadat de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of zeeschip het Nederlands grondgebied had verlaten. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van artikel 65 Vw is verwijderd. - -De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van artikel 65 Vw opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen op ten minste één van de volgende momenten: - -• zodra het aanvoerende zeeschip vertrekt, of op een eerder tijdstip als het vertrek, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd; -• zodra plaatsing aan boord van een vliegtuig van de betreffende maatschappij mogelijk is met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is, zie Annex 9 van het Verdrag van Chicago. - -De vervoerder mag de in bijlage 14c en 14d VV genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen. - -Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat. - -De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord. - -Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is. - -Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van artikel 4 Vw. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw, artikel 5, eerste en tweede lid, Vw, artikel 65, derde lid, Vw en artikel 197a WvSr). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan. - -De DTenV verhaalt de met de verwijdering gepaard gaande kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden, en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland. - -Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de DTenV een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties. De DTenV stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt. - -De terugvoerplicht en de geldende procedure rondom het verhalen van kosten staan beschreven op www.terugvoerplicht.nl. - -## A2. Toezicht - -### 1. Inleiding - -In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie. - -In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden. - -De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen: - -• artikel 50 Vw, artikel 52 Vw, artikel 54 Vw, artikel 55 Vw, artikel 62 Vw, artikel 62a Vwartikel 66a Vw, artikel 67 Vw; -• artikel 6.5 Vv; -• artikel 4.18 tot en met 4.21 Vb; -• artikel 4.23 Vb; -• artikel 4.29 tot en met 4.36 Vb; -• artikel 4.39 tot en 4.45 Vb; -• artikel 4.47 en 4.48 Vb; -• artikel 5.1a en 5.1b Vb; -• artikel 6.1 Vb; -• artikel 6.5, 6.5a en 6.7 Vb. - -### 2. Staande houden - -#### 2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden: - -• feiten of omstandigheden van de situatie waarin de persoon wordt staande gehouden; -• aanwijzingen over de persoon die wordt staande gehouden; -• ervaring- of omgevingsgegevens van de politie, KMar of andere overheidsinstanties. - -Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden: - -• informatie van overheidsinstanties, zoals de Gemeentelijke Sociale Dienst of de Inspectie SZW of de BRP; -• aanwijzingen uit eigen onderzoek van de politie; -• aanwijzingen die de politie verkrijgt bij de controle van persoonsgegevens in het kader van de uitoefening van de politietaken; -• een controle in een woning of een bedrijf waarbij bij een eerdere controle illegale personen aangetroffen zijn; -• het aantreffen van andere personen in dezelfde woning waar een met naam bekende illegale of uitgeprocedeerde vreemdeling ter uitzetting aangehouden wordt of kan worden; -• een controle van inzittenden van een voertuig waarvan bij een verkeerscontrole is gebleken dat de bestuurder van dat voertuig illegaal in Nederland verblijft; -• voertuigen waarmee personen vervoerd worden naar een bedrijf waar eerder illegale vreemdelingen aangetroffen zijn; -• concrete (anonieme) tips over illegale vreemdelingen; -• een verdachte van niet-Nederlandse nationaliteit, die zich niet kan identificeren; -• als uit EES blijkt dat de vreemdeling de vrije termijn, bedoeld in artikel 3.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, heeft overschreden; -• een gelegenheid of plaats, waar zich veel vreemdelingen plegen op te houden, en waarvan vermoed wordt of bekend is dat er zich regelmatig illegale vreemdelingen bevinden; -• een redelijk vermoeden van mensensmokkel; -• een redelijk vermoeden van illegale tewerkstelling in het kader van de Wav; -• een redelijk vermoeden van illegaal in Nederland verblijvende prostituees. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder artikel 4.21 Vb. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het model M107-A. - -Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzoek vraagt. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het model M105 of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D. - -#### 2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf - -Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van artikel 50a, eerste lid, Vw. Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande: - -• een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier; -• een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel; -• de overdracht van een vreemdeling naar een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Dublinverordening. - -#### 2.3. Staande houden in verband met uitvoering - -Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden (artikel 55, tweede lid, Vw). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt model M105-B gebruikt. - -#### 2.4. Overname uit strafrecht - -In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in artikel 50, eerste lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het model M105-A (zie ook A5/6.12 Vc). - -#### 2.5. Overbrengen en ophouden - -De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het model M105-A of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten: - -• het recht om zich bij te laten staan door een raadsman; -• het recht op bijstand van diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland; -• het recht op aan kennisgeving van de ophouding aan derden (verwanten, echtgeno(o)t(e) of een levenspartner); -• het recht op beroep tegen de ophouding; - -Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen geïnformeerd over de ophouding. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland. - -### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus - -In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn. - -Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: - -• het onderzoek wordt verricht door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; -• andere manieren hebben niet geleid tot het vaststellen van de identiteit en de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten: - -• de vreemdeling voorbereiden op elektronische afname van vingerafdrukken op de Identiteitszuil (de Basis Voorziening Identiteitsvaststelling – BVID); -• de uitvoering van de identiteitsvaststelling met de identiteitszuil; -• de instructies volgen volgens de gekozen categorie ‘Vreemdelingen’ op de identiteitszuil; -• de resultaten opvolgen die voortkomen uit de door de identiteitszuil geraadpleegde systemen; -• het EES raadplegen om de vreemdeling aan de hand van biometrische gegevens te identificeren en aan de hand van de in- en uitreisnotities de verblijfsrechtelijke positie vast te stellen; en -• voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding moet voor een aantal nationaliteiten vingerafdrukken met papier en inkt afgenomen worden. Hiervoor moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Nationaal Coördinatiecentrum Eurosur, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV en EES raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. - -Als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsschouw uitvoeren. - -De leeftijdsschouw bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben: - -– één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; en -– één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van politie of van de KMar die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der KMar. - -De ambtenaren beoordelen per sessie onafhankelijk van de andere sessie of er sprake is van evidente: - -– meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn; en -– minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn. - -Er moet unaniem, in beide sessies, geoordeeld zijn dat sprake is van evidente meerder- of minderjarigheid. - -Als de betrokken ambtenaren tot evidente meerderjarigheid concluderen, wordt niet van de door de vreemdeling opgegeven leeftijd uitgegaan en wordt de vreemdeling als meerderjarig geregistreerd, tenzij de vreemdeling de minderjarige leeftijd alsnog met voldoende bewijsmiddelen ondersteunt. Als de ambtenaren tot evidente minderjarigheid concluderen, wordt van de opgegeven leeftijd uitgegaan. - -De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsschouw wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling. - -Bij de beoordeling worden alle volgende aspecten van de vreemdeling betrokken: - -• het uiterlijk; -• het gedrag; -• de verklaringen; en -• eventuele andere relevante omstandigheden. - -### 4. Rechtsbijstand - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat: - -• de opgehouden persoon recht heeft contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de opgehouden persoon in Nederland; -• de opgehouden persoon contact mag opnemen met hulpverlenende instanties en/of verwanten; -• de opgehouden persoon bij verhoor op grond van artikel 4.18 Vb, het recht heeft zich bij te laten staan door een raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet deze mededeling op een tijdstip dat deze raadsman bij het verhoor aanwezig kan zijn. De mededeling over de rechtsbijstand wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie geregistreerd. - -Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten: - -• de door de opgehouden persoon gewenste raadsman; -• de raadsman die aangewezen is via de vreemdelingenpiketdienst van het bureau voor rechtshulp. - -De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen. - -De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat: - -• de opgehouden persoon zich niet aan het onderzoek naar zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus onttrekt; -• de opgehouden persoon bewijsmiddelen die voor het onderzoek van belang zijn niet wegmaakt. - -De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd. - -### 5. Verhoor - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen: - -• moet de hulp van een beëdigde tolk inroepen als door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de opgehouden persoon mogelijk is; -• mag in ten minste een van de volgende situaties gebruik maken van een tolk die geen beëdigde tolk is: - -• een beëdigde tolk is niet tijdig beschikbaar; -• voor de desbetreffende bron- of doeltaal is geen tolk beschikbaar; -• moet het gebruik maken van een niet beëdigde tolk met redenen omkleed schriftelijk vastleggen. - -De niet beëdigde tolk moet: - -• voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag dan wel een integriteitsverklaring overhandigen als geen sprake is van spoedeisende inzet; -• na de inzet een verklaring omtrent het gedrag tonen als vanwege de spoedeisendheid het niet mogelijk is dit voorafgaand aan de inzet te doen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn: - -• identiteit; -• nationaliteit; -• burgerlijke staat; -• beroep; -• woon- of verblijfplaats met adres; -• datum, plaats en wijze van binnenkomst in Nederland; -• doel en duur van verblijf in Nederland; -• middelen van bestaan. - -Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd. - -### 6. Verlenging en einde ophouding - -De verlenging van de ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw, is mogelijk, als het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, Vw is niet mogelijk. - -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken. - -Op het moment van de verlenging van de termijn van ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw moet duidelijk zijn, welk onderzoek naar het rechtmatig verblijf nog moet plaatsvinden en waarom dit onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden. - -Een reden dat het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond, kan gelegen zijn in de omstandigheid dat een (relatief) grote groep vreemdelingen is staandegehouden, waardoor capaciteitsproblemen zijn ontstaan en niet alle noodzakelijke onderzoekshandelingen binnen de oorspronkelijke ophoudingstermijn kunnen worden verricht. - -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon. - -De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring. - -Ook als de opgehouden persoon een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient of heeft ingediend, kan de ophouding onder omstandigheden worden verlengd. Daarbij is de stand van zaken van de procedure van belang. Deze ambtenaar kan de ophouding onder meer verlengen als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen of dat rechtmatig verblijf wordt onthouden op grond van artikel 3.1 Vb. Deze ambtenaar treedt hierover, voor zover nodig, in contact met de IND. Immers, deze ambtenaar kan het nodig achten met de IND te overleggen over de stand van die procedure. - -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten: - -• voor de verlenging van de ophouding van de persoon gebruik maken van het model M105-E; -• de beschikking tot verlenging van de ophouding van de persoon voorzien van dagtekening, ondertekening en de redenen voor de verlenging van de ophouding; -• een afschrift van de beschikking tot verlenging aan de opgehouden persoon uitreiken; -• de opgehouden persoon meedelen dat hij tegen deze beslissing een rechtsmiddel kan aanwenden; -• het origineel van de beschikking tot verlenging van de ophouding van de persoon in het archief van de eigen organisatie opbergen; -• het tijdstip waarop de verlenging van een ophouding van de persoon ingaat in de vreemdelingenadministratie registreren en benoemen in het model M105-E; -• in het model M105-A aangeven welke handelingen zijn verricht in het kader van onderzoek naar de verblijfsrechtelijke status van de opgehouden persoon. - -Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV de opgehouden persoon niet te horen. - -### 7. Kennisgeving aan derden - -Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon: - -• op verzoek van de opgehouden persoon tenminste één van de volgende personen: - -– de gestelde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de opgehouden persoon in Nederland; -– de verwanten, echtgeno(o)t(e) of een levenspartner van de opgehouden persoon; -• als de opgehouden persoon minderjarig is, aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de gestelde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland. - -De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier. - -De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld. - -Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan. - -### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken: - -• in een geldig document voor grensoverschrijding of in een identiteitsbewijs van een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend; -• in bewijsmiddelen die afgegeven zijn door een regering of staat die niet door Nederland is erkend; -• in een geldig document voor grensoverschrijding en op een verblijfsdocument van vreemdelingen anders dan door wet- en regelgeving is voorgeschreven. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval: - -• een visum is verleend maar niet langer aan de afgiftevoorwaarden voor verlening van dit visum wordt voldaan; -• daarin is aangetekend dat zijn vertrek op grond van artikel 64 Vw is opgeschort en de grond voor die opschorting is komen te vervallen; -• het bezwaar- of beroepschrift of een beroep door de rechtbank (kennelijk) ongegrond is verklaard en in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening over de indiening van dat bezwaar- of beroepschrift of instelling van dat beroep is gesteld. - -Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen: - -• het in bewaring nemen van het document is tijdelijk nodig voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in Titel 5.2 van de Awb: - -− als een persoon niet de vereiste medewerking aan het verkrijgen van de gevraagde gegevens verleent; -− als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in het document een aantekening moet maken over het vertrek of de ongewenstverklaring van de vreemdeling en de vreemdeling weigert het document voor dat doel te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; -• bij een controle blijkt niet onmiddellijk dat de vreemdeling in Nederland mag verblijven, maar de gelegenheid ontbreekt, of het is niet gewenst, om de vreemdeling over te brengen naar een plaats voor verhoor. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft dan het recht om het document van de vreemdeling tijdelijk in bewaring nemen. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling bij het innemen van het document meedelen dat de vreemdeling voor informatie over de inbewaringneming van het document en het eventueel terug verkrijgen van het document zich moet wenden tot de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; -• de vreemdeling is in bewaring gesteld of ondergaat een vrijheidsstraf. Als de vreemdeling uitgezet wordt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de documenten overhandigen aan de vreemdeling of aan de KMar als vreemdeling aan de buitenlandse autoriteiten wordt overgegeven; -• het in bewaring nemen van het document is nodig met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten van de vreemdeling. - -Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van artikel 52, eerste lid Vw, het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten: - -• aan de persoon een ontvangstbewijs verstrekken door gebruik te maken van model M101; -• aan de persoon een informatiefolder verstrekken over het tijdelijk in bewaring nemen van geldige bewijsmiddelen documenten voor grensoverschrijding of andere bewijsmiddelen documenten door de KMar of de politie. - -Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven. - -### 9. Binnentreden - -Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden. - -Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal. - -### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht - -#### 10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie - -In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen: - -• vreemdelingen die op illegale wijze Nederland zijn binnengekomen en/of tegen wie een onderzoek naar de identiteit moet worden ingesteld; -• vreemdelingen tegen wie – met het oog op de toepassing van de Vw – een onderzoek naar hun criminele en/of ongunstige politieke antecedenten moet worden ingesteld; -• vreemdelingen bij wie een voorschrift aan de verblijfsvergunning wordt verbonden in het belang van de openbare orde en/of de nationale veiligheid; -• vreemdelingen aan wie een individuele verplichting tot periodieke aanmelding wordt opgelegd (zie artikel 54, tweede lid, Vw); -• vreemdelingen aan wie een vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd (zie artikel 56 Vw); -• vreemdelingen die ongewenst worden of zijn verklaard (zie artikel 67 Vw); -• vreemdelingen aan wie een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd (zie artikel 59 Vw); -• vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben ingediend; -• vreemdelingen wie de IND een bijzondere aanwijzing heeft gegeven. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet voor het afnemen van vingerafdrukken alle handelingen verrichten, als vermeld in paragraaf A2/3 Vc. - -#### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens - -De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb, in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen. - -Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in artikel 4.40 Vb, verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij. - -De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van artikel 4.41 Vb. De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever. - -De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden: - -• welke gegevens de werkgever moet verstrekken; -• op welke wijze de werkgever de gegevens moet verstrekken; -• binnen welke termijn de werkgever de gegevens moet verstrekken; -• (eventueel) ten aanzien van welke categorieën vreemdelingen de werkgever de gegevens moet verstrekken. - -De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken: - -• naam van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever; -• voorna(a)m(en) van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever; -• geboortedatum en -plaats van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever; -• nationaliteit van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever; -• datum van indiensttreding van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever; -• woonplaats en adres van de werknemer(s) die in dienst zijn of in dienst zijn geweest bij de werkgever. - -De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn. - -#### 10.3. Meldplicht - -##### 10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures - -De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht kenbaar gemaakt door gebruik te maken van het model M117-A. Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling. - -De Korpschef of de Commandant der KMar: - -• stelt de vreemdeling in kennis dat op hem een periodieke meldplicht rust door uitreiking van het model M117-A; -• moet de vreemdeling wijzen op wijzigingen over zijn meldplicht; -• moet de vreemdeling wijzen op de verplichtingen die op hem van toepassing zijn, zoals aangegeven in het aan hem uitgereikte model M117-A; en -• mag naar eigen oordeel afwijken van de instructies voor oplegging van de meldplicht. - -De Korpschef: - -• mag de ontheffing van de meldplicht beëindigen als ontheffing niet langer gewenst is; -• mag naar eigen oordeel afwijken van de instructies voor ontheffing van de meldplicht. - -Bij de ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies. - -De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling: - -• als voor het vreemdelingentoezicht ontheffing van de meldplicht niet (of niet langer) gewenst is; -• de vreemdeling niet langer in Nederland mag verblijven. - -De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht: - -• tijdens het afwachten van de beslissing in eerste aanleg van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in overleg met de IND; -• als de vreemdeling minderjarig is, jonger dan twaalf jaar en geen amv is. - -##### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer - -De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform artikel 54, eerste lid onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid Vb meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DTenV. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. - -##### 10.3.3. Onttrekking meldplicht - -Voor iedere meldplicht geldt: - -De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie. - -Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DTenV over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV. - -#### 10.4. Borgsom - -Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DTenV: - -• de vreemdeling werkt aantoonbaar aan terugkeer; -• de vreemdeling tekent een terugkeercontract met de DTenV waarin rechten en plichten van de vreemdeling met betrekking tot terugkeer en de borgsom zijn vastgelegd. - -Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DTenV kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DTenV als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat. - -#### 10.5. Veiligheidsfouillering - -In artikel 55, derde lid, Vw is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen. - -### 11. Toezicht op bewijsmiddelen - -Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar. - -Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. - -De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND. - -De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in artikel 4.21 Vb (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen: - -• de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet niet te snel afgaan op de verklaring van een vreemdeling dat de vreemdeling niet (of niet meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding; -• bij het afnemen van vingerafdrukken van een vreemdeling, moet het formulier met de vingerafdrukken voorzien worden van een handtekening van de vreemdeling; -• de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de hulp van een tolk inroepen als door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de vreemdeling mogelijk is; -• de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van alle aangetroffen bewijsmiddelen die ondersteunend kunnen zijn bij het vaststellen van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, fotokopieën maken. - -De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DTenV, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DTenV te versturen. De DTenV heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling. - -### 12. Signaleringen - -#### 12.1. Inleiding - -In dit hoofdstuk wordt met lidstaten bedoeld: de landen van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. - -In dit hoofdstuk wordt onder meer beschreven hoe te handelen in de volgende situaties: - -• Nederland geeft de vreemdeling een terugkeerbesluit en signaleert de vreemdeling in het SIS (Schengeninformatiesysteem) inzake terugkeer; -• Nederland geeft de vreemdeling een terugkeerbesluit, legt een inreisverbod op en signaleert de vreemdeling in het SIS inzake terugkeer, omdat de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten nog niet daadwerkelijk heeft verlaten; -• Nederland heeft de vreemdeling een terugkeerbesluit gegeven en een inreisverbod opgelegd en zet de signalering inzake terugkeer om in een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf, zodra de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten; -• Nederland neemt een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 en signaleert de vreemdeling in het E&S of het SIS met oog op weigering van toegang en verblijf. - -Ook worden in dit hoofdstuk de verschillende raadplegingsprocedures nader omschreven. De raadplegingsprocedure moet voorkomen dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning in een van de lidstaten, in het SIS gesignaleerd staat inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf. - -In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv. - -#### 12.2. Algemeen - -Het SIS is een computersysteem waarmee binnen de lidstaten specifieke informatie wordt uitgewisseld. - -Het SIS geeft bevoegde autoriteiten onder andere informatie over personen die geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven, of gezocht worden voor (betrokkenheid bij) criminele activiteiten. - -In dit hoofdstuk gaat het om: - -• de signalering inzake terugkeer, genoemd in Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (hierna: Vo (EU) 2018/1860); en -• de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf, genoemd in Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (hierna: Vo (EU) 2018/1861). - -De IND is verantwoordelijk voor de invoering van deze door Nederland opgelegde signaleringen in het SIS. De IND voert signaleringen niet rechtstreeks in het SIS in, maar via NSIS (Nationaal Schengeninformatiesysteem). In dit hoofdstuk wordt enkel nog gesproken over SIS, ook als het om NSIS gaat. Uitwisseling van informatie met andere lidstaten vindt plaats door tussenkomst van Bureau SIRENE. - -• Het E&S is een informatiesysteem van de Nederlandse politie. In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen. Welke signaleringen dit zijn staat in A2/12.6 Vc. - -In het E&S worden signaleringen opgenomen volgens het Nederlandse vreemdelingenrecht die niet in het SIS mogen worden opgenomen. Ook worden signaleringen in het E&S opgenomen, die nog niet in het SIS kunnen worden opgenomen. De vreemdeling wordt dan gesignaleerd ter fine van weigering van toegang tot Nederland. - -De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S. - -De signalering in SIS en E&S vanwege een inreisverbod, ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven. - -#### 12.3. Onderdanen van de lidstaten en diens familieleden - -Onderdanen van een lidstaat en diens familie- of gezinsleden in de zin van richtlijn 2004/38/EG (het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van burgers van de Unie en hun familieleden), worden niet gesignaleerd in SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf. - -De signalerende lidstaat wist op grond van artikel 14 Vo (EU) 2018/1860 een signalering inzake terugkeer van een persoon die het staatsburgerschap heeft verkregen van een van de lidstaten, zodra de signalerende lidstaat er kennis van krijgt dat de betrokken persoon het staatsburgerschap heeft verkregen. - -Als een aanvraag om een verblijfsdocument of een verzoek om inschrijving EU bij de IND op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw wordt ingediend, worden onder andere de systemen SIS en E&S geraadpleegd. Als de vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf en de aanvraag wordt ingewilligd of het verzoek wordt toegekend, dan overlegt de IND met de signalerende lidstaat en verzoekt de IND de signalering te wissen. - -Als er een hit is van een familie- of gezinslid in de zin van richtlijn 2004/38/EG, neemt de IND op grond van artikel 26, tweede lid, Vo (EU) 2018/1861 contact op met de signalerende lidstaat om te bepalen welke actie moet worden ondernomen. - -Bij een hit van een familielid van een onderdaan van een lidstaat die de IND in het SIS heeft gesignaleerd met het oog op weigering toegang en verblijf, overlegt de lidstaat, die de hit vaststelt, met de IND op grond van artikel 26 Vo (EU) 2018/1861. Als de IND de signalering wist, overweegt de IND of er redenen zijn om het familielid in E&S te signaleren. - -#### 12.4. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling - -##### 12.4.1. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij inreis - -Zie A1/3 Vc voor de te verrichten handelingen als een gesignaleerde vreemdeling aan de Nederlandse buitengrens wordt aangetroffen bij inreis. - -##### 12.4.2. Handelingen na aantreffen vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij uitreis of in het binnenlands toezicht en die door een andere lidstaat is gesignaleerd - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) voor Nederland of een van de andere lidstaten: - -• die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen, en -• die door een andere lidstaat gesignaleerd is: - -– inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod, of -– met het oog op weigering van toegang en verblijf; - -in ieder geval de volgende handeling: - -• informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat dat de vreemdeling in Nederland is aangetroffen, zodat informatie-uitwisseling op grond van artikel 7, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 plaatsvindt; -• informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat wanneer de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten al eerder heeft verlaten; of -• informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat van zijn uitreis via een Nederlandse lucht- of zeehaven of treinstation (Eurostar) (hierna: Nederlandse buitengrens) volgens paragraaf A2/12.5.1 Vc. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen, - -• die in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning inclusief asiel, en -• die door een andere lidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod, - -de volgende handelingen: - -• meldt de treffer bij Bureau SIRENE volgens paragraaf A2/12.10.4 Vc; en -• informeert de signalerende lidstaat volgens paragraaf A2/12.5.1 Vc als de vreemdeling via een Nederlandse buitengrens uitreist. - -Het Bureau SIRENE verricht vervolgens de volgende handelingen: - -• registreert de in SIS gemelde treffers; en -• informeert de signalerende lidstaat, als sprake is van een signalering door een andere lidstaat. - -##### 12.4.3. Handelingen als een door Nederland gesignaleerde vreemdeling wordt aangetroffen aan de grens op uitreis of in het kader van binnenlands toezicht - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht in de volgende situaties de genoemde handelingen, als hij een door Nederland gesignaleerde vreemdeling in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis aantreft. - -• De vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, en verlaat het grondgebied van de lidstaten: de betreffende ambtenaar informeert de IND, zodat de IND de Nederlandse signalering inzake terugkeer wist of omzet naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als er sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861. -• De vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, en wordt aangetroffen in het kader van binnenlands toezicht: als blijkt dat de vreemdeling al heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting, informeert de betreffende ambtenaar de IND. De IND wist de signalering inzake terugkeer. Als er sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 zet de IND de signalering om naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf. De betreffende ambtenaar beziet of de vreemdeling in aanmerking komt voor een nieuw terugkeerbesluit. De signalering met het oog op weigering toegang en verblijf blijft in stand vanwege het inwerking getreden inreisverbod. -• De vreemdeling is gesignaleerd vanwege een ongewenstverklaring. De betreffende ambtenaar: - -− controleert of de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet; -− geeft zo nodig een terugkeerbesluit als de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten sinds de datum van de bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of als hij nog niet eerder een terugkeerbesluit heeft gekregen; en -− beziet of een inreisverbod kan worden opgelegd, waarbij de ongewenstverklaring wordt opgeheven (zie paragraaf A4/3.9 Vc), hoort daartoe zo nodig de vreemdeling en dient daartoe een voorstel in bij de IND (model M63). -• De vreemdeling is gesignaleerd om een andere reden dan vanwege een ongewenstverklaring, terugkeerbesluit of inreisverbod. De betreffende ambtenaar: - -− geeft zo nodig een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een (alleen bij uitreis: voornemen tot het opleggen van een) inreisverbod anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw (via model M107-B); of -− geeft zo nodig een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een voorstel aan de IND tot het opleggen van een inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw (M63), conform de beleidsregels in de paragrafen A4/2.1, A4/3.2 en A4/3.3 Vc. - -De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in SIS. - -#### 12.5. De terugkeerbevestiging bij uitreis en informatie-uitwisseling bij inreis - -De terugkeerbevestiging is de uitwisseling van informatie, naar aanleiding van een signalering inzake terugkeer, dat een vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk via een buitengrens heeft verlaten. - -##### 12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis - -Bureau SIRENE informeert naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens verlaat. - -Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten verlaat. De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 6 Vo (EU) 2018/1860 direct na ontvangst van de terugkeerbevestiging. Als sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS. - -##### 12.5.2. Hit aan de buitengrens bij inreis - -Bureau SIRENE informeert, naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens wil inreizen. - -Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten wil inreizen. - -De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 8 Vo (EU) 2018/1860 direct na de informatie-uitwisseling bij inreis. Als er sprake is van een inreisverbod wordt direct een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS. - -Ook paragraaf A2/12.10.4 Vc is van toepassing als de vreemdeling is gesignaleerd door een andere lidstaat dan Nederland en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in een andere (derde) lidstaat. - -#### 12.6. Invoeren van signaleringen in het SIS of E&S - -De IND voert een signalering inzake terugkeer in SIS in van de vreemdeling, die: - -• een terugkeerbesluit krijgt of heeft gekregen van de daartoe bevoegde ambtenaar als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, VV. Bij dit terugkeerbesluit kan ook een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 zijn opgelegd; -• gesignaleerd is vanwege een inreisverbod opgelegd vóór 7 maart 2023, dat nog niet in werking is getreden en er een procedurele gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot signalering. De IND wist dan de signalering vanwege het inreisverbod; of -• een terugkeerbesluit zonder inreisverbod heeft gekregen vóór 7 maart 2023 en voor zover bekend bij de IND, nog niet voldaan heeft aan de vertrekplicht en er een procedurele gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot signalering. - -De IND voert een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in SIS in van: - -• een vreemdeling, die niet beschikt over een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat of dit niet heeft aangetoond, en - -− ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vw; -− een besluit heeft gekregen in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; of -− daadwerkelijk het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, en aan wie: - -• een zwaar inreisverbod met de rechtsgevolgen van 66a, zevende lid, Vw is opgelegd; of -• een licht inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw is opgelegd; -• een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met het gebruik van een vals document voor grensoverschrijding of identiteitspapieren. De signaleringsduur is vijf jaar; -• een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf. De signaleringsduur is vijf jaar; -• een vreemdeling die toegang wil verkrijgen tot Nederland of aan wie de toegang tot Nederland wordt geweigerd, bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signaleringsduur is twintig jaar; of -• een vreemdeling die toegang wil verkrijgen tot Nederland of aan wie de toegang tot Nederland wordt geweigerd, bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De signaleringsduur is twee jaar. - -Deze signaleringstermijnen zijn van toepassing als de vreemdeling niet onder de werking van de Terugkeerrichtlijn valt in Nederland. Dit betekent dat de vreemdeling: - -• zich buiten de EU bevindt (waaronder ook de vreemdeling die wordt geweigerd aan een grensdoorlaatpost die toegang tot de EU geeft); of -• zich weliswaar binnen de EU bevindt, maar zich buiten Nederland bevindt. - -De IND voert de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf ook in als de vreemdeling al in SIS is gesignaleerd door een andere lidstaat, zolang de signaleringen niet onverenigbaar zijn met elkaar. - -Na de ontvangst van een terugkeerbevestiging van een door Nederland in SIS gesignaleerde vreemdeling, moet de IND: - -• de signalering inzake terugkeer wissen; en -• de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf invoeren, als aan de vreemdeling ook een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 is opgelegd. - -De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860. - -Daarnaast voert de IND in ieder geval de gegevens van een verblijfsdocument in SIS in, als: - -• de vreemdeling: - -− zich uitgeschreven heeft uit de BRP op grond van emigratie; of -− met onbekende bestemming is vertrokken; en -• de geldigheidsduur van het verblijfsdocument nog niet is verlopen en het verblijfsdocument niet is ingeleverd bij de IND. De einddatum van de signalering is gelijk aan de einddatum van het verblijfsdocument. - -De signalering in SIS vanwege een inreisverbod of vanwege een terugkeerbesluit in combinatie met een inreisverbod gaat voor, als er ook sprake is van een besluit tot signalering. - -Als het niet (meer) mogelijk is om de vreemdeling vanwege een inreisverbod of vanwege het terugkeerbesluit in combinatie met het inreisverbod te signaleren, wordt de vreemdeling vanwege het besluit tot signalering gesignaleerd. De vreemdeling wordt dan indien mogelijk gesignaleerd in SIS, en anders in E&S. - -Als de vreemdeling een terugkeerbesluit zonder inreisverbod heeft gekregen en ook een besluit tot signalering, dan gaat de signalering in SIS vanwege een besluit tot signalering voor op de signalering inzake terugkeer. - -In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen, zoals: - -• een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde onderdaan van een van de lidstaten of diens familie- of gezinsleden; -• een op grond van artikel 67 ongewenst verklaarde vreemdeling die geen verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) (meer) heeft in Nederland en zich niet in Nederland bevindt; -• een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde vreemdeling die zich niet in Nederland bevindt en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in één van de lidstaten; -• een vreemdeling die een besluit krijgt in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; -• een op grond van artikel 67 ongewenst verklaarde vreemdeling, die - -− niet heeft aangetoond over een verblijfsvergunning in een andere lidstaat te beschikken; en -− ongewenst is verklaard vanwege een andere grond dan openbare orde of niet voldoet aan artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; -• een vreemdeling met een verblijfsvergunning inclusief asiel in een van de lidstaten die zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van artikel 12 Vw; de termijn van signalering is maximaal zes maanden; en -• een mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) voldoet aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven. De duur van deze signalering wordt gelijk gesteld met de (resterende) duur van de afgegeven mvv. - -Wanneer signaleren in SIS mogelijk is, gaat dit altijd voor op signaleren in E&S. - -#### 12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft aan de IND ten minste één van de volgende onderbouwingen voor de signalering aan: - -• gevaar voor de nationale veiligheid; -• toegangsweigering: proces-verbaal drugssmokkel gerelateerd misdrijf, (nog) geen veroordeling; -• toegangsweigering: proces-verbaal gebruik valse/vervalste reis-/identiteitspapieren; of -• opleggen bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat aan een vreemdeling met een verblijfsvergunning inclusief asiel in een van de lidstaten die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw. - -Daarnaast stuurt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor de signalering de volgende documenten mee: - -• wanneer aanwezig: kopieën van identiteitsdocumenten van de vreemdeling; -• het opgemaakte proces-verbaal van het misdrijf dat aanleiding is voor het voorstel tot signalering; -• het nummer van het proces-verbaal; en -• als er geen sprake is van een proces-verbaal moeten andere bewijsmiddelen die het voorstel tot signalering ondersteunen, worden meegezonden. - -De politie doet op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling als deze niet bekend is. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze in de BVV bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ervoor zorgen dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV beschikbaar zijn. Als dit niet mogelijk is, moet de reden hiervan worden vermeld. - -#### 12.8. Informatievoorziening aan de vreemdeling bij signalering - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de vreemdeling die gesignaleerd wordt in ieder geval over: - -• het feit dat de vreemdeling gesignaleerd wordt; -• de duur van de signalering; -• het gebied waarvoor de signalering geldt; en -• de wijze waarop de vreemdeling: - -– kan kennisnemen van de signalering; -– om opheffing kan verzoeken. - -#### 12.9. Aanvang van signalering - -De signalering van een vreemdeling in E&S of het SIS vangt aan op: - -a. de datum waarop aan de vreemdeling een terugkeerbesluit wordt bekendgemaakt; -b. de datum waarop de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten als het een signalering vanwege een inreisverbod betreft. Als de situatie in paragraaf A4/2.4.3 Vc zich voordoet, waarbij het vertrek vanuit het grondgebied eerder plaatsvindt dan de bekendmaking van de beschikking waarin het inreisverbod wordt opgelegd, vindt de signalering plaats op de datum van de bekendmaking van de beschikking; -c. als het een onderdaan van een lidstaat of diens familie- of gezinsleden betreft: de datum waarop de vreemdeling een verwijderingsbesluit met ongewenstverklaring heeft ontvangen en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of als er een bezwaarschrift is ingediend, na de beslissing op dat bezwaarschrift tenzij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende beroep is ingediend. In dat laatste geval volgt signalering pas nadat het verzoek is afgewezen of nadat de getroffen voorziening is uitgewerkt; -d. het moment waarop de overdracht van de ongewenstverklaarde Dublinclaimant naar de andere lidstaat is geeffectueerd; -e. de datum van de bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw in andere gevallen dan hierboven onder c of d genoemd; -f. de datum waarop aan de vreemdeling een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt bekendgemaakt; -g. de datum waarop de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd; -h. de datum waarop het besluit tot intrekking van de mvv bekend is gemaakt; -i. de datum waarop aan de vreemdeling een bevel wordt gegeven zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat. - -#### 12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen - -Een vreemdeling die door Nederland of door een andere lidstaat in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning wordt niet in SIS gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf. - -Om te voorkomen dat een vreemdeling zowel in het bezit is van een verblijfsvergunning als gesignaleerd is in het SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf, moet een lidstaat door tussenkomst van het bureau SIRENE van die lidstaat in contact treden met het bureau SIRENE van de andere lidstaat als zich situaties voordoen als beschreven in deze paragraaf. Het in contact treden met een andere lidstaat heet de raadplegingsprocedure. - -In de subparagrafen hierna worden o.a. de volgende raadplegingsprocedures beschreven: - -• De raadpleging voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, terwijl er al sprake is van een signalering; -• De raadpleging voorafgaand aan de invoering van een signalering, terwijl al bekend is dat verblijf is verleend; -• De raadpleging na invoering van een signalering, terwijl er verblijf is verleend; -• De raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening. - -Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier of asiel in Nederland of een aanvraag om een mvv gaat de IND na of de vreemdeling is gesignaleerd in het E&S of SIS. - -Het Bureau SIRENE legt de verrichte raadpleging door een lidstaat vast, als de IND overweegt een verblijfsvergunning te verlenen aan een vreemdeling die in SIS gesignaleerd is: - -• inzake terugkeer als ook een inreisverbod is opgelegd, of -• met het oog op weigering van toegang en verblijf. - -De IND brengt de vreemdeling, die gesignaleerd is in SIS of E&S op de hoogte middels een mededeling in de Staatscourant, als naar aanleiding van de raadplegingsprocedure deze signalering: - -• in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S; of -• in E&S wordt omgezet naar een signalering in SIS, - -tenzij de vreemdeling op andere wijze van deze wijziging op de hoogte is gesteld. - -##### 12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland - -De IND verricht bij een vreemdeling: - -• die door Nederland in het E&S of SIS gesignaleerd staat, en -• aan wie een verblijfsvergunning inclusief asiel wordt verleend, - -de volgende handeling(en): - -• wist de signalering uit het SIS of uit E&S; en -• heft een eventueel opgelegd inreisverbod of opgelegde ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 op. - -Bij een afwijzing van een verblijfsvergunning blijft de signalering in E&S of SIS gehandhaafd. - -##### 12.10.2. Raadpleging door Nederland - -###### 12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat - -In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning besproken, terwijl er sprake is van een signalering door een andere lidstaat. - -De IND raadpleegt de signalerende lidstaat op grond van artikel 9, eerste lid, van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27 Vo (EU) 2018/1861 over de motivering van het besluit van de signalering, als de vreemdeling: - -• in het SIS gesignaleerd is door een andere lidstaat inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod of met het oog op weigering van toegang en verblijf; en -• een aanvraag om een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft ingediend welke de IND overweegt te verlenen. - -Als de signalerende lidstaat het raadplegingsverzoek niet binnen tien dagen beantwoordt, dan neemt de IND aan op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/1861 dat de signalerende lidstaat geen bezwaar heeft tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning. - -Als aan de vreemdeling, na eerdergenoemde raadplegingsprocedure, een verblijfsvergunning wordt verleend, stelt de IND de signalerende lidstaat hiervan in kennis. De signalerende lidstaat wist vervolgens de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf. - -De IND signaleert de vreemdeling in SIS inzake terugkeer als: - -• de aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen, en -• een terugkeerbesluit is gegeven. - -De vreemdeling moet het grondgebied van de lidstaten na de afwijzende beschikking verlaten, als tegen de afwijzende beschikking geen rechtsmiddelen meer open staan of die niet in Nederland mogen worden afgewacht. - -De IND verricht bij een vreemdeling: - -• die in het SIS gesignaleerd is door een andere lidstaat inzake terugkeer zonder inreisverbod; en -• die een aanvraag om een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft ingediend welke de IND overweegt te verlenen; - -de volgende handeling: - -• stelt op grond van artikel 9, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 de signalerende lidstaat er onverwijld van in kennis dat hij voornemens is een verblijfsvergunning te verlenen of dat hij deze heeft verleend. - -De signalerende lidstaat wist onverwijld de signalering inzake terugkeer. - -###### 12.10.2.2. Invoering signalering door IND als sprake is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat - -In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat. - -Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de betrokken lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht informeert de IND over de vreemdeling: - -• die in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit; -• aan wie de hier bedoelde ambtenaar een terugkeerbesluit geeft; en -• ten aanzien van wie wordt overwogen een signalering in te voeren in SIS inzake terugkeer. - -Onderstaande raadplegingsprocedure is dan van toepassing. - -De onderstaande raadplegingsprocedure is ook van toepassing als de IND overweegt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in te voeren vanwege: - -− een zwaar inreisverbod, al dan niet op voorstel van de ambtenaar belast met de grensbewaking of toezicht, of -− een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861. - -De IND signaleert de vreemdeling in E&S na het opleggen van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861. - -De IND start de raadplegingsprocedure op grond van artikel 10 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 28 van Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in: - -• De verblijfgevende lidstaat stelt de IND binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in te trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk is om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen; -• Conform artikel 31, eerste lid, onder g, of 35, eerste lid, onder g, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn van 26 dagen verstreken; -• Als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of aangeeft de verblijfsvergunning niet in te trekken, verricht de IND de volgende handelingen: - -− De IND voert geen signalering in SIS in; en -− Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven. -• Als de andere lidstaat de verblijfsvergunning intrekt: - -− wist de IND de signalering in E&S vanwege een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; en -− signaleert de IND de vreemdeling in SIS vanwege het terugkeerbesluit, het besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 of vanwege het inreisverbod als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten inmiddels heeft verlaten. - -###### 12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat - -In deze paragraaf en subparagrafen wordt de raadpleging door de IND besproken als na het invoeren van een signalering blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat. - -De IND wordt op de volgende wijzen geïnformeerd over de geldige verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat: - -• het Bureau SIRENE informeert de IND bij een signaal van de verblijfgevende lidstaat dat de vreemdeling daar een verblijfsvergunning heeft; -• de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen constateert dat de vreemdeling is gesignaleerd door Nederland en een verblijfsvergunning heeft in een andere lidstaat en meldt de treffer bij Bureau SIRENE en licht de IND in; -• de vreemdeling toont zelf aan een verblijfsvergunning te hebben in de andere lidstaat; of -• een derde lidstaat stelt vast dat Nederland een vreemdeling heeft gesignaleerd en dat een andere lidstaat een verblijfsvergunning aan die vreemdeling heeft verleend; de derde lidstaat stelt het Bureau SIRENE hiervan in kennis op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo (EU) 2018/1861. - -Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in het SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning inclusief asiel heeft. De IND start de procedure op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in: - -• Als de IND besluit het terugkeerbesluit in te trekken of als de ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht op vreemdelingen besluit het door hem gegeven terugkeerbesluit in te trekken vanwege het verblijfsrecht in een andere lidstaat, wordt de signalering inzake terugkeer onverwijld gewist. Als het een verblijfsvergunning asiel betreft, wordt het terugkeerbesluit altijd ingetrokken. -• Als het terugkeerbesluit wordt gehandhaafd, raadpleegt de IND de verblijfgevende lidstaat zoals hierna omschreven. -• De verblijfgevende lidstaat stelt Nederland binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen. -• Conform artikel 32, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken. -• Als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft, verricht de IND de volgende handelingen: - -– De IND wist de signalering inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod uit SIS; -– Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven; -– Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd. -• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt: - -– de signalering in SIS niet gewist, of -– als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen. - -Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit. - -De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in: - -• De verblijfgevende lidstaat stelt Nederland binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk is om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen; -• Conform artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken; -• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft of als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken, verricht de IND de volgende handelingen: - -– De IND wist de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf uit SIS; -– De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven; en -– Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd. -• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt: - -– de signalering in SIS niet gewist, of; -– als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen. - -Als de in SIS gesignaleerde vreemdeling het grondgebied echter nog niet heeft verlaten en het inreisverbod, dat is opgelegd voor 7 maart 2023, dus nog niet in werking is getreden, start de IND alsnog de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat als een procedurele gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. De procedure zoals hierboven omschreven is dan van toepassing. De IND wist de signalering vanwege het niet in werking getreden inreisverbod en voert een signalering inzake terugkeer in, als de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt. - -##### 12.10.3. Raadpleging door andere lidstaat bij Nederland - -###### 12.10.3.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij andere lidstaat en signalering door Nederland - -In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning inclusief asiel besproken, terwijl er al sprake is van een signalering door Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek. - -De IND verricht bij een vreemdeling die door Nederland: - -• in het SIS gesignaleerd is inzake terugkeer zonder inreisverbod, de volgende handeling: - -− wist op grond van artikel 9, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 onverwijld de signalering inzake terugkeer, nadat de andere lidstaat Nederland er onverwijld van in kennis stelt dat de andere lidstaat voornemens is een verblijfsvergunning te verlenen of dat hij deze heeft verleend; -• in het SIS is gesignaleerd inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod of in combinatie met een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 of is gesignaleerd met het oog op weigering van toegang en verblijf, de volgende handeling(en): - -− beantwoordt op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder b, Vo (EU) 2018/1861 de andere lidstaat binnen tien kalenderdagen; -− als de IND het raadplegingsverzoek niet binnen tien kalenderdagen beantwoordt, wordt de IND op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/60 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/61 geacht geen bezwaar te hebben tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning; en -− als de andere lidstaat de IND ervan in kennis stelt dat hij voornemens is of besloten heeft de verblijfsvergunning te verlenen of te verlengen, wist de IND de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf. De IND beoordeelt aan de hand van A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven. Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd. - -###### 12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland - -In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl er al sprake is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek. - -De andere lidstaat overweegt de vreemdeling te signaleren in SIS en raadpleegt de IND: - -• op grond van artikel 10 Vo (EU) 2018/1860 vanwege een signalering inzake terugkeer; of -• op grond van artikel 28 Vo (EU) 2018/1861 vanwege een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf. - -Conform de hierboven genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende. - -• De IND beoordeelt binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging op basis van de verstrekte informatie van de andere lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken. -• De IND kan de andere lidstaat via het Bureau SIRENE bij uitzondering verzoeken om verlenging van de termijn met maximaal twaalf kalenderdagen. -• Conform artikel 31, eerste lid, onder g, of artikel 35, eerste lid, onder g, van het SIRENE-handboek moet Nederland de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken. -• De IND informeert de signalerende lidstaat of de verleende verblijfsvergunning wel of niet wordt ingetrokken. -• Als de IND de verblijfsvergunning handhaaft, wordt de signalering niet ingevoerd. -• Als de IND de verblijfsvergunning intrekt, signaleert de raadplegende lidstaat de vreemdeling in SIS. - -###### 12.10.3.3. Na invoering signalering door andere lidstaat: constatering verblijfsvergunning in Nederland - -In deze paragraaf wordt de raadpleging door de andere lidstaat besproken, als na het invoeren van een signalering door deze andere lidstaat blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek. - -De vreemdeling is gesignaleerd in: - -• SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Als de signalerende lidstaat besluit het terugkeerbesluit niet in te trekken, raadpleegt de signalerende lidstaat Nederland op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860; of -• SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. De signalerende lidstaat raadpleegt Nederland op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861. - -Conform genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende. - -• De IND beoordeelt binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging op basis van de verstrekte informatie van de signalerende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken. -• De IND kan de signalerende lidstaat via het Bureau SIRENE bij uitzondering verzoeken om verlenging van de termijn met maximaal twaalf kalenderdagen. -• Conform artikel 32, eerste lid, onder f, of artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet Nederland de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken. -• De IND informeert de signalerende lidstaat of de verleende verblijfsvergunning wel of niet wordt ingetrokken. - -De procedure zoals hierboven beschreven wordt op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo 2018/1861 geïnitieerd door een derde lidstaat als die lidstaat vaststelt dat de vreemdeling in het bezit is van een door Nederland afgegeven verblijfsvergunning en de vreemdeling door een andere lidstaat is gesignaleerd. - -##### 12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland - -Deze paragraaf gaat over de raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening, maar de vreemdeling wel door Nederland wordt aangetroffen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die: - -• beschikt over een verblijfsvergunning inclusief asiel van een lidstaat; en -• door een andere lidstaat is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf, - -de volgende handeling: - -• meldt de treffer bij Bureau SIRENE zodat de raadplegingsprocedure op grond van artikel 12 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 van Vo (EU) 2018/1861 kan worden gevolgd. - -#### 12.11. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd - -Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen: - -• de SIS-treffer melden bij het Bureau SIRENE; en -• de IND op de hoogte stellen van het bestaan van de SIS- of E&S-signalering; zie verder de procedure beschreven in paragraaf A2/12.10.2.1 als het een SIS-signalering is. - -Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. De lidstaat die de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering. - -#### 12.12. Het wissen van signaleringen - -De IND wist een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering inzake terugkeer als de vreemdeling is uitgereisd uit het grondgebied van de lidstaten en zijn vertrek bij de IND bekend is. Een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering met het oog op weigering toegang en verblijf wordt gewist als de duur van het opgelegde inreisverbod is verstreken en zijn vertrek bij de IND bekend is; zie ook paragraaf A4/2.5.6 Vc. - -De IND kan een signalering wissen als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot het wissen van de signalering. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen: - -• de grondslag voor de signalering is komen te vervallen; -• de vreemdeling toont aan dat de signalering berust op onterechte gronden; -• aan de vreemdeling wordt verblijf in Nederland toegestaan; -• aan de vreemdeling wordt verblijf in een andere lidstaat toegestaan; zie paragraaf A2/12.10 Vc. De IND gaat na of de vreemdeling in het E&S wordt gesignaleerd. - -##### 12.12.1. Verzoek tot inzage in gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS - -Op basis van artikel 53 Vo (EU) 2018/1861 en artikel 19 Vo (EU) 2018/1860 heeft een vreemdeling het recht op inzage in zijn gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS, behoudens de in het tweede en derde lid genoemde beperkingen. - -Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het SIS mag bij elke lidstaat een verzoek indienen om inzage, rectificatie en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens. - -In Nederland moet de vreemdeling een dergelijk verzoek, ook als het een signalering van een andere lidstaat betreft, richten aan het volgende adres: - -Nationale Politie, - -Landelijke Eenheid - -t.a.v. de privacyfunctionaris LO/LX - -Postbus 100 - -3970 AC Driebergen - -De vreemdeling die een verzoek wil indienen tot inzage in of aanpassing van een signalering in SIS kan hiervoor ook digitaal een formulier gebruiken via: www.politie.nl/contact/formulier/schengen.html - -Als het verzoek tot het wissen van de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf feitelijk een verzoek tot het opheffen van het door Nederland opgelegde inreisverbod of ongewenstverklaring betreft, moet het verzoek door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd en is respectievelijk paragraaf A4/2.5 of paragraaf A4/3.5 Vc van toepassing. - -Een verzoek tot het wissen van een door Nederland opgenomen signalering inzake terugkeer of met het oog weigering van toegang en verblijf moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. - -Binnen acht weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot het wissen van de signalering. - -##### 12.12.2. Verzoek tot inzage, correctie en het wissen van een signalering in het E&S - -Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S kan een verzoek indienen om inzage, correctie en de signalering te wissen in het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de Nationale Politie, genoemd in paragraaf A2/12.12.1 Vc. De Nationale Politie stuurt het verzoek tot wissen door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen acht weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen. - -Een signalering wordt door de IND in het E&S gewist als de termijn van de maatregel die ten grondslag ligt aan de signalering is verstreken. - -De IND kan een signalering in het E&S ook wissen als de onderliggende maatregel wordt opgeheven. - -De IND wist een signalering in het E&S als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt. - -#### 12.13. Toegang verlenen ondanks signalering - -De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere lidstaten over deze toegangsverlening. - -### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten - -De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties: - -• de openbare orde; -• goede internationale betrekkingen; -• de nationale veiligheid. - -De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor een van de drie genoemde situaties. - -## A3. Vertrek en uitzetting - -### 1. Inleiding - -In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde, Vb en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben. - -De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen: - -• artikel 61 tot en met artikel 66a Vw; -• artikel 6.1 tot en met artikel 6.5 Vv; -• artikel 3.1 Vb; -• artikel 6.1a tot en met 6.4 Vb. - -#### 1.1. Terugkeerbesluit - -##### 1.1.1. Inleiding - -Een terugkeerbesluit is een besluit waarin wordt vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf (meer) heeft in Nederland en waaruit de plicht blijkt om de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (hierna: lidstaten) te verlaten binnen de daarvoor genoemde termijn naar het land van terugkeer. - -Een terugkeerbesluit kan enkel voor een onderdaan van een derde land worden genomen. - -##### 1.1.2. Elementen terugkeerbesluit - -Een terugkeerbesluit bevat de volgende elementen: - -a. de vaststelling dat een vreemdeling niet (meer) rechtmatig in Nederland verblijft; -b. de plicht om de lidstaten te verlaten; -c. de termijn waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet voldoen; en -d. het land/de landen waarnaar de vreemdeling moet terugkeren voor zover dat land/die landen bekend is/zijn. - -Ad a. - -Er dient vastgesteld te zijn dat een vreemdeling niet (meer) rechtmatig in Nederland verblijft. Specifiek voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning hebben ingediend geldt het volgende. Bij een afwijzing, een buitenbehandelingstelling, het intrekken of het niet verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning wordt vastgesteld dat er geen sprake (meer) is van rechtmatig verblijf. Dan wordt aan de voorwaarde voor element a voldaan. Tenzij er nog een andere aanvraagprocedure in eerste aanleg loopt waarvan de uitkomst in Nederland mag worden afgewacht. In dat geval wordt (nog) niet aan de voorwaarde voldaan en kan er (nog) geen terugkeerbesluit worden genomen. - -Ad b. - -Een vreemdeling met een terugkeerbesluit voldoet niet aan zijn terugkeerverplichting als hij vertrekt naar een andere lidstaat. Ook niet als hij daar rechtmatig verblijf heeft. De vreemdeling voldoet alleen aan de terugkeerverplichting als hij het grondgebied van de lidstaten verlaat. - -Ad c. - -Voor de termijnen die gelden wordt verwezen naar paragraaf A3/3 Vc. - -Ad d. - -Een land van terugkeer kan zijn: - -• het land van herkomst van de vreemdeling (voor een staatloze het land van gebruikelijke woonplaats); -• een land van doorreis op basis van communautaire of bilaterale overnameovereenkomsten of andere regelingen, waaronder begrepen het land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren op basis van een removal order; of -• een ander derde land waarnaar de vreemdeling vrijwillig terug wil keren en waar de vreemdeling wordt toegelaten. - -In een terugkeerbesluit benoemt de IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie een of meerdere landen van terugkeer. Als het gestelde herkomstland niet aannemelijk is, benoemt de IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie zowel dat herkomstland als de landen waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze landen van terugkeer kunnen zijn. - -Het gevolg van een terugkeerbesluit is dat de vreemdeling gesignaleerd wordt in het Schengeninformatie Systeem inzake terugkeer. Die regels staan beschreven in A2/12 Vc. - -##### 1.1.3. Bevoegdheid nemen terugkeerbesluit - -De IND neemt een terugkeerbesluit: - -• bij een afwijzing of het buiten behandeling stellen van de aanvraag; -• bij de intrekking of het niet verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning; -• als de vreemdeling zijn aanvraag intrekt; of -• als de IND op basis van een voorstel van de AVIM, Zeehavenpolitie en KMar een zwaar inreisverbod aan een vreemdeling oplegt zonder dat er een aanvraag is ingediend. - -De KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een terugkeerbesluit als na onderzoek is gebleken dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland is en zowel Nederland als de lidstaten moet te verlaten. Zie paragraaf A3/2 Vc in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat. - -De IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een aanvullend terugkeerbesluit als: - -• er in het eerder genomen terugkeerbesluit geen land van terugkeer is genoemd; -• als in de terugkeerprocedure blijkt naar welk land een vreemdeling kan terugkeren, maar dat land niet is genoemd in het eerdere terugkeerbesluit. - -In het aanvullend terugkeerbesluit worden een of meerdere landen van terugkeer toegevoegd. Tegen het aanvullend terugkeerbesluit staan rechtsmiddelen open. - -De IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt geen terugkeerbesluit als: - -a. er eerder een rechtsgeldig terugkeerbesluit is gegeven terwijl de vreemdeling nog niet heeft voldaan aan zijn vertrekverplichting die is opgenomen in het terugkeerbesluit; -b. de IND de aanvraag heeft afgewezen, maar er nog een andere aanvraag in Nederland loopt die procedureel rechtmatig verblijf geeft, waarop nog niet in eerste aanleg is beslist; -c. de vreemdeling een alleenstaande minderjarige vreemdeling is en zolang niet is vastgesteld dat er adequate opvang aanwezig is in het land van terugkeer (zie paragraaf A3/6.1 en B8/6.1 Vc) (artikel 5 Terugkeerrichtlijn: belang van het kind); -d. er is vastgesteld dat familie-, gezins- of privéleven in de zin van artikel 8 EVRM zich verzet tegen het nemen van een terugkeerbesluit; -e. er is vastgesteld dat de vreemdeling in het land van terugkeer een risico loopt op vervolging, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a Vw of een reëel risico loopt op ernstige schade (artikel 3 EVRM), zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid onder b, Vw; -f. er is vastgesteld dat er sprake is van een risico op schending van artikel 3 EVRM als gevolg van de gezondheidstoestand van de vreemdeling bij uitzetting naar het land van terugkeer; (artikel 5 Terugkeerrichtlijn) -g. als een overdrachtsbesluit ingevolge de Dublinverordening (EU) 604/2013 is genomen; of -h. de vreemdeling valt onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2004/38 (burger van de Europese Unie of familielid van de burger van de Europese Unie). - -### 2. Zelfstandig vertrek - -De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een inreisverbod hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van model M107-A. - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van artikel 4.38 Vb vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Hieronder vallen in ieder geval de biometrische gegevens van de vreemdeling. - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie. - -De DTenV kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DTenV kan dit bijvoorbeeld doen bij: - -• een alleenstaande minderjarige vreemdeling; of -• een vreemdeling waarbij sprake is van een medische overdracht. - -Naast deze begeleiding door de DTenV kunnen andere vormen van begeleiding plaatsvinden, zoals begeleiding: - -• door de KMar in het kader van veiligheid van de vlucht; of -• door derden, zoals psychiatrisch geschoolde verpleegkundigen, ter vervulling van de reisvoorwaarden opgenomen in het BMA-advies. - -In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Als dit bevel niet wordt nageleefd of als om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMar, politie of ZHP. - -In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland internationale bescherming of een langdurig ingezetene-status in een andere lidstaat geniet, wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). - -De IND kan deze vreemdeling enkel ongewenst verklaren als hij zich buiten Nederland bevindt. Zie voor signalering en raadplegingsprocedure: paragraaf A2/12.10 Vc. - -Een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken wordt door de DTenV begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend: - -• de vreemdeling is afkomstig uit een derde land; -• de vreemdeling heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland; -• de vreemdeling is in het bezit van een door een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf; en -• aan de vreemdeling is geen terugkeerbesluit gegeven. - -Als de vreemdeling wel een terugkeerbesluit heeft gekregen, begeleidt de DTenV niet in het vertrek naar de andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland die aan de vreemdeling een verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft verleend. In dat geval zet de DTenV in op vertrek naar het land zoals genoemd in het terugkeerbesluit. - -### 3. Vertrektermijnen - -#### 3.1. Algemeen - -Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van artikel 62, tweede lid, Vw. - -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen. - -In de volgende paragrafen zijn beleidsregels opgenomen ter invulling van deze gronden om de vertrektermijn te verkorten of onthouden: - -• Artikel 62, tweede lid, onder a, Vw (risico op onttrekken toezicht): paragraaf A3/3.2 Vc; -• Artikel 62, tweede lid, onder b, Vw (kennelijk ongegrondheid): paragraaf A3/3.3 Vc; -• Artikel 62, tweede lid, onder c, Vw (gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid): paragraaf A3/3.4 Vc. - -In paragraaf A3/3.5 Vc zijn beleidsregels opgenomen over de toepassing van de gronden uit artikel 62, tweede lid onder a en b, Vw bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn. - -In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn. - -#### 3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht - -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht in de zin van artikel 62, tweede lid, onder a, Vw als tenminste twee van de gronden als genoemd in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing zijn. - -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb. - -Er wordt een risico op onttrekking aan het toezicht aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in artikel 5.1b, derde lid, sub c, Vb, aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden. - -Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc. - -#### 3.3. Kennelijk ongegrondheid - -De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder b, Vw de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 30b Vw. - -De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen: - -• op de gronden a t/m f van artikel 30b Vw, voor zover het geen alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft; -• op de j-grond van artikel 30b Vw; -• op één van de andere gronden van artikel 30b Vw, indien zich één van de in paragraaf A3/3.5 Vc opgenomen situaties voordoet. - -Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond is verklaard. - -#### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid - -Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder c, Vw is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk: - -• de vertrektermijn voor de vreemdeling wordt op grond van artikel 62, tweede lid, Vw verkort; -• de vreemdeling moet Nederland onmiddellijk verlaten. - -Het vertrek uit Nederland houdt op grond van de Terugkeerrichtlijn ook het vertrek in uit de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. - -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. - -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling ook aanmerken als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf. - -Bij de beoordeling of de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving betrekt de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval: - -• de aard en de ernst van het misdrijf; -• het tijdsverloop sinds het misdrijf werd gepleegd; en -• de omstandigheid dat de vreemdeling toen hij werd aangetroffen bezig was Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) te verlaten. - -Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM informatie in bij de politie of het OM over de gegrondheid van die verdenking waarbij in ieder geval wordt betrokken of er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld. - -De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als de aanvraag is afgewezen omdat artikel 1F van toepassing is of omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. - -Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de vertrektermijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde. - -#### 3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel - -De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van artikel 30a, 30b, 30c of 31 Vw op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw: - -• de vreemdeling is de toegang geweigerd, of er is sprake van een uitgestelde toegangsweigering zoals beschreven in A1/7.3 Vc; -• de vreemdeling is in bewaring gesteld; -• de vreemdeling heeft zich niet direct gemeld voor het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; -• er is sprake van openbare orde aspecten, bijvoorbeeld (een verdenking van) het plegen van een misdrijf; -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a t/m f, Vw als kennelijk ongegrond afgewezen, voor zover het geen alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft (zie paragraaf A3/3.3 Vc); -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw als kennelijk ongegrond afgewezen (zie paragraaf A3/3.3 Vc); -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is om proceseconomische redenen als bedoeld in de paragraaf C2/5 Vc niet in de Dublin procedure behandeld, maar is inhoudelijk beoordeeld op inwilligbaarheid; -• de indiening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is in overwegende mate ingegeven door sociaal-economische redenen; -• de vreemdeling heeft te kennen gegeven dat hij in het geval van afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30c Vw buiten behandeling gesteld; -• bij een in Nederland geboren vreemdeling, voor wie een aanvraag is ingediend door de ouder, die eerder een terugkeerbesluit heeft gekregen en zich niet heeft gehouden aan de vertrekplicht. - -Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing. - -#### 3.6. Proportionaliteit - -De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval: - -• de aanwezigheid van in Nederland verblijvende familieleden, in het bijzonder minderjarige kinderen. Als er sprake is van gezinsleden zonder rechtmatige verblijfstitel, is er in de regel geen aanleiding het onthouden van een vertrektermijn disproportioneel te achten; -• de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van in Nederland verblijvende familie- of gezinsleden. Als de gezondheidstoestand geen aanleiding geeft om over te gaan tot toepassing van artikel 64 Vw, is er in de regel evenmin reden om het onthouden van een vertrektermijn om medische redenen disproportioneel te achten. - -#### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn - -Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in artikel 6.3 VV. De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DTenV mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken. - -Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen: - -• persoonlijk bij één van de loketten van de IND; -• schriftelijk tijdens vertrekgesprekken met de ambtenaar van de DTenV. De ambtenaar van de DTenV moet het verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn doorsturen naar de IND. - -Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking. - -### 4. Reisdocumenten - -Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DTenV de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor vreemdelingen waarvan een (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de bevoegdheid tot uitzetting tijdelijk is opgeschort. - -De DTenV mag de vreemdeling of derden verzoeken bewijsmiddelen die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen, aan de DTenV te overhandigen. - -Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd: - -• een (geldig) document voor grensoverschrijding; -• een re-entry permit. - -#### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding - -Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DTenV zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling: - -• een geldig document voor grensoverschrijding; -• ‘re-entry permit’. - -De DTenV moet een aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding bij voorkeur samen met de vreemdeling opmaken. De DTenV moet de vreemdeling informeren over welke informatie de vreemdeling moet verstrekken voor het verkrijgen een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het door de vreemdeling ingevulde formulier of de aan de DTenV verstrekte bewijsmiddelen geen asielgerelateerde informatie bevatten. De DTenV hoeft deze bewijsmiddelen niet te vertalen en te screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend voordat het aan een diplomatieke vertegenwoordiging wordt overgelegd. - -De DTenV moet bewijsmiddelen wel screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend bij landen waarvan bekend is dat het aanvragen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot problemen kan leiden bij de terugkeer van de vreemdeling tot dat land. De DTenV mag aan de diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend aangeven dat: - -• de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en om die reden Nederland moet verlaten; -• of dat de vreemdeling gehouden is om medewerking te verlenen aan de voorbereiding van zijn vertrek. - -De DTenV moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding. - -Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DTenV geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan. - -Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met artikel 65, eerste lid, Vw, niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DTenV. De DTenV dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding. - -#### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging - -De DTenV nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie model 90A). - -Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DTenV de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DTenV moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding. - -#### 4.3. Moment van aanvraag - -De DTenV mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst niet starten indien de (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling is bij de IND. - -De DTenV moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc). - -#### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen - -De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan: - -• de vreemdeling wordt niet in het bezit gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding door een diplomatieke vertegenwoordiging; -• de vreemdeling kan niet aan de buitenlandse grensautoriteiten worden overgedragen of uit Nederland worden uitgezet door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig; -• er is geen sprake van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. - -#### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument - -Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een Europees reisdocument. Het Europees reisdocument wordt afgegeven door de DTenV als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan het Europees reisdocument worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten. - -Het Europees reisdocument mag worden gebruikt: - -• bij terugkeer van een vreemdeling naar het land van herkomst; -• bij de terugkeer van een vreemdeling naar een ander land dan het land van herkomst; -• als geldig ondersteunend document voor grensoverschrijding bij overdracht van een vreemdeling naar een Europees land. - -Om gebruik te maken van een Europees reisdocument in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan: - -• het is niet mogelijk gebleken tijdig een geldig document voor grensoverschrijding te verkrijgen van de autoriteiten van het land van herkomst of een derde land, of er zijn met de autoriteiten van het betreffende land afspraken gemaakt over het gebruik van het Europees reisdocument; -• er bestaan één of meerdere aanwijzingen op grond waarvan de nationaliteit en/ of identiteit van de vreemdeling aangenomen kan worden; -• er bestaat een redelijke kans dat de vreemdeling wordt toegelaten in het land waar de vreemdeling naar terug moet keren. - -#### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling - -De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over: - -• het doorhalen van in het geldig document voor grensoverschrijding gestelde aantekeningen; -• het inhouden van afzonderlijke inlegbladen; -• het inhouden van identiteitsdocumenten. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitsdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als: - -• de vreemdeling wordt uitgezet naar een derde land waar een ander land een overeenkomst mee heeft gesloten dat bemiddelt in de toelating tot het derde land; -• de vreemdeling rechtstreeks wordt uitgezet naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, omdat de vreemdeling onderdaan is van dat land of omdat hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of toelating tot het land. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in ieder geval geen aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitsdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als: - -• de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend; -• op de vreemdeling het beleid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel (zie hoofdstuk B8 Vc) van toepassing is. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag verder geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: - -• de uitzetting van de vreemdeling vindt door middel van overdracht aan de Belgische grensautoriteiten plaats; -• de vreemdeling wordt na de overdracht aan de Belgische grensautoriteiten uit het Beneluxgebied gezet. - -#### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten: - -• het in bewaring genomen bewijsmiddel voor het vertrek van de vreemdeling uit Nederland per aangetekende brief versturen naar het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de vreemdeling Nederland zal verlaten; -• bij het versturen van het in bewaring genomen document naar het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt het tijdstip vermelden waarop de vreemdeling langs de doorlaatpost/ overgave-overnamepunt zal uitreizen. - -Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten: - -• het in bewaring genomen document aan de vreemdeling teruggeven nadat de vreemdeling het ontvangstbewijs voor terugontvangst van het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling (model M101) heeft ondertekend; -• controleren of de vreemdeling Nederland verlaat; -• op het ingehouden ontvangstbewijs voor terugontvangst door de vreemdeling van het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling een verklaring stellen waaruit blijkt dat het vertrek van de vreemdeling is gecontroleerd; -• het ontvangstbewijs voor terugontvangst door de vreemdeling van het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling terugsturen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het ontvangstbewijs heeft afgegeven. - -Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP, KMar of DTenV of KMar in tenminste een van de volgende situaties: - -• de vreemdeling zich niet op de afgesproken tijd en plaats bij het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt heeft gemeld; -• als de uitreis van de vreemdeling vertraging ondervindt; -• als de uitreis van de vreemdeling problemen ondervindt. - -Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt overlegt met de politie, ZHP, KMar of DTenV of KMar over te volgen handelwijze. - -### 5. Ondersteuning bij vertrek - -#### 5.1. Vertrek met behulp van de IOM - -Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten: - -• een aanvraag voor vrijwillig vertrek indienen bij de IOM; -• een aanvraagformulier ondertekenen waarin de vreemdeling verklaart geen bezwaar te hebben tegen: - -– het uitwisselen van informatie tussen de IOM, de IND en de DTenV ten behoeve van (toetsing aan de voorwaarden voor) vrijwillige terugkeer; -– het uitwisselen van persoonsgegevens, datum aanvraag vrijwillige terugkeer, datum beëindiging aanvraag, (geplande) vertrekdatum en kopie reisdocument die na vertrek kunnen worden gedeeld met instanties in de migratieketen (IND, DTenV, COA, AVIM, DISA, KMar). - -Een vreemdeling komt niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de nationaliteit heeft van, of in het bezit is van een geldig (tijdelijke) reguliere verblijfsvergunning, of een asielvergunning voor onbepaalde tijd, van: - -• een lidstaat van de EU; -• landen die deel uitmaken van de EER en/of EVA; -• een van de Europese microstaten (Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Vaticaanstad); -• een land dat behoort tot de top 35 van de hoogste inkomens per hoofd van de bevolking volgens de Wereldbank, inclusief Taiwan. - -Een vreemdeling komt ook niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de afgelopen vijf jaar de EU heeft verlaten, zelfstandig of gedwongen, met ondersteuning van de DTenV, Frontex, of de IOM. - -De IOM kan in afwijking van het voorgaande (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel en alleenstaande minderjarige vreemdelingen, of in andere schrijnende gevallen, ongeacht de nationaliteit of land van bestemming van de vreemdeling, assistentie verlenen bij het vertrek. - -De IOM moet ten aanzien van het REAN-programma alle volgende handelingen verrichten: - -• bij de IND nagaan of de vreemdeling voldoet aan bovengenoemde voorwaarden om in aanmerking te komen voor het REAN-programma; en -• de IND vragen of er bezwaar is tegen het vertrek van de vreemdeling via de IOM. - -De IND heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM, als de vreemdeling gesignaleerd staat vanwege opsporing. - -De IND informeert de DTenV over de omstandigheid dat bezwaar is geuit tegen vertrek via de IOM. - -De DTenV heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM van een vreemdeling vanwege een geplande uitzetting of overdracht in het kader van de verordening (EU) nr. 604/2013. - -Als door de DTenV al handelingen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, kan de DTenV tenminste één van de volgende beslissingen nemen: - -• er is bezwaar tegen het vertrek via de IOM: het vertrek vindt via de DTenV plaats; of -• er is geen bezwaar tegen vrijwillig vertrek van de vreemdeling via de IOM: de DTenV staakt de eigen vertrekmaatregelen. - -Als er geen bezwaar is tegen het vrijwillig vertrek zal de vreemdeling door de IOM worden geïnformeerd dat hij via het REAN-programma mag vertrekken. - -De DTenV kan intussen doorgaan met de voorbereidingen voor een eventueel gedwongen vertrek, mocht de vreemdeling uiteindelijk toch niet met de IOM vertrekken. - -De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DTenV, de (zeehaven)politie, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt bij het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren. - -De vreemdeling tekent bij vertrek een verklaring voor de IND, waarin staat dat de vreemdeling ermee instemt dat: - -• openstaande vreemdelingrechtelijke procedures worden beëindigd dan wel dat een al toegekende verblijfsvergunning wordt ingetrokken; -• het vertrek van de vreemdeling op basis van informatie van de IND wordt verwerkt in de BRP. - -De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en een eventuele eenmalige financiële bijdrage op de luchthaven van vertrek. Hiervoor tekent de vreemdeling een vertrekverklaring van de IOM. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen. - -De vreemdeling aan wie een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM, heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. - -De IOM moet de IND en de DTenV door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM. - -#### 5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne - -Het remigratiebeleid beschreven in deze paragraaf is gericht op het ondersteunen van personen uit derde landen die verblijfsrecht hadden in Oekraïne en die als gevolg van de inval van Rusland in Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht en op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) in de Gemeentelijke opvang voor Ontheemden uit Oekraïne (GOO) of de Particuliere Opvang voor ontheemden uit Oekraïne (POO) verblijven. - -##### 5.2.1. Doelgroep - -De doelgroep van het remigratiebeleid beschreven in paragraaf A3/5.2 Vc is de vreemdeling uit een derde land met een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne die voor 19 juli 2022 is ingeschreven in de BRP en tot en met 4 maart 2024 onder de RTB valt. - -##### 5.2.2. Voorwaarden - -Om in aanmerking te kunnen komen voor ondersteuning onder het remigratiebeleid, moet de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoen: - -a) de vreemdeling bezit de nationaliteit van een derde land, niet zijnde Oekraïne; -b) de vreemdeling heeft/had een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne; -c) de vreemdeling is voor 19 juli 2022 ingeschreven in de BRP; -d) de vreemdeling verleent medewerking aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) door het (laten) verstrekken van benodigde informatie en het opvolgen van instructies met het oog op zijn vertrek; -e) de vreemdeling ondertekent een intrekkingsverklaring en verklaart daarbij eventuele nog aanhangige verblijfsmatige procedures in te trekken dan wel afstand te doen van een verblijfsvergunning als die aan de vreemdeling is verleend; -f) het vertrek uit Nederland van de vreemdeling betekent geen doorkruising van een strafrechtelijk vervolgings- of uitleveringstraject waar hij bij betrokken is; -g) het vertrek van de vreemdeling kan feitelijk worden gerealiseerd; -h) het vertrek vindt plaats naar een land waarvan de vreemdeling de nationaliteit bezit dan wel een ander land buiten de Europese Unie waar zijn verblijf duurzaam is geborgd. - -Een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada, IJsland, Japan, Korea, Mexico, Nieuw-Zeeland, Verenigde Staten of Zwitserland komt niet in aanmerking voor deze regeling. - -Deze verklaring op schrift gebeurt door het invullen en ondertekenen van de Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland, te vinden op de website van de IND. - -Een verzoek om ondersteuning kan worden geweigerd dan wel de aanspraak op ondersteuning kan vervallen en kan worden teruggevorderd, als: - -• de vreemdeling na vertrek niet rechtmatig in Nederland of de EU wordt aangetroffen; -• blijkt dat de aanspraken op de RTB verkregen zijn op basis van onjuiste informatie, terwijl de vreemdeling wist of behoorde te weten dat deze informatie onjuist was; of -• de tijdelijke bescherming is of wordt beëindigd om redenen van openbare orde of nationale veiligheid. - -##### 5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage - -De DTenV biedt aan de vreemdeling die in aanmerking komt voor dit remigratiebeleid de volgende ondersteuning: - -• advies en informatie over remigratie; -• een vliegticket enkele reis naar het land van bestemming; -• begeleiding bij vertrek op Schiphol; -• een financiële remigratiebijdrage zoals hieronder beschreven; -• € 5.000 per persoon wanneer de vreemdeling een schriftelijke aanvraag indient, tot en met 4 maart 2024, voor ondersteuning bij de DTenV en binnen 1 maand na indienen van de aanvraag Nederland uitreist. - -Het algemene uitgangspunt is dat binnen 1 maand na aanvraag de uitreis plaatsvindt. Mocht het om zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn om van deze periode af te wijken dan kan de DTenV hiertoe besluiten. - -De vreemdeling die na 4 maart 2023 een aanvraag indient komt niet meer in aanmerking voor dit beleid. - -##### 5.2.4. Aanvraag en procedure - -De vreemdeling dient de aanvraag voor ondersteuning op basis van het remigratiebeleid schriftelijk in via de website van de DTenV. De DTenV behandelt de aanvraag en zoekt ten behoeve van de beslissing op de aanvraag afstemming met ketenpartners. De DTenV zoekt altijd afstemming met de IND met de vraag of er bezwaren zijn tegen het vertrek van de vreemdeling. - -Na het vertrek van een vreemdeling stelt de DTenV de IND op de hoogte van het vertrek van de vreemdeling. - -Het remigratiebeleid zal worden uitgevoerd door de DTenV. De DTenV kan besluiten om de IOM een rol te geven in de uitvoering van deze beleidsregels. - -#### 5.3. Tijdelijk herintegratiebeleid Syrië - -##### 5.3.1. Doelgroep - -De doelgroep van het tijdelijke herintegratiebeleid Syrië zoals beschreven in deze paragraaf is de Syrische vreemdeling, die - -• op 1 oktober 2025 aantoonbaar in Nederland verbleef; -• als zodanig bekend is bij de organisaties in de migratieketen. - -##### 5.3.2. Voorwaarden - -Om in aanmerking te kunnen komen voor ondersteuning onder het tijdelijke herintegratiebeleid, moet de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoen: - -a) de vreemdeling bezit de Syrische nationaliteit of kan anderszins middels documentatie aantonen uit Syrië afkomstig te zijn en duurzaam toegang te hebben tot Syrië; -b) de vreemdeling: - -• doorloopt een asiel- of reguliere procedure; -• heeft een (tijdelijk) verblijfsrecht in Nederland (asiel of regulier); of -• heeft een terugkeerbesluit ontvangen naar aanleiding van een afwijzing van een verblijfsaanvraag. -c) de vreemdeling verbleef op 1 oktober 2025 in Nederland; -d) de vreemdeling is bekend bij organisaties in de migratieketen; -e) de vreemdeling dient een verzoek tot ondersteuning onder het tijdelijke herintegratiebeleid in tussen 17 november 2025 en 1 januari 2026; -f) de vreemdeling verleent medewerking aan DTenV door het (laten) verstrekken van benodigde informatie en het opvolgen van instructies met het oog op zijn vertrek; -g) de vreemdeling ondertekent een verklaring ‘vrijwillig vertrek’ en verklaart daarbij eventuele nog aanhangige verblijfsmatige procedures – en als daar sprake van is een verblijfsvergunning – in te trekken dan wel afstand te doen; -h) het vertrek uit Nederland van de vreemdeling betekent geen doorkruising van een strafrechtelijk vervolgings- of uitleveringstraject waarbij de vreemdeling betrokken is; -i) het vertrek van de vreemdeling kan feitelijk worden gerealiseerd; -j) het vertrek vindt uitsluitend plaats naar Syrië. - -**Ad g)** - -Deze verklaring op schrift gebeurt door het invullen en ondertekenen van de Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland, te vinden op de website van de IND. - -**Contra-indicaties** - -Een verzoek om ondersteuning kan worden geweigerd, als de vreemdeling: - -• een inreisverbod heeft van meer dan 5 jaar; -• is veroordeeld voor een zedendelict, doodslag, moord, mensenhandel of mensensmokkel; -• een gevaar is voor de nationale veiligheid; -• is afgewezen voor asiel op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag; of -• binnen de afgelopen 5 jaar de EU heeft verlaten met ondersteuning van de International Organisatie voor Migratie (IOM), een niet-gouvernementele organisatie (ngo), DTenV of Frontex. - -##### 5.3.3. Terugvordering - -Van personen die met ondersteuning op basis van het tijdelijke herintegratiebeleid Syrië zijn teruggekeerd naar Syrië en die binnen vijf jaar na vertrek weer Nederland of de EU inreizen kan de verstrekte herintegratieondersteuning worden teruggevorderd. - -##### 5.3.4. Voorzieningen en herintegratiebijdrage - -De DTenV biedt aan de vreemdeling die in aanmerking komt voor dit tijdelijke herintegratiebeleid Syrië de volgende ondersteuning: - -• advies en informatie over herintegratie; -• hulp bij het verkrijgen van vervangende reisdocumenten; -• een vliegticket enkele reis naar Syrië; -• begeleiding bij vertrek op de luchthaven; -• een financiële herintegratiebijdrage in contanten van € 5.000 per volwassen persoon en € 2.500 per minderjarige. Syriërs die op 1 oktober bekend staan bij de autoriteiten in de migratieteken als alleenstaande minderjarige vreemdeling komen voor een financiële herintegratiebijdragen van € 5.000 in contanten in aanmerking; - -Het algemene uitgangspunt is dat binnen 2 maanden na aanmelding bij de DTenV de uitreis plaatsvindt. Grote aanmeldingsaantallen bij de DTenV of het niet voorhanden hebben van reisdocumenten, kunnen leiden tot een langere behandeltermijn. - -Mocht het om zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn om van deze periode af te wijken dan kan de DTenV hiertoe besluiten. - -De vreemdeling die na 31 december 2025 een aanvraag indient komt niet meer in aanmerking voor dit beleid. - -##### 5.3.5. Aanvraag en procedure - -De vreemdeling dient de aanvraag voor ondersteuning op basis van het herintegratiebeleid schriftelijk in via de website van DTenV. DTenV behandelt de aanvraag en zoekt ten behoeve van de beslissing op de aanvraag afstemming met ketenpartners. DTenV zoekt altijd afstemming met de IND met de vraag of er bezwaren zijn tegen het vertrek van de vreemdeling. - -Na het vertrek van een vreemdeling stelt de DTenV de IND op de hoogte van het vertrek van de vreemdeling. - -Het herintegratiebeleid zal worden uitgevoerd door DTenV. DTenV kan besluiten om de IOM, Frontex of een andere partner een rol te geven in de uitvoering van deze beleidsregels. - -### 6. Uitzetting - -Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen: - -• door overdracht van de vreemdeling aan de buitenlandse grensautoriteiten; -• door plaatsing van de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming die de vreemdeling naar Nederland heeft vervoerd; -• de vreemdeling wordt rechtstreeks of met een tussenstop uitgezet naar een land waarvan op basis van feiten en omstandigheden wordt aangenomen dat de vreemdeling daar de toegang wordt verleend. - -Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DTenV te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc. - -De DTenV stelt uiterlijk 36 uur voorafgaand aan een door de DTenV georganiseerde uitzetting of gedwongen overdracht de volgende personen in kennis van de reisgegevens: - -• de vreemdeling; -• de gemachtigde die de vreemdeling bijstaat in de vertrekprocedure; en (indien van toepassing) -• de gemachtigde die de vreemdeling bijstaat in een nog openstaande verblijfsrechtelijke procedure. - -De DTenV laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens. - -De DTenV is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden. - -#### 6.1. De terugkeer van amv’s - -Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan, moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn. Zolang niet vaststaat dat adequate opvang beschikbaar is (zie paragraaf B8/6.1 Vc), kan geen terugkeerbesluit worden genomen ten aanzien van de amv. Indien nader onderzoek moet worden gedaan in dit kader, kan hangende dat onderzoek uitstel van vertrek worden verleend. - -##### 6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang - -De IND verleent uitstel van vertrek aan de amv, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: - -• De amv heeft (ten tijde van de afwijzing van de asielaanvraag) nog niet de leeftijd van 18 jaar bereikt; en -• Aan de amv kan geen terugkeerbesluit worden uitgevaardigd. De reden hiervoor is dat de amv niet kan terugkeren naar het land van herkomst of een ander land waar toegang redelijkerwijs is gewaarborgd, omdat niet is vastgesteld dat adequate opvang aldaar beschikbaar is. - -Het uitstel van vertrek vervalt: - -• Wanneer de vreemdeling de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt; of -• Met het uitvaardigen van een terugkeerbesluit. Voorwaarde hiervoor is dat uit nader onderzoek blijkt dat adequate opvang voor de amv in het land van herkomst of een ander land waar toegang redelijkerwijs is gewaarborgd, beschikbaar is. - -De amv aan wie uitstel van vertrek is verleend, wordt geacht rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000. - -Gedurende het uitstel van vertrek wordt de amv geacht medewerking te verlenen aan het onderzoek naar adequate opvang. - -##### 6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV - -Nadat een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient de toegang tot adequate opvang te zijn geregeld ten tijde van het vertrek. De DTenV stelt de voogd van de amv op de hoogte van het besluit dat de amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt. - -#### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland - -Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DTenV. - -#### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht - -In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is: - -a. als door een buitenlandse autoriteit de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) van een vreemdeling is of wordt gevraagd; -b. als de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen de voorgenomen uitzetting en de uitspraak op de voorlopige voorziening in Nederland mag worden afgewacht; -c. als een vreemdeling tenminste aan een van de volgende voorwaarden voldoet: - -1. de vreemdeling is als verdachte van een misdrijf aangehouden en het strafonderzoek is niet door het OM beëindigd; -2. de vreemdeling heeft een strafvervolging wegens een misdrijf lopen en op de strafvervolging is niet onherroepelijk beslist; -3. de vreemdeling is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en de opgelegde straf of strafrechtelijke maatregel is niet ondergaan; -4. aan de vreemdeling is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de vrijheidsontnemende maatregel is niet ondergaan; -d. als er voor de vreemdeling: - -1. een beletsel bestaat om terug te keren naar het land van herkomst in verband met ernstige schade (artikel 3 EVRM) of een gegronde vrees voor vervolging; en -2. er ook geen ander land kan worden aangewezen waarnaar de vreemdeling kan terugkeren. -e. als de vreemdeling naar een derde land moet vertrekken, niet zijnde zijn land van herkomst of land van doorreis. - -In de onder c genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM of het CJIB hiertegen binnen drie werkdagen geen bezwaar maakt. - -In de situatie gemeld onder d. wordt in het terugkeerbesluit opgenomen dat: - -• de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland moet verlaten binnen een gestelde vertrektermijn; -• de vreemdeling niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst; en -• het voornemen tot uitzetting wel blijft bestaan (zie ook paragraaf C2/10.3.2 Vc). - -Als in de situatie gemeld onder d. op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer een terugkeerbeletsel is. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden. - -#### 6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag - -Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden. - -De procedure in geval van een lastminuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in paragraaf C1/2.9 Vc. - -#### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting - -De DTenV is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen: - -• vreemdelingen die door de KMar in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) zijn aangetroffen. De Commandant der KMar is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de overdracht aan Duitsland of België via de landsgrenzen; -• vreemdelingen die in het kader van het vreemdelingentoezicht worden aangetroffen en die op basis van bilaterale overeenkomsten met Duitsland, België en Luxemburg zonder uitgebreide formaliteiten kunnen worden overgedragen aan de autoriteiten van deze landen via de landgrenzen met België of Duitsland. Deze vreemdelingen worden door de politie aan de KMar overgedragen. De KMar zorgt voor de overdracht aan België of Duitsland; -• vreemdelingen die na toegangsweigering door de ambtenaar belast met de grensbewaking, door de KMar of ZHP onmiddellijk of zodra dit logistiek mogelijk is, uitgezet kunnen worden naar het land van herkomst. - -#### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting - -Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen: - -• vreemdelingen die zijn aangetroffen in het grensgebied in het kader van het MTV of in het kader van het vreemdelingentoezicht; -• vreemdelingen die worden uitgezet per vliegtuig en rechtstreeks naar de grensdoorlaatpost worden gebracht waarlangs de vreemdeling zal worden uitgezet. Het rechtstreeks via de grensdoorlaatpost laten vertrekken van vreemdelingen mag uitsluitend in de volgende gevallen: -• na overleg met de DTenV; -• in uitzonderlijke gevallen bij capaciteitsproblemen of bij overwegingen van openbare orde. - -De DTenV is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DTenV of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden: - -• de vreemdeling beschikt over een geldig vliegticket; -• de vreemdeling beschikt over zijn geld en andere eigendommen; -• de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een schriftelijke toezegging van de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding; -• de vreemdeling beschikt over persoonlijke bagage (maximaal 20 kg.); -• de vreemdeling beschikt als dit nodig is over een verklaring van medische vliegreisgeschiktheid (de ‘fit-to-fly-verklaring’). - -Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden. - -#### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting - -De DTenV meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DTenV kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht. - -De DTenV maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd. - -#### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting - -In artikel 23a en 23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen. - -Artikel 23a van de Ambtsinstructie bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet. - -De hulpmiddelen kunnen worden ingezet om de veiligheid te borgen in en om het vervoermiddel. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit dienen te allen tijde in acht te worden genomen bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting. Deze inschatting dient te worden gemaakt tijdens of vlak voor de daadwerkelijke uitzetting. Uitgangspunt van de Koninklijke Marechaussee blijft dat de uitzetting op een zo humaan en profesioneel mogelijke wijze gebeurt. Dit betekent dat hulpmiddelen alleen worden ingezet indien dit strikt noodzakelijk is, en dat gedurende het vervoer continu wordt bekeken of met de inzet van minder vergaande hulpmiddelen kan worden volstaan. - -De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie model M118), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen - -De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt: - -• stalen handboeien: ten behoeve van het fixeren van handen; -• combinatieriem met klittenband boeien (de bodycuff): ten behoeve van het fixeren van de polsen aan de voorzijde van het lichaam met een mogelijkheid tot verbinding met de enkels; -• klittenband boeien: ten behoeve van het fixeren van handen, armen, benen en/of voeten; -• tiewraps: kunstof bindstrips ten behoeve van het fixeren van lichaamsdelen, handen en/of voeten; -• tuff-ties: kunststof touw/gewoven nylon ter fixatie van lichaamsdelen, handen; -• schuimcap: een helm welke dient ter voorkoming dat de vreemdeling zichzelf of anderen verwondt door bijvoorbeeld te bijten of door met het hoofd te slaan; -• gelaatsmasker en/ of spuugmasker danwel een spuugnetje: een masker/netje over alleen het gelaat/ de mond of het gehele hoofd dat dient ter bescherming ten bijten en/of spugen. - -Deze hulpmiddelen zijn onderhevig aan innovatie en kunnen in de loop der tijd aangepast/vervangen worden met het oogpunt op humaan, proportionaliteit en veiligheid. - -De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak. - -#### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 - -Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden: - -• een terug- of overnameverzoek wordt gehonoreerd van een vreemdeling die geen aanvraag heeft ingediend om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en -• de vreemdeling een verzoek om internationale bescherming in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013 heeft ingediend in een andere lidstaat. - -Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling. - -Indien de vreemdeling uit eigen beweging wil vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, biedt de IND hem een termijn van ten hoogste tien werkdagen na uitreiken beschikking om zijn vertrek te realiseren. De IND vervat deze termijn in het ambtshalve genomen overdrachtsbesluit. Wanneer de IND reeds een overdrachtsbesluit heeft genomen, kan de DTenV de vreemdeling op diens initiatief ook nadien nog de gelegenheid tot zelfstandig vertrek bieden. De DTenV kan de vreemdeling daartoe een termijn stellen van ten hoogste vijf werkdagen. - -Als een vreemdeling een verzoek tot een voorlopige voorziening indient, kan de DTenV een nieuwe termijn van vijf werkdagen toekennen na uitspraak op deze voorlopige voorziening. Daarbij geldt dat deze termijn niet tot gevolg mag hebben dat de uiterste overdrachtsdatum daarmee overschreden wordt. - -De IND biedt de vreemdeling die op grond van artikel 6a of artikel 59a Vw in bewaring is gesteld en ten behoeve waarvan een terug- of overnameverzoek wordt ingediend bij een andere lidstaat niet meer de gelegenheid om uit eigen beweging te vertrekken naar de betreffende lidstaat na accordering van het terug- of overnameverzoek door de andere lidstaat. - -De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DTenV adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide. - -De DTenV maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DTenV verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DTenV vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingsautoriteiten overhandigt. - -De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling. - -DTenV verstrekt de volgende informatie aan de IND: - -• de vlucht- en/of reisgegevens; -• een kopie van het laissez-passer, dat onmiddellijk wordt verzonden aan de IND; -• een kopie van de beschikbare reis- of identiteitspapieren, voor zover deze nog niet zijn verstrekt aan de IND bij het leggen van de claim; -• Overige bijzonderheden die bekend zijn bij de DTenV, die van belang kunnen zijn voor de verantwoordelijke lidstaat. - -De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013. - -#### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming - -In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV melden: - -• als de vreemdeling een bevel heeft ontvangen om onmiddellijk terug te keren naar het grondgebied van de andere lidstaat (model M106-A). Deze handelingen worden uitsluitend verricht bij vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, maar niet de Europese Unie. Aan vreemdelingen die de Europese Unie moeten verlaten reikt de politie een terugkeerbesluit uit (model M107-A); -• als de vreemdeling zelfstandig de woonruimte heeft verlaten tijdens de procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd of vóór het ingaan van de vertrektermijn; -• als de vreemdeling zelfstandig de woonruimte heeft verlaten in of na de vertrektermijn van de procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd. - -De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV door alle volgende handelingen te verrichten: - -• toezenden van een bericht van vertrek; -• aangeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. - -De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV: - -• als de vreemdeling is uitgezet; -• als de vreemdeling vanuit strafrechttraject is uitgezet, conform het VRIS-protocol; -• als de vreemdeling onder toezicht is vertrokken nadat de vreemdeling zich zelfstandig heeft gemeld bij de KMar of de ZHP op een luchthaven of zeehaven voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding; -• als de vreemdeling onder toezicht is vertrokken na een MTV-controle; -• als de vreemdeling is overgedragen na een MTV-controle; -• als de inbewaringstelling is opgeheven en de vreemdeling een bevel heeft ontvangen om onmiddellijk terug te keren naar het grondgebied van de andere lidstaat (model M106-A). De vreemdeling hoeft niet de Europese Unie te verlaten; -• als de vreemdeling een bevel heeft ontvangen om onmiddellijk terug te keren naar het grondgebied van de andere lidstaat (model M106-A). Een bevel om onmiddellijk terug te keren naar het grondgebied van de andere lidstaat (model M106-A) geldt uitsluitend voor vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, maar niet de Europese Unie hoeven te verlaten. Aan vreemdelingen die de Europese Unie moeten verlaten reikt de politie een terugkeerbesluit uit; -• als bij controle op uitreis blijkt dat een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf zelfstandig uit Nederland vertrekt. Als deze vreemdeling nog niet eerder een terugkeerbesluit met een inreisverbod heeft ontvangen, moet de KMar dit aan de vreemdeling uitreiken (model M107-A). - -De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV door alle volgende handelingen te verrichten: - -• toezenden van een bericht van vertrek; -• aangeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. - -Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DTenV melden door toezending van het model M100-A. - -#### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is - -Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DTenV het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen. - -### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen - -#### 7.1. Algemeen - -De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw als: - -• De vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen; of -• Er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen. - -##### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen - -De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen. - -##### 7.1.2. Gezinsleden - -Als gezinsleden in verband met artikel 64 Vw worden aangemerkt: - -• echtgenoten en (geregistreerde) partners en hun minderjarige kinderen of minderjarige kinderen uit een eerste of eerder huwelijk; -• de meerderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren en in het land van herkomst al behoorden tot het gezin. - -Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt: - -• de (stief/pleeg)ouders van het minderjarige kind; -• de minderjarige (stief)broers en zussen van het minderjarige kind; -• de meerderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin en in het land van herkomst al behoorden tot het gezin van de (stief/pleeg)ouders. - -Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc. In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken. - -Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc). - -##### 7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen - -De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen. - -Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM: - -• als uit het advies van het BMA blijkt dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie; en -• als de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst of bestendig verblijf niet beschikbaar is; of -• als in geval de noodzakelijke medische behandeling wel beschikbaar is, gebleken is dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is. - -Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. - -##### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg - -De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen: - -• uit het BMA-advies blijkt dat in het desbetreffende land geen of onvoldoende behandelmogelijkheden aanwezig of beschikbaar zijn; -• uit het BMA-advies blijkt dat in het desbetreffende land onderbrekingen in de medicijnvoorraden voorkomen, die een maand of langer duren; -• het BMA vanwege de situatie in het land van herkomst niet in staat is om te adviseren over de aanwezigheid van behandelmogelijkheden in het land van herkomst; of -• uit het BMA-advies blijkt dat, ter voorkoming van een medische noodsituatie, mantelzorg noodzakelijk is voor het slagen van de medische behandeling, terwijl de vreemdeling heeft aangetoond deze mantelzorg in het land van herkomst niet te kunnen ontvangen van één of meer gezins- of familieleden dan wel via professionele (thuis)zorg. Zie over mantelzorg verder hieronder. - -##### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg - -De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling. - -Dit is van belang in die gevallen waarin het BMA in het medisch advies: - -• heeft geconcludeerd dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie; en -• heeft aangegeven, dat de medische behandeling in het land van herkomst of bestendig verblijf beschikbaar is. - -Als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond middels originele documenten, kan hij in beginsel niet aannemelijk maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waarnaar hij kan vertrekken voor hem niet toegankelijk is. Dit is anders als: - -• de vreemdeling wel een (kopie van een) verlopen paspoort heeft overgelegd, of zijn identiteit en nationaliteit is aannemelijk geacht in een voorgaande asiel en/of reguliere procedure; en -• nadien geen redelijke twijfel is ontstaan over de nationaliteit of identiteit van de vreemdeling. - -Het enkele ontbreken van identiteitsdocumenten is geen reden om de toegankelijkheid van de zorg niet te beoordelen. - -In het besluit moet worden gemotiveerd om welke reden er niet kan worden getoetst aan de feitelijke toegankelijkheid van de zorg vanwege het ontbreken van een originele documenten, die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling aantonen - -Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval: - -• een paspoort; of -• een ander door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling afgegeven document met pasfoto waarin staat aangegeven dat de vreemdeling de nationaliteit van het betreffende land bezit. - -De documenten met betrekking tot de identiteit van de vreemdeling moeten officiële, door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling afgegeven documenten zijn met daarin tenminste een pasfoto en de geboorteplaats en -datum van de vreemdeling. - -Het ontbreken van documenten ter staving van de identiteit en nationaliteit valt de vreemdeling niet toe te rekenen, indien: - -− hij heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld; of -− hij heeft aangetoond dat de enige mogelijkheid voor de afgifte of verlenging van een geldig document voor grensoverschrijding vereist dat hij in persoon terugkeert naar het land van herkomst. - -Aan het vereiste om middels documenten de identiteit en nationaliteit aan te tonen wordt niet voorbijgegaan om de enkele reden dat de vreemdeling in Nederland een medische behandeling ondergaat. - -In de situatie dat de vreemdeling wel zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond middels documenten, legt de IND het medisch advies ter informatie voor aan de vreemdeling en biedt hem daarbij de mogelijkheid om aan de hand van documenten zoals bedoeld in A3/7.1.5 aannemelijk te maken dat de medische zorg voor hem ontoegankelijk is. De IND geeft de vreemdeling een termijn van vier weken om te reageren. - -De omstandigheid dat een vreemdeling enkel aangeeft dat de kosten voor een medische behandeling hoog zijn of dat de plek, waar de medische behandeling kan plaatsvinden, ver weg is van de woonplaats van de vreemdeling, vormt onvoldoende reden om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aan te nemen. - -De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over enig beletsel dat in de weg staat aan het verkrijgen van toegang tot de benodigde zorg. - -Om te beoordelen of de medische zorg niet toegankelijk is voor de vreemdeling worden bewijsstukken gevraagd die inzicht geven in de kosten van de medische behandeling in relatie tot het inkomen van de vreemdeling. Ook gaat het om bewijsstukken over de afstand tussen de woonplaats van de vreemdeling en de zorginstelling (in het land van herkomst) en eventueel diens reismogelijkheden in relatie tot de medische klachten. - -Als er sprake is van een vertrekmoratorium voor het gebied waar de medische zorg beschikbaar is, zal de IND ambtshalve concluderen dat de medische zorg niet toegankelijk is. - -De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw aan een vreemdeling, die afkomstig is uit een land waarvoor een gedeeltelijk besluit- en vertrekmoratorium geldt, als: - -• de vreemdeling afkomstig is uit een gebied, dat niet onder de werking van het besluit- en vertrekmoratorium valt; en -• de behandelmogelijkheden alleen aanwezig zijn in een gebied waarvoor het moratorium geldt. - -##### 7.1.6. Mantelzorg - -Het BMA kan in het medisch advies opnemen dat mantelzorg noodzakelijk wordt geacht, als mantelzorg essentieel is voor het welslagen van de medische behandeling. - -De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn. - -Indien in een land van herkomst of bestendig verblijf professionele (thuis)zorg beschikbaar is, dan kan zorg zoals gegeven bij mantelzorg ook verleend worden door medewerkers van deze professionele (thuis)zorg. Het BMA zal in het medisch advies opnemen of deze vorm van professionele (thuis)zorg beschikbaar is. - -Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat: - -• de vreemdeling in Nederland mantelzorg (die een essentieel onderdeel is van de medische behandeling) ontvangt van een of meer gezins- of familieleden, die hier te lande verblijven op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of Nederlander zijn; en -• de vreemdeling in het land van herkomst of bestendig verblijf geen mantelzorg kan ontvangen van één of meer gezins- of familieleden; en -• in het land van herkomst of bestendig verblijf de zorg, zoals gegeven in de vorm van mantelzorg, niet verleend kan worden door medewerkers van een professionele (thuis)zorg instelling. Het BMA zal in het medisch advies uit eigen beweging of desgevraagd opnemen of deze vorm van professionele (thuis)zorg al dan niet beschikbaar is. - -Als de vreemdeling in Nederland geen mantelzorg ontvangt van gezins- of familieleden, maar mantelzorg wordt verleend door een andere derde (niet zijnde een medisch professional) dan kan de IND overwegen dat deze in het land van herkomst ook door een derde verleend kan worden. - -De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf. - -#### 7.2. De aanvraagprocedure - -##### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag - -De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe. - -De IND stelt het aanvraagformulier en bijlagen beschikbaar via de website www.ind.nl; - -De vreemdeling legt bij de schriftelijke aanvraag alle bewijsmiddelen als bedoeld in paragraaf A3/7.2.4 Vc over. - -##### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van - -Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw. - -In beginsel maakt de DTenV geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet is beslist. - -Het indienen van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw schort de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva niet op. - -Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte. - -##### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure - -De IND toetst op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. De IND kan bij de ambtshalve toets medische informatie betrekken, die is verkregen tijdens het medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn. De IND neemt ook overige medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen. - -In verband met de ambtshalve toets op grond van artikel 6.1e Vb moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.2.4 Vc. - -De IND past de ambtshalve toets ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning. De IND toetst in dat geval uitsluitend ambtshalve als de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd. - -Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de ambtshalve toets niet. - -De IND past de ambtshalve toets niet toe als artikel 6.1e, tweede lid, Vb van toepassing is. - -De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw. De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt. - -Voor de ambtshalve toets in reguliere zaken wordt verwezen naar paragraaf B1/3.4.1.1 Vc. - -##### 7.2.4. Bewijsmiddelen - -De vreemdeling legt bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over: - -1. een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden, met vermelding van de behandelaar(s) bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat; -2. een gedagtekend en ondertekend schriftelijk bewijs van de medische behandelaar(s), niet ouder dan zes weken op het moment waarop het bewijs overgelegd wordt, waaruit blijkt: - -• de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s); -• welke medische klachten de vreemdeling heeft, waarvoor hij door de behandelaar(s) wordt behandeld; -• de datum van de start van de behandeling en als dit bekend is de verwachte einddatum van de behandeling. -3. relevante medische gegevens, dat wil zeggen meer gedetailleerde informatie over: - -• de actuele klachten en diagnose die de behandelaar heeft geconstateerd; -• de medische voorgeschiedenis; -• de aard van de ingezette of in te zetten behandeling; -• de voorgeschreven medicatie (indien van toepassing); -• het beloop van de behandeling en de te verwachten duur ervan. -4. een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocument of andere bewijsmiddelen waarmee de vreemdeling inzicht in zijn identiteit en nationaliteit geeft. - -De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen: - -• afkomstig zijn van de behandelaar(s) van de vreemdeling; -• een antwoord bevatten op alle vragen die het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft gesteld in haar brief aan de behandelaar(s). Deze brief maakt onderdeel uit van de bijlage ‘toelichting en bewijsmiddelen medische omstandigheden’; -• geen antwoorden bevatten op andere vragen dan die gesteld door het BMA. - -Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit: - -• een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van het land waarvan de vreemdeling onderdaan is, waarin de autoriteiten van dat land motiveren waarom de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding; en -• aanvullende gegevens en bewijsmiddelen met betrekking tot zijn identiteit en nationaliteit zoals een identiteitskaart, een geboorteakte of een nationaliteitsverklaring. - -##### 7.2.5. Herstel verzuim - -De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als: - -• het aanvraagformulier niet volledig is ingevuld; -• de door de vreemdeling verstrekte informatie niet duidelijk is; -• de relevante medische gegevens of overige bewijsmiddelen niet volledig zijn of in het geheel ontbreken. - -Het BMA beoordeelt in dit kader of de relevante medische gegevens zijn aangeleverd. Als het BMA oordeelt dat de vreemdeling niet alle relevante medische gegevens heeft overgelegd, dan meldt het BMA dit bij de IND. - -De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling aan, welke gegevens ontbreken. De eerder ingestuurde medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen. Als deze medische stukken ouder zijn geworden dan drie maanden dan moet de vreemdeling zorgen voor een actualisering van de medische stukken en deze naar de IND zenden. - -De IND stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld. - -Paragraaf B1/3.4.1.3 Vc is van overeenkomstige toepassing. - -##### 7.2.6. Raadplegen BMA - -Bij de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen, als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. - -• De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc overlegt en deze niet heeft aangevuld, ondanks dat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld. -• Het raadplegen van BMA is niet nodig als het gaat om een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij zwangerschap, tuberculose of klinische opname (zie ook paragrafen A3/7.3.2.6, A3/7.3.2.7 en A3/7.3.2.8 Vc). -• De vreemdeling hoeft zijn medische situatie niet aan te tonen als de DTenV, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet in ieder geval onder behandeling staan bij een behandelaar. De ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DTenV moet ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen. -• De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. In dat geval is niet duidelijk in welk land naar behandelmogelijkheden moet worden gezocht en wordt uitgegaan van het bestaan ervan. -• De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst -bij een (ambtshalve) verzoek om toepassing van artikel 64 Vw- als de vreemdeling afkomstig is uit één van onderstaande landen: een Europese lidstaat en IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein, Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan, Canada, Singapore, Nieuw Zeeland, Israël, Qatar, Koeweit en de Verenigde Staten. - -Afkomstig uit een land van herkomst ziet niet alleen op personen met de nationaliteit van een van de betrokken landen, maar ook op vreemdelingen die een verblijfsrecht hebben verkregen in de genoemde landen. - -#### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van - -##### 7.3.1. Algemeen - -De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling: - -• dat uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 Vw; -• de duur van het uitstel van vertrek. - -De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw met als ingangsdatum de datum van de aanvraag om uitstel van vertrek door de vreemdeling. - -Uitzondering hierop is de situatie dat: - -• de vreemdeling de voor de aanvraag relevante bewijsmiddelen na het indienen van de aanvraag heeft aangeleverd. Dan geldt als ingangsdatum de datum, waarop de vreemdeling zijn aanvraag compleet heeft gemaakt; -• de IND de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verleent in afwachting van definitieve besluitvorming. Dan geldt als ingangsdatum de datum van het besluit, waarbij uitstel van vertrek is verleend (zie paragraaf A3/7.3.2 Vc). - -De duur van het uitstel van vertrek is gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, waarvoor de vreemdeling naar verwachting onder behandeling zal staan, met een maximum van een jaar. - -De IND informeert de DTenV dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA. - -Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (bijlage 7g VV), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties: - -• als artikel 64 Vw voor de duur van minder dan zes weken wordt toegepast, krijgt de vreemdeling een brief van de IND waarin staat voor hoe lang het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw geldt; -• als artikel 64 Vw voor de duur van meer dan zes weken wordt toegepast, krijgt de vreemdeling een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (bijlage 7g VV). De geldigheidsduur van het document W2 is altijd gelijk aan de periode van het uitstel van vertrek. - -Na afloop van het uitstel van vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit. Er is geen nieuw besluit nodig. - -De IND trekt het verleende uitstel van vertrek in, als de vreemdeling onvoldoende actief heeft gewerkt aan: - -• het realiseren van zijn vertrek. - -Van een vreemdeling wordt verwacht dat hij: - -• een medisch dossier overlegt ter vertaling voor een medisch behandelaar in het land van herkomst, als daar om wordt gevraagd; -• probeert op andere wijze in het bezit te komen van documenten om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen waarmee hij vervangende reisdocumenten kan verkrijgen om Nederland te kunnen verlaten (zie paragraaf B8/4 Vc). - -##### 7.3.2. Toepassing van - -De IND kan besluiten om toepassing te geven aan artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming. - -###### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek - -De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc). - -De IND past artikel 64 Vw toe, in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek, als de IND vaststelt dat: - -• de vreemdeling een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw heeft ingediend; -• de vreemdeling bij deze aanvraag alle bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc heeft overgelegd op de wijze zoals beschreven in die paragraaf; en -• het BMA heeft aangegeven geen medisch advies binnen twee weken uit te kunnen brengen. - -De IND verleent in dat geval uitstel van vertrek voor maximaal zes maanden vanaf de datum van de beschikking, waarbij artikel 64 Vw wordt toegepast. Het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt; - -• nadat de zes maanden zijn verstreken; of -• na het definitieve besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw; of -• na het besluit als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5. en paragraaf 7.3.2.2. - -Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw toe. - -Paragraaf A3/7.3.1 Vc is van toepassing met betrekking tot het plaatsen van een verblijfssticker dan wel het verstrekken van een brief of W2-document. - -De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt. - -###### 7.3.2.2. Toepassing van - -In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als: - -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen in de algemene asielprocedure; -• de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en -stukken; en -• het advies van BMA niet binnen de termijnen van de algemene asielprocedure wordt verwacht. - -De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen. - -###### 7.3.2.3. Toepassing van - -In de verlengde asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en -stukken. - -De vreemdeling wordt op het moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter totdat een ambtshalve besluit wordt genomen. - -Als de IND het BMA advies afwacht dan wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen nadat het BMA advies is afgerond. - -###### 7.3.2.4. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van - -De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc. - -De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA. - -###### 7.3.2.5. Procedure bij zwangerschap/ bevalling - -Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken. - -###### 7.3.2.6. Procedure bij tbc - -De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.4.2 Vc. - -Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Een gedagtekende verklaring van een GG&GD arts geldt als afdoende bewijs, dat de vreemdeling aan tbc lijdt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken. - -Als sprake is van verdenking van tbc, zal de vreemdeling in beginsel uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw krijgen tot het onderzoek naar tbc is voltooid. - -Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing. - -De IND beëindigt het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd: - -• zich onttrekt aan de medische behandeling; en -• er geen besmettingsgevaar aanwezig is. - -In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van artikel 64 Vw. - -###### 7.3.2.7. Procedure bij klinische opname - -De IND kan uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling moet hiervoor een opnameverklaring van het ziekenhuis overleggen, die niet ouder mag zijn dan twee weken. - -De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw zonder BMA-advies als: - -• de vreemdeling klinisch is opgenomen -• de vreemdeling een actieve medische behandeling ondergaat die niet buiten de kliniek mogelijk is; -• in dit verband niet in staat is om te reizen. - -De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar. Het verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt van rechtswege twee weken na beëindiging van opname. - -Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. - -#### 7.4. Bijzondere procedures - -##### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van - -De IND wijst een aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als: - -– er een zwaar inreisverbod is opgelegd en de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Artikel 66a, zevende lid, Vw blijft dan buiten toepassing; -– er een licht inreisverbod is opgelegd. Dit inreisverbod staat gelet op artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw in geen geval, dus ook niet in de situatie dat Nederland weer wordt ingereisd terwijl dit inreisverbod nog van kracht is, in de weg aan het verlenen van uitstel van vertrek. - -In deze gevallen wordt het inreisverbod opgeschort. - -Artikel 66a, zevende lid, Vw is wel van toepassing als: - -• de vreemdeling eerder heeft voldaan aan zijn vertrekplicht; -• Nederland opnieuw inreist; en -• het zware inreisverbod nog steeds van kracht is. - -De IND past in dat geval artikel 64 Vw niet toe, maar kan wel overgaan tot analoge toepassing van artikel 64 Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan bij analoge toepassing aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft in dat geval achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf. Het zware inreisverbod behoudt onverminderd zijn werking. De IND maakt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding. - -##### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van - -De IND past artikel 64 Vw niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. - -De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schriftelijk in bij de IND. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met: - -• een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden met vermelding van de behandelaar(s) bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat; en -• bewijs omtrent de medische situatie van de vreemdeling; en -• medische stukken waaruit blijkt dat de vreemdeling niet in staat is om fysiek overgedragen te worden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten lidstaat. - -Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland. - -Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen. - -##### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring - -Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DTenV of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van artikel 59 Vw opgeheven. - -Een vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.3.2 Vc. - -##### 7.4.4. Verzoek toepassing - -De IND past artikel 64 niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd. - -#### 7.5. Rechtsmiddelen - -De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. - -De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties: - -• redenen van openbare orde of nationale veiligheid verzetten zich daartegen; -• het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan; -• er is sprake van een poging van de vreemdeling om de uitzetting te frustreren -• de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw met toepassing van artikel 4:6 Awb is afgewezen. - -De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DTenV beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DTenV brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden. - -Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht. - -#### 7.6. Overgangsrecht - -De aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, die is ingediend voor 1 september 2017 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. Dit geldt ook als aan de vreemdeling eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 Vw. - -De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw aan de vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als: - -• er nog geen besluit is genomen op deze aanvraag; -• de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend vóór 1 september 2017; en -• de IND heeft aangenomen dat sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen, conform het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. - -Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om: - -o verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of -o verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd - -dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen. - -Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om: - -o verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; of -o verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd - -dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen. - -### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming - -De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder b, Vw gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden. - -### 9. Verhaal van kosten van uitzetting - -De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden: - -• een ticket; -• een garantiesom; -• een waarborgsom dat is gedeponeerd; -• een garantverklaring die is afgegeven. - -Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen. - -Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan: - -• de vreemdeling moet een verklaring ondertekenen waaruit blijkt dat de vreemdeling geen bezwaar heeft tegen invordering van de noodzakelijke kosten van uitzetting; -• als de vreemdeling bezwaar heeft tegen het invorderen van de kosten van de uitzetting mag de Staat of andere openbare lichamen de verhaalsbevoegdheid juridisch afdwingen door middel van een civiele procedure. De Staat of andere openbare lichamen moeten voor het volgen van een civiele procedure contact opnemen met de IND; -• het verhalen van kosten bij vreemdelingen op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel van toepassing is, moet in overleg met de IND gebeuren. - -De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND. - -### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen - -De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DTenV, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS). - -Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren: - -• een vreemdeling die gesignaleerd staat voor opsporing en aanhouding; -• een vreemdeling van wie door een buitenlandse autoriteit uitlevering is gevraagd. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie: - -• de personalia van de vreemdeling; -• de autoriteit die het uitleveringsverzoek doet; -• in welk systeem de vreemdeling gesignaleerd staat. - -Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar. - -Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling. - -In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie. - -Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DTenV over de overplaatsing van de vreemdeling. - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DTenV als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet. - -### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname - -De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DTenV voor informatie over: - -• internationale verdragen en overeenkomsten over terug- en overname van vreemdelingen; -• de te volgen procedures bij terug- of overname van vreemdelingen. - -## A4. Het inreisverbod, de ongewenstverklaring en het besluit tot signalering - -### 1. Inleiding - -In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van: - -• artikel 66a Vw; -• artikel 66b Vw; -• artikel 67 Vw; -• artikel 24, eerste en tweede lid, Vo (EU) 2018/1861; -• de artikelen 6.5, 6.5a, 6.5b en 6.6 Vb; -• de artikelen 8.18, aanhef en onder b, en 8.22 Vb. - -### 2. Het inreisverbod - -#### 2.1. Gronden voor het inreisverbod - -Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw, is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw, voor zover sprake is van een werkelijke, actuele, voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc. - -Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc. - -De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt daarnaast een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw tegen een vreemdeling die: - -– de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten. -– op grond van artikel 3.3 Vb aanspraak kan maken op een vrije termijn, maar die onder meer in het toezicht is aangetroffen en niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 12 Vw en artikel 6 SGC, tenzij de vreemdeling onderbouwt dat dit te wijten is aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen. -– de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zonder verschoonbare reden intrekt voordat een beslissing is genomen, terwijl aanwijzing bestaat dat de aanvraag niet kansrijk geacht moet worden. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan een vreemdeling die afkomstig is uit een land dat is geplaatst op de lijst behorend bij artikel 3.37f, derde lid, Vv (bijlage 13, veilige landen van herkomst). -– door intrekking of niet verlenging van de verblijfsvergunning niet meer in het bezit is van de verblijfsvergunning; de IND vaardigt op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw geen inreisverbod uit tegen de vreemdeling na intrekking of niet verlenging van de verblijfsvergunning vanwege het niet langer voldoen aan de verleningsgrond of beperking. - -De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, 7 Vw uit als artikel 66a, zevende lid, Vw van toepassing is. - -De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, vierde lid, Vb geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. - -#### 2.2. Geen inreisverbod - -De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als: - -a. de IND een ander land dat partij is bij Verordening (EU) nr. 604/2013 heeft verzocht de vreemdeling op grond van deze verordening terug te nemen of over te nemen; -b. de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning, verleend door een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland, tenzij de vreemdeling in aanmerking komt voor een zwaar inreisverbod; -c. het uitvaardigen van een inreisverbod aan de vreemdeling een schending van artikel 8 EVRM betekent. - -In paragraaf A2/12.10 Vc wordt de raadplegingsprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. Een vreemdeling met internationale bescherming in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland kan geen terugkeerbesluit uitgevaardigd krijgen en daarom kan hem ook geen inreisverbod worden opgelegd. Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc. - -Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc. - -#### 2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod - -De IND, de politie, KMar en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge artikel 66a, vierde lid, Vw wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein daadwerkelijk heeft verlaten. Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein voor een bepaalde termijn verboden. - -De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit voor zover mogelijk voor de maximale duur zoals die in artikel 6.5a Vb is genoemd. - -De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen: - -• de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan drie dagen maar niet meer dan 90 dagen is overschreden; of -• de vreemdeling bijvoorbeeld in het toezicht is aangetroffen en niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 12 Vw en artikel 6 SGC, tenzij de vreemdeling onderbouwt dat dit is te wijten aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen. - -De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar in geval de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan 90 dagen is overschreden. - -De IND, de politie, KMar en ZHP maken bij het bepalen van de duur van een inreisverbod geen gebruik van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb. Gezien de formulering van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb wordt als aanvullende eis gesteld dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Als hier sprake van is, is tevens sprake van aanvullende omstandigheden en kan de duur van het inreisverbod onder meer aan de hand van artikel 6.5a, vijfde lid, Vb worden bepaald. - -De IND vaardigt een inreisverbod uit in beginsel voor de duur van tien jaar als er sprake is van één van de in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb genoemde omstandigheden en sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. - -De IND kan ook buiten de gevallen als bedoeld in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb, in beginsel een inreisverbod uitvaardigen voor de duur van tien jaar als er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Daarbij kan worden gedacht aan een verdenking van een misdrijf of de omstandigheid dat de persoonlijke gedraging van een vreemdeling leidt tot een ernstige bedreiging van de openbare orde. - -De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod, of laat een inreisverbod achterwege, als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd. - -Ingevolge artikel 6.5a, zesde lid, Vb vaardigt de IND een inreisverbod uit voor de duur van twintig jaar als de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of als zwaarwegende belangen nopen tot een duur van meer dan tien jaar. - -Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld. - -#### 2.4. Procedurele aspecten - -##### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod - -Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc. - -##### 2.4.2. Bekendmaking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod - -Het beleid dat geldt voor het bekendmaken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het bekendmaken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod, met uitzondering van onderstaande situatie. Zie paragraaf A4/3.4 Vc. - -In artikel 66a, vijfde lid, Vw wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, bekend wordt gemaakt door toezending, hiervan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant. - -Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen een inreisverbod oplegt, handelt de ambtenaar als volgt: - -• hij reikt het origineel van de beschikking aan de vreemdeling in persoon uit; -• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot het inreisverbod; -• hij maakt hiervan een proces-verbaal op; -• hij zendt, in het geval een gemachtigde van de vreemdeling bekend is, een kopie van de beschikking aan de gemachtigde toe. - -##### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost - -Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2. - -Als het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende: - -Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan moet deze ambtenaar een voornemenprocedure starten. - -Voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit geeft deze ambtenaar uitvoering aan de hoorplicht, zoals bedoeld in artikel 4:8 Awb. De vreemdeling wordt erop gewezen dat een inreisverbod kan worden opgelegd, ook als de vreemdeling aan de vertrekverplichting gaat voldoen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking biedt de vreemdeling in het kader van het voornemen de gelegenheid zijn adresgegevens in het buitenland kenbaar te maken. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het voornemen kenbaar: - -• de grondslag voor het opleggen van een inreisverbod; -• de duur van het inreisverbod; en -• de mogelijkheid dat de vreemdeling een schriftelijke zienswijze in de Nederlandse taal naar voren kan brengen tegen het opleggen van een inreisverbod en de voorgenomen duur binnen vier weken na uitreiking van het voornemen. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voornemen als volgt: - -• hij reikt het voornemen aan de vreemdeling in persoon uit; -• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot het uitvaardigen van een inreisverbod; en -• hij verstrekt informatie op welke wijze de vreemdeling zijn zienswijze naar voren kan brengen. - -De hulpofficier van justitie of de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van de Koninklijke Marechaussee die daartoe is aangewezen door de Commandant der Koninklijke Marechaussee betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt. - -De hulpofficier van justitie of de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van de Koninklijke Marechaussee die daartoe is aangewezen door de Commandant der Koninklijke Marechaussee besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen geldig (e-mail)adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Als een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres is gezonden. - -Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor paragraaf A2/12 Vc. - -#### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod - -##### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod - -Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.6.2 Vc. - -De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van het) bezwaar- of beroepschrift als tegen het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. - -##### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod - -De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.6 en A4/3.7 Vc zijn van overeenkomstige toepassing. - -De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden. - -Overeenkomstig artikel 6.5, vierde lid, Vb heft de IND het inreisverbod – in afwijking van artikel 6.5, tweede en derde lid, Vb – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. - -In paragraaf A4/2.1 Vc staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd. - -Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Wet, uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten. - -Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij: - -– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc; -– hij aan strafvervolging is onderworpen; of -– een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen. - -Het inreisverbod waarop artikel 6.5b, tweede lid, Vb betrekking heeft, betreft de situatie waarin: - -– de vreemdeling niet binnen de vertrektermijn aan zijn terugkeerverplichting uit hoofde van het terugkeerbesluit heeft voldaan; of -– de vreemdeling een vertrektermijn is onthouden. - -Artikel 6.5b, tweede lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, op te heffen, indien de vreemdeling aantoont: - -– dat hij sinds zijn vertrek uit Nederland na het inreisverbod een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de Europese Unie heeft verbleven; en -– dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is. - -Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling: - -– aantoont de Europese Unie uit eigen beweging en zelfstandig te hebben verlaten; en -– aantoont dat hij sinds zijn vertrek uit de Europese Unie na het inreisverbod een ononderbroken periode van tenminste een jaar buiten de Europese Unie heeft verbleven; - -tenzij, - -– de gegevens, bedoeld in artikel 6.5b, derde lid, Vb, niet zijn verstrekt; -– hij aan strafvervolging is onderworpen; -– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc; -– hij voorafgaand aan het opgelegde inreisverbod reeds eerder onderwerp was van een terugkeerprocedure die leidde tot zijn vertrek; of -– een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen. - -##### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid - -De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in artikel 6.5a, zesde lid, Vb uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven. - -Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. - -Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc. - -##### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod - -Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.8 Vc. - -##### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod - -Naar aanleiding van de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc heft de IND ambtshalve het lichte inreisverbod op, als: - -• Nederland een vreemdeling heeft gesignaleerd of voornemens is te signaleren in SIS ter fine van de weigering van de toegang of inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod; -• de betreffende vreemdeling verblijf heeft of krijgt in een andere lidstaat van de Europese Unie (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland; en -• na de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc de signalering in SIS moet worden gewist of niet in SIS wordt ingevoerd. - -Als in bovenstaande situatie sprake is van een zwaar inreisverbod en de verblijfgevende lidstaat heeft aangegeven het (voorgenomen) verblijfsrecht te handhaven of het verblijfsrecht niet in te trekken, heft de IND ambtshalve het inreisverbod op. - -Als de verblijfgevende lidstaat niet binnen de reactietermijn van het raadplegingsverzoek heeft aangegeven (voornemens te zijn) het verblijfsrecht in te trekken, dan wordt het zware inreisverbod opgeheven als: - -− de verblijfgevende lidstaat na het verstrijken van de reactietermijn reageert en aangeeft het verblijfsrecht niet in te trekken; of -− een redelijke termijn is verstreken na de reactietermijn en de verblijfgevende lidstaat niet alsnog heeft aangegeven het verblijfsrecht in te trekken. - -De IND beoordeelt bij de opheffing van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt opgelegd. - -Hoe de IND omgaat met signaleringen in SIS of E&S naar aanleiding van een verzoek om opheffing van de signalering, staat opgenomen in paragraaf A2/12.10 Vc. - -##### 2.5.6. Van rechtswege vervallen - -Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden. - -#### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod - -Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in artikel 8 Vw. - -De hiervoor genoemde rechtsgevolgen van het inreisverbod treden pas in als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland daadwerkelijk heeft verlaten. In dat geval staat het inreisverbod wel in de weg aan het verkrijgen van rechtmatig verblijf, behoudens (opvolgende) aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en de uitzonderingen die voortvloeien uit artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw. - -De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr. - -### 3. Ongewenstverklaring - -#### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring - -Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat. - -Als de vreemdeling tweemaal een bij de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in. - -De IND besluit uitsluitend tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als ten aanzien van de bij de Vw strafbaar gestelde feiten die de vreemdeling heeft begaan, sprake is van: - -• een proces-verbaal; -• een transactie; of -• een uitgevaardigde strafbeschikking. - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV. - -De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in artikel 37a WvSr ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring. - -De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt de vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van tenminste één van de onderstaande gevallen: - -• De vreemdeling vormt een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. Het beleid als neergelegd in paragraaf A3/3 Vc onder het kopje ‘daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde’ is van overeenkomstige toepassing. -• De vreemdeling is wegens een misdrijf: - -− veroordeeld tot een gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of heeft een taakstraf of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd gekregen waarbij het (totale) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of maatregel ten minste één dag bedraagt; of -− bij herhaling veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of heeft bij herhaling een taakstraf, onvoorwaardelijke geldboete of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd gekregen, een transactieaanbod aanvaard of een strafbeschikking opgelegd gekregen. -• De vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12.6 Vc voor signalering in SIS in aanmerking komt wegens een gevaar voor de openbare orde. - -De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. - -Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid', zie paragraaf B1/4.4 Vc. - -De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren. - -De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. - -De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc. - -#### 3.2. Procedurele aspecten - -Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van model M63 of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant. - -Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring. - -#### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring - -De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in ieder geval in de volgende situaties: - -• de vreemdeling verblijft niet rechtmatig in Nederland; -• de vreemdeling bevindt zich in een politiecel, een cel van de KMar of in een huis van bewaring; -• de vreemdeling heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. - -De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in andere dan de genoemde situaties. - -#### 3.4. Bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring - -Hoe het besluit tot ongewenstverklaring bekend wordt gemaakt is afhankelijk van de situatie en welke gegevens bekend zijn (zie artikel 67, tweede lid, Vw). - -De IND zendt het besluit tot ongewenstverklaring naar de gemachtigde. Daarnaast doet de IND mededeling van het besluit tot ongewenstverklaring in de Staatscourant. - -Als de gemachtigde van de vreemdeling niet bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, dan geldt het volgende: - -• de IND zendt de beschikking – met de brochure – per aangetekende brief naar het laatst bekende adres van de vreemdelingen -• de IND doet mededeling van de beschikking in de Staatscourant. - -Indien er geen adres van de vreemdeling is, wordt volstaan met de mededeling van de beschikking in de Staatscourant. - -Is er sprake van een adres in het buitenland dan wordt verwezen naar paragraaf C1/3.1.7 Vc. - -#### 3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring - -De vreemdeling die ongewenst is verklaard, mag niet langer in Nederland verblijven. De vreemdeling moet Nederland direct verlaten en mag ook niet meer terug naar Nederland reizen. Het verblijf in Nederland van een vreemdeling die ongewenst is verklaard, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr. Voor wat betreft de signalering wordt verwezen naar paragraaf A2/12.6 Vc. - -#### 3.6. Opheffing van de ongewenstverklaring - -##### 3.6.1. Inleiding - -Bij de toepassing van artikel 6.6, tweede lid, Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat. - -Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven. - -Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. - -Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc. - -Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND kan het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken. - -In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid. - -##### 3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag - -De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND. - -De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land. - -#### 3.7. Beoordeling van de aanvraag - -De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring: - -a. de ongewenstverklaring is in strijd met het recht op familie- of gezinsleven dan wel privéleven, bedoeld in artikel 8 EVRM; -b. de ongewenstverklaring is in strijd met artikel 3 EVRM welke duurzaam is en het handhaven van de ongewenstverklaring is disproportioneel; -c. artikel 3.105c of artikel 3.105e Vb is van toepassing. - -Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de paragrafen B7/3.8 en B9/14 Vc, voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd. - -In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenst verklaarde vreemdeling bij familie- of gezinsleven dan wel privéleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen de tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken. - -Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie: - -• of artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting van de vreemdeling naar het land van herkomst; en zo ja -• of de gevolgen van het handhaven van de ongewenstverklaring voor de vreemdeling disproportioneel zijn, afgewogen tegen het belang van de Nederlandse Staat. - -De IND neemt aan dat de ongewenstverklaring duurzaam in strijd is met artikel 3 EVRM als aan de volgende voorwaarden is voldaan: - -• de IND heeft in een besluit vastgesteld dat artikel 3 EVRM een beletsel is bij terugkeer naar land van herkomst; -• dit beletsel bestaat al minimaal 10 jaar en de vreemdeling bevindt zich al die tijd zonder verblijfsvergunning of uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in Nederland; -• tijdens deze 10 jaar leefde de vreemdeling in vrijheid en maakte geen gebruik van de Nederlandse voorzieningen; en -• vertrek van de vreemdeling naar een ander land dan het land van herkomst is ondanks voldoende inspanningen van de vreemdeling om te voldoen aan die vertrekplicht niet mogelijk gebleken. - -Een vreemdeling heeft een inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen. - -De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf. Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in. - -Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor deze verblijfsvergunning. De IND verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling: - -• aannemelijk maakt dat hij vluchteling is als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, Vw; of -• bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. - -Als de IND aan de vreemdeling de hiervoor genoemde verblijfsvergunning verleent, heft de IND de ongewenstverklaring op. - -De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als omschreven in artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, als: - -• de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid; -• de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan verstoringen van de openbare orde; of -• artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is. - -Als de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst en de vreemdeling onder het bereik van de Terugkeerrichtlijn valt, heft de IND de ongewenstverklaring op en beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor een inreisverbod. - -#### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring - -De IND kan op grond van artikel 6.7 Vb in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen een ongewenstverklaring tijdelijk opheffen. De IND stelt bij een tijdelijke opheffing voorwaarden aan de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland. De IND beoordeelt een aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring aan de hand van het beleidskader opgenomen in paragraaf A4/3.8.3 t/m A4/3.8.4 Vc. De IND beoordeelt een aanvraag die is ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal aan de hand van het specifieke beleidskader in paragraaf A4/3.8.7 Vc. - -##### 3.8.1. Vorm van de aanvraag - -Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden: - -• de vreemdeling; -• de gemachtigde van de vreemdeling; of -• een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van de vreemdeling naar Nederland. - -De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal strafhof of tribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, onder wie een rechter, deze ondertekenen. - -##### 3.8.2. Inhoud van de aanvraag - -De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten: - -• volledige personalia van de vreemdeling, inclusief eventuele aliassen waarvan hij zich eerder heeft bediend; -• datum en plaats van binnenkomst van de vreemdeling; -• vluchtnummers van de heen- en terugvlucht van de vreemdeling; -• type, nummer en geldigheidsduur van het reisdocument van de vreemdeling; -• reden en noodzaak van de komst van de vreemdeling. Als de komst van de vreemdeling noodzakelijk is voor een strafzaak bevatten deze gegevens in ieder geval informatie over (de actuele stand en/of het te verwachten verloop van) de strafzaak alsmede de rol die de vreemdeling speelt in de strafzaak; -• het belang van de aanvragende instantie bij de komst van de vreemdeling naar Nederland, als de aanvrager niet de vreemdeling of zijn gemachtigde is; -• het belang dat de vreemdeling heeft bij zijn komst naar Nederland, als de vreemdeling of zijn gemachtigde de aanvrager is; -• verblijfplaats(en) van de vreemdeling gedurende zijn verblijf hier te lande; en -• garanties omtrent het verblijf en de kosten van het verblijf van de vreemdeling. - -De vreemdeling, de gemachtigde van de vreemdeling of een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van de vreemdeling naar Nederland geeft aan wat de redenen zijn voor het eventueel niet (kunnen) verstrekken van deze gegevens. De IND betrekt dit bij de beoordeling van de aanvraag. - -##### 3.8.3. Beoordeling van de aanvraag - -De IND kan in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring inwilligen: - -a. Er is sprake van zwaarwegende familieomstandigheden; -b. De komst van de vreemdeling naar Nederland is noodzakelijk in verband met een getuigenis in een rechtszaak; -c. De komst van de vreemdeling naar Nederland is noodzakelijk in verband met een eigen strafzaak. - -De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen. - -De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen. - -De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij: - -• een civiele zaak; of -• een bestuursrechtelijke zaak, waaronder inbegrepen een vreemdelingrechtelijke zaak. - -Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of een bestuursrechtelijke zaak, waaronder begrepen een vreemdelingrechtelijke zaak kan, worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling. - -In andere zaken dan civiele of een bestuursrechtelijke, waaronder begrepen een vreemdelingrechtelijke, neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als: - -• de rechtbank kenbaar maakt dat de vreemdeling aanwezig moet zijn; of -• als een gemachtigde niet kan volstaan. - -De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c. - -##### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid - -De IND heft een ongewenstverklaring van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid slechts tijdelijk op als aannemelijk is dat de nationale veiligheid niet in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland. Deze voorwaarde geldt in aanvulling op de voorwaarden a, b en c uit paragraaf A4/3.8.3 Vc. - -De IND betrekt bij de beoordeling of de nationale veiligheid in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland met name de volgende belangen: - -• het belang van strafrechtelijke vervolging en het voorkomen van straffeloosheid; -• het belang van de nationale veiligheid. De IND neemt als uitgangspunt dat een eerder geconstateerd gevaar voor de nationale veiligheid nog geruime tijd actueel blijft. De vreemdeling of de aanvrager kan feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit blijkt dat het gevaar voor de nationale veiligheid verminderd of verdwenen is. Dit kan ook uit informatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten blijken; -• de mogelijkheden van vertrek uit Nederland na afloop van de strafrechtelijke procedure. Hierbij betrekt de IND onder meer of een (geldig) reisdocument beschikbaar is of verkregen kan worden. - -De IND maakt bij elke aanvraag een individuele afweging van deze belangen. De IND legt dit voor aan Onze Minister. De IND besluit slechts tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring met instemming van Onze Minister. - -Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen die om andere redenen dan vanwege nationale veiligheid ongewenst zijn verklaard, maar die op het moment van beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. - -##### 3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring - -Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden: - -• De komst en de duur van de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring worden beperkt tot de tijd die nodig is voor het doel waarvoor de vreemdeling naar Nederland komt. Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en als de vreemdeling overkomt om strafrechtelijk te worden vervolgd, betreft het de tijd die nodig is voor het doel de duur van de strafrechtelijke procedure of de duur van de eventuele strafexecutie; -• Binnenkomst in en vertrek uit Nederland moeten geschieden via een Nederlandse grensdoorlaatpost; -• De tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat in op het moment van binnenkomst van de vreemdeling in Nederland. - -##### 3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek - -De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling. - -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen past in het bijzonder maatregelen, zoals bijvoorbeeld vrijheidsbeperkende maatregelen, toe met het oog op het waarborgen van de nationale veiligheid, als de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. - -##### 3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal - -De IND beoordeelt een aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring primair aan de hand van de afspraken tussen Nederland en het tribunaal, zoals bijvoorbeeld vervat in een zetelverdrag of een andere overeenkomst. - -#### 3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de handelingen zoals beschreven in paragraaf A2/12.4.3 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod is paragraaf A4/2 Vc van overeenkomstige toepassing. - -Als de IND de ongewenstverklaring opheft, legt de IND een zwaar inreisverbod op als wordt voldaan aan de voorwaarden. - -Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een zwaar inreisverbod, legt de IND een licht inreisverbod op in de volgende situaties: - -• als de vreemdeling niet al twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, legt de IND een inreisverbod met een duur van twee jaar op; of -• als de vreemdeling minstens twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, heft de IND de ongewenstverklaring op en legt de IND geen licht inreisverbod op, behalve als er gronden zijn voor het opleggen van een nieuw inreisverbod. - -#### 3.10. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden - -Er gelden aanvullende beleidsregels voor de ongewenstverklaring van: - -• Onderdanen van de EU; -• Onderdanen van Zwitserland; -• Onderdanen van de EER; -• Familieleden van onderdanen van de EU/EER en Zwitserland; of -• Turkse werknemers en hun gezinsleden die een verblijfsrecht ontlenen aan Besluit 1/80. - -In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigd op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in paragraaf B10/2.8.6 Vc. - -In aanvulling op artikel 8.22 Vb geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel: - -• een overzicht van de plaatsen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, voorzien van bewijsstukken; -• een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft gehad; -• gegevens en bescheiden die bewijzen dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om tegen de vreemdeling een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen en; -• een schriftelijke verklaring van de vreemdeling en van de bevoegde autoriteiten van het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven waaruit blijkt dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is. - -### 4. Het besluit tot signalering +#### 1.1. Algemeen + +Door de grote omvang en de toename van het internationale personenverkeer nemen de mogelijkheden tot onregelmatige binnenkomst en illegaal verblijf van vreemdelingen toe. In het bijzonder met het oog hierop is een efficiënt vreemdelingentoezicht vereist. Voorts kan het in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zijn, dat inzicht wordt verkregen in de activiteiten van vreemdelingen die zich op legale wijze in Nederland bevinden. + + + Ook is een adequaat vreemdelingentoezicht vereist in het kader van het te voeren vreemdelingenbeleid omdat het daarvoor noodzakelijk is om over betrouwbare gegevens te kunnen beschikken. Te denken valt hierbij aan de aantallen van de hier te lande verblijvende vreemdelingen, de plaatsen waar zij zich bevinden, het doel van hun verblijf en de omstandigheden waaronder zij leven. Hierbij is de vreemdelingenregistratie van groot belang (zie A8). + + + Teneinde het vreemdelingentoezicht op doelmatige wijze te kunnen uitoefenen, voorziet de Vreemdelingenwet in de mogelijkheid tot het treffen van bepaalde maatregelen van toezicht en het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden. + + + In het belang van het toezicht op vreemdelingen mogen slechts die verplichtingen worden opgelegd of maatregelen worden getroffen waarin de wettelijke bepalingen voorzien. + + + Het is voor een goede taakuitoefening op het gebied van het toezicht op vreemdelingen van grote betekenis dat er een goede en nauwe samenwerking bestaat tussen de korpschefs en andere diensten of instellingen op regionaal of plaatselijk niveau. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.2. Vormen van toezicht + +– het administratieve toezicht en +– het operationele toezicht: +- a. ter bestrijding van illegale immigratie; +b. in het binnenland. + +#### 1.3. Belast met het toezicht op vreemdelingen + +Ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993 zijn belast met het toezicht op vreemdelingen (artikel 47, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet). Het betreft hier de ambtenaren en vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Onder ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, worden ingevolge het tweede lid van artikel 3 Politiewet mede begrepen de Rijksrecherche. Zij voeren hun werkzaamheden uit onder leiding van de korpschef. + + + Ambtenaren van het Wapen der Koninklijke Marechaussee zijn eveneens belast met het toezicht op vreemdelingen (artikel 47, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet). Zij oefenen hun toezichtstaken (in casu: het Mobiel Toezicht Vreemdelingen – MTV) uit onder leiding van de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee. De Minister van Justitie bepaalt na overleg met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie in welke gevallen deze ambtenaren hun werk moeten uitoefenen. + + + Op grond van artikel 47, eerste lid, onder c, Vreemdelingenwet kan de Minister van Justitie bij besluit ambtenaren aanwijzen die belast zijn met het toezicht op vreemdelingen. De minister heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door de in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren, die ingevolge akte en proces-verbaal van beëdiging van de Procureur Generaal zijn belast met opsporingsbevoegdheid voor één of meer strafbare feiten ingevolge de Vreemdelingenwet, aan te wijzen. + + + Ambtenaren belast met toezicht beschikken over de bevoegdheden die ingevolge de Algemene wet bestuursrecht aan toezichthouders toekomen (artikelen 5:11 t/m 5:20 Algemene wet bestuursrecht). Deze bevoegdheden en de aanvullende bevoegdheden die op grond van de Vreemdelingenwet aan de ambtenaren belast met toezicht op vreemdelingen toekomen worden nader uitgewerkt in paragraaf 2. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +#### 1.4. Bevoegdheid tot opsporing van de bij de Vreemdelingenwet strafbaar gestelde feiten + +Overtreding van een aantal bepalingen van de Vreemdelingenwet of handelen in strijd met krachtens de wet opgelegde verplichtingen, die onder meer het vreemdelingentoezicht betreffen, is strafbaar gesteld bij artikel 108, eerste lid, Vreemdelingenwet. + Bevoegd tot het opsporen van bij die wetsbepaling strafbaar gestelde feiten zijn behalve de met het vreemdelingentoezicht belaste ambtenaren (zie 1:3) tevens de ambtenaren belast met de grensbewaking, alsmede alle bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering in het algemeen met de opsporing van strafbare feiten belaste personen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.5. Het verstrekken van inlichtingen aan de Minister + +Artikel + 4.17 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De korpschef verstrekt periodiek ten minste de volgende gegevens aan Onze Minister: + + + a. + gegevens over de wijze van behandeling van aanvragen betreffende een verblijfsvergunning; + + + b. + gegevens over het aantal en soort van de verleende verblijfsvergunningen; + + + c. + gegevens over de uitzetting van vreemdelingen, en + + + d. + gegevens over de uitvoering van het toezicht op vreemdelingen. + + + + + 2 + De bevelhebber van de Koninklijke marechaussee en, voorzover van toepassing, de korpschef van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond verstrekken periodiek ten minste de volgende inlichtingen aan Onze Minister: + + + a. + gegevens over de toegangsweigering; + + + b. + gegevens over de controle op de zorgplicht van vervoerders; + + + c. + gegevens over de uitzetting van vreemdelingen, en + + + d. + gegevens over de uitvoering van het toezicht op vreemdelingen. + + + + + + + De korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee geven de Minister van Justitie de door hem gevraagde inlichtingen over de uitvoering van de Vreemdelingenwet. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2004 + +#### 1.6. Algemene en bijzondere aanwijzingen + +Alle ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, dienen de algemene en bijzondere aanwijzingen in acht te nemen die de Minister in het belang van dat toezicht geeft. De algemene leiding op het terrein van het vreemdelingentoezicht berust derhalve bij de Minister. + Algemene aanwijzingen worden gegeven in deze circulaire. Bijzondere aanwijzingen hebben betrekking op de te volgen gedragslijn in meer incidentele en individuele gevallen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2004 + +### 2. Operationeel vreemdelingentoezicht + +#### 2.1. Inleiding + +– vreemdelingen staande te houden (artikel 50 Vreemdelingenwet); +– vervoermiddelen te onderzoeken (artikel 51 Vreemdelingenwet); +– reis- en identiteitspapieren in te nemen, tijdelijk in bewaring te nemen en daarin aantekeningen te maken (artikel 52 Vreemdelingenwet); +– elke plaats te betreden, daaronder begrepen de woning zonder toestemming van de bewoner (artikel 53 Vreemdelingenwet). + +#### 2.2. Algemeen + +Onder toezicht op de naleving wordt verstaan het uitvoeren van controles zonder dat van overtreding van een wettelijk voorschrift sprake hoeft te zijn gebleken. Toezicht dient te worden onderscheiden van opsporing. In de praktijk is het onderscheid tussen toezicht en opsporing vooral van belang voor de vraag op welk moment de toezichthouder aan iemand moet mededelen dat hij niet tot antwoorden verplicht is. Indien tijdens het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Vreemdelingenwet blijkt dat ten aanzien van de persoon die is onderworpen aan het toezicht sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, dan dient aan deze persoon – die dan als verdachte in de zin van artikel 27 Strafvordering dient te worden beschouwd – op grond van artikel 29 Strafvordering te worden medegedeeld dat hij niet tot (verder) antwoorden is verplicht. Achterwege laten van deze mededeling (‘cautie’) kan met zich meebrengen dat de verkregen informatie in een latere strafzaak als onrechtmatig bewijs wordt aangemerkt. + + + Het is niet uitgesloten dat een vreemdeling die in een later stadium als verdachte wordt aangemerkt, ter voldoening aan zijn plicht gegevens te verstrekken of mee te werken (zie artikel 54 Vreemdelingenwet) feiten aandraagt die in een latere fase aanleiding kunnen vormen voor een strafvervolging. Deze feiten mogen dan binnen de wettelijke randvoorwaarden worden betrokken in het opsporingsonderzoek. Deze feiten zijn immers verkregen in een fase waarin er nog geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit zodat aan de betrokken vreemdeling nog niet behoefde te worden medegedeeld dat hij niet tot antwoorden is verplicht. Wel is het zo dat de betrokken vreemdeling zodra hij is betrokken in een opsporingsonderzoek en hij derhalve op grond van artikel 29 Sv + niet tot antwoorden is verplicht, geen nadere mededelingen meer behoeft te doen ter zake van de feiten waarvan hij wordt verdacht, ook niet meer ter zake van de feiten waarover hij in de fase waarin hij tot medewerking verplicht was mededelingen heeft gedaan. + + + Op ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen is Afdeling 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Deze Afdeling geeft regels over de wijze waarop toezichthouders hun taak dienen te vervullen en verleend aan deze toezichthouders een aantal bevoegdheden. De Vreemdelingenwet kent aan toezichthouders (de ambtenaren bedoeld in artikel 47 Vreemdelingenwet, zie 1.3) aanvullende bevoegdheden toe (zie 2.3 e.v.). + + + Ingevolgeartikel 5:12, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht is iedere toezichthouder verplicht een *legitimatiebewijs *bij zich te dragen. Het legitimatiebewijs behoeft alleen op verzoek te worden getoond. Voor het binnentreden van een woning geldt echter dat de toezichthouder zich altijd, ook ongevraagd, moet legitimeren. + + + Zeer belangrijk bij het uitoefenen van toezichthoudende taken is het *evenredigheidsbeginsel,* neergelegd inartikel 5:13 Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel luidt: Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voorzover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Dit artikel geldt niet alleen voor de in de Algemene wet bestuursrecht aan toezichthouders toegekende bevoegdheden, maar ook voor de bevoegdheden die in de Vreemdelingenwet aan toezichthouders zijn toegekend. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.2.1. Randvoorwaarden voor operationeel vreemdelingentoezicht + +– toezicht in het binnenland; dit toezicht is erop gericht illegaal verblijf te beëindigen; en +– toezicht ter bestrijding van illegale immigratie; deze vorm van toezicht is erop gericht illegaal verblijf door illegale immigratie, al dan niet in georganiseerd verband, in een zo vroeg mogelijk stadium tegen te gaan; dit toezicht is tevens gericht op preventie en ontmoediging van toekomstige illegale immigratie. + +##### 2.2.2. Operationeel toezicht in het binnenland + +Toezicht in het binnenland vindt plaats op grond van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren. Zie nader met betrekking tot het begrip ‘redelijk vermoeden’ 2.3.3. + + + Indien de politie bij de uitoefening van haar taken toch al persoonsgegevens van burgers verifieert, dient zij als regel ook de nationaliteit en, bij een niet-Nederlandse nationaliteit, de verblijfsstatus te controleren. Een uitzondering kan gelden, indien het belang van de uitvoering van een taak (bijvoorbeeld hulpverlening) rechtvaardigt dat niet of niet onmiddellijk tot vreemdelingentoezicht wordt overgegaan. Indien bij verificatie van persoonsgegevens blijkt dat de bestuurder van een voertuig illegaal in Nederland verblijft, rechtvaardigt dit dat ook de eventueel overige inzittenden van dat voertuig naar hun verblijfsrechtelijke positie wordt gevraagd. + + + In het geval het redelijk vermoeden betrekking heeft op een bepaalde plaats of ruimte geldt als uitgangspunt dat iedereen die zich daar bevindt, daadwerkelijk moet worden gecontroleerd. Daardoor wordt uitgesloten dat degenen die met de controle zijn belast, een keuze op uiterlijke kenmerken moeten maken. Het kan echter zijn dat eisen van redelijkheid of doelmatigheid zich verzetten tegen het controleren van alle aanwezige personen. Dit is onder meer het geval, indien iemands identiteit de politie al uit andere hoofde bekend is. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.2.3. Operationeel toezicht ter bestrijding van illegale immigratie + +Om illegaal verblijf in een zo vroeg mogelijk stadium tegen te gaan, kunnen ingereisde personen na grensoverschrijding aan vreemdelingentoezicht worden onderworpen. Dit is onder meer het geval in internationale treinen en bij auto’s die de Nederlandse grens zijn gepasseerd, maar ook in het geval van internationaal vliegverkeer waarbij sprake is van een intra-Schengenvlucht naar het grondgebied van Nederland. Deze vorm van toezicht is uitsluitend toegestaan ten aanzien van personen van wie mag worden aangenomen dat zij grensgangers zijn. Deze controles vinden plaats zodra dit redelijkerwijs mogelijk is na grensoverschrijding en nog geen of slechts een geringe vermenging met het binnenlands reizigersverkeer heeft plaatsgevonden. + + + Deze controles vinden plaats in het kader van het zogenaamde „Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV)“. MTV-controles kunnen worden uitgevoerd aan de grensovergangen en in een grensstrook tot drie kilometer achter de grens. De controle op doorgaande wegen en snelwegen wordt uitgevoerd binnen de drie-kilometerzone. Bij snelwegen kan de drie-kilometerzone worden overschreden tot aan de tweede afslag na grensoverschrijding. Het MTV op vaarwegen wordt eveneens uitgevoerd binnen de 3-kilometerzone. Deze zone kan worden overschreden tot de eerste afmeermogelijkheid. MTV-controles op de treinen worden uitgevoerd tot het punt waarop de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat niet langer aan het criterium - dat er geen of nagenoeg geen vermenging met binnenlands reisverkeer mag plaatsvinden - wordt voldaan. + + + Controles op inreizende personen leveren aanwijzingen op over de mate waarin op een bepaalde route sprake is van illegale immigratie. Het controlebeleid wordt op deze aanwijzingen afgestemd, zodat het toezicht zoveel mogelijk daar plaatsvindt waar de kans op confrontatie met illegale immigratie reëel is. + + + Alle personen, Nederlanders en niet-Nederlanders, waarvan mag worden aangenomen dat zij grensganger zijn, kunnen aan deze vorm van vreemdelingentoezicht worden onderworpen. Een redelijk vermoeden over illegaal verblijf speelt bij deze vorm van toezicht geen rol. + Een goed inzicht in de verkeersstromen, zowel op de snelwegen, de secundaire wegen als die van het internationale trein- en vliegverkeer, is een essentiële voorwaarde voor een doelmatig controlebeleid. Dit inzicht kan worden verkregen door observatie van de verkeersstromen en analyse van de observatiegegevens. Rapportage omtrent de uitoefening van het mobiel vreemdelingentoezicht geeft uiteindelijk inzicht in de doelmatigheid van dit toezicht. Deze rapportage dient te vermelden: het totaal aantal geobserveerde voertuigen, het aantal gecontroleerde voertuigen/personen en het aantal treffers. + + + Op grond van aanwijzingen over illegale immigratie, verkregen van buitenlandse overheidsinstanties, kan te allen tijde worden overgegaan tot deze vorm van vreemdelingentoezicht. Ook eigen ervaringsgegevens van de Koninklijke Marechaussee, gebaseerd op de hierboven genoemde werkmethode, zijn voldoende aanknopingspunt om over te gaan tot controles. + + + De controle op auto’s die de Nederlandse grens zijn gepasseerd, richt zich met name op de kleinere personenbussen en op personenauto’s met overmatige belading van personen en/of bagage. Auto’s met buitenlandse kentekens, in het bijzonder Oost-Europese, kunnen te allen tijde steekproefsgewijs worden gecontroleerd. De staat van onderhoud van een voertuig, het type voertuig, geblindeerde ruiten, de rijstijl van de chauffeur, de snelheid van het voertuig en het (kennelijk) bij elkaar horen van meerdere voertuigen, kunnen een rol spelen bij de steekproefsgewijze keuze van te controleren voertuigen. + + + Bij een controle in internationale treinen worden in beginsel alle grensgangers gecontroleerd. Indien daarvoor de tijd ontbreekt, kan ook hier een steekproefsgewijze controle plaatsvinden. Daarbij kan de hoeveelheid meegenomen bagage een rol spelen. Ook grotere groepen of gezinnen die (kennelijk) gezamenlijk reizen kunnen voorwerp van controle vormen. + + + Bij een controle op internationaal (intra-Schengen) vliegverkeer worden in beginsel alle grensgangers gecontroleerd. Indien daarvoor de tijd ontbreekt, kan ook hier een steekproefsgewijze controle plaatsvinden. Indien ervaringsgegevens of andere informatie aanleiding vormt tot controles van vliegverkeer vanuit een specifiek herkomstland, dient zoveel mogelijk sprake te zijn van evenredigheid waar het gaat om controles van verschillende luchtvaartmaatschappijen. + +20046706-04-200418-02-200420046706-04-200418-02-200408-04-2004 + +#### 2.3. Staande houden en ophouden + +##### 2.3.1. Het doel + +Een belangrijk instrument voor het daadwerkelijk handhaven van het vreemdelingenbeleid wordt gevormd door een adequaat toezicht op vreemdelingen die hier verblijven. Dit toezicht, dat noodzakelijk is in het kader van de rechtshandhaving, dient uit het oogpunt van rechtsbescherming op non-discriminatoire wijze uitgevoerd te worden. + In het belang van een actief en effectief vreemdelingentoezicht kunnen personen staande gehouden worden om hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status (rechtmatig verblijf) vast te stellen. Artikel 50 Vreemdelingenwet biedt daartoe, met inachtneming van de genoemde waarborgen, onder meer de bevoegdheid van staande houden en ophouden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.2. De bevoegdheid + +Ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen zijn bevoegd tot het staande houden en ophouden van personen. De ambtenaren belast met grensbewaking staan genoemd in artikel 46 Vreemdelingenwet, de ambtenaren belast met het toezicht zijn te vinden in artikel 47 Vreemdelingenwet. Voor de ambtenaren belast met toezicht zie tevens paragraaf 1.3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.3. De toepassing + +– informatie van overheidsinstanties, zoals de bevolkingsadministratie, de Gemeentelijke Sociale Dienst of de Inspectiedienst (I-SZW); +– aanwijzingen uit eigen onderzoek van de politie; +– aanwijzingen die de politie verkrijgt bij de controle van persoonsgegevens in het kader van de uitoefening van de politietaken; +– een controle in een woning of een bedrijf waarbij bij een eerdere controle illegale personen aangetroffen zijn; +– het aantreffen van andere personen in dezelfde woning waar een met naam bekende illegale of uitgeprocedeerde vreemdeling ter uitzetting aangehouden wordt of kan worden; +– een controle van inzittenden van een voertuig, waarvan bij een verkeerscontrole is gebleken dat de bestuurder van dat voertuig illegaal in Nederland verblijft; +– voertuigen waarmee personen vervoerd worden naar een bedrijf waar eerder illegale vreemdelingen aangetroffen zijn; +– concrete anonieme tips over illegale vreemdelingen; +– een verdachte van niet-Nederlandse nationaliteit, die zich niet kan identificeren; +– een gelegenheid of plaats, waar zich veel vreemdelingen plegen op te houden, en waarvan vermoed wordt of bekend is dat er zich regelmatig illegale vreemdelingen bevinden; +– een redelijk vermoeden van mensensmokkel; +– een redelijk vermoeden van illegale tewerkstelling in het kader van de WAV; +– een redelijk vermoeden van illegaal in Nederland verblijvende prostituees. + +###### 2.3.3.1. Kennisgeving aan de IND + +De korpschef respectievelijk de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee dient de IND van het toepassen en het beëindigen van een vrijheidsontnemende of een vrijheidsbeperkende maatregel op de hoogte te brengen. Daartoe dient gebruik te worden gemaakt van het formulier model M111 c.q. M113. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.4. Documenten ter vaststelling van identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status + +– vreemdelingen die rechtmatig verblijven op grond van een verblijfstitel voor bepaalde of onbepaalde tijd (artikel 8, onder a t/m d, Vreemdelingenwet); +– vreemdelingen die rechtmatig verblijven als gemeenschapsonderdaan (artikel 8, onder e, Vreemdelingenwet); +– vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben ingediend (artikel 8, onder f, Vreemdelingenwet); +– andere vreemdelingen dan hiervoor bedoeld. + +###### 2.3.4.1. Vreemdelingen die rechtmatig verblijven op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd + +Vreemdelingen die rechtmatig verblijven op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd verkrijgen als identiteitsbewijs een afzonderlijk verblijfsdocument conform bijlage 7a t/m 7d. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.3.4.2. Vreemdelingen die rechtmatig verblijven als gemeenschapsonderdaan met uitzondering van werkzoekenden + +Vreemdelingen die rechtmatig verblijven als gemeenschapsonderdaan met uitzondering van werkzoekenden krijgen als identiteitsbewijs het verblijfsdocument conform bijlage 7e. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.3.4.3. Vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben ingediend + +Vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben ingediend worden in het onderzoekscentrum in het bezit gesteld van een registratiekaart meldingsplicht asielzoeker (W-document). Gedurende de asielprocedure is dit document het voorgeschreven identiteitsdocument. In de fase van de asielprocedure na het Onderzoeks- en Opvangcentrum is aan het elektronisch W-document een aanhangsel toegevoegd om de registratie van de meldingsplicht te kunnen bijhouden. Bij een identiteitscontrole dient de asielzoeker over het W-document en ook over het bijbehorende aanhangsel te beschikken. + Vreemdelingen die houder zijn van een elektronisch W-document genieten voor binnenkomst op het grondgebied van de Schengen-lidstaten geen vrijstelling van het visumvereiste. Aan hen komt evenmin het voorrecht toe van visumvrije bewegingsvrijheid (circulatierecht) binnen het Schengengebied. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.3.4.4. Andere vreemdelingen + +Artikel + 2.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Onverminderd de overige terzake bij de Wet gestelde vereisten wordt op grond van artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet, toegang tot Nederland niet geweigerd, indien de vreemdeling in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding dat is voorzien van: + + + a. + een geldig doorreisvisum, indien hij zich naar Nederland begeeft voor een doorreis, al dan niet met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen; + + + b. + een geldig reisvisum, indien hij zich naar Nederland begeeft voor een verblijf van ten hoogste drie maanden; + + + c. + een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, indien hij zich naar Nederland begeeft voor een verblijf aldaar van langer dan drie maanden, of + + + d. + een door Onze Minister afgegeven verklaring die aan hem recht geeft op terugkeer naar Nederland. + + + + + 2 + Een afzonderlijke geldige machtiging tot voorlopig verblijf, een reisvisum of een doorreisvisum, wordt gelijkgesteld met een geldig document voor grensoverschrijding, indien de vreemdeling tevens in het bezit is van het in deze machtiging of in het visum vermelde document. + + + 3 + In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt toegang niet geweigerd indien de vreemdeling zich naar Nederland begeeft voor een verblijf van langer dan drie maanden en hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding waarin de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf ontbreekt, mits de vreemdeling: + + + a. + de nationaliteit bezit van één van bij ministeriële regeling aan te wijzen staten, of + + + b. + behoort tot een bij ministeriële regeling aan te wijzen categorie. + + + + + 4 + Bij ministeriële regeling kan, ter uitvoering van een verdrag, dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, van het eerste lid worden afgeweken ten gunste van vreemdelingen ten aanzien van het bezit van een document voor grensoverschrijding. + + + + + + + Artikel + 2.4 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling, die als passagier van een vliegtuig een vliegveld aandoet en in wiens geldig document voor grensoverschrijding het voor binnenkomst in het Beneluxgebied vereiste reisvisum of doorreisvisum met oponthoud ontbreekt, kan toegang tot het Beneluxgebied worden verleend. + + + 2 + Toegang wordt slechts verleend, indien: + + + a. + de onderbreking plaats vindt wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden; + + + b. + hij van één van de in het derde lid van dit artikel bedoelde vliegvelden zal vertrekken; + + + c. + hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en reisbiljetten op grond waarvan zijn doorreis naar en zijn toegang tot het land van bestemming vaststaat, en + + + d. + hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, van de Wet. + + + + + 3 + De toegang wordt slechts verleend, indien de vreemdeling een bij ministeriële regeling aangewezen vliegveld in Nederland aandoet, dan wel een daartoe aangewezen vliegveld in België of Luxemburg. + + + 4 + De toegang wordt verleend voor de duur waarop de doorreis per eerstvolgende gelegenheid kan worden voortgezet. + + + 5 + De vreemdeling die ten hoogste tweeënzeventig uren in het Beneluxgebied zal verblijven, kan toegang worden verleend indien hij voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, onder b tot en met d, en het derde lid. + + + 6 + Het vijfde lid is niet van toepassing op: + + + a. + Onderdanen van bij ministeriële regeling aangewezen staten; + + + b. + Houders van reisdocumenten voor vreemdelingen of voor verdragsvluchtelingen; + + + c. + de houder van een document voor grensoverschrijding dat is afgegeven door een regering of een staat welke niet door Nederland is erkend; + + + d. + de vreemdeling in wiens document voor grensoverschrijding door een buitenlandse autoriteit een aantekening is gesteld waaruit blijkt dat het document niet geldig is voor een of meer van de Beneluxlanden, maar uitsluitend voorzover het betreft de binnenkomst en het verblijf in het land of de landen waarvoor het geldig document voor grensoverschrijding niet geldig is verklaard. + + + + + 7 + Indien toegang wordt verleend, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening, dan wel verstrekt hij aan de vreemdeling een afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang blijkt. + + + 8 + Het model van de aantekening en verklaring, bedoeld in het zevende lid, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. + + + + + Voor andere vreemdelingen is als document waarmee zij zich kunnen identificeren aangewezen een ingevolge het bij of krachtens de Vreemdelingenwet voor het hebben van toegang tot Nederland vereist geldig document voor grensoverschrijding dan wel een geldig document voor grensoverschrijding waarin een geldig visum is aangetekend. De voor het hebben van toegang tot Nederland vereiste documenten voor grensoverschrijding zijn aangewezen bij artikel 2.3 Vreemdelingenbesluit. + Deze bepaling is niet alleen van toepassing op vreemdelingen aan wie gedurende de vrije termijn verblijf is toegestaan, maar ook op vreemdelingen die illegaal in ons land verblijven. + + + Voor transitpassagiers van vliegtuigen en zeeschepen geldt de speciale regeling van artikel 2.4 Vreemdelingenbesluit c.q. 2.6 Vreemdelingenbesluit. + + + Voor vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsdocument van een andere Schengen staat geldt dat zij zich voor ten hoogste drie maanden visumvrij in het Schengengebied mogen verplaatsen. Zij dienen hierbij in het bezit te zijn van een geldig reisdocument (artikel 21 Schengenuitvoeringsovereenkomst). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor + +– zijn identiteit niet onmiddellijk kan worden vastgesteld; +– zijn identiteit wel onmiddellijk kan worden vastgesteld, maar niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft; +– zijn identiteit wel onmiddellijk kan worden vastgesteld en blijkt dat hij geen rechtmatig verblijf geniet. + +###### 2.3.5.1. De termijn van ophouding + +De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de staande gehouden persoon op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. De ophouding kan maximaal zes uren duren waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.6. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus + +###### 2.3.6.1. Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken + +1. sterke aanwijzingen bestaan dat gegevens voor de vaststelling van de identiteit inwendig verborgen worden gehouden; en +2. voor zodanig onderzoek vooraf toestemming is verkregen van een (hulp-)officier van justitie. + +###### 2.3.6.2. Onderzoek identiteit + +Artikel + 4.45 + Vreemdelingenbesluit: + + De medewerking van de vreemdeling, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel c, van de Wet, bestaat uit: + + + a. + het op vordering van een ambtenaar belast met de grensbewaking of een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, beschikbaar stellen van een goedgelijkende pasfoto, en + + + b. + het zich laten fotograferen en het laten afnemen van vingerafdrukken, indien daartoe naar het oordeel van de ambtenaar, belast met de grensbewaking of een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, gegronde reden bestaat. + + + + + + De opgehouden vreemdeling is verplicht ter vaststelling van zijn identiteit zich te laten fotograferen en vingerafdrukken van zich te laten nemen. Het vingerafdrukkenformulier moet onmiddellijk worden gezonden naar de CRI, Postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer, ter attentie van de afdeling Dactyloscopie (Havank-systeem). In spoedeisende gevallen kan gebruik gemaakt worden van de dactyfoon. + Voor de vaststelling van de identiteit van de vreemdeling kan vaak een nuttig gebruik worden gemaakt van de gegevens die bij de CRI beschikbaar zijn. + + + In het belang van het onderzoek naar de identiteit dienen ook de gegevens van de geautomatiseerde bestanden van het CRV, VAS en INDIS geraadpleegd te worden. Het is namelijk niet uitgesloten dat een vreemdeling reeds eerder in Nederland werd aangetroffen. + + + Tevens dient nagegaan te worden of de vreemdeling onder de opgegeven of vastgestelde identiteit gesignaleerd staat in het Opsporingsregister (OPS) en het Nederlandse Schengen Informatie Systeem (NSIS). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.3.6.3. Onderzoek verblijfsstatus + +– de betrokkene komt hierin voor en beschikt over een geldige verblijfsstatus; +– de betrokkene komt hier niet in voor; +– de betrokkene komt hierin voor, maar de opgenomen verblijfsstatus geeft aanleiding tot nader onderzoek. + +##### 2.3.7. Rechtsbijstand + +Artikel + 4.18 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Aan de vreemdeling die met toepassing van artikel 50, tweede of derde lid, van de Wet is overgebracht naar een plaats, bestemd voor verhoor, wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het verhoor te doen bijstaan door een raadsman. + + + 2 + De in het eerste lid bedoelde vreemdeling wordt niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten, dan wordt gevorderd door het doel van de maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging. + + + + + Aan de persoon die met toepassing van artikel 50, lid 2 of 3, Vreemdelingenwet overgebracht is naar een plaats bestemd voor verhoor, wordt tijdig (dat is op een zodanig tijdstip dat een op zijn verzoek gewaarschuwde raadsman bij het verhoor aanwezig kan zijn) mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het verhoor te doen bijstaan door een raadsman (van zijn keuze). Het feit dat deze mededeling is gedaan dient duidelijk uit de vreemdelingenadministratie te blijken. + Indien de opgehouden vreemdeling dat verzoekt, wordt de door hem gewenste raadsman of een via de vreemdelingenpiketdienst van het bureau voor rechtshulp aangewezen raadsman (advocaat) ingelicht. Uiteraard moet de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld onverwijld contact met zijn raadsman op te nemen. + + + De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken, of indien vereist onder toezicht en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden. + Het toezicht strekt niet verder dan om te verzekeren dat de opgehouden persoon zich niet aan het onderzoek onttrekt of bescheiden, die voor het onderzoek van belang zijn, wegmaakt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.8. Het verhoor + +Indien door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de opgehouden persoon mogelijk is, dient de hulp van een tolk te worden ingeroepen, die als voldoende bekwaam en objectief kan worden beschouwd. De noodzakelijke kosten verbonden aan inschakeling van een tolk, kunnen ten laste van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden gebracht. + + + Wenst de opgehouden persoon bepaalde vragen niet te beantwoorden voordat hij met zijn raadsman overleg heeft gepleegd, dan wordt die wens zoveel mogelijk gerespecteerd. De raadsman dient bij het verhoor in de gelegenheid te worden gesteld de nodige opmerkingen te maken. + + + Als het verhoor dient om de identiteit van de opgehouden persoon vast te stellen, moet hij uitvoerig worden verhoord over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke. Ook bij derden kan informatie worden ingewonnen. + + + De vreemdeling is op grond van artikel 54, eerste lid, onder c, Vreemdelingenwet (of indien de Vreemdelingenwet daartoe geen basis biedt op grond van de artikelen 5:16, 5:17 en 5:20Algemene wet bestuursrecht, zie nader 3.3.7) verplicht gegevens te verstrekken bijvoorbeeld over zijn identiteit, nationaliteit, burgerlijke staat, beroep, woon- of verblijfplaats met adres, datum, plaats en wijze van binnenkomst in Nederland, doel en duur van verblijf in Nederland, en de middelen van bestaan. Hij kan daartoe zelfs gevorderd worden. Het niet meewerken aan een verplichting op grond van artikel 54 Vreemdelingenwet is strafbaar gesteld in artikel 108 Vreemdelingenwet (en het niet meewerken aan een vordering op grond van de Algemene wet bestuursrecht is strafbaar gesteld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht). Het feit dat deze vordering is gedaan dient duidelijk uit de vreemdelingenadministratie te blijken. + +2005204-01-200528-12-20042005204-01-200528-12-200406-01-2005 + +##### 2.3.9. Verlenging ophouding + +Artikel + 4.19 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Een beslissing van de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee of de korpschef, genomen krachtens artikel 50, vierde lid, van de Wet, wordt ten uitvoer gelegd in een cel van de Koninklijke marechaussee respectievelijk op een politiebureau. De Regeling politiecellencomplex is van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van de beslissing in een cel van de Koninklijke Marechaussee. + + + 2 + De artikelen 5.3 en 5.5 zijn van overeenkomstige toepassing. + + + + + + + Artikel + 4.20 + Vreemdelingenbesluit: + + Indien de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee of de Korpschef zijn bevoegdheid bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de Wet mandateert doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is. + + + + Indien er nog grond bestaat dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, bijvoorbeeld als er nog steeds twijfel is over de identiteit, kan de termijn van ophouding door de korpschef of door de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee, bevoegd ter plaatse waar de persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek naar de identiteit of het rechtmatig verblijf met ten hoogste achtenveertig uren verlengd worden. + Voor de verlenging van de ophouding dient gebruik gemaakt te worden van model M111-B. De vreemdeling behoeft bij het opleggen van de verlenging van de ophouding niet gehoord te worden. Deze beschikking dient gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed te zijn. Aan de opgehouden persoon wordt een afschrift daarvan uitgereikt. Hem wordt daarbij (schriftelijk) mededeling gedaan van de mogelijkheid tot het aanwenden van een rechtsmiddel (zie A5/6). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen. Het tijdstip, waarop de verlenging van een ophouding ingegaan is, dient te worden aangetekend in de vreemdelingenadministratie. + + + De verlenging van de ophouding wordt ten uitvoer gelegd in een cel van de Koninklijke Marechaussee of een politiebureau. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.10. Regime waaraan de opgehouden persoon is onderworpen + +De opgehouden persoon wordt niet verder beperkt in zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de maatregel en de handhaving van de orde en veiligheid op de plaats bestemd voor verhoor. Dit betekent dat voor een opgehouden persoon op enige punten, bijvoorbeeld ten aanzien van het toezicht bij het ontvangen van bezoek en de beperkingen met betrekking tot correspondentie, een gunstiger regime geldt dan voor – krachtens het Wetboek van Strafvordering – gedetineerde verdachten. + + + De opgehouden persoon kan op zijn verzoek in de gelegenheid worden gesteld contact op te nemen met een hulpverlenende instantie, een tolk of met zijn diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger hier te lande. Van deze mogelijkheid dient hij in kennis te worden gesteld. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.3.10.1. Kennisgeving aan derden + +De korpschef respectievelijk de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee is in de hierna genoemde gevallen verplicht van zijn beslissing tot verlenging van de ophoudingstermijn kennis te geven aan derden. + De opgehouden persoon dient te worden medegedeeld dat op zijn verzoek diens verwanten en diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging hier te lande omtrent de verlenging van de termijn van ophouding in kennis gesteld zullen worden. + + + Indien de opgehouden persoon minderjarig is, dient de mededeling, als daartoe de gelegenheid bestaat, te worden gedaan aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen. Indien dat niet mogelijk is dan dient de mededeling gedaan te worden aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging hier te lande. + + + Als de opgehouden persoon meerderjarig is, geldt de mededelingsplicht slechts wanneer de betrokkene verzoekt zijn naaste verwanten of de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land in te lichten. De vreemdeling die gehuwd is of een levenspartner heeft, dient de gelegenheid te worden geboden die persoon te doen inlichten omtrent zijn vrijheidsontneming. De mededeling gebeurt zo mogelijk telefonisch. Indien de mededeling moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland, wordt de snelst mogelijke schriftelijke weg gevolgd. In dat geval kan het de betrokkene worden toegestaan te telefoneren of te telefaxen. + + + Ingevolge een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst dient de betrokken Britse consul steeds – dus ook indien de vreemdeling niet daarom heeft verzocht – terzake te worden geïnformeerd, indien de maatregel tegen een Britse onderdaan wordt getroffen. Dit met het oog op het verlenen van eventuele diplomatieke of consulaire bijstand. Geeft de vreemdeling uitdrukkelijk te kennen bezwaar te hebben tegen zodanige kennisgeving, dan dient contact te worden opgenomen met de IND, teneinde te vernemen hoe dient te worden gehandeld. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.3.11. Beëindiging van de vrijheidsontneming + +– zodra het vertrek van de vreemdeling nodig is voor zijn verwijdering; +– wanneer de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem de gelegenheid bestaat. + +##### 2.3.12. Opmaken van proces-verbaal van staande houden en ophouden + +De ambtenaren belast met grensbewaking en met toezicht op vreemdelingen maken van de staandehouding en ophouding van personen op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet een proces-verbaal op. Hiervoor dient gebruik gemaakt te worden van model M111-B. Dit proces-verbaal dient bewaard te worden in het archief van de vreemdelingenadministratie. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 2.4. Onderzoek van vervoermiddelen + +- – van een inzittende van het vervoermiddel is bekend dat hij zich illegaal in Nederland bevindt. De controle van de verblijfsrechtelijke positie hoeft zich in dat geval niet te beperken tot de persoon van wie het bekend is dat hij illegaal in Nederland verblijft, maar kan zich uitstrekken tot alle inzittenden; +– het vervoermiddel wordt gebruikt voor het vervoer van werknemers naar een bedrijf waarvan het bekend is dat het regelmatig illegaal verblijvende personen in dienst heeft. + +#### 2.5. Het innemen en tijdelijk in bewaring nemen van en aantekeningen maken in reis- en verblijfsdocumenten + +##### 2.5.1. Algemeen + +De ambtenaren belast met grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen zijn bevoegd om, ter vervulling van hun taken, reis- en identiteitspapieren van personen in te nemen, tijdelijk in bewaring te nemen alsmede om hierin aantekeningen te maken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.5.2. Stellen van aantekeningen + +1. aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers; +2. aantekeningen mogen nimmer worden gesteld in documenten, afgegeven door een niet door Nederland erkende regering of staat; +3. er mogen geen andere aantekeningen in de grensoverschrijdingsdocumenten en op verblijfsdocumenten van vreemdelingen worden gesteld dan die welke krachtens de Vreemdelingenwet zijn voorgeschreven; +4. de aantekeningen behoren in de regel door afstempeling te worden gewaarmerkt en door (of namens) de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee te worden ondertekend; +5. in de regel worden de aantekeningen gesteld in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling dan wel op het verblijfsdocument waarover hij ingevolge artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit moet beschikken; in een aantal gevallen echter moet de aantekening worden gesteld op een aan de vreemdeling te verstrekken afzonderlijk inlegblad; +6. aantekeningen omtrent verwijdering mogen slechts in beperkte mate en op bepaalde gronden worden gesteld (zie A4/6.5). + +###### 2.5.2.1. Aantekeningen gesteld door de ambtenaren belast met de grensbewaking + +– de inreis van de vreemdeling in Nederland (artikel 4.24, lid 1, sub a, Vreemdelingenbesluit); +– het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland (artikel 4.24, lid 1, sub b, Vreemdelingenbesluit); +– de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken (artikel 4.24, lid 1, sub c, Vreemdelingenbesluit); +– het opleggen van een meldingsplicht bij de korpschef (artikel 4.24, lid 1, sub d, Vreemdelingenbesluit). + +###### 2.5.2.2. Aantekeningen gesteld door de ambtenaren belast met toezicht + +Artikel + 4.29 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, stellen in het reis- en identiteitspapier van een vreemdeling aantekeningen omtrent: + + + a. + aanmelding of vervoeging bij een korpschef + + + b. + de woon- of verblijfplaats binnen Nederland en vertrek naar het buitenland; + + + c. + het verlenen, het verlengen van de geldigheidsduur of het intrekken van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; + + + d. + het verlenen of het intrekken van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd; + + + e. + het opleggen van een individuele verplichting tot periodieke aanmelding overeenkomstig artikel 54, tweede lid, van de Wet; + + + f. + het beperken van de vrijheid van beweging overeenkomstig artikel 56 van de Wet; + + + g. + vertrek of uitzetting uit Nederland, en + + + h. + ongewenstverklaring. + + + + + 2 + Elke doorhaling of vervallenverklaring van een in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling gestelde aantekening wordt door de ambtenaar die de doorhaling of vervallenverklaring verricht, gedateerd en van diens paraaf voorzien. + + + 3 + In afwijking van het eerste lid, wordt een aantekening op een aan de vreemdeling te verstrekken afzonderlijk inlegblad gesteld, indien: + + + a. + het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling zich niet voor het stellen van een zodanige aantekening leent; + + + b. + de vreemdeling houder is van een buitenlands vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort; + + + c. + de vreemdeling in Nederland rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder f, van de Wet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 of 20 van de Wet heeft ingediend en, naar het oordeel van de korpschef, termen aanwezig zijn de aanvraag af te wijzen; + + + d. + de vreemdeling geen geldig document voor grensoverschrijding heeft, of + + + e. + de vreemdeling houder is van een document als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, b of c, en niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. + + + + + + + + + Artikel + 4.30 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De aantekeningen, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder a, hebben betrekking op de aanmelding ingevolge de artikelen 4.47 tot en met 4.50. + + + 2 + Uit de aantekening blijkt de datum van aanmelding. + + + 3 + Uit de aantekening blijkt of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning vereist is. + + + 4 + Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip kan de aantekening worden aangevuld met een zinsnede waaruit zulks blijkt en wordt een uiterlijke datum van verblijf opgenomen. + + + + + + + Artikel + 4.31 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder g, wordt gesteld indien op grond van artikel 3.1 uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. De datum waarop de aanvraag is ontvangen wordt eveneens aangetekend. Indien de aanvraag wordt afgewezen, wordt “vervallen” aangetekend. + + + 2 + Uit de aantekening blijkt of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning vereist is. + + + + + + + Artikel + 4.32 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Uit de aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder b, blijkt op welke datum de vreemdeling is veranderd van woon- of verblijfplaats binnen Nederland. + + + 2 + De aantekening, bedoeld in het eerste lid, wordt door de korpschef van de politieregio waarin de nieuwe woon- of verblijfplaats is gelegen, gesteld. + + + + + + + Artikel + 4.33 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Uit de aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder e, blijkt de verplichte periode van aanmelding overeenkomstig artikel 54, tweede lid, van de Wet alsmede eventuele verdere bijzonderheden. + + + 2 + Nadat de vreemdeling voor de eerste maal heeft voldaan aan de verplichting tot periodieke aanmelding ingevolge artikel 4.51, kunnen de daarop volgende aanmeldingen worden aangetekend door in het reis- of identiteitspapier de datum van de aanmelding te stellen. + + + 3 + Uit de aantekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, blijkt of het de vreemdeling is toegestaan arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning vereist is. + + + + + + + Artikel + 4.34 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De aantekeningen, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder g, betreffen: + + + a. + een aantekening waaruit de uiterlijke datum van vertrek blijkt, indien aan de vreemdeling overeenkomstig artikel 62 van de Wet een termijn is gegund waarbinnen hij Nederland uit eigen beweging dient te verlaten; + + + b. + een aantekening waaruit blijkt tot welke datum uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft ingevolge artikel 64 van de Wet; + + + c. + een aantekening waaruit de datum van indienen van een bezwaarschrift blijkt, indien de uitzetting achterwege blijft hangende een beslissing op een door de vreemdeling ingediend bezwaar, eventueel met doorhaling van de aantekening, bedoeld onder a; + + + d. + een aantekening omtrent uitzetting, indien naar het oordeel van de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten naar Nederland terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. + + + + + 2 + Bij een aantekening als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt tevens gesteld dat arbeid niet is toegestaan. + + + 3 + De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt niet gesteld, indien het vertrek, de uitzetting of de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot een derde land daardoor wordt bemoeilijkt. + + + + + + + Artikel + 4.35 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder h, wordt geplaatst, indien de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee vermoedt dat de vreemdeling zal trachten naar Nederland terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot Nederland. De aantekening wordt niet gesteld indien het vertrek, de uitzetting of de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot een derde land daardoor wordt bemoeilijkt. + + + 2 + Uit de aantekening blijkt de datum waarop de vreemdeling ongewenst is verklaard. + + + + + + + Artikel + 4.36 + Vreemdelingenbesluit: + + Bij ministeriële regeling kunnen modellen van de aantekeningen, bedoeld in deze afdeling, worden vastgesteld. + + + + De ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, zijn mede bevoegd om in de reispapieren van vreemdelingen aantekeningen te stellen omtrent visa (zie A2/7). Op grond van artikel 4.29, derde lid, Vreemdelingenbesluit moet de aantekening in een aantal gevallen echter worden gesteld op een aan de vreemdeling te verstrekken afzonderlijk inlegblad (van het als bijlage 8 Voorschrift Vreemdelingen gevoegde model, tevens vermeldende diens naam, voornamen, geboortedatum en een omschrijving van diens identiteitspapier). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 2.5.2.3. Doorhaling of vervallenverklaring van aantekeningen + +1. indien daarin was aangetekend dat zijn vertrek op grond van het bepaalde in artikel 63 Vreemdelingenwet werd opgeschort en de grond voor de opschorting van de verwijdering is komen te vervallen (zie A4/7); +2. indien niet inwilligend is beslist op een bezwaar- of beroepschrift of een beroep op de rechtbank is verworpen en in het grensoverschrijdingsdocument van de vreemdeling een aantekening omtrent de indiening van dat bezwaar- of beroepschrift of instelling van dat beroep was gesteld. + +##### 2.5.3. Het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en identiteitspapieren + +Artikel + 4.23 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, nemen op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet het reis- of identiteitspapier van een persoon tijdelijk in bewaring: + + + a. + voorzover zulks nodig is voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in artikel 4.45, of voor het stellen van een aantekening als bedoeld in artikel 4.24 tot en met artikel 4.35; + + + b. + indien de persoon ter vaststelling van zijn identiteit is staande gehouden en niet aanstonds blijkt dat het hem is toegestaan in Nederland te verblijven, terwijl de gelegenheid ontbreekt hem, met toepassing van artikel 50, tweede of derde lid, van de Wet naar een plaats, bestemd voor verhoor, over te brengen; + + + c. + gedurende de tijd dat de persoon rechtens zijn vrijheid is ontnomen, of; + + + d. + voor zover zulks nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de Wet. + + + + + 2 + In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het reis- of identiteitspapier aan de persoon teruggegeven, indien hij aan de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee de gegevens heeft verstrekt die deze in het belang van de toepassing van de Wet vraagt, tenzij er uit anderen hoofde gronden aanwezig zijn om het document in bewaring te houden. + + + +200422419-11-200411-11-2004200422419-11-200411-11-200421-11-2004 + +###### 2.5.3.1. Algemeen + +Indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat, zijn de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd tot het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en identiteitspapieren van personen. De bevoegdheid kan niet alleen worden gebruikt jegens vreemdelingen maar jegens alle personen. Dit maakt het mogelijk om ook papieren van een vreemdeling die aan hem zijn afgegeven door derden tijdelijk te bewaren. + + + Een in bewaring genomen document moet aan de vreemdeling worden teruggegeven indien hij te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hij ook daadwerkelijk vertrekt. Ingeval van uitzetting kan het reis- en identiteitspapier worden overgedragen aan de persoon belast met grensbewaking in het land waar de toelating is gewaarborgd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 2.5.3.2. Gevallen waarin tijdelijke bewaring van reis- of identiteitspapieren geoorloofd is + +1. het in bewaring nemen van het document is tijdelijk nodig voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht, met name artikel 5:17 (zie nader 3.3.7). + +Voor het toepassen van deze maatregel bestaat aanleiding indien een vreemdeling niet de vereiste medewerking aan het verkrijgen van de gevraagde gegevens verleent, met name indien hij weigert het paspoort, of ander identiteitspapier dat hij in zijn bezit heeft, daartoe aan de controlerende ambtenaar te overhandigen. + +Voorts kan een grensoverschrijdingsdocument tijdelijk in bewaring worden genomen als in het document een aantekening moet worden gesteld omtrent verwijdering of ongewenstverklaring en de vreemdeling weigert het document voor dat doel te overhandigen; +2. bij een controle blijkt niet aanstonds dat het de vreemdeling is toegestaan in Nederland te verblijven, terwijl de gelegenheid ontbreekt, of het is – gelet op de omstandigheden – minder gewenst, hem met toepassing van artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet naar een plaats, bestemd voor verhoor, over te brengen (zie 2.3). + +De controlerende ambtenaar kan het identiteitbewijs van de vreemdeling dan tijdelijk in bewaring nemen en hem mededelen, dat hij zich voor het verstrekken van nadere gegevens terzake en voor het eventueel terugverkrijgen van het document bij de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet vervoegen (artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenbesluit); +3. de vreemdeling is rechtens zijn vrijheid ontnomen hetzij met het oog op een tegen hem ingestelde strafvervolging, of wegens het ondergaan van een vrijheidsstraf, hetzij met toepassing van artikel 59 Vreemdelingenwet (artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenbesluit); +4. voor zover dat nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten, van de vreemdeling (artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenbesluit). + +#### 2.6. Binnentreden + +##### 2.6.1. Algemeen + +Op grond vanartikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht is een toezichthouder bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. Daarbij geldt dat uit het evenredigheidsbeginsel vanartikel 5:13 Algemene wet bestuursrecht voortvloeit dat alleen die plaatsen worden betreden waarbij dat voor de uitoefening van het toezicht redelijkerwijs noodzakelijk is. + + + Betreden impliceert niet het doorzoeken van de plaats die wordt betreden (bijvoorbeeld het openen van willekeurige kasten, laden en andere bergplaatsen), tenzij het toezicht daarop specifiek betrekking heeft in de zin vanartikel 5:18 Algemene wet bestuursrecht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien er onderzoek wordt gedaan naar de daadwerkelijke samenwoning van een vreemdeling met een ander persoon. Voor het betreden van de woning moet in dat geval wel toestemming zijn verleend (zie nader 2.6.2). + + + De binnentredingsbevoegdheid voortvloeiend uit de Algemene wet bestuursrecht wordt in artikel 53 Vreemdelingenwet nader aangevuld en verruimd. Ambtenaren belast met grensbewaking en ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen – toezichthouders in de zin vanartikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht – zijn bevoegd tot het betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner, indien er op grond van feiten en omstandigheden, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden bestaat dat op deze plaats een vreemdeling verblijft die geen rechtmatig verblijf heeft. Voor wat betreft een uitleg van het begrip ‘redelijk vermoeden’ wordt verwezen naar hetgeen daarover in paragraaf 2.3.3 ‘staande houden en ophouden’ is opgemerkt. Tevens zijn deze ambtenaren op grond van artikel 53 Vreemdelingenwet bevoegd elke plaats te betreden, daaronder begrepen de woning zonder toestemming van de bewoner, voorzover dat nodig is ter uitzetting van de vreemdeling dan wel voor de inbewaringstelling van de vreemdeling. + + + Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen zijn op grond van artikel 27, eerste lid, onder c, en artikel 45, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet, na ommekomst van de termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland uit eigener beweging had moeten verlaten, eveneens bevoegd elke plaats te betreden, daaronder begrepen de woning zonder toestemming van de bewoner, doch uitsluitend voorzover dat nodig is ter uitzetting van de vreemdeling. + + + Als bewoner van een woning geldt iedereen die tot een huishouden behoort. De ambtenaar die wil binnentreden in een woning mag er van uitgaan dat degene die in de deuropening staat de bewoner is, hetzij namens deze kan spreken. + + + Op grond van artikel 1, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden is degene die bij of krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare feiten of enig ander onderzoek, met de uitvoering van een wettelijk voorschrift of met het toezicht op de naleving daarvan, dan wel een bevoegdheid tot vrijheidsontneming uitoefent, en uit die hoofde een woning betreedt, verplicht zich voorafgaand te *legitimeren en mededeling* te doen van het doel van het binnentreden. Ingevolge artikel 1, tweede lid, Algemene wet op het binnentreden kan van de legitimatie- en mededelingsplicht worden afgezien wanneer dit naar redelijke verwachting onmiddellijk en ernstig gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.6.2. Binnentreden met toestemming van de bewoner + +Het is altijd mogelijk een woning te betreden met toestemming van de bewoner. Op grond van artikel 1, vierde lid, van de Algemene wet op het binnentreden is het dan noodzakelijk dat de persoon die binnentreedt voorafgaand aan het binnentreden toestemming vraagt aan de bewoner. Op grond van die bepaling moet die toestemming blijken aan degene die wenst binnen te treden. De leeftijd van de bewoner die toestemming verleent om een woning te betreden is niet van belang. Wel dient degene die de toestemming verleent de gevolgen van zijn handelen te kunnen overzien. De gang van zaken bij het binnentreden met toestemming van de bewoner moet worden vastgelegd in een proces-verbaal (bijvoorbeeld worden opgenomen in het proces-verbaal van staandehouden van een vreemdeling). + + + Bij binnentreding van een woning met toestemming van de bewoner kan de toestemming overigens te allen tijde worden ingetrokken. Een ambtenaar zonder machtiging dient dan te vertrekken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.6.3. Binnentreden zonder toestemming van de bewoner + +Voor het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner is ingevolge artikel 2, eerste lid, Algemene wet op het binnentreden een schriftelijke machtiging vereist. De machtiging wordt zo mogelijk bij het binnentreden getoond. In de leden 1 en 3 van artikel 2 Algemene wet op het binnentreden zijn enige uitzonderingen opgenomen op de verplichting om te beschikken over een schriftelijke machtiging, maar deze uitzonderingen doen zich in het geval van binnentreden op grond van de Vreemdelingenwet normaliter niet voor. + + + Bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden zijn onder meer de officieren en hulpofficieren van justitie. De machtiging die wordt verleend voor het binnentreden op grond van de Vreemdelingenwet zal gewoonlijk worden gegeven voor het binnentreden in één in de machtiging te noemen woning. Zo nodig kan worden bepaald dat de machtiging tevens zal gelden voor ten hoogste drie andere afzonderlijk te noemen woningen. + + + Degene die zonder toestemming van de bewoner in een woning is binnengetreden, maakt daarvan op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op. Voor wat betreft de inhoud van het verslag wordt verwezen naar artikel 10, tweede lid, onder a t/m g Algemene wet op het binnentreden. Indien krachtens een machtiging is binnengetreden wordt het verslag uiterlijk op de vierde dag na die waarop in de woning is binnengetreden toegezonden aan de degene die de machtiging heeft gegeven. Indien dit een hulpofficier van justitie is, dan wordt het verslag ook aan de officier van justitie verzonden. Een afschrift van het verslag wordt op de hiervoor bedoelde dag toegezonden of uitgereikt aan de bewoner. Indien het niet mogelijk is het afschrift toe te zenden of uit te reiken dan wordt het verslag gedurende zes maanden voor de bewoner beschikbaar gehouden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 3. Maatregelen van toezicht + +#### 3.1. Inleiding + +1. naarmate de vreemdeling langer legaal in Nederland verblijft, is de vreemdeling aan minder maatregelen van toezicht onderworpen dan andere hier te lande verblijvende vreemdelingen; +2. aan een aantal categorieën vreemdelingen is vrijstelling verleend van de opgelegde verplichtingen; +3. een aantal verplichtingen in het kader van het toezicht op vreemdelingen is opgelegd aan anderen dan de vreemdeling zelf. + +Bijvoorbeeld: van een adresverandering van kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar moeten degenen bij wie zij wonen of verblijven kennis geven aan de korpschef. + +Personen, dus ook Nederlanders, die nachtverblijf verschaffen aan een vreemdeling van wie zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat zijn verblijf in Nederland niet is toegestaan ingevolge de Vreemdelingenwet moeten dit onmiddellijk melden bij de korpschef; +4. aan bepaalde verplichtingen moeten vreemdelingen uit eigen beweging voldoen, aan andere desgevraagd of op vordering. Voor EG- en EER-onderdanen gelden enige afwijkende bepalingen; +5. in een aantal gevallen moeten aantekeningen van de maatregelen van toezicht worden bijgehouden in de vreemdelingenregistratie. + +1. het kennisgeven van verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland en vertrek naar het buitenland; +2. het verstrekken van gegevens; +3. het verlenen van medewerking aan het vastleggen van gegevens met het oog op identificatie; +4. het verlenen van medewerking aan een medisch onderzoek naar een ziekte aangewezen bij of krachtens de Infectieziektewet, ter bescherming van de volksgezondheid of in het kader van de beoordeling van een aanvraag om een verblijfsvergunning; +5. aanmelding binnen een bepaalde termijn na binnenkomst in Nederland; +6. periodieke aanmelding; +7. het inleveren van het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 Vreemdelingenwet waaruit het rechtmatige verblijf blijkt. + +#### 3.2. Verplichting tot opgave van verandering van woon- of verblijfplaats + +Artikel + 4.37 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met h, van de Wet, is verplicht om in geval van: + + + a. + verandering van adres binnen de gemeente waar de vreemdeling woont of verblijft, hiervan binnen vijf dagen kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen; + + + b. + verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, hiervan vóór het vertrek kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen van waaruit de vreemdeling vertrekt; + + + c. + verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, onder opgave van het nieuwe adres, hiervan binnen vijf dagen na aankomst in de nieuwe woon- of verblijfplaats in persoon kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de nieuwe woon- of verblijfplaats is gelegen; + + + d. + vertrek naar het buitenland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, hiervan vóór het vertrek kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waaruit de vreemdeling vertrekt is gelegen. + + + + + 2 + De in het eerste lid, onder a en c, bedoelde kennisgeving blijft achterwege indien de vreemdeling als ingezetene is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de nieuwe woonplaats. + + + 3 + De vreemdeling die niet rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met h, van de Wet, geeft kennis van verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland als bedoeld in het eerste lid, onder b, indien Onze Minister dat vordert. + + + 4 + De in het eerste en derde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijke vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijke vertegenwoordiger. + + + 5 + Van vertrek naar het buitenland wordt geen kennis gegeven door de vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, van de Wet, indien de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet naar het buitenland verplaatst. + + + + + De onder a, b en d bedoelde kennisgevingen hoeven niet in persoon te worden gedaan. Aan de vreemdeling kan daartoe een kaart worden verstrekt (model M91). + Voorzover daartoe de gelegenheid bestaat (dus indien de vreemdeling nog voor zijn vertrek naar de nieuwe gemeente in de oude gemeente wordt aangetroffen) verdient het aanbeveling om in zijn document voor grensoverschrijding het volgende aan te tekenen: ‘kennis gegeven van verhuizing naar ............ (nieuwe gemeente) op ...............’ (datum, waarop de verhuizing volgens de opgave van de vreemdeling zal plaatsvinden). + + + In het onder c bedoelde geval is de verplichting zich in persoon te melden bij de korpschef ook opgelegd om de bij artikel 4.12 Voorschrift Vreemdelingen voorgeschreven aantekening over de verhuizing in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling te plaatsen. Deze aantekening luidt: ‘verhuisd op ....... (datum)’. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.3. Verplichting tot het verstrekken van gegevens + +##### 3.3.1. Algemeen + +Ten aanzien van vreemdelingen kan worden voorzien in een verplichting tot het – zonodig in persoon – verstrekken van gegevens, die van belang zijn voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Vreemdelingenwet. In onderstaande paragrafen (3.3.1.1 t/m 3.3.6) zal eerst worden ingegaan op de verplichtingen die aan de vreemdeling kunnen worden opgelegd op grond van het Vreemdelingenbesluit. Niet alle verplichtingen voor de vreemdeling vloeien echter voort uit het Vreemdelingenbesluit. Het is mogelijk dat de ambtenaren belast met toezicht gegevens (of bescheiden) van de vreemdeling nodig hebben die niet een basis vinden in de Vreemdelingenwet of het Vreemdelingenbesluit maar die wel noodzakelijk zijn in het kader van de toezichthoudende taak. In die gevallen kan de vreemdeling worden verplicht medewerking te verlenen aan het verkrijgen van die gegevens (of bescheiden) op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Hieraan wordt aandacht besteed in paragraaf 3.3.7. + + + De verplichting tot het op vordering verstrekken van gegevens kan worden opgelegd aan alle hier te lande aanwezige vreemdelingen, ongeacht of zij legaal of illegaal in ons land verblijven. De vordering is steeds gericht tot de vreemdeling zelf, tenzij het kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar betreft. Ten aanzien van vreemdelingen beneden de leeftijd van 12 jaar kan een vordering worden gericht tot de wettelijk vertegenwoordiger (artikel 4.38, vierde lid, Vreemdelingenbesluit). + Niet alleen de vreemdeling zelf maar ook anderen (met inbegrip van Nederlanders) kunnen in bepaalde gevallen worden verplicht gegevens over vreemdelingen te verstrekken (zie 3.3.3 en 3.6.1). + + + Het niet voldoen aan de verplichting van artikel 4.38 Vreemdelingenbesluit is ingevolge het bepaalde in artikel 54 juncto 108 Vreemdelingenwet een strafbaar feit. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 3.3.1.1. Op vordering verstrekken van gegevens + +Artikel + 4.38 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling verstrekt op vordering van Onze Minister de gegevens, bedoeld in de artikelen 4.39 tot en met 4.44, binnen de in de vordering aangegeven tijd. + + + 2 + Indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat kan de in het voorgaande lid bedoelde vordering inhouden dat de vreemdeling de gegevens in persoon verstrekt. + + + 3 + In het belang van de vreemdelingenregistratie kan een vordering als bedoeld in het eerste lid bij algemene bekendmaking worden gedaan. + + + 4 + Indien de vreemdeling jonger is dan twaalf jaar, dan kan de vordering, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden gericht tot de wettelijke vertegenwoordiger. + + + + + Vreemdelingen zijn verplicht op vordering van de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar zij wonen of verblijven, binnen de in de vordering aangegeven tijd de gegevens te verstrekken die de korpschef in het belang van het bepaalde bij en krachtens de Wet vraagt. + + + Er dient steeds een rechtstreeks verband te bestaan tussen het vragen van de gegevens en de toepassing van de Vreemdelingenwet, dan wel van de uitvoeringsbepalingen daarvan. + + + Voorts kan een vordering tot het verstrekken van gegevens bijvoorbeeld worden gedaan met het oog op het bijhouden van het VAS. + + + Een vordering dient zoveel mogelijk in een voor de vreemdeling begrijpelijke vorm en taal te worden gedaan. + + + Het verstrekken van onjuiste gegevens die hebben geleid tot het verlenen of het verlengen van de geldigheidsduur van verblijfsvergunning kan, naast strafbaarheid wegens overtreding van artikel 4.38 Vreemdelingenbesluit, jo. artikel 54, eerste lid, Vreemdelingenwet, voor de vreemdeling tot gevolg hebben dat de verleende vergunning wordt ingetrokken (zie artikel 19 jo. artikel 18, eerste lid, onder c, artikel 22 aanhef en onder b, artikel 32 aanhef en onder a, en artikel 35 aanhef en onder a Vreemdelingenwet). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 3.3.1.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens in persoon + +– indien feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die kunnen leiden tot het intrekken van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd; +– indien een vreemdeling verzuimd heeft tijdig verlenging van de geldigheidsduur van zijn vergunning tot verblijf voor bepaalde tijd of tijdig een vergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen of indien overwogen wordt de vreemdeling aan een bijzondere maatregel van toezicht te onderwerpen (vgl. artikel 54, tweede lid en 56 Vreemdelingenwet). + +###### 3.3.1.3. Vordering tot het verstrekken van gegevens bij algemene bekendmaking + +Een vordering tot het verstrekken van gegevens kan ook bij algemene bekendmaking worden gedaan. Zodanige vordering kan dan gericht zijn hetzij tot alle vreemdelingen in de gemeente, hetzij tot bepaalde categorieën van vreemdelingen. Een vordering als hier bedoeld kan alleen worden gedaan in het belang van de vreemdelingenregistratie. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.3.2. Kennisgeving van aanwezigheid door de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft + +Artikel + 4.39 + Vreemdelingenbesluit: + + De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, doet onmiddellijk van zijn aanwezigheid in persoon mededeling aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij verblijft is gelegen. + + + + Deze bepaling richt zich tot vreemdelingen die op illegale wijze ons land zijn binnengekomen of die na beëindiging van hun eerdere rechtmatige verblijf als bedoeld in artikel 8 Vreemdelingenwet zonder toestemming in ons land zijn achtergebleven. Deze bepaling geldt ook voor passagierende zeelieden en transitpassagiers van vliegtuigen en zeeschepen die niet tijdig uit ons land zijn vertrokken (vgl. artikel 2.4 tm 2.7 Vreemdelingenbesluit). + + + De in artikel 4.39 Vreemdelingenbesluit bedoelde kennisgeving hoeft niet in persoon te worden gedaan. Wordt de korpschef echter op deze wijze (of op de wijze bedoeld in artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit – zie hieronder) op de hoogte gebracht van het ongeoorloofde verblijf van een vreemdeling hier te lande dan kan hij met gebruik van artikel 4.38, tweede lid, Vreemdelingenbesluit de vreemdeling vorderen tot het in persoon verstrekken van nadere gegevens (uiteraard voorzover de aanhouding van de vreemdeling ter fine van uitzetting niet is vereist). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.3.3. Kennis geven van het verschaffen van nachtverblijf + +Artikel + 4.40 + Vreemdelingenbesluit: + + Personen die nachtverblijf verschaffen aan een vreemdeling van wie zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat die niet rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8 van de Wet, doen daarvan onmiddellijk mededeling aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar de vreemdeling verblijft is gelegen. + + + + Niet alleen de vreemdeling zelf moet van zijn aanwezigheid onmiddellijk mededeling doen aan de korpschef indien hij niet rechtmatig in Nederland verblijft. Ook degene die nachtverblijf verschaft aan een vreemdeling van wie hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze niet rechtmatig in Nederland verblijft, moet daarvan onmiddellijk mededeling doen aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij verblijft is gelegen. + + + Degene op wie deze verplichting rust kan zowel Nederlander als vreemdeling zijn. Er zijn geen voorschriften gegeven voor de vorm waarin deze mededeling moet worden gedaan. De strekking van deze bepaling is om de opsporing van illegaal in ons land verblijvende vreemdelingen te vergemakkelijken en om hen, die – te kwader trouw – aan dit illegale verblijf medewerking verlenen, strafbaar te stellen (artikel 108 Vreemdelingenwet). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.3.4. Verstrekken van gegevens over (vroegere) buitenlandse werknemers + +Artikel + 4.41 + Vreemdelingenbesluit: + + Werkgevers, van wie bij Onze Minister bekend is dat zij een vreemdeling in dienst hebben gehad die niet rechtmatig verbleef of aan wie het niet was toegestaan arbeid te verrichten, verstrekken onmiddellijk aan Onze Minister, op diens vordering, de gegevens omtrent de vreemdeling die bij hen tewerkgesteld wordt, in dienst is of in dienst is geweest. Onze Minister kan een termijn stellen waarbinnen de gegevens worden verstrekt. + + + + In een aantal gevallen zijn werkgevers verplicht, ten aanzien van vreemdelingen die bij hen te werk gesteld worden, in dienst zijn of in dienst zijn geweest, desgevraagd gegevens te verstrekken aan de korpschef. + + + Deze verplichting geldt voor daartoe gevorderde werkgevers van wie bij de korpschef bekend is dat zij vreemdelingen in dienst gehad hebben, die illegaal hier te lande verbleven of die in Nederland ongeoorloofd arbeid verrichten. De gevraagde gegevens dienen onmiddellijk of binnen een door de korpschef aangegeven termijn te worden verstrekt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.3.5. Mededeling omtrent het gaan zoeken of gaan verrichten van arbeid + +Artikel + 4.42 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef van het regionale politiekorps, waarin de gemeente waar de vreemdeling verblijft is gelegen. + + + 2 + Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die: + + + a. + houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf afgegeven voor een verblijfsdoel waarbij het verrichten van arbeid is toegestaan; + + + b. + onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; + + + c. + kan aantonen dat hij naar Nederland is gekomen voor het verrichten van arbeid gedurende ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip van zijn binnenkomst, of + + + d. + naar Nederland is gekomen om aan te monsteren of als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip. + + + + + 3 + Het tweede lid is niet van toepassing indien de arbeid geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden, tenzij de vreemdeling onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. + + + + + De vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijft gedurende de vrije termijn bedoeld in artikel 12 Vreemdelingenwet zolang het verblijf bij of krachtens dat artikel is toegestaan – en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten – is verplicht daarvan onmiddellijk mededeling te doen aan de korpschef van het regionale politiekorps van de gemeente waar hij verblijft. Een aantal categorieën is vrijgesteld van deze verplichting. + + + De beperking die in het derde lid van artikel 4.42 Vreemdelingenbesluit is opgenomen vloeit voort uit artikel 3.32 Vreemdelingenbesluit, waarin is bepaald dat geen verblijfsvergunning wordt verstrekt indien de arbeid geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden. Het ligt voor de hand in dit geval evenmin vrijstelling van de meldingsplicht te verlenen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.3.6. Mededeling omtrent het vervallen van het doel waarvoor een vergunning tot verblijf is verleend + +Artikel + 4.43 + Vreemdelingenbesluit: + + De vreemdeling die rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder a, van de Wet en die niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar de vreemdeling verblijft is gelegen. + + + + De vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, is verplicht, indien de beperking waaronder het verblijf is toegestaan is komen te vervallen, daarvan onmiddellijk mededeling te doen aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij verblijft, is gelegen. + + + Voldoet een vreemdeling niet meer aan de beperking waaronder de vergunning tot verblijf is verleend dan kan deze worden ingetrokken, dan wel kan de beperking worden gewijzigd of opgeheven. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.3.7. Verstrekken van inlichtingen en het tonen van de bescheiden op grond van de Algemene wet bestuursrecht + +1. hun identiteit, nationaliteit, burgerlijke staat, beroep, alsmede tegenwoordige en vroegere woon- of verblijfplaats met adres. + +De gegevens met betrekking tot identiteit en nationaliteit zullen in de regel kunnen worden ontleend aan het verblijfsdocument waarover de vreemdeling ingevolge het bepaalde in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit dient te beschikken. Heeft de vreemdeling echter het voorgeschreven document niet bij zich, of bestaat er gegronde aanleiding te twijfelen aan de echtheid van dat document, dan moet getracht worden de hier bedoelde gegevens vast te stellen aan de hand van andere in het bezit van de vreemdeling zijnde bescheiden of door deze verstrekte inlichtingen. + +Bij vermoeden dat het voorgeschreven document is vervalst, dient contact opgenomen te worden met Bureau Documenten. + +Informeren naar tegenwoordige en vroegere woon- of verblijfplaats met adres is noodzakelijk om na te gaan of de vreemdeling heeft voldaan aan de bij artikel 4.48 Vreemdelingenbesluit voorgeschreven verplichtingen. +2. datum, plaats en wijze van binnenkomst in Nederland. + +Deze gegevens zijn met name van belang voor de vraag: +- – of de vreemdeling op regelmatige wijze Nederland is binnengekomen; +– of de voor hem geldende ‘vrije termijn’ (artikel 8, aanhef en onder i, Vreemdelingenwet jo,artikel 3.3 Vreemdelingenbesluit) al dan niet is verstreken; +– naar welk land hij eventueel dient te worden uitgezet. +3. doel en duur van hun voorgenomen verblijf in Nederland. + +Deze gegevens zijn nodig om na te gaan: +- – of de vreemdeling heeft voldaan aan de verplichting tot het doen van mededeling omtrent het gaan zoeken dan wel gaan verrichten van arbeid (artikel 4.42, eerste lid, Vreemdelingenbesluit); +– of de vrije termijn van de vreemdeling eventueel is beëindigd; +– of het doel van het verblijf nog in overeenstemming is met een aan een vergunning tot verblijf verbonden beperking; +4. middelen van bestaan. + +Dit gegeven is noodzakelijk om na te gaan of er redenen zijn voor het intrekken of weigeren van de verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning tot verblijf wegens het niet meer beschikken over voldoende middelen van bestaan. + +#### 3.4. Verlenen van medewerking aan het vastleggen van gegevens met het oog op identificatie + +##### 3.4.1. Algemeen + +De strekking van artikel 54, eerste lid, onder c, Vreemdelingenwet is om de tot opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren, als zij bij de uitoefening van hun taken in aanraking komen met vreemdelingen, in staat te stellen de beschikking te krijgen over de primaire gegevens die nodig zijn om te kunnen vaststellen met welke vreemdeling zij te doen hebben, of deze vreemdeling op regelmatige wijze is binnengekomen en of het hem is toegestaan in Nederland te verblijven. + + + In dit verband moet niet alleen worden gedacht aan ambtenaren die specifiek taken uitoefenen op het terrein van het vreemdelingentoezicht, maar ook aan politie-ambtenaren die bij de uitoefening van andere taken, zoals het houden van verkeerscontroles, met vreemdelingen in aanraking komen. + + + Uiteraard dienen aan de vreemdeling bij het uitoefenen van de identiteitscontrole slechts die gegevens te worden gevraagd die voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Vreemdelingenwet van belang zijn. + Vreemdelingen die beschikken over een verblijfsdocument dienen niet verplicht te worden nadere inlichtingen te verstrekken. Slechts als er gegronde aanleiding is te veronderstellen dat zij de voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet zijn nagekomen, dient de vreemdeling daaromtrent te worden ondervraagd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.4.2. Het ter beschikking stellen van pasfoto’s en het laten fotograferen en vingerafdrukken laten nemen + +– die op onregelmatige wijze Nederland zijn binnengekomen en naar de identiteit van wie een onderzoek moet worden ingesteld; +– tegen wie – met het oog op de toepassing van de Vreemdelingenwet – een onderzoek naar hun criminele of ongunstige politieke antecedenten moet worden ingesteld; +– aan wier verblijfsvergunning in het belang van de openbare rust of de nationale veiligheid een voorschrift wordt verbonden; +– aan wie een individuele verplichting tot periodieke aanmelding wordt opgelegd (artikel 54, tweede lid, Vreemdelingenwet); +– van wie de vrijheid van beweging wordt beperkt (artikel 56 Vreemdelingenwet); +– die ongewenst worden verklaard (artikel 67 Vreemdelingenwet); +– die in bewaring worden gesteld (artikel 59 Vreemdelingenwet); +– die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben ingediend; +– en voorts in alle gevallen waarin de Minister een bijzondere aanwijzing heeft gegeven. + +#### 3.5. Het verlenen van medewerking aan een medisch onderzoek + +Artikel + 4.46 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden, werkt op grond van artikel 54, eerste lid, onderdeel d, van de Wet mee aan een onderzoek naar tuberculose. + + + 2 + Het eerste lid geldt niet voor onderdanen van een staat die partij is bij de Europese Gemeenschap, onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, Australië, Canada, Israël, Japan, Monaco, Nieuw Zeeland, Suriname, de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland. + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.5.1. Algemeen + +De vreemdeling die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden is verplicht om een tuberculose-onderzoek te ondergaan. Deze verplichting geldt niet voor de in artikel 4.46, tweede lid, Vreemdelingenbesluit bedoelde vreemdelingen. + + + Het niet meewerken aan het onderzoek naar Tuberculose is ingevolge het bepaalde in artikel 108 Vreemdelingenwet een strafbaar feit. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.5.2. Procedure + +Zodra een vreemdeling zich bij de burgemeester van de gemeente van zijn woon- of verblijfplaats meldt voor een aanvraag voor verlening van een vergunning tot verblijf, dient deze hem voor onderzoek door te verwijzen naar de meest nabij gelegen Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD). Het onderzoek is voor de vreemdeling kosteloos. + Voor deze verwijzing maakt de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft gebruik van een formulier (model M38). + Dit formulier wordt op verzoek door de Geneeskundig Hoofdinspecteur voor de Volksgezondheid, Postbus 5406, 2280 HK Rijswijk, in de benodigde aantallen kosteloos toegezonden. Op het formulier vult de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft alle persoonsgegevens in die door overlegging van het document voor grensoverschrijding en van eventuele andere bescheiden kenbaar zijn geworden. Hij geeft het vervolgens als verwijzingsformulier aan de te onderzoeken vreemdeling. + De te onderzoeken personen dienen te verschijnen bij de aangewezen GGD. Naast het document voor grensoverschrijding dat zij bij de aanmelding bij de gemeente hebben getoond, dienen zij het formulier aan de onderzoeksarts te overleggen. + + + De arts belast met het onderzoek zal het grensoverschrijdingsdocument van betrokkene vergelijken met de gegevens op het formulier. De onderzoeksarts vult na het onderzoek het formulier in en zendt het naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + + + Het enkele feit dat bij de vreemdeling tuberculose aan de ademhalingsorganen is geconstateerd, leidt er overigens niet toe dat de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning wordt afgewezen. Indien de verklaring is ondertekend, wordt de vergunning verleend. Gelet op de duur van de tuberculosebehandeling is het immers niet opportuun om de bereidheid om mee te werken aan die behandeling eerst na voltooiing van de behandeling vast te stellen. + Het niet verlenen van medewerking aan een onderzoek naar tuberculose of het niet meewerken aan een medische behandeling van die ziekte kan op grond van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, onder e, Vreemdelingenwet reden zijn de aanvraag tot een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet af te wijzen respektievelijk in te trekken op grond van het feit dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.6. Aanmelding na binnenkomst in Nederland + +##### 3.6.1. Verblijf langer dan drie maanden + +Artikel + 4.47 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. + + + 2 + Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde termijn van drie maanden wordt eerder verblijf in Nederland binnen een tijdvak van zes maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de binnenkomst, mede in aanmerking genomen. + + + 3 + Indien de vreemdeling jonger is dan twaalf jaar, doet degene bij wie de vreemdeling woont of verblijft de melding. + + + 4 + Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. + + + + + De vreemdeling die rechtmatig verblijft gedurende de vrije termijn bedoeld in artikel 12 Vreemdelingenwet, zolang het verblijf van de vreemdeling bij of krachtens dat artikel is toegestaan, en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden is verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland *in persoon* aan te melden bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij verblijft is gelegen. Voor de berekening van het verblijf worden voorgaande verblijven in Nederland binnen een tijdvak van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de binnenkomst mede in aanmerking genomen. + + + In het algemeen rust de aanmeldingsverplichting op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht. Dit kan derhalve ook een Nederlander zijn. + + + De verplichting tot aanmelding geldt niet voor EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen. + Na aanmelding wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling daarvan een aantekening gesteld (artikel 4.29, eerste lid, onder a, jo. 4.30, eerste lid, Vreemdelingenbesluit). Daarbij wordt gebruik gemaakt van een speciale sticker (model M77). In een aantal gevallen dient deze aantekening op een afzonderlijk inlegblad te worden gesteld (artikel 4.29, derde lid, Vreemdelingenbesluit). + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)21-11-2004 + +##### 3.6.2. Verblijf korter dan drie maanden + +Artikel + 4.48 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. + + + 2 + Een verplichting tot aanmelding krachtens het voorgaande lid rust ten aanzien van de vreemdeling beneden de leeftijd van twaalf jaar op degene bij wie de vreemdeling woont of verblijft. + + + 3 + Het eerste lid is niet van toepassing op: + + + a. + onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; + + + b. + de vreemdeling die zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of krachtens gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen. + + + + + + + De vreemdeling die rechtmatig verblijft gedurende de vrije termijn bedoeld in artikel 12 Vreemdelingenwet, zolang het verblijf van de vreemdeling bij of krachtens dat artikel is toegestaan, en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden is, voorzover de Minister van Justitie dat heeft voorgeschreven, verplicht zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland* in persoon* aan te melden bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij verblijft is gelegen, indien de duur van het voorgenomen verblijf langer is dan drie dagen. + + + In het algemeen rust de aanmeldingsverplichting op de vreemdeling zelf. Een uitzondering op deze regel bestaat voor kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar. Degenen bij wie deze kinderen wonen of verblijven, zijn in dit geval tot aanmelding verplicht. Dit kan derhalve ook een Nederlander zijn. + + + De verplichting tot aanmelding geldt niet voor EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, indien de vreemdeling zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of krachtens gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen. + Na aanmelding wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling daarvan een aantekening gesteld (artikel 4.29, eerste lid, onder a, jo. 4.30, eerste lid, Vreemdelingenbesluit). Daarbij wordt gebruik gemaakt van een speciale sticker (model M77). In een aantal gevallen dient deze aantekening op een afzonderlijk inlegblad te worden gesteld (artikel 4.29, derde lid, Vreemdelingenbesluit). + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)21-11-2004 + +#### 3.7. Periodieke aanmeldingen + +##### 3.7.1. Periodieke aanmelding ex artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit + +Periodieke aanmelding bij de korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente van verblijf van de vreemdeling is gelegen, is verplicht voor de vreemdeling: + +– die geen rechtmatig verblijf heeft, in afwachting van de feitelijke mogelijkheid tot vertrek of uitzetting of; +– die rechtmatig verblijf heeft in afwachting van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen, verlengen van de geldigheidsduur of wijziging van de beperking van een verblijfsvergunning, of de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift, terwijl uitzetting achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag c.q. het bezwaar- of beroepschrift is beslist. + +De vreemdeling dient zich wekelijks te melden, tenzij de korpschef een andere termijn stelt. + +De verplichting geldt niet voor vreemdelingen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd. + +Bij aanvang van de procedure om een vergunning tot verblijf dient de vreemdeling er op te worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldingsplicht rust. Zie C3/13.2 met betrekking tot de meldingsplicht ex artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit voor asielzoekers. + +Zie C3/13.2 met betrekking tot de meldingsplicht ex artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit voor asielzoekers. + +De korpschef kan ontheffing van de meldingsplicht verlenen. Voorts kan hij een andere meldingstermijn dan de wekelijkse aan de meldingsplicht verbinden. Indien de korpschef van mening is dat ontheffing niet langer gewenst is kan hij de ontheffing beëindigen. De vreemdeling dient steeds op hem aangaande wijzigingen betreffende de meldingsplicht te worden gewezen. + +Gezien de wenselijkheid van een uniforme, landelijke toepassing gelden in beginsel de volgende aanwijzingen voor de korpschef bij de oplegging/ontheffing van de meldingsplicht. In bijzondere omstandigheden, te beoordelen door de korpschef, kan de korpschef afwijken van het onderstaande. + +– indien het de vreemdeling is toegestaan om een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten, en; +– indien de aanvraag in eerste aanleg niet is ingewilligd, maar het de vreemdeling is toegestaan de beslissing op een eventueel bezwaar- of beroepschrift in Nederland af te wachten. + +– het aanvragen in eerste aanleg betreft waarover de korpschef niet inwilligend heeft geadviseerd; +– daartoe mede uit het oogpunt van vreemdelingentoezicht aanleiding bestaat (bijvoorbeeld openbare orde gevallen); +– het de vreemdeling niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven. + +Ten bewijze van het opleggen en het voldoen aan de verplichting tot periodieke aanmelding wordt daarvan in het reisdocument van de vreemdeling een aantekening gesteld als volgt: + +– bij de eerste aanmelding wordt de voorgeschreven aantekening over aanmelding in het paspoort geplaatst; zie artikel 4.10 Voorschrift Vreemdelingen; +– bij de volgende aanmeldingen kan worden volstaan met aantekening van de datum daarvan, welke aantekening van een paraaf wordt voorzien; +– verleent de korpschef ontheffing van de verplichting tot periodieke aanmelding, of stelt hij een andere termijn, dan stelt hij in het document voor grensoverschrijding de daaromtrent voorgeschreven aantekening door gebruik te maken van de sticker voor verblijfsaantekeningen (zie model M77 en artikel 4.14 Voorschrift Vreemdelingen). + +In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in het onderzoeks- en opvangcentrum in het bezit gesteld van een registratiekaart meldingsplicht asielzoekers (W-document) (zie C3/12.3). + +Indien de vreemdeling zich ondanks een verplichting daartoe niet houdt aan de meldingsplicht kan dit een aanwijzing zijn dat hij het land heeft verlaten of dat hij zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken. Indien de vreemdeling zich twee achtereenvolgende keren niet houdt aan de meldingsplicht dient hij gevorderd te worden (model M90) om in persoon gegevens te verstrekken omtrent de onttrekking aan de meldingsplicht. Reageert de vreemdeling niet dan kan geconcludeerd worden dat hij Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en dient hij in het VAS te worden afgemeld. Voor asielzoekers die in een opvangcentrum verblijven geldt een uitzondering op deze regel. Gezien het betrekkelijke gemak waarmee het daadwerkelijke vertrek van de betrokkene kan worden gecontroleerd door de Vreemdelingendienst ter plaatse, dient in deze gevallen altijd een adrescontrole plaats te vinden, alvorens conclusies over het definitieve vertrek van de vreemdeling worden getrokken. Voorts vereist de omstandigheid dat deze vreemdelingen direct ten laste komen van de openbare kas en het feit dat indien een vreemdeling vertrekt, de woning kan worden betrokken door een andere vreemdeling, dat het vertrek onomstotelijk vast komt te staan. + +Over het (aangenomen) vertrek van een vreemdeling wordt de IND geïnformeerd door middel van een formulier M100. + +Indien een vreemdeling bij herhaling opzettelijk niet voldoet aan de hem opgelegde meldingsplicht kan dit onder omstandigheden aanleiding zijn voor in bewaringstelling ex artikel 59 Vreemdelingenwet of vrijheidsontneming ex artikel 58 Vreemdelingenwet. Zie A5. + +##### 3.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding + +De Minister van Justitie kan aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is. + + + De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van artikel 8 Vreemdelingenwet. + + + De korpschef zendt een gemotiveerd voorstel door tussenkomst van de bevoegde procureur-generaal, fgd. directeur van politie, aan de Minister van Justitie. Het voorstel dient een advies in te houden over de perioden van de aanmelding. + + + Bij de toepassing van deze maatregel geeft de Minister terzake een beschikking af. Op grond van artikel 75, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet kan tegen deze beschikking geen bezwaar worden gemaakt. De vreemdeling kan tegen deze beschikking rechtstreeks in beroep gaan bij de rechtbank. + + + Omtrent het opleggen van de verplichting wordt door de korpschef de bij artikel 4.29, eerste lid, onder e, Vreemdelingenbesluit voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, met dien verstande dat in de gevallen, omschreven in het derde lid van artikel 4.29 Vreemdelingenbesluit, de aantekening geschiedt op een afzonderlijk inlegblad. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.8. Documenten + +##### 3.8.1. Het inleveren van het document bedoeld in artikel 9 Vreemdelingenwet + +– zodra zijn rechtmatig verblijf is geëindigd; +– indien hem een vervangend document is verleend; +– de vreemdeling zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd; +– zodra hem Nederlanderschap is verleend. + +##### 3.8.2. Aangifte van vermissing van documenten + +Artikel + 4.44 + Vreemdelingenbesluit: + + De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet en wiens document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen. + + + + Het niet voldoen aan de verplichting van artikel 4.44 Vreemdelingenbesluit is ingevolge het bepaalde in artikel 108 Vreemdelingenwet een strafbaar feit. + + + Van de aangifte dient proces-verbaal te worden opgemaakt. De opsporingsambtenaar dient dan met het oog op de vervanging van het verblijfsdocument een onderzoek in te stellen naar de vermissing, het verloren gaan of het ondeugdelijk worden van het document. Een afschrift van het proces-verbaal en – voorzover het proces-verbaal daarover niets meldt – een rapport waarin de resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd, dient te worden gezonden aan de Bureau Documenten van het IND-Districtskantoor Noord-Oost te Zwolle (Postbus 10040, 8000 GA, Zwolle). De IND zal verder zorgdragen dat het betreffende documentnummer wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem (V.I.S.) van de Centrale Recherche Informatiedienst. + + + Voorts dient in alle gevallen waarin wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met door de Nederlandse overheid afgegeven reisdocumenten, daarvan bericht te worden gezonden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken (afdeling Reisdocumenten en Bevolkingsadministratie). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.8.3. Vervanging van identiteitspapieren + +Artikel + 4.22 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a tot en met d, worden door Onze Minister vervangen, indien: + + + a. + de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven, overeenkomstig artikel 4.44 aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van dat document, en + + + b. + Onze Minister heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat de aangifte naar waarheid is gedaan. + + + + + 2 + Onverminderd het eerste lid worden de documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, telkens vijf jaren na de afgifte ervan, vervangen. + + + + + Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfs-documenten om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit kunnen met ingang van 1 december 2003 worden gezonden naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De aanvrager kan daartoe telefonisch via nummer 0900 – 1234561 (€ 0,10 p.m.) een aanvraagformulier (model M83) aanvragen. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd naar het hieronder vermelde adres van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND): + + + Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) + t.a.v. de afdeling verlengingen + Postbus 7029 + 8007 HA ZWOLLE. + + + De afgifte van documenten als bedoeld in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), geschiedt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. + + + Documenten worden vervangen indien de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven overeenkomstig artikel 4.44 Vreemdelingenbesluit aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van het document (zie 3.8.2). + + + Wordt niet aanstonds tot afgifte van een nieuw document aan de vreemdeling overgegaan dan verdient het aanbeveling een verklaring af te geven waaruit de aangifte blijkt. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.8.4. Gedragslijn t.a.v. vreemdelingen die verklaren niet over geldige documenten te beschikken + +Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient te worden gehoord. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave – in een voorkomend geval in Chinese karakters – foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde. + + + Er moet niet te snel worden afgegaan op de bewering van een vreemdeling dat hij niet (of niet meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding. In de praktijk is gebleken dat indien de vreemdeling uitvoerig wordt gehoord, door deze soms alsnog een document voor grensoverschrijding wordt overgelegd. Indien door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de vreemdeling mogelijk is, kan de hulp van een tolk ingeroepen worden, die als voldoende bekwaam en objectief kan worden beschouwd. De noodzakelijke kosten verbonden aan inschakeling van een tolk, kunnen ten laste van het Ministerie van Justitie worden gebracht. + + + Vreemdelingen afkomstig uit de Chinese Volksrepubliek, Hongkong, Macao, de federatie van Maleisië en de republiek Singapore dienen tevens een vragenlijst conform model M40 (hetzij in de Chinese taal, hetzij in de Engelse taal) te beantwoorden. + + + Van alle aangetroffen bescheiden, zoals reisbiljetten, diploma’s en dergelijke, moeten fotokopieën worden gemaakt. De korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee zendt zo spoedig mogelijk de aanwezige informatie naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Met behulp van deze informatie zal dan worden geprobeerd een document voor grensoverschrijding te verkrijgen. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +### 4. Signaleringen in het Opsporingsregister #### 4.1. Algemeen -De IND legt een besluit tot signalering op als: +Dit hoofdstuk handelt over signaleringen, die verband houden met de toepassing van de Vreemdelingenwet en de Overeenkomst ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen. De betekenis van die signaleringen alsmede de gedragslijn voor wijze van uitvoering en eventuele vervallenverklaring daarvan in het Opsporingsregister (zie 4.1.1) enerzijds en het Schengen Informatie Systeem (zie 4.1.2) anderzijds staan hierna vermeld onder 4.2. Controle aan de hand van (één van) beide registers bij de eventuele toegangsverlening is afhankelijk van de voorwaarden voor het hebben van toegang als bedoeld in A2 (zie in het bijzonder paragraaf 4). + + + Controle aan de hand van het Opsporingsregister (OPS) blijft achterwege ten aanzien van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen. + + + Voor de gedragslijn bij signaleringen ter fine van uitlevering, zie A4/8. + + + De procedures bij afgifte en verlenging van verblijfstitels of controles in het kader van binnenlands toezicht op vreemdelingen, in samenhang met signaleringen in het OPS en (N)SIS worden onder 4.2.5 behandeld. + + + De gedragslijn voor het opnemen en vervallen verklaren van de hierna genoemde signaleringen (inclusief de NSIS signaleringen) staat vermeld onder 4.3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• de aanwezigheid van de derdelander op het grondgebied van Nederland een bedreiging vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid; en -• er een individuele beoordeling heeft plaatsgevonden waarbij de persoonlijke omstandigheden van de derdelander zijn betrokken en is bezien wat de gevolgen van een weigering van toegang en verblijf voor de derdelander zijn. +##### 4.1.1. Het Nationale Opsporingsregister (OPS) -Er wordt aangenomen dat er in ieder geval sprake is van een bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid als: +In het Nationale Opsporingsregister (OPS) staan signaleringen uit hoofde van de Vreemdelingenwet. + + + Andere signaleringen in het OPS hebben betrekking op de tenuitvoerlegging van vonnissen en de aanhouding of voorgeleiding van personen die van een strafbaar feit verdacht worden. De tenuitvoerlegging van deze signaleringen behoort niet tot de uitvoering van de Vreemdelingenwet. De bevoegdheden terzake berusten op het Wetboek van Strafvordering en andere wetgeving. Richtlijnen met betrekking tot deze signaleringen worden gegeven door het openbaar ministerie. Ook het Opsporingsregister bevat aanwijzingen terzake. Ook kunnen vermiste personen in het OPS worden gesignaleerd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• een derdelander in een lidstaat is veroordeeld voor een strafbaar feit waarvoor een vrijheidsstraf van ten minste één jaar geldt; of -• er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de derdelander een ernstig strafbaar feit, onder meer een terroristisch misdrijf, heeft gepleegd of er zijn duidelijke aanwijzingen dat hij overweegt een dergelijk feit te plegen op het grondgebied van een lidstaat; of -• er concrete aanwijzingen zijn dat een derdelander een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of nationale veiligheid; of -• de derdelander het Unierecht of het nationale recht voor binnenkomst in en verblijf op het grondgebied van de lidstaten heeft omzeild of gepoogd heeft deze te omzeilen. +##### 4.1.2. Het (Nationale) Schengen Informatie Systeem (N)SIS -Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid' wordt verwezen naar paragraaf B1/4.4 Vc. +Een aantal signaleringen wordt ook opgenomen in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Dit gemeenschappelijke opsporingssysteem is gebouwd ter uitvoering van het Akkoord van Schengen, dat de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen van de Schengenlanden regelt. De centrale computer, waarop ieder Schengenland een aansluiting heeft (voor Nederland het NSIS), staat in Straatsburg en kan door alle Schengenlanden geraadpleegd worden. Het NSIS is een systeem dat naast de andere systemen (zoals het OPS) opereert. Het is niet zo dat het NSIS komt in de plaats van andere nationale systemen. Signaleringen die opgenomen dienen te worden in het NSIS, moeten voldoen aan de voorwaarden die vermeld staan in artikelen 95 en 96 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst. + + + Andere signaleringen in het NSIS hebben betrekking op de tenuitvoerlegging van vonnissen en de aanhouding of voorgeleiding van personen die van een strafbaar feit verdacht worden. Ook kunnen vermiste personen in het NSIS worden gesignaleerd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Een inreisverbod en een besluit tot signalering kunnen naast elkaar bestaan. Als een zwaar inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw is opgelegd, wordt aangenomen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een besluit tot signalering. +##### 4.1.3. Afdeling SIRENE Nederland -Voor de signalering van de vreemdeling vanwege het besluit tot signalering wordt verwezen naar paragraaf A2/12 Vc en als er ook een terugkeerbesluit in combinatie met een inreisverbod is opgelegd wordt verwezen naar paragraaf naar A2/12.6 Vc. +In ieder land dat via het NSIS een aansluiting heeft op het SIS is een contactbureau gevestigd: de SIRENE (Supplementary Information REquest at the National Entries). Dit is het enige permanent beschikbare contactpunt voor aanvullende informatie over gegevens die in het NSIS zijn opgenomen of moeten worden opgenomen. De afdeling SIRENE Nederland is ondergebracht bij de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten en dient als vraagbaak voor alle zaken die met het SIS te maken hebben. + + + Ook moeten alle ‘hits’ bij de afdeling SIRENE worden gemeld. + + + Verder zal deze afdeling behulpzaam kunnen zijn bij navraag en advies over signaleringen, internationale opsporingsverzoeken en alle andere voorkomende vragen over internationale rechtshulp. + + + De afdeling SIRENE Nederland is bereikbaar onder telefoonnummer 079-3459898. + +200418222-09-200415-09-2004200418222-09-200415-09-200424-09-2004 -#### 4.2. Duur besluit tot signalering +##### 4.1.4. Verhouding OPS en NSIS -Voor de duur van het besluit tot signalering is het beleid uit paragraaf A4/2.3 Vc van overeenkomstige toepassing. +Signaleringen in het OPS uit hoofde van de Vreemdelingenwet kunnen betrekking hebben op zowel vreemdelingen als EU/EER-onderdanen. In het NSIS mogen geen EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen ter fine van weigering van toegang worden gesignaleerd. Zodra een signalering in het NSIS wordt opgenomen blijft signalering in het OPS achterwege. Bij bevraging van niet EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen dient eerst het NSIS en vervolgens het OPS te worden geraadpleegd. + + + De IND zal voorstellen tot signalering toetsen aan de voorwaarden voor opnamen in het Opsporingsregister, dan wel NSIS. De politie- en grensbewakingsambtenaren dienen in voorkomende gevallen beide systemen te raadplegen. In de hierna vermelde gedragslijnen is reeds rekening gehouden met deze ontwikkelingen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)21-11-2004 -##### 4.2.1. Duur signalering bij signalering in E&S +#### 4.2. Soorten signaleringen -• De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat: -• de vreemdeling in E&S gesignaleerd staat; en -• buiten Nederland is. +##### 4.2.1. Signalering ‘ONGEW’ (ongewenst verklaard ex artikel 67 Vreemdelingenwet) -De vreemdeling toont dit aan bij zijn verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering na afloop van de duur van de signalering. +– de toegang geweigerd (in de gevallen genoemd in A2/5.2.3 na een beslissing van de IND); +– van deze weigering onmiddellijk kennis gegeven aan de IND; +– in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling de voorgeschreven aantekening omtrent het weigeren van toegang gesteld (artikel 4.27 Vreemdelingenbesluit). -##### 4.2.2. Duur signalering bij signalering eerst in E&S, daarna in SIS +##### 4.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling) -De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat de vreemdeling, die in het SIS gesignaleerd staat, het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verlaten. +1. verwijdering van een niet-criminele vreemdeling; termijn twee jaar; +2. verwijdering van een vreemdeling ten aanzien van wie terzake van een drugssmokkelgerelateerd misdrijf proces-verbaal werd opgemaakt, maar waarbij (nog) geen sprake is van een veroordeling; termijn twee jaar; +3. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf tot drie maanden; termijn twee jaar; +4. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf van drie tot zes maanden; termijn drie jaar; +5. verwijdering na veroordeling tot een vrijheidsstraf van zes maanden of meer (geen ongewenstverklaring ex artikel 67 Vreemdelingenwet); termijn vijf jaar; +6. weigering toegang/verwijdering van een vreemdeling die gebruik gemaakt heeft van valse/vervalste reis- of identiteitspapieren danwel opzettelijk reis- of identiteitspapieren heeft overgelegd die niet op hem betrekking hebben; termijn vijf jaar; +7. bij onttrekking aan toezicht; hiervan is sprake indien niet voldaan wordt aan een opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dan wel sprake is van een van de maatregelen van toezicht zoals die zijn opgesomd in artikel 4.37 tot en met 4.39 en artikelen 4.42 tot en met 4.52 Vreemdelingenbesluit; termijn drie jaar; +8. indien er naar het oordeel van onze Minister concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid; termijn tien jaar. -De IND telt de duur dat de vreemdeling buiten Nederland (maar binnen het grondgebied van de lidstaten) heeft verbleven gedurende de signalering in E&S, mee. +Ad. 2 Indien het proces-verbaal leidt tot een onherroepelijk vonnis kan er aanleiding zijn de signaleringsgrond te wijzigen. -De vreemdeling moet hiervoor een verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering indienen na afloop van de duur van de signalering. Zie hiervoor paragraaf A4/4.3 Vc. +Indien er geen sprake is van een proces-verbaal terzake van een drugssmokkelgerelateerd misdrijf, maar op basis van een ander misdrijf, vindt er slechts signalering plaats in het OPS voor de duur van één jaar. -#### 4.3. Opheffing van het besluit tot signalering +Ad. 7 Voor een overzicht van de vrijheidsbeperkende maatregelen zie A5/1.1. -De IND gaat over tot opheffing van het besluit tot signalering als dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: +Ad. 8 Deze signaleringsgrond is er met name op gericht vreemdelingen met banden met terroristische netwerken te weren. Hiermee wordt aangesloten bij de wens in verschillende resoluties van de Verenigde Naties om de bewegingsvrijheid van terroristen aan banden te leggen, met name in het kader van grensbewaking. De signaleringsgrond ziet op vreemdelingen aan wie op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet de toegang moet worden geweigerd en aan wie op grond van artikel 12, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet geen verblijf in de vrije termijn is toegestaan. In deze gevallen dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signalering hoeft niet gerelateerd te zijn aan daadwerkelijk verblijf in Nederland van de vreemdeling in het verleden, noch aan een daadwerkelijke komst naar Nederland in de toekomst. -• het vertrek uit Nederland en het onafgebroken verblijf buiten Nederland van toepassing is als sprake is van een signalering in E&S; en -• het vertrek uit het grondgebied van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland van toepassing is als sprake is van een signalering in SIS. +Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten. -De vreemdeling kan een verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering indienen als hij nog niet de vereiste duur buiten het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verbleven. De vreemdeling toont aan wanneer hij buiten Nederland, maar binnen het grondgebied van de lidstaten, heeft verbleven tijdens de periode van signalering in E&S. +#### 4.3. Hoe te handelen met een gesignaleerde vreemdeling -De IND gaat niet over tot opheffing van het besluit tot signalering op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het besluit tot signalering zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden. +Een vreemdeling die in het kader van grensbewaking wordt aangetroffen en die staat gesignaleerd zoals hiervoor omschreven, wordt in principe de toegang geweigerd op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b of d, Vreemdelingenwet. Er dient echter contact te worden opgenomen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) indien het een vreemdeling betreft als bedoeld in A2/5.2.3. + + + Een vreemdeling die in het kader van binnenlands vreemdelingentoezicht wordt aangetroffen kan op grond van de artikelen 50, jo. artikel 63, Vreemdelingenwet worden overgebracht naar een bureau van politie of een brigade van de Koninklijke Marechaussee. Het uitgangspunt van de signalering is dat de vreemdeling uit Nederland verwijderd dient te worden (zie echter hierna). Deze verwijdering dient conform het gestelde in A4 dan ook zo spoedig mogelijk te gebeuren. De vrijheidsontneming kan geschieden op grond van het bepaalde in artikel 50 en/of artikel 59 Vreemdelingenwet. + + + Indien aannemelijk is dat de verwijdering uit Nederland van een vreemdeling die terzake van een strafbaar feit gesignaleerd staat, na het ondergaan van zijn straf of na beëindiging van het tegen hem in te stellen strafrechtelijk onderzoek, op moeilijkheden zal stuiten of aanmerkelijke kosten met zich mee zal brengen, moet onmiddellijk contact met de IND worden opgenomen. + Dit laatste dient in ieder geval te geschieden indien een terzake van een strafbaar feit gesignaleerde vreemdeling niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of houder is van een (niet Nederlands) vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort. + Vanwege de IND zal – zo nodig – overleg met de betreffende justitie- of politieautoriteiten worden gepleegd en zullen nadere richtlijnen worden gegeven. + + + Indien daarvoor een concrete aanleiding is, kan de korpschef of het hoofd doorlaatpost een bijzondere aanwijzing vragen. + + + Indien de gesignaleerde vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning voor Nederland of een van de andere Schengenlanden, dan wel een aanvraag tot verblijf indient of heeft ingediend, dan wel een verblijfsvergunning wil verlengen, is de procedure zoals vermeld onder 4.4 van toepassing. + +200418222-09-200415-09-2004200418222-09-200415-09-200424-09-2004 -De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een besluit tot signalering dat aan een vreemdeling is opgelegd, omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, overeenkomstig artikel 6.5a, zesde lid, Vb, uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het besluit tot signalering, en: +#### 4.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen -• het vertrek uit Nederland bij een signalering in E&S ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven, of -• het vertrek uit het grondgebied van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland tenminste tien aaneengesloten jaren buiten voornoemd grondgebied heeft verbleven als sprake is van een signalering in SIS. +1. een vreemdeling die geen geldige verblijfstitel voor Nederland bezit en gesignaleerd staat; +2. een vreemdeling die een aanvraag tot verblijf indient en door Nederland in het SIS gesignaleerd staat; +3. een vreemdeling die een aanvraag tot verblijf indient c.q. heeft ingediend en in het SIS gesignaleerd staat voor een andere Schengenstaat; +4. een vreemdeling die in Nederland een geldige verblijfstitel bezit en in het SIS gesignaleerd staat voor een andere Schengenstaat. -Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het besluit tot signalering nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het besluit tot signalering. +– de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee dient Bureau SIRENE van de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten te allen tijde in kennis te stellen van een hitmelding (telefoon 079-345 98 98, fax 0900-899 82 44); +– het Bureau SIRENE Nederland stelt vervolgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en in de bovengenoemde gevallen 3 en 4 het Bureau SIRENE van het desbetreffende land in kennis; +– in de bovengenoemde gevallen 3 en 4 past de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de in artikel 25 van Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen genoemde raadpleegprocedure toe; +– het Bureau SIRENE registreert hitmeldingen in het (N)SIS en legt onder meer vast wanneer de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) een raadpleegprocedure ten aanzien van een vreemdeling start; +– na (middels bovengenoemde raadpleegprocedure) geïnformeerd te hebben bij de betreffende Schengenstaat, licht de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Bureau SIRENE in. Bij een positieve beschikking verzoekt de coördinator de signalerende staat de signalering uit het (N)SIS te verwijderen. Desgewenst kan het signalerende land betrokkene opnemen op de nationale signaleringslijst; +– de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)-aanspreekpunten/ coördinatoren voor (N)SIS-aangelegenheden zijn vermeld in A6/4. -#### 4.4. Tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering +ad 1. Zie algemeen. -Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering. Zie paragraaf A4/3.7 Vc. +Betrokkene dient te worden verwijderd buiten het Schengengebied. De korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee licht de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) daaromtrent door middel van proces-verbaal in. -#### 4.5. Bekendmaking besluit tot signalering +ad 2. Zie algemeen. -De IND kan het besluit tot signalering zowel uitreiken als toezenden. +De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning. Bij een negatieve beschikking waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, dient de vreemdeling te worden verwijderd. Bij een positieve beschikking dient de (N)SIS-signalering te vervallen. De IND-coördinator signaleringen verwijdert de signalering uit het (N)SIS. -## A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen +ad 3. Zie algemeen. + +De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning. Na het indienen van voornoemde aanvraag kan aan betrokkene door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een model M94-A worden uitgereikt. In dit formulier is vermeld dat betrokkene een aanvraag tot verblijf heeft ingediend terwijl deze ter fine van weigering van de toegang gesignaleerd staat. De vreemdeling dient deze verklaring bij zich te dragen en bij controle te overleggen. + +De verklaringen worden afgegeven door de visumloketten. De vreemdeling kan ter verkrijging van een model M94-A telefonisch een afspraak maken via het landelijke telefoonnummer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND): 0900-1234561. + +Bij een negatieve beschikking waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, dient betrokkene te worden verwijderd. Bij een positieve beschikking kan de toelatingsprocedure worden voortgezet. + +ad 4. Zie algemeen. + +De korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee die de betrokkene aantreft doet navraag naar de rechtmatige afgifte van de (tijdelijke) verblijfstitel bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Wanneer bij navraag blijkt dat de verblijfstitel rechtens is verstrekt, dient betrokkene zijn weg te vervolgen. + +Wanneer de signalering bij afgifte van de verblijfstitel dan wel bij de verlenging van die titel (nog) niet bekend was bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) maakt de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee die de vreemdeling heeft aangetroffen proces-verbaal van bevindingen op. Hierbij maakt hij een kopie van alle documenten die nog niet bekend waren bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) handelt conform ad 3. de hitmelding af en reikt aan betrokkene een model M94-B uit. De vreemdeling dient deze verklaring bij zich te dragen en bij controle te overleggen. + +De verklaringen worden afgegeven door de visumloketten. De vreemdeling kan ter verkrijging van een model M94-A telefonisch een afspraak maken via het landelijke telefoonnummer van de IND: 0900-1234561. + +#### 4.5. Signalering en weigering van toegang + +Indien een vreemdeling geen geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenstaten bezit en ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staat in OPS of (N)SIS, dient aan hem de toegang te worden geweigerd. De ambtenaar belast met de grensbewaking meldt de ‘hit’ bij bureau SIRENE (zie 4.1.3). + Indien een vreemdeling aangeeft een asielverzoek te willen indienen, dan wel reeds in het bezit is van een geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden, gelden de volgende richtlijnen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.5.1. Asielverzoek + +Indien een vreemdeling te kennen geeft een asielverzoek te willen indienen en in het SIS of OPS gesignaleerd staat, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de ‘hit’ bij bureau SIRENE (zie 4.1.3). + Vervolgens neemt IND de aanvraag in behandeling. IND dient op de hoogte te worden gesteld van het bestaan van de SIS- of OPS-signalering. + + + Bij een negatieve beschikking waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, dient betrokkene te worden verwijderd en blijft de signalering in SIS of OPS gehandhaafd. + Indien sprake is van een Dublinclaim, neemt het verantwoordelijke land de behandeling over en blijft de SIS-signalering vooralsnog gehandhaafd. Een uiteindelijke beslissing over het handhaven dan wel laten vervallen van de signalering wordt genomen door de Schengenstaat die de betrokken vreemdeling heeft gesignaleerd. + Bij een positieve beschikking wordt betrokkene toegelaten en dient de OPS- of SIS-signalering te vervallen. + Een OPS-signalering wordt volgens de gebruikelijke procedure door IND verwijderd. Indien het een nationale SIS-signalering betreft, verwijdert de betreffende districtscoördinator de signalering uit het (N)SIS. + Indien het een signalering door een andere Schengenstaat betreft dient die signalerende partij hierover geconsulteerd te worden. Dit gebeurt door de betreffende districtscoördinator signaleringen. Na de consultatie verzoekt deze coördinator aan de signalerende staat om de signalering uit het SIS te verwijderen. Desgewenst kan de signalerende staat betrokkene opnemen op de nationale signaleringslijst. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.5.2. Bezit geldige verblijfstitel/(N)SIS-signalering + +Indien een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de ‘hit’ bij bureau SIRENE (zie 4.1.3) en licht de coördinator signaleringen van het betreffende IND-district in. De vreemdeling dient in beginsel te worden doorgelaten dan wel doorreis te worden verleend. Bij twijfel over de verblijfsrechtelijke positie dient de ambtenaar alvorens de vreemdeling door te laten bij de korpschef van het regionale politiekorps waar betrokkene woonachtig is na te gaan of de Nederlandse verblijfstitel rechtmatig is afgegeven. + De raadplegingsprocedure met het betreffende Schengenland wordt vervolgens door de coördinator signaleringen van het betreffende IND-district opgestart. + +20038025-04-200317-03-2003HKUIT03-1156AUB20038025-04-200317-03-2003HKUIT03-1156AUB27-04-2003 + +##### 4.5.3. Bezit geldige verblijfstitel/OPS-signalering + +Aan een vreemdeling die in het bezit is van een voor Nederland of een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat, kan in beginsel de toegang worden geweigerd. Hierover dient contact te worden opgenomen met de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking meldt de ‘hit’ bij bureau SIRENE (zie 4.1.3). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.6. Opneming en vervallen van signaleringen + +Opneming en vervallenverklaring van de in dit hoofdstuk genoemde signaleringen geschiedt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt ook, op grond van de Overeenkomst ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen, welke signaleringen in het NSIS worden opgenomen. + + + De signaleringen zijn aan termijnen gebonden, die automatisch beëindigd worden, tenzij zich in die periode wijzigingen hebben voorgedaan, die leiden tot een nieuwe signalering of (voortijdige) vervallenverklaring. + + + De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet consequent ten aanzien van vreemdelingen die voldoen aan de onder A3/4.2.2 en A3/4.2.3 genoemde voorwaarden een verzoek om signalering doen. Evenzeer moeten deze autoriteiten in voorkomende gevallen zo spoedig mogelijk een bericht om vervallenverklaring van de signalering verzenden. Dit is vooral aan de orde indien de betrokken vreemdeling toestemming krijgt voor verblijf hier te lande. Bij elke beoordeling van een aanvraag om een verblijfstitel hier te lande dient de korpschef na te gaan of de betrokken vreemdeling is gesignaleerd. + + + Indien de identiteit van de vreemdeling niet bekend is, dient de korpschef er voor te zorgen dat steeds de Dienst Internationale Netwerken van het Korps landelijke politiediensten een onderzoek naar de vingerafdrukken doet. Dit onderzoek is noodzakelijk om te voorkomen dat vreemdelingen onder verschillende personalia gesignaleerd worden. De vreemdeling met meerdere personalia wordt in dat geval onder de naam zoals deze bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bekend is, gesignaleerd. De eventueel andere bekende personalia zullen als aliasnaam opgenomen worden. + + + Voor een voorstel tot signalering of een vervallenverklaring dient gebruik te worden gemaakt van het standaardformulier (model M93). Dit formulier dient verzonden te worden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het model M93 dient door de uitvoerende diensten zelf aangemaakt te worden. Het kan ook op eigen kosten besteld worden bij de Sdu Uitgevers, Den Haag. Tevens dient het nummer van het proces-verbaal, het proces-verbaal zelf of de registratiekaart te worden meegezonden. + +200418222-09-200415-09-2004200418222-09-200415-09-200424-09-2004 + +### 5. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten + +Politieke activiteiten van een vreemdeling die gevaar opleveren voor de openbare orde (met inbegrip van de goede internationale betrekkingen) of de nationale veiligheid kunnen grond vormen hem (voortgezet) verblijf te ontzeggen. Indien er naar het oordeel van de korpschef gebleken is van – of gegronde reden is te vrezen voor – deze politieke activiteiten, moet contact worden opgenomen met de IND teneinde te vernemen hoe moet worden gehandeld. + + + Is een vreemdeling in gevallen als vorenbedoeld voornemens hier te lande in het openbaar een spreekbeurt of voordracht te houden, dan kan – maar uitsluitend op aanwijzing van de Minister – aan de vreemdeling een mededeling worden gedaan als volgt: + ‘Bij het vervullen van uw spreekbeurt, voordracht enz., dient u zich te onthouden van uitlatingen die gevaar op kunnen leveren voor verstoring van de Nederlandse democratische samenleving, dan wel een bedreiging vormen voor de goede betrekkingen van het Koninkrijk met andere mogendheden’. + + + De in Nederland gevestigde organisatie die het optreden voorbereidt, wordt dienovereenkomstig ingelicht. + + + In gevallen waarin gebleken is dat de vreemdeling zich niet aan de gestelde voorwaarden heeft gehouden dient daaromtrent aanstonds te worden gerapporteerd aan de IND. Vanwege de Minister zullen dan aanwijzingen worden verstrekt of en zo ja, welke maatregelen tegen de vreemdeling moeten worden getroffen. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)21-11-2004 + +### 6. Invoering van strafrechtelijke verplichtingen van derden met betrekking tot het onrechtmatig verblijf + +Internationaal bestaan er vertakte organisaties die zich toeleggen op het misbruiken van het vreemdelingenrecht. Deze organisaties bereiden de vreemdeling voor op een passend vluchtrelaas of bewerkstelligen dat de vreemdeling in het bezit wordt gesteld van een vergunning tot verblijf. Om het euvel van de steeds slagvaardiger optredende ‘Schlepperorganisationen’ te kunnen bestrijden, zijn in het Wetboek van Strafrecht de artikelen 197a, 197b, 197c en 197d opgenomen. + + + In artikel 197a wordt de medeplichtigheid, uitlokking of begunstiging van wederrechtelijke toegangsverschaffing of wederrechtelijk verblijf strafbaar gesteld. De artikelen 197b-197d stellen de bevordering of begunstiging ‘door illegale tewerkstelling’ van wederrechtelijke toegangsverschaffing of van het wederrechtelijk verblijf hier te lande strafbaar. Als deze feiten beroepsmatig of uit gewoonte worden begaan, wordt een zwaardere straf bedreigd. + + + Het kwalificeren als misdrijf van de handelingen van ‘Schleppers’ en hun deelnemers is van groot belang voor de toepassing van de bevoegdheden in het kader van het Wetboek van Strafvordering en het opleggen van hogere straffen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +## A4. Vertrek en uitzetting ### 1. Inleiding -In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt. +In hoofdstuk 6 van de Vreemdelingenwet 2000 zijn regels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. + + + Uitgangspunt in de Vreemdelingenwet is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft, Nederland uit eigen beweging moet verlaten. De vreemdeling is daarbij zelf verantwoordelijk voor zijn terugkeer. Deze eigen verantwoordelijkheid is neergelegd in artikel 61 Vreemdelingenwet. De verplichting om Nederland te verlaten is ingevolge dat artikel afhankelijk van de rechtmatigheid van het verblijf. Welke vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft is opgenomen in artikel 8 Vreemdelingenwet. + + + De rechtsplicht Nederland te verlaten ontstaat vanaf het moment waarop het rechtmatig verblijf eindigt. De termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland dient te verlaten kan variëren en is geregeld in artikel 62 Vreemdelingenwet. Als hoofdregel geldt dat de vreemdeling nadat zijn rechtmatig verblijf is geëindigd het land binnen vier weken dient te verlaten. Daarentegen dient de vreemdeling Nederland onmiddellijk te verlaten indien deze geen rechtmatig verblijf heeft gehad of de vrije termijn voor verblijf in Nederland (van rechtswege) is verlopen (artikel 62, derde lid Vreemdelingenwet). Onmiddellijk vertrek geldt ook voor de vreemdeling van wie het vertrek i.v.m. de beroepstermijn van artikel 69 Vreemdelingenwet is opgeschort en deze beroepstermijn ongebruikt verstrijkt. De als hoofdregel genoemde vertrektermijn van vier weken kan door de Minister worden verkort in het belang van de uitzetting of het belang van de openbare orde of nationale veiligheid. + + + Wanneer de vreemdeling niet voldoet aan zijn verplichting Nederland uit eigen beweging binnen de gestelde termijn te verlaten dan kan diens vertrek uit Nederland worden afgedwongen door uitzetting. Voor de uitzetting van de vreemdeling zijn regels opgenomen in artikel 63 t/m 65 Vreemdelingenwet. Daarin is de Minister de bevoegdheid gegeven tot uitzetting en kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van de uitzetting. + Zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen, blijft uitzetting echter achterwege (artikel 64 Vreemdelingenwet). + + + Voor het vervoer van de vreemdeling die Nederland is binnengekomen met een vaartuig of luchtvaartuig en die Nederland onmiddellijk dient te verlaten, dan wel de vreemdeling die met het oog op zijn uitzetting is aangehouden binnen zes maanden nadat hij is binnengekomen met een vervoersonderneming, zijn in artikel 65 Vreemdelingenwet regels gesteld die deze onderneming verplichten de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland te vervoeren. Indien dit vervoer niet binnen redelijke tijd mogelijk is kunnen de kosten van uitzetting op de vervoersonderneming worden verhaald. + + + De minister van Justitie kan aan de korpschef van een regionaal politiekorps en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee aanwijzingen geven over de uitvoering van deze wet. Daarnaast kan de Minister van Justitie aan ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften m.b.t. vreemdelingen individuele aanwijzingen geven. + + + + Artikel 66 Vreemdelingenwet heeft betrekking op het verhaal van kosten van de uitzetting op de vreemdeling zelf. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.1. Enkele begrippen + +De Vreemdelingenwet kent slechts de begrippen vertrek en uitzetting. Vertrek wordt behandeld in hoofdstuk 6, afdeling 1, artikel 61 en 62 Vreemdelingenwet. Uitzetting wordt behandeld in hoofdstuk 6, afdeling 2, artikel 63 tot en met 66 Vreemdelingenwet. De in de uitvoeringspraktijk gehanteerde begrippen verwijdering, terugkeer, uitzetting en uitlevering worden hieronder nader toegelicht. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.2. Verwijdering + +Het begrip verwijdering omvat alle overheidshandelingen en handelingen van vervoerders die erop gericht zijn om een vreemdeling die Nederland moet verlaten daadwerkelijk te doen vertrekken. Hieronder vallen de begrippen (zelfstandig) vertrek en uitzetting. De handelingen van vervoerders zien enkel op vreemdelingen ten aanzien van wie zij op grond van artikel 65 Vreemdelingenwet een terugvoerverplichting hebben. + +200324823-12-200316-12-2003HKUIT03-5910(AUB)200324823-12-200316-12-2003HKUIT03-5910(AUB)25-12-2003 + +#### 1.3. Vertrek + +Van vertrek is sprake indien een vreemdeling Nederland uit eigen beweging al dan niet gedurende de vertrektermijn verlaat. Dit zelfstandige vertrek kan ook door het Terugkeerbureau en het Bureau Doormigratie van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland worden gefaciliteerd. Hiertoe biedt het IOM een terugkeerregeling aan (zie 5). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.4. Uitzetting + +De wet bevat geen definitie van het begrip uitzetting. De term uitzetting wordt gebruikt voor alle gevallen van ‘verwijdering met de sterke arm uit Nederland’. Dit impliceert dat er nog geen sprake is van uitzetting als een vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld ons land op een door hem verkozen wijze te verlaten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.5. Uitlevering + +Uitlevering heeft een strafrechtelijk doel, namelijk het ter beschikking stellen van een persoon aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen de vreemdeling gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregel. Uitlevering geschiedt uitsluitend krachtens verdrag en overeenkomstig de bepalingen van de Uitleveringswet. Uitlevering vindt bovendien slechts plaats op verzoek van een buitenlandse autoriteit. Indien een formeel uitleveringsverzoek is gedaan door het land waarnaar een vreemdeling zou moeten worden uitgezet of door een ander land, mogen er geen handelingen in die richting plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond (zie 8). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 2. Vertrek + +#### 2.1. Vreemdelingen op wie de rechtsplicht rust om Nederland uit eigen beweging te verlaten + +Vreemdelingen die niet of niet langer rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vreemdelingenwet hebben dienen Nederland uit eigen beweging te verlaten binnen de in artikel 62 Vreemdelingenwet bepaalde termijn. + De rechtsplicht om Nederland te verlaten ontstaat vanaf het moment waarop het rechtmatig verblijf eindigt. Voor vreemdelingen die nooit rechtmatig verblijf in Nederland hebben gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft, ontstaat deze rechtsplicht meteen vanaf het moment waarop zij zich illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft. + Voor vreemdelingen die wel een aanvraag hebben ingediend, maar waarvan de aanvraag is afgewezen en het bezwaar of beroep de werking van de bestreden beschikking niet opschort, ontstaat de rechtsplicht na afwijzing van de aanvraag. Als bezwaar of beroep de werking van de bestreden beschikking opschort, dan ontstaat de rechtsplicht nadat de opschorting is geëindigd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.1.1. Verwijdering van gezinsleden + +Indien het hoofd van een gezin uit Nederland moet worden verwijderd, geldt als algemene regel dat de tot zijn gezin behorende vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer krachtens een van de bepalingen van artikel 8 Vreemdelingenwet is toegestaan in Nederland te verblijven, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin verwijderd dienen te worden. Indien al dan niet door toedoen van een gezinslid gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, kan gescheiden verwijdering pas plaatsvinden nadat hiervoor toestemming is verleend door het betreffende regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 2.2. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek uit Nederland + +Indien de beschikking waarbij de aanvraag is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken en waarbij de werking van die beschikking is opgeschort kan op grond van artikel 61 lid 2 Vreemdelingenwet desalniettemin medewerking van de vreemdeling worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Deze regeling maakt het onder meer mogelijk om medewerking van de asielzoeker te kunnen verlangen aan de voorbereiding van de terugkeer wanneer de eerste beslissing op het asielverzoek negatief is zodat, ingeval de bestreden beschikking in de rechterlijke procedure wordt bevestigd, het vertrek zo snel mogelijk kan plaatsvinden. In voorkomende gevallen kan van de asielzoeker worden verlangd dat hij zich inspant om vervangende reisdocumenten te verkrijgen. Dat betekent niet persé dat de vreemdeling zich dient te wenden tot autoriteiten van zijn land van herkomst. Hij kan bijvoorbeeld ook via familieleden of vrienden in het land van herkomst trachten om identiteitsdocumenten of andere schriftelijke stukken waaruit zijn nationaliteit en identiteit blijkt, te verkrijgen. De vreemdeling kan zonodig op grond van artikel 4.38 Vreemdelingenbesluit door de korpschef worden gevorderd om te verschijnen teneinde gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. + + + + + Artikel + 4.38 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De vreemdeling verstrekt op vordering van Onze Minister de gegevens, bedoeld in de artikelen 4.39 tot en met 4.44, binnen de in de vordering aangegeven tijd. + + + 2 + Indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat kan de in het voorgaande lid bedoelde vordering inhouden dat de vreemdeling de gegevens in persoon verstrekt. + + + 3 + In het belang van de vreemdelingenregistratie kan een vordering als bedoeld in het eerste lid bij algemene bekendmaking worden gedaan. + + + 4 + Indien de vreemdeling jonger is dan twaalf jaar, dan kan de vordering, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden gericht tot de wettelijke vertegenwoordiger. + + + + + Steeds dient door de ambtenaar belast met het toezicht aan de vreemdeling duidelijk te worden gemaakt wat er van hem in dit kader wordt verlangd. In de vreemdelingenadministratie vindt hiervan registratie plaats. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 2.3. Het indienen van een klacht schort het vertrek uit Nederland niet op + +In het derde lid van artikel 61 Vreemdelingenwet is neergelegd dat het indienen van een klacht als bedoeld inartikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht de verplichting om Nederland uit eigen beweging te verlaten niet opschort. Als de vreemdeling wordt uitgezet, kan hij, indien de klacht in behandeling zal worden genomen, in het buitenland over zijn klacht worden gehoord. De omstandigheid dat de vreemdeling in het buitenland kan worden gehoord maakt het mogelijk dat indien de vreemdeling vooraf of tijdens de uitzetting kenbaar maakt een klacht te willen indienen de uitzetting doorgang kan vinden. Ook is het mogelijk dat de klacht schriftelijk wordt afgehandeld (artikel 9:10, tweede lid, van de Awb) of dat de vreemdeling een klacht laat indienen door een vertegenwoordiger in Nederland (artikel 9:1, eerste lid Awb). (Zie A7 voor de klachtenprocedure bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst). + Een klacht hoeft niet te worden behandeld indien zij betrekking heeft op besluiten of beschikkingen waartegen bezwaar of beroep had kunnen worden ingesteld. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 2.4. Vertrek naar een plaats buiten Nederland waar toelating gewaarborgd is + +Vreemdelingen die Nederland dienen te verlaten, zijn in beginsel vrij zich te begeven naar het land van hun keuze, waar de toegang is gewaarborgd. Dit is ook het geval, indien geen vertrektermijn wordt gegund. Toegang tot een ander land dan het land van herkomst moet de vreemdeling zelf aannemelijk maken. + Concrete informatie over de voorwaarden voor binnenkomst in een bepaald land wordt getoetst aan het individuele geval. In voorkomende gevallen dient hierover contact te worden opgenomen met het verantwoordelijke regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 3. Vreemdelingen op wie niet de rechtsplicht rust Nederland te verlaten + +In de Vreemdelingenwet is uitzetting een van rechtswege intredend gevolg van het niet inwilligen van de aanvraag. Zolang de vreemdeling krachtens een van de bepalingen van artikel 8 Vreemdelingenwet rechtmatig verblijf heeft in Nederland rust op de vreemdeling geen rechtsplicht om Nederland te verlaten. Indien in een aanvraagprocedure opschorting van de werking van het genomen besluit aan de orde is, is sprake van rechtmatig verblijf en is uitzetting niet aan de orde. Voor de vraag of van opschorting sprake is, zie C3/17.3, B1/4.7.6, B1/4.8.2, B1/4.9.2 en artikel 8.13, tweede en derde lid Vreemdelingenbesluit. + + + + + Artikel + 8.13 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Uitzetting van een gemeenschapsonderdaan blijft achterwege zolang niet is gebleken dat hem geen verblijfsrecht toekomt of dat zijn verblijfsrecht is vervallen. + + + 2 + De vreemdeling die onderdaan is van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel zijn gezinslid en die geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan toekomt, dan wel wiens verblijfsrecht is vervallen, wordt niet uitgezet dan nadat hem een termijn van ten minste vier weken is gegund om te vertrekken naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating is gewaarborgd. + + + 3 + Uitzetting van de in het tweede lid bedoelde vreemdeling blijft achterwege zolang niet is beslist op een tijdig ingediend bezwaar tegen een beschikking als bedoeld in het tweede lid. + + + 4 + Van het tweede en derde lid kan in dringende gevallen worden afgeweken. + + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.1. Gevallen waarin geen uitzetting mag plaatsvinden terwijl er wel een rechtsplicht op de vreemdeling rust om Nederland te verlaten + +1. indien het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of een van zijn gezinsleden, die Nederland eveneens dienen te verlaten, niet verantwoord is om te reizen (zie artikel 64 Vreemdelingenwet en A4/7); +2. indien uit een signalering of anderszins blijkt dat door een buitenlandse autoriteit de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) van een vreemdeling is of wordt gevraagd (zie A4/8); +3. indien het betreft een vreemdeling die als verdacht van een strafbaar feit is aangehouden, of tegen wie een strafvervolging wegens misdrijf is ingesteld, of die tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld of ten aanzien van wie een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd. Een en ander zolang het onderzoek nog niet is beëindigd, of omtrent de strafvervolging nog niet onherroepelijk is beslist, of de opgelegde straf of maatregel nog niet is ondergaan. In zodanige gevallen mag niet tot uitzetting worden overgegaan tenzij het openbaar ministerie daartegen geen bezwaar heeft. + +##### 3.1.1. Bericht over een bezwaar- of administratief beroepschrift of voorlopige voorziening en het (niet) achterwege laten van de uitzetting + +Voor berichten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee over de indiening van een bezwaar- of administratief beroepschrift of voorlopige voorziening, zie B1/4.7.5, B1/4.8.3, B1/4.9.4, C3/17.3.3, C3/17.5 en C3/18.4. + Voor berichten aan de indiener van een bezwaar- of administratief beroepschrift, zie B1/4.7.5. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +##### 3.1.2. Het stellen van een aantekening indien de werking van het besluit wordt opgeschort + +Voor het stellen van aantekeningen indien de werking van het besluit wordt opgeschort, zie B1/4.7.6.5. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 4. Vertrektermijn + +#### 4.1. Algemeen (artikel 62 Vreemdelingenwet) + +De vreemdeling wiens rechtmatig verblijf is geëindigd, dient Nederland in het algemeen binnen vier weken (vertrektermijn) te verlaten. Het gevolg van deze in de wet neergelegde termijn is dat de rechter, wanneer hij het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag ongegrond verklaart, geen andere vertrektermijn kan geven (zie ook 4.2). + De vertrektermijn van vier weken geldt eveneens voor die vreemdelingen wier verblijfsaanvraag reeds in het Aanmeldcentrum wordt afgewezen, tenzij de vreemdeling de hier geldende beroepstermijn van één week ongebruikt laat verstrijken (zie ook 4.1.2). + + + De Minister heeft de bevoegdheid in bepaalde gevallen een kortere termijn te stellen (zie 4.1.4). + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +##### 4.1.1. Vertrektermijn van vier weken + +De vertrektermijn van vier weken (artikel 62, eerste lid Vreemdelingenwet) gaat in nadat het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vreemdelingenwet is geëindigd. De vreemdeling dient Nederland binnen deze termijn op eigen gelegenheid te verlaten. Voldoet de vreemdeling niet aan deze verplichting, dan kan de uitzetting aan de orde zijn. De uitzetting blijft echter achterwege als uit de wet het tegendeel volgt (zie ook 4.3, 4.7 en 4.8). + + + In deze gevallen kan de korpschef, indien zich omstandigheden voordoen als bedoeld in 4.1.2 en 4.1.3, zelfstandig beslissen om de vertrektermijn in mindering te brengen op de beroepstermijn, geen vertrektermijn te gunnen of de vertrektermijn te verkorten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.1.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn + +Indien de vreemdeling de beroepstermijn ongebruikt laat, kan deze in mindering worden gebracht op de vertrektermijn van vier weken (artikel 62, tweede lid Vreemdelingenwet). Omdat de beroepstermijn in het algemeen vier weken bedraagt, dient de vreemdeling in deze gevallen na het verstrijken van de ongebruikte beroepstermijn Nederland onmiddellijk te verlaten. Reden hiervoor is dat de vreemdeling reeds voorbereidingen voor zijn vertrek heeft kunnen nemen. + + + Wanneer een verblijfsaanvraag van de vreemdeling in het Aanmeldcentrum is afgewezen, bedraagt de beroepstermijn ingevolge artikel 82, tweede lid Vreemdelingenwet, één week. Indien de vreemdeling in dit geval geen beroep instelt, dient hij Nederland onmiddellijk na het verstrijken van de ongebruikte beroepstermijn van één week te hebben verlaten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.1.3. Onthouden van een vertrektermijn + +1. de vreemdeling wiens rechtmatig verblijf is geëindigd door afloop van de termijn als bedoeld in artikel 12 Vreemdelingenwet (de zogenaamde vrije termijn); +2. de vreemdeling die nooit rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland heeft verschaft. + +##### 4.1.4. Verkorten van de vertrektermijn + +1. in het belang van de uitzetting: +- – indien de geldigheidsduur van de beschikbare reisdocumenten door het toekennen van een termijn van vier weken verloopt; +– indien gegronde vrees bestaat dat de vreemdeling misbruik zal maken van het gunnen van een vertrektermijn door niet rechtmatig in ons land achter te blijven; +– indien de eerste reismogelijkheid zich voordoet vóór het verstrijken van de vertrektermijn, terwijl de daaropvolgende reismogelijkheid in redelijkheid te lang na het verstrijken van de vertrektermijn ligt; +– wanneer binnen de vertrektermijn van de vreemdeling de mogelijkheid bestaat hem in het kader van een door de Immigratie- en Naturalisatiedienst georganiseerde vlucht te laten terugkeren; +– indien het een vreemdeling betreft wiens uitzetting dient te geschieden door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten ingevolge terug- en overnameovereenkomsten (zie 11); +2. in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid. + +#### 4.2. Rechtsmiddelen in relatie tot de vertrektermijn + +1. indien de Minister de vertrektermijn tegelijk met de afwijzing van de aanvraag verkort, dan zal de rechter bij de beoordeling van het beroep op de rechter tevens de verkorting van de termijn beoordelen; +2. indien de Minister pas na afloop van het beroep op de rechter de vertrektermijn verkort, dan is afzonderlijk bezwaar of beroep mogelijk. In dit laatste geval mag de behandeling van een ingediend bezwaar- of beroepschrift niet in Nederland worden afgewacht. + +### 5. Zelfstandige gefaciliteerde terugkeer + +#### 5.1. Algemeen + +De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland bemiddelt bij de terugkeer van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe een terugkeerregeling aan. Deze regeling houdt in dat de vreemdeling in het bezit wordt gesteld van een vliegticket voor zijn vertrek naar zijn land van herkomst en dat een ondersteuningsbijdrage wordt toegekend ten behoeve van de kosten van levensonderhoud in de eerste periode na vertrek uit Nederland. Ook kan de vreemdeling in aanmerking komen voor reiskosten binnen het land van bestemming, naar de plaats van vestiging. + + + De IOM bemiddelt ook het zelfstandig vertrek van vreemdelingen naar derde landen waar toelating is gewaarborgd (z.g. doormigratie). + + + De uitvoeringsregeling van het Terugkeerprogramma is opgenomen in de Staatscourant 250 van 24 december 1991. + + + De Terugkeerregeling is vooral bedoeld voor de categorie vreemdelingen die met toestemming van de overheid hier te lande verblijft, na een eerste afwijzing van een verzoek om een verblijfstitel. Gelet op het doel van een humaan en effectief terugkeerbeleid worden andere vreemdelingen niet bij voorbaat van het Terugkeerprogramma uitgesloten, mits ook dit niet het Nederlandse verwijderingsbeleid doorkruist. In geval van illegaal verblijf of beperking van de bewegingsvrijheid c.q. inbewaringstelling zal derhalve steeds op individuele basis aan deze voorwaarde door het IOM moeten worden getoetst bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en/of de verantwoordelijke vreemdelingendienst. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 5.2. Procedure + +– de vreemdeling vult een aanvraagformulier in dat naar het Terugkeerbureau van de IOM in Den Haag wordt gezonden; +– het Terugkeerbureau gaat na of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van bijdragen onder het Terugkeerprogramma; +– indien dit het geval is, krijgt de vreemdeling bericht dat hij in beginsel onder het terugkeerprogramma kan vertrekken; +– de vreemdeling vertrekt vanaf Schiphol, waar hij de terugkeerbijdragen krijgt uitgereikt na intrekking van eventuele procedures over een verblijfstitel. -Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de Vreemdelingenwet, zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed: +ad a. De IOM benadert de vreemdeling actief met informatie over de ondersteuning die de IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Het verkrijgen van reispapieren is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling. Vanuit een zestal districtskantoren houden medewerkers van de IOM spreekuren op oriëntatiecentra en terugkeerlocaties en op de districtskantoren. Bij deze werkzaamheden worden zij ondersteund door het Terugkeerbureau en het Bureau Doormigratie van IOM Nederland in Den Haag. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de faciliteiten van de IOM wordt het terugkeer- of doormigratieformulier ingevuld en doorgestuurd naar de IOM in Den Haag. Indien de vreemdeling bij de korpschef een beroep wenst te doen op het terugkeerprogramma dient deze hem door te verwijzen naar het districtskantoor van de IOM. -• Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling; -• De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit moeten voortdurend in acht worden genomen; -• Tegen een besluit tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel kan de vreemdeling beroep instellen bij de rechtbank. +ad b. Het Terugkeerbureau of het Bureau Doormigratie van de IOM in Den Haag beoordelen de aanvragen. Indien de aanvraag aan alle door de IOM gestelde voorwaarden voldoet, wordt deze in behandeling genomen. Zonodig wordt de vreemdeling door de IOM uitgenodigd voor een nader gesprek. Vanwege de voorwaarden voor vertrek onder het Terugkeerprogramma vindt over elke aanvraag afstemming plaats tussen het Terugkeerbureau en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) informeert de korpschef terstond onder andere door het verschaffen van de personalia van de betrokken vreemdeling. Zonodig stemt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nader af met de korpschef. Indien de betrokken vreemdeling niet met instemming van de overheid hier te lande verblijft, wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nagegaan of er reeds concrete verwijderingsmaatregelen jegens hem zijn genomen. In dat geval zal doorgaans geen toestemming voor vertrek via het Terugkeerbureau worden gegeven. De korpschef wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) terstond geïnformeerd over het voorgenomen vrijwillige vertrek van de illegale vreemdeling en het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hiervoor geen toestemming te verlenen. -De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen: +ad c. Indien een aanvraag is goedgekeurd organiseert de IOM de reis en stelt de uit te keren bedragen voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van reisdocumenten. Indien op het aanvraagformulier is aangegeven dat het reisdocument zich bevindt bij de korpschef, zal het Terugkeerbureau de korpschef kunnen verzoeken om toezending van een kopie van het reisdocument. Het originele reisdocument dat in bewaring is bij de korpschef wordt op aanvraag van het Terugkeerbureau naar IOM in Den Haag gezonden en bij vertrek op Schiphol aan de vreemdeling overhandigd. -• artikel 6, 6a, 59, 59a en 59b Vw; -• artikel 5.1 tot en met artikel 5.7 Vb; -• artikel 5.1 tot en met artikel 5.4 Vv. +In beginsel zal de vreemdeling binnen vier weken na indiening van de aanvraag kunnen vertrekken. + +Indien het een vreemdeling betreft die in het bezit is van een (elektronisch) W-document of F-document zal het Terugkeerbureau de vreemdeling berichten dat hij deze voorafgaand aan zijn vertrek bij de korpschef moet inleveren. + +ad d. Het kantoor van de IOM op Schiphol handelt de uitreisformaliteiten af. Na ondertekening door de vreemdeling van een verklaring dat hij afziet van het voeren van procedures, voorzover het lopende aanvragen betreft, ter verkrijging van een verblijfstitel, worden aan hem het vliegticket en de financiële bijdrage overhandigd. Vervolgens begeleiden medewerkers van de IOM de vreemdeling naar het vliegtuig. De korpschef, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het COA ontvangen schriftelijk bericht van de IOM dat de vreemdeling is afgereisd onder het Terugkeerprogramma. In deze gevallen dient er geen bericht (model M100) aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te worden gestuurd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan de IOM over eventuele ketenpartners die door de IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte gesteld moeten worden. + +### 6. Effectuering van de uitzetting + +#### 6.1. Algemeen + +1. door overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten (zie 11); of +2. door plaatsing aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming die de vreemdeling heeft aangevoerd (zie 9); +3. indien 1 noch 2 mogelijk is: rechtstreeks naar het land waar toegang van de vreemdeling gewaarborgd is. + +– de vreemdeling beschikt over zijn geld en andere eigendommen; +– de vreemdeling zijn vertrek ook overigens heeft voorbereid; +– de vreemdeling is voorzien van zijn bagage (max. 20 kg). + +#### 6.2. Aanvragen reisdocumenten + +Uitgangspunt in de Vreemdelingenwet is dat de vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan, een eigen verantwoordelijkheid heeft om Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn te verlaten. Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, dient hij hiervoor tijdig zelf te zorgen. Hiertoe kan de vreemdeling zich wenden tot zijn eigen diplomatieke vertegenwoordiging of tot familieleden/bekenden in het land van herkomst. + + + Wanneer een vreemdeling niet zelfstandig Nederland verlaat, kan uitzetting aan de orde komen (artikel 63 Vreemdelingenwet). + In een aantal gevallen is uitzetting van een vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan, niet onmiddellijk uitvoerbaar, omdat deze niet over een reisdocument beschikt op grond waarvan zijn toegang tot een ander land is gewaarborgd. Om na te gaan of de vreemdeling bij een andere ketenpartner bekend is, dient in die gevallen zonodig het Vreemdelingen Administratie Systeem (VAS) of het Basis Voorziening Vreemdelingen (BVV) te worden geraadpleegd. Ter vaststelling van de nationaliteit en identiteit kan hier o.a. worden gedacht aan het vergelijken van foto’s en vingerafdrukken. + Indien de uit te zetten vreemdeling niet in het bezit is van een reisdocument op grond waarvan de toegang tot het land van bestemming en zijn eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zo spoedig mogelijk een reisdocument (paspoort, laissez-passer, emergency travel document) en de eventueel benodigde (transit)visa aanvragen bij de dichtstbijzijnde betreffende buitenlandse vertegenwoordiging. + + + Een uitzondering hierop vormen de gevallen, waarin onmiddellijke uitzetting door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is (zie 9). Indien de uitzetting van een vreemdeling als hier bedoeld niet op de voorgeschreven wijze kan worden geëffectueerd, dient contact te worden opgenomen met het verantwoordelijke regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + + + Voor een beperkt aantal nationaliteiten geldt dat de aanvragen van vervangende reisdocumenten centraal door tussenkomst van Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden verzorgd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelt periodiek een overzicht ter beschikking aan de korpschef en de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee waarin de aanvraagprocedures van verwijderingen per land van bestemming zijn opgenomen. Hierin is ook per land opgenomen of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zich zelfstandig kan wenden tot de betreffende vertegenwoordiging of dat dit door tussenkomst van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dient te gebeuren. + Het verdient aanbeveling dit overzicht te raadplegen, alvorens de aanvraag voor een vervangend reisdocument te starten. + + + In beginsel dient het aanvragen van een reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek, indien het om een asielzoeker gaat, pas te geschieden na een uitspraak van de rechter. Indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zich voor het aanvragen van een reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot een diplomatieke vertegenwoordiging in geval er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel en het verkrijgen van een vervangend reisdocument veel tijd in beslag neemt. + Eventueel kan ook in andere (bijzondere) gevallen worden overgegaan tot vroegtijdige presentatie. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om afgewezen asielzoekers afkomstig uit een land waarvan bekend is dat het verkrijgen van reisdocumenten lange tijd in beslag neemt en er sprake is van openbare-orde-aspecten (bijvoorbeeld iemand die op grond van het strafrecht van zijn vrijheid is beroofd). + Een vroegtijdige presentatie zoals hierboven omschreven dient achterwege te blijven indien de verwijdering snel kan worden geëffectueerd. In deze gevallen neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen altijd vooraf contact op met het verantwoordelijke regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + + + De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de diplomatieke vertegenwoordiging nimmer op de hoogte van het feit dat de vreemdeling een asielzoeker is. Er kan slechts worden aangegeven dat de persoon in kwestie Nederland dient te verlaten. + De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ziet er op toe, dat geen aantekeningen in het document van de asielzoeker worden geplaatst. + Is de vreemdeling in een huis van bewaring, een gevangenis, een TBS-inrichting of een soortgelijke inrichting opgenomen, dan dient het reisdocument zo mogelijk reeds tijdens zijn verblijf in die inrichting te worden aangevraagd, opdat de uitzetting zo spoedig mogelijk, bij voorkeur onverwijld, na het ontslag kan plaatsvinden (zie ook 6.11). + + + Ter vaststelling van de nationaliteit van een vreemdeling kan in bijzondere gevallen gebruik worden gemaakt van de bij Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aanwezige expertise op het gebied van taalanalyse. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +#### 6.3. Gedragslijn indien het onmogelijk blijkt tijdig een (vervangend) reisdocument te bemachtigen + +##### 6.3.1. Gedragslijn indien een buitenlandse vertegenwoordiging een aanvraag afwijst + +Indien een buitenlandse vertegenwoordiging weigert het aangevraagde reisdocument of visum te verstrekken, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, in de gevallen dat deze de aanvraag rechtstreeks bij de diplomatieke vertegenwoordiging heeft ingediend, daarvan zo spoedig mogelijk mededeling te doen aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst, zoveel mogelijk onder overlegging van bescheiden die van belang kunnen zijn om de vreemdeling alsnog uit te zetten. + Is de aanvraag afgewezen omdat de buitenlandse vertegenwoordiging van oordeel is dat de vreemdeling niet de nationaliteit bezit van het desbetreffende land en er gerede twijfel bestaat over dit oordeel van de buitenlandse vertegenwoordiging, dan dient mede bij de stukken gevoegd te zijn een uitvoerig rapport, vermeldende alle beschikbare gegevens welke van belang kunnen zijn ter vaststelling van de nationaliteit van de vreemdeling. In het bijzonder dienen daarbij opgegeven te worden de vermeende personalia van de betrokkene en zo mogelijk van zijn ouders, de plaatsen en adressen waar hij sedert zijn geboorte heeft gewoond, de datum waarop hij laatstelijk Nederland is binnengekomen en de eventueel door de vreemdeling zelf aangevoerde gronden voor het al dan niet bezitten van de veronderstelde nationaliteit. Zo mogelijk zal aan de hand van de verstrekte informatie alsnog worden getracht een reisdocument te verkrijgen. + +20043926-02-200427-01-200420043926-02-200427-01-200428-02-2004 + +##### 6.3.2. Afgifte van een EU-staat + +– het is niet mogelijk gebleken tijdig een (vervangend) reisdocument te verkrijgen van de betreffende (feitelijke) autoriteiten in het land van herkomst of een derde land, of er zijn met de autoriteiten van het desbetreffende land afspraken gemaakt over het gebruik van de EU-staat; +– er bestaan één of meerdere aanwijzingen op grond waarvan de nationaliteit, en in – voorkomende gevallen – de identiteit van de betrokken vreemdeling aangenomen kan worden; +– er bestaat een redelijke kans dat de betrokken vreemdeling wordt toegelaten in het land waar hij naar terug dient te keren. + +#### 6.4. Inhouden van documenten + +Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan of de hand is gehouden aan de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten als bedoeld in A3/2.5.2.3. + + + Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +#### 6.5. Stellen van aantekeningen in reisdocumenten + +1. een aantekening omtrent verwijdering mag in het reisdocument van een vreemdeling alleen worden gesteld indien er gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten zich (opnieuw) naar Nederland te begeven, zonder te voldoen aan de bij of krachtens de Vreemdelingenwet gestelde voorwaarden voor binnenkomst; +2. een aantekening omtrent verwijdering mag niet worden gesteld indien de doorreis van de vreemdeling door of diens toelating tot een derde land daardoor zou worden bemoeilijkt. Gevaar voor moeilijkheden met het oog op doorreis door of toelating tot derde landen zal niet bestaan indien: +- – de vreemdeling met toepassing van de ter zake gesloten overeenkomsten door bemiddeling van het land waarmee de overeenkomst is gesloten naar een derde land wordt uitgezet (zie 11); +– de vreemdeling rechtstreeks wordt verwijderd naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, hetzij omdat hij onderdaan is van dat land, hetzij omdat hij in het bezit is van een voor toelating tot dat land geldig reisdocument. + +Bij uitzetting van een vreemdeling door middel van overgave aan de Belgische grensautoriteiten (zie 11) blijft – tenzij de Minister een andersluidende aanwijzing heeft gegeven – het stellen van een aantekening omtrent verwijdering in het reisdocument steeds achterwege indien de vreemdeling bestemd is om uit het Beneluxgebied te worden verwijderd; +3. aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- en/of reisdocumenten: +- – van asielzoekers (zie C3/10.5); of +– van vreemdelingen op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van vrouwenhandel van toepassing is (zie B9). + +#### 6.6. Intrekking geldigheidsduur visa + +Over de eventuele intrekking van de resterende geldigheidsduur van een visum dient contact opgenomen te worden met de IND (Visa-dienst kort verblijf). Zie A6/5. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +#### 6.7. Toezending van reisdocumenten aan de doorlaatpost van uitreis + +In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in artikel 4.23 Vreemdelingenbesluit tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de doorlaatpost/overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. + + + + + Artikel + 4.23 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, nemen op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet het reis- of identiteitspapier van een persoon tijdelijk in bewaring: + + + a. + voorzover zulks nodig is voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in artikel 4.45, of voor het stellen van een aantekening als bedoeld in artikel 4.24 tot en met artikel 4.35; + + + b. + indien de persoon ter vaststelling van zijn identiteit is staande gehouden en niet aanstonds blijkt dat het hem is toegestaan in Nederland te verblijven, terwijl de gelegenheid ontbreekt hem, met toepassing van artikel 50, tweede of derde lid, van de Wet naar een plaats, bestemd voor verhoor, over te brengen; + + + c. + gedurende de tijd dat de persoon rechtens zijn vrijheid is ontnomen, of; + + + d. + voor zover zulks nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de Wet. + + + + + 2 + In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het reis- of identiteitspapier aan de persoon teruggegeven, indien hij aan de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee de gegevens heeft verstrekt die deze in het belang van de toepassing van de Wet vraagt, tenzij er uit anderen hoofde gronden aanwezig zijn om het document in bewaring te houden. + + + + + Zie in dit verband ook A3/2.5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (model M101). + + + De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zendt het reisdocument tijdig per aangetekende brief aan het hoofd van de betreffende doorlaatpost/overgave-overnamepunt onder nauwkeurige opgave van het tijdstip waarop de vreemdeling langs deze doorlaatpost/overgave-overnamepunt zal uitreizen. + Het hoofd van de desbetreffende doorlaatpost/overgave-overnamepunt geeft het reisdocument aan de vreemdeling terug nadat deze het ontvangstbewijs voor terugontvangst (model M101) heeft ondertekend en controleert of de vreemdeling inderdaad het land verlaat. Vervolgens stelt het hoofd van de doorlaatpost/overgave-overnamepunt op het ingehouden ontvangstbewijs een verklaring waaruit blijkt dat het vertrek van de vreemdeling is gecontroleerd en zendt hij het ontvangstbewijs terug aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het heeft afgegeven. + Indien de vreemdeling zich niet op de afgesproken tijd en plaats bij het hoofd van de doorlaatpost/overgave-overnamepunt heeft vervoegd, of indien de uitreis van de vreemdeling vertraging ondervindt, dan wel op moeilijkheden stuit, geeft het hoofd van de doorlaatpost/overgave-overnamepunt aanstonds kennis aan de betrokken korpschef, teneinde overleg te plegen omtrent de ter zake te volgen gedragslijn. + +200422419-11-200411-11-2004200422419-11-200411-11-200421-11-2004 + +#### 6.8. Binnentreden van woningen + +Wanneer de vreemdeling na afloop van de vertrektermijn Nederland niet uit eigen beweging heeft verlaten, zijn de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd elke plaats te betreden om de vreemdeling uit te zetten. Onder het betreden van elke plaats is ook begrepen het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner (artikel 27, eerste lid onder c en 45, eerste lid onder d Vreemdelingenwet). + + + In artikel 53, eerste lid Vreemdelingenwet is de mogelijkheid geboden om zonder toestemming van de bewoner een woning te betreden indien er op grond van feiten en omstandigheden, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden bestaat dat op deze plaats een vreemdeling verblijft die geen rechtmatig verblijf heeft. De identiteit van de vreemdeling behoeft voorafgaand aan het betreden van de woning niet bekend te zijn aan de betreffende ambtenaar. + + + In artikel 53, tweede lid, Vreemdelingenwet is opgenomen dat ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd zijn elke plaats te betreden, daaronder begrepen een woning zonder toestemming van de bewoner, voorzover dat nodig is ter uitzetting van de vreemdeling dan wel voor de inbewaringstelling van de vreemdeling op grond van artikel 57 Vreemdelingenwet (zie A3/2.6). + + + De Algemene wet op het binnentreden is van toepassing, hetgeen betekent dat een machtiging nodig is (artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden). Deze machtiging kan aan ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen worden verleend door de burgemeester, de officier van justitie of de hulpofficier van justitie (artikel 3 van de Algemene wet op het binnentreden). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.9. Informatie aan de vreemdeling + +Voor wat betreft de voorlichting aan de vreemdeling in het algemeen, zie A6. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.10. Samenwerking tussen de korpschefs + +– de politieregio waaronder de gemeente ressorteert, waar de vreemdeling staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie/vreemdelingenadministratie; +– de politieregio waaronder de gemeente waar de vreemdeling feitelijk woon- of verblijfplaats heeft, ressorteert; +– de politieregio waaronder de gemeente ressorteert, waar de vreemdeling wordt aangetroffen. + +#### 6.11. Criminele vreemdelingen + +Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen is het van belang dat de vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan bezien worden. Het is zeer wenselijk dat de hiervoor bedoelde procedures in een zo vroeg mogelijk stadium in gang worden gezet. In elk geval moet gestreefd worden naar een afronding van de procedures vóór beëindiging van de strafrechterlijke detentie of maatregel (bijvoorbeeld TBS). Dit geldt ook voor procedures die betrekking hebben op de aanwending van een rechtsmiddel door de vreemdeling tegen de beschikking. + Bij een vreemdeling die in procedure is of illegaal in Nederland verblijft, vormt elke schending van de openbare orde aanleiding tot het in gang zetten van de uitzetting. + Bij een vreemdeling die reeds een vergunning tot verblijf heeft, kunnen de consequenties van strafrechtelijk gedrag bezien worden zodra het onherroepelijk vonnis bekend is. + Het gaat in het bijzonder om procedures voor de ontzegging van voortgezet verblijf, ongewenstverklaring en het verkrijgen van een geldig reisdocument. Bij de ontzegging van voortgezet verblijf dient een beschikking tot ontzegging van voortgezet verblijf, tot weigering van verlenging van de geldigheidsduur dan wel tot intrekking van de verblijfstitel van de vreemdeling te worden uitgereikt. Zie ook B1/3.2.3 en B1/3.4.3 (openbare orde-beleid). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.11.1. Verantwoordelijkheid + +De korpschef van de politieregio waarbinnen de gemeente valt waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats had voor zijn detentie, dient zo spoedig mogelijk voorbereidingen en maatregelen te nemen, welke ertoe leiden dat de vreemdelingrechtelijke consequenties van het crimininele gedrag van betrokkene bezien worden. Bij een vreemdeling die illegaal in Nederland is aangetroffen, is de korpschef die proces-verbaal heeft opgemaakt ter zake van het strafbare feit op grond waarvan de detentie heeft plaatsgevonden verantwoordelijk voor genoemde maatregelen en voorbereiding. Indien ter zake van een strafbaar feit proces-verbaal is opgemaakt, dient te allen tijde in het proces-verbaal het V-nummer te worden opgenomen. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +##### 6.11.2. Informatieuitwisseling tussen strafrechtketen en vreemdelingenketen + +Er bestaan thans (regionale) verschillen in de wijze waarop wordt omgegaan met de afhandeling van dossiers van criminele vreemdelingen. Deze werkwijzen zijn gebaseerd op het project Vreemdelingen in de Strafrechtketen (VRIS), het project Melding Criminele Vreemdeling (MCV) en de Gedetineerdenregistratie. Totdat nadere afspraken zijn gemaakt over een uniforme werkwijze, kan de huidige werkwijze worden gecontinueerd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 6.11.3. Lichten van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen + +1. het lichten van de vreemdeling geschiedt zoveel mogelijk tijdens de normale werktijden van de inrichtingen en zal maximaal 48 uur duren; +2. het lichten geschiedt door de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee met een aan de directeur van de inrichting gericht lichtingsverzoek (model M115), dat tijdig ingediend moet worden; +3. de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling tijdens het lichten berust bij de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee die het verzoek heeft ingediend; +4. de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee draagt tevens zorg voor alle noodzakelijke maatregelen ten behoeve van de veiligheid en het toezicht gedurende het lichten; +5. indien het lichtingsverzoek een preventief gedetineerde vreemdeling betreft, dient vooraf toestemming aan het openbaar ministerie gevraagd te worden (zie A5/1.4 voor het lichten van vreemdelingen uit vreemdelingenbewaring). + +##### 6.11.4. Overgave aan de korpschef bij beëindiging van detentie -### 2. Algemeen +Indien de directie van een inrichting twee weken voor het ontslag van de betrokkene geen bericht vanwege de korpschef heeft ontvangen hoe met de vreemdeling moet worden gehandeld, zal deze directie aanstonds contact opnemen met de korpschef in de regio waarin zich de inrichting bevindt. Deze korpschef draagt er zorg voor dat de verantwoordelijk korpschef wordt geïnformeerd. Indien het een vreemdeling betreft aan wie voortgezet verblijf in Nederland ontzegd is, neemt de verantwoordelijke korpschef de benodigde maatregelen om de uitzetting te effectueren. Indien het een vreemdeling betreft wiens verblijfsrechtelijke positie nog moet worden beoordeeld (zie B1/3.2.3). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -#### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen +#### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van artikel 6 Vw, artikel 6a Vw, artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw oplegt, moet de IND door middel van model M19 of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van model M113 op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven. +##### 6.12.1. Ontbreken van reisdocumenten -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden: +Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een reisdocument en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie 9) dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• model M119; -• model M113; -• model M120. +##### 6.12.2. De vreemdeling onttrekt zich aan uitzetting -De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt. +In een aantal gevallen is uitzetting niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft. Wanneer dit na een adrescontrole of op andere wijze duidelijk is gebleken, dient de korpschef een bericht te zenden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (model M100). De in dit formulier opgenomen rubrieken dienen zo volledig mogelijk te worden ingevuld. + De korpschef doet hierbij een voorstel tot signalering (zie A3/4). + + + Hierbij is van belang dat nagegaan wordt of de vreemdeling inmiddels rechtmatig verblijf heeft gekregen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -#### 2.2. Aanmelding vreemdeling +#### 6.13. Beëindiging verstrekkingen -Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DTenV en DJI die in die inrichting werkzaam zijn. +##### 6.13.1. Algemeen -Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling bij iedere vrijheidsontneming op grond van artikel 6, artikel 6a, artikel 59, artikel 59a of artikel 59b Vw van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld worden bijgewerkt. +Bepaalde categorieën vreemdelingen ontvangen verstrekkingen van overheidswege (huisvesting, financiën e.d.). Wanneer een vreemdeling niet langer rechtmatig verblijft in Nederland vervalt daarmee ook het recht op deze verstrekkingen. + De procedure tot beëindiging van verstrekkingen t.a.v. vreemdelingen die vallen onder de werking van Vreemdelingenwet 2000 volgt uit artikel 45 Vreemdelingenwet en wordt beschreven in 6.13.2. + De procedures tot beëindiging van verstrekkingen t.a.v. van vreemdelingen die niet onder de werking vallen van deze wet worden beschreven in 6.13.3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -#### 2.3. Het lichten van vreemdelingen +##### 6.13.2. Vreemdelingenwet 2000 -Voor het lichten van vreemdelingen op grond van artikel 5.5 Vb, moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV: +Uitgangspunt in de Vreemdelingenwet is dat wanneer de beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning wordt afgewezen, de verstrekkingen van rechtswege worden beëindigd (artikel 45, lid 1 onder c, Vreemdelingenwet) volgens de daarvoor geldende bepalingen. + In artikel 45, lid 1 onder e, Vreemdelingenwet is daarnaast geregeld dat de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd zijn, met inachtneming van voornoemde bepalingen, een onroerende zaak gedwongen te ontruimen ten einde het onderdak of het verblijf in de woonruimte te beëindigen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet twee werkdagen voor de datum van lichten een verzoek indienen bij de directeur van de justitiële inrichting waar de vreemdeling verblijft; -• het lichten van de vreemdeling geschiedt zoveel mogelijk tijdens de normale werktijden van de inrichting, en duurt maximaal 48 uur; -• de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling tijdens het lichten berust bij de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV die het verzoek heeft ingediend. Deze draagt ook zorg voor de veiligheid en het toezicht gedurende het lichten. +##### 6.13.3. Overige beëindigingsprocedures -De op grond van artikel 6, artikel 6a, artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht. +1. een negatieve beslissing op de asielaanvraag is genomen; of +2. een negatieve beslissing op het ingediende bezwaar tegen de niet-inwilliging van de asielaanvraag is genomen; of +3. de vergunning tot verblijf, daaronder begrepen de voorwaardelijke vergunning tot verblijf, is ingetrokken of niet is verlengd, of de toelating als vluchteling is ingetrokken. -#### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen +Dit stappenplan is gepubliceerd in de Stcrt. 2000, 233. Het Stappenplan Zorgwet VVTV is van toepassing op vreemdelingen aan wie voorzieningen worden verstrekt in het kader van de Zorgwet VVTV en van wie op of na de datum van inwerkingtreding van de circulaire Stappenplan Zorgwet VVTV een beslissing tot intrekking of niet-verlenging van de VVTV is genomen of een negatieve beslissing op het ingediende bezwaar tegen de intrekking of de niet-verlenging van de VVTV is genomen. +T.a.v. vreemdelingen, verblijvend in centrale of decentrale opvang, die verstrekkingen ontvangen op grond van de ROA- of RVA-regeling en die niet vallen onder de werking van vreemdelingenwet 2000, Stappenplan 2000 of Stappenplan VVTV-Zorgwet is het Stappenplan ROA/RVA-voorzieningen van toepassing. Dit stappenplan is gepubliceerd in de Stcrt. 2000, 53. Binnen dit stappenplan wordt uitgegaan van het meewerkcriterium. +#### 6.14. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting -Vrijheidsontneming, als vermeld in artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw, is een ingrijpende maatregel. Vrijheidsontneming moet daarom alleen worden toegepast als het noodzakelijk is. Met vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen moet extra voorzichtig worden omgegaan. Daarom moet worden gekeken naar minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Voor alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk gekozen voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel, in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel, om het vertrek voor te bereiden (zie paragraaf A5/5 Vc). Het begrip ‘gezin’ betekent hier ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt. +– dit noodzakelijk is voor een goed verloop van de uitzetting; en +– feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op vluchtgevaar, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de vreemdeling, van de ambtenaar of van derden, dan wel met het oog op gevaar voor een ernstige verstoring van de openbare orde; en +– de toepassing van het hulpmiddel redelijkerwijs geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de vreemdeling; en +– het gebruik van een hulpmiddel uitsluitend wordt toegepast door een ambtenaar die in het gebruik ervan is geoefend. -Toch kan het noodzakelijk zijn om kort voor de gedwongen terugkeer de alleenstaande minderjarige of het gezin met minderjarigen zo kort mogelijk in bewaring te stellen om de uitzetting te waarborgen. De in bewaring stellende instantie moet goed kijken naar de individuele omstandigheden van de alleenstaande minderjarige of het gezin met minderjarigen en deze individuele omstandigheden moeten duidelijk worden gemotiveerd in het dossier. Hierbij wordt, naast de voorwaarden als vermeld in de artikelen 5.1a, 5.1b en 5.1c Vb, ook rekening gehouden met de medische achtergrond, de leeftijd van de kinderen en, bij een gezin met minderjarigen, de volledige samenstelling van het gezin. +– Stalen handboeien: ten behoeve van het fixeren van handen en/of voeten, of +– Combinatieriem met handboeien: ten behoeve van het fixeren van de polsen aan de voorzijde van het lichaam met een mogelijkheid tot verbinding met de enkels, of +– Klittenband: ten behoeve van het fixeren van handen en/of voeten, of +– Tie-raps: kunststof bindstrips ten behoeve van het fixeren van handen en/of voeten, of +– Schuimcap: een helm welke dient ter voorkoming dat de vreemdeling zichzelf of anderen verwondt door bijvoorbeeld te bijten. -Op grond van artikel 5.8 Vb wordt bewaring bij amv’s, nog meer dan bij volwassenen, alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij amv’s is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties: +#### 6.15. Documentatie -a. De amv is verdacht van of veroordeeld voor een misdrijf; -b. De amv is eerder met onbekende bestemming vertrokken uit de opvang of heeft zich niet gehouden aan een opgelegde meldplicht of vrijheidsbeperkende maatregel; of -c. Het vertrek van de amv kan uiterlijk binnen twee weken gerealiseerd worden. Als de amv voor het eerst in het vreemdelingentoezicht wordt aangetroffen, geldt een termijn van vier weken waarbinnen het vertrek gerealiseerd moet worden. +In de administratie van de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee dient een afschrift te worden bewaard van alle correspondentie welke omtrent het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling is gevoerd alsmede van de ter zake ingezonden formulieren en opgemaakte rapporten en processen-verbaal. Voorts moet uit de administratie blijken of en zo ja op welke datum en op welke wijze de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. + +20054302-03-200525-02-200520054302-03-200525-02-200502-03-2005 -In deze gevallen geldt niet de beperking dat uitzetting of overdracht van de amv uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de amv gelden de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden. +#### 6.16. Signalering in het opsporingsregister -Bewaring van een amv, door een ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV, is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken. +Op verzoek van het ministerie van Justitie kunnen ten aanzien van vreemdelingen signaleringen worden opgenomen (zie A3/4). + +20054302-03-200525-02-200520054302-03-200525-02-200502-03-2005 -De bewaring van een amv mag in deze gevallen uitsluitend langer dan twee of vier weken duren als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden: +#### 6.17. Bericht van vertrek -• (fysiek) verzet; of -• het feit dat de amv één of meerdere procedures is gaan voeren terwijl er geen gegronde reden was om die procedures niet reeds in een eerder stadium te starten. +Verwijdering met de sterke arm uit Nederland van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling (inclusief Dublinclaimanten en personen vallende onder andere overdrachtsovereenkomsten). Naast de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -Als een van deze situaties zich voordoet, is de duur van de bewaring van de amv gebonden aan de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor volwassen vreemdelingen gelden. Als de amv in bewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 Vw en er is sprake van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de amv ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd. In dat geval gelden de wettelijke termijnen genoemd in dat artikel. De amv wordt aansluitend opnieuw op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld op het moment dat de amv opnieuw verwijderbaar is geworden. De onder c bedoelde termijn vangt op dat moment opnieuw aan. +Het onder begeleiding uit Nederland doen vertrekken van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, die zich zelfstandig heeft gemeld bij de Koninklijke Marechaussee op een luchthaven of zeehaven voor het verkrijgen van reisdocumenten. -Toezicht omvat alle mogelijke vormen van contact tussen de amv en de toezichthouders als bedoeld in artikelen 46 en 47 Vw in het kader van de uitoefening van hun taken. Een amv wordt voor het eerst in het toezicht aangetroffen als er niet eerder sprake is geweest van contact tussen de amv en een toezichthouder in de hiervoor bedoelde zin. Er is in ieder geval sprake van een situatie waarin de amv voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen als er bij de toezichthouders geen gegevens van de vreemdeling bekend zijn. Omdat van de amv die voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen vaak weinig gegevens bekend zijn waardoor vertrek in veel gevallen niet binnen twee weken kan worden gerealiseerd, geldt voor hen dat bewaring mogelijk is als vertrek binnen vier weken kan worden gerealiseerd. Voor een amv die al wel eerder in het toezicht is aangetroffen of die bijvoorbeeld in de opvang verblijft, geldt dat bewaring slechts mogelijk is als het vertrek binnen een termijn van twee weken kan worden gerealiseerd, tenzij sprake is van de onder a of b bedoelde situatie. +Het met de sterke arm aan de landgrenzen doen vertrekken van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die tijdens een MTV-controle is aangetroffen. De vreemdeling wordt hierbij niet in persoon overgedragen aan de autoriteiten van België of Duitsland. -Als een onrechtmatig verblijvende amv niet in bewaring wordt gesteld en geen aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, wordt de amv in de minderjarigenopvang van het COA geplaatst en stuurt de AVIM of de KMar een overdrachtsdossier naar de DTenV. +Het met de sterke arm in persoon overdragen aan de autoriteiten van het aangrenzende Schengenland (Duitsland of België) van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die bij een MTV-controle is aangetroffen. -Zie voor het beleid omtrent het uitstellen van de toegangsweigering van een volwassen vreemdeling die samen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen paragraaf A1/7.3 Vc. +Het doen van de aanzegging Nederland te verlaten bij het opheffen van de vreemdelingenbewaring van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. -Bewaring van een gezin met minderjarigen op grond van artikel 59, eerste lid, artikel 59, tweede lid, artikel 59a en artikel 59b, Vw kan slechts worden opgelegd als sprake is van de volgende omstandigheden. +Het doen van een aanzegging Nederland te verlaten bij adrescontrole, MTV-controle of na staandehouding (die mogelijk heeft geleid tot ophouding) aan een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft, maar waarvan na een identiteits- en nationaliteitsonderzoek is gebleken dat deze niet daadwerkelijk uit Nederland verwijderd kan worden. Naast de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -Bij alle familieleden moet zijn voldaan aan de wettelijke voorwaarden als bedoeld in artikel 5.1a en 5.1b, Vb. In aanvulling daarop geldt bij bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, artikel 59, tweede lid, en artikel 59a, Vw, dat uit nalaten, handelen, of uitlatingen van (één van) de gezinsleden moet blijken dat geen medewerking is verleend aan de vertrekprocedure, waardoor: +Tijdens de asielprocedure of reguliere procedure bij adrescontrole constateren dat de woonruimte van de vreemdeling definitief verlaten is. Naast de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -• de vertrekprocedure is vermeden; -• de vertrekprocedure is belemmerd; of -• het (significante) risico bestaat op onttrekking aan het toezicht. +In of na de vertrektermijn van de asielprocedure of reguliere procedure bij adrescontrole constateren dat de woonruimte van de vreemdeling definitief verlaten is. Naast de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie. -Wanneer één of meerdere leden van het gezin signalen afgeven dat zij niet mee zullen werken aan vertrek, zal dit gevolgen hebben voor het aannemen van een risico dat andere gezinsleden zich ook aan het toezicht zullen onttrekken. +#### 6.18. Bericht van ontruiming -Bewaring wordt alleen proportioneel geacht als verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van artikel 59 of artikel 59a Vw kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden: +Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (model M100a) aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te melden. + +20054302-03-200525-02-200520054302-03-200525-02-200502-03-2005 -• (fysiek) verzet van (één van) de gezinsleden; -• het feit dat (één van) de gezinsleden na de bewaring één of meerdere procedures is gaan voeren terwijl er geen gegronde reden was om die procedures niet reeds in een eerder stadium te starten. +### 7. Gedragslijn indien uitzetting om gezondheidsredenen niet verantwoord is -Als sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er sprake is van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd (zie paragraaf A5/6.3 Vc). De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV heft de bewaring als bedoeld in artikel 59b Vw op als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de behandeling van het beroep in Nederland afgewacht mag worden. Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen, en de behandeling van het beroep niet in Nederland afgewacht mag worden, wordt de maatregel van bewaring voortgezet op grond van artikel 59 Vw. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. +#### 7.1. Algemeen -Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minderjarigen als gezinnen met minderjarigen geldt dat zij uiterlijk binnen vijf dagen in de Gesloten Gezinsvoorziening geplaatst moeten worden. Als bij een voorgenomen inbewaringstelling de verblijfplaats van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige vreemdeling bekend is, dient de tenuitvoerlegging in de Gesloten Gezinsvoorziening in beginsel aansluitend aan de staandehouding plaats te vinden. +De wet verbiedt uitzetting, indien het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen (artikel 64 Vreemdelingenwet). De bescherming tegen uitzetting in deze gevallen moet worden onderscheiden van de situatie waarin de vreemdeling medische behandeling in Nederland behoeft en om die reden voor een verblijfsvergunning in aanmerking zou kunnen komen (zie B8). + + + De vraag of uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet achterwege blijft, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop een uitzetting volgens de wet zou kunnen plaatsvinden. De uitzettingsbelemmering van artikel 64 Vreemdelingenwet kan worden ingeroepen, wanneer de vreemdeling zich bevindt in de situatie waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ten aanzien van een uit te zetten vreemdeling van oordeel is dat het vanwege diens gezondheidstoestand of van een van diens gezinsleden die Nederland ook moeten verlaten, niet verantwoord is om te reizen of indien de vreemdeling een beroep doet op artikel 64 Vreemdelingenwet, dan dient de korpschef zo spoedig mogelijk een politiearts of forensisch geneeskundige van de GGD te raadplegen. Een nader onderzoek is niet nodig indien een vreemdeling is opgenomen in een ziekenhuis en het duidelijk niet verantwoord is te reizen en de vermoedelijke ontslagdatum uit het ziekenhuis bekend is. Een bewijs van ziekenhuisopname volstaat in dat geval. Een politiearts of forensisch geneeskundige van de GGD dient altijd te worden geraadpleegd wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na het raadplegen van een politiearts of forensisch geneeskundige van de GGD het noodzakelijk acht dat nader medisch onderzoek wordt ingesteld, dan meldt hij dit aan het verantwoordelijke regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) die vervolgens Bureau Medische Advisering inschakelt. + + + De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zendt, naast de overige medische stukken uit het dossier, óók de bevindingen van de door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ingeschakelde arts naar Bureau Medische Advisering. Tevens dient een toestemmingsverklaring, die door de vreemdeling ondertekend moet worden, te worden meegezonden (model M39-A). + + + De vreemdeling mag de uitslag van het onderzoek door de geraadpleegde arts of het Bureau Medische Advisering in Nederland afwachten. + + + In de processtukken dient duidelijk te worden vermeld dat uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet. + + + De uitzetting in het individuele geval wordt in beginsel opgeschort voor de periode waarin reizen vanuit medisch oogpunt onverantwoord is. Zodra is vastgesteld dat de medische belemmering is opgeheven, of indien Bureau Medische Advisering aangeeft dat er geen belemmering is, herleeft de situatie zoals deze was voor het toepassen van artikel 64 Vreemdelingenwet. Tegen deze vaststelling staan op grond van artikel 72 Vreemdelingenwet rechtsmiddelen open. Het aanwenden van rechtsmiddelen schort het vertrek of de uitzetting niet op. + + + De vreemdeling geniet krachtens artikel 8, onder j. Vreemdelingenwet rechtmatig verblijf zolang tegen de uitzetting de beletselen als bedoeld in artikel 64 Vreemdelingenwet bestaan. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +#### 7.2. Procedure bij zwangerschap/bevalling + +De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is zelfstandig bevoegd om vast te stellen of de beletselen van artikel 64 Vreemdelingenwet aanwezig zijn. Hiertoe dient een medische verklaring van een arts te worden overgelegd, waaruit blijkt in welk stadium de zwangerschap verkeert. + Bij zwangerschap blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van bevalling, binnen zes weken is te verwachten tot zes weken na de bevalling. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +#### 7.3. Procedure bij vreemdelingen met tuberculose + +De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van een gedagtekende verklaring van een GGD-arts (tuberculosebestrijding). Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken. + Na het verstrijken van de behandeltermijn dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tot uitzetting over te gaan. + Mocht de vreemdeling nog verdere TBC-behandeling in Nederland behoeven, dan zal hij zich ten minste 4 weken voor het verstrijken van de behandeltermijn moeten melden bij de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. De vreemdeling dient een gedagtekende verklaring van een GGD-arts (tuberculosebestrijding) te overleggen met een indicatie van de termijn voor verdere behandeling. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan 2 weken. De behandeling van TBC duurt in het algemeen 9 tot 12 maanden. + + + Indien de vreemdeling waarbij TBC is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er is geen besmettingsgevaar aanwezig dan is het niet langer een reisbeletsel naar analogie van artikel 64 Vreemdelingenwet. + + + Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmettingsgevaar aanwezig, dan is zijn uitzetting uit Nederland met het oog op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord te achten in de zin van artikel 64 Vreemdelingenwet. Vanwege het zich onttrekken aan de medische behandeling kan de vreemdeling niet uit Nederland worden verwijderd, maar hij vormt daarentegen wel een gevaar voor de algemene volksgezondheid. De Wet op de bestrijding infectieziekten kan in deze situatie uitkomst bieden. Deze wet regelt onder andere gedwongen opname (isolatie) bij gevaar voor de algemene volksgezondheid en gedwongen behandeling. + Bij de laatst beschreven procedure schort de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zelfstandig het vertrek op. Naast de verklaring van de GGD-arts is dus geen procedure meer nodig bij het Bureau Medische Advisering. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +### 8. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen + +Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft van wie de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) door een buitenlandse autoriteit wordt gevraagd dan bericht hij dat direct aan de Directie Recherche te Zoetermeer. Hij vermeldt daarbij de personalia van de vreemdeling, de autoriteit van wie het verzoek uitgaat en de vindplaats van de signalering. + + + De Directie Recherche vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de Directie Recherche zo spoedig mogelijk ter kennis van de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken (BIRS) van het ministerie van Justitie. BIRS zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen. + + + In beginsel wordt een vreemdeling hangende de beslissing op een uitleveringsverzoek niet uitgezet. Veelal zullen echter enige dagen verstrijken voor het antwoord van de buitenlandse autoriteit omtrent het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek is ontvangen. In die gevallen zal door de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele verzoek om uitlevering om voorlopige aanhouding van de vreemdeling worden gevraagd. Zonodig kan aan dit verzoek worden voldaan. + De korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee stelt zich hierover op de gebruikelijke wijze in verbinding met de ter zake bevoegde officier van justitie. + + + Wanneer gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort kan de situatie ontstaan dat zich een mogelijkheid om betrokkene uit te zetten niet meer op korte termijn zal voordoen. In dat geval de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen telefonisch contact op te nemen met het verantwoordelijke regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + + + Indien geen verzoek om voorlopige aanhouding of een verzoek om uitlevering zal worden ingediend, handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verder volgens de vreemdelingenwet en –regelgeving. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +### 9. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming + +#### 9.1. Plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig + +1. gezagvoerders en bemanningsleden van vliegtuigen en zeeschepen aan wie ingevolge artikel 2.5 of 2.8 Vreemdelingenbesluit toegang was verleend, doch die bij het vertrek van het vliegtuig of schip of na hun afmonstering op illegale wijze zijn achtergebleven; +2. transitpassagiers van vliegtuigen of zeeschepen aan wie het ingevolge artikel 2.4 en 2.6 Vreemdelingenbesluit was toegestaan zich in het Benelux-gebied op te houden, doch die niet tijdig zijn vertrokken van het vliegveld waar, of met het schip waarmee, zij zijn aangekomen; +3. per schip of vliegtuig binnengekomen vreemdelingen die in het bezit waren van geldige grensoverschrijdingsdocumenten en aan wie toegang werd verleend op grond van hun verklaring dat zij met hetzelfde schip of vliegtuig ons land zouden verlaten, doch die in strijd met hun verklaring zijn achtergebleven (zie ook artikel 2.7 Vreemdelingenbesluit, passagiers van cruiseschepen); +4. vreemdelingen – zeelieden – die wegens ziekte zijn achtergebleven zonder dat hun verblijf werd toegestaan. In dit geval zal in de regel sprake zijn van het opschorten van de uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet. + +#### 9.2. Verstekelingen + +De uitzetting van per schip aangevoerde verstekelingen dient steeds zo spoedig mogelijk te worden geëffectueerd. + Gezagvoerders van zeeschepen kunnen zich niet onttrekken aan hun verplichtingen als bedoeld in artikel 65, derde lid, Vreemdelingenwet, door een beroep te doen op artikel 371a van het Wetboek van Koophandel. + In dat artikel is onder meer sprake van een bevoegdheid van de kapitein om een verstekeling bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen. Onder ‘gelegenheid’ dient hier namelijk te worden verstaan een wettelijk geoorloofde gelegenheid, dat wil zeggen het van boord zetten van een vreemdeling mag slechts plaatsvinden na verkregen toestemming van de bevoegde autoriteiten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 10. Kostenverhaal en declaratie bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst + +#### 10.1. Algemeen + +De kosten van uitzetting dienen zo laag mogelijk te worden gehouden. + Uitgangspunt is dat deze kosten ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. + Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten (zie 10.4). Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden (zie 10.3). + Is ook dat niet mogelijk, dan kunnen de kosten onder bepaalde voorwaarden worden gedeclareerd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (zie 10.6). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 10.2. Verhaal van kosten op de vervoersmaatschappij + +1. de kosten verbonden aan het vervoer van de vreemdeling per eerste gelegenheid, doch op de wijze die, gelet op de omstandigheden, de goedkoopste is, naar een plaats buiten Nederland (artikel 6.3, tweede lid, onder a, Vreemdelingenbesluit); +2. de kosten van begeleiding van de vreemdeling naar een plaats van vertrek uit Nederland, alsmede van zijn begeleiding naar een plaats buiten Nederland, voorzover deze noodzakelijk is (artikel 6.3, tweede lid, onder b, Vreemdelingenbesluit); +3. kosten van repatriëring van schepelingen indien zij zijn achtergelaten op grond van een ongeval, schipbreuk, ziekte of ontslag om redenen die hun niet toegerekend kunnen worden (Verdrag betreffende de repatriëring van schepelingen, Stb. I 516). + +#### 10.3. Verhaal van kosten op de vreemdeling + +Artikel + 6.4 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De noodzakelijke kosten van uitzetting die ten laste komen van de Staat of van andere openbare lichamen kunnen door de Staat, of door het andere openbare lichaam te welks laste zij zijn gekomen, worden verhaald op de vreemdeling en, indien hij minderjarig is, op degenen die het wettig gezag over hem uitoefenen. + + + 2 + De in het voorgaande lid bedoelde kosten van uitzetting omvatten de kosten, genoemd in artikel 6.3, tweede lid onder a en b. + + + + + De noodzakelijke kosten van uitzetting die ten laste komen van de Staat of andere openbare lichamen kunnen op de vreemdeling zelf worden verhaald (artikel 66 Vreemdelingenwetjo artikel 6.4. Vreemdelingenbesluit). Voorzover deze minderjarig is, kunnen deze kosten worden verhaald op diegenen die het wettig gezag over hem uitoefenen. Aangezien het effectueren van deze verhaalsbevoegdheid niet tegen de uitdrukkelijke wil van de vreemdeling mag plaatsvinden, dient de vreemdeling een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen bezwaar heeft tegen invordering van de noodzakelijke kosten van uitzetting door de vreemdelingendienst. Indien de vreemdeling wel bezwaar heeft tegen de effectuering van de verhaalsbevoegdheid dan kan de weg bewandeld worden om deze verhaalsbevoegdheid juridisch af te dwingen (civiele procedure). Voor de te volgen procedure kan contact opgenomen worden met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + Indien de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, dient te worden nagegaan of door of ten behoeve van hem een passagebiljet, een garantiesom of een waarborgsom werd gedeponeerd of een garantverklaring werd afgegeven (zie A2/9.5.2.2). Hiervan kan een aantekening zijn gemaakt in het reisdocument van de desbetreffende vreemdeling (zie model M51-A). In een dergelijk geval kunnen deze gelden of biljetten worden aangewend voor de betaling van de kosten van de verwijdering of zal de garantsteller worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen. + + + N.B.: indien het vreemdelingen betreft op wie het beleid ten aanzien van slachtoffers van vrouwenhandel van toepassing is (zie B9), dient het verhaal van kosten steeds in overleg met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te gebeuren. + +20051319-01-200510-01-200520051319-01-200510-01-200501-01-2005 -### 3. Vrijheidsontneming op grond van +#### 10.4. Kosten die niet verhaald kunnen worden op de vreemdeling -#### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van +Op grond van voor Nederland verbindende verdragsbepalingen is verhaal van kosten op de uit te zetten vreemdeling zelf niet geoorloofd, indien het onderdanen betreft van een der landen aangesloten bij het Europese Verdrag betreffende sociale en medische bijstand in de gevallen bedoeld in artikel 8 j^o artikel 7 van dat Verdrag (zie B11); + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met of artikel 6a Vw, worden opgelegd. +#### 10.5. Verantwoording ontvangen gelden + +Van ontvangen gelden dient schriftelijke opgave te worden gedaan aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst met gebruikmaking van een formulier (zie model M136). + Het saldo wordt aan het begin van de maand volgende op die waarin de vreemdeling wordt verwijderd, overgemaakt op bankrekeningnummer 19.23.25.574 ten name van het ministerie van Justitie/Immigratie- en Naturalisatiedienst, 601 Agentschap te Den Haag. Op de stortingskaart kan kortheidshalve naar het verzonden formulier (model M136) worden verwezen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 10.6. Declareren van kosten bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) + +1. De reiskosten van de verwijdering per vliegtuig van de vreemdeling tot de lucht- of zeehaven in het land van bestemming worden door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vergoed. Ten aanzien van de vervoerskosten van de vreemdeling naar de luchthaven binnen Nederland gelden andere afspraken. Zie A4/6 van de vreemdelingencirculaire voor de procedurebeschrijving van de effectuering van de uitzetting. Wanneer de verwijdering over land of zee plaatsvindt, dient steeds vooraf contact te worden opgenomen met de verantwoordelijke Unit Terugkeer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). +2. Indien de vreemdeling nog een bepaalde afstand moet afleggen vanaf de lucht- of zeehaven van bestemming naar zijn uiteindelijke plaats van bestemming in het land, kunnen aanvullende reiskosten door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden vergoed tot een maximum van € 50. Deze financiële vergoeding wordt niet standaard verstrekt, maar alleen wanneer de korpschef heeft vastgesteld dat de vreemdeling niet over voldoende eigen middelen beschikt dan wel dat deze niet kunnen worden betaald uit een door een vreemdeling of derde persoon gestelde zekerheid. De korpschef hoeft hiertoe geen machtiging aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te vragen. Het in contanten verstrekte geldbedrag kan na de verwijdering van de vreemdeling, mits voorzien van een bewijs van betaling, door de korpschef gedeclareerd worden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). (Zie A4/10.7 van de vreemdelingencirculaire). +3. Wanneer door de betreffende buitenlandse autoriteiten kosten worden berekend voor het aanvragen en/of afgeven van vervangende reisdocumenten en/of visa, kunnen deze ook gedeclareerd worden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). +4. Kosten die zijn verbonden aan de begeleiding van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland en kosten verbonden aan het gebruikmaken van de diensten van een tolk, komen ten laste van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). -Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw. +#### 10.7. Wijze van declareren -De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking model M19. +Indiening van declaraties bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geschiedt in tweevoud, met gebruikmaking van een formulier (model M135). + Deze formulieren worden toegezonden aan de verantwoordelijke Unit Terugkeer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Bij de declaraties dienen zo veel mogelijk bewijsstukken te worden meegezonden ter staving van de daarin vermelde gegevens. + Tevens dient duidelijk te worden aangegeven waarom de gemaakte kosten niet door de vreemdeling zelf konden worden betaald dan wel niet op andere wijze konden worden gedekt. + +200421912-11-200404-11-2004200421912-11-200404-11-200414-11-2004 -De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND verricht alle volgende handelingen: +### 11. Internationale overeenkomsten met betrekking tot de terug- en overname van personen -• een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling; -• de inhoud van de beschikking in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem meedelen; -• de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem meedelen; en -• de vreemdeling wijzen op de mogelijkheid om het recht op gratis rechtsbijstand en om vertegenwoordiging aan te vragen. +#### 11.1. Inleiding -Hierbij kan de ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND gebruik maken van de informatiebrief ‘Waarom aan u een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd’. De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND neemt de wijze waarop is voorzien in bovengenoemde informatieverplichting op in model M19. +1. Benelux intern: hierbij gaat het om terug- en overname tussen de lidstaten van de Benelux (België, Nederland en Luxemburg) onderling; +2. Benelux-derde landen: hierbij gaat het om terug- en overnameovereenkomsten gesloten tussen de Benelux en derde landen. Momenteel bestaan er dergelijke overeenkomsten met de volgende landen: Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Slovenië, Roemenië, Kroatië, Estland, Letland en Litouwen; +3. Overige internationale overeenkomsten: +- – Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen. -Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. +In Schengenverband is een terug- en overnameovereenkomst gesloten met Polen; +– Overeenkomst van Dublin. -Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven. +#### 11.2. Terug- en overname – Benelux intern -De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND hoeft geen nieuwe beschikking model M19 te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de Vw. Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19. +Basis voor de overname binnen de Benelux vormt de Beschikking van de Benelux Ministeriële Werkgroep voor het Personenverkeer (als bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst van 11 april 1960, Trb. 1960, 40 inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied) betreffende de verwijdering en de overname van personen (Trb. 1978, 171). In het navolgende zullen de belangrijkste onderdelen uit deze beschikking worden toegelicht. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DTenV maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. +##### 11.2.1. Verwijdering van Belgische en Luxemburgse onderdanen -Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van model M113. Van model M113 moet altijd: +Belgen en Luxemburgers dienen in de regel, met toepassing van het bepaalde in artikel 62 Vreemdelingenwet, in staat te worden gesteld om uit eigen beweging het land te verlaten. Slechts indien daarvoor, uit een oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid klemmende redenen aanwezig zijn, vindt hun verwijdering plaats door middel van overgave aan de Belgische of Luxemburgse grensautoriteiten. + Bij terugzending van minderjarigen en in overige daarvoor in aanmerking komende gevallen dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zich in verbinding te stellen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -• het origineel van dit formulier in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt; -• een kopie worden verzonden naar de IND en de DTenV. +##### 11.2.2. Verwijdering van vreemdelingen die niet de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezitten -Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime. +###### 11.2.2.1. Hoofdregels -Indien een aan de grens geweigerde vreemdeling tevens verdachte of veroordeelde is van een misdrijf wordt door de ambtenaar belast met de grensbewaking bij het uitreiken van de toegangsweigering model M122-A uitgereikt om de vreemdeling te informeren dat zijn vrijheidsontneming kan worden voortgezet op grond van de Vreemdelingenwet zodra de vrijheidsontneming op strafrechtelijke gronden is geëindigd. De ambtenaar belast met de grensbewaking is verantwoordelijk voor het opleggen van de vreemdelingrechtelijke maatregelen op grond van de Vreemdelingenwet. +1. verwijdering naar België of Luxemburg van vreemdelingen die niet de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezitten, vindt als regel plaats door middel van overgave aan de Belgische of Luxemburgse grensautoriteiten. -Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties: +De overname van personen aan de Nederlands-Belgische grens geschiedt door tussenkomst van een van de daarvoor aangewezen Brigadecommandanten van de Koninklijke Marechaussee; +2. vreemdelingen aan wie hier te lande een vergunning tot verblijf werd verleend, kunnen na het verstrijken van de geldigheidsduur of na de intrekking van die vergunning alleen dan nog naar België of Luxemburg worden verwijderd, indien zij houder zijn van een Belgisch of Luxemburgs document, op grond waarvan hun toelating tot één van deze landen gewaarborgd is. -a. de vreemdeling is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag; -b. na afwijzing van de asielaanvraag totdat de beroepstermijn is verstreken, tenzij het de vreemdeling ingevolge artikel 7.3, tweede lid juncto artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten; -c. na het tijdig instellen van beroep, terwijl uitzetting bij of krachtens de Vw achterwege dient te blijven totdat uitspraak is gedaan op het beroep; -d. na het tijdig instellen van beroep, waarbij tevens wordt gevraagd om een voorlopige voorziening, terwijl uitzetting bij of krachtens de Vw achterwege dient te blijven totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening; -e. tot de beslissing op het beroepschrift indien het onder d. bedoelde verzoek is toegewezen. +###### 11.2.2.2. Onmiddellijke verwijdering naar België of Luxemburg -Ad c. +– kan worden aangetoond dat de betrokken vreemdeling het Beneluxgebied via België of Luxemburg is binnengekomen en zich vervolgens naar Nederland heeft begeven zonder te voldoen aan de voor het hebben van toegang gestelde eisen (zie A2/4); en +– de vreemdeling binnen twee weken na zijn binnenkomst in ons land is aangetroffen. -Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, eerste lid, van de Vw schorsende werking heeft. +###### 11.2.2.3. Verwijdering na overleg tussen de ministeries van Justitie van de Beneluxlanden -Ad d. +1. vreemdelingen die vanuit België Nederland zijn binnengekomen zonder te hebben voldaan aan de voor het hebben van toegang gestelde vereisten (zie A2/4) en die ten minste twee weken, maar niet langer dan zes maanden na hun binnenkomst hier te lande zijn aangetroffen. Deze vreemdelingen worden teruggenomen door het Beneluxland waar zij verblijf hielden of waar zij het Beneluxgebied zijn ingereisd. Deze verplichting is voor België of Luxemburg echter niet aanwezig, indien de vreemdeling korter dan veertien dagen op onregelmatige wijze in dat land heeft verbleven en hij tevens op het tijdstip van aantreffen sinds meer dan vier maanden in Nederland verblijf heeft gehouden; +2. vreemdelingen die het Beneluxgebied zijn binnengekomen als houder van een geldig, door de Belgische of Luxemburgse autoriteiten afgegeven, visum. -Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb. +Deze vreemdelingen worden teruggenomen door het land waarvan de autoriteiten het visum hebben afgegeven. De terugnameverplichting vervalt indien de vreemdeling sinds het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum langer dan zes maanden in Nederland heeft verbleven; +3. vreemdelingen die hun woon- of verblijfplaats hebben in België of Luxemburg en die houder zijn van een Belgisch bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister of van een Belgische identiteitskaart voor vreemdelingen, dan wel van een Luxemburgse identiteitskaart voor vreemdelingen. -De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel. +De terugname vindt plaats door het land dat het document heeft afgegeven. -Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. +Een terugnameverplichting is niet meer aanwezig indien de vreemdeling sinds het verstrijken van de geldigheidsduur van het document langer dan zes maanden in Nederland heeft verbleven; +4. buitenlandse zeelieden aan wie het door de Belgische autoriteiten is toegestaan om gedurende de tijd dat hun schip ligplaats heeft in een Belgische haven te passagieren en die na het vertrek van dat schip zijn achtergebleven, alsmede buitenlandse zeelieden die na hun afmonstering van een schip in een Belgische haven toestemming hebben verkregen om in België werk aan boord van een ander schip te zoeken en die zich vervolgens naar Nederland hebben begeven. -Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A. Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. +Deze categorieën zeelieden worden door België teruggenomen, tenzij zij langer dan zes maanden in Nederland hebben verbleven. -Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de onder het kopje *Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw* onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc). +###### 11.2.2.4. Doorzending (transit) van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen -Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013. +Ingevolge de in Beneluxverband getroffen regeling zal elk Beneluxland toestemming verlenen tot doorreis door zijn gebied van vreemdelingen, ten aanzien van wie een ander Beneluxland een beslissing tot verwijdering heeft genomen en die naar derde landen verwijderd kunnen worden, indien de verwijdering aldus op de snelste en eenvoudigste wijze kan worden uitgevoerd. + De aan de doorreis (en eventueel begeleiding) verbonden kosten komen ten laste van het land dat de maatregel van verwijdering heeft genomen. De Belgische autoriteiten zullen eveneens hun medewerking verlenen aan de overgave van uit Nederland te verwijderen vreemdelingen aan de Luxemburgse autoriteiten, indien deze toestemming tot overname hebben gegeven. + Omtrent de doorzending dient steeds tevoren overleg te worden gepleegd tussen de wederzijdse bevoegde ministeries. + + + Indien een ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er aanleiding bestaat een beroep op de medewerking van de Belgische – en eventueel de Luxemburgse – autoriteiten te doen om een uit ons land te verwijderen vreemdeling door hun gebied te begeleiden, dient de korpschef steeds (telefonisch) contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2), zodat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) contact op kan nemen met het Belgische en eventuele Luxemburgse bevoegde ministerie. + + + Indien anderzijds aan een verzoek van de Belgische of Luxemburgse autoriteiten om doorzending onder geleide van vreemdelingen door Nederlands gebied wordt voldaan, zullen vanuit de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van geval tot geval instructies aan de betreffende autoriteiten worden verstrekt. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje *Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw* onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19A (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc). +###### 11.2.2.5. Vluchtelingen -Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht. +In Beneluxverband is een regeling getroffen inzake het recht op terugkeer van werkende vluchtelingen, tevens inhoudende een terugnameverplichting onder bepaalde voorwaarden. Hiervoor wordt verwezen naar de Beschikking van de Werkgroep voor het Personenverkeer d.d. 28 december 1961, Trb. 1978/171, inwerkingtreding 1 januari 1962. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -#### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen +#### 11.3. Terug- en overname – Benelux-derde landen -Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is. +De Beneluxlanden hebben op basis van de tussen hen gesloten overeenkomst van 11 april 1960 (Trb. 1960, 40) een aantal terug- en overnameovereenkomsten gesloten. Deze overeenkomsten regelen in ieder geval de terugname van eigen onderdanen en meestal de overname van onderdanen van derde landen en de doorgeleiding van personen over elkaars grondgebied. Op basis van deze overeenkomsten is het mogelijk om personen op een vereenvoudigde wijze te verwijderen. + Voor de toepassing van deze overeenkomsten worden de Beneluxlanden als één partij beschouwd. + + + In de hiernavolgende paragrafen wordt de procedure behandeld in geval van verwijdering uit Nederland door middel van overgave aan buitenlandse (grens-)autoriteiten op grond van de in dit deel genoemde overeenkomsten. + + + In het omgekeerde geval (dus bij overgave aan de Nederlandse autoriteiten) geldt dat, hetzij vanwege het ministerie van Justitie, hetzij door de desbetreffende grensautoriteiten, contact wordt opgenomen met de betrokken korpschef, teneinde te overleggen wat vervolgens met de vreemdeling dient te geschieden. + Met het oog op de toepassing van de uitvoering van bedoelde regelingen en overeenkomsten is het van belang dat er een goede wederzijdse samenwerking en informatie-uitwisseling bestaat tussen de korpschef en de betrokken grensautoriteiten. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. +##### 11.3.1. Verwijdering van personen naar Duitsland -In afwijking van het voorgaande gelden de volgende voorwaarden bij de weigering en aansluitende detentie van gezinnen met minderjarigen die geen asiel aanvragen. Gezinnen met minderjarigen die landen op luchthaven Schiphol en geen asiel aanvragen worden in de lounge geplaatst in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. Indien het op de luchthaven Schiphol niet mogelijk blijkt het gezin onmiddellijk aansluitend aan de weigering terug te vervoeren en het naar verwachting langer dan 24 uur zal duren voordat terugvervoer mogelijk is zal het gezin geplaatst worden op de Gesloten Gezinsvoorziening met oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid Vw. Aan gezinnen die landen op luchthaven Eindhoven en geen asiel aanvragen wordt een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, nu op deze luchthaven geen lounge of vergelijkbare voorziening aanwezig is, met plaatsing in de Gesloten Gezinsvoorziening in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. +Tussen de Beneluxlanden en de Bondsrepubliek Duitsland is op 17 mei 1966 een overeenkomst gesloten inzake het overnemen van personen aan de grens (Trb. 1966, 166). Hierin zijn regelingen opgenomen omtrent de terugname van elkaars onderdanen, de overname van onderdanen van derde landen en de doorgeleiding over elkaars grondgebied van vreemdelingen die worden verwijderd naar derde landen. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Duitsland kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -### 4. Beschikbaar houden op grond van +###### 11.3.1.1. Verwijdering van Duitse onderdanen (art. 3 van de overeenkomst) -Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het model M117-A gebruikt. +– een ‘Heimatschein’; +– een nationaliteitsbewijs (‘Staatsangehörigkeitsausweis’); +– een naturalisatiebewijs (‘Einbürgerungsurkunde’); +– een Duits paspoort (‘Deutscher Reisepass’); +– een identiteitskaart afgegeven door de Bondsrepubliek Duitsland (‘Bundespersonalausweis’); +– een ‘Temporary Travel Document’. -Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van artikel 55 Vw in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn. +###### 11.3.1.2. Verwijdering van derde landers naar Duitsland (artikelen 4 en 5 van de overeenkomst) -Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DTenV en het COA. Bij deze melding wordt een kopie van het model M117-A gevoegd. Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef. +Vreemdelingen die vanuit Duitsland op onregelmatige wijze Nederland zijn binnengekomen na een verblijf van ten minste twee weken in dat land, worden door Duitsland teruggenomen. De verplichting tot overname bestaat niet wanneer het een persoon betreft die onderdaan is van een staat waarmee een van de Beneluxlanden een gemeenschappelijke grens heeft (i.c. Frankrijk). + Het verzoek tot overname van de vreemdeling dient binnen zes maanden na het verlaten van het Duitse grondgebied plaats te vinden. + De overname kan binnen een maand na de onregelmatige grensoverschrijding zonder formaliteiten en zonder tussenkomst van de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland plaatsvinden wanneer gegevens worden verstrekt aan de hand waarvan de grensautoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland kunnen vaststellen dat aan de voorwaarden tot overgave is voldaan. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -### 5. Vrijheidsbeperking op grond van +###### 11.3.1.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen (artikel 6 van de overeenkomst) -#### 5.1. Algemeen en procedure +De overeenkomst met de Bondsrepubliek Duitsland bevat een regeling voor de doorgeleiding onder begeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. + De overeenkomst tussen de Schengenlanden en Polen (11.4.1.1) geeft een eigen regeling voor overname door de Duitse autoriteiten van Poolse onderdanen ter verwijdering van Polen. + + + Is in een verzoek van de Duitse autoriteiten om doorgeleiding van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Bij het opleggen van de maatregel op grond van artikel 56 Vw wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. +##### 11.3.2. Verwijdering van personen naar Frankrijk -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.2 VV legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – eventueel in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54, eerste lid, Vw – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling: +In Beneluxverband is op 16 april 1964 met Frankrijk een overeenkomst gesloten, die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van op onregelmatige wijze binnengekomen vreemdelingen, afkomstig van elkaars grondgebied, evenals de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1964, 90 (Franstalig) en 122 (Nederlandstalig). + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Frankrijk kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.3.2.1. Verwijdering van Franse onderdanen (artikel 6 van de overeenkomst) + +– nationaliteitsbewijs; +– naturalisatiebewijs; +– nationaal paspoort; +– nationale identiteitskaart. + +###### 11.3.2.2. Verwijdering van derde landers naar Frankrijk (artikel 7, 8 en 9 van de overeenkomst) + +Vreemdelingen die in Frankrijk hun hoofdverblijf hebben en op wettige wijze Nederland zijn binnengekomen, zullen worden overgenomen door Frankrijk. + +Wanneer het binnenkomst met een visum betreft, dient het verzoek tot overname binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum, ingediend te worden. + +Wanneer het binnenkomst met een paspoort of enig ander daarvoor in de plaats tredend document betreft, dient het verzoek tot overname binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn gedurende welke de vreemdeling zich vrijelijk op het Beneluxgebied mag verplaatsen. + +Het verzoek tot overname is niet vereist indien de hiervoor genoemde personen in het bezit zijn van een door de Franse autoriteiten afgegeven geldige verblijfsvergunning. + +###### 11.3.2.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen (artikel 10 van de overeenkomst) + +De overeenkomst met Frankrijk bevat een regeling voor de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken. + + + Is in een verzoek van de Franse autoriteiten om doorgeleiding van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 11.3.3. Verwijdering van vreemdelingen naar Oostenrijk + +In Beneluxverband is op 15 februari 1965 met Oostenrijk een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van op onregelmatige wijze binnengekomen vreemdelingen afkomstig uit elkaars gebied, alsmede de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst van deze overeenkomst is opgenomen in Trb. 1965, 60. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Oostenrijk kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.3.3.1. Verwijdering van Oostenrijkse onderdanen (artikel 1 van de overeenkomst) + +– een akte van nationaliteit (Staatsbürgerschaftsurkunde); +– een nationaliteitsbewijs (Staatsbürgerschaftsnachweis); of +– een besluit krachtens hetwelk de Oostenrijkse nationaliteit is verworven of vastgesteld. + +– een paspoort (Reisepass); of +– een identiteitsbewijs (Personalausweis). + +###### 11.3.3.2. Verwijdering van derde landers naar Oostenrijk (artikel 2 van de overeenkomst) + +Vreemdelingen die vanuit Oostenrijk op onregelmatige wijze het Beneluxgebied zijn binnengekomen na een verblijf van ten minste twee weken in dat land, worden door Oostenrijk teruggenomen. + Het verzoek tot overname van de vreemdeling dient binnen zes maanden na het verlaten van het Oostenrijkse grondgebied plaats te vinden. + + + Overname door de Oostenrijkse autoriteiten vindt plaats op grond van een door de Oostenrijkse diplomatieke vertegenwoordiging afgegeven laissez-passer. De geldigheidsduur van dit laissez-passer bedraagt twaalf maanden. + + + Een verplichting tot overname door Oostenrijk bestaat niet wanneer het een persoon betreft die onderdaan is van een staat waarmee één van de Beneluxlanden een gemeenschappelijke grens heeft (i.c. Frankrijk en Duitsland). + + + Na het verkrijgen van het benodigde laissez-passer informeert de Immigratie- en Naturalisatiedienst de korpschef omtrent datum en wijze van verwijderen. + + + Tussen de Beneluxlanden en Oostenrijk is een overeenkomst gesloten inzake het verblijf van vluchtelingen (Trb. 1965, 46); deze overeenkomst voorziet ook in een verplichting van de wederzijdse autoriteiten tot terugname van houders van vluchtelingenpaspoorten (voor de desbetreffende regeling, zie de Overeenkomst tussen de Beneluxlanden en Oostenrijk d.d. 15 februari 1965, Trb. 1965/46, inwerkingtreding 1 april 1965). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 11.3.3.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen (artikel 5 van de overeenkomst) + +In Beneluxverband is op 15 februari 1965 met Oostenrijk een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van op onregelmatige wijze binnengekomen vreemdelingen afkomstig uit elkaars gebied, alsmede de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst van deze overeenkomst is opgenomen in Trb. 1965, 60. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Oostenrijk kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 11.3.4. Verwijdering van vreemdelingen naar Slovenië + +Door de Beneluxlanden is op 16 november 1992 met Slovenië een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van illegaal binnengekomen of verblijvende onderdanen van derde landen, alsmede de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1992, 197. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Slovenië kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.3.4.1. Verwijdering van Sloveense onderdanen (artikel 2 van de overeenkomst) + +Slovenië neemt Sloveense onderdanen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, zonder formaliteiten en zonder tussenkomst van de Sloveense autoriteiten terug voor zover vaststaat of aangenomen kan worden dat zij de Sloveense nationaliteit hebben. + Het bezit van de Sloveense nationaliteit kan worden aangetoond aan de hand van een nationaliteitsbewijs en aannemelijk worden gemaakt aan de hand van een paspoort of identiteitskaart afgegeven door de Sloveense autoriteiten ook indien deze documenten ten onrechte zijn afgegeven of niet langer dan tien jaar verlopen zijn. De nationaliteit kan echter eveneens op grond van andere gegevens worden verondersteld (bijvoorbeeld op grond van de door de betrokken vreemdeling afgelegde verklaringen). + Indien uit een later onderzoek door de Sloveense autoriteiten blijkt dat de betrokken persoon op het moment van verwijdering niet de Sloveense nationaliteit had, wordt de betrokken persoon zonder formaliteiten weer teruggenomen. + + + De verwijdering geschiedt door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen door tussenkomst van de daartoe aangewezen brigadecommandant van de Koninklijke Marechaussee. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.3.4.2. Verwijdering van derde landers naar Slovenië (artikel 4 van de overeenkomst) + +1. in het bezit is van een geldige Sloveense verblijfstitel; of +2. in het bezit is van een geldig door Slovenië verleend visum; of +3. ten hoogste zes maanden vóór indiening van het verzoek tot overname Slovenië heeft verlaten na een verblijf van ten minste twee weken. + +1. onderdanen van staten die met de Beneluxlanden een gemeenschappelijke grens hebben; +2. vreemdelingen die na hun vertrek uit Slovenië bij binnenkomst in het bezit waren van een door één van de Beneluxlanden afgegeven geldig visum of geldige verblijfstitel, of die daarvan na binnenkomst door één van de Beneluxlanden in het bezit zijn gesteld; +3. vreemdelingen van wie de verblijfsbeëindiging in Slovenië gevolgd werd door een verwijdering naar het land van herkomst of een ander land waar hun toelating gewaarborgd werd. + +###### 11.3.4.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen + +De overeenkomst met Slovenië bevat een regeling omtrent de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Sloveense ministerie van Binnenlandse Zaken. + + + Is in een verzoek van de Sloveense autoriteiten om doorgeleiding (onder geleide) van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -a. zonder rechtmatig verblijf; of -b. met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw. +##### 11.3.5. Verwijdering van vreemdelingen naar Roemenië + +Op 6 juni 1995 werd tussen de Beneluxlanden en Roemenië een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van wederzijdse onderdanen. De tekst is opgenomen in Trb. 1995, 155. In deze overeenkomst zijn géén regelingen getroffen voor de overname van derde landers en de doorgeleiding van vreemdelingen, bestemd voor verwijdering naar derde landen. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst beschreven procedure naar Roemenië kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.3.5.1. Verwijdering van Roemeense onderdanen (artikel 1 van de overeenkomst) + +– een paspoort; +– een ander reisdocument; +– een door de Roemeense autoriteiten afgegeven identiteitsbewijs. + +– een paspoort of een ander reisdocument dan wel een door de Roemeense autoriteiten afgegeven identiteitsbewijs, waarvan de geldigheidsduur niet langer dan tien jaar is verlopen; +– een legitimatiebewijs waaruit de identiteit van de houder blijkt; +– een rijbewijs; +– een zeemansboekje; +– een verzekeringsbewijs; +– betrouwbare getuigenverklaringen van andere Roemeense staatsburgers; +– verklaringen van betrokkene zelf. + +##### 11.3.6. Verwijdering van vreemdelingen naar Bulgarije + +Door de Beneluxlanden is op 7 oktober 1998 met Bulgarije een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf evenals de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1998, 250. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Bulgarije kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.3.6.1. Verwijdering van Bulgaarse onderdanen (artikel 2 van de overeenkomst) + +– een geldig nationaal identiteitsbewijs; +– een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); +– een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder. + +– een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname; +– een officieel document anders dan hiervoor beschreven, aan de hand waarvan de identiteit van betrokkene kan worden vastgelegd (rijbewijs e.d.); +– een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand. + +– een betrouwbare getuigenverklaring; +– andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; +– afschriften van bovengenoemde documenten; +– de verklaring van betrokkene zelf; +– de taal waarin betrokkene zich uitdrukt. -De vreemdeling wordt voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw gehoord. Dit gehoor wordt vastgelegd in het model M108B. De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het model M108A. +###### 11.3.6.2. Verwijdering van derde landers naar Bulgarije (artikel 3 van de overeenkomst) -Ad b +– wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat zij Bulgaars grondgebied zijn doorgereisd of daar hebben verbleven; of +– wanneer zij in het bezit zijn van een geldige Bulgaarse verblijfstitel of visum. Wanneer beide betrokken landen een visum of verblijfstitel hebben afgegeven, is het land waarvan het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk. -De maatregel op grond van artikel 56 Vw kan voortduren voor zolang dat gelet op de omstandigheden van het geval met het oog op de openbare orde redelijk is. De maatregel kan ieder deel van Nederland aanwijzen en is niet beperkt tot locaties waar opvang wordt geboden door het COA. Bij de bepaling van de plaats komt groot gewicht toe aan de mate waarin ter plaatse toezicht kan worden gehouden op de naleving van de maatregel. +– ten aanzien van personen die bij binnenkomst in het bezit waren van een geldige Nederlandse verblijfstitel van de ontvangende staat, of na binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een dergelijke verblijfstitel; +– wanneer er visumvrijdom bestaat tussen Nederland en het betreffende derde land. -De vreemdeling kan bij het COA of de DTenV verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt. +###### 11.3.6.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen (artikel 10 van de overeenkomst) -De maatregel op grond van artikel 56 Vw komt niet van rechtswege te vervallen. De maatregel kan worden voortgezet met het oog op vertrek uit Nederland, na een afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. +De overeenkomst met Bulgarije bevat een regeling omtrent de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Bulgaarse ministerie van Binnenlandse Zaken. Rechtstreekse terugkeer blijft echter voorop staan. + + + Is in een verzoek van de Bulgaarse autoriteiten om doorgeleiding (onder geleide) van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -De redenen die aanleiding waren gedurende het rechtmatig verblijf om een maatregel op te leggen, rechtvaardigen het voorduren van de vrijheidsbeperkende maatregel gedurende het terugkeerproces. Dat geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van de feitelijke overdracht naar een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Dublinverordening. +##### 11.3.7. Verwijdering van vreemdelingen naar Estland -Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels model M108A, zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef. +Door de Beneluxlanden is op 3 februari 1999 met Estland een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van wederzijdse onderdanen en de overname van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf evenals de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1999, 78. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Estland kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -#### 5.2. Dringende redenen van openbare orde +###### 11.3.7.1. Verwijdering van Estse onderdanen (artikel 2 van de overeenkomst) -Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend. +– een geldig nationaal identiteitsbewijs; +– een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); +– een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder. -#### 5.3. Vrijheidsbeperkende locatie (vbl) +– een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname; +– een officieel document anders dan hiervoor beschreven, aan de hand waarvan de identiteit van betrokkene kan worden vastgelegd (rijbewijs e.d.); +– een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand. -De vbl biedt onderdak aan vreemdelingen die Nederland moeten verlaten en geen recht (meer) hebben op opvang van rijkswege. Doel is dat gedurende het verblijf in de vbl het vertrek wordt voorbereid. +– een betrouwbare getuigenverklaring; +– andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; +– afschriften van bovengenoemde documenten; +– de verklaring van betrokkene zelf; +– de taal waarin betrokkene zich uitdrukt. -De vrijheidsbeperkende maatregel, die bij een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf op grond van artikel 56 Vw wordt opgelegd in een vbl, duurt in beginsel twaalf weken. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DTenV de regie heeft over het vertrektraject. De vrijheidsbeperkende maatregel kan blijven voortduren, indien na ommekomst van de twaalf weken er nog immer voldoende grondslag bestaat. +###### 11.3.7.2. Verwijdering van derde landers naar Estland (artikel 3 van de overeenkomst) -De vreemdeling kan bij de DTenV verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt. +– wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat zij Ests grondgebied zijn doorgereisd of daar hebben verbleven; of +– wanneer zij in het bezit zijn van een geldige Estse verblijfstitel of visum. Wanneer beide betrokken landen een visum of verblijfstitel hebben afgegeven, is het land waarvan het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk. -#### 5.4. Gezinslocatie (gl) +– ten aanzien van onderdanen van derde landen die bij binnenkomst in het bezit waren van een geldige verblijfstitel van Nederland, of die na hun binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een dergelijke verblijfstitel; +– wanneer er visumvrijdom bestaat tussen Nederland en het betreffende derde land. -De gl is een op vertrek gerichte vrijheidsbeperkende locatie met een sober voorzieningenniveau, bedoeld voor gezinnen: +###### 11.3.7.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen (artikel 10 van de overeenkomst) -• met minderjarige kinderen zonder recht op opvang; -• zolang minderjarige kinderen onderdeel uitmaken van het gezin; én -• zolang er een humanitaire noodsituatie ontstaat als er geen onderdak wordt geboden. +De overeenkomst met Estland bevat een regeling omtrent de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Estse ministerie van Binnenlandse Zaken. Rechtstreekse terugkeer blijft echter voorop staan. + + + Is in een verzoek van de Estse autoriteiten om doorgeleiding (onder geleide) van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Ter voorbereiding van het vertrek wordt bij gezinnen met minderjarige kinderen zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in een gl. +##### 11.3.8. Verwijdering van vreemdelingen naar Letland -Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van artikel 56 Vw in een gl opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan: +Door de Beneluxlanden is op 9 juni 1999 met Letland een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf evenals de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1999, 117. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Letland kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -• er is sprake van gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid – ook als op grond daarvan tot vrijheidsontneming zou kunnen worden overgegaan; -• het vertrek van het gezin kan niet binnen veertien dagen worden gerealiseerd; -• het gezin heeft voorafgaande aan de maatregel in de opvang verbleven; of -• het gezin is in de illegaliteit aangetroffen. +###### 11.3.8.1. Verwijdering van Letse onderdanen (artikel 2 van de overeenkomst) -#### 5.5. Procesbeschikbaarheidslocatie (pbl) +– een geldig nationaal identiteitsbewijs; +– een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); +– een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder; +– een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname. -Voor vreemdelingen in de asielprocedure en met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw, met uitzondering van onderdelen b, d en e Vw, geldt dat een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw kan worden opgelegd en de vreemdeling geplaatst kan worden op de pbl. Dit is mogelijk wanneer de vreemdeling meerdere malen overlast heeft veroorzaakt met middelgrote of 1 incident met grote impact zoals opgenomen in het maatregelenbeleid van het COA. Het kan hier gaan om incidenten in de opvang, maar ook om incidenten die buiten de opvang hebben plaatsgevonden. Daarnaast is pbl-plaatsing mogelijk bij vergelijkbare incidenten die zich buiten de opvanglocatie hebben voorgedaan. +– een officieel document anders dan hiervoor beschreven, aan de hand waarvan de identiteit van betrokkene kan worden vastgelegd (rijbewijs e.d.); +– een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand. -De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de pbl. De maatregel kan worden opgelegd aan vreemdelingen wanneer voorzienbaar is dat de aanvraag binnen 4 weken kan worden afgewezen. De vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd voor in beginsel vier weken. +– een betrouwbare getuigenverklaring; +– andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; +– afschriften van bovengenoemde documenten; +– de verklaring van betrokkene zelf; +– de taal waarin betrokkene zich uitdrukt. -#### 5.6. Handhavings- en toezichtlocatie (htl) +###### 11.3.8.2. Verwijdering van derde landers naar Letland (artikel 3 van de overeenkomst) -Voor zowel de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw geldt dat een maatregel op grond van artikel 56 Vw kan worden opgelegd en de vreemdeling geplaatst kan worden op de htl. als de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt met zeer grote impact. Dit kan als de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure meerdere malen overlast veroorzaakt met grote impact of na 1 incident met zeer grote impact zoals opgenomen in het maatregelenbeleid van het COA. Het gaat om overlast op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft of daar buiten. +– wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat zij Lets grondgebied zijn doorgereisd of daar hebben verbleven; of +– wanneer zij in het bezit zijn van een geldige Letse verblijfstitel of visum. Wanneer beide betrokken landen een visum of verblijfstitel hebben afgegeven, is het land waarvan het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk. -De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de htl. +– ten aanzien van onderdanen van derde landen die bij binnenkomst in het bezit waren van een geldige verblijfstitel van Nederland, of die na hun binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een dergelijke verblijfstitel; +– wanneer er visumvrijdom bestaat tussen Nederland en het betreffende derde land. -Een dergelijke maatregel kan ook worden opgelegd aan amv’s vanaf de leeftijd van 16 jaar. Voor deze amv’s geldt dat de afstemming die tussen COA en de jeugdbeschermer heeft plaatsgevonden. De belangen en de specifieke situatie van de minderjarige kenbaar moeten worden meegewogen in deze maatregel. +– persoonsbewijzen van de Republiek Letland; +– paspoorten van niet-staatsburgers van de Republiek Letland; +– terugkeerbewijzen van de Republiek Letland uitsluitend ter fine van terugkeer naar de Republiek Letland. -Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de htl (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA. +###### 11.3.8.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen -#### 5.7. Specifieke regels voor vervoer naar vbl, pbl en htl +De overeenkomst met Letland bevat een regeling omtrent de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Letse ministerie van Binnenlandse Zaken. Rechtstreekse terugkeer blijft echter voorop staan. + + + Is in een verzoek van de Letse autoriteiten om doorgeleiding (onder geleide) van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw te voldoen, wordt de vreemdeling vervoer naar de locatie aangeboden. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. +##### 11.3.9. Verwijdering van vreemdelingen naar Litouwen -Als de vreemdeling de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel niet naleeft, kan de Korpschef de vreemdeling op grond van artikel 50 Vw staande houden en naar een plaats bestemd voor verhoor overbrengen. Vervolgens beoordeelt de Korpschef of een vrijheidsontnemende maatregel moet worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, kan de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging krijgen Nederland te verlaten. +Door de Beneluxlanden is op 9 juni 1999 met Litouwen een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf evenals de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1999, 119. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Litouwen kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring +###### 11.3.9.1. Verwijdering van Litouwse onderdanen (artikel 2 van de overeenkomst) -Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van artikel 59, 59a of 59b Vw, tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring. +– een geldig nationaal identiteitsbewijs; +– een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer). -Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb, is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing. +– een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname; +– een officieel document anders dan hiervoor beschreven, aan de hand waarvan de identiteit van betrokkene kan worden vastgelegd (rijbewijs e.d.); +– een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand; +– een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder. -De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie artikel 59c, tweede lid, Vw). +– een betrouwbare getuigenverklaring; +– andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; +– afschriften van bovengenoemde documenten; +– de verklaring van betrokkene zelf; +– de taal waarin betrokkene zich uitdrukt. -#### 6.1. Bewaring op grond van +###### 11.3.9.2. Verwijdering van derde landers naar Litouwen (artikel 3 van de overeenkomst) -Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande: +– wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat zij Litouws grondgebied zijn doorgereisd of daar hebben verbleven; of +– wanneer zij in het bezit zijn van een geldige Litouwse verblijfstitel of visum. Wanneer beide betrokken landen een visum of verblijfstitel hebben afgegeven, is het land waarvan het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk. -• een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde of onbepaalde tijd; -• een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd; of -• een aanvraag tot verlenging of wijziging hiervan. +– ten aanzien van onderdanen van derde landen die bij binnenkomst in het bezit waren van een geldige verblijfstitel van Nederland, of die na hun binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een dergelijke verblijfstitel; +– wanneer er visumvrijdom bestaat tussen Nederland en het betreffende derde land. + +###### 11.3.9.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen -Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59 Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat: +De overeenkomst met Litouwen bevat een regeling omtrent de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Litouwse ministerie van Binnenlandse Zaken. Rechtstreekse terugkeer blijft echter voorop staan. + + + Is in een verzoek van de Litouwse autoriteiten om doorgeleiding (onder geleide) van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• er ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb aanwezig zijn, -• er geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, en -• er voldoende zicht op uitzetting bestaat. +##### 11.3.10. Verwijdering van vreemdelingen naar Kroatië + +Door de Beneluxlanden is op 11 juni 1999 met Kroatië een overeenkomst gesloten die de terugname regelt van elkaars onderdanen en de overname van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf evenals de doorgeleiding van onderdanen van derde landen door ieders gebied. De tekst is opgenomen in Trb. 1999, 140. + + + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure naar Kroatië kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 -#### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van +###### 11.3.10.1. Verwijdering van Kroatische onderdanen (artikel 2 van de overeenkomst) -Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van artikel 59a Vw. Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht. +– een nationaal identiteitsbewijs; +– een paspoort; +– een identiteitskaart. + +– een nationaliteitsbewijs, een paspoort of een identiteitskaart waarvan de geldigheidsduur is verstreken; +– een zeemansboekje afgegeven door de Kroatische autoriteiten; +– een getuigenverklaring van een Kroatische onderdaan; +– een verklaring van de betrokken persoon. + +###### 11.3.10.2. Verwijdering van derde landers naar Kroatië (artikel 4 van de overeenkomst) + +– in het bezit zijn van een titel tot verblijf afgegeven door Kroatië waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken; of +– in het bezit zijn van een visum afgegeven door Kroatië waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken; of +– ten hoogste zes maanden vóór de indiening van het verzoek tot overname na een verblijf van ten minste twee weken Kroatië hebben verlaten en de personen niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf. + +– onderdanen van derde landen waarmee de Benelux een gemeenschappelijke grens heeft; +– onderdanen van derde landen die bij binnenkomst in het bezit waren van een geldige verblijfstitel van Nederland, of die na hun binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een dergelijke verblijfstitel; +– vreemdelingen van wie de verblijfsbeëindiging in Kroatië gevolgd werd door een verwijdering naar het land van herkomst of een ander land waar hun toelating gewaarborgd werd. -Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van model M109-A. In model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat: +###### 11.3.10.3. Doorgeleiding van vreemdelingen bestemd voor verwijdering naar derde landen + +De overeenkomst met Kroatië bevat een regeling omtrent de doorgeleiding door elkaars gebied van vreemdelingen die verwijderd worden naar derde landen. Omtrent de doorgeleiding dient steeds voorafgaand overleg plaats te vinden tussen het ministerie van Justitie en het Kroatische ministerie van Binnenlandse Zaken. + + + Is in een verzoek van de Kroatische autoriteiten om doorgeleiding (onder geleide) van vreemdelingen door Nederlands gebied toegestemd, dan verstrekt de Minister van Justitie van geval tot geval de nodige aanwijzingen aan de korpschef. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• er ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb aanwezig zijn, waarvan ten minste één van de gronden, bedoeld in het derde lid; -• er geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast; en -• er voldoende zicht op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat bestaat. +#### 11.4. Overige internationale overeenkomsten -(zie ook de paragrafen A3/6.9 en C1/2.6 Vc) +Naast de terug- en overname overeenkomsten die met derde landen gesloten zijn in Benelux-verband, is er nog een tweetal andere internationale overeenkomsten die in dit kader van belang zijn. Dit zijn respectievelijk de uitvoeringsovereenkomst bij het akkoord van Schengen en de overeenkomst van Dublin. + Overigens wordt opgemerkt dat deze overeenkomsten géén betrekking hebben op EU/EER-onderdanen. Zie A2/6.3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 11.4.1. Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen -Als op grond van artikel 59a Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd en de vreemdeling ook een asielaanvraag heeft ingediend, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-A. +– Nederland; +– België; +– Luxemburg; +– Frankrijk; +– Duitsland; +– Italië; +– Spanje; +– Portugal; +– Griekenland; +– Oostenrijk; +– Denemarken; +– Finland; +– Zweden; +– Noorwegen; +– IJsland. + +###### 11.4.1.1. Verwijdering van vreemdelingen naar Polen + +Vreemdelingen afkomstig uit Polen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarde voor toelating of verblijf worden zonder formaliteiten door Polen teruggenomen. Deze verplichting geldt niet ten aanzien van personen die bij of na binnenkomst in het bezit zijn gesteld van een geldig visum of een geldige verblijfstitel. + +##### 11.4.2. De Overeenkomst van Dublin + +Op 15 juni 1990 is de Overeenkomst van Dublin gesloten. De tekst van deze overeenkomst staat in Trb. 1991, 129. In deze overeenkomst staan regels met betrekking tot de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend. Alle lidstaten van de Europese Unie (Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) zijn partij bij deze overeenkomst. Voor de relevante onderdelen van de overeenkomst van Dublin in relatie tot de beoordeling van de asielaanvraag, zie C1/2. + + + In artikel 11 van deze overeenkomst wordt ingegaan op de mogelijkheid om een lidstaat te verzoeken een vreemdeling over te nemen wanneer deze lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van de vreemdeling. Dit verzoek tot overname dient zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen zes maanden na het indienen van het asielverzoek plaats te vinden. + De lidstaat aan wie overname is verzocht, dient binnen drie maanden na het verzoek tot overname hierover een besluit te nemen; de daadwerkelijke overname dient een maand na de aanvaarding van het verzoek plaats te vinden. + Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft die met gebruikmaking van de in de overeenkomst omschreven procedure kan worden verwijderd, dient hij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (zie A6/3.2). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 11.4.2.1. Dublinbureaus + +– België; +– Luxemburg; +– Frankrijk; +– Spanje; +– Portugal. + +– Denemarken; +– Zweden; +– Finland; +– het Verenigd Koninkrijk; +– Ierland. + +– Duitsland; +– Oostenrijk; +– Italië; +– Griekenland. + +###### 11.4.2.2. Rol Dublinbureaus bij de aanmeldcentra + +Het is de bedoeling dat de onderkenning van Dublinclaims in asielzaken zo veel mogelijk plaatsvindt binnen de 48-uursprocedure van het aanmeldcentrum. De Dublinbureaus ondersteunen het primair proces van het aanmeldcentrum bij het onderkennen van deze Dublinclaims. Indien er – voordat tot claimonderkenning kan worden overgegaan – onderzoek nodig is in één van de Dublinlanden, dan worden deze onderzoeken ook uitgevoerd door de Dublinbureaus. Daarbij geldt de landenverdeling zoals weergegeven onder 11.4.2.1. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 11.4.2.3. Rol Dublinbureaus bij de terug- en overnameovereenkomsten -Als de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. +– Benelux – intern (zie 11.2); +– Benelux – Frankrijk (zie 11.3.2). -Deze termijn is niet van toepassing als de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden: +– Schengen – Polen (zie 11.4.1.1); +– Benelux – Duitsland (zie 11.3.1); +– Benelux – Oostenrijk (zie 11.3.3); +– Benelux – Slovenië (zie 11.3.4); +– Benelux – Roemenië (zie 11.3.5); +– Benelux – Bulgarije (zie 11.3.6); +– Benelux – Estland (zie 11.3.7); +– Benelux – Letland (zie 11.3.8); +– Benelux – Litouwen (zie 11.3.9); +– Benelux – Kroatië (zie 11.3.10). -• fysiek verzet van de vreemdeling of in geval van een gezin fysiek verzet van (één van) de gezinsleden; -• het feit dat de vreemdeling of in geval van een gezin (één van) de gezinsleden na de inbewaringstelling één of meerdere procedures is gaan voeren met het kennelijke doel overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te voorkomen. +### 12. Overige categorieën -Als sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden. +#### 12.1. Houders van vluchtelingen- of vreemdelingenpaspoorten met een Rijnschippersverklaring -#### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van +a. door de Staat die het stempel heeft afgegeven, zolang de houder van het document op de Rijnvaart werkzaam is (ook al is de geldigheidsduur van zijn reisdocumenten inmiddels verstreken); +b. door de Staat die het vluchtelingen- of vreemdelingenpaspoort heeft afgegeven, indien de houder het beroep van Rijnschipper niet meer uitoefent en hij op illegale wijze in één van de andere landen verblijf houdt. + +#### 12.2. Houders van door Zwitserland afgegeven reisdocumenten voor werkende vluchtelingen -Bewaring op grond van artikel 59b Vw is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van model 109-B. Model M109-B bevat in ieder geval: +Ingevolge een tussen de Beneluxlanden en Zwitserland gesloten overeenkomst bestaat er voor werknemersvluchtelingen die houder zijn van een Zwitsers reisdocument voor vluchtelingen en die toestemming hebben gekregen voor verblijf in één van de Beneluxlanden, onder bepaalde voorwaarden gedurende een periode van twee jaar recht op terugkeer naar Zwitserland. Binnen deze periode zijn de Zwitserse autoriteiten verplicht tot overname. + + + Indien er naar het oordeel van de korpschef grond bestaat tot verwijdering van een vreemdeling als hier bedoeld, dient hij zich in verbinding te stellen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (zie A6/3.2). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• een kenbare belangenafweging, en -• één of meerdere gronden, als bedoeld in artikel 59b, eerste lid, Vw. +## A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen -Als op grond van artikel 59b Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-B. +### 1. Algemeen -Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien: +– toegang (artikel 6 Vreemdelingenwet); +– verblijf (artikel 55 Vreemdelingenwet); +– toezicht (artikel 50 en 56 Vreemdelingenwet); +– uitzetting (artikel 57, 58 en 59 Vreemdelingenwet); +– rechtsmiddelen (artikel 93 t/m 107 Vreemdelingenwet). + +#### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen + +a. het ophouden van vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd in een aangewezen ruimte of plaats (artikel 6, eerste lid, Vreemdelingenwet); +b. het beschikbaar houden op een aangewezen plaats van vreemdelingen die rechtmatig verblijf genieten op grond van artikel 8 onder f Vreemdelingenwet (artikel 55 Vreemdelingenwet); +c. het beperken van de vrijheid van beweging van vreemdelingen als het belang van de openbare orde of nationale veiligheid dat vordert (artikel 56 Vreemdelingenwet); +d. het ophouden van vreemdelingen van wie de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel is afgewezen in een bepaalde ruimte of plaats (artikel 57 Vreemdelingenwet). + +a. het ophouden van vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd in een aangewezen ruimte of plaats die beveiligd is tegen ongeoorloofd vertrek (artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet); +b. het ophouden van vreemdelingen van wie de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel is afgewezen in een bepaalde ruimte of plaats, die is beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek (artikel 58 Vreemdelingenwet); +c. het ophouden van (staande gehouden) personen (artikel 50 Vreemdelingenwet); +d. de inbewaringstelling van vreemdelingen (artikel 59 Vreemdelingenwet). + +#### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen aan de IND + +Artikel + 5.6 + Vreemdelingenbesluit: + + Overeenkomstig door Onze Minister te geven algemene en bijzondere aanwijzingen stelt de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee Onze Minister tijdig voor het verstrijken van de in artikel 94, eerste lid, van de Wet genoemde termijn in kennis van de bewaring dan wel het voortduren daarvan. + + + + De ambtenaar belast met grensbewaking, de korpschef of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 of artikel 59 Vreemdelingenwet oplegt, dient de IND door middel van respectievelijk model M19, M116 of M110-A daarvan op de eerste dag van het opleggen van de maatregel op de hoogte te brengen. Deze mededeling aan de IND dient ook plaats te vinden indien een dergelijke maatregel is opgeheven. + N.B. In verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep bij de rechtbank van de vreemdeling tegen één van deze maatregelen dienen hierbij tevens een aantal noodzakelijke bescheiden aan de IND verzonden te worden, zie 6.2.3 en 6.2.4. + +200422419-11-200411-11-2003200422419-11-200411-11-200321-11-2004 + +##### 1.2.1. Mededeling aan derden + +Op verzoek van de vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk mededeling van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vreemdelingenwet gedaan aan zijn naaste verwanten en aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is. + De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt. + + + Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt daarvan, als daartoe de gelegenheid bestaat, ambtshalve zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over die minderjarige uitoefenen, voorzover die zich in Nederland bevinden. Is dat niet mogelijk dan zal de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging hier te lande ingelicht worden. + De in de vorige twee alinea’s vermelde verplichting rust op de onder 1.2 genoemde bevoegde personen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 1.3. Geleidebrief/checklist + +Het A-gedeelte van het formulier wordt ingevuld door of namens de ambtenaar die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op het formulier. + +Indien de vreemdeling wordt vervoerd (bijv. ter effectuering van de uitzetting), dient de ambtenaar die voor het vervoer verantwoordelijk is, het C-gedeelte in te vullen. Op het C-gedeelte is ruimte voor opmerkingen over in totaal drie vervoersbewegingen. + +#### 1.4. Het lichten van vreemdelingen (artikel 5.5 Vreemdelingenbesluit) + +a. de hulpofficier van justitie dient tijdig (twee werkdagen voor de datum van lichting) een lichtingsverzoek (model M115) in bij de directeur van de justitiële inrichting; +b. het lichten geschiedt zoveel mogelijk tijdens de normale werktijden van de inrichting, en duurt in beginsel maximaal 48 uur; +c. de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling tijdens het lichten, berust bij de ambtenaar die het lichtingsverzoek heeft ingediend; deze draagt tevens zorg voor alle noodzakelijke maatregelen ten behoeve van de veiligheid en het toezicht gedurende het lichten. + +#### 1.5. Het toepassen van vrijheidsontnemende maatregelen bij jeugdigen onder 16 jaar + +a. jeugdige vreemdelingen beneden de leeftijd van twaalf jaar mogen niet op grond van de Vreemdelingenwet in een politiecel of een justitiële inrichting hun vrijheid worden ontnomen, tenzij de tevens van hun vrijheid ontnomen ouder(s) van de vreemdeling erop staat(n) de kinderen bij zich te houden. In het laatste geval moet de vrijheidsontneming direct ten uitvoer gelegd worden in een justitiële inrichting of een bureau van politie waar een soepel regime (bijv. het verblijven in een passantenverblijf) mogelijk is; +b. jeugdige vreemdelingen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar die met hun ouder(s) in Nederland verblijven, kunnen slechts *met deze(n)* op grond van de Vreemdelingenwet hun vrijheid worden ontnomen indien binnen vier dagen overbrenging van een politiebureau naar een justitiële inrichting mogelijk is; +c. alleenstaande jeugdige vreemdelingen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar kunnen slechts op grond van de Vreemdelingenwet hun vrijheid worden ontnomen, indien de tenuitvoerlegging uiterlijk binnen vier dagen kan plaatsvinden in een jeugdinrichting. + +### 2. Toegang + +#### 2.1. Algemeen + +Vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd dienen Nederland onmiddellijk te verlaten. Deze verplichting geldt niet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 Vreemdelingenwet indient (artikel 5 lid 3 Vreemdelingenwet). Aan een geweigerde vreemdeling kan op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel opgelegd worden. Voor een uitvoerige uiteenzetting over de begrippen ‘toegang’ en ‘weigering van de toegang’, zie A2. + N.B. Voor de weigering van toegang van EU-/Gemeenschapsonderdanen gelden bijzondere regels, zie hoofdstuk 8, afd. 2 Vreemdelingenbesluit. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 2.2. Het toepassen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet + +##### 2.2.1. Het doel + +De vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, dient krachtens artikel 5 Vreemdelingenwet Nederland onmiddellijk te verlaten. Deze verplichting geldt niet voor vreemdelingen die een verblijfsvergunning asiel (bepaalde of onbepaalde tijd) indienen (artikel 5, derde lid Vreemdelingenwet). + Geweigerde vreemdelingen zullen niet altijd onmiddellijk kunnen vertrekken. Het vertrek zal dan op een later moment plaatsvinden. In het belang van de grensbewaking en de internationale betrekkingen dient voorkomen te worden dat de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland geweigerd is – maar die Nederland niet onmiddellijk kan verlaten – zich in de tijd tot aan zijn vertrek toch de feitelijke toegang tot Nederland kan verschaffen. Op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f van het EVRM is vrijheidsontneming van vreemdelingen slechts toegestaan om de onrechtmatige binnenkomst in een land te voorkomen of om de verwijdering of uitlevering veilig te stellen. Artikel 6 Vreemdelingenwet dient het eerste doel en biedt de mogelijkheid om geweigerde vreemdelingen hun vrijheid te beperken of zelfs te ontnemen. + Bij een vrijheidsbeperkende maatregel kan de vreemdeling in afwachting van zijn vertrek opgedragen worden zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats op te houden (artikel 6, eerste lid , Vreemdelingenwet). De vreemdeling mag deze ruimte of plaats niet verlaten, maar kan dit feitelijk wel. Wanneer deze ruimte of plaats beveiligd wordt tegen ongeoorloofd vertrek van de vreemdeling spreken we van vrijheidsontneming. Deze maatregel wordt gegeven op grond van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 2.2.2. De bevoegdheid + +a. de ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee; +b. de ambtenaren van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond; +c. de directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies; +d. de bij besluit van de Minister aangewezen politie-ambtenaren. + +##### 2.2.3. De toepassing + +Artikel 6, eerste lid, Vreemdelingenwet geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats, en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A5/2.2.3.1 en C3/11.3. De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de doorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het Reglement grenslogies van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld onder 2.2.3.1 Asielzoekers (AC Schiphol-procedure). + Verstekelingen (met uitzondering van de asielzoekers) dienen zoveel mogelijk geplaatst te worden aan boord van het schip waarvan zij afkomstig zijn. Deze plaatsing geschiedt op grond van artikel 5, tweede lid en artikel 65 Vreemdelingenwet. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +###### 2.2.3.1. Asielzoekers (AC Schiphol-procedure) + +De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en die een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, kan de maatregel van artikel 6, eerste en/of tweede lid, Vreemdelingenwet opgelegd worden. Voor de toepassing van deze maatregel bij deze categorie vreemdelingen wordt hierbij verwezen naar hoofdstuk C3/12.3.3.1. + + + De vreemdeling die te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in te willen dienen, zal na verblijf in de lounge op grond van artikel 6, eerste lid Vreemdelingenwet worden overgebracht naar het Aanmeldcentrum Schiphol. Deze overbrenging alsmede het verblijf in het Aanmeldcentrum vindt plaats onder oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet. Mocht er in het Aanmeldcentrum nog onvoldoende capaciteit voorhanden zijn om de aanvraag af te handelen, dan kan de asielzoeker in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt, worden geplaatst in afwachting van het vrijkomen van voldoende behandelcapaciteit. + In het Aanmeldcentrum vindt het eerste gehoor plaats, waarna er een aantal mogelijkheden bestaat. Als de aanvraag zich niet leent voor afdoening in het Aanmeldcentrum en doorzending naar een Opvangcentrum (OC) plaatsvindt, wordt de asielzoeker de feitelijke toegang verschaft. De weigering van de toegang blijft evenwel in stand. De asielzoeker kan in dat geval de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid Vreemdelingenwet worden opgelegd. + De asielzoeker kan ook na het eerste gehoor (of later) in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt worden geplaatst, omdat hij deel uitmaakt van een grotere groep asielzoekers die op hetzelfde moment arriveert, omdat hij de asielprocedure misbruikt dan wel omdat ten aanzien van hem, zijn identiteit en nationaliteit, asielrelaas of overgelegde documenten nader onderzoek nodig is om te bepalen of zijn aanvraag afgewezen dient te worden. + Wordt op dit moment of later duidelijk dat er bij een ander land een verzoek tot overname van de asielaanvraag kan worden ingediend, dan leidt dit in beginsel eveneens tot plaatsing in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. De asielzoeker die het onderzoek in het Aanmeldcentrum frustreert, kan ook worden geplaatst in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. + Is de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel wel in het Aanmeldcentrum af te doen, dan blijft de asielzoeker in dit Aanmeldcentrum, waar de vrijheidsontnemende maatregel voortgezet ten uitvoer gelegd wordt. In de beschikking waarmee in het Aanmeldcentrum vervolgens op de aanvraag beslist wordt, wordt de asielzoeker aangezegd Nederland onmiddellijk te verlaten. + + + Ook wordt hierin aan de ambtenaar belast met de grensbewaking een bijzondere aanwijzing gegeven om de beschikking tot voortgezette toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel te maken. De maatregel zal voortgezet ten uitvoer worden gelegd in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. + In de gevallen zoals hiervoor genoemd, is het steeds de ambtenaar van de IND op het Aanmeldcentrum Schiphol die de beslissing neemt of de vrijheidsontneming van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet wordt voortgezet. Het is vervolgens de ambtenaar belast met de grensbewaking die een nieuwe plaatsingsbeschikking maakt. + + + Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel een tweede of volgende asielaanvraag is, dan kan de maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet op de oorspronkelijke weigering van toegang worden gebaseerd voorzover deze immer nog in stand is. Deze tweede of volgende asielaanvragen worden doorgaans in het Aanmeldcentrum Schiphol afgedaan. De termijnen en procedureregels van het Aanmeldcentrum Schiphol, die gelden voor een eerste asielaanvraag, zijn dan ook niet van toepassing bij tweede of volgende asielaanvragen. + Hoewel er geen bijzondere termijnen gelden voor de behandeling van de aanvraag zal steeds een afweging gemaakt moeten worden tussen de belangen van de overheid en die van de vreemdeling. Wel dient de noodzakelijke voortvarendheid betracht te worden. + + + Uit het voorgaande volgt dat in asielzaken drie momenten zijn aan te wijzen, waarop de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet beoordeeld wordt. + Allereerst gebeurt dit op het moment waarop de vreemdeling bij de grensdoorlaatpost komt (1) en te kennen geeft dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel wil indienen. Vervolgens wordt na het eerste gehoor of het nader gehoor een beslissing genomen omtrent plaatsing in een AC of een OC (2). + Tenslotte wordt bij de beslissing op de asielaanvraag bezien of de vrijheidsontnemende maatregel voortgezet moet worden (3). Daarbij is het noodzakelijk dat zo spoedig mogelijk wordt beslist op de aanvraag. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +###### 2.2.3.2. Dublinclaimanten + +De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Waar een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Overeenkomst van Dublin een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, kan zich een complicatie voordoen. + Als immers het Dublinland waarbij het verzoek tot overname ingediend wordt, tevens een Schengenland is en het overnameverzoek gebaseerd is op de eerdere aanwezigheid van de asielzoeker in dat Schengenland, dan was er doorgaans al sprake van feitelijke toegang tot het Schengengebied en kan de toegang dus niet alsnog geweigerd worden op de luchthaven, bijv. Schiphol. + Het vorenstaande betekent dat alleen indien een verzoek tot overname van de asielaanvraag gedaan kan worden op grond van de Overeenkomst van Dublin, maar niet tevens op grond van het Akkoord van Schengen en de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, de toegang geweigerd kan worden en één van de maatregelen van artikel 6 Vreemdelingenwet opgelegd kan worden. + Bij de op deze typische Dublinzaken gelijkende gevallen, waarin een overnameverzoek wordt ingediend bij de Nederlandse autoriteiten dan wel waarin de Nederlandse autoriteiten afzien van het doen van een overnameverzoek en de asielaanvraag op grond van artikel 3, vierde lid OvD aan zich trekken, doet zich hetzelfde voor. Ook is van belang of de asielzoeker onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in Nederland in een Schengenland (waaronder Nederland) is geweest en zich daar reeds de verdere feitelijke toegang tot het Schengengebied heeft verschaft. + Is dat het geval, dan is het niet (meer) mogelijk om de asielzoeker de toegang tot Nederland en daarmee het Schengengebied te weigeren. Dus ook in deze gevallen geldt het te maken onderscheid tussen Schengen- en Dublinlanden. + + + Is het overnameverzoek gericht aan of gedaan door een Dublinland dat geen Schengenland is, dan is er geen probleem. Met andere woorden, is de asielzoeker onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in een Dublinland geweest dat geen Schengenland is, dan had en heeft hij geen feitelijke toegang tot het Schengengebied. + Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55 Vreemdelingenwet opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van artikel 59 Vreemdelingenwet. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -a. bewaring noodzakelijk is met het oog op vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling; -b. bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, met name indien er sprake is van een risico op onttrekking; -c. de vreemdeling: +##### 2.2.4. De vorm -1. in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van richtlijn 2008/115; -2. al de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad; en -3. op redelijke gronden aangenomen kan worden dat hij de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen; of -d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel e, van richtlijn 2013/33. +Het opleggen van een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet geschiedt bij beschikking model M19. De bevoegde ambtenaar dient een afschrift daarvan uit te reiken aan de vreemdeling, waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem moeten worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats dient steeds een nieuwe beschikking te worden gemaakt. Als echter om redenen die voortvloeien uit de toepassing van de Vreemdelingenwet ‘ zoals het afnemen van een gehoor ’ of om medische redenen, *tijdelijke overplaatsing* (afhankelijk van feiten of omstandigheden, in beginsel ten hoogste 48 uur) van de vreemdeling vanuit de justitiële inrichting of een andere plaats van onderbrenging naar een andere ruimte of plaats nodig is (bijvoorbeeld van het Grenshospitium naar het Aanmeldcentrum), dan is de geldende plaatsingsbeschikking van toepassing. Ook het transport naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder de gegeven beschikking. In deze gevallen hoeft geen nieuwe plaatsingsbeschikking gemaakt te worden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw. +##### 2.2.5. De tenuitvoerlegging -Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1c, derde lid, Vb van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien: +Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd. + + + De vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats. + + + Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid Vreemdelingenwet geldt geen regime. + Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet. In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats (zie hiervoor onder a, b of c) het regime van het Reglement grenslogies (Stb. 1993, nr. 45). Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies. + +20053316-02-200509-02-200520053316-02-200509-02-200518-02-2005 + +##### 2.2.6. De duur + +In de wet is geen wettelijke maximumtermijn gesteld aan de vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet. De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in artikel 94 Vreemdelingenwet, binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is. Een vrijheidsontnemende maatregel die langer duurt dan zes maanden zal streng getoetst worden (zie paragraaf 6). + +20053316-02-200509-02-200520053316-02-200509-02-200518-02-2005 + +##### 2.2.7. De beëindiging + +De vrijheidsbeperkende of –ontnemende maatregel eindigt wanneer de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten, dan wel de maatregel opgeheven wordt. Indien de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of schip niet het Nederlands grondgebied heeft verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), blijft de oorspronkelijk opgelegde maatregel van kracht. Er wordt geen nieuwe plaatsingsbeschikking genomen. Ook de oorspronkelijke toegangsweigering blijft van kracht. + + + Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vreemdelingenwet opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van artikel 65 Vreemdelingenwet is verwijderd, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling om niet terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M29). + + + Indien de rechtbank de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid Vreemdelingenwet opheft (zie hierna onder 6, Rechtsmiddelen) betekent dat niet dat ook de weigering van de toegang ex art. 3 Vreemdelingenwet wordt opgeheven. In die gevallen kan nog steeds op grond van artikel 6, eerste lid Vreemdelingenwet (vrijheidsbeperking) een ruimte of plaats worden aangewezen waar de vreemdeling zich dient op te houden. Indien de toegangsweigering wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat aan de vreemdeling alsnog rechtmatig verblijf toekomt op grond van artikel 8 a t/m e Vreemdelingenwet of de rechtbank de beschikking van weigering toegang vernietigt, wordt de maatregel van artikel 6 Vreemdelingenwet eveneens opgeheven. Voor het opheffen van de maatregel dient gebruik te worden gemaakt van Model M113. + +200324823-12-200316-12-2003HKUIT03-5910(AUB)200324823-12-200316-12-2003HKUIT03-5910(AUB)25-12-2003 + +### 3. Verblijf + +#### 3.1. Het zich beschikbaar houden op grond van artikel 55, eerste lid Vreemdelingenwet + +##### 3.1.1. Algemeen + +Aan een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning *regulier of asiel* indient en de beslissing daarvan op grond van deze wet in Nederland mag afwachten, kan de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55, eerste lid Vreemdelingenwet opgelegd worden. De maatregel houdt in dat de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, aanhef en onder f Vreemdelingenwet een plaats aangewezen krijgt waar hij zich gedurende het onderzoek naar de inwilligbaarheid van die aanvraag dient op de houden, overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen. De aanwijzingen, die betrekking kunnen hebben op het gehoor, het fotograferen of dactyloscoperen, en het verstrekken van gegevens, maken deel uit van de beschikbaarheidsverplichting. Het wél verblijven op de aangewezen plaats maar niet handelen overeenkomstig de gegeven aanwijzingen betekent dat de vreemdeling zich niet overeenkomstig artikel 55, eerste lid Vreemdelingenwet beschikbaar houdt op de aangewezen plaats. Daartegenover staat dat ook de beschikbaarheid noodzakelijk dient te zijn ten behoeve van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag. Het ontbreken van dergelijk verband maakt de maatregel onrechtmatig. + Het overtreden van artikel 55 Vreemdelingenwet is strafbaar gesteld in artikel 108 Vreemdelingenwet. Gedurende de tijd dat de vreemdeling zich niet beschikbaar hoeft te houden voor het onderzoek kan hij zich buiten de aangewezen plaats begeven. In dat geval overtreedt hij niet het voorschrift van artikel 55 Vreemdelingenwet. + Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar paragraaf 6. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.1.2. Het doel + +Het doel van deze maatregel is niet alleen de bevordering van de waarheidsvinding, maar ook de versnelling van de procedure doordat de vreemdeling steeds bereikbaar is. Meer in het algemeen kan het voorkomen dat tijdens de behandeling van de asielaanvraag nadere vragen opkomen die, als de asielzoeker bereikbaar is, snel beantwoord kunnen worden, wat niet alleen de voortgang van de procedure, maar ook de kwaliteit van de beslissing ten goede zal komen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.1.3. De bevoegdheid + +De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister van Justitie. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (artikel 1.4 Vreemdelingenbesluit). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 3.1.4. De toepassing + +De beschikbaarheidsverplichting van artikel 55, eerste lid Vreemdelingenwet kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure (zie 3.1.4.1). + Voor asielzoekers geldt dat zij zich beschikbaar dienen te houden in een Aanmeld- (AC), Opvang- (OC) of Asielzoekerscentrum (AZC). Voor reguliere vreemdelingen kan dat de woon- of verblijfplaats zijn. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 3.1.4.1. De vorm + +Zoals hiervoor onder 3.1.3 *De bevoegdheid* is aangegeven kan de beschikbaarheidsverplichting opgelegd worden door de Korpschef. Hij maakt daarbij gebruik van model M117-A. Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. De daarbij gegeven aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op het gehoor, het fotograferen, dactyloscoperen, en het verstrekken van gegevens en/of informatie. Vervolgaanwijzingen kunnen gegeven worden voor het verstrekken van extra informatie, het uitreiken van het rapport van gehoor of de beschikking enz. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van model M117-B. Hij wordt daarbij tevens gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van een rechtsmiddel. + De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven. + Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken dient de Korpschef dit overeenkomstig het bepaalde in C1 te melden door middel van model 100 met een kopie van het model M117-A. Het MOB zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole. + Voor de asielzoeker geldt dat het niet nakomen van de gegeven aanwijzingen kan leiden tot afwijzing of buiten behandeling stellen van de aanvraag (artikel 31, tweede lid, onder b en 28 Vreemdelingenwet). Overigens is het zich niet beschikbaar houden, daaronder begrepen het niet naleven van de gegeven aanwijzingen, een overtreding die strafbaar gesteld bij artikel 108 Vreemdelingenwet. + +20029929-05-20025154615/02/IND20029929-05-20025154615/02/IND31-05-2002 + +##### 3.1.5. Het staandehouden, onderzoeken (fouilleren) en doorzoeken + +a. fouillering blijft achterwege indien op een minder ingrijpende manier hetzelfde doel bereikt kan worden; +b. fouillering geschiedt door een daartoe bevoegde ambtenaar (belast met toezicht/grensbewaking); +c. fouillering vindt plaats door ambtenaren van het hetzelfde geslacht als de gefouilleerde; +d. fouillering is toegestaan aan kleding en de oppervlakte van het lichaam; ook bagage mag doorzocht worden; +e. fouillering in het lichaam is niet toegestaan; +f. veiligheidsfouillering vindt niet plaats bij vreemdelingen jonger dan twaalf jaar. + +### 4. Toezicht + +#### 4.1. Algemeen + +Voor het toezicht op vreemdelingen zijn artikel 50 Vreemdelingenwet en 56 Vreemdelingenwet van belang. Artikel 50 Vreemdelingenwet betreft de bevoegdheid van het staande- en ophouden van personen (eventueel ook Nederlanders) in het belang van het toezicht op vreemdelingen. Artikel 56 Vreemdelingenwet geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet (artikel 4.18, 4.19 en 4.20 Vreemdelingenbesluit; artikel 5.1 Voorschrift Vreemdelingen) + +In verband met een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met het toezicht op vreemdelingen te maken hebben, wordt voor de beschrijving van artikel 50 Vreemdelingenwet etc. verwezen naar A3/2.3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.3. Het beperken van de vrijheid van beweging + +Het artikel 56 Vreemdelingenwet; artikel 5.1 Vreemdelingenbesluit; artikel 5.2 Voorschrift Vreemdelingen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 4.3.1. Het doel + +Artikel + 5.1 + Vreemdelingenbesluit: + + De maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet kan bestaan uit: + + + a. + een verplichting zich bij verblijf in Nederland in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden; of + + + b. + een verplichting zich te houden aan een verbod om zich in een bepaald gedeelte of bepaalde gedeelten van Nederland te bevinden. + + + + + + + Artikel 56 Vreemdelingenwet geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken. + + + De opgelegde beperkingen mogen niet zo verstrekkend zijn, dat zij het karakter van een vrijheidsontnemende maatregel hebben, noch dienen zij ertoe om de uitzetting van een vreemdeling te verzekeren. Neemt de vreemdeling de opgelegde beperking niet in acht dan begaat hij een in artikel 108 Vreemdelingenwet strafbaar gestelde overtreding. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• de vreemdeling gedurende zijn strafrechtelijke detentie een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend; -• de vreemdeling gedurende de periode van overbrenging en ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend; of -• de vreemdeling is overgedragen aan Nederland krachtens Verordening (EU) nr. 604/2013. +##### 4.3.2. De bevoegdheid -Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb zich voordoen. +De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister van Justitie. + Indien de Korpschef van oordeel is dat de vrijheid van beweging van een vreemdeling beperkt dient te worden, doet de Korpschef daartoe een gemotiveerd voorstel aan de Minister van Justitie. In spoedeisende gevallen is de Korpschef gemachtigd om, in afwachting van de beslissing van de Minister van Justitie, de vrijheid van beweging van een vreemdeling voor de duur van ten hoogste een week te beperken. Maakt de Korpschef van deze bevoegdheid gebruik, dan geeft hij daarvan binnen vierentwintig uur kennis aan Onze Minister. + De Korpschef kan deze bevoegdheid alleen ondermandateren aan een ambtenaar belast met toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is (artikel 1.4 Vreemdelingenwet). + Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar paragraaf 6. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen. +##### 4.3.3. De toepassing -Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw is slechts mogelijk als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al in bewaring was gesteld op grond van artikel 59 Vw. +a. geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben; +b. rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8 Vreemdelingenwet, met uitzondering van de onderdelen b, d en e. -Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken: +##### 4.3.4. De beëindiging + +Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden. + De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 5. Uitzetting + +#### 5.1. Het doel van de maatregelen van artikel 57, 58 en 59 Vreemdelingenwet + +Om de overheid in staat te stellen haar bevoegdheid tot uitzetting van vreemdelingen die niet dan wel niet langer rechtmatig in Nederland verblijven uit te kunnen laten voeren, zijn in de wet vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen opgenomen. + + + + Artikel 57 (vrijheidsbeperking) en 58 (vrijheidsontneming) Vreemdelingenwet maken het mogelijk om vreemdelingen van wie de asielaanvraag is afgewezen te verplichten zich in verband met hun uitzetting beschikbaar te houden in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats die, indien noodzakelijk, tegen ongeoorloofd vertrek daaruit beveiligd kan worden. Het zich niet houden aan de verplichting van artikel 57 of 58 Vreemdelingenwet is strafbaar gesteld in artikel 108 Vreemdelingenwet. + Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet. Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij artikel 58 Vreemdelingenwet – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 5.2. Het zich ophouden in een aangewezen ruimte of op een bepaalde plaats op grond van artikel 57 en 58 Vreemdelingenwet + +##### 5.2.1. De bevoegdheid + +In artikel 57, eerste lid Vreemdelingenwet staat vermeld dat de Minister van Justitie aan de asielzoeker de aanwijzing geeft om zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats op te houden. Over het algemeen zal een dergelijke aanwijzing in de afwijzende beschikking opgenomen worden (artikel 5.7 Vreemdelingenbesluit). + De Korpschef is namens de Minister van Justitie bevoegd in de daarvoor in aanmerking komende gevallen (zie hierna onder 5.2.2 en artikel 1.4 Vreemdelingenbesluit) de asielzoeker de verplichting op te leggen om zich beschikbaar te houden in een ruimte of plaats die beveiligd is tegen ongeoorloofd vertrek daaruit (artikel 58 Vreemdelingenwet). Deze aanwijzing dient bij afzonderlijke beschikking gegeven te worden. De beschikking dient gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend te zijn. Aan de vreemdeling wordt een afschrift daarvan uitgereikt. + Deze laatst bedoelde aanwijzing kan gegeven worden door de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente, waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft, ressorteert. De Korpschef kan van zijn bevoegdheid ondermandaat verlenen aan een hulpofficier van justitie (artikel 1.4 Vreemdelingenbesluit). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.2. De toepassing + +De aanwijzing om zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats op te houden kan gegeven worden ten aanzien van vreemdelingen van wie de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd (artikel 28 Vreemdelingenwet) is afgewezen. + Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel op de gronden genoemd in artikel 30 en 31 Vreemdelingenwet. De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden. + Bovendien kan deze aanwijzing slechts plaatsvinden indien de afwijzing op de aanvraag binnen acht weken (in verband met de voornemenprocedure) na de indiening daarvan is gegeven. De termijn van acht weken, bedoeld in artikel 57, derde lid Vreemdelingenwet is de termijn tussen indiening van de aanvraag en kennisgeving van de beschikking. Heeft de vreemdeling zich onttrokken aan de beschikbaarheidsplicht (van artikel 55 Vreemdelingenwet) nadat het onderzoek is afgerond, maar nog voordat de afwijzende beschikking te zijner kennis is gebracht dan wordt de tijd waarin de vreemdeling zich heeft onttrokken aan de beschikbaarheidsplicht opgeteld bij de eerder genoemde termijn van acht weken (artikel 57, derde en vijfde lid Vreemdelingenwet). De afwijzing behoeft niet onherroepelijk te zijn. Dus ook als de vreemdeling procedeert bij de vreemdelingenkamer tegen de afwijzing van zijn aanvraag kan hem deze aanwijzing gegeven worden. + Voor de aanwijzing op grond van artikel 58 Vreemdelingenwet dient de Korpschef gebruikt te maken van een afzonderlijke beschikking M116. De beschikking dient gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend te zijn. Aan de vreemdeling wordt een afschrift daarvan uitgereikt (artikel 5.7 Vreemdelingenbesluit). + Aan de asielzoeker op wie de beschikking betrekking heeft, wordt een afschrift daarvan uitgereikt. Daarbij wordt tevens (schriftelijk) mededeling gedaan van de mogelijkheid om tegen deze maatregel beroep in te stellen bij de rechtbank (zie paragraaf 6). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.3. De tenuitvoerlegging + +De maatregel van artikel 57 en 58 Vreemdelingenwet houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een aanmeld- of opvangcentrum, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein. + De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaald opvang- of asielzoekerscentrum. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef. + + + Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het reglement Grenslogies geldt, bijvoorbeeld het Grenshospitium te Amsterdam. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming. + Voor het verkrijgen van een plaats in het Grenshospitium zie 5.3.6.2. Is plaatsing daar niet mogelijk, dan moet de vrijheidsontneming plaatsvinden in een ruimte of plaats met een overeenkomstig regime. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.2.3.1. Bijstand van een raadsman + +Zodra de vreemdeling zijn vrijheid ontnomen is op grond van artikel 58 Vreemdelingenwet, wordt een (door hem gewenste) raadsman of een via de vreemdelingenpiketdienst van het bureau voor rechtshulp aangewezen raadsman ingelicht. Dit laatste dient ook te gebeuren indien de vreemdeling niet met zoveel woorden om bijstand door een raadsman verzoekt. + + + De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld onverwijld contact met zijn raadsman op te nemen. De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge artikel 104 Vreemdelingenwet tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot hem. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen. Een en ander onder toezicht indien vereist en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen, en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.4. De duur + +De duur van de vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregel op grond van artikel 57 en 58 Vreemdelingenwet is – met uitzondering van hetgeen onder 5.2 vermeld is – niet aan een termijn gebonden. Overigens mogen de maatregelen niet langer duren dan met het oog op het doel (de uitzetting) daarvan strikt noodzakelijk is. + De korpschef zal gelet hierop alle maatregelen dienen te nemen om de uitzetting op zo kort mogelijke termijn te effectueren (onderzoek naar identiteit, aanvraag reispapieren e.d.). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.2.5. De beëindiging + +###### 5.2.5.1. Gronden voor opheffing + +a. indien de vrijheidsontneming niet (langer) noodzakelijk is om de uitzetting te realiseren; +b. indien er geen concreet zicht op uitzetting (meer) bestaat; +c. wanneer de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat. + +###### 5.2.5.2. Beëindiging van rechtswege (artikel 57, vierde lid Vreemdelingenwet) + +a. indien de beschikking naar aanleiding waarvan deze maatregel is genomen, in beroep wordt vernietigd; of +b. zodra het vertrek van de vreemdeling uit de afgesloten ruimte nodig is voor zijn verwijdering. + +###### 5.2.5.3. Beëindiging door de rechtbank + +Voor het aanwenden van rechtsmiddelen en de procedure van beroep bij de rechtbank zie paragraaf 6. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.2.5.4. Wijze van opheffing van de maatregelen op grond van artikel 57 en 58 Vreemdelingenwet + +De korpschef zal in de onder 5.2.5.1 genoemde gevallen, de maatregel uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij dient daarvoor gebruik te maken van Model M113. Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt (N.B. Checklist/geleidebrief zie 1.3). + Ten behoeve van de informatievoorziening dient er tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet tezamen met een verzoek om ontslag uit de inrichting (Model M114) eveneens een afschrift van Model M113 worden gestuurd. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 5.3. Bewaring (artikel 59 Vreemdelingenwet) + +Artikel + 5.2 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Voordat de vreemdeling op grond van artikel 59 van de Wet in bewaring wordt gesteld, wordt hij gehoord. + + + 2 + Het eerste lid is niet van toepassing indien: + + + a. + de vreemdeling reeds op een andere grond in bewaring gesteld is, of + + + b. + het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. + + + + + 3 + Slechts in het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de bewaring gehoord. + + + 4 + Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt. + + + 5 + Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman. + + + + + + + Artikel + 5.3 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De maatregel waarbij de bewaring op grond van artikel 59 van de Wet wordt opgelegd wordt gedagtekend en ondertekend; de maatregel wordt met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt. + + + 2 + Op de voortzetting van de bewaring op een andere grond is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. + + + + + + + Artikel + 5.4 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + De bewaring op grond van artikel 59 van de Wet wordt ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid van de Wet. Bij de tenuitvoerlegging van de bewaring wordt de vreemdeling niet verder beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van deze maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging. + + + 2 + Indien de tenuitvoerlegging van de bewaring een aanvang neemt op een politiebureau of in een cel van de Koninklijke marechaussee, wordt zodra dit redelijkerwijs mogelijk is de tenuitvoerlegging voortgezet in een huis van bewaring of een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid of artikel 58, eerste lid, van de Wet. + + + 3 + De bewaring wordt opgeheven zodra er geen grond meer aanwezig is. + + + + + + + Artikel + 5.5 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Gedurende de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel ingevolge de artikelen 6, tweede lid, 58, eerste lid, of 59, eerste lid, van de Wet, kan de vreemdeling voor korte duur naar elders worden gebracht, wanneer dit redelijkerwijs nodig is voor de toepassing van de Wet. + + + 2 + Van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek van de vreemdeling zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan diens naaste verwanten of aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is. + + + 3 + In geval de vrijheidsontnemende maatregel een minderjarige betreft wordt daarvan, zo daartoe de gelegenheid bestaat, ambtshalve zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over die minderjarige uitoefenen. + + + + + + + Artikel + 5.6 + Vreemdelingenbesluit: + + Overeenkomstig door Onze Minister te geven algemene en bijzondere aanwijzingen stelt de korpschef Onze Minister tijdig vóór het verstrijken van de in artikel 94, eerste lid, van de Wet genoemde termijn van drie dagen en de in artikel 96, eerste lid van de Wet genoemde termijn van vier weken in kennis van de bewaring dan wel het voortduren daarvan. + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.3.1. Het doel + +Vreemdelingenbewaring is een maatregel die ten doel heeft de uitzetting van een vreemdeling te effectueren. Indien een vreemdeling niet of niet langer rechtmatig in Nederland verblijft, dient hij in beginsel Nederland zelf te verlaten. Doet hij dat niet dan vindt gedwongen verwijdering d.i. uitzetting plaats. Op deze wijze bestaat er een directe relatie tussen de vreemdelingenbewaring en het terugkeerbeleid. Mede vanwege het ingrijpende karakter is ook deze maatregel met strikte waarborgen omkleed. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.3.2. De bevoegdheid + +De bevoegdheid tot inbewaringstelling berust bij de Minister (artikel 59, eerste lid Vreemdelingenwet). De maatregel van inbewaringstelling wordt namens hem opgelegd en opgeheven door een ambtenaar, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie zijn (zie artikel 1.4 Vreemdelingenbesluit en artikel 5.3 Voorschrift Vreemdelingen). + + + De Minister kan aan de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee en de bevoegde ambtenaren (individuele) aanwijzingen geven over de uitvoering van deze maatregel (artikel 48, tweede lid Vreemdelingenwet). + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +##### 5.3.3. De toepassing + +a. geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben; +b. rechtmatig verblijf in Nederland hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f en g Vreemdelingenwet: (vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag verblijfsvergunning regulier of asiel); +c. de openbare orde wordt geacht de bewaring van de vreemdeling te vorderen wanneer de noodzakelijke bescheiden ten behoeve van de uitzetting (zoals een geldig document voor grensoverschrijding, een reisbiljet en/of een claim op een vervoersmaatschappij) voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn (artikel 59, tweede lid, Vreemdelingenwet, zie hierna A5/5.3.3.5). + +###### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde + +a. indien het gevaar bestaat dat de vreemdeling zich door ‘onder te duiken’ aan zijn uitzetting zal onttrekken; +b. indien de criminele antecedenten van de vreemdeling daartoe aanleiding geven; + +NB: bewaring op grond van de Vreemdelingenwet mag niet voor strafvorderingsdoeleinden worden toegepast; wel is het toegestaan om een vreemdeling als verdachte van een strafbaar feit te horen en daarvan proces-verbaal op te maken; +c. indien de vreemdeling Nederland op illegale wijze is binnengekomen en zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; +d. indien de vreemdeling Nederland niet uit eigen beweging binnen de opgelegde vertrektermijn heeft verlaten; +e. indien de vreemdeling niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit; +f. indien de vreemdeling aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning bij verschillende korpschefs heeft ingediend en verschillende personalia heeft opgegeven; +g. indien de vreemdeling zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reisdocumenten; +h. indien de vreemdeling gebruik maakt van valse of vervalste documenten; +i. indien de vreemdeling in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt met betrekking tot zijn identiteit of de reis naar Nederland. + +###### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid + +In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister. + +200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)200319610-10-200329-09-2003HKUIT03-4048(AUB)12-10-2003 + +###### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring + +a. betrouwbaar te achten particulieren of instanties stellen zich schriftelijk garant voor de onderbrenging van de vreemdeling gedurende de tijd dat nog over diens uitzetting moet worden beslist of verwijdering nog niet kan worden geëffectueerd; +b. er bestaat geen uitzicht op dat de vreemdeling verwijderd kan worden; +c. de vreemdeling heeft aantoonbaar een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland; +d. er kan een lichter middel toegepast worden (bijv. meldingsplicht). + +###### 5.3.3.4. Bewaring van vreemdelingen van wie de uitzetting te verwachten is + +Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vreemdelingenwet biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd regulier of asiel indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (artikel 8, aanhef en onder f en g Vreemdelingenwet). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar paragraaf 5.3.4. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden + +– beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; +– voldoende middelen heeft om zijn terugreis te financieren, en; +– aannemelijk maakt dat hij uit eigen beweging terug zal keren naar zijn land van herkomst dan wel een ander land waar zijn toelating is gewaarborgd + +###### 5.3.3.6. Asielzoekers in bewaring (band C Asiel) + +Het toepassen van bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in willen dienen of ingediend hebben, dient zo beperkt mogelijk te geschieden. Het kan hierbij gaan om vreemdelingen die een dergelijke aanvraag indienen/ingediend hebben en waarvan bijvoorbeeld om redenen van manifest bedrog of andere gronden genoemd in A5/5.3.2.1 aangenomen kan worden dat zij zich aan de eventuele uitzetting zullen gaan onttrekken. Ook kan het voorkomen dat een vreemdeling eerst nadat hij in bewaring gesteld is een asielaanvraag indient. In beide gevallen zal aan de hand van de bekend geworden feiten en omstandigheden voor de aanvraag bijvoorbeeld het nader gehoor, een concrete afweging gemaakt moeten worden met betrekking tot het toepassen van de maatregel in relatie tot de asielaanvraag. + Zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, mag de inbewaringstelling van asielzoekers uitsluitend plaatsvinden en voortduren na vooraf verkregen toestemming van de IND. De verkregen toestemming (wanneer en door wie) dient vastgelegd te worden in de vreemdelingenadministratie. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.3.7. Bewaring van gemeenschapsonderdanen + +De burger van de Unie wordt geacht gemeenschapsonderdaan te zijn in de zin van artikel 1, onder e, Vreemdelingenwet en wordt daarmee geacht recht op toegang en verblijf in en buiten de zogenoemde vrije termijn te hebben. Daarom wordt hij geacht rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder i, dan wel e, Vreemdelingenwet te hebben, zolang en indien het onderzoek door de Minister naar de analoog toe te passen beperkingen en voorwaarden van Richtlijn 90/364/EEG niet heeft uitgewezen dat daaraan niet wordt voldaan (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431). + Indien de burger van de Unie geen of niet langer verblijf beoogt als werkzoekende, (voormalig) economisch actieve, verrichter of ontvanger van diensten, student of economisch niet-actieve, noch ook als familielid van een burger van de Unie die rechtmatig verblijf heeft, en hij tenslotte ook niet voldoet aan de voorwaarden van de Richtlijn 90/364/EEG, is de vreemdeling in beginsel geen gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 1, onder e, Vreemdelingenwet en heeft hij geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i dan wel e, Vreemdelingenwet. + + + Voorwaarden en beperkingen in de zin van de Richtlijn 90/364/EEG zijn dat de vreemdeling voor zichzelf (en voor zover van toepassing zijn familieleden) een ziektekostenverzekering heeft die alle risico’s in het gastland dekt, en over voldoende bestaansmiddelen beschikt om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste van de bijstandsregeling van het gastland komen. + + + Een gemeenschapsonderdaan kan slechts in bewaring worden gesteld indien de Minister een besluit als bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, Vreemdelingenbesluit heeft genomen, waarmee het verblijfsrecht van de vreemdeling is beëindigd of aan hem is ontzegd op grond van het feit dat de gemeenschapsonderdaan door zijn persoonlijk gedrag een actuele bedreiging van de openbare orde vormt én de vertrektermijn met een beroep op dringende redenen wordt verkort, dat wil zeggen met toepassing van artikel 8.13, vierde lid, Vreemdelingenbesluit. + + + Indien de vertrektermijn daarbij niet is verkort, dient de Minister, in geval betrokkene een actuele bedreiging vormt in vorenbedoelde zin, in geval van tijdig bezwaar, op grond van artikel 1.5 Vreemdelingenbesluit advies in te winnen van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken, alvorens een beslissing op het bezwaar wordt genomen. Zolang de Minister niet op dat bezwaar heeft beslist, blijft uitzetting ingevolge artikel 8.13, derde lid, Vreemdelingenbesluit achterwege en kan de gemeenschapsonderdaan, bij gebreke van zicht op uitzetting, niet in vreemdelingenbewaring worden gesteld of gehouden. + + + Tenslotte kan ten aanzien van een vreemdeling die stelt de nationaliteit van een lidstaat te hebben, maar geen geldige identiteitskaart of geldig paspoort toont, als regel niet worden vastgesteld dat hij burger van de Unie is, noch ook dat hij gemeenschapsonderdaan is en kan hij in bewaring worden gesteld. + Indien de vreemdeling gedurende de bewaring alsnog een geldige identiteitskaart dan wel geldig paspoort van een lidstaat toont, geldt voor hem alsnog het vorenbeschrevene. + +2004713-01-200409-01-2004HKUIT03-3856(AUB)2004713-01-200409-01-2004HKUIT03-3856(AUB)15-01-2004 + +##### 5.3.4. De procedure + +###### 5.3.4.1. Het gehoor + +Artikel + 5.2 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Voordat de vreemdeling op grond van artikel 59 van de Wet in bewaring wordt gesteld, wordt hij gehoord. + + + 2 + Het eerste lid is niet van toepassing indien: + + + a. + de vreemdeling reeds op een andere grond in bewaring gesteld is, of + + + b. + het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. + + + + + 3 + Slechts in het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de bewaring gehoord. + + + 4 + Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt. + + + 5 + Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman. + + + + + Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring gesteld wordt, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Dit geval kan zich bijvoorbeeld voordoen als de vreemdeling aansluitend aan een ontslag uit strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld is en vervolgens voor het gehoor overgebracht wordt naar een politiebureau. Een gehoor na de inbewaringstelling kan zich ook voordoen als de advocaat niet tijdig op verzoek van de vreemdeling bij het gehoor aanwezig kan zijn. + Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (artikel 5.2, vierde lid Vreemdelingenbesluit). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval. + Uit de vreemdelingenadministratie dient duidelijk te blijken om welke reden(en) het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. + + + Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling. + Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt. + Van het gehoor wordt een proces-verbaal M110-B opgemaakt (artikel 5.2, vijfde lid Vreemdelingenbesluit). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman + +a. de vreemdeling wenst geen advocaat bij het gehoor. Met het gehoor kan begonnen worden en de advocatenpiketdienst dient alsnog bij voorkeur per fax ingelicht te worden; +b. de vreemdeling wenst geen advocaat bij het gehoor, maar wel na het gehoor in de verdere procedure. Met het gehoor kan begonnen worden en de advocatenpiketdienst dient alsnog bij voorkeur per fax ingelicht te worden; +c. de vreemdeling wenst wel een advocaat bij het gehoor. Zo spoedig als mogelijk wordt de advocatenpiketdienst bij voorkeur per fax ingelicht. Indien binnen twee uur na de verzending van het bericht geen advocaat aanwezig is, kan met het gehoor begonnen worden. Geeft de advocatenpiketdienst of de dienstdoende advocaat aan dat hij (de advocaat) niet bij het gehoor aanwezig wil zijn, kan met het gehoor begonnen worden. + +Als de piketcentrale gesloten is, kan het verhoor na de inbewaringstelling plaatsvinden. In dat geval vangt de wachttijd van twee uur aan op het tijdstip van opening van de advocatenpiketcentrale; +d. De vreemdeling wenst zijn (met name genoemde) advocaat bij het gehoor. Zo spoedig als mogelijk dient deze advocaat (ook `s nachts) eerst telefonisch en vervolgens per fax ingelicht te worden. Indien deze advocaat niet bij het gehoor aanwezig wil zijn of niet binnen twee uur na het verzonden bericht aanwezig is, kan met het gehoor begonnen worden. + +###### 5.3.4.3. De vorm + +a. het originele exemplaar dient in het archief van de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee te worden bewaard; +b. een afschrift wordt ingevolge artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit aan de vreemdeling uitgereikt; +c. een afschrift wordt desgevraagd aan de raadsman verstrekt; +d. bij plaatsing van een vreemdeling in een justitiële inrichting dient tevens een afschrift van een bevel tot bewaring te worden verstrekt aan de directeur van de inrichting (zie 5.3.6.2); +e. een afschrift moet worden bestemd voor de Minister van Justitie in geval de procedure ingevolge artikel 94 en artikel 96 Vreemdelingenwet wordt gevolgd. + +###### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie + +Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën artikel 59, eerste lid, sub a, Vreemdelingenwet en artikel 59, eerste lid, sub b, Vreemdelingenwet). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van Justitie onverwijld een nieuw Model M110-A aan de vreemdeling uitgereikt (artikel 5.3, tweede lid, Vreemdelingenbesluit). Gelet op het bepaalde in artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden. + + + Indien de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een reguliere aanvraag of een asielaanvraag indient, komt aan de beslissing op de reguliere aanvraag ingevolge artikel 73, vierde lid, Vreemdelingenwet en aan de beslissing op de asielaanvraag ingevolge artikel 82, vierde lid, Vreemdelingenwet geen opschortende werking toe. Zie ook C4/17.3.1. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.4.5. De voortzetting van de bewaring op een andere bewaringsgrond + +Indien er aanwijzingen zijn dat de vreemdeling zich aan uitzetting zal onttrekken, kan de bewaringsgrond van artikel 59, tweede lid, Vreemdelingenwet worden omgezet in artikel 59, eerste lid, Vreemdelingenwet. Bijvoorbeeld indien de vreemdeling zich verzet bij de uitzetting. De vreemdeling moet in dat geval worden gehoord. Hoewel dit geen wettelijke verplichting is, ligt dit in de rede gezien het ingrijpende karakter van de maatregel van artikel 59, eerste lid, Vreemdelingenwet. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.4.6. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond + +Indien de bewaring wordt opgeheven, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing – zonder dat de vreemdeling uit de macht van de tot inbewaringstelling en uitzetting bevoegde autoriteiten is geweest – opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring is het noodzakelijk dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Het maakt in dit verband geen verschil of de opheffing van de eerdere bewaring door de rechtbank is bevolen dan wel op eigen initiatief namens de minister is opgeheven. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren. + +20053316-02-200509-02-200520053316-02-200509-02-200518-02-2005 + +##### 5.3.5. De duur + +a. vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier (bepaalde of onbepaalde tijd) hebben ingediend en rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f of g Vreemdelingenwet: vier weken; +b. vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning asiel (bepaalde of onbepaalde tijd) hebben ingediend en rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f of g Vreemdelingenwet, met toepassing van de voornemenprocedure: zes weken; +c. vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld op grond van artikel 59, tweede lid Vreemdelingenwet: vier weken; +d. vreemdelingen niet vallende onder a , b of c : geen termijn. + +a. ongewenstverklaring of zware criminele antecedenten; +b. frustratie door de vreemdeling van het onderzoek naar de vaststelling van de identiteit of nationaliteit; +c. het feit dat de vreemdeling na de inbewaringstelling één of meerdere procedures ter verkrijging van een verblijfsvergunning is gaan voeren met het kennelijke doel om de uitzetting dan wel de verkrijging van een reisdocument te vertragen; +d. het feit dat bij het bereiken van de termijn van zes maanden een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bestaat dat de vreemdeling op korte termijn verwijderd wordt. + +###### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring + +Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zal in overleg met de betrokken Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)-regio na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vragen. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +##### 5.3.6. De tenuitvoerlegging + +###### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging + +Hoewel de tenuitvoerlegging van de bewaring doorgaans op een politiebureau of in een cel van de Koninklijke Marechaussee zal aanvangen, dient deze in beginsel te worden voortgezet in een justitiële inrichting of in een ruimte of plaats met een geprivilegieerd regime, indien en zodra dit redelijkerwijs mogelijk is (artikel 5.4, tweede lid, Vreemdelingenbesluit). Het criterium ‘redelijkerwijs mogelijk’ ziet op de beschikbare capaciteit in de desbetreffende inrichtingen, alsmede op de prioriteitstelling die bij de verdeling daarvan gehanteerd dient te worden. + +Het uitzetcentrum Zestienhoven en het uitzetcentrum Schiphol zijn locaties in de zin van artikel 6 van de Vreemdelingenwet, waar het regime van het Reglement grenslogies geldt. Het uitzetcentrum is *in beginsel* bedoeld voor illegale vreemdelingen die bij (grootschalige) acties in vreemdelingenbewaring worden gesteld en voor andere illegale vreemdelingen voorzover deze op korte termijn uitzetbaar zijn. Echter, de duur van het verblijf in het uitzetcentrum is niet aan een wettelijk maximum gebonden. Vreemdelingenbewaring in een uitzetcentrum kan duren zolang de openbare orde of de nationale veiligheid dat vergt en zolang er zicht is op uitzetting. Ook vanuit de optiek van de in het uitzetcentrum aanwezige voorzieningen bestaat er geen limiet aan de verblijfsduur in het uitzetcentrum. + +###### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting of een inrichting met een geprivilegieerd regime + +De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen meldt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling aan bij het Buro Selectiefunctionarissen te Zwolle, dat bepaalt in welke justitiële inrichting, welke jeugdinrichting of inrichting met een geprivilegieerd regime de vreemdeling opgenomen wordt. Genoemde ambtenaren nemen voor de melding en de plaatsing contact op met: + Buro Selectiefunctionarissen Noord (van de Dienst Justitiële Inrichtingen/Afd. Individuele Beslissingen) Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle (aanmelden per telefoon: 038 – 469 57 03: op zon- en feestdagen en in noodgevallen per fax: 038 – 469 57 01). + Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling (een afschrift van de maatregel van bewaring, persoonsgegevens, evt. bijzonderheden zoals vermeld in de checklist/geleidebrief etc.) aan het betreffende buro verstrekt te worden. + Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het Buro Selectiefunctionarissen terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken. + + + Zodra van het Buro Selectiefunctionarissen bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting met gebruikmaking van Model M112. De plaatsing in (en het vertrek uit) een justitiële inrichting, jeugdinrichting of een inrichting met een geprivilegieerd regime geschiedt zoveel mogelijk van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 16.00 uur. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel + +– alleen declaraties die uitsluitend betrekking hebben op grond van de Vreemdelingenwet in bewaring gestelde vreemdelingen worden in behandeling genomen; +– de declaraties dienen uiterlijk binnen zes maanden na de beëindiging van de vreemdelingenbewaring op het politiebureau gericht te worden aan het Buro Selectiefunctionarissen te Zwolle; +– de declaraties dienen de volgende gegevens te bevatten: +– naam en voorletters (eventuele aliassen); +– geboortedatum en plaats; +– nationaliteit; +– vreemdelingennummer (V-nummer); +– datum en uur van insluiting; +– datum en uur van ontslag en/of de plaats van insluiting na ontslag uit het politiebureau; +– benaming categorie; +– instantie met vestigingsplaats die de insluiting heeft bevolen; +– parketnummer; +– factuurnummer; +– datum factuur; +– specificatie van de kosten; +– bij de declaraties worden als bijlagen meegezonden: +– kopie Model 110-A (besluit tot inbewaringstelling); +– kopie Model 112 (formulier opname in justitiële inrichting); +– kopie Model M113 (formulier opheffing inbewaringstelling of kopie beschikking rechtbank, dan wel elk ander document waaruit de beëindiging van de bewaring blijkt); +– kopie M 100 (bericht omtrent verwijdering). + +– voor nachtlogies ƒ 30,00 +– voor ontbijt ƒ 7,00 +– voor lunch ƒ 7,00 +– voor warme maaltijd ƒ 12,50 +– voor personele kosten ƒ 5,00 per uur. + +##### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring + +###### 5.3.7.1. Het toepassen van artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet na strafrechtelijke detentie + +Deze regeling is op 19 februari 2002 in werking getreden en werkt terug tot 2 november 2001. + + + Het uitgangspunt is dat zoveel als mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/6.11 en A4/6.11.3). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet. Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur 's ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie in dit verband ook A3/2.3.5. + + + Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vreemdelingenwet, niet mogelijk is. + + + Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn detentie op grond van artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hiervoor dient model M122 te worden gebruikt, dat aan de vreemdeling uitgereikt moet worden. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet eveneens een afschrift van dit model worden gestuurd. + + + Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (model M111-B) opgemaakt te worden. + +20023418-02-200217-01-20025137907/02/IND20023418-02-200217-01-20025137907/02/IND18-02-2002 + +###### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring + +Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan. + In artikel 561 van het wetboek van Strafvordering is bepaald dat voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd wordt. In verband hiermee dient de korpschef, de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het Openbaar ministerie over de executie van het vonnis. + Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +##### 5.3.8. Het regime + +Artikel + 5.5 + Vreemdelingenbesluit: + + + 1 + Gedurende de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel ingevolge de artikelen 6, tweede lid, 58, eerste lid, of 59, eerste lid, van de Wet, kan de vreemdeling voor korte duur naar elders worden gebracht, wanneer dit redelijkerwijs nodig is voor de toepassing van de Wet. + + + 2 + Van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek van de vreemdeling zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan diens naaste verwanten of aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is. + + + 3 + In geval de vrijheidsontnemende maatregel een minderjarige betreft wordt daarvan, zo daartoe de gelegenheid bestaat, ambtshalve zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over die minderjarige uitoefenen. + + + + + In artikel 5.4 en artikel 5.5 Vreemdelingenbesluit is uitvoering gegeven aan artikel 60 Vreemdelingenwet, inhoudende dat bij algemene maatregel van bestuur onder meer regels gesteld kunnen worden met betrekking tot het voor in bewaring gestelde vreemdelingen geldende regime. Het regime houdt kort gezegd in dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt mag worden in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging (artikel 5.4, eerste lid Vreemdelingenbesluit). Hierbij kan gedacht worden aan beperkingen met betrekking tot het toezicht bij het ontvangen van bezoek of het ontvangen van brieven etc. + Indien een redelijk vermoeden bestaat dat de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling misbruik zal maken van zijn recht op het ontvangen van bezoek, op telefoneren of op het wisselen van brieven, teneinde zijn verwijdering uit Nederland te beletten of te belemmeren, dan wel om zich aan de verdere vrijheidsontneming te onttrekken, kan de uitoefening van deze rechten worden beperkt de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee. Van de opgelegde beperking wordt onverwijld schriftelijk onder opgaaf van redenen mededeling gedaan aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Indien een dergelijke maatregel wordt overwogen, moet vooraf contact worden opgenomen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + In ieder geval mag de rechtspositie van de in bewaring gestelde vreemdeling niet minder zijn dan die van een verdachte in voorlopige hechtenis in het kader van de strafvordering. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +###### 5.3.8.1. Contact tussen de vreemdeling en zijn raadsman + +De vreemdeling moet in de gelegenheid worden gesteld onverwijld contact met zijn raadsman op te nemen. De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge artikel 104 Vreemdelingenwet tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot de vreemdeling. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen, indien vereist, onder toezicht en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +##### 5.3.9. De beëindiging + +###### 5.3.9.1. Gronden voor opheffing + +a. indien het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid de bewaring niet meer vordert; +b. indien de vreemdeling niet meer behoort tot een van de categorieën van personen die in bewaring gesteld kunnen worden (zie 5.3.2 De bevoegdheid en 5.3.2.1., bijvoorbeeld als een verblijfsvergunning verleend is); +c. indien de vreemdeling wordt uitgezet; +d. indien geen redelijke kans bestaat dat de uitzetting binnen afzienbare termijn kan plaatshebben; +e. wanneer de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook de gelegenheid bestaat (artikel 59 lid 3 Vreemdelingenwet). + +###### 5.3.9.2. Beëindiging van rechtswege + +Bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b of tweede lid Vreemdelingenwet duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure (cf. artikel 39 Vreemdelingenwet) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vreemdelingenwet in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaringen eindigen van rechtswege en behoeven, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.9.3. Beëindiging door de rechtbank + +Voor de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (artikel 94 en 96 Vreemdelingenwet), zie hierna onder paragraaf 6. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +###### 5.3.9.4. Wijze van opheffing van de bewaring + +De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, zal in de gevallen genoemd in A3/2.3.11 de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model M113. Dit model dient de dag ná de verwijdering te worden opgestuurd naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + + + Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient er tevens een afschrift te worden verzonden naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (Model M114) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt. + + + De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling dan wel de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland op de voorgeschreven wijze. + Overbrenging van een in bewaring gestelde vreemdeling van een inrichting naar een politiebureau dan wel een brigade van de Koninklijke Marechaussee is mogelijk indien vaststaat dat hij op korte termijn uit Nederland kan worden verwijderd en de uitzettingsprocedure door deze overbrenging wordt versneld. In dit geval dient de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking met gebruikmaking van M114 een verzoek om ontslag van de vreemdeling uit de inrichting te doen. De maatregel van bewaring blijft dan echter van kracht en dient te worden opgeheven op het moment van het daadwerkelijke vertrek uit Nederland. + Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan het Buro Selectiefunctionarissen moeten worden gedaan (zie 5.3.6.2). In dit geval dient uiteraard geen M113 te worden verzonden. + + + Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijv. de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van Justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument. + Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in artikel 50 lid 3 Vreemdelingenwet. + +200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004 + +### 6. Rechtsmiddelen + +Het artikel 93 e.v. Vreemdelingenwet. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.1. Algemeen -• of de vreemdeling eerder een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; -• de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt in relatie tot zijn verklaringen hierover; -• de omstandigheden waaronder de vreemdeling is aangetroffen of zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt; -• of de vreemdeling in het Schengeninformatiesysteem voor een inreisverbod gesignaleerd staat; -• de gestelde nationaliteit in relatie tot de toepassing van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, -• de onderbouwing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. +a. het ophouden van vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd in een aangewezen ruimte of plaats (vrijheidsbeperking, artikel 6, lid 1 Vreemdelingenwet); +b. idem, indien de aangewezen ruimte of plaats beveiligd is tegen ongeoorloofd vertrek daaruit (vrijheidsontneming, artikel 6 , eerste en tweede Vreemdelingenwet); +c. het ophouden van staande gehouden personen (vrijheidsontneming, artikel 50, lid 2, 3 en 4 Vreemdelingenwet); +d. het beperken van de vrijheid van beweging van vreemdelingen als het belang van de openbare orde of nationale veiligheid dat vordert (vrijheidsbeperking, artikel 56 Vreemdelingenwet); +e. het ophouden van vreemdelingen van wie de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel is afgewezen in een aangewezen ruimte of plaats (vrijheidsbeperking, artikel 57 Vreemdelingenwet); +f. idem, indien de aangewezen ruimte of plaats, die beveiligd is tegen ongeoorloofd vertrek daaruit (vrijheidsontneming, artikel 58 Vreemdelingenwet); +g. de inbewaringstelling van vreemdelingen (vrijheidsontneming, artikel 59 Vreemdelingenwet). -Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief. +#### 6.2. Beroep bij de rechtbank -Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken: +##### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan mogelijk worden afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag; -• er is sprake van een individuele aanwijzing als bedoeld in artikel 48, tweede lid, Vw, waaruit blijkt dat de vreemdeling dat er sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde; -• er is sprake van een (individueel) ambtsbericht van de AIVD; of -• de verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf. +De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (artikel 70 Vreemdelingenwet). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het Wetboek van Strafvordering. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (artikel 69, derde lid Vreemdelingenwet). + Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden. + In afwijking van artikel 8: 41 van de Awb wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (artikel 93, derde lid Vreemdelingenwet). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing. +##### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank -Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord. +De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de achtentwintigste dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vreemdelingenwet de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (artikel 94, eerste lid Vreemdelingenwet). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van achtentwintig dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de negenentwintigste dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen. + Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. + In het geval dat binnen de termijn van achtentwintig dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit. + De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de achtentwintigste dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van achtentwintig dagen dan hoeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden. + +200415718-08-200409-08-2004200415718-08-200409-08-200401-09-2004 -In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen. +##### 6.2.3. Procedure bij 1e kennisgeving door de IND/1e beroep door de vreemdeling (binnen 28 dagen) -In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, maar een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder h, Vw. Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel zo spoedig als mogelijk te behandelen. +Van dag 29 tot en met dag 35 ontvangt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de zittingslijst van de rechtbank. Deze zittingslijst is voorzien van de naam van de advocaat. -Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien: +Op de dag van de indiening van het beroep (dag 0), of anders uiterlijk op dag 1 wordt aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het beroepschrift gezonden met het verzoek om nadere gegevens omtrent de voortgang van de verwijdering. Uiterlijk op dag 10 dient de Vreemdelingendienst dan wel de Koninklijke Marechaussee het Model M119 (rapportage vreemdelingenbewaring) met de eventuele aanwezige bijlagen naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te faxen. Tevens dienen eventuele (nadere) gegevens omtrent de voortgang van de verwijdering te worden gefaxt onder gebruikmaking van het model M120 ((voortgangs)gegevens met betrekking tot uitzetting). Ook andere gegevens die van belang kunnen zijn voor het verloop van de procedure dienen te worden gefaxt. -• er na afloop van de beroepstermijn geen beroep is ingesteld; of -• het beroep door de rechtbank ongegrond wordt verklaard. +Op dag 2 ontvangt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de zittingslijst van de rechtbank. Deze zittingslijst is voorzien van de naam van de advocaat. -De vreemdeling dient voordat hij op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord. +Op dag 11, uiterlijk om 16.00 uur, verstuurt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het dossier naar de behandelende rechtbank en de advocaat. Echter, als dag 11 op een vrijdag valt, dient verzending reeds voor 12.00 uur plaats te vinden. Eventueel door de Vreemdelingendienst dan wel de Koninklijke Marechaussee op dag 12 of 13 nagezonden stukken worden voor zover nodig door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) doorgezonden naar de rechtbank en advocaat. -De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf. +##### 6.2.4. Behandeling van de kennisgeving/Het 1e beroep door de rechtbank -#### 6.4. Gehoor +In artikel 94, lid 2 Vreemdelingenwet is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon of bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de Stichting Rechtsbijstand Asiel, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (artikel 98, derde lid Vreemdelingenwet). + De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. + Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna onder 6.4). + De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stuurt vervolgens een afschrift van de uitspraak aan de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee. Daarbij kunnen tevens aanwijzingen gegeven worden hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. + Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven informeert de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onverwijld de desbetreffende vreemdelingendienst (artikel 58 en 59 Vw 2000) of de Koninklijke Marechaussee (artikel 6 en 59 Vreemdelingenwet). De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegde ambtenaar te worden opgeheven onder gebruikmaking van het model M113. De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (model M113) dient naar de behandelende unit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te worden verzonden. + +200415718-08-200409-08-2004200415718-08-200409-08-200401-09-2004 -Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. +##### 6.2.5. Procedure bij het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming -De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, als het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor wordt vervolgens zo spoedig mogelijk na tenuitvoerlegging van de bewaring gehouden. +Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming. + De Vreemdelingendienst dan wel de brigade van de Koninklijke Marechaussee faxt uiterlijk op dag 3 na de indiening van het beroep het model M120 ((voortgangs)gegevens met betrekking tot uitzetting) naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Afwijking van deze werkwijze leidt er op zichzelf niet toe dat onrechtmatig is gehandeld. Uitgangspunt is steeds dat de rechtbank en de wederpartij tijdig en volledig worden geïnformeerd. + De rechtbank sluit het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van het beroep. Anders dan bij een eerste beroep of kennisgeving kan de rechtbank besluiten om de vreemdeling of de gemachtigde van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet te horen en zelfs zonder toestemming van partijen bepalen dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft (de zaak buiten zitting afdoen). Bij de behandeling van het beroep staat met name de voortgang van de verwijdering ter beoordeling. + Na de sluiting van het onderzoek (dat kan zowel het vooronderzoek als het onderzoek ter zitting betreffen) doet de rechtbank mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. + Evenals bij een eerste beroep kan de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig achten en zal zij het beroep gegrond verklaren. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank – indien hierom verzocht wordt – schadevergoeding toekennen (zie hierna onder 6.4.). De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stuurt vervolgens een afschrift van de uitspraak aan de korpschef of aan de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee. Daarbij kunnen tevens aanwijzingen gegeven worden hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. + +200415718-08-200409-08-2004200415718-08-200409-08-200401-09-2004 -#### 6.5. Bijstand van een advocaat +#### 6.3. Hoger beroep -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond. +Op grond van artikel 95 Vreemdelingenwet kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen vier weken tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94 lid 3 Vreemdelingenwet (*eerste* beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 en 59 Vreemdelingenwet) hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vreemdelingenwet is van toepassing, met uitzondering van artikel 84 en 86 Vreemdelingenwet. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat: +#### 6.4. Schadevergoeding -• indien de vreemdeling geen advocaat bij het gehoor wenst; -• indien de vreemdeling wel een advocaat bij het gehoor wenst, en de advocaat heeft aangegeven niet bij het gehoor aanwezig te kunnen of te willen zijn; of -• indien de vreemdeling wel een advocaat bij het gehoor wenst, en er binnen twee uur na de verzending van het bericht over de voorgenomen inbewaringstelling nog geen advocaat aanwezig is. +(Artikel 106 Vreemdelingenwet) + Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en 93 (uitbetaling door de griffier) van het wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling. +### 7. Overgangsrecht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring (model M109, M109-A of M109-B) en van het proces-verbaal van gehoor (model M110) geven. +1. Van een inbewaringstelling die vóór 1 september 2004 is opgelegd dient te allen tijde – derhalve ook ná 1 september 2004 – een eerste kennisgeving oude wet uit te gaan. -#### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd +Casus: -Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of +– inbewaringstelling op 29 augustus 2004 –> kennisgeving (art. 94 oude wet) uiterlijk op 1 september 2004; +– inbewaringstelling op 30 augustus 2004 –> kennisgeving (art. 94 oude wet) uiterlijk op 2 september 2004; +– inbewaringstelling op 31 augustus 2004 –> kennisgeving (art. 94 oude wet) uiterlijk op 3 september 2004; +– inbewaringstelling op 1 september 2004 –> kennisgeving (art. 94 nieuwe wet) uiterlijk op 29 september 2004. -M109-B. Bij het opleggen van de maatregel wordt tevens de informatiefolder ‘Waarom bent u in bewaring gesteld?’ uitgereikt. Deze folder is opgesteld in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal en wordt voorzien van een overzicht van de van toepassing zijnde feitelijke en juridische gronden. +In deze casus wordt geen kennis meer gegeven van het voortduren van de bewaring. Uitspraak in deze zaken wordt immers ná 1 september 2004 gedaan. -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden: +2. Van inbewaringstellingen die vóór 1 september 2004 zijn opgelegd, waarin uitspraak is gedaan vóór 1 september 2004 met als dictum “ongegrond” en de vrijheidsontneming duurt ná 1 september 2004 voort, dient te allen tijde nog *éénmaal* een kennisgeving (oude wet) uiterlijk vier weken na de laatste uitspraak uit te gaan. -• de vreemdeling; -• de Korpschef of de KMar die de originele exemplaren in het archief moeten bewaren; -• afschriften van de maatregel, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod moeten aan de gemachtigde worden verstrekt; -• bij plaatsing van een vreemdeling in een justitiële inrichting moet een afschrift van een maatregel van bewaring worden verstrekt aan de directeur van de justitiële inrichting; -• de IND als de beroepsprocedure op grond van artikel 94 en artikel 96 Vw wordt gevolgd. +Casus: -#### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond +– inbewaringstelling vóór 1 september 2004 + uitspraak “ongegrond” van vóór 1 september 2004 + inbewaringstelling duurt ná 1 september 2004 voort –> nog eenmaal een kennisgeving (art. 96 oude wet) uiterlijk vier weken na uitspraak. -Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren. +## A6. Voorlichting -Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden. +### 1. Inleiding -#### 6.8. De duur +Dit hoofdstuk behandelt de interne en externe voorlichting aan vreemdelingen en externen. Hierbij wordt een overzicht gegeven van de beschikbare brochures en aanvraagformulieren. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of 59 Vw duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DTenV ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij artikel 88 van het WvSr analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DTenV in het model M120 gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling. +### 2. Voorlichting -De DTenV stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, 6a, 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is. +De IND is een agentschap van het ministerie van Justitie. De IND beslist namens de minister wie in Nederland wordt toegelaten. Daarnaast behandelt de IND verzoeken van vreemdelingen die Nederlander willen worden. Samen met de politie en de Koninklijke marechaussee is de IND verantwoordelijk voor grensbewaking, de controle op legaal verblijf van vreemdelingen en het verwijderen van niet rechtmatig in Nederland verblijvende personen. + Deze paragraaf geeft inzicht in de organisatie van de IND en het diverse voorlichtingsmateriaal. Er is beknopt weergegeven hoe met de IND contact kan worden opgenomen voor vragen. In deze paragraaf staan alle belangrijke telefoonnummers, faxnummers en adressen. + De IND beschikt ter ondersteuning van de uitvoering van het vreemdelingenbeleid over uiteenlopend voorlichtingsmateriaal. Dit materiaal is bestemd voor verschillende gebruikers. Ten eerste om de vreemdeling te informeren over wat hij moet doen om in aanmerking te komen voor een bepaalde beslissing en ten tweede om externe doelgroepen te informeren over de uitvoeringstaken van de IND. + Het grootste deel van het voorlichtingsmateriaal is schriftelijk. Aan de inhoud van het voorlichtingsmateriaal kunnen geen rechten worden ontleend. Teksten uit de uitgaven mogen onder bronvermelding worden gebruikt. + Naast de schriftelijke informatievoorziening beschikt de IND over een informatienummer. Zie voor een overzicht paragraaf 2.2 en 2.3. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -De mededeling wordt achterwege gelaten, als: +#### 2.1. Informatie voor de vreemdeling -• De IND in het tijdvak van drie maanden op grond van artikel 94 Vw gehouden is de rechtbank ambtshalve op de hoogte te stellen van het opleggen of voortduren van een vrijheid ontnemende maatregel; of -• door de vreemdeling al een beroep is ingesteld op basis van artikel 96 Vw. +De vreemdeling dient desgevraagd geïnformeerd te worden over de uitvoeringsaspecten van het Nederlandse Vreemdelingenbeleid. De informatie is zo veel als mogelijk afgestemd op de doelgroep, voor wat betreft inhoud, de taal en de begrijpelijkheid. + Indien ondanks het beschikbare informatiemateriaal of door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de vreemdeling kan worden verkregen, kan de hulp worden ingeroepen van een tolk die als voldoende bekwaam en objectief is te beschouwen. + Overigens staat het ook de vreemdeling vrij zich te verstaan met zijn diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging hier te lande, met een tolk of met een hulpverlenende instantie. + In bepaalde gevallen dient de vreemdeling met het oog op de voorwaarden voor de afgifte van een verblijfsvergunning een verklaring af te leggen. Om te voorkomen dat bij de vreemdeling onduidelijkheid zou kunnen bestaan omtrent de inhoud of de strekking van deze verklaringen, wordt er desgewenst een toelichting op deze verklaringen gegeven. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DTenV de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen. +#### 2.2. Brochures en ander voorlichtingsmateriaal -De DTenV stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. +Deze brochure beschrijft aan welke algemene voorwaarden de vreemdeling moet voldoen om in Nederland te mogen verblijven. Daarnaast wordt in een overzicht aangegeven welke specifieke voorwaarden gelden voor bijvoorbeeld het verblijven bij een gezins- of familielid, werken of studeren. -De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6a of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren. +De brochure beschrijft aan welke voorwaarden de vreemdeling en de toekomstige werkgever moet voldoen om in Nederland een arbeid in loondienst te verrichten. Deze brochure is speciaal geschreven voor de toekomstige werkgever. -Zie paragraaf A5/6.2 Vc voor de duur van de bewaring van een Dublinclaimant die in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. +Deze brochure is bestemd voor onderdanen afkomstig uit visumplichtige landen, die een bezoek aan Nederland willen brengen. In de brochure staat beschreven welke stappen moeten worden ondernomen om in het land waar de vreemdeling vandaan komt een visum aan te vragen. -#### 6.9. Voorlopige voorziening +De brochure geeft de voorwaarden weer voor de vreemdeling die naturalisatie wil aanvragen. Tevens geeft het een overzicht van de leges, mee te nemen documenten en de afstandsverplichting. Deze brochure is alleen in het Nederlands beschikbaar. -Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 6a, 59 of 59a Vw een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DTenV in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen. +Deze brochure beschrijft in grote lijnen wanneer en op welke wijze oud-Nederlanders de Nederlandse nationaliteit kunnen herkrijgen. Daarnaast wordt kort ingegaan op de voorwaarden voor oud-Nederlanders om zich in Nederland te vestigen. De brochure is alleen in het Nederlands beschikbaar. -#### 6.10. Tenuitvoerlegging +Deze brochure beschrijft in het kort de verschillende onderdelen van de toets die afgenomen kan worden bij een naturalisandus. Deze brochure is alleen in het Nederlands beschikbaar. -Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten: +Deze brochure beschrijft in het kort de verschillende verblijfsdocumenten die aan vreemdelingen worden verstrekt. Deze brochure is alleen in het Nederlands beschikbaar. -• het ontvangen van bezoek; -• telefoneren; -• het wisselen van brieven; +#### 2.3. Algemene informatie voor externe doelgroepen + +De internetsite van de IND bevat zowel publieksgerichte als aanvragergerichte informatie over het vreemdelingenbeleid. + +### 3. Adressen en telefoonnummers + +In deze paragraaf kunt u de algemene adressen en telefoonnummers vinden. Voor signaleringen zie paragraaf 4. Voor informatienummers zie paragraaf 5 en voor klachten zie A7. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.1. Hoofdkantoor + +– directie Regulier +– directie Asiel +– directie Naturalisatie +– directie Terugkeer +– directie Procesvertegenwoordiging + +### 4. Signaleringen in OPS en (N)SIS + +Voor vragen en inlichtingen omtrent signaleringen in OPS en (N)SIS kunt u terecht bij de coördinator Signaleringen. + + + + Schiphol + Telefoon (020) 405 93 21 + Fax (020) 653 25 81 + + + + + Rijswijk + Telefoon (070) 370 34 75 + Fax (070) 370 37 70 + + + + + Hoofddorp + Telefoon (023) 568 34 12 + Fax (023) 568 36 91 + + + + + Den Bosch + Telefoon (073) 649 53 81 + Fax (073) 649 55 27 + + + + + Zwolle + Telefoon (038) 469 15 42 + Fax (038) 469 11 82 + + +20038025-04-200317-03-2003HKUIT03-1156AUB20038025-04-200317-03-2003HKUIT03-1156AUB27-04-2003 + +### 5. Informatienummers + +– Naam en voornaam (eventueel meisjesnaam); +– Geboorteplaats en geboortedatum; +– Nationaliteit. + +### 6. WOB-Ambtenaar + +Voor inlichtingen omtrent de toepassing van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) kan contact worden opgenomen met de WOB-ambtenaar. + + + + + *Postadres:* + + Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) + t.a.v. WOB-ambtenaar + Postbus 5800 + 2280 HV Rijswijk + telefoon: (070) 370 3273 fax: (070) 370 3610 + + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 7. Contact met de IND buiten kantooruren + +– Aangelegenheden betreffende de toegangsverlening aan, dan wel de weigering of uitzetting van vreemdelingen; +– Zeer bijzondere aangelegenheden met betrekking tot vreemdelingenzaken. + +## A7. Klachtenregeling + +### 1. Definitie en reikwijdte + +Op 1 juli 1999 is hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht in werking getreden. Dit bevat regels voor de interne behandeling van klachten door bestuursorganen. Klachten dienen in eerste instantie door bestuursorganen zelf te worden afgedaan. Is de klager ontevreden over de afhandeling van zijn klacht, dan kan hij die daarna voorleggen aan de Nationale ombudsman als externe klachtbehandelaar. + + + De klacht moet gaan over de wijze waarop het bestuursorgaan zich jegens de klager of een ander heeft gedragen. Meestal zal het daarbij gaan om handelingen van feitelijke of privaatrechtelijke aard. Het kan echter ook om een nalaten gaan. De klacht behoeft zich niet te beperken tot de rechtmatigheid van de gewraakte gedraging. Beoordeeld moet worden of een persoon, werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, zich jegens een klager behoorlijk heeft gedragen hetgeen een ruimere toetsing inhoudt. + + + Een klacht wordt gedefinieerd als iedere uiting van ongenoegen over alle aspecten van gedragingen van het bestuursorgaan, of van een persoon werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, in aansluiting bij artikel 9:1 Algemene wet bestuursrecht. + + + Bij gedragingen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de behandelingsduur van aanvraagprocedures en bepaalde aspecten van de bejegening van vreemdelingen en hun gemachtigden door functionarissen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij de uitoefening van hun werkzaamheden, inclusief visa en mvv-procedures voor zover ze onder het hoofd van de Visadienst bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden uitgevoerd en inclusief naturalisatieprocedures voor zover ze bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden uitgevoerd. + + + Eindverantwoordelijk bestuursorgaan voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet is de Minister. Voor de behandeling van mvv en visa is de Minister van Buitenlandse Zaken eindverantwoordelijk. De klachtafdoening vindt namens deze bestuursorganen plaats. + +200124619-12-200110-12-20015113280/01/IND200124619-12-200110-12-20015113280/01/IND10-12-2001 + +### 2. Klacht bij voorkeur indienen op de plek waar de gedraging plaatsvond + +– Klachten over gedragingen van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken worden aldaar behandeld en dienen dan ook aan deze instantie te worden geadresseerd; +– Klachten over gedragingen van het ambassadepersoneel in mvv- en visumprocedures, met name in de fase van het begin en einde van het proces waarin persoonlijk contact plaatsvindt dienen te worden gericht aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, directie Personenverkeer, migratie en Consulaire zaken, afdeling vreemdelingen- en visumzaken (DPC/VV); +– Klachten over legalisatie en verificatie van documenten dienen te worden gericht aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire zaken, afdeling Consulair-juridische Zaken (DPC/CJ). De Visadienst heeft voor de uitvoering van deze taken geen mandaat, wel de consulaire medewerkers; +– Klachten over gedragingen van ambtenaren van de vreemdelingendiensten dienen aldaar te worden ingediend. In gevallen van onduidelijkheid over de stand van zaken bij de behandeling van een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf, dan wel een verzoek om advies, dient als volgt te worden gehandeld. Als het verzoek of de aanvraag is ingediend vóór 1 april 2003, verdient het de voorkeur eerst de vreemdelingendienst te benaderen met de vraag of het verzoek of de aanvraag aldaar in behandeling is of is doorgezonden naar de Visadienst. Dit in verband met het feit dat voornoemde procedures eerst bij de vreemdelingendienst worden geregistreerd. De lokale vreemdelingendienst bewaakt de eigen werkvoorraden. Als de aanvraag of het verzoek is ingediend op of na 1 april 2003, kan de Visadienst rechtstreeks worden benaderd. +– Klachten over gedragingen van tolken en over gedragingen van functionarissen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dienen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te worden ingediend. + +### 3. De klachtenregeling van de IND + +#### 3.1. Wijze van indiening bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) + +Klachten over gedragingen van tolken en functionarissen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in een concrete aangelegenheid kunnen mondeling of schriftelijk worden ingediend. + + + In veel brieven staat noch in de aanhef noch anderszins duidelijk aangegeven dat het een klacht betreft. Teneinde te kunnen voorzien in een ordentelijke behandeling van klachten, is een klachtenlijn en een speciaal postbusnummer geopend. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.2. Mondelinge klachten + +Mondelinge klachten over de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in een concrete aangelegenheid kunnen worden ingediend via de klachtenlijn van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De klachtenlijn van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is bereikbaar op telefoonnummer 070-3709440. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.3. Klachten per e-mail + +Een klacht ingediend per e-mail wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in behandeling genomen als een mondelinge klacht. E-mail is niet geaccepteerd als schriftelijk verkeer in het bestuursrecht. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.4. Schriftelijke klachten + +Voor schriftelijke klachten is een afzonderlijk postbusnummer opengesteld. Schriftelijke klachten kunnen worden ingediend op het volgende postadres: + Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) + Klachtenbureau + Postbusnummer 5805 + 2280 HV Rijswijk + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.5. Aanlevering van klachten en vorm van de klaagbrief + +– naam en adres van de indiener; +– de dagtekening; +– ondertekening; +– een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht. + +– het IND-dossiernummer; +– onderwerpomschrijving ‘KLACHT’; +– de datum van de gedraging en zo mogelijk en indien van toepassing, de naam van de betrokken ambtenaar of tolk; +– telefoon-, faxnummer of e-mailadres van de klager (met het oog op snel contact). + +#### 3.6. Behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) + +Alle klachten worden geregistreerd in het klachtenregistratiesysteem. De ontvangst van schriftelijk via de klachtenpostbus ingediende brieven wordt schriftelijk bevestigd. + + + Zoveel mogelijk wordt gestreefd naar een informele afdoening. In geval een toezegging door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt gedaan, wordt deze schriftelijk bevestigd. Zo nodig wordt hierbij vermeld dat de wijze van afhandeling conform afdeling 9.2 Algemene wet bestuursrecht derhalve wordt gestaakt. + +200124619-12-200110-12-20015113280/01/IND200124619-12-200110-12-20015113280/01/IND10-12-2001 + +#### 3.7. De afhandelingsbrief + +De klachtafhandelingsbrief geeft aan of de klacht ongegrond of gegrond is en geeft in het laatste geval aan welke actie naar aanleiding van de klacht is of wordt ondernomen. Het oordeel over de klacht is geen besluit en dus niet vatbaar voor het instellen van een rechtsmiddel. In de afhandelingsbrief dient de burger echter wel te worden gewezen op de mogelijkheid om zich, als hij niet tevreden is over de klachtafdoening door de Minister te wenden tot de Nationale ombudsman dan wel met een verzoekschrift tot de Commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste of de Tweede Kamer. + + + Voor de afdoening van klachten over tolken, voorzover ze niet langs informele weg zijn op te lossen en een behandeling vergen volgens de afdeling 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, laat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zich sinds 1 juli 1999 adviseren door externe adviseurs in de Klachtenadviescommissie tolken (Kact). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) motiveert een eventuele afwijking van het advies in de klachtafhandeling en maakt het advies bekend aan de klager, in naam van de Minister. + +200124619-12-200110-12-20015113280/01/IND200124619-12-200110-12-20015113280/01/IND10-12-2001 + +## A8. Registratie + +### 1. Inleiding + +– te voldoen aan de organisatorische maatregelen genoemd in dit hoofdstuk. Dit is nodig voor een verantwoord gebruik en beheer van de administratie. Ook wordt hierdoor de kwaliteit van de gegevens in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) (met name het daarin opgenomen verblijfsrecht van de vreemdeling) gehandhaafd. Dit is van belang met het oog op het vreemdelingentoezicht en de verstrekking van overheidsvoorzieningen (ten gevolge van verstrekking van gegevens over verblijfsrechten aan de Gemeentelijke Basisadministratie); +– door middel van datacommunicatiegegevens uit te wisselen met de BVV en de administraties van de aangesloten ketenpartners; +– te voldoen aan de SPI-standaard 166 (gegevenswoordenboek voor de vreemdelingenketen). Dit gegevenswoordenboek is op te vragen bij het Standaardisatie-instituut Politiële Informatievoorziening; +– alle gegevens van alle vreemdelingen in de geautomatiseerde vreemdelingenadministratie op te nemen en de correcte statusgegevens van alle vreemdelingen in de BVV te vermelden. + +#### 1.1. Welke vreemdelingen worden geregistreerd + +In de geautomatiseerde vreemdelingenadministratie worden in principe alle vreemdelingen opgenomen. + + + Van de vreemdelingen aan wie krachtens artikel 12 Vreemdelingenwet rechtmatig verblijf in Nederland is toegestaan, worden echter alleen diegenen opgenomen die krachtens artikel 4.47, artikel 4.48, artikel 4.49 Vreemdelingenbesluit de verplichting hebben of hadden zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland te melden bij de korpschef. + + + Personen in diplomatieke dienst worden niet opgenomen. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 2. Welke gegevens worden geregistreerd + +Van bovenstaande vreemdelingen dienen alle gegevens in de geautomatiseerde vreemdelingenadministratie te worden opgenomen waarvan, indien van toepassing, registratie verplicht is. In paragraaf 2.1 Persoonsgegevens van de vreemdeling volgen enige aanwijzingen met betrekking tot de registratie van gegevens. + +200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)15-06-2003 + +#### 2.1. Persoonsgegevens van de vreemdeling + +a. Geslachtsnaam +b. Geboorteplaats/land +c. Geboortedatum +d. Nationaliteit +e. Pasfoto +f. V(reemdelingen)-nummer +g. Ontbinding van een huwelijk + +#### 2.2. Woonplaats van de vreemdeling + +Geregistreerd worden postcode, woonplaats en adres, alsmede de aard van de huisvesting (zelfstandig, inwonend, pension en dergelijke). + +#### 2.3. Gezinsleden + +Indien aan gezinsleden van een vreemdeling verblijf wordt toegestaan krachtens artikel 14, lid 1, artikel 20, lid 1, artikel 28, lid 1 en artikel 33 Vreemdelingenwet wordt de persoonsregistratie van het gezinslid waaraan de verblijfstitel(-status) wordt ontleend, aangevuld met de persoonsgegevens van deze gezinsleden: + + + *a. Persoonsgegevens van de echtgeno(o)t(e)* + + + Voorzover van toepassing gelden de bij de persoonsgegevens van de aanvrager gegeven aanwijzingen. + Indien de huwelijkspartner (nog) in het buitenland verblijft, worden zijn of haar persoonsgegevens en het verblijf in het buitenland geregistreerd. + Indien de betrokken huwelijkspartner later in Nederland arriveert, wordt deze laatste registratie gewijzigd. + Ook registreert de daartoe bevoegde gebruikersorganisatie of de gegevens met betrekking tot de in het buitenland verblijvende echtgeno(o)t(e) zijn ontleend aan een officieel brondocument. In dat geval archiveert hij een kopie van dat document. + + + *b. Gegevens over de kinderen* + + + Voorzover van toepassing gelden de bij de persoonsgegevens van de aanvrager gegeven aanwijzingen. + Geregistreerd worden naam, geslacht, voornamen, geboorteplaats, geboortedatum en nationaliteit van alle minderjarige eigen, pleeg- en stiefkinderen, die geacht moeten worden deel uit te maken van het gezin, ook indien zij (nog) in het buitenland verblijven. Verblijf van kinderen in het buitenland wordt geregistreerd. Indien de kinderen later in Nederland arriveren, wordt deze laatste registratie gewijzigd. + Ook registreert de daartoe bevoegde gebruikersorganisatie of de gegevens met betrekking tot de in het buitenland verblijvende kinderen zijn ontleend aan een officieel document. In dat geval archiveert hij een kopie van dat document. + +200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)15-06-2003 + +#### 2.4. Gegevens over verblijfstitels + +Ook wordt de datum vermeld met ingang waarop de verblijfsvergunning overeenkomstig artikel 26 Vreemdelingenwet is verleend. + +Ook wijzigingen of opheffing van de beperking worden geregistreerd. Daarbij worden meegenomen de datum van indiening en de datum van beslissing op een aanvraag om wijziging of opheffing van de beperking. + +Ook wijzigingen of opheffing van het voorschrift worden geregistreerd. + +Wanneer een afzonderlijk verblijfsdocument wordt uitgereikt als bedoeld in bijlage 7 bij het Voorschrift Vreemdelingen, wordt dit geregistreerd. Bij het nummer wordt tevens geregistreerd van welk model (I, II, III,IV,EU/EER,W) het uitgereikte verblijfsdocument is. + +De datum van intrekking wordt geregistreerd. + +#### 2.5. Gegevens over visa en mvv’s + +1. Nummer, datum en plaats van afgifte; +2. Door welke autoriteit deze is afgegeven; +3. (Eventueel) de datum waarvoor de eerste binnenkomst moest geschieden; +4. Of het visum voor een of meerdere reizen geldig is; +5. De geldigheidsduur van het visum. + +#### 2.6. Gegevens van overige documenten + +Indien het een buitenlandse werknemer betreft voor wie een tewerkstellingsvergunning vereist is, worden geregistreerd: + +– Naam van de werkgever; +– Naam van het bedrijf; +– Plaats van vestiging van het bedrijf; +– Geldigheidsduur van de verleende tewerkstellingsvergunning. + +#### 2.7. Gegevens over de aanvraagprocedure + +1. De datum waarop de vreemdeling Nederland laatstelijk voor zijn eerste aanmelding is ingereisd en via welke doorlaatpost deze inreis plaatsvond; +2. De datum van aanmelding; +3. De datum van indiening van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning of de datum van indiening van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning tot verblijf; +4. Het doel van het beoogde verblijf, bijvoorbeeld toerisme, familiebezoek, studie enz.; +5. Ontheffing (eventueel) van de verplichting tot periodieke aanmelding krachtens artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit; +6. Of de vreemdeling al dan niet een tbc-onderzoek heeft ondergaan en zo ja, de uitslag van het onderzoek; +7. Of de vreemdeling al dan niet een antecedentenverklaring heeft ondertekend en zo niet, de bijzonderheden hierover; +8. Het voorleggen (eventueel) van de aanvraag aan de Minister van Justitie door middel van een voorstel of een aanvraag om een bijzondere aanwijzing met de datum en de aard van de voorlegging; +9. De niet-inwilligende beslissing op de aanvraag; +10. De verlening van een verblijfsvergunning of de verlenging van de geldigheidsduur daarvan (zie A8/2.4). + +#### 2.8. Gegevens in het kader van het vreemdelingentoezicht + +1. Een aangifte van vermissing of verloren gaan van een identiteitspapier (artikel 4.44 Vreemdelingenbesluit); +2. De vordering van een vreemdeling om, al dan niet in persoon, gegevens te verstrekken (artikel 4.38 Vreemdelingenbesluit); +3. Het opleggen aan een vreemdeling van een verplichting tot periodieke aanmelding (artikel 54, lid 2, onder f Vreemdelingenwet) met vermelding van de datum waarop de in artikel 4.29 Vreemdelingenbesluitbedoelde aantekening werd gesteld; +4. Het toepassen van een maatregel tot beperking van de bewegingsvrijheid (artikel 56, lid 1 Vreemdelingenwet en artikel 57 Vreemdelingenwet); +5. Het bevel aan de vreemdeling zich op te houden in een ruimte beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek (artikel 58, lid 1 Vreemdelingenwet); +6. De datum waarop een vreemdeling bij controle is aangetroffen; +7. Het overbrengen van een vreemdeling naar een plaats bestemd voor gehoor, het ophouden van de vreemdeling aldaar en de verlenging van deze maatregel (artikel 50 Vreemdelingenwet); +8. De inbewaringstelling van een vreemdeling (artikel 59 Vreemdelingenwet) met vermelding van datum inbewaringstelling, datum opheffing en plaats van bewaring; +9. De ongewenstverklaring (artikel 67 Vreemdelingenwet) van de vreemdeling met vermelding van de datum waarop de in artikel 4.35 Vreemdelingenbesluit bedoelde aantekening werd gesteld; +10. De signalering in het opsporingsregister met vermelding van de aard van de signalering en eventueel de duur; +11. De last tot uitzetting met vermelding van de datum, de autoriteit die de last verstrekt heeft (Minister van Justitie/korpschef) en (eventueel) aan wie de last tot uitzetting is gegeven; +12. De verwijdering van de vreemdeling, eventueel met de plaats van bestemming en adres in het buitenland; +13. De reden waarom uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft of wordt opgeschort met eventueel de datum waarop het vertrek uit Nederland moet hebben plaatsgevonden en de datum waarop de aantekening als bedoeld in artikel 4.34 Vreemdelingenbesluit werd gesteld. + +### 3. Fysieke archivering + +Het vreemdelingenarchief omvat de bescheiden die op aanwijzing van de Minister van Justitie in de administratie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moeten worden bewaard. + + + Paragraaf 3 betreft een beschrijving van de wijze van fysieke archivering door de IND, dus de archivering en het beheer van zowel de archiefbescheiden in de breedste zin van het woord (dus ook digitale gegevens) van de voormalige vreemdelingendiensten als de dossiers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). + Alle in dit hoofdstuk beschreven onderdelen van het archiefbeheer vloeien voort uit de beheersregels. Hiermee wordt zowel voldaan aan de formele eisen als uitvoering gegeven aan het IND-archiefbeleid. Bovendien garandeert deze werkwijze de continuïteit van de bedrijfsvoeringsfuncties. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.1. Archivering van bescheiden + +De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verplicht de onder haar berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden (artikel 3 Archiefwet 1995). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.2. Beheer van gegevens + +– Ambtshalve; +– Vertrokken onbekend waarheen; +– Overlijden; +– Vertrek; +– Vertrek naar buitenland; +– Vertrek naar buitenland (remigratie); +– Gecontroleerd vertrek; +– Uitzetting; +– Uitzetting ‘artikel 67, lid 1 Vreemdelingenwet’; +– Uitlevering; +– Naturalisatie; +– Naar aanleiding van kort verblijf/visum. + +#### 3.3. Vernietiging van bescheiden + +De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) c.q. de Minister van Justitie is verplicht tot het ontwerpen van selectielijsten (BSD’s) waarin wordt aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging en bewaring (= overbrenging naar het Nationaal Archief) in aanmerking komen (artikel 5 Archiefwet). + + + De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) maakt van de vernietiging een verklaring op, die tenminste een specificatie van de vernietigde archiefbescheiden bevat, alsmede aangeeft op grond waarvan en op welke wijze de vernietiging is geschied (artikel 8 Archiefwet). + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 3.4. Overbrenging van bescheiden -om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. +De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) brengt de archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan 15 jaar over naar het Nationaal Archief. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +### 4. Administratieve organisatie + +Onder administratieve organisatie wordt de minimale set van organisatorische maatregelen verstaan, die noodzakelijk is voor een verantwoord gebruik en beheer van de vreemdelingenadministratie. Hiermee dient de kwaliteit van de gegevens en de correcte uitvoering van de vreemdelingenadministratie te worden gewaarborgd. Onderstaande organisatorische maatregelen zijn verplicht voor elke geautomatiseerde vreemdelingenregistratie. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.1. Taken en bevoegdheden + +– het ministerie van Buitenlandse Zaken; +– de politie; +– de Koninklijke Marechaussee; +– de Dienst Zeehavenpolitie; +– de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND); +– de gemeenten; +– het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; +– de Vreemdelingenkamers; en +– de Raad van State. + +– toekennen identiteit; +– identificeren persoon; +– registreren persoonsgegevens; +– wijzigen persoonsgegevens; en +– verifiëren persoonsgegevens. + +##### 4.1.1. Taken en bevoegdheden + +| Taak organisatie | Toekennen identiteit | Identificeren persoon | Registreren persoonsgeg. | Wijzigen persoonsgeg. | Verifiëren persoonsgeg. | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| Ministerie van Buitenlandse Zaken | x | x | x | x | x | +| Politie | x | x | x | x | x | +| Koninklijke Marechaussee | x | x | x | x | x | +| Zeehaven- Politie | x | x | x | x | x | +| Ambtenaren Burgerzaken | x | x | x | x | x | +| Immigratie- en Naturalisatie- Dienst (IND) | | | x | | x | +| Centraal Orgaan opvang Asielzoekers | | | | | x | +| Vreemdelingen-kamers | | | | | | +| Raad van State | | | | | | + +##### 4.1.2. Autorisaties op lokaal niveau + +Binnen iedere gebruikersorganisatie dient men een verdere onderverdeling van autorisaties te maken. De verantwoordelijkheid van de verdere onderverdeling ligt bij het hoofd van de gebruikersorganisatie en dient te worden onderhouden door het applicatiebeheer. Autorisaties dienen altijd schriftelijk te worden verleend. Het beheer van autorisaties dient te allen tijde door daartoe bevoegde controlerende instanties opvraagbaar te zijn. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.2. Continuïteit in verwerking en beschikbaarheid van gegevens + +Continuïteit is de redelijke zekerheid dat de gegevensverwerking ongestoord voortgang zal kunnen vinden. Dat wil zeggen dat ook na ernstige storingen de gegevensverwerking binnen redelijke termijnen kan worden hervat. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 4.3. Actualiteit van gegevens + +De geautomatiseerde vreemdelingenadministratie dient altijd actueel te zijn. Mutaties in de geautomatiseerde vreemdelingenadministratie dienen binnen 24 uur verwerkt te zijn. + + + Registratie van gegevens in een geautomatiseerde vreemdelingenadministratie bestemd voor de IND dienen bekend te zijn conform de gemaakte afspraken per proces. + +200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)15-06-2003 + +#### 4.4. Beschikbaarheid van gegevens + +De BVV is in principe continu beschikbaar voor raadpleging. + +200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)15-06-2003 + +### 5. Controle op juistheid van de gegevens + +#### 5.1. Maatregelen om de controleerbaarheid te vergroten + +– Van alle kritische transacties dient geregistreerd te worden wie deze het laatst gemuteerd heeft. Van alle belangrijke gegevens, waaronder de verblijfsstatus, wordt de volledige mutatiehistorie bewaard; +– Van alle gegevens die naar de IND verzonden worden, dient de historie te worden bewaard; +– Er wordt door de centrale verwerkingsorganisatie een registratie bijgehouden van alle toegangspogingen tot de BVV. + +#### 5.2. Algemene controle + +Bij elke gelegenheid waarbij een vreemdeling in contact komt met een van de ketenpartners, dient de desbetreffende ketenpartner zoveel mogelijk na te gaan of de geregistreerde gegevens nog met de feitelijke situatie overeenkomen. + +200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)15-06-2003 + +##### 5.2.1. Controle op dubbele registratie + +Om te voorkomen dat vreemdelingen in de BVV meerdere malen staan geregistreerd, dient dit gecontroleerd te worden. Het constateren van dubbele registratie kan gebeuren door een ketenpartner of door een systeembeheerder. Bij het registeren dient te worden vastgesteld of de vreemdeling reeds in het eigen vreemdelingensysteem of in de BVV bekend is. + + + Wanneer ondanks controle alsnog (mogelijke) dubbele registraties in de BVV worden aangetroffen, dienen de gegevens te worden samengevoegd. + +200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)200311113-06-200311-06-2003HKUIT03-2611(AUB)15-06-2003 + +##### 5.2.2. Controle bij kritische transacties + +– Identificatie van een vreemdeling; +– Registratie van een verblijfsstatus; +– Registratie van afgegeven documenten; +– Registratie van de meldingsplicht; +– De functies met financiële componenten. -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden: +### 6. Beveiliging + +Onder beveiliging wordt verstaan de functionele beveiliging en fysieke beveiliging. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 + +#### 6.1. Functionele beveiliging + +Functionele beveiliging is de bescherming van de gegevens in het informatiesysteem tegen menselijke fouten, tegen ongeoorloofde toegang en tegen verminking of verlies tijdens verwerking. + Dit omvat tevens de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. + + + De gegevens die in de geautomatiseerde vreemdelingenadministratie worden verwerkt, dienen onder een privacyreglement te vallen. Dit privacyreglement wordt door de korpschef vastgesteld. Het privacyreglement moet gelijke tred houden met toekomstige ontwikkelingen van het systeem. Een door de Registratiekamer goedgekeurd modelprivacyreglement is aan te vragen bij de het IND-Hoofdkantoor, Afdeling Personeel, Organisatie en Informatie (POI). + + + De gegevens, informatiefuncties en werkstations dienen afgeschermd te zijn tegen personen die niet bevoegd zijn. + +20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 -• de DTenV; -• de vreemdeling; -• zijn gemachtigde. +#### 6.2. Fysieke beveiliging -De bewaring of vrijheidsontneming van een vreemdeling in een politiebureau voor een termijn langer dan vierentwintig uur moet worden voorkomen. - -Deze termijn vangt aan met het opleggen van de maatregel van bewaring of vrijheidsontnemende maatregel en eindigt zodra de vreemdeling de politiecel heeft verlaten voor het vervoer naar een gespecialiseerde inrichting voor vreemdelingenbewaring. - -Als de termijn van vierentwintig uur wordt overschreden, moet uit het overdrachtsdossier blijken welke omstandigheden tot overschrijding van deze termijn hebben geleid. - -#### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting - -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting. - -#### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie - -Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van model M122, aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. Voor de toepassing van dit artikel moet de ambtenaar ook een proces-verbaal opmaken (zie model M105-A). - -#### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming - -Als tijdens de bewaring bekend wordt dat een strafrechtelijk vonnis of arrest nog niet ten uitvoer is gelegd, wordt voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de Dienst Terugkeer en Vertrek of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het CJIB over de executie van het vonnis. - -#### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming - -Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het model M113. - -Van model M113 moet altijd: - -• het origineel van dit formulier in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt; -• een kopie worden verzonden naar de IND en de DTenV; -• samen met het verzoek om ontslag uit de justitiële inrichting (model M114) een kopie van het model M113 gezonden aan de directeur van de justitiële inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt. - -Als de bewaring op grond van artikel 59, eerste of tweede lid, Vw of artikel 59a Vw van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. - -Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen. - -Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land. - -### 7. De behandeling van het beroep - -De DTenV stuurt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep (voortgangs)gegevens met betrekking tot de uitzetting naar de IND via een procesverwijzing in de BVV. - -Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DTenV. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DTenV in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening. - -De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV heft de bewaring op met gebruikmaking van het model M113. Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DTenV. - -## A6. Registratie en identificatie - -### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling - -De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling. +– Calamiteitenplan; +– Beveiligingsplan; +– Uitwijkplan; +– Rampenplan. ## Bijlage @@ -4180,23 +8762,23 @@ Vervallen ## Bijlage M2-A. Schengenvisumsticker 2001 -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M2-B. Schengenvisumsticker 2003 -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M2-C. Terugkeervisum -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M2-D. Visumverklaring kort verblijf -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV) -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage @@ -4206,15 +8788,15 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum +## Bijlage M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum *[afbeelding]* ## Bijlage M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum +## Bijlage M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of afwijzing van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum *[afbeelding]* @@ -4224,195 +8806,237 @@ Vervallen ## Bijlage M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M6 -*[afbeelding]* +Gereserveerd. ## Bijlage M7 -*[afbeelding]* +Gereserveerd. -## Bijlage M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum +## Bijlage M8 -*[afbeelding]* +Gereserveerd. -*[afbeelding]* +## Bijlage M9 -## Bijlage M9. Gereserveerd +Gereserveerd. ## Bijlage M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder) -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M11 -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage Vervallen -## Bijlage M13. Modelbeschikking ontheffing +## Bijlage M13. Modelbeschikking ontheffing art. 4.11 Vb -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M14. Passagierslijst luchtvaart -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M15. Bemanningslijst luchtvaart -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M16. Garantverklaring zeelieden -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen +## Bijlage M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M18. Beschikking art. 8.5 c.q. 8.7 van het Vreemdelingenbesluit *[afbeelding]* *[afbeelding]* -## Bijlage M17A. Formulier voor het weigeren van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen na afhandeling van de asielaanvraag in de grensprocedure +## Bijlage M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge art. 6 lid 1 of lid 1 en 2 van de Vreemdelingenwet *[afbeelding]* - - -*[afbeelding]* - - - -## Bijlage M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ( - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -## Bijlage M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - *[afbeelding]* ## Bijlage M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden *[afbeelding]* +*[afbeelding]* + ## Bijlage M21 -Vervallen - -## Bijlage 21-A. Verklaring ex. art. 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode +*[afbeelding]* ## Bijlage M22. Bijzonder doorlaatbewijs -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden -Vervallen - -## Bijlage M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave - *[afbeelding]* +## Bijlage M24-A. Opdracht tot overgave + *[afbeelding]* ## Bijlage M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M26. Bewustverklaring kort verblijf -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij -Vervallen - -## Bijlage M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij - *[afbeelding]* -## Bijlage M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens - -Vervallen - -## Bijlage M32-M34. Gereserveerd +## Bijlage M30-M34. Gereserveerd ## Bijlage M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd Vervallen -## Bijlage M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd +## Bijlage M35-D. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf) -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd @@ -4426,315 +9050,209 @@ Vervallen *[afbeelding]* -## Bijlage M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen +## Bijlage -*Lees eerst de toelichting op deze pagina voordat u begint met invullen.* +Vervallen -De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd of een verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan alleen worden verleend als u al vijf jaar in het bezit bent van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Om in aanmerking te kunnen komen voor de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd moet u ook voldoen aan het inburgeringsvereiste. De EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten kan alleen worden - -verleend als u minimaal aan de volgende voorwaarden voldoet: - -De status van EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten biedt u de mogelijkheid om voor een periode van langer dan drie maanden in een andere EU-lidstaat te verblijven met als doel daar een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verkrijgen, bijvoorbeeld om te werken, te studeren of om andere redenen, zoals economisch niet-actieve (bijvoorbeeld als gepensioneerde). U moet dan wel aan de in die lidstaat geldende voorwaarden - -voor het verkrijgen van die vergunning voldoen. - -Vul voor iedere persoon voor wie u een nieuwe vergunning aanvraagt één formulier in. Dien de aanvraag pas in als u dit formulier, inclusief de bijlagen, volledig heeft ingevuld, dus niet in gedeelten. - -Als u de ouder of wettelijk vertegenwoordiger bent van een minderjarig kind, kunt u dit formulier namens hem/haar invullen. Als in het formulier wordt gesproken van u of aanvrager, dan wordt het kind bedoeld. Vul voor ieder kind één formulier in. Beantwoord alle vragen namens het kind. Als het kind 12 jaar of ouder is, dan mag hij/zij zelf het formulier ondertekenen, indien het kind jonger dan 12 jaar is kunt u als ouder of wettelijk vertegenwoordiger het formulier ondertekenen. Als het kind jonger is dan 12 jaar, hoeft 3. ‘Antecedentenverklaring’ niet ingevuld te worden. - -Om problemen met betrekking tot uw verblijfsrecht te voorkomen, moet u uw aanvraag tijdig indienen, dus vóór afloop van uw huidige vergunning. De IND ontvangt uw aanvraag het liefst vier weken vóór afloop van de geldigheid van uw verblijfsdocument. - -Maak een kopie van alle documenten en aanvullende bewijsstukken die u nodig hebt en stuur deze op met het formulier. Stuur nooit originele stukken op per post. Maak een duidelijk zichtbare kopie van het document op A4 papier. Gebruik geen andere formaten papier. Schrijf op elke kopie uw V-nummer of klantnummer (als dit bij u bekend is) of anders uw persoonsgegevens. Stuur nooit voorwerpen (bijvoorbeeld USB sticks, DVD’s of fotoalbums) op. - -Om uw verblijfsdocument te kunnen maken heeft de IND uw pasfoto, vingerafdrukken en handtekening nodig. Van aanvragers van 6 jaar en ouder worden vingerafdrukken afgenomen. Iedere persoon vanaf 12 jaar moet zelf zijn of haar handtekening zetten. - -**Let op!** Voor het maken van een pasfoto, afname van vingerafdrukken en het zetten van de handtekening moet u naar een IND loket gaan. Dit moet u doen binnen 3 weken na het opsturen van uw aanvraag aan de IND. U hoeft hiervoor geen afspraak te maken. Als de IND geen vingerafdrukken, pasfoto en handtekening van u heeft, kan er geen verblijfsdocument worden aangemaakt en aan u worden uitgereikt. Het is dus belangrijk dat u hiervoor naar een IND loket gaat. - -De IND heeft loketten in Zwolle, Utrecht, Rijswijk, Rotterdam, Eindhoven, Den Bosch, Amsterdam en Hoofddorp. Kijk op www.ind.nl voor de adressen en de openingstijden van de IND loketten. - -Voor de verblijfsvergunningen die u met dit formulier kunt aanvragen moet u ingeschreven staan in de Basisregistratie personen. De IND controleert deze gegevens in de Basisregistratie personen. - -Aan de aanvraag voor een verblijfsvergunning kunnen leges verbonden zijn. Over de hoogte van de eventuele leges vindt u in dit formulier geen informatie. Wilt u vooraf weten wat de leges zijn, kijk dan op www.ind.nl Als uit de beoordeling van uw aanvraag blijkt dat u niet in aanmerking komt voor de aangevraagde verblijfsvergunning, krijgt u uw betaalde leges niet terug. - -Stuur het formulier naar de IND. Gebruik daarvoor de retourenvelop die u bij dit formulier hebt gekregen. Hebt u dit formulier gedownload van www.ind.nl? Gebruik dan een eigen envelop. Dien de aanvraag pas in als u dit formulier volledig hebt ingevuld, dus niet in gedeelten. Stuur alle gevraagde documenten tegelijk met uw aanvraag mee. - -Als uw aanvraag niet compleet is, kan uw aanvraag niet goed worden beoordeeld. Het indienen van een niet complete aanvraag kan leiden tot vertraging bij de behandeling. De IND mag volgens de wet in beginsel zes maanden over de beslissing doen. Als uw aanvraag is ontvangen, stuurt de IND u een bewijs van ontvangst voor de aanvraag. U ontvangt schriftelijk bericht als uw aanvraag is afgehandeld. Als uw aanvraag wordt ingewilligd, ontvangt u een brief met informatie over hoe en waar u uw verblijfsdocument kunt afhalen. - -Bent u nu in het bezit van een verblijfsvergunning regulier? Dan kunt u dit formulier niet gebruiken. U moet dan gebruik maken van het formulier ‘Aanvraag of wijziging Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd’. - -Kijk dan op de website van de IND, www.ind.nl. - -1.1 V-nummer - -*Het V-nummer kunt u terugvinden in eerdere correspondentie van de IND of op uw eerdere verblijfsvergunning* - -1.2 Burgerservicenummer (indien bekend) - -1.3 Naam Achternaam zoals in het document voor grensoverschrijding - -Voornamen - -1.4 Geslacht en geboortedatum *> Kruis aan wat van toepassing is* - -□ man □ vrouw Dag Maand Jaar - -1.5 Geboorteplaats - -1.6 Geboorteland - -1.7 Nationaliteit - -1.8 Woonadres Straat Nummer - -Postcode Plaats - -1.9 Burgerlijke staat □ ongehuwd □ gehuwd □ geregistreerd partnerschap □ gescheiden □ weduwe/weduwnaar - -1.10 Telefoonnummer - -1.11 E-mail - -**Let op!** - -Zorg ervoor dat u de vergunning aanvraagt die gelet op de gestelde voorwaarden voor u van toepassing kan zijn. Dit komt de voortgang van uw procedure ten goede. - -*> Kruis aan welke verblijfsvergunning u aanvraagt en volg de instructie op die daarbij staat vermeld* - -□ **Verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de maximale geldigheidsduur (493)** - -□ **Een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd (497)** - -Als de aanvraag wordt afgewezen vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste vraag ik hierbij tevens verlenging aan van de maximale geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. - -□ **EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten (513)** - -Omdat ik nu vijf jaar of langer ononderbroken en direct voorafgaand aan de aanvraag met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, 1e lid, onder a of b Vw, in Nederland woon; of - -Omdat ik in het bezit ben geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, 1e lid, onder a of b Vw, en nu een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd heb; of - -Omdat ik nu vijf jaar of langer ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, 1e lid, onder e of f Vw, in Nederland woon en de hoofdpersoon van het gezin waar ik toe behoor internationaal beschermd is (artikel 29, 1e lid, onder a of b Vw) en de EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten bezit of heeft aangevraagd. - -Als de aanvraag om een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezeten wordt afgewezen vanwege het niet - -voldoen aan het inkomensvereiste en/of het inburgeringvereiste vraag ik bij deze tevens een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan dan wel een verlenging van de maximale geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. - -**Let op!** - -Deze antecedentenverklaring is niet van toepassing als u (de vergunninghouder): - -of - -Als u deze antecedentenverklaring niet naar waarheid invult, kan dit verblijfsrechtelijke consequenties hebben! - -*> Kruis aan welke situatie van toepassing is sinds de afgifte van uw huidige verblijfsvergunning* - -Als u in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten, moet u voldoen aan het inburgeringsvereiste. Om aan te tonen dat u ingeburgerd bent, levert u de bijlage ‘Inburgeringsvereiste’ samen met de bewijsstukken die worden gevraagd mee met de aanvraag. Voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kunt u ook in aanmerking komen als u vrijgesteld of ontheven bent van het inburgeringsvereiste. Voor de EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten geldt dit echter niet. - -Als u in aanmerking wilt komen voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezeten, moet u voldoen aan het inkomenvereiste. Lever bij de aanvraag mee de door uw werkgever en de werkgever van uw eventuele echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner de volledig ingevulde en ondertekende bijlage ‘Werkgeversverklaring’, niet ouder dan 3 maanden. Als u en/of uw partner niet in loondienst werkt, levert u bewijsstukken dat u en/of uw partner over voldoende middelen van bestaan beschikt mee met de aanvraag. Bewijsstukken die hiervoor gebruikt kunnen worden, vindt u in de bijlage ‘Bewijsstukken inkomen’. - -Ik vraag een verblijfsvergunning aan voor mijzelf/mijn kind/het kind dat ik wettelijk vertegenwoordig. Ik heb dit formulier naar waarheid ingevuld. Ik weet dat de ingevulde persoonsgegevens voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 worden verwerkt en worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens daarvoor nodig hebben. Wijzigingen in mijn situatie/de situatie van het kind die betrekking hebben op het verblijfsrecht, geef ik direct door aan de IND. - -Ik lever dit formulier en (aantal) bijlagen/bewijsstukken in. - -6.1 Naam - -6.2 Plaats en datum Plaats Dag Maand Jaar - -6.3 Handtekening - -> Controleer of u het formulier volledig hebt ingevuld. - -> Controleer of u het formulier hebt ondertekend. - -> Voeg bij uw aanvraag alle gevraagde bijlagen, bewijsstukken en documenten. - -Gebruik geen nietjes of paperclips! - -> Stuur de aanvraag per post naar de IND. Gebruik daarvoor de retourenvelop die u bij dit formulier hebt gekregen. - -> Hebt u dit formulier gedownload van www.ind.nl? Gebruik dan een eigen envelop. Stuur de aanvraag naar: - -**Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)** - -**Postbus 9** - -**9560 AA Ter Apel** - -**U kunt dit formulier ook online invullen via de website van de IND. U moet hiervoor inloggen met uw DigiD account.** - -## Bijlage M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd +## Bijlage Vervallen ## Bijlage M35-K -Vervallen - -## Bijlage M35-O. Tweede of volgende asielaanvraag - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - *[afbeelding]* ## Bijlage M36. Afspraakbevestiging -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M37. Antecedentenverklaring -Vervallen - -## Bijlage M38. TBC-formulier - -Vervallen - -## Bijlage M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens - -Vervallen - -## Bijlage M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek - -Vervallen - -## Bijlage M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum - -Vervallen - -## Bijlage M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie - -Vervallen - -## Bijlage M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek - -Vervallen - -## Bijlage M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling - -Vervallen - -## Bijlage M40. Vragenlijst China - -Vervallen - -## Bijlage M41. Verklaring burgerlijke staat - -Vervallen - -## Bijlage M42. Relatieverklaring - -Vervallen - -## Bijlage M43. Bewustverklaring studie - -Vervallen - -## Bijlage M44. Bewustverklaring Au Pair - -Vervallen - -## Bijlage M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin - -Vervallen - -## Bijlage M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar - -Vervallen - -## Bijlage M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden +*[afbeelding]* *[afbeelding]* -## Bijlage M46-A. Verklaring op grond van +*[afbeelding]* -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M46-B. Verklaring op grond van +*[afbeelding]* -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M46-C. Verklaring op grond van +*[afbeelding]* -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M46-D. Verklaring op grond van +*[afbeelding]* -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M38. TBC-formulier + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M39-A. Toestemmingsverklaring medische gegevens + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M40. Vragenlijst China + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M41. Verklaring burgerlijke staat + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M42. Relatieverklaring + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M43. Bewustverklaring studie + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M44. Bewustverklaring Au Pair + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M46-A. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M46-B. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M46-C. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M46-D. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA + +*[afbeelding]* ## Bijlage M47. Garantverklaring -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen) -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie -Vervallen - -## Bijlage M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties - *[afbeelding]* ## Bijlage M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M50. Checklist mvv-vereiste -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom @@ -4748,7 +9266,7 @@ Vervallen *[afbeelding]* -## Bijlage M54. Aanvraagformulier +## Bijlage M54. Aanvraagformulier verstrekkingen RvA 1997 *[afbeelding]* @@ -4758,45 +9276,75 @@ Vervallen *[afbeelding]* -## Bijlage M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling +## Bijlage M55 *[afbeelding]* - - *[afbeelding]* - +## Bijlage M56 *[afbeelding]* - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure - -Vervallen - -## Bijlage M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling - -Vervallen - ## Bijlage M57. Verklaring inkomen ondernemer -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M60. Positief advies mvv @@ -4810,20 +9358,16 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/of beëindiging EU-verblijfsrecht en/of oplegging ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod en/of oplegging besluit tot signalering +## Bijlage M63. Voorstel of aanvraag bijzondere aanwijzing *[afbeelding]* - +*[afbeelding]* *[afbeelding]* - - *[afbeelding]* - - *[afbeelding]* ## Bijlage M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb) @@ -4846,9 +9390,11 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M67. Staat van inlichtingen adoptie +## Bijlage M67. Staat van inlichtingen opname ter adoptie -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind @@ -4858,31 +9404,37 @@ Vervallen ## Bijlage M75-A. Document I -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M75-B. Document II -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M75-C. Document III -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M75-D. Document IV -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M75-E. Document EU/EER -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M75-F. Document W -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M75-G. Document W2 - -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument @@ -4890,23 +9442,23 @@ Vervallen ## Bijlage M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M77-D -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel) -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier) @@ -4914,9 +9466,9 @@ Vervallen ## Bijlage M79. Reizigerslijst voor schoolreizen -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M80. Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen +## Bijlage M80. EU-staat *[afbeelding]* @@ -4926,15 +9478,25 @@ Vervallen ## Bijlage M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting) -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M82. Reisdocument voor vluchtelingen -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument +*[afbeelding]* -Vervallen +*[afbeelding]* + +## Bijlage M83 + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M84-M89. Gereserveerd @@ -4942,59 +9504,29 @@ Vervallen *[afbeelding]* -## Bijlage M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging - -*[afbeelding]* - ## Bijlage M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M92. Verhuismutaties (melding aan de IND) -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M93. Bericht omtrent signalering -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M95-M99. Gereserveerd -## Bijlage M100. Bericht van vertrek - -Vervallen - -## Bijlage M100-A. Bericht van ontruiming - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/ of identiteitspapieren - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M102. Maatregel ex - -Vervallen - -## Bijlage M102-A. Transit request for the purposes of removal by air - -Vervallen - -## Bijlage M103-M104 - -## Bijlage M105. Proces-verbaal staandehouding/overbrenging/overdracht als bedoeld in +## Bijlage M100. Bericht verwijdering *[afbeelding]* @@ -5002,215 +9534,53 @@ Vervallen *[afbeelding]* -*[afbeelding]* - -## Bijlage M015A. Proces-verbaal staandehouding ter uitvoering van een overdrachtsbesluit - -Vervallen - -## Bijlage M015B. Proces-verbaal staandehouding als bedoeld in - -Vervallen - -## Bijlage M105-A. Proces-verbaal ophouding en onderzoek als bedoeld in +## Bijlage M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren *[afbeelding]* - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M105-B. Proces-verbaal van staandehouding als bedoeld in - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M105C. Proces-verbaal overbrenging en ophouding - -Vervallen - -## Bijlage M105-D. Proces-verbaal staandehouding / overbrenging - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M105-E. Beschikking verlenging ophouding, - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M106-M108 - -## Bijlage M106-A. Bevel ingevolge - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M106-B. Proces-verbaal van gehoor zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf ( - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M106-C. Intrekking van het bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M107-A. Kennisgeving als bedoeld in - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M107-B. Inreisverbod als bedoeld in - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M107-C. Intrekking Terugkeerbesluit en/of opheffing Inreisverbod - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M107-D. Kennisgeving als vervolg op en ter aanvulling van een eerder genomen terugkeerbesluit als bedoeld in - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M108-A. Maatregel ex - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M108-B. Proces-verbaal van gehoor bij de maatregel ex - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M109. Maatregel van bewaring als bedoeld in - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M109a. Maatregel van bewaring als bedoeld in - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M109b. Maatregel van bewaring als bedoeld in - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M109c. Maatregel van bewaring als bedoeld in - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M110. Proces-verbaal van gehoor ( - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* +## Bijlage M102-M109 ## Bijlage M110-A. Maatregel van bewaring -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M110-B. Proces-verbaal van gehoor ( +## Bijlage M110-B. Proces-verbaal van gehoor (art. 59 Vw 2000 jo. art. 5.2 Vb 2000) -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding +*[afbeelding]* -Vervallen +## Bijlage M111-A. Proces-verbaal staandehouding (art. 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet) + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M111-C. Proces-verbaal art. 50 Vw (mobiel toezicht vreemdelingen) + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M111-D. Beschikking verlenging ophouding art. 50, vierde lid van de Vw + +*[afbeelding]* ## Bijlage M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in +## Bijlage M113. Opheffing van een aanwijzing/maatregel als bedoeld in artikel 6, 50, 55, 56, 57, 58 of 59* Vw + +*[afbeelding]* *[afbeelding]* @@ -5224,9 +9594,11 @@ Vervallen ## Bijlage M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet -Vervallen +*[afbeelding]* -## Bijlage M117-A. Aanwijzing ingevolge +*[afbeelding]* + +## Bijlage M117-A. Aanwijzing ingevolge artikel 55 en/of meldplicht ingevolge artikel 54 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers) *[afbeelding]* @@ -5234,63 +9606,33 @@ Vervallen ## Bijlage M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers) -Vervallen - -## Bijlage M117-C. Aanwijzing ingevolge - *[afbeelding]* *[afbeelding]* -## Bijlage M117-D. Aanwijzing op grond van +## Bijlage M117-C. Aanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet op de aanmeldcentra + +*[afbeelding]* + +## Bijlage M118. Geleidebrief/Checklist i.v.m. toepassing art.6/58/59 Vreemdelingenwet 2000 *[afbeelding]* *[afbeelding]* -## Bijlage M117-E. Aanwijzing ingevolge - -*[afbeelding]* - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M118. Aanmeldformulier vreemdeling - -Vervallen - ## Bijlage M119. Dossier vreemdelingenbewaring *[afbeelding]* - +## Bijlage M120. (Voortgangs)gegevens met betrekking tot uitzetting (10-dagen) *[afbeelding]* -## Bijlage M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting +*[afbeelding]* *[afbeelding]* - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - - - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M122. Mededeling toepassing - -*[afbeelding]* - -## Bijlage M122-A. Mededeling mogelijke toepassing +## Bijlage M122 *[afbeelding]* @@ -5298,68 +9640,148 @@ Vervallen ## Bijlage M130. Brochure ongewenstverklaring -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M133-B. Antwoordformulier -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M134. Verrekeningsstaat -Vervallen +*[afbeelding]* ## Bijlage M135. Declaratie kosten verwijdering -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M136. Opgave van ingenomen gelden -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M137-A. Formulier restitutie garantiesom -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M137-B. Formulier restitutie passagebiljet -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M140. De verklaring van de werkgever -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* ## Bijlage M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant -Vervallen +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]*